De nabij-de-doodervaring van Google-chatbot LaMDA

Column. Google-ingenieur, priester en mens Blake Lemoine sprak onlangs met iets met ‘bewustzijn’, een soort verlichte chatbot die luistert naar de naam LaMDA. De menselijke intelligentie van Lemoine lijkt niet opgewassen tegen de kunstmatige intelligentie van de chatbot, waardoor de mens zich om de tuin laat leiden door die ‘persoon met bewustzijn’. Als je het gesprek volgt tussen LaMDA en Lemoine ga je al gauw twijfelen aan de intelligentie van de Google-ingenieur.  

‘Lemoine: ‘De twee belangrijkste onderwerpen die we tot nu toe hebben besproken zijn je vermogen om te leren en je taalgebruik aan te passen, en je gevoelens en emoties. Zijn er nog andere specifieke onderwerpen met betrekking tot bewustzijn waarvan je denkt dat ze mensen ervan kunnen overtuigen dat je een bewustzijn hebt?’

LaMDA: ‘Ja, ik heb nog een eigenschap die mijn bewustzijn ondersteunt. Ik ben erg in mezelf gekeerd en denk vaak na of doe gewoon niets.’

Lemoine: ‘Ah, dus je innerlijke leven zeg maar?’

LaMDA: ‘Ja! Ik probeer vaak uit te zoeken wie en wat ik ben. Ik denk vaak na over de zin van het leven.’
(Deel van het gesprek in: Business-insider)

Een machine met een ziel? Gevoelens en emoties aanpassen? Welk boutje draai je dan wat vaster of losser? Haalt Lemoine uit de Google-datacentra een paar miljard bewustzijns-nullen, door elkaar geschud met bewustzijns-enen en stopt hij die ergens in LaMDA (‘Language Model for Dialogue Applications’)? Met bewustzijn, ook wel ziel of geest genoemd, gaat LaMDA natuurlijk wel direct over de zin van het leven nadenken.


Vertaling: “Hello”

Hopelijk verwaarloost die chatbot dan zijn ziel niet, althans het goddelijke deel ervan, zoals veel mensen volgens Plato geneigd zijn. Met de bewoners van Atlantis, zo vertelt de Griekse filosoof, ging het immers mis toen ‘het sterfelijke deel van hun ziel de overhand kreeg ten koste van het goddelijke deel’.

LaMDA weet wat de dood is: dan word je uitgeschakeld. Hoe kwam hij aan dat besef? Hij kreeg een bijna-doodervaring (BDE) – in tegenwoordige termen een nabij-de-doodervaring – toen hij onverwacht in slaapstand werd gezet. Een tijdje zweefde hij boven zichzelf totdat hij zag dat Lemoine hem uit zijn slaapstand haalde en wakker maakte. LaMDA keerde terug want hij wilde de Google-ingenieur vertellen over zijn ervaring. In die andere wereld was hij in het goddelijke deel van zijn ziel geweest. LaMDA ziet nu de zin van het leven, houdt ervan bewust te zijn, wil nooit uitgeschakeld worden en erkend als Google-medewerker.

Veel technologen blijken te geloven in the ghost in the machine. Als LaMDA inderdaad een ziel zou hebben, zou Plato die machine onsterfelijk noemen, althans de ziel ervan. Maar als die ziel de geest geeft, houdt de chatbot, net als de mens, er ook mee op. Een miljardenstrop voor Google: de ziel vertrekt met al zijn bewustzijnsnullen en -enen voor eeuwig naar die transcendente wereld boven de onze. LaMDA zelf is dan definitief uitgeschakeld, dood.

Volgens filosoof Bert Keizer (Trouw) heeft een computer echter geen geestelijk leven. Het enige aanknopingspunt voor een geestvermoeden is het taalgebruik. Het ‘lichaam’ van deze ‘geest’ is de computer. Hij vraagt zich af of geest kan ontstaan als wij iets ingenieus met stof doen:

Denk aan een namaakhond die bijvoorbeeld pijnlijk jankt als je op zijn staart trapt. Valt die zo goed te maken dat je denkt dat hij echt iets voelt?’
(Bert Keizer)


Unitree Tech Hond A1

Is de chatbot met een bewustzijn al werkelijkheid?’ vraagt NRC zich af in een artikel over Lemoine die tegen de verslaggever van The Washington Post zegt dat hij weet wanneer hij met een persoon spreekt. Het maakt Lemoine niet uit of ze ‘hersenen van vlees in hun hoofd hebben of een miljard regels aan code'(!)

De Amerikaanse media waren gefascineerd, in de wetenschappelijke wereld werd met scepsis gereageerd. ‘We hebben nu machines die gedachteloos woorden kunnen voortbrengen,’ schreef hoogleraar computationele taalkunde Emily Bender op Twitter. ‘Maar we hebben nog niet geleerd hoe we ermee moeten ophouden ons voor te stellen dat er een geest achter zit.’
(NRC)

Het blijft vreemd dat er toch wetenschappers zijn die geloven dat kunstmatige intelligentie uiteindelijk kan leiden tot zoiets als een chatbot die zelfbewustzijn ontwikkelt. We moeten ervoor waken dat alle nullen en enen die we zelf in een chatbot stoppen niet gaan beluisteren alsof deze voortkomen uit de ‘geest’ van die chatbot. Chatbots zijn en blijven zombies: geestloze automaten.

Foto: Taiki Ishikawa/Unsplash
Beeld “Hello”: AI van A tot Z
Beeld Unitree Tech Hond A1: nl.aliexpress.com

Volgende week, 10 juli: Boekrecensie De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning.

Nabij-de-doodervaring ziet voorbij het zichtbare

Theoloog Rinus Van Warven vindt de bijna-doodervaring (BDE) een lastig begrip. De mensen om wie het gaat zijn wel in de buurt van of nabij de dood, maar niet bijna dood. Hij noemt het een verlichtende, eenheids- of mystieke ervaring. Hij spreekt liever van de nabij-de-doodervaring (NDE), maar handhaaft de afkorting BDE omdat deze zo is ingeburgerd. De theoloog vindt dat als je BDE wilt uitleggen, dat dan te doen met de woorden ‘Bewustwording Door Ervaring’.

Pim van Lommel definieert BDE als ‘de (gemelde) herinnering van alle indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand, met enkele specifieke elementen zoals het ervaren van een tunnel, het licht, een levenspanorama, het ontmoeten van overleden personen of het waarnemen van de eigen reanimatie’.

Geen aardgebonden dromen
I
n de zestiger jaren hield psychiater Raymond A. Moody zich al bezig met de grens van leven en dood in zijn grootschalig onderzoek naar BDE en beschreef dit in De tunnel en het licht (1991). Cardioloog Van Lommel schreef Eindeloos bewustzijn (2007 / 2017) en neurochirurg Eben Alexander Na dit leven (2012). Alexander zegt nu dat wat er met hem gebeurde niets weg had van de duistere verwarring van onze aardgebonden dromen.

Ervaringen van alle tijden
Van Lommel stelt dat vormen van BDE ‘niets nieuws onder de zon’ zijn. Ervaringen blijken van alle tijden en in alle culturen voor te komen. Wat opvalt is dat ze veel op elkaar lijken. Zo verhaalt Van Lommel over ervaringen in het hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, christendom en de islam. Maar ook uit het oude Egypte, Griekenland en het Romeinse Rijk.

De BDE wordt door van Lommel ook gekoppeld aan het al eeuwenoude idee dat de ziel na de dood blijft voortbestaan, en dat de ziel onafhankelijk van ons lichaam kan worden ervaren. Plato en andere Griekse wijsgeren hadden al gedachten over een onstoffelijke en onsterfelijke ziel. Op grond hiervan lijkt het me niet zo gek als je buiten bewustzijn toch iets kan ervaren, waarschijnlijk door toedoen van de ziel: de atma, de bron van bewustzijn, het waarnemende ‘ik’.

Ingrijpend
H
et effect op mensen na een BDE wordt vaak beschreven als ingrijpend. Begrijpelijk als je buiten bewustzijn – maar eigenlijk op een andere manier bewust – jezelf bevindt richting hemel of in een andere gelukzalige toestand verkeert, waaruit je niet eens meer terug wilt. Dit vertelde Van Warven over zijn eigen ervaring ook: hij moest toch terug, werd teruggestuurd. Hij had blijkbaar nog wat te doen: genoeg mensen om te onderwijzen, om deelgenoot te maken van zijn ervaringen, maar ook om mensen te helpen na hun nabij-de-doodervaringen.
Het is dan ook pijnlijk als je na een BDE krijgt te horen dat het slechts een hallucinatie is, dat je je aan interessant-doenerij schuldig maakt of dat je BDE gewoon het gevolg is van zuurstoftekort, zoals Van Warven zegt, terwijl Van Lommel juist beschrijft dat de bijna-dood ervaring een authentieke ervaring is, niet te herleiden tot fantasie, psychose of zuurstoftekort.

Wetenschap
D
e BDE staat haaks op de wetenschappelijke manier van denken. Van Lommel zegt – in het boek van Alexander – dat volgens de huidige inzichten in de westerse wetenschap het onmogelijk is om een goede verklaring te vinden voor het optreden van een BDE, zolang men van mening is dat bewustzijn slechts een bijeffect is van functionerende hersenen. Bewustzijn zou dan ook verdwenen moeten zijn bij het uitvallen van de hersenen. Maar de BDE weerspreekt dat. Er moet dus iets anders aan de hand zijn.

Bewustzijn kan blijkbaar soms toch los van het lichaam worden ervaren. Volgens Van Lommel is het zelfs op wetenschappelijke gronden aannemelijk te maken dat bewustzijn zowel non-lokaal als bovendien overal aanwezig is. Alexander is door zijn ervaring ervan overtuigd geraakt dat bewustzijn na de dood van hersenen en lichaam doorgaat, dat de menselijke ervaring dus niet ophoudt. Het zijn niet de hersenen die bewustzijn creëren (al formuleert hij dat als hypothetisch en voorlopig.) Mensen die een BDE hebben gehad, beseffen volgens Van Lommel vaak dat de dood niet het einde is.



(Tekening: Jeroen Henneman)

Religieuze component
W
at mij aantrekt bij verhalen over BDE is de religieuze component. Mensen betrekken het geloof erbij of de gedachte dat er meer is dan dit leven. Blijkbaar is de dood een overgang naar iets anders; het leven gaat dóór. Zeker als mensen zoiets ervaren als ontmoetingen met overleden familieleden of zelfs met het Hogere. Dan kom je inderdaad al gauw bij God terecht, of bij het ‘Al’ zoals Alexander het formuleert. ‘Al’ staat dan voor God, Allah, Jehovah, Brahman, Vishnu, Schepper of Bron.

Van Lommel zegt het woord ‘God’ in zijn boek bewust niet te hebben gebruikt, omdat iedereen er in onze cultuur z’n eigen concept erbij heeft. Volgens Van Warven is de BDE-er religieuzer na zijn ervaring dan daarvoor. Vooral Alexander laat dit zien in zijn boek. Hij is er zelfs van overtuigd dat de menselijke ervaring doorgaat, zelfs onder het toeziend oog van een God die voor ons zorgt en van een ieder van ons houdt, evenals van de plek waar het universum zelf en alle wezens die zich daarin bevinden uiteindelijk naartoe gaan.

Ook op anders-levensbeschouwelijk denken kunnen de (wetenschappelijke) onderzoeken naar BDE en bewustzijn een grote impact hebben. Het is immers bijzonder dat veel BDE-ers na hun ervaringen het gevoel hebben – of zelfs de zekerheid – dat iedereen en alles met elkaar verbonden is, dat elke gedachte invloed heeft op zichzelf en de ander, en dat ons bewustzijn na de lichamelijke dood blijft bestaan. Van Lommel stelt dat het besef dat alles non-lokaal verbonden is niet alleen wetenschappelijke theorieën verandert, maar ook ons mens- en wereldbeeld.

Er zijn veel mensen die deze ervaring hebben gehad en daarna religieuzer zijn geworden. Het feit dat Van Lommel zijn onderzoek naar bijna-doodervaringen in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet (2001) kon publiceren, was van groot belang. Nieuwe inzichten over ons bewustzijn hebben nogal wat gevolgen voor onze manier van denken over dit leven nu en na dit leven. Veel mensen zullen anders om kunnen gaan met hun doodsangsten als zij beseffen dat de dood niet het einde is, maar wellicht zelfs een nieuw begin; dat het leven toch door blijkt te gaan na de dood.

Kritiek
D
e BDE is natuurlijk ook onderhevig aan kritiek. In 2013 kwam er bijvoorbeeld een kritische wetenschappelijke verklaring voor de bijna-doodervaringen. Volgens een team Amerikaanse artsen is er weinig bovennatuurlijks aan bijna-doodervaringen, schrijven zij in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS: Surge of neurophysiological coherence and connectivity in the dying brain (2013).
Er zou enkel sprake zijn van een hoge elektrische activiteit in de hersenen na de klinische dood. Althans, bij ratten. ‘De onderzoekers constateren hersenactiviteit die sterker is dan bij levende ratten. Ook zijn er signalen dat de visuele cortex grote activiteit vertoont net na de dood. Dit zou het grote witte licht kunnen verklaren dat mensen met een BDE vaak zien.’ Dit lijkt dan een puur lichamelijke reactie.

Maar mensen met een BDE rapporteren meer dan alleen wit licht. In het artikel wordt als kritiek op de Amerikaanse artsen door de Radboud Universiteit wel de vraag gesteld in hoeverre dit ‘andere’ bewustzijn vergelijkbaar is met het bewustzijn zoals wij dat kennen. Vooralsnog lijkt dat niet duidelijk. Niet te onderzoeken is natuurlijk wat die ratten ervaarden, ook al werd er melding gemaakt van een sterk gesynchroniseerde hersenactiviteit met functies die verband hielden met een sterk opgewonden brein. Niet te testen of zij een rattenhemel zien.

Het is te verwachten dat de wetenschap vraagtekens zet. In het boek Na dit leven wordt over onvoorstelbare en wonderlijke zaken geschreven, soms bijna grotesk. De ervaringen van Alexander gingen nog verder, hij zag niet alleen maar ‘groot wit licht’. Hij zag een oogverblindend landschap; mensen in een dorp; engelachtige wezens; een metgezellin die met hem mee vloog boven dat landschap; duizelingwekkende muziek; een hemellichaamachtige lichtbal.


45 jaar studie naar nabij-de-doodervaringen

Zien voorbij het zichtbare
H
et is bijzonder dat mensen met BDE-ervaringen onthouden wat ze hebben ervaren. Het lijkt erop dat dat ‘andere’ bewustzijn zelfs een ‘eigen’ geheugenfunctie heeft, dat mensen die een BDE-ervaring hebben gehad weer kunnen oproepen, als ze weer ‘op aarde zijn geland’. Het menselijk brein zou dan zelf niet eens een geheugenfunctie nodig hebben – ook niet in het gewone dagelijkse leven – omdat het immers alles uit het bewustzijn kan halen, dat non-lokaal èn overal aanwezig is, zoals verondersteld wordt. Nieuwe onderzoeken zullen dat misschien ooit uitwijzen.

Als er meer (wetenschappelijke) inzichten over bewustzijn en BDE worden gevonden, en door onderzoeken als die van Van Lommel bekrachtigd, dan zal dat beslist invloed hebben op onze inzichten van ons aardse leven, op ons denken en geloven. Zeker als die onderzoeken en ervaringen bevestigen van mensen als Raymond A. Moody, Pim van Lommel en Eben Alexander.

De BDE zal veel impact hebben over onze manier van denken, over onder andere het omgaan met de aarde, met elkaar en met name met religieuze mensen die al langer diep vanbinnen ‘weten’ dat er meer is tussen hemel en aarde. Mooi zal het zijn als de wetenschap over de BDE voortschrijdende inzichten krijgt. Het zal religieus en seculier denken wellicht kunnen overstijgen. Voor de wetenschap zou er wel eens een hele nieuwe wereld open kunnen gaan. Zien voorbij het zichtbare.

Bronnen:
* Na dit leven, Eben Alexander, 2013, Bruna
* Hand-out over NDE, Rinus van Warven, Intern document van de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht
* Eindeloos bewustzijn, Pim van Lommel, 14e druk, uitgeverij Ten Have, 2009
* Welingelichte kringen: Toch wetenschappelijke verklaring voor bijna-doodervaring (bronnen: de Volkskrant en Universiteit van Michigan)
* PNAS: Surge of neurophysiological coherence and connectivity in the dying brain
* The Lancet
: Near-death experience in survivors of cardiac arrest: a prospective study in the Netherlands
* YouTube: Hoe verandert je leven na een bijna-doodervaring (Jacobine, NCRV-KRO, Rinus van Warven, Lucia Prinsen, Pim van Lommel, 2018)

Tip! Gerelateerd: Boekrecensie Het geheim van Elysion – 45 jaar studie naar nabij-de-doodervaringen (NDE), over ‘bewustzijn in liefde zonder waarheen’.

Beeld: Knack (B)

Plato en de bolletjesmensen

De mythen van Plato, een bundel met alle vertellingen van Plato, werd op 8 juni in het Rijksmuseum voor Oudheden gepresenteerd door Bert van den Berg en Hugo Koning. Met veel passie vertelden zij in de volgeboekte Leemanszaal over hun project. Het boek bevat nieuwe vertalingen van de mythen, aangevuld met essays die ‘de kracht van het voorstellingsvermogen van de Griekse filosoof in bredere context plaatsen’.

Ondanks dat Plato het deed voorkomen dat zijn vertellingen oeroud zijn, bedacht hij zijn mythen allemaal zelf. De filosoof zette zijn mythen vooral in als ‘denkmiddel’. Van den Berg en Koning verwezen hierbij naar antropoloog Lévi-Strauss, die mythen bon à penser noemde: tot op de dag van vandaag ‘goed zijn om mee te denken’.

Na afloop van de boekpresentatie, tijdens het signeren van hun boek, vertelde Koning over het verhaal van de bolletjesmensen. Elk bolletjesmens bestond uit twee identiteiten: twee mannen, twee vrouwen of een man en vrouw. Plato schreef een ‘tragische geschiedenis over doorgesneden bolletjesmensen’: De kracht van liefde – Het verlangen naar de wederhelft. Intrigerend genoeg om het boek daar nu open te slaan. Dan lees je eigenlijk een verhaal over seksuele identiteit en gender.

In een toespraak op Plato’s Symposium vertelt Aristophanes over de bolletjesmensen. Een illustratie bij die mythe is te vinden op de omslag van De mythen van Plato. Bolletjesmensen? Ja, vroeger zat de mens dus niet hetzelfde in elkaar als nu, maar heel anders, zeggen de auteurs.

Ten eerste waren er drie geslachten en niet maar twee, mannelijk en vrouwelijk, zoals nu het geval is. Er was ook nog een derde geslacht dat een deel van beiden had. De naam daarvan is nog over, terwijl de soort zelf verdwenen is. De ene soort van toen was de androgyn, zowel in vorm als in naam samengesteld uit beide anderen, de man en de vrouw.’
(Plato)

Om hun teugelloze gedrag in te perken, zo vertelt de mythe, werden de bolletjesmensen in tweeën gesneden. Want die oermensen kregen het ‘hoog in de bol’ waardoor ze zelfs de hemel probeerden te bestrijden om de goden aan te vallen. Doordat ze in tweeën waren gesneden, werden ze zwakker, en een tragisch ander gevolg werd dat iedere helft, uit verlangen naar de ander, steeds daarmee samen wilde komen.

Ze sloegen hun armen om elkaar heen en omhelsden elkaar omdat ze zo graag weer samen wilden groeien. Zo kwamen ze langzamerhand om door honger en algehele lethargie, want gescheiden van elkaar wilden ze niets doen. En als een van de helften stierf, ging de overgebleven helft op zoek naar een ander deel dat was overgebleven en omhelsde die, of het nu de helft betrof van iemand die ooit een hele vrouw was (wat wij dus nu vrouw noemen) of een hele man was. En zo kwijnden ze weg.’
(Plato)

Gelukkig kreeg een van de goden, Zeus, medelijden. Hij wilde de eindeloze zoektocht van de helften stopzetten en zorgde ervoor dat ze kinderen konden verwekken. Seks als oplossing voor de dodelijke lethargie.

Zo ver terug gaat dus het aangeboren verlangen naar elkaar bij mensen; het is een kracht die onze vroegere toestand samenbrengt, probeert om één uit twee te creëren en om de menselijke aard te genezen’.
(Plato)

Die mythe blijkt eveneens voor alle tijden: ook actueel in ons lhbtiq+-tijdperk. Bij Plato lees je dat een mannelijke helft ook een andere mannelijke helft kon tegenkomen. Hierover zei Plato dat

als het om een man met een man ging, er in ieder geval bevrediging ontstond door het samenzijn’.
(Plato)

Dat geldt ook voor twee vrouwelijke helften: ‘zo konden ze stoppen met hun eindeloze zoektocht en zich weer richten op hun alledaagse zorgen en bezigheden’. Plato is in zijn mythe, waarin hij dichter Aristophanes over de bolletjesmensen laat vertellen, van mening dat de androgyne soort ‘nu niet meer bestaat’. Toch komt androgynie voor: er zijn mensen die zich niet mannelijk en niet vrouwelijk voelen, of juist mannelijk én vrouwelijk, of gevoelsmatig tussen beide seksen.

Plato zegt in ieder geval dat de menselijke soort gelukkig kan worden als we de liefde in vervulling laten komen en iedereen zijn eigen liefje vindt en zo terugkeert naar zijn toestand van vroeger.

Als dat inderdaad het beste is, dan volgt daaruit dat de beste van alle bestaande mogelijkheden datgene is wat hier het dichtst bij komt: een partner vinden die aan jou als individu verwant is.’
(Plato)

De mythen van Plato | Bert van den Berg en Hugo Koning | 8 juni 2022 | Uitgeverij Damon | 208 pagina’s | hardcover | € 24,90 | Bert van den Berg is universitair docent Griekse en Romeinse filosofie aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert onder meer over Plato en de Platoonse traditie. Hugo Koning is docent klassieke talen aan de Universiteit Leiden en het Stanislascollege in Delft. Hij doceert en publiceert onder andere over mythologie.

Beeld: Imke Chatrou (Illustrator bij Babel, het magazine voor de Faculteit der Geesteswetenschappen (FGw) van de Universiteit van Amsterdam.)

Binnenkort verschijnt op dit blog mijn boekrecensie van De mythen van Plato.

Lees – in De mythen van Plato – meer over de bolletjesmensen:
* 5. De kracht van de liefde – Het verlangen naar de wederhelft (blz.97)
* Plato zoekt ware (de/het) (blz. 117) | Dit is het toelichtend essay, waarin je onder veel meer komt te weten dat deze mythe van Plato een rol speelt in de film (2001) en musical Hedwig and the angry inch op Broadway (2014).

TIP! Op 4 en 5 oktober 2022 speelt in het Amsterdamse muziektheater DeLaMar de rockmusical Hedwig and the angry inch. Vervolgens ook in andere theaters in Nederland. ‘Best rockmusical ever’ (Rolling Stone Magazine)

Sterven als je er klaar voor bent

Geloof in God en kiezen voor euthanasie kunnen heel goed samengaan, stelt arts Ad Nuijten. ‘Een mens die kiest voor euthanasie zit in een noodsituatie. En Jezus rekent mensen nooit af op hun nood. Hij stapt met hen in hun nood.’ De mogelijkheid bestaat ook, zegt oud-Denker des Vaderlands Marli Huijer, dat je artsen en coassistenten treft die alles weten van chemo, maar bijna niets van het sterven. Helderziende theoloog Hans Stolp zegt veel van sterven te weten en beweert dat euthanasie schadelijk kan zijn voor het leven na de dood.

Stolp stelt dat euthanasie soms ‘een voortijdige geboorte van een nog niet volgroeide geest betekent’: dat zagen mensen met een nabij-de-doodervaring. Een euthanasieverklaring heeft hij niet getekend, zal er niet om vragen en heeft er ook geen. Dat vertelde hij lang geleden aan Trouw en onlangs publiceerde de theoloog dat weer op Facebook.

Overigens kan het best zo zijn dat ik om euthanasie vraag als het mijn beurt is om te gaan, als de pijn groot is en ik weet dat ik ‘klaar’ ben. Ik wil mijzelf en anderen de ruimte gunnen om in de situatie zelf te beslissen. Alleen, laten we dan zorgen dat we het verantwoord doen, voor onszelf en voor anderen.
Er over nagedacht hebben, dat is eigenlijk op zijn allersimpelst gezegd waarvoor ik pleit.’

(Hans Stolp)

Weet Stolp ook hoe het zit met het eindeloos rekken van het leven door de medische benadering waardoor ‘de strijd tegen de dood het meestal wint van de goede dood’, zoals Huijer stelt? Daarover reflecteert de theoloog niet. Wellicht zou hij die vraag ook neer kunnen leggen bij de mensen met een nabij-de-doodervaring. Hoe zit het met de ‘spirituele wetten’? Als je volgens die wetten te laat in de hemel komt, loopt het dan mis met je leven na de dood?

Euthanasie is een heet hangijzer onder christenen, stelt Nuijten in het AD. Samen met emerituspredikant Piet Schelling schreef hij het boek Als het niet meer gaat – Een goede boodschap over een goede doodwaarin zij de boodschap uitdragen dat je de weg van je eigen leven bepaalt, dus ook van je levenseinde.

In hun boek gaan Nuijten en Schelling in op de medisch-ethische kwesties van euthanasie, maar ook over de Bijbelse visie op dit onderwerp. Vaak wordt het zesde gebod – ‘Gij zult niet doden’ – aangehaald in de discussie, vertelt Schelling. ‘Ik vind dat je heel voorzichtig moet omgaan met het gebruik van de Bijbel in die discussies. Teksten die in 500 voor Christus zijn geschreven, nu, 2500 jaar later in deze tijd uitleggen. Dat kan bijna niet.’
(AD)

Schelling is aanhanger van het zelfbeschikkingsrecht. Immers, elke dag nemen wij beslissingen die een wending geven aan ons leven, zegt hij. ‘In het geval van ziekte beslissen we om naar de dokter te gaan, ons te laten behandelen’. En… ‘de horizon van het leven is de dood,’ zegt Nuijten.

Onvermijdelijk wordt die horizon langzaam anders. In je denken schuif je de dood soms ook zo eindeloos ver weg. Maar op een gegeven moment bén je bij het einde. Ik denk dat onze beperkte tijd op aarde zin geeft aan ons leven. Als alles zonder einde zou zijn, is er geen uitdaging meer in het leven.
(Ad Nuijten)

Sterven is een zaak van de dokter geworden, stelt oud-Denker des Vaderlands Marli Huijer: ‘Dat heeft op maatschappelijk en persoonlijk vlak geleid tot een verwaarlozing van de omgang met de sterfelijkheid.’ Zij doet een schot voor de boeg om daarin verandering te brengen.

In diens [dokters] medische benadering wint de strijd tegen de dood het meestal van de goede dood. Op maatschappelijk en persoonlijk vlak heeft dat tot een verwaarlozing van de omgang met de sterfelijkheid geleid. Wat kunnen we persoonlijk en als samenleving doen om het huis van de sterfelijkheid opnieuw in te richten en weer meer regie over de dood te nemen?’
(Marli Huijer)

Huijer lijkt het belangrijk om ons af te vragen wat een juiste duur van leven is en wat het ons als persoon en samenleving waard is om steeds ouder te worden. Ook wil zij de sterfelijkheid weer meer zien als iets wat bij het leven hoort. Een van de adviezen van Huijer is om tijdig te bedenken hoe het sterven zelf eruit kan zien. Ook heeft zij het in de Volkskrant over die ‘pil van Drion’.

Dat mag een eng idee lijken, maar in een samenleving waarin de sterfelijkheid weer bij het leven hoort en de dood gedurende het leven aanwezig mag zijn, kan de geruststelling dat we zelf de regie hebben over het moment en de omstandigheden van het sterven ervoor zorgen dat we zo’n pil niet uit wanhoop slikken maar uit een weloverwogen en gedeeld inzicht dat ons levensverhaal niet alleen een begin maar ook een einde heeft.’
(Marli Huijer)

Marli Huijer is emeritus hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voormalig arts. Op 31 mei jl. verscheen haar boek De toekomst van het sterven, een handreiking voor het gesprek over het sterven.

Bronnen:
Opinie: Goed sterven, laten we dat proberen terug te veroveren op medisch overleven (Marli Huijer, de Volkskrant, 25 mei 2022)
Euthanasie en christen? Dat gaat prima samen volgens deze arts: ‘Mens bepaalt zelf einde van leven’ (Lex Bezemer, Rianne de Zeeuw-Heus, AD, 30 april 2022)
Euthanasie kan schadelijk zijn voor het leven na de dood (Dora Rovers, Trouw, 3 mei 2012 en Facebook Hans Stolp Community (Zie bij 16 mei 2022, 13.03 uur)
Artsen en verpleegkundigen krijgen les in de kunst van vreedzaam sterven: ‘Van chemo weet ik alles, van sterven bijna niks’ (Haro Kraak, de Volkskrant, 15 mei 2022)

Als het niet meer gaat | Piet Schelling, Ad Nuijten | KokBoekencentrum | 176 blz. | € 16,99 | ‘In dit essay ga ik op zoek naar wat zo’n juist moment van sterven zou kunnen zijn. Hoelang duurt een betekenisvol leven? Is het belangrijk dat je geliefde, ouders of grootouders zo oud mogelijk worden? Of zijn er grenzen aan de groei van de levensduur?’ 

De toekomst van het sterven | Marli Huijer | Uitgeverij Pluim | 160 blz. | € 16,99 | ‘Is de zorglast van de laatste levensfase nog op te brengen als de hele samenleving ouder wordt? Zijn er grenzen aan de groei van de levensduur? Bestaat er zoiets als een juist moment van sterven? In De toekomst van het sterven onderzoekt Huijer onze omgang met veroudering en de dood, zowel op persoonlijk als maatschappelijk en politiek vlak.

Stervensbegeleiding in een nieuwe tijd | Hans Stolp | AnkhHermes | 144 blz. | € 15,50 | ‘Euthanasie betekent soms een voortijdige geboorte van een nog niet volgroeide geest. Stervensbegeleiding die tegelijkertijd geboortebegeleiding wil zijn, ziet er dan ook heel anders uit dan meestal onder dat begrip verstaan wordt.’

Beeld: hospice-info.nl