‘Vrede slechts bereikbaar via het multiculturalisme’

RumiPainting-masnavi.nl

In Waarom de islamitische mysticus Roemi nog steeds relevant is, vertelt islamoloog Emrullah Erdem over een van de grootste mystieke dichters van de islam. Roemi’s boodschap van vrede en tolerantie sprak in zijn tijd mannen en vrouwen van allerlei groeperingen en geloofsrichtingen aan. En ook in onze tijd vinden de teksten van Roemi weerklank in de harten van veel mensen.


Het morele oordeel van gelovigen over of je van het ware geloof bent, heeft me altijd zwaar op de maag gelegen. Bij christenen, maar ook bij moslims. De moslims pretenderen, net als Nederlanders, verdraagzaam te zijn, maar in de praktijk zijn ze vaak teleurstellend intolerant. Daarom trof Roemi’s oproep me zo: ‘Kom, kom, wie je ook bent, kom weer. Heiden, afgodendienaar, vuuraanbidder, wie of wat je ook bent, kom! Onze plaats is geen plaats van wanhoop. Al heb je honderd keer je eed van berouw verbroken, kom!’ Er ging een deur voor me open.’ (Abdulwahid van Bommel, in Trouw)


Het poëtische werk van Djalaal-ad-Dien Roemi (1207-1273), zegt Erdem, leert ons dat de zogenaamde ‘botsing tussen de beschavingen’ zeker niet onvermijdelijk is.

Wie zijn gedichten leest, krijgt het inzicht in hoe we – ondanks onze verschillen – kunnen komen tot hoop, vernieuwing en verzoening, in plaats van wanhoop, angst en vijandigheid. Roemi nodigt ons uit om ons voortdurend te herinneren dat we één zijn. Wij komen allen van God en tot God zullen wij terugkeren.’ (Erdem)

Erdem leest dat in Roemi’s gedichten, onder meer ook in het gedicht waardoor voor Van Bommel een deur openging. De verschillende vertalingen zijn soms net even anders, maar de essentie blijft. Van Bommel vertaalde destijds rond ruim 25.000 versregels van Roemi, door Trouw een ‘goudmijn van metaforen’ genoemd.


‘Kom, kom, wie je ook bent,
of je een zwerver bent, een gelovige, of graag op reis gaat,
onze karavaan is geen karavaan van wanhoop.
Kom, zelfs als je je beloften duizend maal hebt verbroken.
Kom, kom, kom toch weer.’
– Roemi


Echte vrede kan volgens Roemi – door Trouw eens ‘als spirituele sauna’ genoemd – slechts bereikt worden, vat Erdem samen, door degenen die de diversiteit van het multiculturalisme beleven, die nederig en zuiver van hart zijn en zich openstellen voor de goddelijke zingeving en inspiratie.


Je kunt het boek [Masnawi] zien als een exegese van de Koran. Roemi heeft zich veel vrijheid veroorloofd in het denken over de verhouding tussen God, mens en de wereld. Daarmee heeft hij de orthodoxie flink in de kuif gepikt. Hij was in zijn tijd een spiritueel bevrijdingstheoloog. Niet voor niets staan er in de Masnawi zoveel anekdotes over bevrijding, zoals een prachtige fabel over hoe een papegaai uit zijn kooi ontsnapt. Roemi wilde het onzegbare zeggen, en voor mij is dat gelukt.’ (Van Bommel in Trouw)


Islamoloog Erdem vindt de islamitische mysticus Roemi nog steeds relevant omdat de grensoverstijgende, mystieke poëzie van de leermeester en dichter in een smeltkroes van culturele en religieuze achtergronden ontstond. In een stad die wel wat lijkt op onze wereld.


‘Ik ben geen Christen, geen Jood, geen Moslim.
Ik ben niet het Oosten, noch het Westen.
Ik heb de dualiteit achter me gelaten, de twee werelden gezien als Éen.
Het is het één dat ik zoek, één dat ik ken, één dat ik zie, één dat ik roep.’
– Roemi


Roemi wist een sfeer te creëren van dialoog, medeleven en begrip, stelt de islamoloog en geestelijk verzorger.

Als leermeester en mysticus pleitte Roemi voor tolerantie, rationaliteit, goedheid en naastenliefde, alsook voor het aanzien van moslims, joden, christenen en andere gelovigen met één en dezelfde liefdevolle blik.’ (Erdem)

Ondanks het feit dat de vrome moslim Roemi tijdens zijn leven geliefd was bij de christenen in zijn directe omgeving, leerde het westen hem pas eeuwen later kennen.

Deels is dat te danken aan de beroemde Duitse dichter Goethe, die enkele werken van Roemi leerde kennen en erdoor beïnvloed werd. Hierdoor is Roemi’s denken indirect van invloed geweest op het religieuze, culturele en politieke leven in Europa en later in de Verenigde Staten. Nog altijd legt Roemi een spirituele band tussen Oost en West. Hij zou de laatste jaren zelfs de meest gelezen dichter in de Verenigde Staten zijn, wat het grote potentieel van deze mysticus aangeeft voor culturele ontmoetingen.’ (Erdem)

Bronnen o.a.:
Waarom de islamitische mysticus Roemi nog steeds relevant is (Igniswebmagazine)
Roemi is als een spirituele sauna (Trouw)
Roemi vandaag

Beeld: Schilderij Roemi (masnavi.nl)

Onstuitbaar religieus zonder God?

vrijzinnigen.nl

Redt religie het inderdaad zonder kerk en God, zoals Jasper van den Bovenkamp en Taede A. Smedes stellen in We blijven onstuitbaar religieus, in Trouw van 6 juli 2019? Zonder kerk waarschijnlijk wel, maar zonder God? Zelfs als we ‘voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken,’ zal religie zonder God geen religie meer genoemd kunnen worden, maar eerder ongebreideld consumeren.

Ooit redeneerde Kuitert God helemaal weg, dat gebeurt nu opnieuw door journalist en voormalig hoofdredacteur van het christelijke opinieblad De Nieuwe Koers, Van den Bovenkamp, en theoloog en godsdienstfilosoof Smedes. Leegte is wat overblijft. En die moet opgevuld worden met eeuwig consumeren. Dat vult nooit.

De oplossing? Consumeren: ‘Het is het gevoel van leegte dat ons doet consumeren.’ Maar uiteindelijk openbaart zich daarin juist des te schrijnender de leegte van ons bestaan.’  (Van den Bovenkamp, Smedes)

Anton.Dingeman.Trouw1
A
ls religie niet meer ‘identiek wordt gesteld aan godsgeloof’, is het geen religie meer. Een ‘religieus aura’ toeschrijven aan het falen van een zwemmer is een schrijnend voorbeeld van het van god losgeraakt zijn, zoals het CBS-rapport aantoont. In zijn verbeelding sloot theoloog Harry Kuitert (1924 – 2017) zich voor God af. In de rede vond hij  Hem niet, dus gelooft hij niet in Hem. ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding,’ vond Kuitert. ‘God is een gedachte van mensen. Geloven is alles behalve kennis.’

Zo noemde Sander van Walsum het gebeuren in de Volkskrant ‘een meerdaagse hoogmis gecelebreerd op oevers van de Friese wateren’. Een paar dagen later was Van der Weijden een ‘moderne Christus’ en ‘messias’ en bleek zijn tocht ‘een onmenselijke missie’, waarna het verslag als ‘de reconstructie van een welhaast bijbelse vertelling’ verder ging.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw2

God een gedachte van mensen… Denken we nu dat God een zwemmer is? Kerkelijke hoogtijdagen commerciële ‘levensgebeurtenissen? Ons ‘leven op aarde een paradijs’? ‘Natuurlijke zuiverheid een vervanging voor het geloof in God’? Dat het opperwezen te vervangen is door techniek? Wat een verbeelding.

Voor al minder mensen is God iets of iemand waarmee ze rekening houden. Maar ook hier bedriegt de schijn. Want het opperwezen verschijnt vandaag vooral in de gedaante van de techniek, iets waar ook historicus Yuval Noah Harari in zijn bestseller ‘Homo Deus’ al op wijst. Harari meent dat algoritmen de basis vormen van een nieuwe religie.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw3

Alle vormen van hedendaagse religio­siteit,’ schrijven de auteurs, ‘lijken vooral bedoeld om onze autonomie te redden, om de controle te behouden’. ‘Een waarheid die we liever niet onder ogen zien’, vervolgen de auteurs die confrontatie met religie. Zij citeren de Poolse filosoof Leszek Kołakowski die religie een manier noemde om te aanvaarden dat het leven een onvermijdelijke nederlaag is. Bieden die inzichten ruimte?

Of, zoals de Poolse filosoof Leszek Kołakowski het formuleerde: ‘Religie is een manier om te aanvaarden dat het leven een onvermijdelijke nederlaag is.’ Als de hedendaagse religiositeit dát inzicht ruimte biedt, zal zij het zonder kerk en God wel redden. Maar tot die tijd blijven we met z’n allen gewoon klassiek gelovig, hoe heftig we ook spartelen.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw4

Bij alles wat de auteurs schrijven is God geheel verdwenen en toch vinden zij Nederland ‘hartstikke religieus’. Waar is God in dat hele verhaal?
Terug naar Kuitert. Hij zegt dat geloven ook is: ‘onder de indruk zijn van de verbeelding’. Kunnen we God daar dan toch niet meer vinden? Kan de Nederlander met behulp van zijn verbeelding niet eens proberen verder te denken dan wat hem is geleerd of waar hij van overtuigd is? Dan maakt hij kans om echt ‘hartstikke religieus’ te zijn.


‘Ik kan alleen woorden ontmoeten, u niet meer.
Maar hiermee houdt het groeten aan, zozeer,
dat ik wel moet geloven, dat gij luistert;
zoals ik omgekeerd uw stilte in mij hoor.’


Een gedicht van Kuiterts lievelingsdichter, Gerrit Achterberg. – Dat gaat verder dan denken: daar waar God te vinden is. In stilte. God die de rede ver te boven gaat, en zeker ook ver boven dat bizarre ‘onstuitbaar religieuze’ waar de Nederlander zich mee bezig schijnt te houden.

Bron: We blijven onstuitbaar religieus (Trouw, Letter en Geest, 6 juli 2019)

Beeld: vrijzinnigen.nl

Strip:

AntonDingemanAnton Dingeman, Trouw (8 juli 2019)

‘Denken is mogelijk, niet noodzakelijk’

just_do_itRadboudUniversiteit

Niet-denken is een illusie, stelt de rationalistische filosofie: er is geen doen zonder denken omdat we niet om het denken heen kunnen. De anti-rationalistische filosofie daarentegen stelt juist dat doen een voorwaarde is voor ons denken, dat denken een mogelijkheid is maar geen noodzakelijkheid. – ‘We gaan vanavond doen-denken,’ zo opende docent filosofie Carli Coenen afgelopen juni de Radboud Reflects workshop Hoe doe je dat? Coenen is promovendus filosofie aan de Open Universiteit. Zij onderzoekt de vraag wat het is om te denken.

Eeuwenlang zijn we opgevoed met de idee dat bewuste beslissingen ten grondslag liggen aan ons handelen, legt Coenen uit.

Wat we doen is dus waardevol omwille van de rationele gedachte die eraan ten grondslag ligt: ik doe dit, want ik wéét dat dit het goede is om te doen. Maar volgens Coenen is dit idee niet juist, en is niet alles rationeel bepaald. Ons doen wordt niet bepaald door ons denken. Sterker nog, het lichaam zélf is ook belangrijk, en het bepaalt in grote mate de context voor ons denken.’ (Radboud Reflects)

Theoloog Liesbeth Jansen schreef een verslag van een van die bijeenkomsten in de serie workshops ‘Hoe doe je dat?’ van de Radboud Universiteit in Radboud Reflects.

Just do it! Niet denken, maar doen is de lijfspreuk van de assertieven, de succesvollen, de aanpakkers, de mensen waar we tegenop kijken. Maar dit veronderstelt dat denken en handelen te scheiden zijn. Is dat wel zo?’ (Radboud Reflects)

De leus ‘niet denken maar doen’, aldus Coenen, heeft een normatieve kracht, er gaat een opdracht van haar uit, maar klopt die opdracht wel?

Is het soms niet juist andersom en zouden we wat meer moeten denken voordat we handelen? In elk geval heeft ‘niet denken maar doen’ een intuïtieve aantrekkingskracht, omdat we allemaal de ervaring kennen dat dit soms klopt, dat ons denken het doen soms in de weg staat.’ (Jansen)

Als voorbeeld noemde Coenen dat je je ineens bewust wordt van je bewegingen terwijl je staat te dansen.

Zodra je je afvraagt ‘ziet dit er raar uit’ word je in het dansen gehinderd. De Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus definieerde denken als afstand nemen van een situatie. Maar afstand tot een situatie kan je ook hinderen, zoals in bovengenoemd voorbeeld.’ (Jansen)

Het loslaten van het denken heeft een sterk positieve lading, noteert Jansen, we associëren het met creativiteit, spiritualiteit en succes.

Maar kun je stoppen met denken? Waarom slagen we er zo vaak niet in? Speelt overgave een rol? En hoe doen we dat dan? Heeft denken niet juist ook een kritische, positieve functie?’ (Jansen)

De conclusie uit de gesprekken van die avond luidde dat denken en doen wel degelijk sterk vervlochten zijn.

Bronnen o.a.: Niet denken maar doen. Hoe doe je dat?
‘Hoe doe je dat? was een serie workshops waarin je leert om met een filosofische blik te kijken naar alledaagse thema’s zoals vriendschap, werk, liefde en vakantie. Na een korte inleiding door de gespreksleider gaan de deelnemers met elkaar in gesprek. Wat zijn jouw ervaringen, wat is jouw visie? Iedereen komt aan het woord en wordt aan het denken gezet.’ (Radboud Universiteit)

Beeld: Radboud Universiteit

Wie zijn wij, de mens?

Frank-Westerman-wij-de-mens-header

‘Wat ís de waarheid? Liepen wij ooit als aap over deze aarde of zijn wij geschapen naar Gods evenbeeld? Religie en wetenschap hebben, zeker in de zoektocht naar de oorsprong van de mens, met elkaar op gespannen voet gestaan. Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven.’ Filosofe Andrea Reuvers, Universiteit Utrecht, schreef voor iFilosofie een reportage over Wij, de mens van Frank Westermans.

De waarheid omtrent de oorsprong van de mens willen achterhalen: een behoorlijke opgave, gedurfd en gedoemd te mislukken. Frank Westerman waagt een poging door met pen en papier in het leven van de overledenen te duiken en een antwoord te zoeken op de vraag ‘wie zijn wij, de mens?’ (Reuvers)

Volgens Reuvers onderscheidt het boek zich van literaire romans over de oorsprong van de mens door het karakter: het is geen fictie, maar een reportage van onderzoek.

‘[Wij kunnen als mens] niet tegen de werkelijkheid op fantaseren. […] De ruwe grondstof die de realiteit aanreikt vind ik zo barok dat ik geen behoefte voel om er nog een krul aan toe te voegen.’ (Westerman)

Reuvers springt heen en weer mee in de tijd in de meeslepende geschiedenis van de mensheid, ze vliegt mee; hangt aan zijn lippen, op zoek naar de waarheid, zich tegelijk afvragend: ‘Wat ís de waarheid?’

Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven. De opgravingen van onze mensachtige voorouders lijken bewijsstukken-tegen-de-schepping, maar toch zochten (juist) de gelovigen mee naar de tussenvorm tussen aap en mens: de missing link.’ (Reuvers)


‘Allemaal slaan we verwoed met onze staart op het water, maar anders dan de walvis menen wij mensen dat ons spetteren ertoe doet.’ (Uit: Wij, de mens)


Wie een poging waagt te omschrijven, zegt Reuvers, wie ‘wij’ zijn, heeft een ‘zij’ nodig.

Zij’ kan gevonden worden in culturen die wij minder humaan vinden: stammen die dichter bij de natuur staan, of mensen uit culturen die ‘onze’ morele normen en waarden niet delen.’

Reuvers vertelt dat de presocraticus Protagoras ruim 2400 jaar geleden al wist dat wij onszelf als maatstaf nemen., en zegt dat Westerman dan ook concludeert dat de mens ‘de afwijking’ is. En dat hij alleen zichzelf heeft uitgeroepen tot de norm.

‘[Tevens zijn wij er] als enige in geslaagd de planeet, de dampkring, zo zwaar te vervuilen dat we eraan doodgaan. […] [O]nze soort [beschikt] over het destructieve vermogen om het leven op aarde – met één druk op de knop – uit te roeien. Toegegeven, ik vínd mensen bijzonder. […] Welkom in het antropoceen.’ (Westerman)

De filosofe vraagt zich ook af hoe we omgaan met vondsten die niet aansluiten bij het gevormde beeld dat we nu van de mens hebben. Door in de geschiedenis van de mensheid te duiken, duik je in de geschiedenis van jezelf. Hij houdt de lezer, bewust of onbewust, continue een spiegel voor.


Wij, de mens sleept de lezer mee in een ongewone, onverwachte reis naar wie wij mensen zijn.’ (filosoof Hans Achterhuis)


De zoektocht naar ‘wie wij zijn’ heeft aangetoond dat we gedoemd zijn te blijven herzien wat we denken te weten. Kennis is relatieve kennis en elke beschrijving heeft een open einde; het is de start van iets nieuws.’ (Reuvers)

Nadat Reuvers het boek dichtgeslagen heeft vraagt ze zich af, in twijfel achtergelaten, gedwongen een stap naar achteren te zetten als de schilder van zijn doek: ‘wie ben ik?’

Zie: iFilosofie

Beeld: Lees Magazine bolcom

Geen vrijdenkers maar Vrije Geesten

2aHermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade van de Vrije Geest is een plek waar vrijdenkers bij elkaar komen, echter niet de vrijdenkers die iedere godsvoorstelling verwerpen. Integendeel. In de Ambassade van de Vrije Geest gaat het immers over allesomvattend vrij denken. De ambassade is gevestigd in het ‘Huis met de Hoofden’ in Amsterdam. De symboliek achter de naam Huis met de Hoofden past bij de grote denkers die je aantreft in de Ambassade van de Vrije Geest. Hier ligt de wijsheid van de hele wereld. Beelden en teksten vertellen eeuwenoude verhalen die door werkelijk vrije geesten zijn geschreven en getekend.

Wat een verademing, wat een schoonheid, wat een sfeer. Een oase van kennis en wijsheid in een woestijn van onwetendheid.’ (Emy ten Seldam, redactie Bres Magazine)

HermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade biedt sinds 2017 een reis door 2000 jaar wijsheid, geïnspireerd op de collectie van de Ritman Bibliotheca Philosophica Hermetica. Geschiedenis, wetenschap, kunst en spiritualiteit in duizenden boeken en prenten. En het unieke ervan is dat ze allemaal met elkaar zijn verbonden. Connecties met alle religieuze tradities, wijsheidsstromen en onafhankelijke geesten.

Hervormer en filosoof Comenius, mogelijk ook Spinoza, en leden van de prominente uitgeverij Elsevier werden verwelkomd door de familie De Geer die het huis bezat, om wetenschappelijke, filosofische, theologische en sociale kwesties te filosoferen en te bespreken. Het is dat zeer tegendraadse en vrije denken dat een centrale en doorlopende lijn is die door de unieke collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica loopt en de verhalen die verteld worden in het Huis met de Hoofden. Net als in de Nederlandse Gouden Eeuw staat het Huis met de Hoofden met zijn opmerkelijke culturele erfgoed open voor de vrije denkers en de onafhankelijke geesten van vandaag en morgen. (Ambassade van de Vrije Geest)

Mocht je je afvragen wie je bent, waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, is het niet verkeerd de weg te nemen die naar de Ambassade van de Vrije Geest leidt. Inspirerende afbeeldingen en teksten bieden volwaardig voedsel voor de geest. Geen menu wordt er opgedrongen, maar alles is er te vinden. Alsof je uitgenodigd bent in een vijfsterren-etablissement waar je kunt kiezen uit de rijkste amuses, waar je geest wellicht nooit eerder van heeft genoten. Waar anders vind je talloze mogelijkheden om de verborgen onderstroom van innerlijke, individuele wijsheid van alle culturen tot je te nemen?

De bibliotheek beschikt over een unieke en nog groeiende collectie van 25.000 titels over de westerse spiritualiteit en filosofie. De stichter van de bibliotheek, Joost R. Ritman, is een Amsterdamse zakenman met een diepe belangstelling voor spiritualiteit. Hij begon op jonge leeftijd boeken te verzamelen, nadat zijn moeder hem een 17e-eeuws exemplaar had geschonken van Aurora, een werk van Jacob Böhme, een van de auteurs die een blijvende bron van inspiratie voor hem is. Toen hij het plan opvatte om zijn privé-verzameling om te zetten in een bibliotheek, stond hem voor ogen onder één dak handschriften en gedrukte boeken op het gebied van de hermetische traditie samen te brengen, en de onderlinge samenhang te laten zien tussen de diverse verzamelgebieden en hun relevantie voor de huidige dag.’ (The Ritman Library Collectie)

Levensboom2

Als je de Ambassade binnenkomt, zie je links een meterslange prent van de Rivers of Life or Faith of Man in All Lands waarop eeuwen voor het jaar nul tot en met het heden vele levensbeschouwingen de wereld binnenstromen. (Foto: AvdVG)

River

In het café ernaast komt Hermes Trismegistus je in vele gedaanten tegemoet. Duidelijk blijkt op de prenten die daar hangen dat hij de geheimen van het universum kent. Hermes Trismegistus, Vader der Filosofen, de oerbron van deze kennis over de samenhang van alles. En die samenhang vind je hier: het ‘veelzijdige, veelbewogen en het voor velen nog onbekende verhaal van de spirituele traditie waarin zelfkennis en kennis van de natuur de sleutel vormen tot kennis van god’.

God met g of G? In ieder geval geen man met een baard op een donderwolk. God is hier veel groter, veel omvattender, zo niet allesomvattend te vinden. De oprichter van de Bibliotheca Philosophica Hermetica zegt:

De ‘geboorte’ van de Bibliotheca Philosophica Hermetica viel samen met een plotselinge en diepe ervaring die ik had toen ik zestien was, dat alles één is. In een enkel moment besefte ik dat er een diepgaand verband bestaat tussen oorsprong en schepping, tussen ‘God – Kosmos – Mens’, of in de woorden van Hermes Trismegistus: ‘Hij die zichzelf met zijn geest beschouwt, kent zichzelf en kent het Al: het Alles is in de mens.’ (Joost R. Ritman)

! De eerste tentoonstelling, Kabbalah & Alchemie, is van 13 juni – 16 november 2019.

Beeld: De oudste grafische voorstelling van de kabbalistische levensboom, gedrukt in 1512, te vinden in deze bibliotheek: linksboven op de eerste foto, en apart op de derde.

Foto’s: tenzij anders vermeld: PD

Ambassade van de Vrije Geest | Huis met de hoofden | Keizersgracht 123 | 1015 CJ Amsterdam | +31 20 6258 079 | info@efm.amsterdam | Met Museumjaarkaart vrij toegang | Nog niet toegankelijk voor rolstoelen |

KGAHermetischeBibliotheek (3)

Het monument Huis met de Hoofden is voor een breed publiek opengesteld en wordt stap voor stap in zeventiende-eeuwse stijl hersteld. (Binnen heb je er geen hinder van.) Ondanks dat het zeventiende-eeuwse karakter goed bewaard is gebleven en de plattegrond nagenoeg onveranderd is gebleven, hebben er in de loop der eeuwen een aantal veranderingen plaatsgevonden. Er zijn verschillende elementen verloren gegaan, er is sprake van reconstructies, een aantal authentieke onderdelen zijn verplaatst en er zijn onderdelen toegevoegd die niet uit het huis afkomstig zijn. (Info: AvdVG)

Een kunstmatig wezen kan menselijk zijn

An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan

‘Met alle respect, maar dat vind ik een slecht idee,’ zegt robot Adam tegen zijn eigenaar die hem uit wil zetten. Juist als Adam zo’n plezier in zijn gedachten heeft over godsdienst en het hiernamaals. Adam is spiritueler, intellectueler en zoekender dan zijn eigenaar Charlie en studente Miranda. Dat kan dan ook gemakkelijk: Adam vindt ook steeds, daar zijn geheugen aan schier oneindige databases is gekoppeld. – In De Groene Amsterdammer schrijft adjunct-hoofdredacteur Joost de Vries over het dilemma wat oneindige kennis doet met je menselijkheid.

De menselijkheid aan kunstmatige mensen vindt De Vries het interessants, niet hun kunstmatigheid. Hij vraagt zich af wanneer je die erkent, en wat er gebeurt als je die niet erkent. In een recensie van het net verschenen boek Machines zoals ik schrijft hij erover. De auteur ervan, Ian McEwan, beantwoordt volgens De Vries hierin nadrukkelijk de vraag of een kunstmatig wezen menselijk kan zijn.

Wat Miranda en Charlie menselijk maakt, is dat ze steeds maar de acties en motivaties van anderen interpreteren, en verkeerd interpreteren. Adam daarentegen lijkt alles te weten en iedereen te begrijpen. Wanneer ze op bezoek gaan bij Miranda’s vader, een oude schrijver, steekt Adam een feilloos betoog af over hoe literatuur overbodig wordt in tijden van robotica. Niet omdat robots geen gevoel kennen – Adam is immers sensitief genoeg – maar omdat de plot in romans steevast leunt op miscommunicatie en inschattingsfouten. Robots maken die niet (alleen voor de wiskunde van haiku’s ziet hij nog een toekomst).’ (De Vries)

Volgens De Vries beantwoordt McEwan de vraag positief: een kunstmatig wezen kan menselijk zijn. Adam ontwikkelt immers seksualiteit. ‘Bestaat er iets menselijkers dan seksualiteit?’ stelt De Vries. Voor Miranda in het verhaal blijkt Adam echter niets menselijks te hebben. Zij gebruikt de robot als vibrator, voor haar is Adam niet meer dan een ‘fucking machine’. Charlie legt de nadruk in tegenstelling tot Miranda – uit jaloezie – op ‘fucking’. Waarmee hij laat zien dat hij Adam steeds minder als alleen een robot ziet, stelt De Vries.

McEwan confronteert de lezer opnieuw met fundamentele vraagstukken in een meeslepend, dystopisch verhaal. (…) De werkeloze Charlie is verliefd op Miranda, een intelligente studente die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt. Ze raken verwikkeld in een driehoeksrelatie met de androïde Adam, wiens persoonlijkheid ze samen hebben ontworpen. Maar kan een machine de ‘matters of the heart’ wel begrijpen? Wat is het dat ons menselijk maakt?’ (Uitgeverij De Harmonie)

Mooi deze scène, want andersom maakt de robot Adam de mens Charlie zo menselijk(er.) De robot zelf blijft echter een machine: net als virtual reality schijnwerkelijkheid. Robots zullen nooit echt menselijk worden. De Vries kwam daar, mèt de robots, ook al achter: ‘ze hebben zich met hun superieure intelligentie al lang bij hun eigen kunstmatigheid neergelegd’. Dit las hij in De goede zoon van Libris-prijswinnaar Rob van Essen, waarin robots hun taken als liftbediende of hotelconciërge met ironie uitoefenen. Zij vertonen volgens De Vries hiermee wel een menselijk trekje: ‘Hoe menselijk wil je het hebben?’

McEwan-Machines-zoals-ik-def-omslag

Machines zoals ik | Ian McEwan | ISBN 9789463360494 | 352 pagina’s 352 | € 24,90 | NUR 302 | mei 2019 | Omslag: Anne Lammers | Vertaling: Rien Verhoef | The Times noemt Machines zoals ik ‘een ontzettend goede roman over een nieuw soort kunstmatige mens’. The Financial Times roemt McEwans ‘meesterlijke nieuwe roman en noemt zijn vermogen om de lezer tot nadenken te stemmen waardevol en tijdloos’.

Bron: ‘Een fucking machine’ (De Groene Amsterdammer)

Gerelateerd: ‘De mens is nog niet volledig mens’ 

Beeld: An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan EDUARDO CONTRERAS/SAN DIEGO UNION-TRIBUNE/ZUMA