De profeet en de buitenaardse wezens

2Doc – Documentairefilm VPRO – Na een vermeende ontmoeting met buitenaardse wezens wordt de Franse voormalig autoracejournalist Claude Vorilhon (1946) de grondlegger en leider van ’s werelds grootste UFO-religie: het Raëlisme. De Israëlische regisseur Yoav Shamir ontvangt een mysterieuze uitnodiging van deze moderne profeet, die inmiddels door het leven gaat als Raël. Shamir gaat erop in en daarmee begint een zoektocht naar het verschil tussen een sekte en religie.

Het verhaal van Raël en zijn ambitieuze pogingen om nieuwe gebieden te betreden op zoek naar loyale volgelingen, werpt licht op de vele thema’s en vragen die religie en geloof blootleggen. Wat is het verschil tussen een sekte en een religie?

Waarom accepteren we het Bijbelse verhaal van een man die een conversatie heeft met een brandende struik wél en hebben we moeite met het verhaal van een man die een voorspelling ontvangt van buitenaardse wezens?

Regisseur Yoav Shamir vraagt vooraanstaand godsdiensthistoricus, professor Daniel Boyarin, om zijn mentor te zijn tijdens zijn zoektocht. De reis brengt Shamir naar het huis van Raël in Okinawa, naar zijn geboorteplaats in Frankrijk, naar zijn ziekenhuis in Burkina Faso en de groeiende Raëliaanse gemeenschappen wereldwijd. 

Yoav Shamir groeide op in Israël, de geboorteplaats van enkele beroemde profeten. Op jonge leeftijd raakte hij al gefascineerd door de verhalen en wonderen van een almachtige god, engelen, hemel en hel. Later raakt hij geïntrigeerd door wat er achter de schermen van religies gebeurt. Hoe worden religies gevormd? Wat maakt een man tot een profeet? Wat is er nodig om van mensen volgers te maken? Op een dag krijgt hij een uitnodiging om eregids te worden van de Raëliaanse beweging.

Raël had het werk van Shamir gezien en wilde hem een onderscheiding overhandigen. Shamir had nog nooit van Raël gehoord, maar reist af om zijn onderscheiding op te halen. Hij krijgt een warm welkom. Raël is ervan overtuigd dat Shamir deel uitmaakt van een groter plan. Hij vertelt dat hij heeft gedroomd dat zijn verhaal zal worden verteld in een film: ‘Iets tussen Star Wars en de Bijbel en de tien geboden.’

Regie: Yoav Shamir

Zie: 2Doc: The Prophet and the Space Aliens, 6 mei, 23.30 uur bij VPRO op NPO 2

Bron: VPRO Persinformatie

Beeld: Still uit The Prophet and the Space Aliens © VPRO

‘Intelligentie speelde rol bij ontstaan leven’

Ontdekkingen in de moleculaire biologie onthullen de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven en suggereren het werk van een meesterprogrammeur. – Dit stelt wetenschapsfilosoof Stephen C. Meyer, van het Centrum voor Wetenschap en Cultuur van het Discovery Institute in Seattle, in het artikel Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God, in The Federalist, van 2 april 2021. ‘Het idee dat God het universum heeft geschapen is tegenwoordig een respectabele hypothese, meer dan ooit in de afgelopen eeuw.

Voormalig geofysicus Meyer zag eerder af van pogingen om vragen te beantwoorden over ‘wie’ het leven zou hebben ontworpen. In zijn in maart 2021 verschenen boek Return of the God Hypothesis geeft hij nu antwoord op misschien wel het ultieme mysterie van het universum. Daarbij onthult hij volgens uitgeverij Harperone ‘een verbluffende conclusie: de gegevens ondersteunen niet alleen het bestaan ​​van een of andere intelligente ontwerper, maar ook het bestaan ​​van een persoonlijke God’. 

De ontdekking van informatie – en een complex systeem voor het verzenden en verwerken van informatie – in elke levende cel, levert dus sterke gronden op om aan te nemen dat intelligentie een rol speelde bij het ontstaan ​​van het leven. Zoals informatietheoreticus Henry Quastler opmerkte, ‘komt informatie gewoonlijk voort uit bewuste activiteit’.

Meyer bestrijdt de strikt materialistische visie op de werkelijkheid, zoals dat ‘het universum precies de eigenschappen heeft die we zouden mogen verwachten als er in wezen geen ontwerp, geen doel is… niets dan blinde, meedogenloze onverschilligheid’. De wetenschapsfilosoof stelt dat drie belangrijke ontdekkingen in de afgelopen eeuw in tegenspraak zijn met de voorspellingen van wetenschappelijke atheïsten en juist in een duidelijk theïstische richting wijzen.

Ten eerste hebben kosmologen ontdekt dat het fysieke universum waarschijnlijk een begin had, in tegenstelling tot de verwachtingen van wetenschappelijke materialisten die het materiële universum al lang als eeuwig en op zichzelf bestaand hadden afgeschilderd (en daarom geen externe schepper nodig hadden).

Als tweede ontdekking noemt Meyer natuurkundigen die ontdekt hebben dat we in een soort ‘Goudlokje-universum’ leven. Hij bedoelt hiermee: precies goed.

Sinds de jaren zestig hebben natuurkundigen inderdaad vastgesteld dat de fundamentele fysische wetten en parameters van ons universum tegen alle verwachtingen in nauwkeurig zijn afgestemd om ons universum geschikt te maken voor leven.’ 

Als derde noemt Meyer ontdekkingen in de moleculaire biologie die de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven onthuld, wat volgens hem het werk van een meesterprogrammeur suggereert. Hij stelt dat we over het algemeen weten dat informatie – of deze nu in hiërogliefen is gegraveerd, in een boek is geschreven of in radiosignalen is gecodeerd – altijd afkomstig is van een intelligente bron.

Nadat James Watson en Francis Crick in 1953 de structuur van het DNA-molecuul hadden opgehelderd, ontwikkelde Crick zijn beroemde ‘sequentiehypothese’. Daarin stelde Crick dat de chemische bestanddelen in DNA functioneren als letters in een geschreven taal of digitale symbolen in een computercode.’

Meyer beargumenteert in zijn boek Return of the God Hypothesis dat recente wetenschappelijke ontdekkingen over biologische en kosmologische oorsprong beslist theïstische implicaties hebben, wat suggereert dat populaire wetenschappelijke rapporten over de dood van God misschien sterk zijn overdreven.

Zie: Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God (The Federalist)

Return of the God hypothesis | Three scientific discoveries that reveal the mind behind the universe | Stephen C. Meyer | E-book | 9780062071521 | maart 2021 | Adobe ePub | € 16,99 |
Stephen C. Meyer stelt dat theïsme – met zijn bevestiging van een transcendente, intelligente en actieve schepper – het beste het bewijs verklaart dat we hebben met betrekking tot biologische en kosmologische oorsprong.’ (Uitgeverij Harperone)

Beeld: Detail cover
Mystery of life’s origin (evolutionnews.org)

De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

De ziel is een ‘gevoelig instrument waarmee we betekenis zoeken, vinden en aflezen. Vanwege deze gevoeligheid is de ziel gemakkelijk beïnvloedbaar en soms de weg kwijt. En er zijn vele kapers op de kust om de ziel te manipuleren; we moeten oppassen voor ‘zielzuigers’.’ – Duidelijke taal van filosoof en theoloog Govert Buijs in zijn online-college Eerherstel voor de ziel. Hij zegt ook ‘dat de ziel ons is gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, en waar we goed voor moeten zorgen.’ De ziel ontsluierd, althans, herontdekt.

Prof. dr. Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, gaf een online-college met als thema Eerherstel voor de ziel. Hij schrijft een boek over dit onderwerp dat november 2021 onder dezelfde titel verschijnt.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’

Bovenstaand citaat is van redacteur Erdee Media groep, Huib de Vries, in het RD. Hij schrijft over De herontdekking van de ziel, en verwijst onder meer naar Buijs. Volgens Buijs kan je alles rationeel en materieel willen verklaren, maar laat de wijze waarop we het leven ervaren zich niet verdringen:

De afwijzing van religie ging samen met de opkomst van ideologieën als nieuwe zielsfenomenen. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de New-Agebeweging op. Nu neemt ook binnen de kerk de aandacht voor spiritualiteit weer toe. De mens hééft een innerlijk met existentiële vragen en zoekt naar zin en betekenis. Dat is voor mij het essentiële van de ziel.’

Buijs kan zich, aldus De Vries, niet vinden in de opvatting dat het ontstaan van de mens door evolutie de ziel buitenspel zet. Waar in dat evolutionaire proces de ziel ontstond, vindt hij niet relevant:

Het gaat erom dat de mens ergens in dat traject een existentiële dimensie ontwikkelde die hem bewust maakt van een Partner die hem innerlijk aanspreekt. Kennelijk is Iemand of Iets op metafysische wijze bezig geweest om voor zichzelf een partner in het leven te roepen.’

De ziel is ons gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, zegt Buijs, en we moeten er goed voor zorgen. We worden volgens de filosoof en theoloog niet alleen heen en weer getrokken door zaken van buitenaf, maar ook door innerlijke stemmen. Echter, door de gevoeligheid van de ziel zijn er veel kapers op de kust om haar te manipuleren:

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’

De Bijbel kunnen we zien als oefenboek waarmee we de ziel kunnen opporren. Buijs doelt daarmee op het herkennen van verschillende troostgestalten, zoals de liefde van anderen, de natuur, schoonheid en kunst, wendingen in ons leven of nieuwe gemeenschapsvormen. Achter deze troostgestalten zit de verborgen bron van zegen, zegt hij. Die bron is God, de altijd meereizende, troostende en corrigerende God.

In deze wereld verschijnt er een nieuwe taal: ‘vriendschap’, ‘partner’, ‘verbond’. Dit zijn allemaal zegenwoorden. Het strookt ook met een universele ervaring: de ziel groeit niet door onderdrukking, maar door de ervaring gezien, gewaardeerd en erkend te worden.’

Zie:
* Online-college Eerherstel voor de ziel (YouTube, 15 februari 2021)
*
De herontdekking van de ziel (Huib de Vries, RD, 23 maart 2021)
*
Prof. Govert Buijs: Bijbel oefenboek voor de ziel (RD, 29 januari 2021)

Eerherstel voor de ziel | Govert Buijs | November 2021 | ISBN 9789024432639 | 192 blz. | € 20,00

Beeld: Gerhard G. (Pixabay)

God als ‘de gebeurtenis’

De Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof John Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus. Hij denkt dat er iets aan de hand is in de naam van God, wat hij in navolging van de Franse filosoof Jacques Derrida ‘de gebeurtenis’ noemt. Caputo is één van de grote inspiratiebronnen van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij twitterde al lang van tevoren trots rond dat hij zijn ‘idool’ mocht interviewen. Toen verklapte hij nog niet wie dat was. Op zijn website is nu zijn complete Interview met John Caputo te vinden.

De gebeurtenis’ die plaatsvindt in de naam van God. En ik neem dat heel serieus, maar ik denk dat het mythologisch is om God ergens met een wezen te identificeren.’

In dit blog beperk ik me tot wat Caputo over God vertelt. Hij haalt dan vaak anderen aan, zoals Husserl, Tillich, Marion, Heidegger, Kierkegaard en Derrida. Voor het volledige interview verwijs ik graag naar Smedes. Hij gaat in zijn (Engelstalige) interview ook uitgebreid in op religie (het christendom) in de VS, Trump, Republikeinen en Democraten.

Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus, zegt hij zelf, en denkt dus dat het mythologisch is om God met een wezen te identificeren.

Dus nee, ik geloof niet dat er ergens een wezen is, een opperwezen, dat beantwoordt aan de naam van God. Ik denk dat dat mythologisch denken is. Maar ik denk niet dat dit het einde van de theologie is, het is het begin! Van radicale theologie.’

God wordt door Caputo ook ‘de grond van het zijn’ genoemd, zoals Tillich God beschrijft. God als wezen van zijn, zichzelf zijn. Maar we hebben geen toegang tot de diepten van het zijn, zegt Caputo. Mensen vragen hem weleens waarom hij over God blijft praten, waarom hij niet gewoon zegt wat hem bezighoudt?

Eigenlijk was hij vooral met (klassieke) filosofie bezig, maar ‘de onderliggende theologische dingen die me altijd hadden geïnteresseerd, kwamen weer naar boven’.

Maar ik heb het niet gekozen, het heeft mij gekozen.’

Caputo noemt God ook ‘de onvoorwaardelijke’, eveneens naar Tillich. Smedes vraagt hem of het uitmaakt hoe je God noemt. Als je spreekt over ‘het onvoorwaardelijke’, zo stelt Smedes, dan is dat een soort filosofisch, abstract concept, terwijl het woord ‘God’ voor veel mensen een aura van relationaliteit om zich heen heeft. Je kunt geen relatie hebben met het onvoorwaardelijke.

Als ik spreek over het onvoorwaardelijke, verwijs ik naar wat Tillich erover zegt. Hij zegt dat God het onvoorwaardelijke is, maar het onvoorwaardelijke is niet God. Dus God is een van de manieren waarop we het onvoorwaardelijke noemen, maar het onvoorwaardelijke zelf zit daar gewoon en de namen stuiteren erop.’ 

Je hebt geen naam voor wat wij het onvoorwaardelijke noemen, zegt Caputo, want zodra je een naam hebt, omschrijf je die met een bepaalde reeks voorwaarden, van toevallige, historische constructies, of ze nu literair, filosofisch, theologisch of wetenschappelijk zijn. Je bent dan begonnen het te interpreteren, het te interpreteren, wat belangrijk is.

Sommige manieren van interpreteren zijn zorgzamer, beminnelijker of liefdevoller dan andere.’

Caputo heeft het over Kierkegaard die in het Naschrift Johannes Climacus laat zeggen: ‘De naam van God is de naam van iets om te doen’. Het betekent, volgens Caputo, hoe de wereld eruit zou zien als hij geregeerd zou worden door God in plaats van door de machten en overheden. Maar, vervolgt Caputo, iets verderop: het zegt: ik praat tegen jou! Laat dit gebeuren! Het koninkrijk van God hangt af van jou, van mij.

God is een roeping die zichzelf blijft aandringen op ons, en zichzelf blijft aandringen in ons leven, en het is aan ons om die te laten bestaan.’

Zie: Interview met John Caputo (Taede Smedes, 23 maart 2021)

Beeld: Stefan Keller (Pixabay)