Plato en de idee van onsterfelijkheid

Op nr 5 van de top 9 van meest gelezen blogs sinds zomer 2025: Plato, een van de grootste filosofen van de Oudheid, geboren in Athene, zei ooit, lang voordat het christendom bestond: ‘De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.’ Dat klinkt religieus, maar de idee van onsterfelijkheid is oorspronkelijk niet nieuwtestamentisch, maar platonisch.

‘Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie,
mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen,
oorlogen en ander geweld’

De ware werkelijkheid
Plato is bekend door zijn Ideeënleer, waarvan hij zei: ‘Het zijn geen ideeën in de zin van gedachten, maar ze vormen als de essenties van de waargenomen dingen de ware werkelijkheid. (…) De Ideeën liggen vast en zijn onveranderlijk.’
De Ideeënleer leert dat in een metafysische – alleen voor het denken toegankelijke wereld – oervormen van de concrete, in de alledaagse werkelijkheid waar te nemen dingen, bestaan. Ideeën bestaan voor Plato (427 – 347 v. Chr.) eeuwig en zijn onveranderlijk. Bijvoorbeeld er zijn vele cirkels, de mens kan ze in alle grootten tekenen, maar ze zijn slechts een afgeleide van de Idee van de perfecte cirkel die in de Ideeënwereld bestaat.

Ziel belangrijk
De ziel is hierbij belangrijk want daarmee wordt de mens in staat gesteld de Ideeën te kennen. Onze wereld op aarde leren we alleen via onze zintuigen – beperkt – kennen. De wereld lijkt weinig op de Ideeën. Ideeën leren we pas echt kennen via de dood. Daarom, zegt Plato, moeten we leren sterven: de weg tot geluk.


Plato op zijn academie (de ‘eerste universiteit van Europa’)

Academie van Plato
In de Phaedo heeft Plato de onsterfelijkheid van de ziel geprobeerd te bewijzen, en stelt dat de ziel zich verplaatst van lichaam naar lichaam in een proces van zielsverhuizing (wedergeboorte.) ‘De mens is voor Plato het wezen tussen de geestelijke wereld en de waarneembare lichamelijke wereld. Pas door het aanbrengen van scheiding tussen lichaam en ziel bereikt de mens zijn eigenlijke bestemming. Daarom moet er voor Plato een voortbestaan van de ziel na haar scheiding van het lichaam zijn.’

Het religieuze bij Plato wordt bevestigd door het feit dat de Academie van Plato (de ‘eerste universiteit van Europa’) die hij oprichtte, een cultusgemeenschap was, en een religieuze gemeenschap werd genoemd.

‘Bovenal gerechtigheid’
Het christendom spreekt niet van wedergeboorte, maar wel over de onsterfelijke ziel; christenen geloven in een eeuwig leven voor hun ziel. Al gaat die religie nog verder door te stellen dat ook het lichaam eeuwig leeft, c.q. verrijst.
In tegenstelling tot Plato: bij hem is het verstandige deel van de ziel onsterfelijk. Hij gaat ervan uit dat de ziel gevangen is in het lichaam en daardoor beperkt wordt. Pas door de dood wordt de ziel bevrijd uit het lichaam en kan zij het goddelijke (de Ideeën) aanschouwen.

Hierover schrijft Plato in De Staat, waarin de Ideeën een hiërarchie vormen, met als hoogste de Idee van het Goede. Zijn Ideeënleer heeft het dus niet alleen over het materiële, over katten, bomen of tafels, maar ook over deugden, zoals het Goede. Want ook deugden bestaan absoluut en objectief bij Plato. Ook noemde hij deugden als dapperheid, bezonnenheid en ‘bovenal gerechtigheid’.

Het goddelijke
Mensen brengen de Idee van het Goede later in verband met een monotheïstische God. Plato heeft het daar niet over, maar wel over het goddelijke. Plato ‘gelooft’ in een leven na dit leven (wedergeboorte), noemt de Ideeën goddelijk, en hiermee nadert zijn filosofie het religieuze denken. Hij onderscheidt twee niveaus van werkelijkheid: het Ideële en het zichtbare.

Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken
die we bij religies vinden’

Allegorie van de grot
Dit betekent dat de oervormen waarvan de mens op aarde uiteenlopende vormen ziet, in de Ideeënwereld perfect zijn en daardoor goddelijk. Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken die we bij religies vinden.
Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie, mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen, oorlogen en ander geweld. In een Ideeënwereld, bedoeld als Plato, kan geen lijden bestaan. In de Ideeënwereld is immers perfectie.

In Plato’s Allegorie van de grot komt de Ideeënwereld weer terug. De ene wereld is de waarneembare werkelijkheid in de grot, en buiten is de andere wereld, de werkelijkheid van de Ideeën. In de grot zitten mensen gevangen, geketend en kunnen alleen recht voor zich uit kijken naar schaduwbeelden die, gevormd door het licht van vuur, voor hun ogen geprojecteerd worden. Dat is hun waarneembare wereld. Ook horen ze slechts echo’s van de werkelijke geluiden die achter hen zijn. Als ze later naar buiten worden gebracht komen ze in aanraking met de werkelijke wereld van de Ideeën.


La condition humaine, Magritte, 1949
‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap’

Levensdoel
In onze wereld bevinden wij ons eigenlijk in de grot. De Ideeënwereld leren we pas kennen door kennis op te doen. Kennis, gezocht door onze ziel en wat onze ziel ook najaagt. Dat is een net zo moeilijke weg te gaan als die van de gevangenen naar buiten. Die kennis ligt niet in de waarneembare wereld, in de dingen die we zien. Voor die kennis hebben we onze ziel nodig. Maar onze ziel moet eerst gereinigd worden, zegt Plato: ‘De mens moet door streven naar morele rechtschapenheid de weg van reiniging van zijn ziel inslaan.’

Onze ziel ligt in de Ideeënwereld. Daar kunnen we niet zomaar komen, maar een intelligent mens zou wel zijn situatie kunnen begrijpen en zich – zoals Plato stelt – als levensdoel stellen in die Ideeënwereld te komen. Maar zoals gezegd, dan moet eerst de ziel gereinigd worden, zich van het lichaam bevrijden. Dat kan door te sterven. Maar in de tijd ervoor moeten we het met de filosofie doen en door kennis een zo goed mogelijk, deugdzaam leven leiden. Die filosofie bestaat uit aandacht voor de Ideeën, zo leert Plato. Daar moeten we beginnen.

Bronnen: O.a. Trefpunt Plato, Klaus Held, 1992, Olympia | Een nieuwe geschiedenis van de filosofie, Jan Bor, 2011

Beeld: Plato’s Cave – Willem BoronskiVolgens Plato’s allegorie van de grot kunnen we leven in een wereld der mensen waarbinnen ruimte en tijd dient te worden gelijkgesteld aan het leven in een grot. Het licht van het vuur dat de schaduwen veroorzaakt en de echo’s van de stemmen van de mensen aan de andere kant van de muur, kunnen als de tijdelijke varianten van de entiteiten – de blauwdrukken – worden gezien. Voor Boronski staat dit gelijk aan de dagelijks stroom nieuwsbeelden en andere geluiden uit de media en sociale media. Deze beelden en geluiden creëren een schijnwerkelijkheid waar we met elkaar in verkeren…’ (Willem Boronski, artist painter)

Tekening: Plato op zijn academie, getekend naar een schilderij door de Zweedse kunstschilder Carl Johan Wahlbom (runeberg.org)

La condition humaine, Magritte, 1949: ‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap. Toont het schilderij het landschap buiten? Of confronteert het ons veeleer met de ruïne van onze fantasieën aangaande een wereld buiten de grot, c.q. het ‘einde van de grote verhalen’? In dat geval houdt het schilderij ons een eigensoortige waarheid voor, namelijk dat de werkelijkheid uit een spiegelpaleis van verbeeldingen bestaat.’ (Open Universiteit, locus.ou.nl – ‘Plato’s allegorie van de grot en de herinterpretatie daarvan in de moderne en hedendaagse beeldende kunst’ – Elisabeth den Hartog)
Update 08 12 2024 (Lay-out); juli 2025 (Lay-out, Magritte) – (Uit de top 10 van meest gelezen blogs sinds publicatie in 2018) 2 augustus 2026: nr 5 van de top 9 van meest gelezen blogs sinds zomer 2025)

Zomerstop 1 juli – 6 september

Van Onrust en Onvrede naar Hoop en Vertrouwen

Tijdens de Zomerstop verschijnen op de zondagen de top 9 van meest gelezen blogs sinds de zomerstop van vorig jaar. Relifilosofie telt af van 9 naar 1 van 5 juli 2026 tot 30 augustus. Op 6 september vervolgt Relifilosofie weer zijn eigen ritme.

‘When you do things from your soul, you feel a river moving in you, a joy’
(Rumi)

De zomer zal vaker tropisch toeslaan, gemoederen raken verhit en hebben bluswater nodig dat ook al schaars wordt. Gas en stroom worden onberekenbaar, net als de politiek die soms nog minder visie blijkt te hebben dan olifantfan Mark Rutte.


De uitzicht beperkende olifant van het kabinet Rutte (2019)

Kreten van autocraten
De wereld is meer en meer onrustig door wat de machthebbers allemaal op mensen afvuren. Mensen de wereldwijd vredig willen leven, samen willen werken, liefde willen delen. Zij worden gedwarsboomd door rauwe kreten van vele narcistische autocraten die in hun hoofd slechts op EEN ding uit zijn: geld.

Mammon
Mammon werd door Jezus gezien als een kwade kracht waar je slaaf van kunt worden. Mammon is de afgod van dictators. Ook ‘gewone’ mensen vervallen in denken in dollartekens en raken mammonverslaafd.
De meest bizarre argumenten worden door de autocraten met behulp van de afgod naar voren gehaald om het volk wijs te maken dat gevaarlijke religies de macht overnemen, of dat andersgeaarde mensen niet op deze wereld horen te leven, of dat emigranten de landen zullen overstromen, en de vele andere leugens die dictators verzinnen om mensen tot slaaf te maken.


Masnavi, een van de beroemde boeken van Rumi

Decadentie
De ironie is dat machthebbers zelf decadent in overweelde leven, ontaarder zijn dan onderdanen die ze in eigen land of in andere landen als decadent veroordelen, verguizen en vermoorden.

Hoop en vertrouwen
Hoopvol en vol vertrouwen blijft Relifilosofie de gedachte delen dat een kentering dat wantij zal keren. Blader ook zelf terug op deze website, die al sinds 2011 mooie mensen het woord geeft, die wijs nadenken over hoe de wereld de goede kant uit kan gaan.


Evolutietuin – Botanische tuinen Universiteit Utrecht

Licht en liefde
Lees terug al die filosofen, mystici, economen, theologen, politicologen en vele andere verlichte mensen die blijven geloven, hopen en vertrouwen op licht en liefde. Het is meer dan teruglezen, het is terugblikken in de toekomst.💕

Foto’s: Relifilosofie
Beeld De uitzicht beperkende olifant van het kabinet Rutte (2019): Vakcentrale voor Professionals (VCP)
Beeld Masnavi, een van de beroemde boeken van Rumi: Iran Doostan Tours, 2024

Over het Iraanse regime en het toezicht van de Ulema

Oproep tot regimeverandering in strijd met de islam?Auteur van Islam, politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru, heeft zich meermaals uitgesproken over alle recente ontwikkelingen in Iran. Eén van de perspectieven van Kuru is dat niet de islam voor allerlei problemen zorgt, maar dat de oorzaak onder meer ligt bij de opstelling van de wereldlijke autoritaire en de Ulema (religieuze leiders).
– door gastblogger Rudi Holzhauer,
vertaler van Islam en artikel Regimeverandering gewenst

‘Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?’
(Ahmet T. Kuru)

Regimeverandering gewenst
– door Ahmet T. Kuru

De Amerikaans-Israëlische alliantie zet haar aanvallen op Iran voort, in strijd met het internationaal recht. Deze interventie is in tegenstelling tot de invasie van Irak in 2003 niet gepresenteerd als een democratiseringsproject. Weinig moeite hebben de daders om hun imperiale doelstellingen of de leidende rol van Israël in de campagne te verbergen. Toch heeft deze interventie een belangrijk doel gemeen: regimeverandering.

Van de Iraanse diaspora in Noord-Amerika en Europa hebben enkele leden de aanval gesteund in de verwachting dat het regime zou instorten. Tegen het regime blijft de haat niet beperkt tot de diaspora. Begin 2026 namen miljoenen Iraniërs deel aan landelijke demonstraties. Deze protesten werden echter door het regime onderdrukt met ongekend geweld. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 7.000 tot 37.000, terwijl het aantal gewonden mogelijk in de honderdduizenden loopt.

Een aanzienlijk deel van de samenleving heeft zich tegen de islam gekeerd. Daardoor onderscheidt het Iraanse regime zich van veel andere autoritaire systemen. Uit enquêtes die onder moeilijke omstandigheden zijn gehouden, blijkt dat ongeveer de helft van de Iraanse bevolking de islam heeft verlaten als gevolg van politieke wrok jegens het regime. Wat vormt dan de kern van een regime dat een aanzienlijk deel van zijn bevolking tot verzet heeft gedreven?

De erfenis van Khomeini
Het Iraanse regime is gebaseerd op het concept van velayat-e faqih, een decennium voor de revolutie geformuleerd door Ruhollah Khomeini, leider van de revolutie van 1979. Later is dit concept in de grondwet opgenomen. Te vertalen als: ‘Het voogdijschap van de rechtsgeleerde’ of ‘De instelling van het voogdijschap van islamitische geleerden (Ulema)’ over het politieke systeem.

De Opperste Leider staat boven de president, het parlement en de rechterlijke macht. Ook fungeert hij als de hoogste autoriteit in militaire aangelegenheden. Dit semi-theocratische bestuurssysteem, gebaseerd op het voogdijschap van de Ulema, berust op de simplistische logica van het islamisme: zijn wij moslims? Ja. Moeten wij dan worden geregeerd door de islamitische wet, dat wil zeggen de sharia? Ja. Wie begrijpt de sharia het beste? De Ulema. Moeten de Ulema dan niet regeren?


Politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru

Na de revolutie werden enkele vooraanstaande Ulema die deze redenering betwistten, door Khomeini met geweld het zwijgen opgelegd. Zijn interpretatie van de sharia was rigide en letterlijk. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat zelfs de profeet Mohammed en imam Ali – die door sjiieten als de eerste imam wordt beschouwd – de religieuze voorschriften niet aan veranderende omstandigheden konden aanpassen.
In een van zijn opgenomen toespraken illustreerde Khomeini dit punt met het voorbeeld van overspel: ‘Volgens de sharia is de straf voor overspel honderd zweepslagen. Als de profeet Mohammed of imam Ali vandaag de dag nog zouden leven, zouden zij dan een andere straf opleggen? Zou de profeet honderdvijftig zweepslagen opleggen?’

Hoewel islamisten in andere landen soortgelijke argumenten hebben aangevoerd, zijn er maar heel weinig in geslaagd een semi-theocratisch regime zoals dat van Khomeini tot stand te brengen. Dit kwam doordat Khomeini zowel gebruik maakte van de brede coalitie van oppositiekrachten tegen de sjah, als profiteerde van het bestaan van een machtige geestelijkheid en de leer van de Mahdi in het Twelver Shi’i-doctrine.  
Volgens de dominante Twelver Shi’i-doctrine in Iran is de Twaalfde Imam, Mohammed al-Mahdi, in de tiende eeuw door God aan het oog onttrokken (maar nog steeds in leven) en zal hij aan het einde der tijden weer verschijnen. Zijn terugkeer wordt verwacht als de basis voor een volledig rechtvaardige en legitieme regering. Khomeini versmolt het gezag van de Ulema in zaken van de sharia met het geloof in de Mahdi, met het argument dat de Ulema in zijn naam politiek gezag moesten uitoefenen tot zijn terugkeer.

Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?

De alliantie tussen de Ulema en de staat
Om aan te tonen dat de islam onverenigbaar is met democratie, beweren islamisten (omwille van hun politieke projecten) en islamofoben tegenwoordig, dat de islam de scheiding van religie en staat inherent afwijst. Islam weerlegt deze bewering door middel van een historische analyse.

Islam laat zien dat er tussen de achtste en elfde eeuw een relatieve scheiding bestond tussen de Ulema en de heersende klasse in de islamitische wereld. Van de 3900 godsdienstgeleerden, in biografische bronnen uit deze periode genoemd, ontving slechts 9% een salaris van de staat via officiële functies zoals die van rechter, terwijl 91% zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzag.

In de vroege periode van de islamitische geschiedenis gaven de Ulema er in principe de voorkeur aan geen salaris van heersers te aanvaarden. Zij beschouwden nauwe banden met de staat als corrumperend en als een risico op medeplichtigheid aan onderdrukking. Daarom gaven de meeste vroege Ulema er de voorkeur aan hun brood te verdienen met handel. De stichters van de vier grote soennitische rechtsscholen en prominente sjiitische figuren zoals Ja’far al-Sadiq waren onafhankelijke geleerden die geen staatsfuncties aanvaardden.
Deze geleerden betaalden de prijs omdat ze niet wilden buigen voor de eisen van de heersers. Imam Malik werd onderworpen aan lijfstraffen, Imam Shafi’i geketend en Ibn Hanbal in de gevangenis geslagen. De laatste ontsnapte ternauwernood aan de doodstraf.
 
De ervaringen van Abu Hanifa zijn het bekendste voorbeeld van de heersende mentaliteit in die tijd. Abu Hanifa wees het aanbod van een rechtersambt van de Abbasidische kalief Mansur af, omdat hij zichzelf ongeschikt achtte voor die functie. De kalief antwoordde: “Je liegt, jij bent de meest gekwalificeerde.” Abu Hanifa antwoordde: “Een leugenaar kan geen rechter zijn.” Uiteindelijk werd hij gevangengezet en vergiftigd.


De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw

Deze 13e-eeuwse Arabische manuscript-illustratie geeft de bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw weer. Een bijeenkomst van geleerden met tulbanden staan voor rijen zorgvuldig opgestelde boeken, en in een serieus literair en juridisch debat verwikkeld zijn.

Het kunstwerk, Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri, werd in 1237 n.Chr. gemaakt door de meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier, en bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

Geen Hadith maar een Sassanidisch spreekwoord
Er is geen expliciete verwijzing naar de nauwe band tussen religie en staat in de Koran of de Hadiths. Daarom hebben degenen die na de elfde eeuw pleitten voor de broederschap van religie en staat, het aforisme (in feite een Sassanidisch spreekwoord) aangehaald alsof het een Hadith was: ‘Religie en het koninklijk gezag zijn tweelingen. Religie is het fundament, en het koninklijk gezag is de bewaker ervan. Wat geen fundament heeft, stort in; wat geen bewaker heeft, gaat ten onder’.

Kortom, de alliantie tussen de Ulema en de staat was noch een essentieel onderdeel van de islam, noch een fundamenteel kenmerk van de vroege islamitische geschiedenis. Integendeel, deze alliantie werd gevormd tijdens de Seltsjoekse periode in de elfde eeuw. Later is ze geïnstitutionaliseerd en wijdverspreid tijdens de Ayyubidische, Mamelukse, Ottomaanse en Safavidische periodes. Islam geeft er een uitvoerige analyse van.

In de twintigste eeuw hebben islamisten de alliantie tussen de Ulema en de staat van een pragmatische regeling tot een meer ideologisch project verheven. In Egypte Hasan al-Banna, de stichter van de Moslimbroederschap, en later: Sayyid Qutb. In Pakistan Mawdudi, de stichter van Jamaat-e-Islami. In Iran Khomeini. Zij ontwikkelden meer totalitaire ideologieën, gebaseerd op de middeleeuwse alliantie tussen de Ulema en de staat, maar verder reikten door de islam te definiëren als zowel religie als staat.

Van seculier naar islamistisch
Als gevolg daarvan maakte de seculiere politieke stroming, tussen 1920 en 1980 in de meeste delen van de islamitische wereld invloedrijk, geleidelijk plaats voor islamistische bewegingen. Iran, dat samen met Turkije in de jaren twintig het voortouw had genomen bij seculiere hervormingen, is na de revolutie van 1979 een van de belangrijkste centra van het wereldwijde islamisme.

Deze beweging nam in verschillende landen verschillende institutionele vormen aan. Als voogdijschap van de Ulema in Iran. Als alliantie tussen de wahhabitische geestelijkheid en de Saoedische monarchie in Saoedi-Arabië. Als instelling van shariarechtbanken door militaire regimes in Pakistan en Soedan. Als de alliantie tussen de Ulema van Al-Azhar en het militaire regime in Egypte en als alliantie tussen de Ulema en gekozen politici in Maleisië.

Als het islamistische regime in Iran ten val komt, zullen de gevolgen zich tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekken, waardoor Iran opnieuw in het middelpunt komt te staan van een ingrijpende transformatie in de moslimwereld.
De ineenstorting van het bewind van de Ulema zou dan niet alleen het einde betekenen van het meest ambitieuze islamistische experiment van de moderne tijd, maar ook de verzwakking van de allianties tussen de Ulema en de staat in de gehele moslimwereld, en de mogelijke opkomst van een nieuwe seculiere politieke stroming.


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld
vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Bronnen:
* Iran’s regime: The guardianship of the Ulema, by Ahmet T. Kuru, The Montréal Review, June 2026 – in bewerkte vertaling door gastblogger Rudi Holzhauer – eindredactie: Relifilosofie
* Islam: Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld – vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer
* ‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God (Relifilosofie) – Boekrecensie door gastblogger Rudi Holzhauer – Een van de bronnen waarnaar dat boek verwijst, is: Islam, Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld | Ahmet T. Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Beeld: Reismeisje (Iran – 29 09 2013 – 8 uur ’s morgens)
Foto Ahmet T. Kuru: SDSU San Diego State UniversityCollege of Art and Letters
Beeld De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw: Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri. 1237 n.Chr. Gemaakt door meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier. Bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

‘Vrouwen, jullie zijn haar alles verschuldigd!’

Het denken van filosoof Simone de Beauvoir vormt nog altijd de basis van vele vrijheden die vrouwen vandaag de dag genieten. Parijs 1986: Op de begrafenis van De Beauvoir scandeerden talloze vrouwen in Montparnasse bovenstaande uitroep van filosoof Élisabeth Badinter. Al in 1949 schreef Simone De tweede sekse, haar ‘feministische bijbel’, over ‘de situatie van de vrouw’. Volgens De Beauvoir zette de maatschappij de vrouw systematisch op de tweede plaats.

‘On ne naît pas femme, on le devient’ – ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het’
(Uit: Nederlandse vertaling van De tweede sekse)

Vrouw op de tweede plaats
De tweede sekse verscheen 75 jaar geleden. Toch duurde het tot de tweede feministische golf, die begon in de jaren zestig, voordat er sprake was van een vrouwenbeweging die het boek omarmde: de piek van de verkoop was in de jaren zeventig. De Beauvoir bleek haar tijd ver vooruit. En anno nu zitten vrouwen – én mannen – nog steeds vast in rolpatronen.

‘De tweede sekse gaat inmiddels al een paar generaties mee als hart onder de riem van lezers met een hekel aan opvattingen waarin de mensheid wordt verdeeld in mannetjes- en vrouwtjesdieren.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)


Oud-zijn geen universele ervaring
Eind jaren zestig ‘stortte Simone de Beauvoir (1908-1986) zich op het thema ouderdom’. Ouderen, stelt de filosoof, worden in de samenleving vaak als ‘overbodig’ gezien: “Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is”.
Visionair De Beauvoir publiceerde op haar 62e De ouderdom, dat vandaag geschreven zou kunnen zijn. Hierin komt zij niet alleen op voor vrouwen, maar voor alle ouderen.

‘Aan de hand van getuigenissen en literatuur analyseert De Beauvoir de ouderdom: hoe de verhouding tot tijd verandert als je ouder wordt, hoe het lichaam aftakelt en vooral hoe de maatschappij met ouderdom omgaat.
Ouderdom hoeft niet altijd iets te zijn om te vrezen, concludeert De Beauvoir. Net als vrouw-zijn is oud-zijn geen universele ervaring; het is voor iedereen anders. Maar we moeten wel als samenleving waardig met ouderen omgaan.’
(Filosofie Magazine, Ouderdom maakt niet overbodig)

Meisjes op schoot en stoere jongetjes
Niet alleen de vrouw moet bevrijd worden, dat geldt net zo goed voor de man, zegt filosoof en journalist Alexandra Van Ditmars in haar artikel Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekseis. Kleine jongetjes moeten stoer doen, kleine meisjes mogen altijd op schoot, en getroost worden.

‘Van de man wordt verwacht dat hij zich altijd ‘mannelijk, evenwichtig en superieur’ gedraagt, wat net zo goed beknellend is. ‘Men zou de man bevrijden door de vrouwen vrij te maken,’ schrijft De Beauvoir. ‘Maar dat is nu juist datgene waar hij zo’n angst voor heeft. Hij houdt hardnekkig vast aan de mystificaties die zijn bedoeld om de vrouw in haar ketenen te houden.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)

‘Se vouloir libre’
Om gelijkheid tussen man en vrouw te bewerkstelligen, stelt De Beauvoir, moeten beiden de tweeslachtigheid van de menselijke conditie beleven: de man moet inzien dat hij ook lichaam is, en de vrouw moet inzien dat ze ook bewustzijn is.

‘De vrouw hoeft niet in het door mannen bedachte patroon te blijven hangen, en de man ook niet, maar we komen er nooit helemaal vanaf. Deze houding noemt De Beauvoir se ­vouloir libre: zich vrij willen. Door vrijheid te willen voor zichzelf, en daarmee ook voor de ander, worden liefde en vriendschap tussen man en vrouw mogelijk, al zullen die telkens opnieuw heroverd moeten worden.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)


Simone de Beauvoir, Sylvie Le Bon en Jean-Paul Sartre in Rome (1950)

De ouderdom | Simone de Beauvoir | 434 blz. | 2014 Erven J. Bijleveld | Boekwinkeltjes: € 30,00
‘Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is. Op die manier doen we geen recht aan wat het betekent om mens te zijn’.

De tweede sekse | Simone de Beauvoir | Bijleveld Utrecht | Boekwinkeltjes: € 20,00
Boom Filosofie:‘Sinds het verschijnen geldt De tweede sekse als een mijlpaal in het denken over mens en samenleving, en als een werk dat de man-vrouw verhouding diepgaand heeft beïnvloed. Dit is een van die zeldzame geschriften die het aanzien van onze tijd daadwerkelijk veranderden. De tweede sekse is een boek dat tot de geestelijke bagage van eenieder – vrouw of man, jong of oud – dient te behoren’.


Bronnen:
* Filosofie Magazine
Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is (Journalist Alexandra van Ditmars)
* Filosofie Magazine Ouderdom maakt niet overbodig in: Simone de Beauvoir leefde voor de vrijheid. Haar grootste ideeën op een rij (Ira Pronk:’ Na lang niet serieus genomen te zijn, is ze nu erkend als groot filosoof’.)
* Beeld Simone de Beauvoir in 1983: Cironneau/AP/SIPA/Journal des Femmes 2021
* Foto Piazza Navona, Rome, 1950: Simone de Beauvoir, Sylvie Le Bon en Jean-Paul Sartre op het terras van Domiziano (Seuil / Jazz / Gamma Presse Images / HH / De Groene Amsterdammer, 2015.
* Beeld Wij zijn niet als vrouw geboren: Filosofie Magazine, Anna Bay
* Een eersteklas dossier over dé filosoof van de tweede sekse: Filosofie Magazine nr 5, mei 2026 – ‘Volgens existentialist Simone de Beauvoir worden vrouwen niet als vrouw geboren, is filosofie altijd arrogant en heeft elk mens de taak om te kiezen wie die wil zijn’.