De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

Heelalwetenschap en godsgeloof

stervorming.allesoversterrenkunde.nl

‘Sinds ongeveer een eeuw weten wij dat de mens is gemaakt van sterrenstof: chemische basiselementen die ontstaan zijn door kernfusie in het binnenste van sterren die bij de explosie van de ster in het heelal verspreid worden en op hun beurt bouwstenen worden van nieuwe sterren en planeten en op onze planeet ook van leven en van de mens.’ – Zo begint de inleiding Sterrenstof tot nadenken in het afgelopen februari verschenen boek Uit sterrenstof gemaakt van emeritus hoogleraar Russisch Christendom Wil van den Bercken. ‘Het enige wat ik geprobeerd heb aan te tonen is dat het niet onredelijk is om een schepper aan te nemen als oorsprong van het heelal en de tijd’.

Kosmologisch bewustzijn
V
an den Bercken schrijft in Uit sterrenstof gemaakt over Kosmologisch bewustzijn. Hierin zegt hij aan te tonen hoe de existentiële doordenking van de astronomische gegevens van de moderne heelalkunde leidt tot een kosmologisch bewustzijn met een nieuwe evaluatie van de positie van mens en wereld vanuit kosmisch perspectief. Daarna laat hij zien dat dit onvermijdelijk – al is het vaak negatief – leidt tot de godsvraag, en illustreert dat met enkele moderne kosmologische studies.

Wetenschap is niet enkel verenigbaar met spiritualiteit, het is een diepe bron van spiritualiteit. Als wij onze plaats erkennen in de immensiteit van lichtjaren en in het verloop van de aeonen, als wij de complexiteit, schoonheid en subtiliteit van het leven beseffen, dan is dat zweverige gevoel, die gecombineerde ervaring van vervoering en nederigheid, beslist spiritueel.

Een religie, oud of nieuw, die de pracht van het universum benadrukt, zoals geopenbaard door de moderne wetenschap, zou een potentieel aan verering en ontzag kunnen opwekken die conventionele geloven nauwelijks kunnen oproepen.’
(Carl Sagan in: Uit sterrenstof gemaakt, in hoofdstuk Kosmologisch bewustzijn.)

Het god-thema in de kosmologie van Copernicus tot Newton
I
n Het god-thema in de kosmologie van Copernicus tot Newton onderzoekt hij het religieuze aspect in de werken van de pioniers van de kosmologie: Copernicus, Galilei, Kepler en Newton. Zij presenteerden hun baanbrekende wetenschappelijke ontdekkingen in de toen vanzelfsprekende context van een religieus wereldbeeld.

Secularisatie van de kosmologie
D
e auteur beschrijft in Secularisatie van de kosmologie hoe bij de kosmologen van de negentiende en twintigste eeuw de intrinsieke relatie met een religieuze wereldvisie verdwenen is, maar dat het god-thema op de achtergrond toch blijft voorkomen.

Kosmologische wetenschap en godsgeloof
I
n Kosmologische wetenschap en godsgeloof gaat hij concreet in op de vraag of heelalwetenschap en godsgeloof samen kunnen gaan. Hij beargumenteert dat dit mogelijk is zonder dat de twee zaken in elkaars vaarwater komen. Geloof en wetenschap zijn gescheiden maar zijn wereldbeschouwelijk niet incompatibel met elkaar. Ook enkele Nederlandse kosmologen komen aan het woord met een respectievelijk atheïstisch, gelovig en agnostisch standpunt.

Het enige wat ik geprobeerd heb aan te tonen is dat het niet onredelijk is om een schepper aan te nemen als oorsprong van het heelal en de tijd. Er zijn tal van kosmologen die de kosmologische ontdekkingen als bewijs voor atheïsme aanvoeren. Zij komen met een hypothetische verklaring voor het ontstaan van het heelal volgens welke er al iets was in de ‘tijdloze’ fase voor de oerknal, namelijk kwantumfluctuaties, waaruit op een gegeven moment de oerknal ontstond.

Maar dat is empirisch even onbewijsbaar als scheppingsgeloof. Bovendien blijft dan de vraag: wie heeft die kwantumgolfjes gemaakt. Het is merkwaardig dat men wel het eeuwige bestaan van een pre-kosmische kwantumwereld wil aanvaarden, maar een eeuwig bestaande schepper als onmogelijk afwijst, want dan vraagt men meteen, wie heeft de schepper geschapen?’
(Uit: Theoblogie – Wil van den Bercken in: Theologische notitie bij Uit sterrenstof gemaakt.)

Bronnen:

Uit sterrenstof gemaakt – Moderne kosmologie en het religieuze wereldbeeld | Wil van den Bercken | KokBoekencentrum Uitgevers | 4 februari 2020 | 134 blz.| € 16,99 | e-book € 8.99 | Wil van den Bercken (1946) was verbonden aan de universiteiten van Utrecht en Nijmegen. Naast boeken over Rusland publiceerde hij Geloven tegen beter weten in, dat de prijs ontving voor Beste Theologisch Boek van 2015.

Theoblogie: Theologische notitie bij Uit sterrenstof gemaakt

Beeld:
stervorming (allesoversterrenkunde.nl)

Mythen over religie ontrafeld

Pinterest

Religie in een nieuw perspectief gezet door de basisveronderstellingen die erover bestaan in twijfel te trekken. Filosoof, antropoloog en theoloog Jonas Slaats verduidelijkt in zijn boek Religie herzien waarom de basisveronderstellingen mythen zijn en geen realiteit. Slaats gaat voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus.

Wat we denken over religie komt niet overeen met wat religie is en dit boek laat zien dat het samenleven in een geglobaliseerde wereld daardoor onnodig bemoeilijkt wordt.’ (Uit: Religie herzien)

Gangbare denkkaders schieten tekort
S
laats kiest ervoor steeds uit te gaan van concrete voorbeelden. Deze laten meer dan filosofische en theoretische beschouwingen goed zien waarom de gangbare denkkaders over religie vaak tekortschieten. De auteur stelt dat er veel materiaal voorhanden is waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken. Dat materiaal is echter voor zover hij weet nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. In de inleiding zegt Slaats dat hij hier en daar dieper ingaat op enkele religieuze fenomenen die wat minder bekend zijn en die sommige lezers de wenkbrauwen zullen doen fronsen. Hij licht ze daarom ook wat breedvoeriger toe.


Mythe 1
Religies worden bepaald door een reeks dogmatische geloofsovertuigingen en vastomlijnde gedragsregels waar de gelovige zich aan moet houden. Dit is waarschijnlijk het meest centrale facet van alles wat religie zo religieus maakt.

Mythe 2
Religies zijn hiërarchisch gestructureerd. En wie aan de top van de structuur staat, bepaalt zowel de geloofsinhoud als de leefregels van de volgelingen.


En net als mythen in andere tijden zijn ze iedereen met de paplepel ingegeven. Niet omdat ze ons een beter inzicht in de wereld bieden, maar omdat ze een vatbare symboliek aanreiken rond ‘goed’ en ‘kwaad’. Deze veronderstellingen zorgen dus niet voor een grotere kennis van de maatschappij; ze bieden wel een soort emotioneel-existentiële kijk op de samenleving. Ze zorgen immers voor een wij-zij-denken van seculier versus religieus.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 3
Door hun geloofsovertuigingen, regels en structuren zijn religies goed van elkaar te onderscheiden. Wat concreet betekent dat je bijvoorbeeld kunt zeggen: ‘Dit is boeddhisme en dat is christendom’, of: ‘Dit is een moslim en dat is een hindoe.’

Mythe 4
Spiritualiteit en mystiek contrasteren met religie. Spiritualiteit wordt als mooi en bevrijdend gezien, terwijl religie eerder opgevat wordt als beperkend, waardoor een grote hoeveelheid mensen vandaag stelt dat ze ‘niet religieus zijn, maar wel spiritueel’.


Er is dus veel materiaal voorhanden waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken, maar dat materiaal is bij mijn weten nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. En net dat is de opzet van dit boek. Want enkel door alles voldoende breed te houden was het mogelijk om de rode draden bloot te leggen die de verschillende maatschappelijke discussies over religie met elkaar verbinden.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 5
Wetenschap en religie staan op gespannen voet met elkaar. Religie baseert zich immers op geloof. Wetenschap daarentegen baseert zich op de ratio.

Religie herzien

Mythe 6
Religies zijn gevaarlijk, want door hun irrationele waarheidsclaims ontaarden ze gemakkelijk in geweld. Wat meteen ook aanleiding geeft tot de laatste mythe.


Er is echter een specifieke reden waarom ik er toch voor koos om deze wat meer uitgesponnen anekdotes op te nemen: vermoedelijk kunnen ze een lach op het gezicht van de lezer toveren. En dat vind ik van groot belang. Want verdieping en plezier mogen nu eenmaal best wat vaker samengaan. Zeker wat religie betreft.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 7
Een seculiere samenleving is helemaal anders (en veel beter) dan een religieuze samenleving.


Met name de populaire opvatting dat religie op gespannen voet staat met de wetenschap, wordt ontzenuwd. Het idee dat de kerk de ontwikkelingen van de moderne wetenschap heeft tegengehouden is een 19e-eeuwse misvatting. Het is juist andersom. Zonder krachtige steun vanuit de kerk had de moderne wetenschap zich niet kunnen ontwikkelen. Copernicus werd gedreven door religieuze motieven; Galileï kwam weliswaar in conflict met de paus, maar zijn boeken werden nooit op de lijst van verboden werken geplaatst (pp. 118-119). Ook de theorieën van Darwin later werden niet en masse door gelovigen afgewezen, zoals dat vandaag de dag ook zo is. Het ligt dus allemaal veel genuanceerder.’
(Bert Altena – uit recensie: Jonas Slaats, Religie herzien)

Religie herzien – Voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus | Jonas Slaats | 6 maart 2020 | Davidsfonds Antwerpen 2020 | 204 blz. | € 22,50 | Ebook € 14,99

Beeld: Pinterest

De Ongelooflijke Podcast en het atheïsme

de-ongelooflijke-podcast

Volgens filosoof Stine Jensen is het atheïsme kil, hooghartig en biedt het geen zingeving. De Amerikaanse neurowetenschapper Sam Harris, een van de boegbeelden van de ‘religie-is-vergif-club’, zoekt tegenwoordig zijn heil in de oosterse spiritualiteit, meditatie en mindfulness, net als Jensen overigens. Rutger Bregman heeft afscheid genomen van zijn fanatieke atheïstische fase. Volgens journalist David Boogerd, een van de makers van De Ongelooflijke Podcast, lijkt het atheïsme online op zijn retour: als Google-zoekwoord zit het in een regelrechte vrije val.

Godsargumenten
S
amen met Theoloog des Vaderlands van 2018, Stefan Paas, maakt Boogerd sinds 3 april 2019 voor de EO op NPO Radio 1 De Ongelooflijke Podcast, om de twee weken. De uitzendingen zijn stuk voor stuk de moeite waard. Een van de hoogtepunten vind ik het gesprek op 14 juni 2019 met filosoof Emanuel Rutten over Godsbewijzen, beter gezegd: Godsargumenten. Glashelder vertelt Rutten in gesprek met Boogerd en Paas over de vraag der vragen: bestaat God.

NPO Radio 1-app
D
e meeste podcasts zijn echt de moeite waard. Er zijn gesprekken te beluisteren met onder meer Arjen Lubach, Herman Finkers, Stine Jensen, Rutger Bregman. Onderwerpen onder andere zijn: ‘De schitterende nutteloosheid van de kerk’; religieus fundamentalisme; yoga, atheïsme en oosterse spiritualiteit; populisme en de kerk; en de liberale leegte. Een kleine moeite om de NPO Radio 1-app op je smartphone te zetten. Onder de vele podcast kan je snel die Ongelooflijke vinden.

Vrije val
B
oogerd verwachtte in zijn research te stuiten op leegstromende kerken en donkere wolken die zich samenpakken boven het christendom, maar maakt zich tegenwoordig vooral zorgen over het atheïsme. Volgens Lubach heeft de vrije val van het atheïsme te maken met een afnemende strijdlust: ‘Het is niet meer nodig of zo. Waarom zou je zoeken naar iets wat eigenlijk al wel duidelijk is?’

Maar wat is dan precies duidelijk? Het numerieke hoogtepunt van het atheïsme ligt 50 jaar achter ons! In 1970 was 4,46 procent van de wereldbevolking atheïst, tegenwoordig is dat nog maar 1,89 procent en volgens de prognoses zakt het in 2050 verder af naar 1,51 procent. Welke strijd is dan precies al gestreden? Als de atheïstische strijdlust afneemt, lijkt dat eerder gelatenheid dan een triomfantelijk achteroverleunen.’

Spiritualiteit
W
at is er dan aan de hand, vraagt Boogerd zich af. Volgens hem is het lastig vol te houden dat religie de oorzaak is van álle ellende, als bijvoorbeeld in de VS het nieuw atheïsme besmeurd wordt door schermutselingen over seksisme en racisme. Volgens hem speelt er ook iets anders. Stine Jensen koos voor spiritualiteit hoewel ze gelooft dat het leven geen zin heeft:

Ik wil houvast vinden in iets wat het leven minder willekeurig maakt. Anders rest je niets dan nihilisme en depressie’, zegt ze openhartig. ‘Fel atheïsme is blijkbaar niet alleen kil, het is ook keihard. Niet iedereen kan uit de voeten met zo’n leeg heelal, gespeend van zin en betekenis.’

Neergang felle atheïsme 
Met de neergang van het felle atheïsme lijken volgens Boogerd de verhitte discussies over religie, hoe vermakelijk soms ook, steeds meer op zijn retour. Ze maken plaats voor oprechte en kwetsbare gesprekken, zoals die met Stine Jensen.

Theïstisch wereldbeeld
Filosoof Emanuel Rutten ziet eveneens een omslag. Volgens hem beginnen de scherpe kantjes van het nieuwe, rabiate atheïsme af te vlakken, en ziet het atheïsme als een wereldbeeld in crisis. Bovendien heeft hij nog nooit één goede claim gehoord dat God niet bestaat. Volgens Klaas van der Zwaag van het RD lijkt het atheïsme nog steeds de vigerende wereldbeschouwing in het publieke debat. Rutten vindt dat het christelijke, theïstische wereldbeeld buitengewoon redelijk is.

De argumenten voor het atheïsme falen echt. Richard Dawkins is allang achterhaald. We kunnen God niet bewijzen. Bewijzen doen we alleen in de wiskunde, maar niet in de filosofie. Maar we kunnen wel plausibel maken dat de uitspraak dat God bestaat buitengewoon redelijk is, sterker nog: de meest redelijke, meest waarschijnlijke positie is. Daarom is het theïsme het meest redelijke en waarschijnlijke wereldbeeld.’

Zie:
*
Niet het christendom, maar het atheïsme zit in een crisis  (Boogerd, NPO Radio 1)

* ‘De scherpe kantjes van het nieuwe atheïsme vlakken af’  (Rutten, RD – PDF)

De Ongelooflijke Podcast | Podcast over de relevantie van geloof in een steeds ongeloviger Nederland. EO-journalist David Boogerd en Stefan Paas voeren verdiepende gesprekken met spraakmakende gasten. Abonneren op De Ongelooflijke Podcast is mogelijk via NPO Radio1-website-app, iTunesGoogle Podcasts en Stitcher.

Stefan Paas, volgens Boogerd ‘een van de scherpste denkers over religie van dit moment’, geeft als vaste gast verdieping en duiding bij de verschillende thema’s die besproken worden. Boogerd: ‘Paas kan als geen ander religie en theologie vertalen naar het publieke debat. Dat bewijst hij dagelijks op Twitter. Hij is in staat zijn brede kennis te verbinden met interessante weetjes.’