De zin van het leven en je wereldbeeld

Niet voor niets is er door de gehele geschiedenis heen geworsteld met de existentiële vraag naar de zin van het leven, stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel Over de zin van redelijke wereldbeelden. De onvermijdelijke vraag naar de zin van het bestaan kan volgens hem niet op wetenschappelijke wijze worden beantwoord. Daarom is het aan de filosofie om in elk geval te proberen deze vraag te verhelderen en waar mogelijk wegen aan te reiken voor de beantwoording ervan.

Dit is volgens mij zelfs een cruciale verantwoordelijkheid voor de filosofie. De filosofie zou niet trouw zijn aan haar telos, het doel dat alle mensen nastreven, en aan haar oorsprong wanneer ze zich niet langer op deze grote vraag zou richten.’

Onbewuste materie of bewuste geest
De relatie tussen wereldbeelden (al dan niet rationeel) en de vraag naar de zin van het leven lijkt de filosoof voldoende duidelijk, daar ieder religieus of seculier wereldbeeld een eenduidig antwoord op deze vraag inhoudt.

Men kan bijvoorbeeld een materialistisch wereldbeeld aannemen, volgens welke alles wat er is bestaat uit atomaire, materiële deeltjes. Het geheel van de werkelijkheid wordt hier begrepen als ontstaan uit onbewuste en levenloze materie. Men neemt aan dat er niets bestaat voorbij het materiële.

Maar de werkelijkheid kan ook begrepen worden als ontstaan uit bewuste geest. De wereld wordt hier ervaren als bezield en als de schepping van iets goddelijks.’

De ons omringende wereld begrijpen
Elke wereldbeschouwing omvat een bepaald holistisch beeld van de aard en oorsprong van de werkelijkheid en ieder mens geeft zijn of haar leven uiteindelijk vorm door het expliciet dan wel impliciet omarmen van een wereldbeeld, zoals humanisme, theïsme of naturalisme.

Dit stelt ons in staat betekenis toe te kennen aan onze alledaagse en existentiële ervaringen. Een wereldbeeld stuurt ons leven en informeert de wijze waarop wij onszelf, de ander en de ons omringende wereld begrijpen.’

Ons bestaan richting geven
Al vanaf onze jeugd ontwikkelen we een een richtinggevend wereldbeeld, vrijwel onbewust, in en door onze interpretatieve omgang met de wereld, aldus de filosoof. Een levensbepalend verhaal helpt ons om sturing te geven aan ons leven en dient als leidraad om te kunnen navigeren in de wereld. Een dergelijk narratief of wereldbeeld bepaalt hoe wij ons oriënteren en ons bestaan richting geven.

Het wereldbeeld van waaruit wij leven is bepalend voor wat wij waardevol, zinvol, belangrijk en relevant vinden om na te streven in dit leven. Kortom, wereldbeelden, oftewel levensoriënterende verhalen, helpen ons onze leefwereld leefbaar en betekenisvol te maken.

Als mensen hebben wij geen andere keus dan het omarmen van een levensoriënterend verhaal. Wij kunnen niet anders dan ons leven vormgeven vanuit een bepaald seculier of religieus wereldbeeld. Alleen zo kunnen wij ons leven richting geven en de wereld waarin wij als mens geworpen zijn betekenisvol maken.’

De onvermijdelijke vraag naar de zin van het leven
Wanneer we werkelijk redelijke antwoorden willen onderzoeken op de onvermijdelijke vraag naar de zin van het leven, stelt Rutten, dienen we ons te gaan bezighouden met het reflecteren op wereldbeelden.

Elk religieus of seculier wereldbeeld impliceert namelijk – of beter: is – een specifiek antwoord op deze vraag.’

Het artikel gaat uitgebreid in op de relatie tussen (alternatieve) wereldbeelden en de vraag naar de zin van het leven. Samen met andere artikelen en syllabi maakt het tevens deel uit van een nieuwe collegereeks die de filosoof verzorgt aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Zie:
Over de zin van redelijke wereldbeelden (gjerutten.nl)

Nieuwe collegereeks voor Symbolische leven I
Vanaf 8 maart 2022 zal Emanuel Rutten voor de master Filosofie van cultuur en bestuur aan de Vrije Universiteit wederom een collegereeks verzorgen voor het vak Symbolische leven 1.
Interesse? Mail naar: e.rutten@vu.nl

Beeld: Hassan Nawaz (Pixabay)

About Paul Delfgaauw

Paul Delfgaauw is freelance tekstschrijver voor de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht. Opleiding Religiestudies – richting Media & Cultuur (2014 – 2019) – aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (eindexamenscriptie: ‘Het draagbare Joodse vaderland’). Ik verken sinds jaar en dag - de laatste elf jaar via mijn blog Goden en Mensen - filosofie, religie en spiritualiteit.

18 Responses

  1. Jan, je schrijft: “Een niets-zijn neemt niet waar, logisch gezien volgens de westerse logica. Als object en subject in elkaar opgaan, staat de tijd stil, zoals bij verliefden die elkaars hand vasthouden en gelukzalig staren in het niets om na een tijd wakker te worden in de gewone wereld, om tot de ontdekking te komen dat er uren voorbij zijn zonder dat er iets gebeurd is wat ze zich kunnen herinneren.”

    Volgens de westerse logica neemt een niets-zijn niet waar, in het werkelijke wereldbeeld wel.
    In dat niets-zijn staat de tijd niet stil, je staat zelf stil (eeuwigheid) en de tijd trekt aan je voorbij.

    Wat jij omschrijft -tijdsverlies- is het boeddhistische sunyata (Niet aanwezig zijn). Zoals ik sunyata opvat is dat er geen essentie aanwezig is. In onveranderlijk gewaarzijn zoals we dat eerder bespraken is er wel een essentie aanwezig: een bewuste essentie.

    Beide ‘toestanden’ sunyata en gewaarzijn zijn aan mij bekend. Als de toestand aan de mens bekend is, dan kan hij er over spreken (hier schrijven) ook. In gewaarzijn waarin de betrokkenheid op de wereld er niet is, is de betrokkenheid op het eigen lichaam er ook niet. Het lichaam behoort immers tot de wereld. In sunyata is er nog wel een betrokkenheid tot de wereld. Het is een toestand waarin de waarnemer het waarnemen waarneemt en in die toestand zich (ondanks tijdverlies) nog wel in het lichaam bevindt. (Zich nog van het lichaam bewust is)

    Maar, inderdaad. Laten we er maar over ophouden. Ik zwerf steeds dieper in mijzelf, geef dat weer woorden , om vervolgens nog weer dieper te gaan. Normaliter kijkt de mens naar de dingen om zich heen, de zoekende mens kijkt de andere kant op, steeds dichter naar de oorsprong toe. Stapje voor stapje nadert hij dat wat plaats noch tijd kent en vele namen draagt doch geheel naamloos is.

    Met stille groet.

    Like

  2. Zwerver, bedankt voor de deelname aan onze gedachtewisseling. We spraken over zaken die niet gezegd kunnen woorden. Dus na deze bijdrage stop ik maar: misschien is er al teveel gezegd.

    Wat is het probleem met de taal, woorden en logica in relatie tot het ‘absolute’?
    Je schrijft:
    “Onveranderlijk gewaarzijn is een niets-zijn, het heeft alleen betrokkenheid op zichzelf terwijl het de wereld waarneemt. Goddelijk waarnemen. De speler zoals ik het noemde speelt in de tijd en ruimte zijn rol. De speler speelt zijn spel in betrokkenheid met de wereld. ”

    Dat is waar in het gevoel (fideïsme), meer nog bij numineuze ervaringen, meer nog bij mystieke ervaringen. Je komt dan bij Meister Eckhart en Rudolf Otto en Tagore..
    De vertaling van dit (zeker weten-gevoelen)/(geloof) daarvan met woorden gaat niet. Een niets-zijn neemt niet waar, logisch gezien volgens de westerse logica. Als object en subject in elkaar opgaan, staat de tijd stil, zoals bij verliefden die elkaars hand vasthouden en gelukzalig staren in het niets om na een tijd wakker te worden in de gewone wereld, om tot de ontdekking te komen dat er uren voorbij zijn zonder dat er iets gebeurd is wat ze zich kunnen herinneren.

    Vandaar dat er dan vele hemelen of hellen bedacht worden, om de afstand tot god groter te maken (rationeel snapbaar) terwijl god in je hart leeft… of beter gezegd: dat we in god leven.

    Ik las vanochtend een mooie tekst in het boek:” In de huid van de Boeddha”, van Paul van der Velde.

    “Ik ben op zoek gegaan, een zoektocht om te zoeken wat ik thuis al had.”

    Deze zin “pakte” mijn adem en gaf stille melancholie met tranen..

    Toevallig had ik dat nog ongelezen boek over Boeddha een tijdje geleden uit mijn boekenkast gehaald en lees er elke dag een stukje uit. Wie schetst mijn meer dan grote verbazing dat Paul onlangs 20 januari 2022 at 17:46 een verwijzing maakte naar Paul (die andere Paul dus). En ik las Egbert en veel van ene Jan die enthousiast schreef over de andere Paul.

    Beste en tot schrijfs

    God en Ganesha in de Abdij van Berne

    Geliked door 1 persoon

  3. Jan, ik ga even terug naar de zin van het leven en je wereldbeeld. Levend in de tijd is er altijd een wereldbeeld. In onveranderlijk gewaarzijn is er geen oordeel en geen wereldbetrokkenheid. Daar zijn we het over eens toch? Beiden brengen een beeld met zich mee. De waarnemer in onveranderlijk gewaarzijn heeft alleen een beeld zoals het werkelijkheid IS. Ik als mens heb nooit een beeld zoals die werkelijk IS. Zie je wat er gebeurd? Jij draagt zowel het goddelijke als het menselijke beeld met je mee. Het ene beeld betrokken op de wereld, de ander niet. Onveranderlijk gewaarzijn is een niets-zijn, het heeft alleen betrokkenheid op zichzelf terwijl het de wereld waarneemt. Goddelijk waarnemen. De speler zoals ik het noemde speelt in de tijd en ruimte zijn rol. De speler speelt zijn spel in betrokkenheid met de wereld.

    Als mens verenig ik deze twee, het goddelijke en het menselijke perspectief, in mijzelf. Zo kan ik waarnemen zoals het werkelijk IS en ik kan waarnemen zoals het volgens. mij subjectief IS. Het goddelijke waarnemen neemt zoals we weten geen plaats in (non-lokaal), het menselijke waarnemen neemt wel een plaats in (lokaal, Nederland ). Er is dus geen christelijke God aan het scheppen, er is het goddelijke wat zich in de schepping bevindt. En er tevens buiten staat.

    In ieder mens zijn twee posities aanwezig, waarmee ‘God’ tegelijkertijd zich buiten de schepping bevindt (niet betrokken op de wereld) en zich in de schepping bevindt (wel betrokken op de wereld door mijn ogen). En waarmee God tegelijkertijd buiten de tijd bevindt als in de tijd bevindt.

    —————

    Je schrijft: ” Een ander voorbeeld: emanatie in het rechtssysteem. Een onderneming of B.V. heeft bevoegdheden. Zo kan bijvoorbeeld de rechtspersoon een filiaal openen. Dat filiaal kan je beschouwen als een uitstraling vanuit de onderneming. Maar het is geen emanatie in de rechtsopvatting! Het is pas een emanatie wanneer het filiaal ALLE bevoegdheden krijgt die zijn oorsprong heeft. Dat is dus anders dan iets anders “scheppen” zoals de christelijke god doet. Het begin van Het Johannes evangelie drukt m.i. emanatie uit: de logos, het woord.”

    ——————–

    Om in de vergelijking te treden, alle mensen zijn een filiaal van God. Met alle bevoegdheden welke het met zich meebrengt. En wat is dat filiaal dan wel? Onveranderlijk gewaarzijn. Wat pas tot bewustzijn van zichzelf komt als het een waarneming doet. Het is de waargenomene (de gestaltes) wat het woord is wat gesproken wordt. Het zijn de gestaltes welke de uitstraling zijn? En in de menselijke gestaltes komt God tot leven middels het onveranderlijk gewaarzijn. Zo verplaatst onveranderlijk gewaarzijn wat plaats noch tijd kent zich in plaats en tijd middels de (menselijke) gestaltes.

    Uiteraard heeft God zich goed verstopt, want ik heb tientallen jaren niks afgeweten van onveranderlijk gewaarzijn. Aan onveranderlijk gewaarzijn als een denkbeeld heb je niks.

    Like

  4. Zwerver, ik vind deze dialoog prettig. Hoewel we dwalen af van het “wereldbeeld van Rutten”. Het a-priori uitgangspunt, “existentiële vraag naar de zin van het leven”. Die vraag is naar mijn mening niet existentieel en overbodig als je de zin van het leven ten diepste ontkent.
    Ik zou graag zijn schrijfsel in hele kleine stukjes knippen. zoals de zin:

    “‘Dit is volgens mij zelfs een cruciale verantwoordelijkheid voor de filosofie. De filosofie zou niet trouw zijn aan haar telos, het doel dat alle mensen nastreven, en aan haar oorsprong wanneer ze zich niet langer op deze grote vraag zou richten.’ ”

    Dit is volslagen humbug naar mijn mening. Een filosofie kan geen verantwoordelijkheid dragen. De vraag is zelfs of mensen wel in diepste verantwoordelijkheid dragen! (Het vraagstuk van de vrije wil) De filosofie kan niet trouw zijn aan iets. Filosofie heeft geen telos: het betekent gewoon “Begeerte tot wijsheid”, meer niet. Rutten ziet overal een doel in waar het niet is. Niet “alle” mensen streven naar een doel. De suggestieve impliciete veroordeling van mensen die “zich niet langer op deze grote vraag zou richten” omdat die ontrouw zou zijn aan haar oorsprong. Het is dan wel sofistisch geformuleerd met de “filosofie” als onderwerp, maar ondertussen..

    Het heeft geen zin, platvloers en op metaniveau. Dat wordt nu wel heel erg duidelijk: het is de waarheid van Emanuel Rutten. En wat is waarheid? Ik zeg maar zo: waar is wanneer een subject vindt dat het waar is.

    Maar laten we onze dialoog, interessant zijspoor, vervolgen. Je schrijft citaat

    “Kun je me volgen? Emanatie is een uitstraling. Maar het onveranderlijk gewaarzijn blijft gewoon zichzelf en straalt als ik jou ontmoet niks uit. *) [en dan het stukje bij *) ]

    We hebben het over iets dat boven onze pet gaat, ik meen dat het gaat om de identiteit van tegendelen. Dat kunnen we als dier-mensen in de wereld van eten of gegeten worden niet begrijpen: het gaat dan om jij of ik, vechten of vluchten. Veelheid en verdeeldheid.
    De tegenhanger van veelheid is eenheid. Dat is een aspect van god-mensen. We zijn allen één in god.

    Als we nu uitgaan van immanentie of deus sive natura dat krijgen we de identiteit van eenheid=veelheid.

    Emanatie definieer je als “uiitstraling”. Het begrip emanatie (bijvoorbeeld bij de gnostici) is meer dan dat. Het is ook opgaan in. Zoals je zegt het onveranderlijk gewaarzijn blijft gewoon zichzelf. De emanatie/uitstraling van god straalt wel uit, maar eigenlijk ook weer niet. Omdat god volledig aanwezig is in zijn “uitstraling”.

    Een ander voorbeeld: emanatie in het rechtssysteem. Een onderneming of B.V. heeft bevoegdheden. Zo kan bijvoorbeeld de rechtspersoon een filiaal openen. Dat filiaal kan je beschouwen als een uitstraling vanuit de onderneming. Maar het is geen emanatie in de rechtsopvatting! Het is pas een emanatie wanneer het filiaal ALLE bevoegdheden krijgt die zijn oorsprong heeft. Dat is dus anders dan iets anders “scheppen” zoals de christelijke god doet. Het begin van Het Johannes evangelie drukt m.i. emanatie uit: de logos, het woord. De logis dat uit god komt in den beginne (de tijd) en toch god is. En in de dualiteit leeft (het licht in de Duisternis)

    Kijken we naar de monadologie van Liebnitz, dan zijn er oneindig veel monaden, maar hij kent ook een “Monade der monaden.” Men ziet dat dan als een toegeven aan de stelling: er is maar één god uit opportunistische overwegingen: de kerk was machtig en ze kunnen goed omgaan met brandstapels. Echter wanneer je stelt dat alle monaden IDENTIEK zijn, kan dat als: eenheid=veelheid.

    Je hebt dus gelijk en ongelijk met je *)

    *) Als ik iemand ontmoet die weet dat hij of zij onveranderlijk gewaarzijn is, dan is er niet alleen een gewone ontmoeting, maar ook een ontmoeting in elkaar. Het onveranderlijk gewaarzijn verstrengelt met zichzelf.

    Ik lees hier dat god verstrengelt is met zichzelf.

    Like

  5. Ha die Jan. Je schrijft: ” Ik meen nu te begrepen, dat je het woord “subject” of “waarnemer” op twee manieren gebruikt.
    Ten eerste als de helft van het duale aangezicht van een eenheid: waarnemer en waargenomene (subject en object)
    Ten tweede een eeuwig onveranderlijke gewaarzijn. Dat niet “betrokken” is en zonder oordeel ziet.”

    Dit klopt helemaal. Het onveranderlijke gewaarzijn komt tot aanzijn bij de waarneming. Is er geen waarneming dan ook geen aanzijn. Weet hebben van dit gewaarzijn kan dan ook alleen als je niet betrokken bent bij de wereld om je heen, het vraagt dus om een terugtrekking waar ieder willen, oordeel of keuze achterwege blijft. Gewaarzijn staat dan ook geheel op zichzelf en is ook het daadwerkelijke zelf. Maar als persona kan ik het me nooit toe-eigenen , ik moét weer de wereld in en betrokken zijn in de wereld. Het masker wat de persona draagt heeft dus een functie.

    En daar kom ik uit bij de emanatie. Ik trek mijn beweringen daaromtrent van een paar dagen terug weer in, ik was te overmoedig in mijn beweringen. Kijk wat er gebeurd, Jan. Als ik jou ontmoet dan ben jij het waargenomene voor mij en vice versa idem. Wat er gebeurd is dat wij beiden dan door elkaar tot aanzijn komen! Ik heb jou nodig om tot aanzijn te komen en jij hebt mij nodig. Dit stukje is “elkaar als een ander ervaren” terwijl het onveranderlijke gewaarzijn gewoon zichzelf blijft.

    Kun je me volgen? Emanatie is een uitstraling. Maar het onveranderlijk gewaarzijn blijft gewoon zichzelf en straalt als ik jou ontmoet niks uit. *) Dat kan ook niet , anders zou het veranderlijk zijn. Onveranderlijk gewaarzijn is bij de geboorte al mee gegeven, we ZIJN dat ten diepste. En zodra we de ogen opslaan en vader of moeder waarnemen komen we tot AANZIJN.

    *) Als ik iemand ontmoet die weet dat hij of zij onveranderlijk gewaarzijn is, dan is er niet alleen een gewone ontmoeting, maar ook een ontmoeting in elkaar. Het onveranderlijk gewaarzijn verstrengelt met zichzelf.

    Hoe de gestaltes (waargenomene) dan weer in de wereld komen, daar ben ik nog niet geheel uit, Jan. De subject-zijde is gemakkelijker te doorgronden omdat ik dat ben. Onze beider gestaltes komen via ei en zaadcel in de wereld. Maar waarom leeft het en hoe leeft het? Ik denk dat niet alle vragen beantwoord zullen worden. Ik kan alleen van binnen uit kijken.

    Like

  6. Zwerver, een erg mooie en duidelijke bijdrage. Aafje, fijn dat het precies op het juiste moment bij je binnen kwam. Jungeriaanse synchroniciteit, heel mooi gevoel.

    Zwerver, Ik meen nu te begrepen, dat je het woord “subject” of “waarnemer” op twee manieren gebruikt.
    Ten eerste als de helft van het duale aangezicht van een eenheid: waarnemer en waargenomene (subject en object)
    Ten tweede een eeuwig onveranderlijke gewaarzijn. Dat niet “betrokken” is en zonder oordeel ziet.

    Dat eerste “neemt” (waar-nemer-)
    Dat tweede is gewaarzijn of gewaarwordeing, neemt niet maar blijft onveranderlijk zichzelf, Het wordt niet ouder!

    Het is god, in de zin van: Het oog van Horus. Het alziend oog.(Alhoewel het in het christendom gebruikt wordt als waarnemer van goed en slecht….[helaas]) Het is ook: de beide ogen en het derde oog van Shiva.

    Interessant bij Shiva is de vernietigende kracht van het derde oog. Maar ook dat hij door al mediterend te kijken met zijn twee ogen, de wereld laat bestaan. Dus geen waarnemen, maar emanatie: uitstralen en laten bestaan Een mythe: dat zijn vrouw haar handen voor zijn ogen hield om aandacht voor zichzelf te krijgen. De wereld ging verdwijnen. Om dit te voorkomen opende Shiva zijn derde oog: de wereld bleef wel bestaan, maar de kracht van zijn derde oog was zo sterk, dat bossen in brand vlogen en de wereld dreigde in vlammen op te gaan.

    Paul, behoren dit soort mythen en symboliek en hun esoterische duiding tot religiewetenschappen?

    Like

  7. Hallo Aafje.

    Graag gedaan. Soms gaan we even te veel op in het spelen van de persoon. Anderzijds vind ik emotionele betrokkenheid fijn. Het maakt me mens, het houdt me in de aardse mystiek, het houdt me bij het ‘voelen’ wat voor ‘willen’ heeft plaats gemaakt. Het is vol en ledig leven, volledig.

    Like

  8. Aafje

    Valentiniaan en Zwerver, fijne gedachtewisseling!
    Zwerver, precies een gedeelte van je laatste bijdrage (at 12.40) had ik ‘toevallig’ net even nodig! Ik was even emotioneel te betrokken (eigenlijk erin-getrokken) bij een gebeurtenis om eea met de nodige helderheid te kunnen zien. Tijdens het lezen van jouw bijdrage was ik er weer in één klap uit! Wat een opluchting, alles helder! Soort van gebedsverhoring. (En als dat gebeurt, is dat altijd op een verrassende manier)
    Dank je zeer!

    Like

  9. Jan, de vraag stellen is de vraag beantwoorden. Voor Emanuel Rutten bestaan goed en slecht , juist omdat hij christen is. En dat geeft in zijn wereldbeeld het leven zin. Wie gelooft, gelooft per definitie in goed en slecht. Dat is een van de vele wereldbeelden welke mogelijk zijn. Tot mijn verbazing schaart hij zelfs het taoïsme onder religie. Waarmee ik al aangeef dat het wereldbeeld van Emanuel Rutten niet alleen goed en slecht bevat, maar ook maya is.

    (Voor de mensen die onbekend zijn met maya, maya dat is het wereldbeeld wat geen werkelijkheid bevat, maar zelfgeschapen is).

    Je schrijft: Dus als je mee speelt: ik zet alle mogelijkheden open, bijvoorbeeld… bestaat goed en slecht? Want dat zit ook sterk in de redeneringen van Rutten. Het gelijk van het christendom bewijzen met rationele abstracties. Bestaat In absolute zin goed en slecht? Of is dat ook een dualiteit.

    In absolute zin bestaan goed en slecht niet, omdat waarnemendheid goed en slecht waarneemt. De waarnemer kan nooit bezoedeld raken met goed en slecht omdat hij er geheel buiten staat (waarmee de dualiteit tussen waarnemer en waarneming ook aangetoond is). De waarnemer is ten diepste keuzeloos gewaarzijn. Daar kun je alleen weet van hebben door die keuzeloosheid ook daadwerkelijk te zijn. Dat is de wereld met mededogen bezien.

    Maar als ik de wereld betreed en het masker van de speler opzet (persona=masker=de persoon die men voorgeeft te zijn.) dan bestaan goed en slecht wel. Als speler die weet heeft van het absolute kan ik geen knecht zijn van het slechte. Als speler moet ik wel een keuze maken en daarbij is het mededogen van het absolute dan weer helpend, het mededogen kiest voor mij.

    Maar als ik Emanuel Rutten zo lees, heeft hij van het absolute geen weet. Hij pijnigt zijn hersens om zijn wereldbeeld te rechtvaardigen. Proposities als God bestaat, God is goed enz, het gaat allemaal nergens over Jan. Met welgemeende excuus aan Paul omdat het lijkt alsof ik me misprijzend over de redelijke wereldbeelden uitlaat. Het enige wereldbeeld wat juist is, is juist niet redelijk (rede is het menselijk denkvermogen). Het enig juiste wereldbeeld is het wereldbeeld wat de waarnemer ziet en wat door niemand bedacht/gedacht kan worden. Daar komen we bij de kern van het mysterie, wat door het denken niet gedacht kan worden.

    Met onnadenkende groet.

    Geliked door 1 persoon

  10. Zwerver bedankt voor je reactie. We kunnen op dit metafysische niveau door blijven gaan, maar met de woorden en taal die ons ter beschikking staan is er niks en alles aan toe te voegen.
    Het was een leuk metafysisch spel. Maar ik zou graag nu een andere bouwwerkje knutselen.

    Het lijkt me nu wel leuk, om al spelend eer aan te doen aan de de naam van de site: goden en mensen. Dus dat we de sfeer van de hemelen en hellen, de paranormale werelden en de vele godsdiensten betreden. Uitgaande van het idealistisch wereldbeeld is niet alleen onze zintuiglijk ervaarbare wereld, maar ook andere werelden: maya(sanscriet). De basis m.i. van religie en de felheid van de botsingen tussen godsdiensten en andere wereldbeelden.

    Paul zal dat wel leuker vinden vermoed ik.

    Dan lijkt het me aardig om de vaag aan de orde te stellen van de dichotomie bij Emanuel Rutten. Hij is christen en wiskundig fysicalist tegelijk. Over de zin van redelijke wereldbeelden.

    We hadden geschreven dat het leven geen zin heeft: homo ludens speelt op het eeuwige moment NU.
    Maar Rutten leeft in “redelijke” wereldbeelden, En gaat uit van een (christelijke?) teleologie: een wereldbeeld met “zin”.

    Dus als je mee speelt: ik zet alle mogelijkheden open, bijvoorbeeld… bestaat goed en slecht? Want dat zit ook sterk in de redeneringen van Rutten. Het gelijk van het christendom bewijzen met rationele abstracties. Bestaat In absolute zin goed en slecht? Of is dat ook een dualiteit.

    Groet van Jan de gnosticus deze keer.

    Like

  11. Jan, spelen is het verschijnen, spelen is de werkelijkheid. Maar wát er gespeeld wordt, daar doe ik geen uitspraak over, dat verschijnt spelende voort. Het spelen gebeurd in de ruimte en tijd , waarnemen is zoals we beiden weten onbewogen. Ik WIL niet spelen, want wat onbewogen is heeft geen WIL. Ik neem het niet-willen van de waarnemer mee, zodat de waarnemer kan toezien op de speler die het spelen zelf is.

    De waarnemer heeft geen andere mogelijkheid dan in zichzelf te blijven. Juist omdat de waarnemer onbewogen ‘hier’ in zichzelf blijft, kan de speler dáár zijn spel spelen. Het ‘zien’ is de afstand tussen waarnemer en speler. Net wat je schrijft, de waarnemer projecteert zijn waarneming en ‘ziet’ deze tegelijkertijd. Het is het zien wat de dualiteit schept tussen waarnemer en speler.

    En dan heb ik het alleen nog maar over de dualiteit in mijzelf. Als ik spelende in de wereld kom, dan ga ik al spelend een relatie aan met wat er in de wereld verschijnt. In de wereld neemt de waarnemer alle posities in die er zijn, terwijl dé waarnemer gewoon in zichzelf blijft en geen enkele relatie aan gaat met de wereld. Omdat de waarnemer geen relatie aangaat , (behalve met zichzelf) is de waarnemer zuiver monisme en daarmee niets. De speler gaat een relatie aan met de wereld waarin hij speelt. De speler heeft zelfs geen andere keuze.

    Het ongevormde vormt zichzelf tot ‘veel’, neemt dit waar en ervaart zo zichzelf als een van de vele vormen. Binnen het spel als geheel komt er nog een derde element bij en dat noemen we de ervaring. De spelers (meervoud) ervaren zich als een ander ten opzichte van de anderen. Ik vind dat een wonder, want onderwijl blijft de waarnemer leeg en in zichzelf én tegelijkertijd ontstaat toch weer een ik-gevoel ten opzichte van de anderen , maar wel binnen het spel. Zo neemt de waarnemer ondanks zijn nietsheid en in zichzelf-gekeerd-heid toch een ik-gevoel in omdat hij (in feite) zichzelf waarneemt.

    Zo schept het monisme zichzelf een triniteit: de waarnemer die zichzelf blijft, de speler die een ik-gevoel verwerft door het spelen met de ‘anderen’ en de ervaring van het spelen in het leven.
    De heilige drie-eenheid, maar dan net een tikje anders;-)

    Zoiets dan maar weer, het blijft moeilijk om dat innerlijk proces i.c.m.de uiterlijke wereld in woorden uit te drukken. Kom je mee spelen in de zandbak, Jan?

    Like

  12. Zwerver zegt:
    “Het kan niet anders dan dat het waargenomene a.h.w. gedacht is door de waarnemer.”
    Daarmee zeg je dus dat de oorsprong van het waargenomene de waarnemer zelf is. En wel door de werking van het denken: dat is dus de activiteit van de waarnemer.
    Hij “projecteert” dus als het ware zijn waarneming.Dus stof is een vorm van geest is en geest een vorm van stof. Ze bestaan dankzij hun eenheid, die de dualiteit mogelijk maakt. God (ofwel de natuur).

    Voorts schrijf je:
    “Binnen dualisme spéél ik dat wat verschijnt. ”
    Daarover zijn we het eens….Het leven is een zinloos spel.

    En: “De zin van het leven is om op te gaan in het spel,”
    Ik begrijp wat je bedoelt. Maar ik zou het anders uitdrukken. Het lijkt net alsof een filosoof spreekt tot spelende kinderen en zegt: Het doel is dat jullie op gaan in het spel.

    Dat kan niet gewild worden, want dan is het spel geen spel meer. Een kind speelt, en dan is zijn spel werkelijkheid. PUNT

    Veel volwassenen kunnen niet meer doelloos spelen: Een kind schreef eens met krijt op de straat:
    “Liever dood dan volwassen”

    En Jezus zei: als gij niet bent als een kind dan zult gij het koninkrijk der hemelen niet proeven (of zoiets)

    Armand:
    Leven ontstaat door en uit de natuur en verdwijnt weer in de natuur. Het heeft dus, op zichzelf, geen zin.

    Mooi gezegd: Ik zou zeggen: Leven ontstaat door en uit de “deus sive natura” en verdwijnt weer in diezelfde goddelijke natuur. Het heeft dus, op zichzelf, geen zin. Juist omdat het geen zin heeft, kunnen we lekker spelen, als god in Frankrijk. Homo ludens.

    Like

  13. Leven ontstaat door en uit de natuur en verdwijnt weer in de natuur. Het heeft dus, op zichzelf, geen zin. We moeten zelf aan ons leven een zin geven. Hier speelt de opvoeding, de omgeving waarin we leven en de interpretatie van de prikkels die we via onze zintuigen krijgen, een belangrijke rol. Wat we horen, zien, voelen enz. gaan we ordenen en daaruit een levenslijn distileren om dat leven zinvol te maken.

    Like

  14. Jan.

    De waarnemer kan op zichzelf bestaan, het waargenomene kan dat niet. Dat vind ik een belangrijk onderscheid. Maar het spel van de werkelijkheid kan niet plaats hebben zonder waargenomene, de stoffelijke vorm. Ik ben het dus oneens met het gestelde dat stof een vorm van geest is en geest een vorm van stof. Het kan niet anders dan dat het waargenomene a.h.w. gedacht is door de waarnemer.

    Iets wat in tijd en ruimte is gekomen is de GEDACHTE zelf. En dat correspondeert met wat wij (wij mensen) hier in tijd en ruimte aan het doen zijn. We denken ons zelf als een gestalte wat verschijnt in tijd en ruimte. Dat komt overeen met je opmerking dat het denken IN de tijd plaats vindt.

    Wij (wij mensen) denken ons zelf en zonderen ons op deze wijze af van de waarnemer. In de afzondering is er dualisme. In het waarnemen zelf is er monisme. Binnen dualisme spéél ik dat wat verschijnt. Zodat het monistische waarnemen dat wat verschijnt als een dualiteit kan beleven.

    En daarmee kom ik op het onderwerp wat Paul vandaag op het menu heeft gezet. De zin van het leven is om op te gaan in het spel, het spel met verve te spelen, zodat de waarnemer (die immers in ons allen schuilt) zowel het spel kan waarnemen als aan het spel kan deel nemen. Dat is een tweevoudigheid, waar de waarnemer toch gewoon haar enkelvoudigheid kan bewaren. In waarnemendheid ben ik monist, als speler/waargenomene ben ik dualist.

    We acteren in waarheid als we als mens het onderscheid kunnen maken tussen de toeschouwer en de acteur. Juist dat onderscheid maakt ook dat ik in staat ben om MIJZELF waar te nemen als acteur. Het getuige-zijn van jezelf. Tweevoudig en toch ook “In mijzelf verblijvend”. Een één zijnde realiteit! Wie deze deling in zichzelf ontdekt, ontdekt tevens het miljardvoudige spel van waarnemer en spelers, acteurs, vormen of hoe je zo ook maar noemen wilt. Het maakt ons LEVEN mogelijk. Waarnemendheid heeft iets van zichzelf afgestaan aan ‘mij’ zonder minder van zichzelf te worden. Hetzelfde uiteraard bij jou en alle andere mensen en wie weet hoeveel bewuste wezens nog meer. Steeds slechts één waarnemer en ontelbare acteurs. Waarmee waarnemendheid zichzelf ook heeft gedeeld over die ontelbare acteurs. En toch maar één die waarneemt.

    Je kent vast wel het verhaal van de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van brood van Jezus. Men bleef het waarneembrood maar breken en verdelen en aan het einde bleven er toch nog 12 manden over. Dat is het verhaal over de waarnemer, die zich deelde over alle mensen en er bleef toch nog genoeg waarnemendheid over om 12 manden te vullen. Wonderen bestaan, Jan.

    Like

  15. Zwerver,
    Ik maak in essentie geen onderscheid tussen waarnemer en waargenomene. Geest is een vorm van stof, stof is een vorm van geest. Die “vormen” bestaan alleen in de tijdruimte. De tijdruimte is geen essentiële oorzakelijkheid.

    Iets bestaat omdat het in de tijd is gekomen. Buiten de tijd kan je niet redeneren, omdat het denken IN de tijd plaatsvindt. Iets komt in de tijd door de duale aanzichten van de “eenheid” (monade). De eenheid(monade) en zijn duale aanzichten maken een drie-eenheid. drie-eenheid maakt 3D ruimte.

    Emanuel Rutten snapt dat niet omdat hij rationalist is van een extreem gedachtegoed: wiskundig. Het denken an-sich is deficiënt.

    Dat is de hoofdlijn van “mijn” wereldbeeld. Voorts: alles is zowel gedetermineerd alsook niet-gedetermineerd. Er is geen vrije wil en toch de illusie van vrije wil die werkelijk is.

    Je ziet dat dit geen wiskunidige redenering a la Rutten is. Het sluit aan bij de logica van Nagaruna en Kitaro Nishida. En die totaal anders dan de propositie en modale logica van Rutten. Die man weet gewoon teveel. En hij ligt in een spagaat omdat hij het christelijke licht heeft gezien.

    groet van JanD
    p.s.
    ff weer proberen of mijn worldpress identiteit werkt

    Like

  16. Jan.

    De waarnemer in ons is ongedeeld. Het waargenomene (het stoffelijke) is gedeeld. Je hebt dus zowel gelijk als ongelijk. Eens kijken of ik dit kan plaatsen met mijn Zwerver account, de laatste keer lukte dat niet op deze blog.

    Geliked door 1 persoon

  17. JanD

    Paul, een interessant onderwerp: de zin van het leven.
    Vooral omdat Rutten uitgaat van een duaal wereldbeeld: materie/ atomisme versus geest/goddelijke-eenheid. Ik zie dat onderscheid niet zo: In mijn wereldbeeld is dat hetzelfde: dus een monisme. De mens is zowel goddelijk als stoffelijk. Ik zou er graag wat dieper op ingaan.
    Ik vraag me af of ik dat kan met mijn account van Valentiniaan (naar Valentinus, de grootste gnosticus volgens Gilles Quispel), want om een of andere reden werkt dat niet.

    Like

Reacties welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.