Koninkrijk van God is in u, maar niet in de NBV21

Op de vraag van de farizeeën wanneer het Koninkrijk van God zal komen, antwoordt Jezus volgens de Herziene Statenvertaling: ‘Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.’ Die uitspraak van Jezus is tegen het zere been van sommige theologen. Toch zegt Jezus ook in het Thomasevangelie dat het Koninkrijk van God binnen in jullie is. In de BasisBijbel staat ook: het Koninkrijk van God is binnenín jullie.’ Susan Smit en Jan Rot herinneren zich waarschijnlijk uit een van deze drie boeken hun citaat: ‘Het koninkrijk van God is in u’. Dat is dus geen spookcitaat, zoals vertaler Cor Hoogerwerf beweert.

Lucas 17 vers 20-21: ‘Toen de farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: ‘Kijk, hier is het!’ of: ‘Daar is het!’ Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’
(NBV21)

Entos
Sommige theologen stellen dat het Griekse woord entos dat in sommige Bijbels vertaald wordt met ‘binnen uw bereik’, ook vertaald kan worden als ‘binnen in u’. Wie er dan beslist tot ‘binnen uw bereik’ in plaats van ‘binnen in u’ blijkt helaas afhankelijk van de toevallige theologen en de tijdgeest. Totaal twaalfduizend correcties en wijzigingen zijn er in de NBV21 te vinden. Sommige commentaren spreken van een vertaling die ‘prekerig, platgeslagen, niet meer poëtisch, en zielloos’ is.

Ziel
Het tienkoppig team van vertalers lijkt de ziel niet echt aantrekkelijk meer te vinden. Die lijkt wel weggerationaliseerd door de brede (wetenschappelijke) basis voor vertaalkeuzes. Ettelijke malen is de Bijbel vertaald en telkens worden er wijzigingen aangebracht.
Voortschrijdend inzicht kan er wellicht ooit toe leiden dat over zeventien jaar de ‘NBV38’ weer zal spreken van het Koninkrijk van God dat in u is. Nieuwe inzichten zijn immers binnen het bereik van de mens gekomen via onder meer de Nag Hammadi-geschriften. Luther schreef trouwens ook al: ‘Das reich Gottes ist inwendig in euch’ (in de oorspronkelijke Luther-vertaling).

Nag Hammadi
In Het Evangelie van Thomas, dat opdook in 1945 in de Nag Hammadi-geschriften, is de rol die aan Jezus wordt toegekend geheel anders dan die van de kerkelijke overlevering. Onder wetenschappers bestaat volgens cultuurfilosoof en Bram Moerland de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat.

Logion 3: ‘Jezus heeft gezegd: Indien zij die u leiden u zeggen: ziet, het Rijk is in de hemel, dan zullen de vogels van de hemel u vóór zijn; indien zij u zeggen: ziet, het is in de zee, dan zullen de vissen u vóór zijn. Maar het Rijk, het is het binnenste en het is het buitenste van u. Wanneer gij uzelf zult kennen dan zult gij gekend zijn en zult gij weten dat gijzelf de zonen van de levende Vader zijt. Maar indien gij uzelf niet kent, dan zijt gij in armoede en gijzelf zijt armoede.’
(Uit: Het evangelie van Thomas)

Jezus-woorden
De ‘oer-Thomas’, aldus Moerland, zou zijn opgetekend zo’n tien jaar na de dood van Jezus. Het zijn de geheime woorden die Jezus de Levende gesproken heeft, opgeschreven door Didymus Judas Thomas. Deze gegroepeerde ‘Jezus-woorden’ behoren volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg tot de oudste tradities van het christendom.

Zielloos
In de oude Bijbel kan je lezen: ‘Wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won maar schade leed aan zijn ziel?’ Echter in de NBV21 staat nogal prozaïsch: ‘Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven?’ Martine Oldhoff, die onlangs cum laude promoveerde op een zoektocht naar de ziel, vindt dat terecht wat platgeslagen, zielloos. Ook in de ‘Bijbel in gewone taal’ komt de ziel in de Psalmen nauwelijks meer voor, zegt Oldhoff. ‘Dat is wel een gemis, hoor.’

De vertalers van de NBV21 houden duidelijk niet van poëzie. In het Nederlands Dagblad zegt theoloog en schrijver Ad van Nieuwpoort dat zij te veel willen uitleggen. Volgens het bijbelblog van de PThU waren de vertalers bang dat vleugel begrepen zou worden als piano(!):

Zo zegt Boaz in Ruth 2 vers 12 dat zij onder Gods vleugels is komen schuilen. Verderop, in hoofdstuk 3 vers 9, staat er nu: ‘laat mij bij u schuilen’, want de vertalers vinden het te moeilijk als Ruth zegt ’Spreid uw vleugel over mij uit’. Dat vind ik echt onbegrijpelijk. Datzelfde woord ‘vleugel’ stáát er in het Hebreeuws gewoon. Dat is poëzie! In het dagelijks leven gebruikt iedereen zulke metaforen. Nee, ook deze editie is een prekerige vertaling. Dat vind ik niet wenselijk.’
(Ad van Nieuwpoort)

Beeld: Cover NBV21 (detail)

Cartoon: (Deel uit strip Anton Dingeman van Pieter Geenen, Trouw – 23 november 2021)

Populairste astrologie-app Co-Star is zowaar jungiaans

Een relatief grote groep mensen uit Europa en Amerika gelooft dat er waarheid schuilt in astrologie, zegt Kocku von Stuckrad, hoogleraar Religiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. De afname van geloof in geïnstitutionaliseerde vormen van religie zou deels een verklaring kunnen zijn voor de populariteit van astrologie, denkt Annemarie Foppen, godsdienstpsycholoog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Moderne astrologie springt in het gat dat religie achterlaat in de samenleving. ‘Wat waar is, is niet meer belangrijk in een tijd waarin overal een vraagteken achter staat. De vraag is: wat past bij mij?’ Foppen stelt dat eerdere generaties natuurlijk ook te maken hadden met secularisatie, maar die waren vaak geworteld in de kerk.

Veel millennials zijn opgegroeid zonder in hun jeugd veel mee te krijgen van kerk of religie. Ik heb daarom het idee dat er minder een taboe rust op allerlei vormen van spiritualiteit, waaronder astrologie.’

Co-Star is de populairste astrologie-app van dit moment. Het begin van een verklaring voor die recente populariteit zou volgens Arjan van der Linden (De Nieuwe Koers) kunnen liggen in technische innovaties die astrologie toegankelijker hebben gemaakt.

Co-Star onderscheidt zich vooral omdat het meer is dan een horoscoop-app. Het is ook een sociaal netwerk, dat de mogelijkheid biedt de eigenschappen die je volgens je geboortehoroscoop hebt, te vergelijken met die van vrienden die de app ook hebben geïnstalleerd. En, ook niet onbelangrijk, met die van potentiële liefdespartners. Co-Star maakt op basis van de sterrenbeelden van beide personen inzichtelijk welke karaktereigenschappen matchen en waarschuwt voor de kanten van beide persoonlijkheden die volgens de sterren juist weleens zouden kunnen botsen.’

Co-Star is een vorm van astrologie die op de jungiaanse astrologie lijkt, zegt Carolina Ivanescu, godsdienstsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam: een manier van denken die vandaag de dag heel populair is binnen de mainstream astrologie.

De vorm van astrologie die apps als Co-star aanbieden, met veel focus op karaktereigenschappen en persoonlijkheidskenmerken, heeft veel weg van een astrologische beweging uit de twintigste eeuw: de jungiaanse astrologie.’

Van der Linden zegt dat de jungiaanse astrologie in de twintigste eeuw ontstond en geïnspireerd is door het werk van Carl Jung, de grondlegger van de analytische psychologie.

Jung geloofde in het bestaan van twaalf archetypische persoonlijkheden die in ons collectieve onderbewustzijn ‘wonen’. Het bestuderen van deze typen zou helpen om mensen en hun drijfveren beter te begrijpen. Astrologen begonnen rond het begin van de twintigste eeuw met het toepassen van inzichten uit Jungs analytische psychologie op de astrologie. Ze verzetten zich tegen het idee dat alles van tevoren vastligt, een idee dat tot dan toe gangbaar was binnen de astrologie. Astrologie kan juist mensen helpen zichzelf te leren kennen en zo betere keuzes te maken, was de gedachte.’

Volgens Banu Guler, mede-oprichter van de op NASA-data gebaseerde Co-Star app, is het een manier om in contact te komen met vrienden en over verschillen te praten die cultuur, gender of klasse overstijgen. 

Ik denk dat mensen in de basis een behoefte hebben om onderdeel te zijn van iets groters dan henzelf. Met het afnemen van religie is er een geloofsvacuüm ontstaan: we gaan van ons werk, naar een bar, naar een restaurant, naar huis en naar Netflix, zonder enige betekenis te voelen. Onze hele wereld is hyper-uitgedacht en rationeel. Astrologie is een weg om daar uit te komen, een manier om jezelf in de context te plaatsen van duizenden jaren geschiedenis en het universum.’
(Banu in i-D, Lianne Kersten)

Het staat geschreven in de sterren (De Nieuwe Koers – of via Blendle)

Co-Star

Beeld: Oleg Gamulinskiy (Pixabay)

Van Tomáš Halík moet een christen soms atheïst zijn

In Theater voor engelen spreekt Tomáš Halík niet alleen overtuigde christenen aan, maar ook atheïsten en mensen die op zoek zijn naar zingeving. Een theologisch-filosofisch boek van Halík, dat dinsdag verscheen, over de zoektocht naar en de ontmoeting met God. Hierin nodigt hij ons uit het geloof als een levensexperiment op te vatten en de openheid van onze geest in te zetten. ‘Ik heb er vaak naar verlangd uit de cirkel van mijn eigen lotsbestemming te breken en de wereld ook met de ogen van anderen te zien, op een of andere manier deel te krijgen aan hun ervaringen.’

‘Als jongetje werd ik me ervan bewust dat het perspectief van waaruit ik de wereld om me heen waarneem uniek en niet-uitwisselbaar is. Wat ik op dit ogenblik waarneem, vanaf de plaats waarop ik sta, en wat ik daarbij ervaar en wat ik denk, wordt door niemand anders gezien, gevoeld of gedacht. Ieder van ons heeft dus een eigen wereld, hoe dicht we fysiek, emotioneel of ideologisch ook bij elkaar staan.’
(Tomáš Halík in: Theater voor engelen)

Volgens theoloog, filosoof en socioloog Tomáš Halík zoekt God de mens vaak op in de stilte en in het verborgene, zonder dat iemand het zelf merkt. De auteur wijdt onder meer een hoofdstuk aan de vraag of je zonder geloof kunt leven, en bespreekt in een volgend hoofdstuk zijn gedachte dat een christen soms een atheïst moet zijn. Hij laat zien dat ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ tegenwoordig om tal van redenen meer gemeen hebben dan ooit tevoren. Deze situatie is voor beide partijen en ook voor onze gemeenschappelijke wereld een kans waarvan het een zonde zou zijn als we die niet zouden zien en gebruiken.

Dat doe ik niet uit een of ander goedkoop ‘irenisme’, want dat zou een verlangen naar ‘verzoening’ tegen elke prijs betekenen, zelfs tegen de prijs van het verkwanselen van je eigen identiteit, van ontrouw aan tradities. Dat zou betekenen dat we naïef en tegelijkertijd arrogant de verschillen negeren.’
(Uit: Theater voor engelen)

Halík huivert bij de arrogantie van het geloof dat de stem van de kritische rede negeert, net als bij de arrogantie van de seculiere rede die de geestelijke en morele roeping van het geloof veracht.

Deze beide waanideeën en eenzijdigheden hebben zich van elkaar losgemaakt en vallen elkaar nu aan en provoceren elkaar, waarbij ze niet zien hoe angstaanjagend veel ze op elkaar lijken. Juist daarin zie ik het werkelijk acute gevaar voor onze wereld. Paus Johannes Paulus II waarschuwde herhaaldelijk voor het gevaar van geloof zonder denken en denken zonder geloof.’
(Uit: Theater voor engelen)

Gelovigen en ongelovigen hebben volgens Halík dus veel meer gemeen dan de meesten van ons denken. Hij bedoelt dat niet als eindpunt om elkaar dan vervolgens de hand te reiken en ongestoord naast elkaar verder te leven. Integendeel.

We moeten juist wederzijds elkaars rust verstoren! Als ik van de vooronderstelling uitga dat zowel geloof als ongeloof een deel van de waarheid bezitten, dan wil ik me niet tevredenstellen met de goedkope postmoderne slogan ‘Iedereen zijn eigen waarheid’. Als mij de ‘waarheid van het ongeloof ’ interesseert, is het mij er niet om te doen dat neerbuigend te ‘erkennen’, maar om door het doordenken en door-lijden van het ongeloof mijn geloof te kunnen verrijken.’
(Uit: Theater voor engelen)

Schrijver Arnon Grunberg lijkt Halík wel te kennen en experimenteerde eind september met het opzetten van een eigen (tijdelijke) geloofscommune. Hij hield dat levensexperiment op een eilandje in de Vinkeveense plassen. Op de vraag of religie zonder god bestaat is zijn antwoord dat hij steeds meer geneigd is om te denken van wel: het humanisme heeft zich ontwikkeld tot een christendom zonder Jezus. 

Religie heeft lange tijd voorzien in zingevende behoeften van mensen. In onze geseculariseerde maatschappij zijn die behoeftes niet verdwenen, integendeel. Zingeving die niet-gelovige mensen in hun leven zoeken wordt onterecht als niet-religieus herkend, terwijl het dat wel ten dele is.’

Bestaande verlangens naar religie worden over het hoofd gezien. Mensen hebben behoefte aan rituelen om op terug te vallen in tijden van feest en nood. Daar gaat dit experiment over. Ik denk dat het bijdraagt aan een debat over waar we heen moeten met de vragen die vroeger binnen een geloofsgemeenschap werden beantwoord. Op die manier kan de samenleving hier wat aan hebben.’
(Grunberg)

Theater voor engelen – Het leven als religieus experiment | Tomáš Halík | Kokboekencentrum | ISBN: 9789043536431 | Pagina’s: 224 | Publicatiedatum: 9-11-2021 | € 22,50

Arnon Grunberg is op zoek naar een religie zonder God (via Trouw, of Blendle of Topics)

Het toneelstuk van het leven leidt naar het mysterie van God (De Nieuwe Koers, Tjerk de Reus ook via
Blendle)

In De theologie podcast gaan Elsbeth Gruteke en Mark de Jager in gesprek met Erik Borgman over de inhoud en de betekenis van het nieuwe boek van Halík.
 
Beeld: Cover Theater voor engelen (detail)

De gunstige effecten van spirituele psychotherapie

Sinds Sigmund Freud religie een kleine honderd jaar geleden als ‘collectieve waan’ bestempelde, bleven artsen en wetenschappers ver weg van het spirituele. ‘Of God onze mentale gezondheidscrisis kan oplossen – dat valt nog te bezien. Maar de kansen die spiritualiteit biedt voor klinisch gunstige effecten, en de vraag van patiënten naar spirituele behandeling, zijn alvast goede redenen om erin te geloven.’ – Dit zegt David Rosmarin, klinisch psycholoog en universitair hoofddocent aan Harvard Medical School, in zijn artikel Waarom de psychiatrie Gods hulp nodig heeft, in Psyche & Brein.

In de psychiatrie is spiritualiteit lange tijd aan de kant geschoven. Toch kan aandacht voor spiritualiteit een wezenlijk verschil maken voor psychiatrische patiënten. Dat blijkt uit een experiment (‘SPIRIT’) aan het Mclean Hospital, een psychiatrisch ziekenhuis in Massachusetts.
Volgens Rosmarin verging in de VS één groep het afgelopen jaar mentaal beter dan tevoren: zij die ten minste een keer per week (virtueel of fysiek) een religieuze dienst bijwoonden.

Van hen beschreef 46 procent zijn mentale gezondheid als ‘uitstekend’, tegenover 42 procent een jaar eerder. Voormalig Congreslid Patrick Kennedy en journalist Stephen Fried schreven het al in hun boek A Common Struggle: de twee meest ondergewaardeerde behandelingen voor mentale aandoeningen zijn liefde en geloof.’

De psycholoog stelt dat omdat gezondheidszorgprofessionals alledaags spiritueel gedrag en ervaringen ten onrechte loskoppelen van wetenschap en klinische praktijk we blind blijven voor mogelijke spirituele oplossingen. Terwijl onderzoekers een verband hebben aangetoond tussen geloof en de dikte van de hersenschors, die mogelijk beschermt tegen depressie.

Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat geloven in God samenhangt met betere resultaten bij de behandeling van acuut psychiatrische patiënten. Uiteraard kun je patiënten een geloof in God niet voorschrijven. Maar patiënten die lijden, zouden in elk geval de mogelijkheid moeten krijgen om spiritualiteit in hun behandeling op te nemen.’

Door zijn onderzoek weet de psycholoog dat veel seculiere personen toch ergens in geloven. Daarom peilt hij bij al zijn patiënten hun spiritualiteit. Een patiënt vertrouwde hem toe dat ze wel in God geloofde, en dat ze bovendien geloofde dat ze op de wereld was gezet met een specifiek doel. Hij wijdde drie sessies aan die denkbeelden, en in die korte tijd vond de patiënt opnieuw meer hoop dat ze de moeilijkheden in haar leven kon overwinnen. Haar symptomen van depressie namen af.

Spirituele zorg heeft trouwens niet alleen een gunstig effect op gelovigen. Het merendeel van de patiënten die uit vrije wil de behandeling ‘SPIRIT’ volgden, had geen religieuze overtuiging. Blijkbaar gaan veel niet-gelovigen toch op zoek naar spiritualiteit, vooral in tijden van nood. Opmerkelijk is dat uit het SPIRIT-experiment bleek dat patiënten beter reageren op de behandeling wanneer die wordt gegeven door clinici zonder religieuze gezindheid…

Seculiere behandelaars zouden dus betere resultaten kunnen behalen met een spirituele interventie. Dat was een verrassende bevinding, maar het is goed nieuws, want psychiaters zijn als groep het minst religieus van alle artsen.’

Zie: Waarom de psychiatrie Gods hulp nodig heeft (Psyche & Brein, 28 oktober 2021 – Blendle)

Beeld: Gert Altmann – Pixabay