Een kinderboek over vrede en vreugde

De Tao Te Tjing voor kinderen en andere volwassenen. Het boek over vrede en vreugde van Roeland Schweitzer kreeg in april 2021 van de vakjury de Berrie Heesen prijs voor kinderfilosofie en een eervolle vermelding voor het toegankelijk maken van de Tao Te Tjing. De jury is vol lof over dit materiaal dat kinderen aanzet om na te denken over ‘het leven’, door zowel beeld als tekst. Het AD kopte: ‘Roeland snapte niks van Chinese filosofie (en zijn vrouw ook niet), maar wint nu een prijs met kinderboek’. ‘Zware kost misschien, maar voor kinderen (en ook hun ouders) is het eenvoudig een boek over vrede en vreugde’.

De jury prijst de mooie uitgebreide website en het prachtig boek voor kinderen. Fijn om op een vertaalde manier met het Oosters gedachtegoed in aanraking te komen! De vertaalde citaten zijn een prima aanzet om de kinderen aan het denken te zetten over ‘het leven’.
(Uit het juryrapport)

Het is een boek geworden, aldus het AD, met foto’s van George Burggraaff. Geschreven voor kinderen die in de laatste klassen van de basisschool zitten. Het boek kreeg de prijs van het Centrum voor Kinderfilosofie voor Nederland en België.

De weg van de vrede.
Een wijs kind wacht rustig af.
Een dapper kind wordt niet boos.
Het sterkste kind vecht niet.
Het grootste kind is bescheiden.
Dit is de vreugde die je voelt als je niet gaat vechten.
Zo volg je de weg van de vrede, zo kom je tot elkaar.
Heel vroeger al was dit het beste wat je kon doen.

(Uit: Het boek over vrede en vreugde, tekst 68)

Het is ook een mooi boek waar je veel van kunt leren, zeggen de makers. De kinderen van de keizer van China leerden al uit dit boek. Nu leren nog steeds heel veel mensen uit de Tao Te Tjing. Je kunt er jaren op studeren.

Je begrijpt de Tao Te Tjing niet in één keer.
Ook grote mensen vinden het een raadselachtig boek.
Als je het maar half leest, dan kun je het nog verkeerd begrijpen ook.
Bijvoorbeeld dat kogels jou niet zullen raken of dat kennis onzin is.
Iedere keer als je het leest, kom je iets verder.
Als je het boek goed kent, dan heb je er je hele leven plezier van.
En: ‘jong geleerd is oud gedaan.’ Wat je als kind leert, dat doe je als groot mens.
Daarom hebben we een ‘Tao Te Tjing voor kinderen’ gemaakt.
‘En voor andere volwassenen’, zeggen we erbij.’
(Fotograaf George Burggraaff en schrijver Roeland Schweitzer)

Het was de vrouw van Schweitzer die hem op het idee bracht om een kindervertaling te maken. ‘Ze snapte het na die tweede vertaling nog steeds niet en zei dat ik ermee moest stoppen,’ vertelt Roeland. Maar ze zei ook: ‘Ga het nou eens aan kinderen vertellen, zo eenvoudig mogelijk’.

Ik dacht dat dat  veel te moeilijk zou zijn. Maar het idee was leuk en ik heb een paar verzen voor kinderen vertaald. Kinderen, onze kleinkinderen vonden dat leuk. Opa’s en oma’s lezen het voor, het wordt in de klas gebruikt. Dat was een groot succes en uiteindelijk is het uitgegroeid tot dit boek.’
(AD)

Taoïsme is een filosofie en meer gericht op yoga, mindfulness, ratio,’ zegt kunstenaar en journalist Schweitzer.

’De gedachte er achter is niet dat je er een beter mens van kunt worden, want dat moet je zelf doen. Soms denk je ‘dit boek gaat me helpen’, maar dan blijkt de weg modderig te zijn. Aan die weg heb je niets. Het gaat om spontaan leven, vanuit je hart. Je moet structuren loslaten, anders wordt het niets. Je moet het zelf doen en spelen als een kind.’
(AD)

Zie:
* ‘Roeland snapte niks van Chinese filosofie (en zijn vrouw ook niet), maar wint nu een prijs met kinderboek’  (AD, 21042021)
* De TAO voor kinderen | Roeland Schweitzer & George Burggraaff | 183 pag. | Uitgeverij Van Warven | € 20,-

De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

Religies handje geholpen door een psychedelisch drankje?

Psychedelica konden religies weleens een kickstart hebben gegeven. Archeoloog en classicus Brian Muraresku wordt geïnterviewd door Wouter van Noort in het artikel Gaven psychedelica religies een kickstart? in NRC. Muraresku beschrijft in The Immortality Key een speurtocht naar psychedelische invloeden in het vroege christendom: wat als de visioenen en spirituele ideeën uit die religie een handje zijn geholpen door een psychedelisch drankje? De NRC over medicinale planten en paddenstoelen, religieuze ceremonies, communiewijn als psychedelisch brouwsel, psychedelische eucharistie, lsd en bilzekruid.

De meest invloedrijke religieuze historicus van de 20e eeuw, Huston Smith, noemde het ooit het ‘best bewaarde geheim’ in de geschiedenis. Gebruikten de oude Grieken drugs om God te vinden? En hebben de eerste christenen dezelfde, geheime traditie geërfd? Een grondige kennis van visionaire planten, kruiden en schimmels die van de ene generatie op de andere is overgegaan, sinds het stenen tijdperk?’
(Uit: Podcast over The Immortality Key door The Joe Rogan Experience)

Bezoekers van de oude Griekse tempel van Eleusis die van 1500 voor Christus tot het jaar 400 na Christus bestond, moesten een pelgrimstocht afleggen en kregen daarna een ‘magische drank’ te drinken: kykeon.

Uit historische bronnen is bekend dat dit een nogal apart drankje was. ‘Onthullende, prachtige visioenen kregen mensen die dit drankje dronken,’ zegt hij. ‘Ze kwamen in een alternatieve staat terecht die ze in onsterfelijken zou veranderen. Dus je kwam er aan als gewoon mens, en vertrok met de overtuiging dat je onsterfelijk was.’
(NRC)

Over psychedelische middelen is veel wetenschappelijk bewijs, aldus Van Noort, dat ze mensen minder bang maken voor hun eigen sterfelijkheid. Bij studies naar terminale patiënten blijkt bijvoorbeeld dat zij meetbaar minder bang zijn voor de dood na gebruik van lsd of paddo’s.

Een bekend verschijnsel tijdens een trip is bijvoorbeeld ‘ego-dood’, het ervaren dat je ego helemaal oplost in het heelal. Dat kan levensecht aanvoelen.’
(NRC)

Volgens Muraresku is er een aanwijzing dat psychedelische rituelen een grotere rol hebben gespeeld in het ontstaan van religieuze tradities dan tot nu toe algemeen wordt aangenomen. En de link met het oude Griekenland en het vroege christendom is volgens hem extra interessant, juist omdat het de ‘incubator van westerse beschaving’ was.

Het was de plek waar democratie, filosofie, theater en andere kunsten werden bedacht.’
(NRC)

Muraresku zegt niet dat religie en beschaving allemaal uitvloeisels zijn van psychedelica, dat zou volgens hem veel te ver gaan.

Er zijn allerlei andere rituelen die door de menselijke geschiedenis heen van spirituele betekenis zijn geweest.’ Van gezamenlijk zingen tot offerrituelen, meditatie, vasten, slaapdeprivatie: andere zaken die mensen in een veranderde staat van bewustzijn kunnen brengen. ‘Het lijkt er alleen wel steeds sterker op dat psychedelica óók al vele duizenden jaren in die universele spirituele gereedschapskist zitten.’
(NRC)

Zie: Gaven psychedelica religies een kickstart? (NRC, 15 april 2021)

The Immortality Key | Brian Muraresku | St. Martin’s Press | St. Martin’s Publishing Group | 29/09/2020 | ISBN: 9781250207142 | 480 pagina’s |
‘Ik ben een atheïst, ik geloof niet dat er een God is, maar toen begon ik deze liefde te voelen. Gewoon overweldigende, allesomvattende liefde.’ Er valt een lange stilte. ‘En de manier waarop ik het beschrijf, is baden in Gods liefde,’ vervolgt Dinah Bazer met krakende stem, ‘want ik vind geen andere manier om het te beschrijven. Ik voelde dat ik erbij hoorde, dat ik een deel van alles was en het recht had hier te zijn. Hoe kan ik het anders omschrijven? Misschien hoe de liefde van je moeder voelde toen je een baby was. Dit gevoel van liefde doordrenkte de hele ervaring.’
(Dinah Bazer in: The Immortality Key)


Luisteren: Podcast #1543 – Brian Muraresku & Graham Hancock The Joe Rogan Experience

Beeld: mo.be

Voor de God van Abraham toch plaats op Arabische grond

Eigenlijk was er geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis. – Rond 600 waren er al heel wat Arabische joden en Arabische christenen te vinden, van het noorden tot in het diepe zuiden. En in die tijd bracht Mohammed de Hanifiya naar Medina. Hanifiya is de godsdienst van Abraham. De ‘Haniefen’ waren aanhangers van dezelfde God als die van de Joden en christenen, maar hielden zich bewust afzijdig van die twee godsdiensten.

De Arabieren stamden af van Ismaël, de zoon van Abraham (zo stond het in de Bijbel) en dus moesten de Arabieren, als afstammelingen van Abraham, de God van Abraham vereren en wel op de manier zoals Abraham dat had gedaan – volgens hen anders dan hoe de Joden en christenen dat deden.’

Mohammed omschreef het ware geloof als ‘de milde Hanifiya’. De Koran weerspiegelt dit zoeken naar het gematigde, voor velen aanvaardbare midden. De ware religie, zoals door God geopenbaard, aldus Marcel Hulspas in zijn boek Mohammed en het ontstaan van de islam, is een combinatie van al het waardevolle uit de joodse, christelijke en Mekkaanse religieuze tradities.

Hij [Mohammed] betrok het woord Hanief uitsluitend op zichzelf, en de enige echte Hanifiya was zijn eigen boodschap. Dat blijkt overigens ook uit de Koran, waarin uitsluitend Mohammed en Abraham zo worden aangeduid.’

De Haniefen meenden dat de Arabieren ‘terug naar Abraham’ moesten. Dat betekent dat ze dezelfde God moesten vereren als de Joden en de christenen, maar ze hoefden zich daarbij niets aan te trekken van wat die twee stromingen naderhand van God opgelegd hadden gekregen of wat ze zelf hadden toegevoegd.

Dat ‘terug naar Abraham’ had een groot nadeel. Abraham had weliswaar tijdens zijn leven verschillende heiligdommen gesticht, om God ter plaatse te kunnen vereren en hem offers te brengen, maar geen van deze heiligdommen lag echter in Arabië. De klacht dat de Haniefen niet wisten hoe ze God moesten vereren betekende wellicht simpelweg: ze hadden geen Arabisch heiligdom. Er was geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis.

De Haniefen konden dus geen éigen’ Arabisch heiligdom aanwijzen. Joden, christenen en Arabieren kwamen regelmatig bijeen bij de ‘Eik van Mamre’, waar Abraham met drie engelen zou hebben gesproken, om gezamenlijk Abraham te vereren, maar die eik stond niét in Arabië.*

De Haniefen konden uiteindelijk toch een Arabisch heiligdom aanwijzen: ‘hun’ Mekka en de Kaäba waren immers gesticht door Abraham. De Kaäba (‘het gewijde Huis’), het enige echte heiligdom van God in het hart van Mekka, zou inderdaad gebouwd zijn door Abraham, of, nóg ouder: door God zelf. Dus dáár konden zij God op de juiste wijze vereren.

* De ‘Eik van Mamre’ staat in de buurt van Hebron, op de Westelijke Jordaanoever.

Bronnen:
* Wel de God maar niet die steen
(Marcel Hulspas) (Update 09.45 uur: o.a. link hersteld)
* Mohammed en het ontstaan van de islam
| Marcel Hulspas | 640 p. | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 2015 | € 19,99

Foto: Mohamed Hassan (PxHere)