Islam maakt al meer dan 1400 jaar deel uit van Europese ontwikkeling

Boekrecensie Muslim Europe Tharik Hussain schreef in 2026: A Journey in search of a fourteen hundred year history: 1400 jaar moslimgeschiedenis in Europa. In ‘ons’ Europa. – Een geschiedenisboek? Een boek over religie, of over filosofie? Een reisverslag? Het is vier in een. Juist omdat al die aspecten meespelen, ontstaat een brede en verrijkte blik op ons verleden en daarmee op ons heden.
Gastblog door Rudi Holzhauer* over Muslim Europe – A Journey in search of a fourteen hundred year history door Rudi Holzhauer Eindredactie: Relifilosofie

Muslim Europe verschijnt in een tijd van toenemende islamofobie op tal van manieren. Het boek van Hussain geeft tegengas: het laat zien hoe moslims al bijna anderhalf millennium een ​​centrale rol spelen in de Europese geschiedenis’

Sporen van vroege aanwezigheid
‘Al veertien eeuwen is de islam aanwezig in Europa,’ zegt Tarik Hussain. ‘Moslims kwamen in Malta, Sicilië, en natuurlijk in Andalusië, Portugal en Spanje.’
Hussain is bovenal een reisschrijver en volgt de voetsporen van de eerste Europese moslims. Tal van Europese plekken blijken nog altijd sporen dragen van die vroege aanwezigheid.
‘Wie tot tien telt in het Maltees ontdekt vanzelf de Arabische oorsprong van die taal. En het populaire vakantieoord, de Algarve in Portugal, komt van het Arabische woord voor het Westen: al-Gharb.’
Ten westen van? Precies: van Andalusië.

Historische werkelijkheid
Historicus en freelance journalist Nuri Kurnaz vertelt, in een reportage in Trouw over Muslim Europe, dat pas met de Reconquista in Spanje het ‘anti-moslim-sentiment in het Europese DNA’ kwam en werden veel islamitische sporen uitgewist. Met Muslim Europe wil Hussain dit recht zetten, zegt Kurnaz:

‘De historische werkelijkheid is anders,’ zegt hij. ‘Binnen vijftien jaar na het overlijden van Mohammed zette de allereerste generatie moslims voet op Europese grond, in Cyprus. Vergelijk je de drie religies met een oorsprong in het Midden-Oosten, dan bereikte de islam Europa sneller dan het christendom of jodendom dat deden.’
(Kurnaz in Trouw, 13 december 2025)

Centrale rol moslims
Muslim Europe verschijnt in een tijd van toenemende islamofobie op tal van manieren. Het boek van Hussain geeft tegengas: het laat zien hoe moslims al bijna anderhalf millennium een ​​centrale rol spelen in de Europese geschiedenis.

Vorming modern Europa
Hussain citeert onder andere een mooie uitspraak van koning Charles III, gedaan tijdens een lezing toen hij nog Prins van Wales was: ‘De islam maakt deel uit van ons verleden en ons heden, op alle gebieden van menselijk streven. En heeft bijgedragen aan de vorming van het moderne Europa. Het is onderdeel van ons eigen erfgoed, geen losstaand iets.’
Gedeeld Erfgoed dus.


Interieur moskee in Córdoba (Andalusië), geschilderd door Edwin Lord Weeks (1880)

Muslim Europe
Lezers volgen Hussain door Cyprus, Malta, Sicilië, Portugal en Spanje, en vinden vroege islamitische bewijzen en invloeden. Ook komen zij geleerden en moslimfilosofen tegen die bijgedragen hebben aan de vorming van het Europese denken. Wellicht zullen zij verrast zijn door wat al die tijd voor hun neus verborgen is gebleven. Het boek leidt hen op een subtiele manier naar een breder, inclusiever begrip van Europa waarin moslims geen buitenstaanders zijn maar al lang een belangrijke bijdrage leveren.

Multiculturele mozaïek
Muslim Europe is vooral interessant voor wie op zoek is naar een dieper gevoel van verbondenheid binnen het multiculturele mozaïek van het moderne West-Europa.
Sommige critici beweren dat Tharik Hussain op zich geen nieuw materiaal aanbrengt. Hussains verdiensten liggen echter veel meer in het aangeven van de mate waarin de moslimbijdrage aan Europa is geminimaliseerd en over het hoofd gezien, en in het toegankelijk maken van deze geschiedenis voor een breed hedendaags publiek. Het werk van Koert Debeuf is hier ook een voorbeeld van, en dan geheel toegespitst op de inbreng van Ibn Rushd ( Averroës).

Dr. David Motadel, van de Vakgroep Internationale Geschiedenis aan de London School of Economics, schrijft in The New Statesman onder meer over Muslim Europe:

‘Helaas belooft de titel weliswaar een historisch overzicht te geven van 1.400 jaar islam in Europa, maar richt het boek zich vrijwel uitsluitend op de middeleeuwen. De Ottomaanse verovering van de Balkan in de 14e eeuw wordt slechts terloops genoemd. Hussain had bijvoorbeeld de Gazi Husrev Beg-moskee in Sarajevo kunnen bezoeken om inzicht te geven in de geschiedenis van het islamitische Zuidoost-Europa. Hij had ook de houten Kruszyniany-moskee in Polen kunnen bezoeken om de geschiedenis te bespreken van de Tataren die zich rond dezelfde tijd voor het eerst in het Groothertogdom Litouwen vestigden.’
(Islam is part of European historyDe manier waarop historici het islamitische verleden van het continent bagatelliseren, draagt ​​bij aan de hedendaagse verdeeldheid. The New Statesman, 19 november 2025)

Tharik Hussain

Gemeenschappelijke Europese identiteit
Meer historisch georiënteerd is het eveneens recente boek van Elisabeth Drayson, Crucible of Light. Ook zij beschrijft 1.400 jaar van aanzienlijke islamitische invloed. ‘Het lijdt geen twijfel dat het hedendaagse Europa op politiek, religieus en cultureel vlak op gespannen voet staat met de islam.’
Met haar boek beoogt zij ‘de opkomst te beschrijven van een gemeenschappelijke Europese identiteit, gesmeed in de brandende smeltkroes van religieuze en politieke strijd, waarvan de diepe betekenis door deze hedendaagse saga aan het licht wordt gebracht.’

Islamitische ambachtslieden en geleerden
Drayson, emeritus hoogleraar Spaans, begint haar geschiedenis met de spectaculaire opkomst van de islam vanuit Arabië na 600 n.Chr. Europa was in die tijd een achtergebleven gebied, en verstreek er een eeuw voordat de islam het Iberisch Schiereiland veroverde en daar 800 jaar lang heerste.
In de 15e eeuw trokken de Ottomanen vanuit het oosten op om Oost- en Midden-Europa te veroveren, tot aan Wenen toe. Islamitische ambachtslieden creëerden prachtige steden en kunst, en islamitische geleerden speelden een cruciale rol bij het bewaren van oude literaire en wetenschappelijke documenten, terwijl ze tegelijkertijd hun eigen bijdragen leverden.

Gedeeld Erfgoed
Veel hiervan is bekende geschiedenis. Allemaal Gedeeld Erfgoed.
Drie hoofdstukken van Crucible of Light gaan over Córdoba, de parel van islamitisch Spanje die een gestage stroom middeleeuwse christelijke en joodse geleerden aantrok. Sicilië profiteerde van twee eeuwen islamitische heerschappij. Mustafa Kemal Atatürk redde het instortende Ottomaanse Rijk uit de greep van Engeland, Frankrijk en Rusland en stichtte zo het moderne Turkije.

Elisabeth Drayson sluit af met een oproep tot ‘nieuwe manieren van denken en betere vormen van sociale, culturele en politieke interactie tussen christenen, niet-moslims en moslims’.

Muslim Europe | Imprint: Penguin | Published: 05/11/2026 | ISBN: 9781405975506 | Length: 432 pages | Price: £12.99

Tharik Hussain (1979) is een bekroond auteur, historicus, reisjournalist en onderzoeker bij het Centrum voor Religie en Erfgoed aan de Universiteit van Groningen, waar hij zich specialiseert in islamitisch erfgoed en cultuur.

Beeld: Research on Belief (Facebook) / The European Financial Review – The Emancipation of Europe’s Muslimsby Jonathan Laurence
Het interieur van de moskee in Córdoba, geschilderd door Edwin Lord Weeks (1880): Afbeelding: Bridgeman Images. (In: The New Statesman)
Foto Tharik Hussain: Tharik Hussain

Bronnen en meer info bij dit blog: Muslim Europe (o.a. Komende podcasts: Vergeten Denkers uit al-Andalus)

*Gastblogger Rudi Holzhauer: Nederlandse Master in de Rechten, Doctoraat in Recht en Economie, Nederlandse Master in de Filosofie, Master of Law Cambridge VK, Onafhankelijk inspirator bij Alpujarras Academy Spain. Met steun van het Moslim Archief: Columns voor, over Inbreng, Verdringing en Taal (Holzhauers eigen werk in progress). Hierin vertaalt / thematiseert de auteur visies op de filosofie-geschiedschrijving.

Op zoek naar een ‘openbaring van het heilige’

Boekrecensie Dan maak je maar zin – De agelovige Koert van der Velde zoekt in de kerk van Vézelay hoopvol naar een ‘openbaring van het heilige’. Hij onderzoekt of een mens aangesproken kan worden door ‘iets veronderstelds achter de grens van je begrip’. En zo religieuze voorstellingen weer tot leven te wekken. ‘Door Maria Magdalena bijvoorbeeld, of door God. Deze menselijke verbeeldingen hebben het paradoxale vermogen de beleving te geven dat zij zich aan ons openbaren’. Van der Velde noemt dit de ‘religieparadox’.

Voordat het wiel werd uitgevonden (ruim 6000 jaar geleden) bestond er al religie. En de mens vereerde al goden toen hij de grond ging bewerken en dieren domesticeren (12.000 jaar geleden)’
(Koert van der Velde)

Zelf religies en goden scheppen
De kerk in het Franse Vézelay is de Basiliek Sainte Marie-Madeleine. Daarmee begint het boek: Het verzinsel van Vézelay. Zo’n duizend jaar geleden ligt dat in een streek die nog ‘half heidens’ is. En de kerk onbeduidend. Totdat in het klooster van Vézelay de ‘botjes’, toegeschreven aan Maria Magdalena, worden overgebracht naar de kerk. En daar beginnen de verzinsels. Het ene verhaal door monniken gefantaseerd is nog mooier dan het andere. Koert krijgt zo ‘het inzicht dat het de mensen zelf zijn die religies en goden scheppen’. De ontnuchterende werking ervan leidt tot zijn vraag of het ‘bewust gebruik van de “religieparadox” in onze geseculariseerde cultuur nog toekomst kan geven’.

Transcendente werkelijkheid
Het antwoord hierop leidt tot een zoektocht. Koert gaat als ‘agelovige’ op zoek naar ‘mogelijkheden om toch aan religie te doen’. De kerk wordt zijn ‘belangrijkste religieuze laboratorium’. Voor hem is, net als vroeger in Vézelay, ‘de beleving van een zinvolle transcendente werkelijkheid, waarmee je door rituelen contact kunt zoeken, ‘dé reden om religieus te willen zijn’. En omdat ‘religie nog steeds bijna onmisbaar is voor een niet-oppervlakkig, levensbeschouwelijk relevant leven’, moet Koert ‘zichzelf aan het werk zetten – volgens goed oudhollands gebruik: “Geen zin? Dan maak je maar zin”.’


Basiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay

Het geheim van Vézelay
Dit boek is, schrijft Koert, een poging ‘het recept te vinden om agelovig religieuze belevingen te krijgen’. Koert maakt daarvoor zó veel zin dat hij zich zelfs laat insluiten in de basiliek, voor hem ‘een spiritueel nest’, waar hij zich ‘beschut en thuis voelt’. ‘Moe en verkleumd’ probeert hij te slapen ‘op een tapijt midden op het koor’. Maria Magdalena ‘ligt precies onder me’. Zijn boek besluit met Het geheim van Vézelay. Zal hij inderdaad ‘verhalen over een spetterende religieuze beleving’ in de kerk van Vézelay?

Dan maak je maar zin
De lezer zal het weten. Vrijwel iedere alinea zet aan het denken. Voortdurend kan je met de auteur meegaan in zijn ‘religie zonder geloof’, maar juist ook als hij over transcendentie (god en goden) schrijft. Met het idee van ‘monotheïsme kan je eveneens meegaan, maar het idee van ‘polytheïsme’ blijkt bijzonder boeiend.      

Polytheïsme
Polytheïsme is ‘de oudste vorm van religie’, schrijft Koert. ‘Die tot in de zestiende eeuw bleef voortbestaan’. Op religieus gebied hebben mensen ‘meestal veel ruimte in hun doen en laten, blijkt uit de studie van het oude Midden-Oosten, de polytheïstische bakermat van het monotheïsme’. De goden zelf hebben ‘allemaal hun eigen specialismen – van schepper tot god van de dood’. En ook zijn er veel vrouwelijke goden. ‘Ze gaan over belangrijke zaken, zoals vruchtbaarheid, oorlog of de zee.’

‘Hoe anders had onze wereld eruitgezien als de laatste polytheïstische Romeinse keizer Julius niet op het slagveld was gestorven en Europa niet monotheïstisch was geworden.(…)Hoeveel minder godsdienstoorlogen en kettervervolgingen waren er dan geweest? De Renaissance was dan overgeslagen, en wellicht was ook de Verlichting niet nodig geweest, de rede had dan eerder gezegevierd.’
(Het verzinsel van Vézelay, noot 6: Julian Barnes, Elisabeth Finch. Amsterdam 2022, 85-140)

‘In de geest van Abraham’
Koert noemt zijn boek een pleidooi voor religie zonder geloof. Hij zegt ‘dat we iets belangrijks verliezen als we door ons onvermogen te geloven we er niet meer in zouden slagen religieus te zijn’. Veel goeds laat hij zien van mensen die wel het vermogen hebben religieus te zijn.
Zoals de gelovige negentiende-eeuwse filosoof Søren Kierkegaard, die zichzelf overwint ‘in de geest van Abraham op weg naar Moria. Abraham staat wat Kierkegaard betreft voor een man die niet buigt voor zijn eigen angst, die recht door zee is en God vertrouwt. Het geloof moet van hem voorop staan, wat de consequenties daarvan ook zijn’. Koert volgt vooral Kierkegaard uitgebreid in zijn boek, bij wie hij uiteindelijk ook vraagtekens zet.


Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganymedeš om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te makenBasiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay

Verzingeven
Verzingeven. Zelf religies en goden scheppen: de paradoxale religieuze beleving dat het beleefde niet zelf geschapen is. Koert vraagt zich af of we dat niet nog steeds kunnen en zouden willen. ‘Maar dan consequenter, zelfbewuster en vrijer aan het verzingeven te gaan?’

‘Om te verzingeven kan naar eigen smaak worden geput uit millennia oude religieuze verhalen en technieken uit alle mogelijke culturen, en uiteraard ook uit de eigen fantasie. Mijn flirten met God-experimenten zijn pogingen expliciet zelf zin te maken door te proberen religieuze belevingen op te wekken, terwijl dit religieus gezien eigenlijk onmogelijk is. Het draait in religies immers om de sensatie dat er iets van buiten komt, dat ik het juist níét zelf was. Het initiatief is aan de goden.’
(Uit: Dan maak je maar zin)

‘De Franse Verlichtingsfilosoof Voltaire propageerde het religieuze geloof uit niet-gelovig perspectief, omdat het goed zou zijn voor de orde in de maatschappij. Zo maande hij eens zijn deftige disgenoten tot zwijgen tijdens een discussie over hun gemeenschappelijke inzicht dat God wellicht helemaal niet bestond’
(Koert van der Velde)

Agelovig?
Koert zegt tot slot dat hij ‘nog maar aan het begin van de weg naar een rijk agelovig religieus leven’ staat. Of dat ‘agelovig’ zal zijn, vraag ik me af. In Dan maak je maar zin en Flirten met God proef je op iedere bladzijde duidelijk zijn vurige wens werkelijk een ‘religieuze ervaring’ op te doen. Daarom onderzoekt hij echt alles wat maar naar religie en geloof smaakt. Daarom ook is de auteur al bezig met onder meer neo-sjamanistische trancedans, islamitisch gebed en mystieke islam. Hierover zegt hij ‘verslag te doen in het nog te verschijnen boek Verzingeven’.

Besluit
Dan maak je maar zin laat mij in positieve zin onthutst achter. Wat een prestatie. Koert verslindt echt alles over (on)geloof en religie. Honderden voetnoten maken er gewag van. Van Gilgameš tot Stefan Paas, van Genesis tot Jesaja, van William James tot Søren Kierkegaard, Van Hume tot Eckhart, van Jean-Paul Sartre tot Immanuel Kant. Alain de Botton, Jezus, Ludwig Wittgenstein, Daniel Dennet, Henri Nouwen. En velen mij onbekend die vast de moeite waard zijn om ook kennis van te nemen. Koert hoopt op een werkelijk religieuze beleving, heeft daarvoor zelfs de berg van Mozes naar de top beklommen. Ontdekt Koert wellicht dat je het transcendente niet (alleen) buiten jezelf moet zoeken?

Dan maak je maar zinPleidooi voor religie zonder geloof | Koert van der Velde | mei 2026 | 268 blz. | € 27,50

Beeld: Instagram / boekhandeldekler 
Basiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay: Het centrale timpaan van de narthex (1140-1150), geopend voor het verlaten van de mis. Basiliek Sainte-Marie-Madeleine in Vézelay. 15 juli 2008, foto: Vassil (Commons Wikimedia)
Beeld De ontvoering van Ganymedes: Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganimedeš om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te maken. 7 juli 2008, foto: Vassil (Commons Wikimedia)

Over het Iraanse regime en het toezicht van de Ulema

Oproep tot regimeverandering in strijd met de islam?Auteur van Islam, politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru, heeft zich meermaals uitgesproken over alle recente ontwikkelingen in Iran. Eén van de perspectieven van Kuru is dat niet de islam voor allerlei problemen zorgt, maar dat de oorzaak onder meer ligt bij de opstelling van de wereldlijke autoritaire en de Ulema (religieuze leiders).
– door gastblogger Rudi Holzhauer,
vertaler van Islam en artikel Regimeverandering gewenst

‘Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?’
(Ahmet T. Kuru)

Regimeverandering gewenst
– door Ahmet T. Kuru

De Amerikaans-Israëlische alliantie zet haar aanvallen op Iran voort, in strijd met het internationaal recht. Deze interventie is in tegenstelling tot de invasie van Irak in 2003 niet gepresenteerd als een democratiseringsproject. Weinig moeite hebben de daders om hun imperiale doelstellingen of de leidende rol van Israël in de campagne te verbergen. Toch heeft deze interventie een belangrijk doel gemeen: regimeverandering.

Van de Iraanse diaspora in Noord-Amerika en Europa hebben enkele leden de aanval gesteund in de verwachting dat het regime zou instorten. Tegen het regime blijft de haat niet beperkt tot de diaspora. Begin 2026 namen miljoenen Iraniërs deel aan landelijke demonstraties. Deze protesten werden echter door het regime onderdrukt met ongekend geweld. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 7.000 tot 37.000, terwijl het aantal gewonden mogelijk in de honderdduizenden loopt.

Een aanzienlijk deel van de samenleving heeft zich tegen de islam gekeerd. Daardoor onderscheidt het Iraanse regime zich van veel andere autoritaire systemen. Uit enquêtes die onder moeilijke omstandigheden zijn gehouden, blijkt dat ongeveer de helft van de Iraanse bevolking de islam heeft verlaten als gevolg van politieke wrok jegens het regime. Wat vormt dan de kern van een regime dat een aanzienlijk deel van zijn bevolking tot verzet heeft gedreven?

De erfenis van Khomeini
Het Iraanse regime is gebaseerd op het concept van velayat-e faqih, een decennium voor de revolutie geformuleerd door Ruhollah Khomeini, leider van de revolutie van 1979. Later is dit concept in de grondwet opgenomen. Te vertalen als: ‘Het voogdijschap van de rechtsgeleerde’ of ‘De instelling van het voogdijschap van islamitische geleerden (Ulema)’ over het politieke systeem.

De Opperste Leider staat boven de president, het parlement en de rechterlijke macht. Ook fungeert hij als de hoogste autoriteit in militaire aangelegenheden. Dit semi-theocratische bestuurssysteem, gebaseerd op het voogdijschap van de Ulema, berust op de simplistische logica van het islamisme: zijn wij moslims? Ja. Moeten wij dan worden geregeerd door de islamitische wet, dat wil zeggen de sharia? Ja. Wie begrijpt de sharia het beste? De Ulema. Moeten de Ulema dan niet regeren?


Politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru

Na de revolutie werden enkele vooraanstaande Ulema die deze redenering betwistten, door Khomeini met geweld het zwijgen opgelegd. Zijn interpretatie van de sharia was rigide en letterlijk. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat zelfs de profeet Mohammed en imam Ali – die door sjiieten als de eerste imam wordt beschouwd – de religieuze voorschriften niet aan veranderende omstandigheden konden aanpassen.
In een van zijn opgenomen toespraken illustreerde Khomeini dit punt met het voorbeeld van overspel: ‘Volgens de sharia is de straf voor overspel honderd zweepslagen. Als de profeet Mohammed of imam Ali vandaag de dag nog zouden leven, zouden zij dan een andere straf opleggen? Zou de profeet honderdvijftig zweepslagen opleggen?’

Hoewel islamisten in andere landen soortgelijke argumenten hebben aangevoerd, zijn er maar heel weinig in geslaagd een semi-theocratisch regime zoals dat van Khomeini tot stand te brengen. Dit kwam doordat Khomeini zowel gebruik maakte van de brede coalitie van oppositiekrachten tegen de sjah, als profiteerde van het bestaan van een machtige geestelijkheid en de leer van de Mahdi in het Twelver Shi’i-doctrine.  
Volgens de dominante Twelver Shi’i-doctrine in Iran is de Twaalfde Imam, Mohammed al-Mahdi, in de tiende eeuw door God aan het oog onttrokken (maar nog steeds in leven) en zal hij aan het einde der tijden weer verschijnen. Zijn terugkeer wordt verwacht als de basis voor een volledig rechtvaardige en legitieme regering. Khomeini versmolt het gezag van de Ulema in zaken van de sharia met het geloof in de Mahdi, met het argument dat de Ulema in zijn naam politiek gezag moesten uitoefenen tot zijn terugkeer.

Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?

De alliantie tussen de Ulema en de staat
Om aan te tonen dat de islam onverenigbaar is met democratie, beweren islamisten (omwille van hun politieke projecten) en islamofoben tegenwoordig, dat de islam de scheiding van religie en staat inherent afwijst. Islam weerlegt deze bewering door middel van een historische analyse.

Islam laat zien dat er tussen de achtste en elfde eeuw een relatieve scheiding bestond tussen de Ulema en de heersende klasse in de islamitische wereld. Van de 3900 godsdienstgeleerden, in biografische bronnen uit deze periode genoemd, ontving slechts 9% een salaris van de staat via officiële functies zoals die van rechter, terwijl 91% zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzag.

In de vroege periode van de islamitische geschiedenis gaven de Ulema er in principe de voorkeur aan geen salaris van heersers te aanvaarden. Zij beschouwden nauwe banden met de staat als corrumperend en als een risico op medeplichtigheid aan onderdrukking. Daarom gaven de meeste vroege Ulema er de voorkeur aan hun brood te verdienen met handel. De stichters van de vier grote soennitische rechtsscholen en prominente sjiitische figuren zoals Ja’far al-Sadiq waren onafhankelijke geleerden die geen staatsfuncties aanvaardden.
Deze geleerden betaalden de prijs omdat ze niet wilden buigen voor de eisen van de heersers. Imam Malik werd onderworpen aan lijfstraffen, Imam Shafi’i geketend en Ibn Hanbal in de gevangenis geslagen. De laatste ontsnapte ternauwernood aan de doodstraf.
 
De ervaringen van Abu Hanifa zijn het bekendste voorbeeld van de heersende mentaliteit in die tijd. Abu Hanifa wees het aanbod van een rechtersambt van de Abbasidische kalief Mansur af, omdat hij zichzelf ongeschikt achtte voor die functie. De kalief antwoordde: “Je liegt, jij bent de meest gekwalificeerde.” Abu Hanifa antwoordde: “Een leugenaar kan geen rechter zijn.” Uiteindelijk werd hij gevangengezet en vergiftigd.


De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw

Deze 13e-eeuwse Arabische manuscript-illustratie geeft de bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw weer. Een bijeenkomst van geleerden met tulbanden staan voor rijen zorgvuldig opgestelde boeken, en in een serieus literair en juridisch debat verwikkeld zijn.

Het kunstwerk, Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri, werd in 1237 n.Chr. gemaakt door de meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier, en bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

Geen Hadith maar een Sassanidisch spreekwoord
Er is geen expliciete verwijzing naar de nauwe band tussen religie en staat in de Koran of de Hadiths. Daarom hebben degenen die na de elfde eeuw pleitten voor de broederschap van religie en staat, het aforisme (in feite een Sassanidisch spreekwoord) aangehaald alsof het een Hadith was: ‘Religie en het koninklijk gezag zijn tweelingen. Religie is het fundament, en het koninklijk gezag is de bewaker ervan. Wat geen fundament heeft, stort in; wat geen bewaker heeft, gaat ten onder’.

Kortom, de alliantie tussen de Ulema en de staat was noch een essentieel onderdeel van de islam, noch een fundamenteel kenmerk van de vroege islamitische geschiedenis. Integendeel, deze alliantie werd gevormd tijdens de Seltsjoekse periode in de elfde eeuw. Later is ze geïnstitutionaliseerd en wijdverspreid tijdens de Ayyubidische, Mamelukse, Ottomaanse en Safavidische periodes. Islam geeft er een uitvoerige analyse van.

In de twintigste eeuw hebben islamisten de alliantie tussen de Ulema en de staat van een pragmatische regeling tot een meer ideologisch project verheven. In Egypte Hasan al-Banna, de stichter van de Moslimbroederschap, en later: Sayyid Qutb. In Pakistan Mawdudi, de stichter van Jamaat-e-Islami. In Iran Khomeini. Zij ontwikkelden meer totalitaire ideologieën, gebaseerd op de middeleeuwse alliantie tussen de Ulema en de staat, maar verder reikten door de islam te definiëren als zowel religie als staat.

Van seculier naar islamistisch
Als gevolg daarvan maakte de seculiere politieke stroming, tussen 1920 en 1980 in de meeste delen van de islamitische wereld invloedrijk, geleidelijk plaats voor islamistische bewegingen. Iran, dat samen met Turkije in de jaren twintig het voortouw had genomen bij seculiere hervormingen, is na de revolutie van 1979 een van de belangrijkste centra van het wereldwijde islamisme.

Deze beweging nam in verschillende landen verschillende institutionele vormen aan. Als voogdijschap van de Ulema in Iran. Als alliantie tussen de wahhabitische geestelijkheid en de Saoedische monarchie in Saoedi-Arabië. Als instelling van shariarechtbanken door militaire regimes in Pakistan en Soedan. Als de alliantie tussen de Ulema van Al-Azhar en het militaire regime in Egypte en als alliantie tussen de Ulema en gekozen politici in Maleisië.

Als het islamistische regime in Iran ten val komt, zullen de gevolgen zich tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekken, waardoor Iran opnieuw in het middelpunt komt te staan van een ingrijpende transformatie in de moslimwereld.
De ineenstorting van het bewind van de Ulema zou dan niet alleen het einde betekenen van het meest ambitieuze islamistische experiment van de moderne tijd, maar ook de verzwakking van de allianties tussen de Ulema en de staat in de gehele moslimwereld, en de mogelijke opkomst van een nieuwe seculiere politieke stroming.


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld
vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Bronnen:
* Iran’s regime: The guardianship of the Ulema, by Ahmet T. Kuru, The Montréal Review, June 2026 – in bewerkte vertaling door gastblogger Rudi Holzhauer – eindredactie: Relifilosofie
* Islam: Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld – vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer
* ‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God (Relifilosofie) – Boekrecensie door gastblogger Rudi Holzhauer – Een van de bronnen waarnaar dat boek verwijst, is: Islam, Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld | Ahmet T. Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Beeld: Reismeisje (Iran – 29 09 2013 – 8 uur ’s morgens)
Foto Ahmet T. Kuru: SDSU San Diego State UniversityCollege of Art and Letters
Beeld De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw: Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri. 1237 n.Chr. Gemaakt door meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier. Bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

‘Vrouwen, jullie zijn haar alles verschuldigd!’

Het denken van filosoof Simone de Beauvoir vormt nog altijd de basis van vele vrijheden die vrouwen vandaag de dag genieten. Parijs 1986: Op de begrafenis van De Beauvoir scandeerden talloze vrouwen in Montparnasse bovenstaande uitroep van filosoof Élisabeth Badinter. Al in 1949 schreef Simone De tweede sekse, haar ‘feministische bijbel’, over ‘de situatie van de vrouw’. Volgens De Beauvoir zette de maatschappij de vrouw systematisch op de tweede plaats.

‘On ne naît pas femme, on le devient’ – ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het’
(Uit: Nederlandse vertaling van De tweede sekse)

Vrouw op de tweede plaats
De tweede sekse verscheen 75 jaar geleden. Toch duurde het tot de tweede feministische golf, die begon in de jaren zestig, voordat er sprake was van een vrouwenbeweging die het boek omarmde: de piek van de verkoop was in de jaren zeventig. De Beauvoir bleek haar tijd ver vooruit. En anno nu zitten vrouwen – én mannen – nog steeds vast in rolpatronen.

‘De tweede sekse gaat inmiddels al een paar generaties mee als hart onder de riem van lezers met een hekel aan opvattingen waarin de mensheid wordt verdeeld in mannetjes- en vrouwtjesdieren.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)


Oud-zijn geen universele ervaring
Eind jaren zestig ‘stortte Simone de Beauvoir (1908-1986) zich op het thema ouderdom’. Ouderen, stelt de filosoof, worden in de samenleving vaak als ‘overbodig’ gezien: “Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is”.
Visionair De Beauvoir publiceerde op haar 62e De ouderdom, dat vandaag geschreven zou kunnen zijn. Hierin komt zij niet alleen op voor vrouwen, maar voor alle ouderen.

‘Aan de hand van getuigenissen en literatuur analyseert De Beauvoir de ouderdom: hoe de verhouding tot tijd verandert als je ouder wordt, hoe het lichaam aftakelt en vooral hoe de maatschappij met ouderdom omgaat.
Ouderdom hoeft niet altijd iets te zijn om te vrezen, concludeert De Beauvoir. Net als vrouw-zijn is oud-zijn geen universele ervaring; het is voor iedereen anders. Maar we moeten wel als samenleving waardig met ouderen omgaan.’
(Filosofie Magazine, Ouderdom maakt niet overbodig)

Meisjes op schoot en stoere jongetjes
Niet alleen de vrouw moet bevrijd worden, dat geldt net zo goed voor de man, zegt filosoof en journalist Alexandra Van Ditmars in haar artikel Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekseis. Kleine jongetjes moeten stoer doen, kleine meisjes mogen altijd op schoot, en getroost worden.

‘Van de man wordt verwacht dat hij zich altijd ‘mannelijk, evenwichtig en superieur’ gedraagt, wat net zo goed beknellend is. ‘Men zou de man bevrijden door de vrouwen vrij te maken,’ schrijft De Beauvoir. ‘Maar dat is nu juist datgene waar hij zo’n angst voor heeft. Hij houdt hardnekkig vast aan de mystificaties die zijn bedoeld om de vrouw in haar ketenen te houden.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)

‘Se vouloir libre’
Om gelijkheid tussen man en vrouw te bewerkstelligen, stelt De Beauvoir, moeten beiden de tweeslachtigheid van de menselijke conditie beleven: de man moet inzien dat hij ook lichaam is, en de vrouw moet inzien dat ze ook bewustzijn is.

‘De vrouw hoeft niet in het door mannen bedachte patroon te blijven hangen, en de man ook niet, maar we komen er nooit helemaal vanaf. Deze houding noemt De Beauvoir se ­vouloir libre: zich vrij willen. Door vrijheid te willen voor zichzelf, en daarmee ook voor de ander, worden liefde en vriendschap tussen man en vrouw mogelijk, al zullen die telkens opnieuw heroverd moeten worden.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)


Simone de Beauvoir, Sylvie Le Bon en Jean-Paul Sartre in Rome (1950)

De ouderdom | Simone de Beauvoir | 434 blz. | 2014 Erven J. Bijleveld | Boekwinkeltjes: € 30,00
‘Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is. Op die manier doen we geen recht aan wat het betekent om mens te zijn’.

De tweede sekse | Simone de Beauvoir | Bijleveld Utrecht | Boekwinkeltjes: € 20,00
Boom Filosofie:‘Sinds het verschijnen geldt De tweede sekse als een mijlpaal in het denken over mens en samenleving, en als een werk dat de man-vrouw verhouding diepgaand heeft beïnvloed. Dit is een van die zeldzame geschriften die het aanzien van onze tijd daadwerkelijk veranderden. De tweede sekse is een boek dat tot de geestelijke bagage van eenieder – vrouw of man, jong of oud – dient te behoren’.


Bronnen:
* Filosofie Magazine
Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is (Journalist Alexandra van Ditmars)
* Filosofie Magazine Ouderdom maakt niet overbodig in: Simone de Beauvoir leefde voor de vrijheid. Haar grootste ideeën op een rij (Ira Pronk:’ Na lang niet serieus genomen te zijn, is ze nu erkend als groot filosoof’.)
* Beeld Simone de Beauvoir in 1983: Cironneau/AP/SIPA/Journal des Femmes 2021
* Foto Piazza Navona, Rome, 1950: Simone de Beauvoir, Sylvie Le Bon en Jean-Paul Sartre op het terras van Domiziano (Seuil / Jazz / Gamma Presse Images / HH / De Groene Amsterdammer, 2015.
* Beeld Wij zijn niet als vrouw geboren: Filosofie Magazine, Anna Bay
* Een eersteklas dossier over dé filosoof van de tweede sekse: Filosofie Magazine nr 5, mei 2026 – ‘Volgens existentialist Simone de Beauvoir worden vrouwen niet als vrouw geboren, is filosofie altijd arrogant en heeft elk mens de taak om te kiezen wie die wil zijn’.