Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (3)

volle.maan.in.steenbok.inspirerend.leven.nl

Natuurlijk is er kritiek. Bijvoorbeeld van arts en neurobioloog Dick Frans Swaab, wiens beeld van de werkelijkheid deterministisch en materialistisch is. Fysische en chemische processen in onze hersenen maken – volgens Swaab – wie wij zijn en die bieden geen ruimte voor een vrije wil of een ziel. BDE-er Jim van der Heijden bespreekt uit het boek Wij zijn ons brein van Swaab de acht pagina’s over de BDE. Swaab schrijft daarin over de ‘pseudowetenschappelijke verklaringen van de bijna-doodervaring’.’

Bijzondere bewustzijnservaringen
H
et artikel van Jim van der Heijden komt uit Civis Mundi en is op de site van Van Lommel te vinden, onder de titel: Niet-materialistisch wereldbeeld als uitgangspunt, dan pseudowetenschap?. Van der Heijden onderzoekt de herkomst van bijzondere bewustzijnservaringen. Hierover schreef hij Onvergankelijk! en Het kleine bijna-bij-de-dood boekje. Het gaat hem er niet om wie volledig gelijk heeft, ‘dat heeft Swaab niet, Van Lommel niet, ik niet en u, beste lezer, ook niet’.

Op het kennen van de enig echte waarheid zijn wij mensen sowieso niet gemaakt. We kunnen voorkeuren hebben ten aanzien van verklaringen van de bijna-doodervaring en tegelijk beseffen dat de gekozen positie onjuist kan blijken te zijn. Spijkerhard geachte materialistische visies blijken helemaal zo hard niet te zijn en visies die door materialisten als vaag en paranormaal zijn afgedaan blijken aan kracht te winnen. Waar het in dit geval wel om gaat is dat Swaab zo verblind is door zijn eigen gelijk en aversie tegen niet-materialistische visies – die voor hem gepersonifieerd worden door Van Lommel – dat hij in deze paragraaf van zijn boek een weinig verheffend schotschrift heeft geproduceerd in plaats van het aantal zeer interessante pagina’s dat van iemand met zijn achtergrond mag worden verwacht.’ (Van der Heijden)

Kevin Nelson
A
ndere kritiek komt uit een blog (op persoonlijke titel) van Maarten Keulemans, chef wetenschap van de Volkskrant, in NewScientist, dat ‘over ideeën schrijft die de wereld veranderen’. Precies tien jaar nadat de Nederlandse cardioloog Pim van Lommel de medische wereld verbaasde met een wetenschappelijk artikel over bijna-doodervaringen haalt, volgens Keulemans, de Amerikaanse neuroloog Kevin Nelson, een autoriteit op het gebied van bijna-doodervaringen, hard uit naar Van Lommels studie. Volgens Nelson is het brein allerminst fysiek dood tijdens bijna-doodervaringen maar levend en bewust.

Volgens Nelson is de bijna-doodervaring zelf goed te verklaren. Zo komt het gevoel van uittreding uit het lichaam dat patiënten soms melden, doordat een brein in crisis niet meer goed in staat is om het gevoel van ‘zelf’ samen te stellen uit de diverse gewaarwordingen die de hersenen registreren. Voor de meer spirituele kant van de ervaring – het gevoel naar een hiernamaals te reizen – komt Nelson met een nieuwe verklaring. Volgens hem ontstaat deze ‘illusie’ doordat het nog wakkere brein in de droomstand springt, in iets wat neurologen een ‘REM-intrusie’ noemen, (waar BDE-ers dan gevoeliger voor zijn dan andere mensen).’ (Keulemans) – [Rem-intrusie gaat om sterke auditieve of visuele ervaringen, vlak voor het inslapen. Het moment van Rem-intrusie is te vroeg voor de echte REM-slaap.]

Non-lokale ruimte is een metafysische ruimte
T
heoretisch herkende Van Lommel zich in de visie van psycholoog William James (1898). De hersenen zijn daarbij slechts ontvangststation van bewustzijn (zoals – ter vergelijking – een radio geen muziek bevat, maar deze ontvangt via radiogolven).
Prof. dr. E. Laszlo (2005) en Van Lommel (2011) actualiseerden dit idee. Volgens Van Lommel is er sprake van een eindeloos bewustzijn, dat altijd continue buiten het lichaam is, en niet aan tijd en ruimte geboden. Deze non-lokale ruimte is volgens hem een metafysische ruimte. Desondanks geeft Van Lommel te kennen dat deze theorie nog niets kan verklaren over het hoe, wat en waarom van de BDE (mei 2013, Capelle aan de IJssel).

Sterk dualistisch wereldbeeld
G
elijktijdig was ook geesteswetenschapper drs. Maureen Venselaar met een onderzoek bezig (1995 – 2005). Zij analyseerde honderden bijna-doodervaringen via empirisch onderzoek en literatuurstudie, alsook de twee bestaande verklaringsmodellen. Ze stelde vast dat deze allebei deels onjuiste analyses en conclusies bevatten, kenmerken onbesproken laten, en een sterk dualistisch wereldbeeld weerspiegelen.

Non-dualistische werkelijkheid
V
enselaar ging daarentegen uit van een non-dualistische werkelijkheid, op basis van het gedachtegoed van bekende fysici, zoals Max Tegmark en Tom Campbell. Zij beschouwen de fysieke en metafysieke werkelijkheid als één geheel, en stellen dat ze tezamen één realiteit vormen, die we deels kennen en deels (nog) niet. Dualisme is een illusie, en volledig achterhaald. Op basis daarvan was Venselaars hypothese dat de BDE dus niet óf neurologisch/fysiek is óf te koppelen is aan een metafysieke / bovennatuurlijke werkelijkheid.

Strikt materialistische kijk
N
elson is samen met o.a. de Nederlandse prof. dr. D. Swaab, aanhanger van de neurologische verklaring van de bijna-doodervaring. Het brein produceert bewustzijn en ook de BDE. Van Lommel zette zich echter af tegen deze strikt materialistische kijk op de BDE en bewustzijn en de werkelijkheid, en plaatste duidelijke kanttekeningen bij het heersende wetenschappelijke paradigma. En met zijn onderzoek, in samenwerking met drs. Meijers en drs. Van Wees, zette hij de BDE goed op de kaart, en richtte eveneens stichting Merkawah op voor mensen met bijna-doodervaringen (soms ook nabij-de-doodervaringen genoemd, ofwel NDE).

Interdisciplinaire studie
H
et onderzoek van Venselaar leidde tot een interdisciplinaire studie waarin zij de empirie van de BDE en fenomenen uit de (astro)fysica (alsook uit de neurowetenschap en geesteswetenschap) naast elkaar heeft gelegd. Uitgangspunten waren de BDE-criteria door prof. dr. Bruce Greyson en de WCEI van prof. dr. Kenneth Ring, alsook het wetenschappelijk principe van het Scheermes van Ockham. Dit houdt in dat als er meerdere hypothesen zijn die een verschijnsel zouden kunnen verklaren, dat dan dat verklaringsmodel gekozen moet worden dat het meest recht doet aan het verschijnsel, waarbij de minste aannames zijn en, zoals Albert Einstein het eens zei, geen ervaringsfeiten worden opgeofferd (zoals, in deze, bijvoorbeeld het gevoel úit het lichaam te gaan en afstand te krijgen van de aarde).

Morgen laatste deel (4) op dit blog: De kerngedachte van de nieuwe BDE-theorie 

Bronnen o.a.:
* Bijna-doodarts Van Lommel krijgt er alsnog van langs
* Niet-materialistisch wereldbeeld als uitgangspunt, dan pseudowetenschap?
* De bijna-doodervaring
* De bijna-dood ontrafeld 
* De nabij-de-doodervaring
* Met medewerking van en dank aan Maureen Venselaar

Beeld:
inspirerendleven.nl

Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (2)

ToneelgroepDeAppel

Bij Pim van Lommel draait het in zijn boeken en lezingen om de rol van bewustzijn in onze samenleving en het doorbreken van het taboe rond bijna-doodervaringen. Dat taboe is in de afgelopen tien jaar veel minder geworden, zegt hij in het voorwoord Tien jaar later… van de jubileumuitgave van Eindeloos bewustzijn (2017): Hoe Eindeloos bewustzijn zijn eigen weg zocht. Hij stelt hierin dat wetenschap vragen stellen is met een open geest en het loslaten van oude concepten en ideeën. Echter, veel bewustzijnsonderzoekers vinden bewustzijn niets anders dan materie en menen dat ons bewustzijn iets zuiver persoonlijks is.

Bewustzijn komt volgens deze wetenschappers volledig voort uit de materie waaruit onze hersenen bestaan, en zo zou ons gedrag, en onze vrije wil, dus onontkoombaar alleen het gevolg van de chemische en elektrische werking van onze zenuwcellen zijn. Nieuwe ideeën, nieuwe denkwijzen worden afgewezen omdat ze niet passen in bestaande visies en denkbeelden. Of omdat ze niet aansluiten op het huidige materialistische paradigma waarmee men is opgegroeid en waarin men is opgeleid. Maar we moeten aannames durven loslaten.’ (Pim van Lommel)

Op een sceptische website werd Van Lommel agressief aangevallen, vertelt hij, maar die boosheid laat hij bij die mensen zelf. Sceptici, zo zegt hij, hebben nu eenmaal altijd gelijk, zij staan niet open voor een wetenschappelijke en open discussie:

Zij leven vanuit hun vooroordelen en hun dogma. Zoals Albert Einstein (1879 – 1955) ooit heeft gezegd: ‘Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.’ (PvL)

Op de stelling van Van Lommel (op het voorgaande blog) dat er een postmaterialistische wetenschap komt die subjectieve ervaringen includeert, reageerde wiskundige en filosoof Emanuel Rutten via Facebook met de opmerking: ‘Mooi gezegd. De filosoof David Chalmers wees hier eind jaren negentig eveneens op. Het gaat inderdaad die kant op. Materialisme als ‘wordview’ heeft zijn langste tijd gehad.’

De acceptatie onder artsen is nog altijd vrij laag, stelt Van Lommel. Ook zij leren dat alles meetbaar moet zijn, het gaat om fysiek meetbare gegevens.

Maar we kúnnen simpelweg niet alles meten. Ons bewustzijn, en de inhoud van ons bewustzijn (gedachten, gevoelens, emoties), is niet te meten, niet te objectiveren, niet te reproduceren en niet te falsificeren.’ (PvL)

Daarom pleit cardioloog Van Lommel voor een andere benadering vanuit de wetenschap waarbij ruimte is voor subjectiviteit. Die ruimte leidt bij godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes tot de uitspraak dat veel mensen bijna-doodervaringen als religie op zich behandelen en hij vindt dat het al dan niet accepteren van Van Lommels ideeën tot een sterk ‘wij-zij’ denken leidt.

Van Lommel wordt onder degenen die een BDE hebben gehad als een soort messias behandeld. Een tamelijk onzinnige en onwetenschappelijke houding, lijkt me. Het zou een leuke eigenaardigheid zijn, als zou blijken dat bewustzijn onafhankelijk van het lichaam kan bestaan.’ (Smedes)

Smedes zei in 2008 een grootschalig onderzoek naar bijna-doodervaringen af te wachten van de Universiteit van Southampton. In zijn blog kwam hij daar echter niet meer op terug. Inmiddels is het resultaat van dat onderzoek gepubliceerd in Journal Resuscitation (2014), een interdisciplinair tijdschrift voor de verspreiding van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot acute zorggeneeskunde en cardiopulmonale reanimatie.

Artsen deden met een speciale test onderzoeken of bijna-doodervaringen van patiënten echt zijn, of alleen in hun verbeelding plaatsvinden. Volgens metro.co.uk, dat erover publiceerde, blijkt leven na de dood een reëel fenomeen, een misschien niet langer uit de lucht gegrepen term, want als het over een korte periode gaat, blijkt er wel degelijk een soort leven na de dood te bestaan. Volgens wetenschappers aan de Universiteit van Southampton blijft het bewustzijn minstens nog enkele minuten intact nadat de hersenen gestopt zijn met werken.

Het is iets dat tot voor kort onmogelijk werd geacht. De dood is een onvermijdelijk gevolg van het leven, maar onderzoekers geloven nu dat het misschien niet zo zwart-wit is. In de grootste studie rond het onderwerp ooit onderzochten ze gedurende vier jaar de bijna-doodervaringen na een hartstilstand van 2.000 mensen uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Oostenrijk. Wat blijkt? 40 procent van de mensen die de hartstilstand overleefden, beschreven een soort bewustzijn nadat ze eigenlijk al klinisch dood waren.’ (metro.co.uk)

In Journal Resuscitation zegt dr. Sam Parnia, voormalig onderzoeker aan de Southampton University, die de studie leidde:

De man beschreef alles wat er in de kamer was gebeurd, maar belangrijker nog, hij hoorde twee piepgeluiden van een machine die met tussenpozen van drie minuten geluid maakt. We konden dus bepalen hoe lang de ervaringen duurden. Hij leek heel geloofwaardig en alles wat hij zei was hem overkomen, was eigenlijk ook gebeurd.’ (Journal Resuscitation)

Parnia, nu verbonden aan de State University van New York, voegt eraan toe dat anderen beschreven dat ze zich vredig voelden, of zeiden dat de tijd versnelde of vertraagde, terwijl sommigen zeiden dat ze een licht zagen. Anderen zeiden dat ze angst voelden of dat het leek dat ze verdronken of hun lichamen door diep water werden gesleept. Van de 2.060 patiënten die in de studie werden gevolgd, overleefden 330. 140 patiënten zeiden dat ze ervaringen van uit het lichaam treden hadden. Smedes heeft dit waarschijnlijk niet gelezen, en blijft blijkbaar bij zijn laconieke overtuiging – overigens wel een mooi statement – uit 2008 dat de essentie van het menselijk bestaan te vinden is in het hier-en-nu:

Want wat we na onze dood ook mogen zijn, mens zijn we dan niet meer. Elkaar menselijk behandelen kan dus alleen hier en nu…’ (Smedes)

Foto: © Serge Ligtenberg, van het toneelstuk: Ben ik al geboren? – Toneelgroep De Appel – ‘Geïnspireerd door het onverklaarbare verschijnsel van de bijna-doodervaring. Een verschijnsel dat door het recent verschenen boek Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel in het middelpunt van de belangstelling staat.’ (2008)

Zie ook: Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (1)

Op 31 augustus geeft Van Lommel een – voor iedereen toegankelijke – lezing bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.

(Wordt vervolgd: deel 3: 19 augustus)

Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (1)

In-de-Cloud-vtmgroep.nl

Pim van Lommel is na vele jaren van onderzoek tot de conclusie gekomen dat het bewustzijn een fundamentele rol speelt in het universum en de basis is van alles wat wij kunnen waarnemen en weten. Samen met het doorbreken van het taboe van de bijna-doodervaring (BDE), zowel in de wetenschappelijke als in de maatschappelijke wereld, is het eindeloze bewustzijn dé missie van Pim van Lommel geworden. Dat kan je concluderen uit het uitgebreide voorwoord in de jubileumuitgave (2017) van Eindeloos bewustzijn.

Ons brein maakt het ervaren van bewustzijn mogelijk, maar produceert het niet. Bewustzijn is volgens mijn vaste overtuiging niet op een bepaalde tijd en plaats te lokaliseren. Dit wordt non-lokaliteit genoemd, een begrip uit de kwantumfysica. Kwantumfysica kan bewustzijn uiteraard niet verklaren, maar het helpt om de non-lokaliteit van ons bewustzijn beter te kunnen begrijpen.’ (Pim van Lommel)

Van Lommel stelt dat het eindeloze, non-lokale bewustzijn overal aanwezig is in een niet aan tijd gebonden ruimte, waar verleden, heden en toekomst tegelijk aanwezig en toegankelijk zijn.

Dit eindeloze bewustzijn is continu om ons heen en in ons aanwezig. Het is er altijd, dus óók als er (tijdelijk) geen hersenfunctie meer is.’ (PvL)

De cardioloog vergelijkt het non-lokale bewustzijn met het internet, met de cloud. Overal aanwezig en te ontvangen, maar niet door onze computer geproduceerd. En ook al staat je televisie uit, dan betekent dat niet dat er geen programma ’s worden uitgezonden. Zijn conclusie: Zonder functionerende hersenen is het bewustzijn nog steeds alom aanwezig, in de cloud.

Een BDE betreft, aldus Van Lommel, altijd een ervaring van een verruimd en eindeloos bewustzijn tijdens ons leven en geeft een verrassend nieuw inzicht in leven en dood.

Echter het is géén wetenschappelijk bewijs voor ‘leven’ na de dood. Onze visie over de dood verandert echter bijna fundamenteel door de bijna ‘onvermijdelijke’ conclusie dat bij de fysieke dood het bewustzijn kan blijven voortbestaan in een andere dimensie, in een onzichtbare, immateriële wereld, waarin verleden, heden en toekomst besloten ligt.’ (PvL)

De grote uitdaging voor Van Lommel is dat er een vorm van (postmaterialistische) wetenschap komt die subjectieve ervaringen includeert. Bovendien: materie als zodanig bestaat eigenlijk niet:

Het [materie] bestaat op het kleinste niveau voor 99,99999 procent uit leegte, die slechts gevuld is met informatie en energie. Ik heb de stellige indruk dat wereldwijd de wetenschap, stapje voor stapje, steeds meer opschuift richting deze visie, en dat bewustzijnsonderzoek een steeds grotere rol speelt in de moderne wetenschap.’ (PvL)

Voor Van Lommel lijkt ‘bewustzijn onze wezenlijke essentie te zijn, en op het moment dat wij ons lichaam verlaten, deze fysieke wereld verlaten, bestaan wij uit zuiver bewustzijn, voorbij tijd en ruimte, en zijn wij opgenomen in pure, onvoorwaardelijke liefde.

(Wordt vervolgd. Deel 2: 12 augustus, deel 3: 19 augustus)

Op 31 augustus geeft Van Lommel een – voor iedereen toegankelijke – lezing bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.

Foto: ‘In the cloud’ – VTMgroep

De roep om een vrije religiositeit

© Mystiek 8

‘Spiritualiteit is ‘in’, zegt Marc De Kesel in Zelfloos, de mystieke afgrond van het moderne zelf, waarin een aantal essays zijn te vinden over mystiek. Weg met religie, leve mystiek, luidt de titel van een van de essays. Of eigenlijk: leve spiritualiteit. De Kesel stelt bij monde van geestelijk begeleider Jean-Pierre de Caussadesj (1675 – 1751), dat ‘de naam mystiek vandaag slecht ligt bij de publieke opinie’. Dus waarom niet spreken over ‘spiritueel’, beter gekend, zachter en met hetzelfde effect’. In het essay schrijft De Kesel over het sociale succes van spiritualiteit.

Sociaal gezien lijkt spiritualiteit te slagen waar traditionele religies doorgaans falen. En waar religie zich inspant om spiritualiteit positief te omhelzen en in haar eigen praktijken te integreren, is het vaak de spiritualiteit die met de winst gaat strijken. Naderhand blijkt ze de achteruitgang van de betreffende religie alleen maar in de hand gewerkt te hebben. Zo levert zenmeditatie in katholieke kloosters vooral meer zen-aanhangers op.’

Voordat De Kesel beschrijft wat spiritualiteit is, vraagt hij zich eerst af wat er met het sociale is gebeurd dat het positief reageert op spiritualiteit, terwijl men religie en het religieuze als negatief is gaan zien.

Wat is er met het sociale aan de hand dat het voor traditionele religies zo moeilijk maakt om daarin hun plaats te vinden, terwijl spiritualiteit zich daarin spontaan thuis lijkt te voelen?’

In het essay werkt De Kesel de term ‘sociaal’ diep uit. Via het Latijnse ‘socius’ en ‘societas’ komt bij  ‘civis’ en ‘civitas’ en uiteindelijk bij Augustinus’ De civitate Dei. En veel later bij Thomas Hobbes’ De Cive.  De Kesel vertelt dat dat Ignatius van Loyola de kleine groep volgelingen van zijn mystieke weg een societas noemde: de sociëteit van Jezus. En vandaag de dag bij ‘maatschappij’, ‘maatschappelijk’ en ‘sociaal’. Spiritualiteit heeft alles met het sociale te maken. ‘Spiritualiteit’ vindt Van Kesel al terug in de eerste eeuwen van het christendom. Hij noemt hierbij mystici als Bernardus van Clerveaux  en Hildegard van Bingen. En ‘spirituele reuzen’ als Ruusbroec, Eckhart, Terese van Avila, Johannes van het Kruis.

Het Latijnse ‘spiritualitas’ verwees nog hoofdzakelijk naar ‘clerici’ of, algemener, naar de bovennatuurlijke orde, de orde tegengesteld aan de natuurlijke, aardse orde waarin leken vertoefden’.

Het woord ‘spiritualiteit’ maakte volgens De Kesel pas echt zijn opgang in Frankrijk, eind zestiende, begin zeventiende eeuw, toen alles wat met het ‘mystieke pad’ of ‘het innerlijk geestelijk leven’ te maken had, ‘spiritualité’ ging heten. Nadat De Kesel vervolgens onder meer stilstaat bij de ‘passies van de ziel’ bij Descartes, gaat hij dieper in op het woord spiritualité, en de vroegmoderne mystieke ervaring. Daarna komt hij uit bij ‘de lokroep van de moderne vrijheid’.

De lokroep van die vrijheid ligt aan de basis van de populariteit die de spiritualiteit ook vandaag geniet. Het is de roep om een vrije religiositeit, een religiositeit die de subjectieve vrijheid van de mens positief waardeert en op de plaats situeert waar voordien de metafysische God troonde. Zodoende verandert die laatste echter ook in een moderne God. Op die manier dat ze de metafysische pretentie van haar zoektocht opgeeft. In de plaats van de ontologische grond van onze vrijheid, wordt God de ultieme referentie in onze pretentie ons van elke grond vrij te weten.’

De Kesel noemt bijvoorbeeld de Franse activiste en filosoof Simone Weil: , niet haar ideeën over of engagement in samenleving en politiek maken haar fundamenteel sociaal, maar haar spiritualiteit:’

Daar treft ze de open ruimte die wordt gedeeld én door haar ‘innerlijke ervaring’ als mystica én door de ervaring van de grond van de moderne socialiteit: vrijheid.’

Bron: Zelfloos – De mystieke afgrond van het moderne ik. Hoofdstuk 3: Weg met religie, leve mystiek.

Beeld: © Mystiek 8 (iks-foto.nl)

‘Vrede slechts bereikbaar via het multiculturalisme’

RumiPainting-masnavi.nl

In Waarom de islamitische mysticus Rumi nog steeds relevant is, vertelt islamoloog Emrullah Erdem over een van de grootste mystieke dichters van de islam. Rumi’s boodschap van vrede en tolerantie sprak in zijn tijd mannen en vrouwen van allerlei groeperingen en geloofsrichtingen aan. En ook in onze tijd vinden de teksten van Roemi weerklank in de harten van veel mensen.


Het morele oordeel van gelovigen over of je van het ware geloof bent, heeft me altijd zwaar op de maag gelegen. Bij christenen, maar ook bij moslims. De moslims pretenderen, net als Nederlanders, verdraagzaam te zijn, maar in de praktijk zijn ze vaak teleurstellend intolerant. Daarom trof Rumi’s oproep me zo: ‘Kom, kom, wie je ook bent, kom weer. Heiden, afgodendienaar, vuuraanbidder, wie of wat je ook bent, kom! Onze plaats is geen plaats van wanhoop. Al heb je honderd keer je eed van berouw verbroken, kom!’ Er ging een deur voor me open.’ (Abdulwahid van Bommel, in Trouw)


Het poëtische werk van Djalaal-ad-Dien Rumi (1207-1273), zegt Erdem, leert ons dat de zogenaamde ‘botsing tussen de beschavingen’ zeker niet onvermijdelijk is.

Wie zijn gedichten leest, krijgt het inzicht in hoe we – ondanks onze verschillen – kunnen komen tot hoop, vernieuwing en verzoening, in plaats van wanhoop, angst en vijandigheid. Roemi nodigt ons uit om ons voortdurend te herinneren dat we één zijn. Wij komen allen van God en tot God zullen wij terugkeren.’ (Erdem)

Erdem leest dat in Rumi’s gedichten, onder meer ook in het gedicht waardoor voor Van Bommel een deur openging. De verschillende vertalingen zijn soms net even anders, maar de essentie blijft. Van Bommel vertaalde destijds rond ruim 25.000 versregels van Rumi, door Trouw een ‘goudmijn van metaforen’ genoemd.


‘Kom, kom, wie je ook bent,
of je een zwerver bent, een gelovige, of graag op reis gaat,
onze karavaan is geen karavaan van wanhoop.
Kom, zelfs als je je beloften duizend maal hebt verbroken.
Kom, kom, kom toch weer.’
– Rumi


Echte vrede kan volgens Rumi – door Trouw eens ‘als spirituele sauna’ genoemd – slechts bereikt worden, vat Erdem samen, door degenen die de diversiteit van het multiculturalisme beleven, die nederig en zuiver van hart zijn en zich openstellen voor de goddelijke zingeving en inspiratie.


Je kunt het boek [Masnawi] zien als een exegese van de Koran. Roemi heeft zich veel vrijheid veroorloofd in het denken over de verhouding tussen God, mens en de wereld. Daarmee heeft hij de orthodoxie flink in de kuif gepikt. Hij was in zijn tijd een spiritueel bevrijdingstheoloog. Niet voor niets staan er in de Masnawi zoveel anekdotes over bevrijding, zoals een prachtige fabel over hoe een papegaai uit zijn kooi ontsnapt. Rumi wilde het onzegbare zeggen, en voor mij is dat gelukt.’ (Van Bommel in Trouw)


Islamoloog Erdem vindt de islamitische mysticus Rumi nog steeds relevant omdat de grensoverstijgende, mystieke poëzie van de leermeester en dichter in een smeltkroes van culturele en religieuze achtergronden ontstond. In een stad die wel wat lijkt op onze wereld.


‘Ik ben geen Christen, geen Jood, geen Moslim.
Ik ben niet het Oosten, noch het Westen.
Ik heb de dualiteit achter me gelaten, de twee werelden gezien als Éen.
Het is het één dat ik zoek, één dat ik ken, één dat ik zie, één dat ik roep.’
– Rumi


Rumi wist een sfeer te creëren van dialoog, medeleven en begrip, stelt de islamoloog en geestelijk verzorger.

Als leermeester en mysticus pleitte Rumi voor tolerantie, rationaliteit, goedheid en naastenliefde, alsook voor het aanzien van moslims, joden, christenen en andere gelovigen met één en dezelfde liefdevolle blik.’ (Erdem)

Ondanks het feit dat de vrome moslim Rumi tijdens zijn leven geliefd was bij de christenen in zijn directe omgeving, leerde het westen hem pas eeuwen later kennen.

Deels is dat te danken aan de beroemde Duitse dichter Goethe, die enkele werken van Roemi leerde kennen en erdoor beïnvloed werd. Hierdoor is Rumi’s denken indirect van invloed geweest op het religieuze, culturele en politieke leven in Europa en later in de Verenigde Staten. Nog altijd legt Rumi een spirituele band tussen Oost en West. Hij zou de laatste jaren zelfs de meest gelezen dichter in de Verenigde Staten zijn, wat het grote potentieel van deze mysticus aangeeft voor culturele ontmoetingen.’ (Erdem)

Bronnen o.a.:
Waarom de islamitische mysticus Rumi nog steeds relevant is (Igniswebmagazine)
Rumi is als een spirituele sauna (Trouw)
Rumi vandaag

Update 13 02 2024 (Lay-out)

Beeld: Schilderij Roemi (masnavi.nl)

Onstuitbaar religieus zonder God?

vrijzinnigen.nl

Redt religie het inderdaad zonder kerk en God, zoals Jasper van den Bovenkamp en Taede A. Smedes stellen in We blijven onstuitbaar religieus, in Trouw van 6 juli 2019? Zonder kerk waarschijnlijk wel, maar zonder God? Zelfs als we ‘voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken,’ zal religie zonder God geen religie meer genoemd kunnen worden, maar eerder ongebreideld consumeren.

Ooit redeneerde Kuitert God helemaal weg, dat gebeurt nu opnieuw door journalist en voormalig hoofdredacteur van het christelijke opinieblad De Nieuwe Koers, Van den Bovenkamp, en theoloog en godsdienstfilosoof Smedes. Leegte is wat overblijft. En die moet opgevuld worden met eeuwig consumeren. Dat vult nooit.

De oplossing? Consumeren: ‘Het is het gevoel van leegte dat ons doet consumeren.’ Maar uiteindelijk openbaart zich daarin juist des te schrijnender de leegte van ons bestaan.’  (Van den Bovenkamp, Smedes)

Anton.Dingeman.Trouw1
A
ls religie niet meer ‘identiek wordt gesteld aan godsgeloof’, is het geen religie meer. Een ‘religieus aura’ toeschrijven aan het falen van een zwemmer is een schrijnend voorbeeld van het van god losgeraakt zijn, zoals het CBS-rapport aantoont. In zijn verbeelding sloot theoloog Harry Kuitert (1924 – 2017) zich voor God af. In de rede vond hij  Hem niet, dus gelooft hij niet in Hem. ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding,’ vond Kuitert. ‘God is een gedachte van mensen. Geloven is alles behalve kennis.’

Zo noemde Sander van Walsum het gebeuren in de Volkskrant ‘een meerdaagse hoogmis gecelebreerd op oevers van de Friese wateren’. Een paar dagen later was Van der Weijden een ‘moderne Christus’ en ‘messias’ en bleek zijn tocht ‘een onmenselijke missie’, waarna het verslag als ‘de reconstructie van een welhaast bijbelse vertelling’ verder ging.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw2

God een gedachte van mensen… Denken we nu dat God een zwemmer is? Kerkelijke hoogtijdagen commerciële ‘levensgebeurtenissen? Ons ‘leven op aarde een paradijs’? ‘Natuurlijke zuiverheid een vervanging voor het geloof in God’? Dat het opperwezen te vervangen is door techniek? Wat een verbeelding.

Voor al minder mensen is God iets of iemand waarmee ze rekening houden. Maar ook hier bedriegt de schijn. Want het opperwezen verschijnt vandaag vooral in de gedaante van de techniek, iets waar ook historicus Yuval Noah Harari in zijn bestseller ‘Homo Deus’ al op wijst. Harari meent dat algoritmen de basis vormen van een nieuwe religie.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw3

Alle vormen van hedendaagse religio­siteit,’ schrijven de auteurs, ‘lijken vooral bedoeld om onze autonomie te redden, om de controle te behouden’. ‘Een waarheid die we liever niet onder ogen zien’, vervolgen de auteurs die confrontatie met religie. Zij citeren de Poolse filosoof Leszek Kołakowski die religie een manier noemde om te aanvaarden dat het leven een onvermijdelijke nederlaag is. Bieden die inzichten ruimte?

Of, zoals de Poolse filosoof Leszek Kołakowski het formuleerde: ‘Religie is een manier om te aanvaarden dat het leven een onvermijdelijke nederlaag is.’ Als de hedendaagse religiositeit dát inzicht ruimte biedt, zal zij het zonder kerk en God wel redden. Maar tot die tijd blijven we met z’n allen gewoon klassiek gelovig, hoe heftig we ook spartelen.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw4

Bij alles wat de auteurs schrijven is God geheel verdwenen en toch vinden zij Nederland ‘hartstikke religieus’. Waar is God in dat hele verhaal?
Terug naar Kuitert. Hij zegt dat geloven ook is: ‘onder de indruk zijn van de verbeelding’. Kunnen we God daar dan toch niet meer vinden? Kan de Nederlander met behulp van zijn verbeelding niet eens proberen verder te denken dan wat hem is geleerd of waar hij van overtuigd is? Dan maakt hij kans om echt ‘hartstikke religieus’ te zijn.


‘Ik kan alleen woorden ontmoeten, u niet meer.
Maar hiermee houdt het groeten aan, zozeer,
dat ik wel moet geloven, dat gij luistert;
zoals ik omgekeerd uw stilte in mij hoor.’


Een gedicht van Kuiterts lievelingsdichter, Gerrit Achterberg. – Dat gaat verder dan denken: daar waar God te vinden is. In stilte. God die de rede ver te boven gaat, en zeker ook ver boven dat bizarre ‘onstuitbaar religieuze’ waar de Nederlander zich mee bezig schijnt te houden.

Bron: We blijven onstuitbaar religieus (Trouw, Letter en Geest, 6 juli 2019)

Beeld: vrijzinnigen.nl

Strip:

AntonDingemanAnton Dingeman, Trouw (8 juli 2019)

‘Denken is mogelijk, niet noodzakelijk’

just_do_itRadboudUniversiteit

Niet-denken is een illusie, stelt de rationalistische filosofie: er is geen doen zonder denken omdat we niet om het denken heen kunnen. De anti-rationalistische filosofie daarentegen stelt juist dat doen een voorwaarde is voor ons denken, dat denken een mogelijkheid is maar geen noodzakelijkheid. – ‘We gaan vanavond doen-denken,’ zo opende docent filosofie Carli Coenen afgelopen juni de Radboud Reflects workshop Hoe doe je dat? Coenen is promovendus filosofie aan de Open Universiteit. Zij onderzoekt de vraag wat het is om te denken.

Eeuwenlang zijn we opgevoed met de idee dat bewuste beslissingen ten grondslag liggen aan ons handelen, legt Coenen uit.

Wat we doen is dus waardevol omwille van de rationele gedachte die eraan ten grondslag ligt: ik doe dit, want ik wéét dat dit het goede is om te doen. Maar volgens Coenen is dit idee niet juist, en is niet alles rationeel bepaald. Ons doen wordt niet bepaald door ons denken. Sterker nog, het lichaam zélf is ook belangrijk, en het bepaalt in grote mate de context voor ons denken.’ (Radboud Reflects)

Theoloog Liesbeth Jansen schreef een verslag van een van die bijeenkomsten in de serie workshops ‘Hoe doe je dat?’ van de Radboud Universiteit in Radboud Reflects.

Just do it! Niet denken, maar doen is de lijfspreuk van de assertieven, de succesvollen, de aanpakkers, de mensen waar we tegenop kijken. Maar dit veronderstelt dat denken en handelen te scheiden zijn. Is dat wel zo?’ (Radboud Reflects)

De leus ‘niet denken maar doen’, aldus Coenen, heeft een normatieve kracht, er gaat een opdracht van haar uit, maar klopt die opdracht wel?

Is het soms niet juist andersom en zouden we wat meer moeten denken voordat we handelen? In elk geval heeft ‘niet denken maar doen’ een intuïtieve aantrekkingskracht, omdat we allemaal de ervaring kennen dat dit soms klopt, dat ons denken het doen soms in de weg staat.’ (Jansen)

Als voorbeeld noemde Coenen dat je je ineens bewust wordt van je bewegingen terwijl je staat te dansen.

Zodra je je afvraagt ‘ziet dit er raar uit’ word je in het dansen gehinderd. De Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus definieerde denken als afstand nemen van een situatie. Maar afstand tot een situatie kan je ook hinderen, zoals in bovengenoemd voorbeeld.’ (Jansen)

Het loslaten van het denken heeft een sterk positieve lading, noteert Jansen, we associëren het met creativiteit, spiritualiteit en succes.

Maar kun je stoppen met denken? Waarom slagen we er zo vaak niet in? Speelt overgave een rol? En hoe doen we dat dan? Heeft denken niet juist ook een kritische, positieve functie?’ (Jansen)

De conclusie uit de gesprekken van die avond luidde dat denken en doen wel degelijk sterk vervlochten zijn.

Bronnen o.a.: Niet denken maar doen. Hoe doe je dat?
‘Hoe doe je dat? was een serie workshops waarin je leert om met een filosofische blik te kijken naar alledaagse thema’s zoals vriendschap, werk, liefde en vakantie. Na een korte inleiding door de gespreksleider gaan de deelnemers met elkaar in gesprek. Wat zijn jouw ervaringen, wat is jouw visie? Iedereen komt aan het woord en wordt aan het denken gezet.’ (Radboud Universiteit)

Beeld: Radboud Universiteit

Wie zijn wij, de mens?

Frank-Westerman-wij-de-mens-header

‘Wat ís de waarheid? Liepen wij ooit als aap over deze aarde of zijn wij geschapen naar Gods evenbeeld? Religie en wetenschap hebben, zeker in de zoektocht naar de oorsprong van de mens, met elkaar op gespannen voet gestaan. Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven.’ Filosofe Andrea Reuvers, Universiteit Utrecht, schreef voor iFilosofie een reportage over Wij, de mens van Frank Westermans.

De waarheid omtrent de oorsprong van de mens willen achterhalen: een behoorlijke opgave, gedurfd en gedoemd te mislukken. Frank Westerman waagt een poging door met pen en papier in het leven van de overledenen te duiken en een antwoord te zoeken op de vraag ‘wie zijn wij, de mens?’ (Reuvers)

Volgens Reuvers onderscheidt het boek zich van literaire romans over de oorsprong van de mens door het karakter: het is geen fictie, maar een reportage van onderzoek.

‘[Wij kunnen als mens] niet tegen de werkelijkheid op fantaseren. […] De ruwe grondstof die de realiteit aanreikt vind ik zo barok dat ik geen behoefte voel om er nog een krul aan toe te voegen.’ (Westerman)

Reuvers springt heen en weer mee in de tijd in de meeslepende geschiedenis van de mensheid, ze vliegt mee; hangt aan zijn lippen, op zoek naar de waarheid, zich tegelijk afvragend: ‘Wat ís de waarheid?’

Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven. De opgravingen van onze mensachtige voorouders lijken bewijsstukken-tegen-de-schepping, maar toch zochten (juist) de gelovigen mee naar de tussenvorm tussen aap en mens: de missing link.’ (Reuvers)


‘Allemaal slaan we verwoed met onze staart op het water, maar anders dan de walvis menen wij mensen dat ons spetteren ertoe doet.’ (Uit: Wij, de mens)


Wie een poging waagt te omschrijven, zegt Reuvers, wie ‘wij’ zijn, heeft een ‘zij’ nodig.

Zij’ kan gevonden worden in culturen die wij minder humaan vinden: stammen die dichter bij de natuur staan, of mensen uit culturen die ‘onze’ morele normen en waarden niet delen.’

Reuvers vertelt dat de presocraticus Protagoras ruim 2400 jaar geleden al wist dat wij onszelf als maatstaf nemen., en zegt dat Westerman dan ook concludeert dat de mens ‘de afwijking’ is. En dat hij alleen zichzelf heeft uitgeroepen tot de norm.

‘[Tevens zijn wij er] als enige in geslaagd de planeet, de dampkring, zo zwaar te vervuilen dat we eraan doodgaan. […] [O]nze soort [beschikt] over het destructieve vermogen om het leven op aarde – met één druk op de knop – uit te roeien. Toegegeven, ik vínd mensen bijzonder. […] Welkom in het antropoceen.’ (Westerman)

De filosofe vraagt zich ook af hoe we omgaan met vondsten die niet aansluiten bij het gevormde beeld dat we nu van de mens hebben. Door in de geschiedenis van de mensheid te duiken, duik je in de geschiedenis van jezelf. Hij houdt de lezer, bewust of onbewust, continue een spiegel voor.


Wij, de mens sleept de lezer mee in een ongewone, onverwachte reis naar wie wij mensen zijn.’ (filosoof Hans Achterhuis)


De zoektocht naar ‘wie wij zijn’ heeft aangetoond dat we gedoemd zijn te blijven herzien wat we denken te weten. Kennis is relatieve kennis en elke beschrijving heeft een open einde; het is de start van iets nieuws.’ (Reuvers)

Nadat Reuvers het boek dichtgeslagen heeft vraagt ze zich af, in twijfel achtergelaten, gedwongen een stap naar achteren te zetten als de schilder van zijn doek: ‘wie ben ik?’

Zie: iFilosofie

Beeld: Lees Magazine bolcom

De verloren wijsheid uit religies

Karen Armstrong2017FPA

Eind deze maand verschijnt van Karen Armstrong: De verloren kunst van de heilige geschriften. Op 2 juli in Amsterdam geeft zij de lezing De verloren wijsheid uit religies in de Oude Lutherse Kerk. Volgens Armstrong schiet de uitleg van heilige geschriften tegenwoordig flink tekort. Arrogantie, intolerantie en ook geweld worden gerechtvaardigd door naar deze teksten te wijzen. ‘De Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden’. Armstrong stelt dat dit ver af staat van hoe de teksten ooit bedoeld waren.

De heilige geschriften waren altijd een middel voor mensen om hun materiële bestaan te ontstijgen en in aanraking te komen met het goddelijke. In onze seculiere samenleving hebben de teksten deze unieke functie verloren om een meer praktische toepassing te krijgen: de Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden.

Karen Armstrong signaleert ten opzichte van de heilige geschriften een groot onbegrip, wat volgens haar de hoofdoorzaak is van de huidige religieuze geschillen in de wereld. Weloverwogen en deskundig pleit ze voor een terugkeer naar de oude interpretatie van de religieuze teksten als basis van een betekenisvol en empathisch wereldbeeld. Armstrong wijst ons de weg bij het beteugelen van de arrogantie, de intolerantie en het geweld die het gevolg zijn van de gebrekkige hedendaagse uitleg van de heilige geschriften.’ (Samenvatting: De Bezige Bij)

Karen Armstrong (1944) is een van de meest geliefde auteurs op het gebied van religie. Nadat ze zeven jaar als non in een klooster woonde, verliet ze de orde om Engels te studeren in Oxford. Armstrongs oeuvre omvat bestsellers als Een geschiedenis van God (1993)De strijd om God (2001)Islam (2004)De wenteltrap (2003), Compassie (2011) en In naam van God (2014).

Gevaarlijk? Achterhaald? Onderdrukkend? Dit is hoe we tegenwoordig vaak denken over religieuze teksten. Maar op 2 juli wijst de beroemde historica Karen Armstrong ons op de oorspronkelijke betekenis van de teksten. Kom erachter welke levenswijsheid te vinden is in heilige geschriften als de Bijbel, Koran en Thora.’ (The School of Life)

Lost art of Scripture | Karen Armstrong |2 July 2019 | 20:00 – 21:30 uur | Tickets €35,- via The School of Life | Voertaal: Engels

De verloren kunst van de heilige geschriften | Karen Armstrong | Verschijnt 27 juni | Luxe paperback| 496 pag. | €29,99 | ISBN: 978 94 031 6630 8 | E-book: € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Lost Art of Scripture | Vertaling: Bep Fontijn, Carola Kloos, Albert Witteveen

Gerelateerd: De verloren kunst van de heilige geschriften

Beeld: Karen Armstrong, 2017 Prinses van Asturië Award voor sociale wetenschappen, tijdens haar ontmoeting in de bibliotheek van het historische gebouw van de universiteit van Oviedo (Spanje). © FPA | Daniel Mora

Geen vrijdenkers maar Vrije Geesten

2aHermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade van de Vrije Geest is een plek waar vrijdenkers bij elkaar komen, echter niet de vrijdenkers die iedere godsvoorstelling verwerpen. Integendeel. In de Ambassade van de Vrije Geest gaat het immers over allesomvattend vrij denken. De ambassade is gevestigd in het ‘Huis met de Hoofden’ in Amsterdam. De symboliek achter de naam Huis met de Hoofden past bij de grote denkers die je aantreft in de Ambassade van de Vrije Geest. Hier ligt de wijsheid van de hele wereld. Beelden en teksten vertellen eeuwenoude verhalen die door werkelijk vrije geesten zijn geschreven en getekend.

Wat een verademing, wat een schoonheid, wat een sfeer. Een oase van kennis en wijsheid in een woestijn van onwetendheid.’ (Emy ten Seldam, redactie Bres Magazine)

HermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade biedt sinds 2017 een reis door 2000 jaar wijsheid, geïnspireerd op de collectie van de Ritman Bibliotheca Philosophica Hermetica. Geschiedenis, wetenschap, kunst en spiritualiteit in duizenden boeken en prenten. En het unieke ervan is dat ze allemaal met elkaar zijn verbonden. Connecties met alle religieuze tradities, wijsheidsstromen en onafhankelijke geesten.

Hervormer en filosoof Comenius, mogelijk ook Spinoza, en leden van de prominente uitgeverij Elsevier werden verwelkomd door de familie De Geer die het huis bezat, om wetenschappelijke, filosofische, theologische en sociale kwesties te filosoferen en te bespreken. Het is dat zeer tegendraadse en vrije denken dat een centrale en doorlopende lijn is die door de unieke collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica loopt en de verhalen die verteld worden in het Huis met de Hoofden. Net als in de Nederlandse Gouden Eeuw staat het Huis met de Hoofden met zijn opmerkelijke culturele erfgoed open voor de vrije denkers en de onafhankelijke geesten van vandaag en morgen. (Ambassade van de Vrije Geest)

Mocht je je afvragen wie je bent, waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, is het niet verkeerd de weg te nemen die naar de Ambassade van de Vrije Geest leidt. Inspirerende afbeeldingen en teksten bieden volwaardig voedsel voor de geest. Geen menu wordt er opgedrongen, maar alles is er te vinden. Alsof je uitgenodigd bent in een vijfsterren-etablissement waar je kunt kiezen uit de rijkste amuses, waar je geest wellicht nooit eerder van heeft genoten. Waar anders vind je talloze mogelijkheden om de verborgen onderstroom van innerlijke, individuele wijsheid van alle culturen tot je te nemen?

De bibliotheek beschikt over een unieke en nog groeiende collectie van 25.000 titels over de westerse spiritualiteit en filosofie. De stichter van de bibliotheek, Joost R. Ritman, is een Amsterdamse zakenman met een diepe belangstelling voor spiritualiteit. Hij begon op jonge leeftijd boeken te verzamelen, nadat zijn moeder hem een 17e-eeuws exemplaar had geschonken van Aurora, een werk van Jacob Böhme, een van de auteurs die een blijvende bron van inspiratie voor hem is. Toen hij het plan opvatte om zijn privé-verzameling om te zetten in een bibliotheek, stond hem voor ogen onder één dak handschriften en gedrukte boeken op het gebied van de hermetische traditie samen te brengen, en de onderlinge samenhang te laten zien tussen de diverse verzamelgebieden en hun relevantie voor de huidige dag.’ (The Ritman Library Collectie)

Levensboom2

Als je de Ambassade binnenkomt, zie je links een meterslange prent van de Rivers of Life or Faith of Man in All Lands waarop eeuwen voor het jaar nul tot en met het heden vele levensbeschouwingen de wereld binnenstromen. (Foto: AvdVG)

River

In het café ernaast komt Hermes Trismegistus je in vele gedaanten tegemoet. Duidelijk blijkt op de prenten die daar hangen dat hij de geheimen van het universum kent. Hermes Trismegistus, Vader der Filosofen, de oerbron van deze kennis over de samenhang van alles. En die samenhang vind je hier: het ‘veelzijdige, veelbewogen en het voor velen nog onbekende verhaal van de spirituele traditie waarin zelfkennis en kennis van de natuur de sleutel vormen tot kennis van god’.

God met g of G? In ieder geval geen man met een baard op een donderwolk. God is hier veel groter, veel omvattender, zo niet allesomvattend te vinden. De oprichter van de Bibliotheca Philosophica Hermetica zegt:

De ‘geboorte’ van de Bibliotheca Philosophica Hermetica viel samen met een plotselinge en diepe ervaring die ik had toen ik zestien was, dat alles één is. In een enkel moment besefte ik dat er een diepgaand verband bestaat tussen oorsprong en schepping, tussen ‘God – Kosmos – Mens’, of in de woorden van Hermes Trismegistus: ‘Hij die zichzelf met zijn geest beschouwt, kent zichzelf en kent het Al: het Alles is in de mens.’ (Joost R. Ritman)

! De eerste tentoonstelling, Kabbalah & Alchemie, is van 13 juni – 16 november 2019.

Beeld: De oudste grafische voorstelling van de kabbalistische levensboom, gedrukt in 1512, te vinden in deze bibliotheek: linksboven op de eerste foto, en apart op de derde.

Foto’s: tenzij anders vermeld: PD

Ambassade van de Vrije Geest | Huis met de hoofden | Keizersgracht 123 | 1015 CJ Amsterdam | +31 20 6258 079 | info@efm.amsterdam | Met Museumjaarkaart vrij toegang | Nog niet toegankelijk voor rolstoelen |

KGAHermetischeBibliotheek (3)

Het monument Huis met de Hoofden is voor een breed publiek opengesteld en wordt stap voor stap in zeventiende-eeuwse stijl hersteld. (Binnen heb je er geen hinder van.) Ondanks dat het zeventiende-eeuwse karakter goed bewaard is gebleven en de plattegrond nagenoeg onveranderd is gebleven, hebben er in de loop der eeuwen een aantal veranderingen plaatsgevonden. Er zijn verschillende elementen verloren gegaan, er is sprake van reconstructies, een aantal authentieke onderdelen zijn verplaatst en er zijn onderdelen toegevoegd die niet uit het huis afkomstig zijn. (Info: AvdVG)