Over het Iraanse regime en het toezicht van de Ulema

Oproep tot regimeverandering in strijd met de islam?Auteur van Islam, politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru, heeft zich meermaals uitgesproken over alle recente ontwikkelingen in Iran. Eén van de perspectieven van Kuru is dat niet de islam voor allerlei problemen zorgt, maar dat de oorzaak onder meer ligt bij de opstelling van de wereldlijke autoritaire en de Ulema (religieuze leiders).
– door gastblogger Rudi Holzhauer,
vertaler van Islam en artikel Regimeverandering gewenst

‘Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?’
(Ahmet T. Kuru)

Regimeverandering gewenst
– door Ahmet T. Kuru

De Amerikaans-Israëlische alliantie zet haar aanvallen op Iran voort, in strijd met het internationaal recht. Deze interventie is in tegenstelling tot de invasie van Irak in 2003 niet gepresenteerd als een democratiseringsproject. Weinig moeite hebben de daders om hun imperiale doelstellingen of de leidende rol van Israël in de campagne te verbergen. Toch heeft deze interventie een belangrijk doel gemeen: regimeverandering.

Van de Iraanse diaspora in Noord-Amerika en Europa hebben enkele leden de aanval gesteund in de verwachting dat het regime zou instorten. Tegen het regime blijft de haat niet beperkt tot de diaspora. Begin 2026 namen miljoenen Iraniërs deel aan landelijke demonstraties. Deze protesten werden echter door het regime onderdrukt met ongekend geweld. Schattingen van het dodental lopen uiteen van 7.000 tot 37.000, terwijl het aantal gewonden mogelijk in de honderdduizenden loopt.

Een aanzienlijk deel van de samenleving heeft zich tegen de islam gekeerd. Daardoor onderscheidt het Iraanse regime zich van veel andere autoritaire systemen. Uit enquêtes die onder moeilijke omstandigheden zijn gehouden, blijkt dat ongeveer de helft van de Iraanse bevolking de islam heeft verlaten als gevolg van politieke wrok jegens het regime. Wat vormt dan de kern van een regime dat een aanzienlijk deel van zijn bevolking tot verzet heeft gedreven?

De erfenis van Khomeini
Het Iraanse regime is gebaseerd op het concept van velayat-e faqih, een decennium voor de revolutie geformuleerd door Ruhollah Khomeini, leider van de revolutie van 1979. Later is dit concept in de grondwet opgenomen. Te vertalen als: ‘Het voogdijschap van de rechtsgeleerde’ of ‘De instelling van het voogdijschap van islamitische geleerden (Ulema)’ over het politieke systeem.

De Opperste Leider staat boven de president, het parlement en de rechterlijke macht. Ook fungeert hij als de hoogste autoriteit in militaire aangelegenheden. Dit semi-theocratische bestuurssysteem, gebaseerd op het voogdijschap van de Ulema, berust op de simplistische logica van het islamisme: zijn wij moslims? Ja. Moeten wij dan worden geregeerd door de islamitische wet, dat wil zeggen de sharia? Ja. Wie begrijpt de sharia het beste? De Ulema. Moeten de Ulema dan niet regeren?


Politiek wetenschapper en Midden-Oostenspecialist Ahmet T. Kuru

Na de revolutie werden enkele vooraanstaande Ulema die deze redenering betwistten, door Khomeini met geweld het zwijgen opgelegd. Zijn interpretatie van de sharia was rigide en letterlijk. Hij ging zelfs zo ver te beweren dat zelfs de profeet Mohammed en imam Ali – die door sjiieten als de eerste imam wordt beschouwd – de religieuze voorschriften niet aan veranderende omstandigheden konden aanpassen.
In een van zijn opgenomen toespraken illustreerde Khomeini dit punt met het voorbeeld van overspel: ‘Volgens de sharia is de straf voor overspel honderd zweepslagen. Als de profeet Mohammed of imam Ali vandaag de dag nog zouden leven, zouden zij dan een andere straf opleggen? Zou de profeet honderdvijftig zweepslagen opleggen?’

Hoewel islamisten in andere landen soortgelijke argumenten hebben aangevoerd, zijn er maar heel weinig in geslaagd een semi-theocratisch regime zoals dat van Khomeini tot stand te brengen. Dit kwam doordat Khomeini zowel gebruik maakte van de brede coalitie van oppositiekrachten tegen de sjah, als profiteerde van het bestaan van een machtige geestelijkheid en de leer van de Mahdi in het Twelver Shi’i-doctrine.  
Volgens de dominante Twelver Shi’i-doctrine in Iran is de Twaalfde Imam, Mohammed al-Mahdi, in de tiende eeuw door God aan het oog onttrokken (maar nog steeds in leven) en zal hij aan het einde der tijden weer verschijnen. Zijn terugkeer wordt verwacht als de basis voor een volledig rechtvaardige en legitieme regering. Khomeini versmolt het gezag van de Ulema in zaken van de sharia met het geloof in de Mahdi, met het argument dat de Ulema in zijn naam politiek gezag moesten uitoefenen tot zijn terugkeer.

Als de religieuze grondslagen van het Iraanse regime zo systematisch zijn, is een oproep tot regimeverandering dan in strijd met de islam? Is de scheiding van religie en staat mogelijk binnen de islam?

De alliantie tussen de Ulema en de staat
Om aan te tonen dat de islam onverenigbaar is met democratie, beweren islamisten (omwille van hun politieke projecten) en islamofoben tegenwoordig, dat de islam de scheiding van religie en staat inherent afwijst. Islam weerlegt deze bewering door middel van een historische analyse.

Islam laat zien dat er tussen de achtste en elfde eeuw een relatieve scheiding bestond tussen de Ulema en de heersende klasse in de islamitische wereld. Van de 3900 godsdienstgeleerden, in biografische bronnen uit deze periode genoemd, ontving slechts 9% een salaris van de staat via officiële functies zoals die van rechter, terwijl 91% zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzag.

In de vroege periode van de islamitische geschiedenis gaven de Ulema er in principe de voorkeur aan geen salaris van heersers te aanvaarden. Zij beschouwden nauwe banden met de staat als corrumperend en als een risico op medeplichtigheid aan onderdrukking. Daarom gaven de meeste vroege Ulema er de voorkeur aan hun brood te verdienen met handel. De stichters van de vier grote soennitische rechtsscholen en prominente sjiitische figuren zoals Ja’far al-Sadiq waren onafhankelijke geleerden die geen staatsfuncties aanvaardden.
Deze geleerden betaalden de prijs omdat ze niet wilden buigen voor de eisen van de heersers. Imam Malik werd onderworpen aan lijfstraffen, Imam Shafi’i geketend en Ibn Hanbal in de gevangenis geslagen. De laatste ontsnapte ternauwernood aan de doodstraf.
 
De ervaringen van Abu Hanifa zijn het bekendste voorbeeld van de heersende mentaliteit in die tijd. Abu Hanifa wees het aanbod van een rechtersambt van de Abbasidische kalief Mansur af, omdat hij zichzelf ongeschikt achtte voor die functie. De kalief antwoordde: “Je liegt, jij bent de meest gekwalificeerde.” Abu Hanifa antwoordde: “Een leugenaar kan geen rechter zijn.” Uiteindelijk werd hij gevangengezet en vergiftigd.


De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw

Deze 13e-eeuwse Arabische manuscript-illustratie geeft de bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw weer. Een bijeenkomst van geleerden met tulbanden staan voor rijen zorgvuldig opgestelde boeken, en in een serieus literair en juridisch debat verwikkeld zijn.

Het kunstwerk, Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri, werd in 1237 n.Chr. gemaakt door de meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier, en bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

Geen Hadith maar een Sassanidisch spreekwoord
Er is geen expliciete verwijzing naar de nauwe band tussen religie en staat in de Koran of de Hadiths. Daarom hebben degenen die na de elfde eeuw pleitten voor de broederschap van religie en staat, het aforisme (in feite een Sassanidisch spreekwoord) aangehaald alsof het een Hadith was: ‘Religie en het koninklijk gezag zijn tweelingen. Religie is het fundament, en het koninklijk gezag is de bewaker ervan. Wat geen fundament heeft, stort in; wat geen bewaker heeft, gaat ten onder’.

Kortom, de alliantie tussen de Ulema en de staat was noch een essentieel onderdeel van de islam, noch een fundamenteel kenmerk van de vroege islamitische geschiedenis. Integendeel, deze alliantie werd gevormd tijdens de Seltsjoekse periode in de elfde eeuw. Later is ze geïnstitutionaliseerd en wijdverspreid tijdens de Ayyubidische, Mamelukse, Ottomaanse en Safavidische periodes. Islam geeft er een uitvoerige analyse van.

In de twintigste eeuw hebben islamisten de alliantie tussen de Ulema en de staat van een pragmatische regeling tot een meer ideologisch project verheven. In Egypte Hasan al-Banna, de stichter van de Moslimbroederschap, en later: Sayyid Qutb. In Pakistan Mawdudi, de stichter van Jamaat-e-Islami. In Iran Khomeini. Zij ontwikkelden meer totalitaire ideologieën, gebaseerd op de middeleeuwse alliantie tussen de Ulema en de staat, maar verder reikten door de islam te definiëren als zowel religie als staat.

Van seculier naar islamistisch
Als gevolg daarvan maakte de seculiere politieke stroming, tussen 1920 en 1980 in de meeste delen van de islamitische wereld invloedrijk, geleidelijk plaats voor islamistische bewegingen. Iran, dat samen met Turkije in de jaren twintig het voortouw had genomen bij seculiere hervormingen, is na de revolutie van 1979 een van de belangrijkste centra van het wereldwijde islamisme.

Deze beweging nam in verschillende landen verschillende institutionele vormen aan. Als voogdijschap van de Ulema in Iran. Als alliantie tussen de wahhabitische geestelijkheid en de Saoedische monarchie in Saoedi-Arabië. Als instelling van shariarechtbanken door militaire regimes in Pakistan en Soedan. Als de alliantie tussen de Ulema van Al-Azhar en het militaire regime in Egypte en als alliantie tussen de Ulema en gekozen politici in Maleisië.

Als het islamistische regime in Iran ten val komt, zullen de gevolgen zich tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekken, waardoor Iran opnieuw in het middelpunt komt te staan van een ingrijpende transformatie in de moslimwereld.
De ineenstorting van het bewind van de Ulema zou dan niet alleen het einde betekenen van het meest ambitieuze islamistische experiment van de moderne tijd, maar ook de verzwakking van de allianties tussen de Ulema en de staat in de gehele moslimwereld, en de mogelijke opkomst van een nieuwe seculiere politieke stroming.


Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld
vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Bronnen:
* Iran’s regime: The guardianship of the Ulema, by Ahmet T. Kuru, The Montréal Review, June 2026 – in bewerkte vertaling door gastblogger Rudi Holzhauer – eindredactie: Relifilosofie
* Islam: Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld – vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer
* ‘Geënt op de edele olijf’ versterkt angst voor God (Relifilosofie) – Boekrecensie door gastblogger Rudi Holzhauer – Een van de bronnen waarnaar dat boek verwijst, is: Islam, Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld | Ahmet T. Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer

Beeld: Reismeisje (Iran – 29 09 2013 – 8 uur ’s morgens)
Foto Ahmet T. Kuru: SDSU San Diego State UniversityCollege of Art and Letters
Beeld De bloeiende intellectuele cultuur van de islamitische Gouden Eeuw: Geleerden in een bibliotheek in Basra uit de Maqamat, van al-Hariri. 1237 n.Chr. Gemaakt door meester-illustrator Yahya ibn Mahmud al-Wasiti, met inkt en dekkende waterverf op papier. Bevindt zich momenteel in de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

‘Vrouwen, jullie zijn haar alles verschuldigd!’

Het denken van filosoof Simone de Beauvoir vormt nog altijd de basis van vele vrijheden die vrouwen vandaag de dag genieten. Parijs 1986: Op de begrafenis van De Beauvoir scandeerden talloze vrouwen in Montparnasse bovenstaande uitroep van filosoof Élisabeth Badinter. Al in 1949 schreef Simone De tweede sekse, haar ‘feministische bijbel’, over ‘de situatie van de vrouw’. Volgens De Beauvoir zette de maatschappij de vrouw systematisch op de tweede plaats.

‘On ne naît pas femme, on le devient’ – ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het’
(Uit: Nederlandse vertaling van De tweede sekse)

Vrouw op de tweede plaats
De tweede sekse verscheen 75 jaar geleden. Toch duurde het tot de tweede feministische golf, die begon in de jaren zestig, voordat er sprake was van een vrouwenbeweging die het boek omarmde: de piek van de verkoop was in de jaren zeventig. De Beauvoir bleek haar tijd ver vooruit. En anno nu zitten vrouwen – én mannen – nog steeds vast in rolpatronen.

‘De tweede sekse gaat inmiddels al een paar generaties mee als hart onder de riem van lezers met een hekel aan opvattingen waarin de mensheid wordt verdeeld in mannetjes- en vrouwtjesdieren.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)


Oud-zijn geen universele ervaring
Eind jaren zestig ‘stortte Simone de Beauvoir (1908-1986) zich op het thema ouderdom’. Ouderen, stelt de filosoof, worden in de samenleving vaak als ‘overbodig’ gezien: “Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is”.
Visionair De Beauvoir publiceerde op haar 62e De ouderdom, dat vandaag geschreven zou kunnen zijn. Hierin komt zij niet alleen op voor vrouwen, maar voor alle ouderen.

‘Aan de hand van getuigenissen en literatuur analyseert De Beauvoir de ouderdom: hoe de verhouding tot tijd verandert als je ouder wordt, hoe het lichaam aftakelt en vooral hoe de maatschappij met ouderdom omgaat.
Ouderdom hoeft niet altijd iets te zijn om te vrezen, concludeert De Beauvoir. Net als vrouw-zijn is oud-zijn geen universele ervaring; het is voor iedereen anders. Maar we moeten wel als samenleving waardig met ouderen omgaan.’
(Filosofie Magazine, Ouderdom maakt niet overbodig)

Meisjes op schoot en stoere jongetjes
Niet alleen de vrouw moet bevrijd worden, dat geldt net zo goed voor de man, zegt filosoof en journalist Alexandra Van Ditmars in haar artikel Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekseis. Kleine jongetjes moeten stoer doen, kleine meisjes mogen altijd op schoot, en getroost worden.

‘Van de man wordt verwacht dat hij zich altijd ‘mannelijk, evenwichtig en superieur’ gedraagt, wat net zo goed beknellend is. ‘Men zou de man bevrijden door de vrouwen vrij te maken,’ schrijft De Beauvoir. ‘Maar dat is nu juist datgene waar hij zo’n angst voor heeft. Hij houdt hardnekkig vast aan de mystificaties die zijn bedoeld om de vrouw in haar ketenen te houden.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)

‘Se vouloir libre’
Om gelijkheid tussen man en vrouw te bewerkstelligen, stelt De Beauvoir, moeten beiden de tweeslachtigheid van de menselijke conditie beleven: de man moet inzien dat hij ook lichaam is, en de vrouw moet inzien dat ze ook bewustzijn is.

‘De vrouw hoeft niet in het door mannen bedachte patroon te blijven hangen, en de man ook niet, maar we komen er nooit helemaal vanaf. Deze houding noemt De Beauvoir se ­vouloir libre: zich vrij willen. Door vrijheid te willen voor zichzelf, en daarmee ook voor de ander, worden liefde en vriendschap tussen man en vrouw mogelijk, al zullen die telkens opnieuw heroverd moeten worden.’
(Filosofie Magazine, Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is)


Simone de Beauvoir, Sylvie Le Bon en Jean-Paul Sartre in Rome (1950)

De ouderdom | Simone de Beauvoir | 434 blz. | 2014 Erven J. Bijleveld | Boekwinkeltjes: € 30,00
‘Onze houding ten aanzien van de ouderdom gaat zelfs zo ver dat we ontkennen dat we zelf oud zijn, zelfs als het bewijs daarvoor onomstotelijk is. Op die manier doen we geen recht aan wat het betekent om mens te zijn’.

De tweede sekse | Simone de Beauvoir | Bijleveld Utrecht | Boekwinkeltjes: € 20,00
Boom Filosofie:‘Sinds het verschijnen geldt De tweede sekse als een mijlpaal in het denken over mens en samenleving, en als een werk dat de man-vrouw verhouding diepgaand heeft beïnvloed. Dit is een van die zeldzame geschriften die het aanzien van onze tijd daadwerkelijk veranderden. De tweede sekse is een boek dat tot de geestelijke bagage van eenieder – vrouw of man, jong of oud – dient te behoren’.


Bronnen:
* Filosofie Magazine
Waarom de vrouw nog steeds ‘de tweede sekse’ is (Journalist Alexandra van Ditmars)
* Filosofie Magazine Ouderdom maakt niet overbodig in: Simone de Beauvoir leefde voor de vrijheid. Haar grootste ideeën op een rij (Ira Pronk:’ Na lang niet serieus genomen te zijn, is ze nu erkend als groot filosoof’.)
* Beeld Simone de Beauvoir in 1983: Cironneau/AP/SIPA/Journal des Femmes 2021
* Foto Piazza Navona, Rome, 1950: Simone de Beauvoir, Sylvie Le Bon en Jean-Paul Sartre op het terras van Domiziano (Seuil / Jazz / Gamma Presse Images / HH / De Groene Amsterdammer, 2015.
* Beeld Wij zijn niet als vrouw geboren: Filosofie Magazine, Anna Bay
* Een eersteklas dossier over dé filosoof van de tweede sekse: Filosofie Magazine nr 5, mei 2026 – ‘Volgens existentialist Simone de Beauvoir worden vrouwen niet als vrouw geboren, is filosofie altijd arrogant en heeft elk mens de taak om te kiezen wie die wil zijn’.

‘Welke toekomst is ons aan het naderen?’

Filosoof, religiewetenschapper en theoloog Laurens ten Kate, vroeg zich laatst af: ‘In wat voor land word ik wakker?’ en: ‘In wat voor wereld?’ – Die vragen stelde hij aan hem zelf toen in de vroege ochtenden van 23 november 2023 de social media losbarsten na de verkiezingsoverwinning van de PVV in Nederland. En op 6 november 2024, toen Donald Trump met overmacht het presidentschap van de VS heroverde. Ten Kate vond die social media irritant. En naïef. ‘Hoelang hebben jullie zitten slapen?’, dacht hij. Waarom nu pas ‘wakker worden’?

‘Is de huidige crisis niet een antwoord op een eerdere orde? En zo ja, hoe oud is die orde dan? En welke toekomst is ons aan het naderen?’
(Laurens ten Kate)

Nieuwe wereldorde?
Voor de Universiteit voor Humanistiek (UvH) bekleedde Ten Kate tien jaar lang de bijzondere leerstoel Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme voor de Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtengoed.
In zijn afscheidscollege van de UvH ‘Tussen markt en volk’ van 20 maart 2026 stelde hij dat ‘de nieuwe wereldorde’ een gevleugelde term was geworden, ‘en wel als een aanduiding van een nieuwe epoche van schrik en angst, want verleden (wat we hadden opgebouwd) en toekomst (waar we naar toegaan) lijken verder weg dan ooit. Deze orde is eigenlijk helemaal geen orde, eerder wanorde en chaos, zo luidt het gevoel’.

‘Maar is die nieuwe wereldorde wel zo nieuw? Betekent ‘nieuw’ dat er gebroken wordt met het verleden, dat wat was ‘niet meer van deze tijd is’, zoals het tegenwoordig heet? Het is naar mijn inzicht van groot belang te analyseren wat er wel degelijk voorafging aan de mondiale situatie waarin we thans zijn aanbeland. Waar komen we vandaan? Wat is de genealogie van de nieuwe orde? Is de huidige crisis niet een antwoord op een eerdere orde? En zo ja, hoe oud is die orde dan? En welke toekomst is ons aan het naderen? Dat brengt me bij de titel van dit college: ‘Tussen markt en volk’.
(Laurens ten Kate)


Timothy Stacey

‘Religie van de straat’
De ondertitel van het college is: ‘Vrijzinnig-religieuze vragen aan een (neo)liberale wereld’, want het werk van Ten Kate bestond in de afgelopen tien jaar vooral in theoretische verdieping: het vrijzinnig-religieuze en humanistische gedachtegoed kritisch doordenken en verder brengen. Helaas geeft de filosoof deze vraag door aan zijn opvolger Timothy Stacey en het team dat Stacey gaat bouwen…

… Gelukkig kon Ten Kate het niet laten toch nog enkele woorden, niet meer dan ideeën en perspectieven te ventileren. En verwijst naar Timothy Stacey, die ‘over een “religie van de straat” spreekt, een verzet tegen oppervlakkig liberalisme, en een politics of faith…’


Charles Taylor

In de richting van het onbevattelijke
Ten Kate verwijst ook naar de ‘vrije’ weg waarop wordt gezocht naar een nieuwe ‘zin’ van religiositeit in de ‘seculiere tijd’, zoals dat door de Canadese filosoof Charles Taylor is doordacht.

‘De gemeenschap die van niemand is, bevindt zich op het snijvlak van immanentie en transcendentie. Zij gaat helemaal over de mensen (immanentie), en over hoe zij kunnen samenleven in een nieuw type onzekere solidariteit, maar tegelijkertijd wijst zij weg van zichzelf, in de richting van wat de mensen in de immanente wereld transcendeert: wat ongrijpbaar, onkenbaar en “onbeschikbaar” is, zoals [de Duitse socioloog en politicoloog] Hartmut Rosa, eredoctor van de UvH, het noemt. In veel religieuze tradities krijgt de verwijzing naar, deze ‘hint’ in de richting van het onbevattelijke de naam “God”.’
(Laurens ten Kate)


Hartmut Rosa, eredoctor UvH

Een gastvrije plaats
Volgens Ten Kate is de uitdaging om de democratie, dat ‘kwetsbare experiment van de late moderniteit, met haar kern te confronteren, een kern die ze door haar dominante (neo)liberale invulling en door de reactie daarop: haar populistische ondermijning, steeds maar niet serieus neemt’.

‘Welke kern? Dat ze ons als mensen die elkaar in haar “ruimte” ontmoeten, overstijgt, precies omdat ze van niemand is. Ze is een “lege plaats”, zoals de politiek filosoof Claude Lefort stelt, met wie ik in hoofdstuk III van mijn boek [Tussen markt en volk] uitgebreid in dialoog ga. Een lege plaats, en precies daardoor een gastvrije plaats.’
(Laurens ten Kate)


De Franse politiek filosoof Claude Lefort (Parijs, 1924 – 2010)
Voorvechter van de democratie en criticus van het twintigste-eeuwse totalitarisme

‘Tijd voor onrust’
Aan het slot van het college zegt Ten Kate: “Het is tijd dat het tijd wordt.” Het is tijd voor “onrust”.’

‘Voorbij de waan van het ‘nu’: dat kunnen we lezen in het begrip van tijd dat de dichter Paul Celan benoemt door – bijzondere tautologie – voor de tijd tijd te vragen…’
(Laurens ten Kate)


Dichter Paul Celan (1920-1970)

Het is tijd dat het tijd wordt
Ten Kate laat zijn publiek achter met de vraag: ‘Is dat wat ons rest van religie? Is dat vrijzinnige religiositeit? Dat we ons openstellen voor de tijd? Dat wil zeggen, voor de komende democratie, opdat we opnieuw samen zijn?’ Zijn antwoord is, met Celan: “Ja.”

Omstrengeld staan we in het raam, op de straat kijkt men toe:
het is tijd voor besef!
Het is tijd dat de steen zo goed is te bloeien,
dat het hart van de onrust gaat kloppen.
Het is tijd dat het tijd wordt.


Het is tijd.

Bron: Afscheidscollege Laurens ten Kate (20 maart 2026)

Foto: Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtengoed
Foto Timothy Stacey: UvH (2025)
Foto Charles Taylor: 2009 – Lemniscaat
Foto Hartmut Rosa: Boom
Foto Claude Lefort: Tilburg University – ‘Lefort doceerde onder meer aan de universiteit van Parijs en São Paulo, de Universiteit van Parijs en was verbonden met het Centre de recherches politiques Raymond Aron. Hij schreef over vroege politieke denkers zoals Machiavelli’.
Foto Paul Celan: celan.nl

Tussen markt en volk | Laurens ten Kate | ISVW | 136 blz. | € 18,95 | ISBN 978-90-836110-7-5 | NUR 730