De spirituele levenskracht van Jane Goodall

Primatoloog Jane Goodall gelooft dat alle levende wezens een ‘vonk van goddelijke energie’ hebben die een ‘ziel’ zou kunnen worden genoemd, inclusief niet alleen het dierenleven maar ook het plantenleven: ‘Ze hebben een vonk van die goddelijke energie.’ In Evolution News & Science Today van het Discovery Institute’s Centre for Science & Culture, schrijft wiskundige en freelance schrijver Elisabeth Whately over haar: Jane Goodall Meets the God Hypothesis. ‘De grens tussen religie en wetenschap kan inderdaad ‘vervaagd’ zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt.’ Zaterdag 14 juni komt Goodall naar de Balie in Amsterdam.*

20 mei kondigde de Templeton Foundation Jane Goodall aan als haar Templeton Prize-laureaat voor 2021. De Foundation – opgericht ter ere van degenen die wetenschap gebruiken om de plaats en het doel van de mensheid in het universum te verkennen – noemt haar een ‘unieke figuur’ en een baanbrekende onderzoeker in de zoektocht naar een antwoord op ‘de grootste filosofische vraag van de mensheid: ‘Wat betekent het om mens als onderdeel te zijn van de natuurlijke wereld?’ Spirituele taal overspoelt Goodall’s spreken als ze de prijs in ontvangst neemt. 

Ze geeft toe dat de echt ‘diepe mysteries van het leven’ ‘voor altijd buiten de wetenschappelijke kennis liggen’. Ze onderstreept dit met een citaat uit de beroemde uitspraak van apostel Paulus op de hemel: ‘Nu zien we donker door een glas; dan van aangezicht tot aangezicht.’

Goodall’s spirituele instinct groeide terwijl ze haar baanbrekende onderzoek deed in de Tanzaniaanse bossen van Gombe. Ze vertelt Templeton dat ze zich hier ‘heel, heel dicht bij een grote spirituele kracht voelde’. Ze put opnieuw uit de brieven van Paulus om te verwijzen naar dat ‘waarin we leven en bewegen en ons bestaan ​​hebben’. 

De primatoloog ziet ook een doel in het ‘tapijt’ van de natuur: ‘Het belangrijkste onderdeel van het zijn in het regenwoud is het begrip van de onderlinge verbinding, hoe elke kleine soort een rol te spelen heeft.’ Als een soort uitsterven, is het alsof er een draad uit het tapijt is getrokken. Trek te veel draden uit, zegt ze, en het grootse ontwerp van het tapijt zal ontrafelen. ‘Magie’ is het woord dat in haar opkomt als ze de grootsheid van dit ontwerp probeert te beschrijven. Alleen spirituele taal is voldoende als ze naar het omringende bos kijkt:

Het is iets dat zo krachtig is en zoveel verder gaat dan wat zelfs het meest wetenschappelijke, briljante brein had kunnen creëren.’

Wetenschap kan niet alles verklaren, daar is Goodall van overtuigd. ‘We hebben een eindige geest,’ zegt ze tegen Religion News Service, ‘en het universum is oneindig. Als de wetenschap zegt: ‘We hebben het allemaal voor elkaar gekregen, dan is er de oerknal die het universum heeft geschapen.’ Welnu, wat heeft de oerknal veroorzaakt?’ 

Goodall gelooft dat verzoening tussen religie en wetenschap alleen kan worden bereikt door het materialisme te verwerpen. Ze is het met haar vriend Francis Collins eens dat ‘toevallige mutaties onmogelijk kunnen leiden tot de complexiteit van het leven op aarde’. Ze is blij dat wetenschappers ‘meer bereid’ worden om te praten over de mogelijkheid van een intelligent doel achter het universum.’

Goodall lijkt te neigen naar een soort pantheïstische ‘levenskracht’ die de wereld doordrenkt met ‘energie’. Eveneens kan gemakkelijk worden aangetoond hoe deze hypothese verbleekt in vergelijking met de verklarende kracht van het traditionele theïsme. 

En het theïsme verklaart niet alleen de structuur van het universum beter, het biedt ook een manier om de uitzonderlijke aard van de menselijke soort te funderen die we instinctief aanvoelen, ook al hebben briljante wetenschappers zoals Goodall zichzelf helaas geconditioneerd om het te verwerpen.’

Whately besluit haar artikel met de opmerking dat de grens tussen religie en wetenschap inderdaad ‘vervaagd’ kan zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt. 

En toch zijn er veel manieren om religieus te zijn. Er zijn veel manieren om te aanbidden. Goodall aanbidt zeker, op haar eigen manier. Ze zou je zelfs kunnen vertellen dat ze een ontwerpende kracht aanbidt. De vraag is, heeft het haar gemaakt naar haar beeld? Of heeft ze het in de hare gehaald?’

* Zaterdag 14 juni is Goodall in de Balie in Amsterdam, waar zij spreekt over onze samenleving en de planeet. Hoe zou de wereld eruit kunnen zien na de COVID-19-pandemie? Zal deze crisis een andere manier van omgaan met de aarde inluiden? Hoe kunnen we een sterkere inzet voor het herstel en het behoud van de planeet bevorderen?
De bijeenkomst is uitverkocht, maar een livestream is dan vrij toegankelijk.

Zie:
* Jane Goodall Meets the God Hypothesis (Evolution News)
* ‘Religion entered into me’: A talk with Jane Goodall, winner of the 2021 Templeton Prize (Religion News Service)

Foto:
news.janegoodall.org

‘Mens worden door zelf na te denken’

Zeven filosofen beantwoorden de vraag van journalist Joël De Ceulaer van De Morgen welke actuele lessen klassieke denkers ons kunnen bijbrengen. Dat levert een boeiende oogst op van allerlei inzichten: van politieke tot therapeutische. Met prachtige illustraties van Penelope Deltour. Over Søren Kierkegaard, Hannah Arendt, Spinoza, Epicurus, Simone Weil, Niccolò Machiavelli en Arthur Schopenhauer.

Karl Verstrynge: ‘Kierkegaard leert ons dat de overschatting van onszelf als mens gevaarlijk is.’

Søren Kierkegaard waarschuwt je niet aan je materiële bestaan te hechten. ‘Leven betekent dat je afstand doet van je gehechtheid aan het materiële bestaan en in feite leert te sterven’. Hij wilde de filosofie vanuit het concrete, specifieke leven van ieder individu laten vertrekken. Het leven zoals u en ik dat leven, elk op onze eigen manier. 

Alicja Gescinska zegt over Hannah Arendt: ‘Zij zou vandaag veel problemen hebben met de kampen buiten Europa waar wij vluchtelingen opvangen.’

Volgens Hannah Arendt is de politiek te belangrijk om aan politici over te laten. Zij zou de nieuwe ontwikkelingen op het vlak van politieke deliberatie en burgerparticipatie toejuichen. ‘We moeten met z’n allen in de publieke ruimte met elkaar in debat gaan.’ Volgens Arendt worden we pas mens als we voor onszelf nadenken en oordelen. Ze hield niet van de kuddementaliteit. We mogen geen radertje in het systeem zijn.

Herman De Dijn: ‘Voor Spinoza was de mens gewoon een product van de natuur. Niet uniek, niet speciaal, en niet het centrum van het universum.’

Volgens Spinoza leveren schuldgevoelens niets op. ‘Doe wel en zie niet om’. Miserie hoort erbij in het leven, daar moet je je bij neerleggen. Het is ook onmogelijk om met wetenschap en rede alles in het leven te beheersen, zegt deze filosoof. Politiek moeten we baseren op echt inzicht in de ander, niet op emotie.

Johan Braeckman: ‘Volgens Epicurus was je vrij om je leven zelf in te vullen. Met de zelfgekozen dood had hij geen probleem.’

Epicurus leert je met negatieve gevoelens om te gaan. ‘Door zelfredzaamheid na te streven, geen valse behoeftes na te jagen, je verlangens onder controle te houden’. Zowel de stoïcijnen als de epicuristen boden, zoals zelfhulpgoeroes dat nu doen, gemoedsrust aan. De filosofie van Epicurus is mede therapeutisch van aard: hij wilde mensen met angst en onzekerheid leren omgaan.

Willem Lemmens: ‘Het denken van Weil is het tegendeel van individualisme en de cultus van het ik.’

Simone Weil zou niet verbaasd zijn van de klimaatcrisis. ‘Ze was onder de indruk van wetenschap en techniek, maar wees er ook op dat het kapitalisme tot verspilling en blinde groei leidt’. Oorlog zag zij als een monster dat alle menselijkheid uit ons vreet, en dat zag ze bij beide partijen in een conflict.

Bart Vandenabeele: ‘Schopenhauer zag dat het niet mogelijk is om al onze verlangens te bevredigen.’ 

Arthur Schopenhauer zou het zorgpersoneel eindeloos bewonderen. ‘Zij geven het beste van zichzelf’. Hij zocht naar manieren om ons te verlossen uit illusies en van de onmogelijkheid om aan al onze verlangens te voldoen: door sereniteit na te streven, wat hij een ‘beter bewustzijn’ noemde. Die sereniteit herkende hij bijvoorbeeld in het gelaat van Jezus zoals dat op de schilderijen van Rafaël te zien is.

Tinneke Beeckman over Machiavelli: ‘Als je pech hebt, mag je je hoofd niet te veel laten hangen. Voor mij werkt zo’n denker opbeurend.’

Niccolò Machiavelli adviseert je je tegenstander niet te vernederen, omdat je daarvoor ooit de prijs betaalt. ‘Behandel de ander met respect’. Je moet over virtù beschikken, over deugd: dan neem je je vrijheid tot handelen ten volle op en wil je je inzetten voor het algemeen belang. Daar hangt het vanaf of je slechter of beter uit de crisis komt. Voor onze tijd is dat een inspirerende boodschap, die ons uitnodigt om het burgerschap te herdenken. 

Zie: Wat de oude filosofen ons vandaag nog kunnen leren (of via Topics)

Beeld: ‘De filosoof’ – Rembrandt – The Yorck Project (2002) 10.000 Meisterwerke der Malerei (DVD-ROM), distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.

Unieke toegang tot de geest van CG Jung

Onlangs verschenen The Black Books van psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung. Een reeks notitieboekjes met zwarte kaften, waarin Jung van 1913 tot 1932 schreef, zijn het resultaat van een zelfexperiment dat hij z’n ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een engagement met zijn fantasieën, die hij in kaart bracht. Jung betitelde ze als zijn ‘zwarte boeken’. Jung-expert Sonu Shamdasani spreekt over The Black Books op 30 mei tijdens een online symposium, georganiseerd door het Jungiaans Instituut, in samenwerking met de stuurgroep Jungiania, de C.G. Jung Vereniging Nederland – IVAP, en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het Rode Boek putte uit materiaal dat in The Black Books was opgenomen tot 1916, maar Jung bleef er decennia lang in schrijven. The Black Books werpen licht op de uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en relaties te belichamen. 
Prachtig gepresenteerd, met een onthullend essay van Sonu Shamdasani, en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden deze onmiskenbaar heilige boeken (Times Literary Supplement) een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van de analytische psychologie.’
(VU)

The Black Books (‘Notebooks of Transformation’), tot nu toe het belangrijkste ongepubliceerde werk van Jung, worden gepresenteerd in een prachtige, zevendelige dooscollectie met een essay van Shamdasani ― verlicht door een selectie van Jungs levendige visuele werken ― en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden The Black Books een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van analytische psychologie.

In 1913 startte C.G. Jung een uniek zelfexperiment dat hij zijn ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een verbintenis met zijn fantasieën in een wakende staat, die hij in kaart bracht in een reeks notitieboekjes die The Black Books worden genoemd . Deze intieme geschriften werpen licht op de verdere uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en persoonlijke relaties te belichamen. The Red Book putte uit materiaal opgenomen van 1913 tot 1916, maar Jung bewaarde de notitieboekjes nog vele decennia actief.’
(The Black Books)

Professor Sonu Shamdasani houdt op 30 mei een korte inleiding tot de fascinerende Black Books van Jung, ter gelegenheid van de recente publicatie van de boeken. Deze ‘intieme persoonlijke aantekeningen van Jung geven een verbluffend inzicht in zijn psyche en ontwikkeling, en zijn veel te lang verborgen gebleven voor het publieke oog’.

Sonu Shamdasani (geboren in 1962) is een in Londen gevestigde auteur, redacteur en professor aan het University College London. Zijn geschriften richten zich op Carl Gustav Jung (1875-1961) en beslaan de geschiedenis van de psychiatrie en psychologie vanaf het midden van de negentiende eeuw tot de huidige tijd. Shamdasani redigeerde voor de eerste publicatie ook een ander belangrijk werk van Jung: The Red Book, dat is gebaseerd op The Black Books.’ 
(VU)

In Het Rode Boek van Jung dat in 2019 verscheen, schreef Shamdasani een uitgebreide en heldere inleiding. Jung wordt hierin beslissend genoemd in het ontstaan van de moderne psychologie, psychotherapie en psychiatrie en een groot aantal internationale beroepsuitoefenaren in de analytische psychologie werken onder zijn naam.

De jaren, waarin ik de innerlijke voorstellingen volgde,
vormen de belangrijkste tijd van mijn leven,
waarin zich alles, wat wezenlijk was, voordeed.
Toen begon het en de latere details zijn slechts
aanvullingen en verduidelijkingen.
Mijn volledige latere werkzaamheden bestonden uit het bezig zijn
om dát verder uit te werken, wat in die jaren uit het onbewuste
was losgebroken en mij bijna had overspoeld.
Het was de oerstof voor een levenswerk.’

(C.G. Jung, 1957, in: Het Rode Boek)

The Black Books | C.G. Jung, Sonu Shamdasani | Taal: Engels | Hardcover | Slipcased Edition | oktober 2020 | 1648 pagina’s | Uitgever W W Norton & Co | € 232,99 | Vertaling Martin Liebscher, John Peck

Voor aanmelding Symposium zie:
Jungiaans InstituutZondag 30 mei 11 – 13 uur online (€ 10,-)

YOUTUBE: The Black Books by C.G. Jung

Beeld: Tree of Life door CG Jung (uit: The art of C.G. Jung)

Een rusteloze vrijdenker ontdekt een nieuwe wereld

Hoe Alister McGrath als rusteloze, vrijdenkende anarchist met de wetenschap als grote liefde, een onmodieuze maar heel vervullende, rationele en veerkrachtige visie op de wereld ontwikkelde, vertelt hij in zijn nieuwste boek Het raadsel van God. In zijn memoir schrijft een van ’s werelds toonaangevende autoriteiten op het gebied van wetenschap en religie over zijn onvermoede bekering door zijn verkenning van die onbekende, nieuwe wereld.  Oude vragen zet hij in een nieuw licht en beschrijft zijn leven op een eiland dat geloof heet. ‘Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen.’

Of we nu atheïst zijn of gelovig, vertelt hoogleraar historische theologie McGrath, we zullen allemaal moeten leren leven met onzekerheid over de opvattingen die voor ons cruciaal zijn, zoals het bestaan van God, de aard van het goede of de zin van het leven.

Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen. De schaduwen van donkerheid zijn levensgroot aanwezig in deze vertelling. En dat kan niet anders, juist omdat ze onderzoekt hoe we te midden van onzekerheid en twijfel authentiek en betekenisvol kunnen leven. Ik heb ontdekt dat het kan.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Alister McGrath (foto: University of Oxford) vertelt dat hij als tienjarige gebiologeerd werd door de ademloze pracht en uitgestrektheid van de sterrenhemel in vrieskoude Ierse winternachten. Hij bouwde toen een mini-telescoop om die schoonheid gedetailleerder te kunnen bekijken.

Toen hij klaar was, richtte ik hem op de hemel en tuurde door het kijkglaasje. Het leek alsof de tijd stilstond toen ik ineens de sterrenconcentraties van de Melkweg in beeld had. Het overweldigde me. Ik had op zijn minst een aantal seconden het gevoel dat ik balanceerde op de rand van iets; alsof ik op het strand stond en een glimp van verre verten opving. Dit was het moment waarop ik zeker wist dat ik de wetenschap in wilde. Ik wilde me verdiepen in en kennis opdoen over de enormiteit van de wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

McGrath constateerde ook dat zijn groeiende technische en feitelijke kennis van astronomie schromelijk achterbleef bij het gevoel van verwondering en ontzag dat hij ervoer tijdens het observeren van de plechtige onbeweeglijkheid van de verlichte hemelkoepel boven zich.

Dat noemde ik eens tegen een van mijn docenten op school. ‘Daarom hebben we poëzie nodig’, zei hij, en voegde eraan toe dat de wetenschap niet best presteerde in het omgaan met gevoelens of schoonheid. Hij stelde niet dat wetenschap verkeerd was; hij maakte me attent op de mogelijkheid dat ze incompleet was, niet in staat te resoneren met iets was belangrijk, diepgaand en veelbetekenend was in de menselijke natuur.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

Het raadsel van God gaat over het verlies van McGrath’s intellectuele onschuld tijdens de confrontatie met een wereld die halsstarrig weigerde zich te conformeren aan zijn denkbeelden over hoe hij zou moeten zijn.

Dit beknopte werk is in essentie een uitzoektocht van ideeën. Ik doe verslag van intellectuele ontdekkingsreizen waarin ik reflecteer op mijn groeiende bewustwording hoe complex de werkelijkheid is, hoe beperkt mijn en ons begrip daarvan is en wat de consequenties waren voor mijn tot mislukking gedoemde jeugdige verlangen naar een simpele kijk op een gecompliceerde wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Het raadsel van GodMijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof & twijfel | Alister McGrath | Paperback | 9789043536035 | Druk: 1 | mei 2021 | 240 pagina’s | € 24,99 | Kokboekencentrum Uitgevers | Prof. Alister McGrath is toonaangevend in de christelijke wereld. Hij is rector van Wycliffe Hall en als hoogleraar historische theologie verbonden aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceert met vaste regelmaat talloze invloedrijke boeken op zowel populair- als wetenschappelijk-theologisch gebied, die een breed publiek bereiken.

Zien: Het raadsel van God (Alister McGrath op YouTube)
Beeld: knack.be