Van Tomáš Halík moet een christen soms atheïst zijn

In Theater voor engelen spreekt Tomáš Halík niet alleen overtuigde christenen aan, maar ook atheïsten en mensen die op zoek zijn naar zingeving. Een theologisch-filosofisch boek van Halík, dat dinsdag verscheen, over de zoektocht naar en de ontmoeting met God. Hierin nodigt hij ons uit het geloof als een levensexperiment op te vatten en de openheid van onze geest in te zetten. ‘Ik heb er vaak naar verlangd uit de cirkel van mijn eigen lotsbestemming te breken en de wereld ook met de ogen van anderen te zien, op een of andere manier deel te krijgen aan hun ervaringen.’

‘Als jongetje werd ik me ervan bewust dat het perspectief van waaruit ik de wereld om me heen waarneem uniek en niet-uitwisselbaar is. Wat ik op dit ogenblik waarneem, vanaf de plaats waarop ik sta, en wat ik daarbij ervaar en wat ik denk, wordt door niemand anders gezien, gevoeld of gedacht. Ieder van ons heeft dus een eigen wereld, hoe dicht we fysiek, emotioneel of ideologisch ook bij elkaar staan.’
(Tomáš Halík in: Theater voor engelen)

Volgens theoloog, filosoof en socioloog Tomáš Halík zoekt God de mens vaak op in de stilte en in het verborgene, zonder dat iemand het zelf merkt. De auteur wijdt onder meer een hoofdstuk aan de vraag of je zonder geloof kunt leven, en bespreekt in een volgend hoofdstuk zijn gedachte dat een christen soms een atheïst moet zijn. Hij laat zien dat ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ tegenwoordig om tal van redenen meer gemeen hebben dan ooit tevoren. Deze situatie is voor beide partijen en ook voor onze gemeenschappelijke wereld een kans waarvan het een zonde zou zijn als we die niet zouden zien en gebruiken.

Dat doe ik niet uit een of ander goedkoop ‘irenisme’, want dat zou een verlangen naar ‘verzoening’ tegen elke prijs betekenen, zelfs tegen de prijs van het verkwanselen van je eigen identiteit, van ontrouw aan tradities. Dat zou betekenen dat we naïef en tegelijkertijd arrogant de verschillen negeren.’
(Uit: Theater voor engelen)

Halík huivert bij de arrogantie van het geloof dat de stem van de kritische rede negeert, net als bij de arrogantie van de seculiere rede die de geestelijke en morele roeping van het geloof veracht.

Deze beide waanideeën en eenzijdigheden hebben zich van elkaar losgemaakt en vallen elkaar nu aan en provoceren elkaar, waarbij ze niet zien hoe angstaanjagend veel ze op elkaar lijken. Juist daarin zie ik het werkelijk acute gevaar voor onze wereld. Paus Johannes Paulus II waarschuwde herhaaldelijk voor het gevaar van geloof zonder denken en denken zonder geloof.’
(Uit: Theater voor engelen)

Gelovigen en ongelovigen hebben volgens Halík dus veel meer gemeen dan de meesten van ons denken. Hij bedoelt dat niet als eindpunt om elkaar dan vervolgens de hand te reiken en ongestoord naast elkaar verder te leven. Integendeel.

We moeten juist wederzijds elkaars rust verstoren! Als ik van de vooronderstelling uitga dat zowel geloof als ongeloof een deel van de waarheid bezitten, dan wil ik me niet tevredenstellen met de goedkope postmoderne slogan ‘Iedereen zijn eigen waarheid’. Als mij de ‘waarheid van het ongeloof ’ interesseert, is het mij er niet om te doen dat neerbuigend te ‘erkennen’, maar om door het doordenken en door-lijden van het ongeloof mijn geloof te kunnen verrijken.’
(Uit: Theater voor engelen)

Schrijver Arnon Grunberg lijkt Halík wel te kennen en experimenteerde eind september met het opzetten van een eigen (tijdelijke) geloofscommune. Hij hield dat levensexperiment op een eilandje in de Vinkeveense plassen. Op de vraag of religie zonder god bestaat is zijn antwoord dat hij steeds meer geneigd is om te denken van wel: het humanisme heeft zich ontwikkeld tot een christendom zonder Jezus. 

Religie heeft lange tijd voorzien in zingevende behoeften van mensen. In onze geseculariseerde maatschappij zijn die behoeftes niet verdwenen, integendeel. Zingeving die niet-gelovige mensen in hun leven zoeken wordt onterecht als niet-religieus herkend, terwijl het dat wel ten dele is.’

Bestaande verlangens naar religie worden over het hoofd gezien. Mensen hebben behoefte aan rituelen om op terug te vallen in tijden van feest en nood. Daar gaat dit experiment over. Ik denk dat het bijdraagt aan een debat over waar we heen moeten met de vragen die vroeger binnen een geloofsgemeenschap werden beantwoord. Op die manier kan de samenleving hier wat aan hebben.’
(Grunberg)

Theater voor engelen – Het leven als religieus experiment | Tomáš Halík | Kokboekencentrum | ISBN: 9789043536431 | Pagina’s: 224 | Publicatiedatum: 9-11-2021 | € 22,50

Arnon Grunberg is op zoek naar een religie zonder God (via Trouw, of Blendle of Topics)

Het toneelstuk van het leven leidt naar het mysterie van God (De Nieuwe Koers, Tjerk de Reus ook via
Blendle)

In De theologie podcast gaan Elsbeth Gruteke en Mark de Jager in gesprek met Erik Borgman over de inhoud en de betekenis van het nieuwe boek van Halík.
 
Beeld: Cover Theater voor engelen (detail)

Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd

Morgen verschijnt van Roek Lips Wie kies je om te zijn, een boek voor iedereen die op zoek is naar zelfkennis, inspiratie en reflectie op de vraagstukken van onze tijd. ‘Socrates wist het al: we hebben de echte dialoog nodig om te ontdekken wie we zijn en hoe we ons tot de wereld om ons heen verhouden. Het stellen van vragen en het gesprek daarover zijn volgens hem uitgangspunten voor een zinvol leven.’

Wie kies je om te zijn bestaat uit interviews. Die zijn ook in Trouw te vinden. In de serie Nieuwe leiders, in Trouw, dit keer een interview met cabaretier Freek de Jonge. Freek: ‘Het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen: Waarom nu, waarom hier, waarom ik?’ Volgens De Jonge zijn we door de coronacrisis weer eens geconfronteerd met het lot. Er gebeuren dingen in ons leven waar we niets over te zeggen hebben en waarbij we nederig moeten afwachten totdat er zich een oplossing aandient.

Maar dat zit niet meer in onze aard. Als een Don Quichot zijn we in de weer om de indruk te wekken dat we het allemaal nog uitstekend in de hand hebben. Maar het lot is er om onszelf existentiële vragen te laten stellen. Voor mij zijn dat er drie: Waarom hier? Waarom nu? Waarom ik?’

Mensen worden volgens De Jonge meer gemanipuleerd dan ooit, en toch hebben ze de hele tijd het idee dat ze vrij zijn. Hij zegt dat het voor veel mensen nu heel moeilijk is om zich te realiseren dat er aan alles een beperking zit, en dat we met 8 miljard mensen we ons niet allemaal hetzelfde kunnen permitteren.

Maar dat vrij zijn heeft naar mijn mening niets met vrijheid te maken als je de hele tijd méér wilt.’

In Kom verder! van De Jonge, zijn autobiografische boek, werd hij teruggeworpen op de Bijbelverhalen. Hij vertelt over het verhaal van Adam en Eva in het paradijs waarin de mens de keuze krijgt om zichzelf te realiseren.

Dat is de aanvaarding van de vrije wil ten opzichte van het lot, en dat leidt tot lotsverbondenheid. En dan willen mensen in het tweede verhaal God op zijn niveau ontmoeten en gaan ze een toren bouwen naar de hemel. Daar zit de hunkering in om net zo groot en net zo machtig te worden, en het verlangen om het mysterie van het geheim te doorgronden.’

Dat eindigt volgens de cabaretier letterlijk in de Babylonische spraakverwarring. Dat vindt hij zo’n mooi beeld.

Als je naar de wereld van nu kijkt, met alle talkshows, de enorme hoeveelheid boeken, alle informatie op internet; het is te veel. Hoe komen we in die nieuwe spraakverwarring weer bij elkaar?’

Van het geheim van de Bijbel en ook van teksten zoals van Shakespeare, vindt De Jonge dat ze multi-interpretabel zijn, waardoor het toneelstuk of Bijbelboek zijn kracht behoudt. Hij vindt het in alle tijden toepasbaar: het gaat erom dat iedereen een eigen verhaal kan vinden in die tekst. Maar als je het idee van het transcendente, het stadium tussen God en de mens en de mystieke verhalen daarover weghaalt, denkt hij dat we het grote risico lopen als robotten geprogrammeerd te worden.

We zijn langzamerhand van een zoekende mens die het mysterie aanhing aan het veranderen in een roboteske mens die met de illusie leeft zelfstandig te zijn, maar individueel manipuleerbaarder is dan ooit. Ondertussen accepteren we uitwassen als dat er dagelijks vluchtelingen in de Middelland­se Zee verdrinken, of het groeiende verschil tussen arm en rijk.’

Het christendom heeft zich volgens De Jonge wel erg op de moraal gestort en de mens daarmee erg in het nauw gedreven: je mag dit niet en dat niet.

De Griekse filosofie is opener, en stimuleert daarmee meer om het goede te doen.’

* Freek de Jonge: ‘Vreugde is iets groters dan het lachen om een grap’ (Trouw) – of via Blendle

* Nieuwe leiders | Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Hoe ga je om met de toegenomen onzekerheid? Er zijn nieuwe kansen, maar als we niet uitkijken worden we opgeslokt door werkdruk, dwingende systemen en de waan van de dag. Waar vinden we moed en vertrouwen om verder te gaan en hoe blijf je op koers?
Hierover is Roek Lips in gesprek met gegaan met inmiddels meer dan 130 bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast. Een zoektocht naar zinvol leven, nieuw leiderschap en in transitie zijn. Een gedeelte van de inzichten deelt hij graag met je via deze site. 

* Wie kies je om te zijn | Roek Lips | AMBO|ANTHOS | Paperback | € 21,99 | 9789026355998 | Druk: 1 | 18 oktober 2021 | 320 pagina’s

Beeld: PxHere

‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in ons leven’

Het leven op aarde vormt één groot ecosysteem waarin alles op elkaar inwerkt en van elkaar afhankelijk is, en waarvan wij onderdeel zijn. Volgens The Web of Meaning is alles met elkaar verbonden. Ecologisch denker Jeremy Lent pleit voor een wereldbeeld dat moderne wetenschap en inzichten uit oude wijsheidstradities integreert. The Web of Meaning is opgebouwd aan de hand van vijf existentiële vragen: wie ben ik, waar ben ik, wat ben ik, hoe moet ik leven en waarom ben ik? In VN een interview met Lent.

Lent weet uitzonderlijk helder te schrijven over complexe en fundamentele zaken als bewustzijn, evolutie, entropie (het streven van systemen naar wanorde), fractals, genenexpressie, moraal en mystiek en de overlap tussen de taoïstische principes qi (energie) en li (principes die qi laten werken) met de ideeën van systeemtheoretici.’

Onze relatie met de natuur, zegt Lent, is totaal uit balans doordat we die zien als een machine, de mens zien als apart van de rest van het leven en de aarde als een hulpbron die we kunnen gebruiken voor onze menselijke doelen.

We zien het lichaam als gescheiden van de geest en zien verschillende groepen mensen als apart van elkaar. Dat wereldbeeld bevordert uitbuiting: van mensen onderling en van de natuurlijke wereld, en het vormt de basis voor kolonialisme, racisme en kapitalisme.’

Als de belangrijkste waarden in ons huidige wereldbeeld die bepalen hoe wij in onze cultuur ons leven leiden, noemt Lent materiële welvaart en status.

Maar die veroorzaken een enorme afgescheidenheid en vervreemding. Dat geldt vooral voor de mensen die gebukt gaan onder de toenemende ongelijkheid, maar ook voor degenen die daar oppervlakkig gezien van profiteren. Ook zij verlagen daarmee de kwaliteit van hun eigen leven, al zijn ze zich daar misschien niet zo van bewust.’ 

Voor ons als mensen is ons verbonden voelen het meest zinvolle in ons leven, zegt Lent, maar ons huidige wereldbeeld heeft dat verbroken en veroorzaakt veel wat in het boeddhisme dukkha heet. Hij kwam ook in aanraking met mindfulness meditatie. Dat voelde voor hem als thuiskomen, en achteraf vond hij het onbegrijpelijk dat hij zijn leven tot dan geleid had zonder die meditatie.

Dat [dukkha] wordt vaak vertaald als lijden, maar het betekent een bredere ontevredenheid en onvermogen om welzijn te ervaren. We hebben daarom niet alleen een transformatie op systeemniveau nodig, maar ook in ieder van ons. Als we leven vanuit andere waarden, komt er ruimte voor wat Aristoteles eudaimonia noemt: het nastreven van je volledige potentie, zodat je leven tot vervulling komt. Dat is een wezenlijk ander soort geluk dan het hedonisme in onze consumentenmaatschappij.’

Veel mensen hebben het gevoel dat onze ondergang zo goed als onvermijdelijk is, zegt Lent, gezien de ernst van de klimaatopwarming, de macht van de grote corporaties en de toenemende haat en polarisatie in de wereld.

Ik voel dat allemaal en realiseer me dat goed. Maar in plaats van daardoor te verlammen, moeten we ons realiseren dat onze betrokkenheid bij de wereld ertoe doet, omdat we deel uitmaken van het verbonden web dat onze samenleving vormt. Wat we denken, zeggen en doen is deel van de wereld die we creëren. Dat brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee.’

Zie: Ecologisch denker Jeremy Lent: ‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in het leven’ (VN)

The Web of Meaning | Jeremy Lent | Profile Books Ltd | Hardcover €26,00 | 528 pp. | 17 juni 2021

‘The Web of Meaning van Jeremy Lent is zowel een diepgaande persoonlijke meditatie over het menselijk bestaan ​​als een hoogstandje van historisch en hedendaags wereldwijd seculier en spiritueel denken over de diepste vraag van allemaal: waarom zijn we hier?’
(Gabor Maté M.D, auteur van In The Realm of Hungry Ghosts: Close Encounters With Addiction)

‘We moeten nu meer dan ooit uitzoeken hoe we allerlei verbindingen kunnen maken.
The Web of Meaning kan helpen bij veel van de dringende taken waarmee we worden geconfronteerd.
(Bill McKibben, auteur van Falter: Has the Human Game Begun to Play Itself Out?)

Beeld: Gert Altmann (Pixabay)

Met zen de christelijke mystiek herontdekken

Mysticus Thomas Merton wil in Zen en de gretige vogels laten zien dat er analogieën zijn tussen zen en vormen van christelijke mystiek en dat het christendom hiervan kan leren. Dit boek verschijnt op 14 september in een nieuwe Nederlandse vertaling. ‘Op de achtergrond geraakte wijsheid uit de eigen traditie kan je herontdekken, met name de mystieke traditie,’ aldus vertaler Willy Eurlings in het voorwoord. (Zen and the birds of appetite verscheen in 1968; een Nederlandse vertaling daarvan als Zen, wijsheid en leegte in 1973.)

Zen, wijsheid en leegheid verscheen in een tijd dat er bij veel christenen veel wantrouwen bestond tegenover het boeddhisme, en dat vaak van nihilisme werd beticht, vertelt Eurlings. Dit veranderde in de jaren ’70 en ’80, toen steeds meer mensen in oosterse religies geïnteresseerd raakten.

Monnik, trappist, vredesactivist en interreligieus bewogen zoeker Merton onderzoekt, vaak in samenspraak met zenmeester D.T. Suzuki, de rationele ongerijmdheden van zen. Met Japanse kunst en filosofie, de geschriften van woestijnvaders, Augustinus, Eckhart en anderen, verkent hij overeenkomsten en verschillen tussen christelijke mystiek en zen.

Regelmatig worden de woestijnvaders genoemd en ook namen als Augustinus, Cassianus, Gregorius van Nyssa, PseudoDionysius, Johannes Scotus Erigena, Eckhart en Ruusbroec passeren de revue.’
(Uit: Zen en de gretige vogels)

Verwijzend naar analogieën tussen zen en christelijke mystiek laat Merton zien dat zen ons kan helpen om ons christelijk geloof veel meer te zien als een levende ervaring.

Merton is ervan overtuigd dat zen ons kan helpen om ons christelijk geloof veel meer als een levende ervaring te zien. De nadruk op de leer speelt in de geloofsbeleving van katholieken zo’n overheersende rol dat die aandacht voor de ervaringskant van religie vaak ondersneeuwt. Zen kan ons leren verder te gaan dan de formulering van het geloof, niet om deze te verwerpen, maar om tot grotere innerlijke diepte te komen.’
(Uit: Zen en de gretige vogels)

Om een antwoord te vinden op het oude mysterie van het transcendente ‘zelf’ van de mens richtte Merton de blik naar Azië, schrijft Trouw. ‘Daar houdt men zich al eeuwen bezig met het mysterie van de ‘niemand’ die door mede-lijden, zuivere liefde en nederigheid het eigen individu ondergeschikt maakt aan het geheel en zo verenigd is met alles’.

We hebben geen westerling gevonden die zo’n inzicht had in de moeilijke wijsheid van het Oosten als hij. Merton kwam niet, als veel westerlingen, om ons te vertellen hoe de zaken er hier voorstonden. Hij kwam om te luisteren en te leren. Zonder zijn christelijke wortels te verloochenen, was hij een der eersten die inzag dat kennisneming van de oosterse spiritualiteit die van het westen kon verrijken.
(Uitspraak Dalai Lama, zenmeesters en boeddhisten over Merton – Trouw)

Zen en de gretige vogels | Thomas Merton | ISBN: 9789463403061 | Prijs: € 19,90 | 216 pagina’s | Uitgeverij: Damon | Verschijnt 14 september 2021 | ‘Het is ongelooflijk hoe weinig van zijn sociaalkritische en religieuze ideeën achterhaald blijken. Ook de jeugd kan bij hem nog veel van haar gading vinden. Er zijn maar weinig moderne schrijvers die zo helder en toch zo diep over zingevingsvragen schrijven als hij.’ (Ton Crijnen in Trouw)

N.B. In het Limburgse Steyl vindt van 15 tot 17 oktober 2021 het Merton-weekend plaats. Theoloog, filosoof en sociaal activist Jonas Slaats (nieuwste boek: Religie herzien) is gastspreker rondom het thema Religie: tussen mythe en werkelijkheid.

Beeld: Zengebaar, biddende handen, namaste (dxoptical.com)

De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

De ziel is een ‘gevoelig instrument waarmee we betekenis zoeken, vinden en aflezen. Vanwege deze gevoeligheid is de ziel gemakkelijk beïnvloedbaar en soms de weg kwijt. En er zijn vele kapers op de kust om de ziel te manipuleren; we moeten oppassen voor ‘zielzuigers’.’ – Duidelijke taal van filosoof en theoloog Govert Buijs in zijn online-college Eerherstel voor de ziel. Hij zegt ook ‘dat de ziel ons is gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, en waar we goed voor moeten zorgen.’ De ziel ontsluierd, althans, herontdekt.

Prof. dr. Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, gaf een online-college met als thema Eerherstel voor de ziel. Hij schrijft een boek over dit onderwerp dat november 2021 onder dezelfde titel verschijnt.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’

Bovenstaand citaat is van redacteur Erdee Media groep, Huib de Vries, in het RD. Hij schrijft over De herontdekking van de ziel, en verwijst onder meer naar Buijs. Volgens Buijs kan je alles rationeel en materieel willen verklaren, maar laat de wijze waarop we het leven ervaren zich niet verdringen:

De afwijzing van religie ging samen met de opkomst van ideologieën als nieuwe zielsfenomenen. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de New-Agebeweging op. Nu neemt ook binnen de kerk de aandacht voor spiritualiteit weer toe. De mens hééft een innerlijk met existentiële vragen en zoekt naar zin en betekenis. Dat is voor mij het essentiële van de ziel.’

Buijs kan zich, aldus De Vries, niet vinden in de opvatting dat het ontstaan van de mens door evolutie de ziel buitenspel zet. Waar in dat evolutionaire proces de ziel ontstond, vindt hij niet relevant:

Het gaat erom dat de mens ergens in dat traject een existentiële dimensie ontwikkelde die hem bewust maakt van een Partner die hem innerlijk aanspreekt. Kennelijk is Iemand of Iets op metafysische wijze bezig geweest om voor zichzelf een partner in het leven te roepen.’

De ziel is ons gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, zegt Buijs, en we moeten er goed voor zorgen. We worden volgens de filosoof en theoloog niet alleen heen en weer getrokken door zaken van buitenaf, maar ook door innerlijke stemmen. Echter, door de gevoeligheid van de ziel zijn er veel kapers op de kust om haar te manipuleren:

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’

De Bijbel kunnen we zien als oefenboek waarmee we de ziel kunnen opporren. Buijs doelt daarmee op het herkennen van verschillende troostgestalten, zoals de liefde van anderen, de natuur, schoonheid en kunst, wendingen in ons leven of nieuwe gemeenschapsvormen. Achter deze troostgestalten zit de verborgen bron van zegen, zegt hij. Die bron is God, de altijd meereizende, troostende en corrigerende God.

In deze wereld verschijnt er een nieuwe taal: ‘vriendschap’, ‘partner’, ‘verbond’. Dit zijn allemaal zegenwoorden. Het strookt ook met een universele ervaring: de ziel groeit niet door onderdrukking, maar door de ervaring gezien, gewaardeerd en erkend te worden.’

Zie:
* Online-college Eerherstel voor de ziel (YouTube, 15 februari 2021)
*
De herontdekking van de ziel (Huib de Vries, RD, 23 maart 2021)
*
Prof. Govert Buijs: Bijbel oefenboek voor de ziel (RD, 29 januari 2021)

Eerherstel voor de ziel | Govert Buijs | November 2021 | ISBN 9789024432639 | 192 blz. | € 20,00

Beeld: Gerhard G. (Pixabay)

Het gaat om de zin ín het leven

Waar was je toen de zinloosheid van het bestaan bij jou toesloeg? Gebeurde dat boven je derde magnetronmaaltijd van die week terwijl je peinsde over de smaak en de gezondheidseffecten van ketchup? – Zo begint Een prachtig leven van de Finse filosoof Frank Martela. Van hem moeten we ons niet afvragen wat de zin is ván het leven, maar wat de zin is ín het leven. Martela is behalve filosoof ook onderzoeker in de psychologie, gespecialiseerd in de vraag naar de zin van het leven. ‘Als menselijke wezens hunkeren we naar een leven dat ertoe doet, dat waardevol is en dat betekenis heeft.’

Ik wil je helpen een zinvoller bestaan te leiden. Na een decennium van onderzoek in de filosofie, psychologie en geschiedenis van zingeving staat voor mij één ding vast: vaststellen wat het leven zin geeft is gemakkelijker dan je denkt. Sterker nog, waarschijnlijk bezit je leven een overvloed aan zin, zodra je jezelf toestaat die te zien en te ervaren.’
(Uit: Een prachtig leven)

In Een prachtig leven maak je kennis met veel grote denkers en filosofen die de nietigheid van het bestaan onder ogen zagen en ten slotte met een hernieuwd gevoel van zinvolheid het leven omarmden.

Soms storten de decors in elkaar en blijft er niets van over. Opstaan, tram, vier uur op kantoor of in de fabriek, eten, tram, eten, tram, vier uur werken, eten, slapen en maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag in hetzelfde ritme – een weg die de meeste tijd gemakkelijk te volgen is. Maar op zekere dag rijst de vraag naar het ‘waarom’ en begint alles in deze door verwondering gekleurde verveling.’
(Albert Camus, uit De mythe van Sisyphus, geciteerd in Een prachtig leven)

In het artikel Een psychologisch antwoord op een filosofische vraag schrijft student filosofie en journalistiek Lenna Bartens bij iFilosofie een recensie over Een prachtig leven. Hierin onderzoekt Martela, inwoner van het gelukkigste land ter wereld volgens World Happiness Report, de herkomst van de vraag: ‘Wat is de zin van het leven’ en geeft daar tevens een antwoord op.

De waarden die Martela uiteindelijk via de psychologie aandraagt als leidraad voor een zinvoller bestaan klinken, zoals hij zelf aangeeft ‘… misschien niet revolutionair, maar daarin ligt precies hun kracht’.
(Lenna Bartens)

De geschiedenis vertelt, zegt Martela, het verhaal van een lange rij denkers – van Lev Tolstoj en Thomas Carlyle tot Simone de Beauvoir en Søren Kierkegaard tot Alan W. Watts – die allen concludeerden…

‘…dat je alleen door de absurditeit van het leven onder ogen te zien en de nietigheid van het bestaan te omarmen de bevrijding kunt vinden die uiteindelijk een meer duurzame betekenis aan je leven verschaft.’
(Uit: Een prachtig leven)

Martela legt uit waarom mensen eigenlijk zoeken naar zingeving en hij onderzoekt de historische dwaling die aanleiding heeft gegeven tot onze moderne existentiële vertwijfeling. En…

‘…het boek biedt je gemakkelijk toepasbare wegen die je naar een zinvoller bestaan leiden. Sommige van de inzichten zullen je wellicht vreemd toeschijnen, andere voor de hand liggend en weer andere heb je misschien al volledig omarmd. Hoe dan ook, samen beogen ze je een solide en stabiel fundament te bieden waarop jij een vervullend, levensbevestigend en zinvoller bestaan kunt bouwen.’
(Uit: Een prachtig leven)

Een prachtig leven – hoe vind je zin in je bestaan? | Frank Martela | ISBN: 9789026347641 | Ambo / Anthos | Pagina’s: 208 | Publicatiedatum: 27-07-2020 | € 18,99 |
‘Martela heeft een prettige schrijfstijl. Hij is humoristisch en beschrijft filosofische ideeën op een toegankelijke manier. Hij geeft bijvoorbeeld voorbeelden uit de psychologie die filosofische concepten concretiseren. Ook maakt hij gebruik van verwijzingen naar films en literatuur om filosofische ideeën te illustreren.’ (Lenna Bartens)
Frank Martela is verbonden aan Aalto University in Helsinki maar doceerde ook aan Stanford en Harvard. Artikelen van zijn hand verschenen onder meer in Scientific American Mind, Salon en Quartz.


Zie: Een psychologisch antwoord op een filosofische vraag (iFilosofie)

Zoektocht naar zingeving in het techtijdperk

Filmmaker Hans Busstra vindt het naïef om te denken dat we zonder geloof kunnen. Hij heeft zich nooit senang gevoeld bij dat materialistische wereldbeeld, een koud, ontzield verhaal. Busstra is altijd op zoek gebleven naar een vorm van zingeving. In zijn indrukwekkende VPRO Tegenlicht-documentaire Technologie als religie van afgelopen zondag praat Busstra met mensen die volgens hem juist in materialisme en technologie een nieuw geloof vinden: dataïsme.

Het geloof dat alles ter herleiden is tot bits en bytes hangt volgens Busstra samen met de materialistische grondbeginselen van de moderne wetenschap: met de overtuiging dat slechts materie bestaat en dat uiteindelijk ook bewustzijn of ‘ziel’ het product is van fysieke processen, aldus Hans van Wetering in zijn artikel Dood aan het dataïsme.

Het wereldbeeld achter het dataïsme is dat van het materialisme. Het gaat ervan uit dat er een objectieve buitenwereld bestaat die we kunnen observeren, meten, beschrijven, en dat we, als we al die kwantitatieve beschrijvingen goed hebben, alles hebben verklaard. Ik wil laten zien dat het een aanname is, een geloof, en helemaal geen harde wetenschap.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

Het materialisme heeft de wereld ontzield door te stellen dat God niet bestaat. Dat levert een grote zingevingscrisis op in het Westen, kijk maar naar de depressiviteit en leegte die gepaard gaan met zo’n wereldbeeld. NRC interviewde Hans Busstra.

Wat ik ironisch vind, is dat we nu met datzelfde materialisme de wereld weer proberen te bezielen. Het lijkt erop dat we religieuze wezens zijn en dat die religieuze aspiraties een weg zoeken – dat komt nu tot uiting door technologie.’
(NRC)

Voor Busstra lijkt het wel het menselijke noodlot dat we in de wens de mens te verheffen onszelf nu in een chaos storten.

Dat is de afgelopen twintig jaar wel gebeurd. We moeten kijken naar wat we als Westen allemaal weggegooid hebben sinds de Verlichting. De religies waren er niet alleen om de werkelijkheid te verklaren, maar ook om richting en zin in het leven te geven. En dat doet technologie vooralsnog niet.’
(NRC)

ITechnologie als religie komt Busstra er al snel achter dat het dataïsme hem persoonlijk vreugde noch troost brengt. Van zingeving is hoe dan ook geen sprake.

Integendeel zelfs, het dataïsme staat zingeving volgens hem in de weg. ‘Het idee dat ik kreeg toen ik die uitzending maakte was: we hebben allemaal wel heel veel kritiek op het machtsmisbruik van die techbedrijven, we bekritiseren de uitwassen – vergelijk het met kritiek op seksuele misstanden in de katholieke kerk – maar ondertussen zitten we zonder dat we het weten nog steeds in haar dogma’s gevangen.
Wil je verandering teweeg brengen dan moet je echt de dogma’s bekritiseren en zeggen: dat is volgens mij gewoon onzin. Wat je nodig hebt is een heuse reformatie. Ik hoop met de uitzending daar een steentje aan bij te dragen.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

In NRC vraagt Casper van der Veen of Busstra via technologie alsnog bij een metafysische werkelijkheid denkt te komen.

We komen nu door middel van die technologie en onze inzichten in de aard van de werkelijkheid tot het besef dat ons bewustzijn misschien geen materialistisch proces is. Dat leidt weer tot een nieuwe metafysica, maar wel dankzij die technologie. Dat vind ik interessant, maar we moeten ons er wel altijd van bewust zijn dat het naïef is om te denken dat we zonder geloof of metafysische aannames kunnen.’
(NRC)

Zie: Tech als religie: ‘Met het geloof in data verkopen wij onze ziel’ (NRC)

Kijk terug: Zo 24 jan 22:10 | Seizoen 2021 | Afl. 3 | Technologie als religie | ‘Godsdienst heeft een nieuwe concurrent: dataïsme. De belofte is een paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven en geluk schenkt. Een zoektocht naar zingeving in het techtijdperk. Tot voor kort hadden religies het alleenrecht op de hemel. Maar godsdienst heeft een nieuwe concurrent: het dataïsme, de overtuiging dat uiteindelijk alles, ook het leven zelf, niets meer is dan data. De belofte is een programmeerbaar paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven, geluk en schoonheid schenkt. Wat betekent het dataïsme voor de toekomst van religie en spiritualiteit?’ (VPRO)

Zie ook: Dood aan het dataïsme (Hans van Wetering, VPRO-gids, nr. 4)

Beeld: Hans Busstra (VPRO)
Still uit Technologie als religie: ‘We staan hier in ‘What a beautiful loving world’, een installatie van het Japanse kunstenaarscollectief Team Lab. Het wil laten zien hoe AI uiteindelijk mens, natuur en techniek dichter bij elkaar zal brengen.

‘Alles in het universum komt voort uit bewustzijn’

Plato wist het al’, zei Pim van Lommel gisteren in Trouw, in het artikel Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding. ‘Die heeft letterlijk opgeschreven dat het lichaam de tijdelijke drager is van de ziel, die blijft. Nieuw is dat er nu wetenschappelijke ontdekkingen bijkomen die deze inzichten bevestigen.’ In mijn essay Plato en de idee van onsterfelijkheid schreef ik (PD) in een blog vorig jaar dat ‘de filosoof, een van de grootsten van de Oudheid, ooit zei, lang voordat het christendom bestond: “De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.”’

De manier waarop we tegen de dood aan kijken, ­bepaalt hoe we in het leven staan. Ik denk dat we ons bewustzijn de komende jaren verder gaan ontwikkelen. Dat bepaalt hoe we tegen de wereld aankijken. Als we verliefd zijn, is de wereld prachtig, maar als we depressief zijn, is dezelfde wereld een ramp. Als we ons bewustzijn veranderen, zal ook de wereld veranderen en de manier waarop we de wereld zien.’
(Trouw)

Van Lommel twijfelt er niet meer aan dat het bewustzijn géén product is van de hersenen, zegt hij in Trouw. Hij vergelijkt het eindeloze bewustzijn met de cloud waarin meer dan een miljard websites en filmpjes zitten.

Je kunt ze op je computer op elke plek in de wereld ontvangen, maar ze worden niet door dat apparaat geproduceerd, dat maakt alleen de ontvangst mogelijk. Als vergelijking: de hersenen en het lichaam maken de ontvangst van een gedeelte van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd.’
(Trouw)

Vanuit de traditionele wetenschap is er veel weerstand, zegt Van Lommel, maar dat zie je veel minder bij de rest van de bevolking: 70 procent van de mensen is in zekere zin religieus of spiritueel.

De zoektocht naar zingeving door innerlijke ervaring neemt de laatste jaren weer sterk toe. Dat zie je ook in de toenemende belangstelling voor vragen die te maken hebben met hoe we met elkaar, de aarde en de natuur moeten omgaan. Mensen met een bijna-doodervaring zijn vaak ook meer religieus geworden, in de letterlijke betekenis van het woord, dat het om herverbinden gaat. Maar daarin speelt de kerk voor deze mensen meestal geen rol. Voor hen is het geloven veranderd in weten.’
(Trouw)

Het nieuwste inzicht is, aldus Van Lommel in het interview met Roek Lips, dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie.

Dat is nogal wat, als je dat tot je door laat dringen. De manier waarop we tegen de dood aankijken, bepaalt hoe we in het leven staan. Ik ben optimistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustzijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven.’
(Trouw)

Zie:
* Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding (Trouw, uit de serie Nieuwe leiders: Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Roek Lips ging daarover in gesprek met bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast.)

* Plato en de idee van onsterfelijkheid (Goden en Mensen)
* Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn
(Goden en Mensen, 4 delen)
* Waarom de dood niet het einde is (YouTube)


Beeld: koornbusiness.nl

OMG ziet onder elke steen christendom

OMG, een nieuw magazine (‘Oh, My God!’) voor een bezield leven, ziet onder elke steen christendom. Het tijdschrift verbindt zingeving met Westerse spiritualiteit en schoonheid. En dat in een tijd van multiple religious belonging. Immers, steeds meer mensen halen religieuze inspiratie uit verschillende levensbeschouwelijke stromingen. Maar voor OMG lijken religie en spiritualiteit identiek aan het christendom. Hoofdredacteur Marina de Kort-de Wolde: ‘Voor iedereen zit er schoonheid in het leven, dat is de boodschap van het christendom. Of je nu rijk bent of arm, voor iedereen is er herkenning.’

In de christelijke geschiedenis zit zoveel schitterende bagage, je ziet het in de kunst, in de muziek, in boeken. Het is een prachtige traditie. Niet exclusief, niet beter dan ­andere, maar voor ons begrijpelijk en dichtbij. We leven in Nederland, op vakantie in Europa bezoeken we kerken en kathedralen. Onder elke steen zit christendom.’
(OMG)

OMG schrijft over religie en God. Maar dan met een christelijke pen. De Kort- de Wolde, die Religiewetenschappen studeerde, noemt het onverklaarbare het goddelijke. Dat goddelijke is er voor ­iedereen, gelovig of niet, zegt zij. Maar waarom dan een specifiek Westers, christelijk blad? OMG verbindt zingeving niet met oosterse religies, zoals Happinez soms doet, maar met Westerse spiritualiteit en met de hier dominante godsdienst, het christendom. Intussen maken moslims zo’n 5 procent van de Nederlandse bevolking uit. En zo’n 6% behoort tot een ‘andere gezindte’, zoals het jodendom of boeddhisme.

Multiple Religious Belonging
Wat is MRB nu precies? De term valt lastig in het Nederlands te vertalen. Ze probeert te beschrijven dat voor veel mensen tegenwoordig de waarheidsclaims van één religieuze traditie als een keurslijf voelen. Niet alleen keren ze zich af van de kerken en de religieuze instituties, ze willen ook niet langer onderworpen zijn aan religieuze autoriteiten die ze voorschrijven waar ze in moeten geloven.’
(NieuwWij)

Gaan we met OMG een grote stap terug in de tijd? Het glossy kwartaalblad zegt een magazine te zijn dat gaat over ‘de essentie van het leven en van jouw bestaan’: ‘je gids in je zoektocht naar zingeving, betekenis en liefde. OMG is voedsel voor de ziel’. De basis voor OMG is de Westerse traditie en cultuur. Voedsel voor de christelijke ziel. OMG noemt zich de plek waar hemel en aarde samenkomen. Maar blijkbaar alleen de christelijke hemel en aarde. Het magazine wil mensen inspireren om een betekenisvol en bezield leven te leiden. Het hogere en de grote levensvragen worden bij OMG in een christelijk kader gevat.

OMG zegt veel aandacht te besteden aan de Westerse geloofstraditie, met haar prachtige verhalen, kunst, muziek, architectuur en nog veel meer, maar zich daartoe niet te beperken. Zou dit betekenen dat OMG toch verder kijkt dan de God van de christenen? ‘We zijn allemaal verbonden met de wereld om ons heen. Met de ander en het andere,’ vindt het OMG. Hoe geef je vorm aan je bestaan, in verbinding met alles wat er om je heen gebeurt, vraagt het OMG zich af. ‘Thuis, met je familie en vrienden, op je werk, in je wijk, de samenleving, de wereld?’ Ik hoop dat OMG verder dan haar christelijke neus durft te kijken.

OMG is niet verbonden met een kerk of kerkelijke stroming, kijkt breed en zoekt nieuwe wegen. OMG wil je opnieuw betoveren. Zodat je dichter bij het mysterie van het leven komt en bij wat God of het goddelijke voor jou betekent.’
(OMG)

Bron: OMG

Zie ook: Voormalig advocaat Marina de Kort-de Wolde begon glossy OMG: ‘Onder elke steen zit christendom’ (Trouw)

Beeld: God de vader – S. Hermann & F. Richter (Pixabay)

Zingeving aan de keukentafel

Vorige week verdedigde Vicky Hölsgens aan de Universiteit voor Humanistiek haar proefschrift Gebroken verhalen aan de keukentafel, over zingeving in de Nederlandse verzorgingsstaat. Onderzoeker en geestelijk verzorger Hölsgens onderzocht in hoeverre en hoe sociaal werkers stilstaan bij zingeving en levensvragen van burgers in de context van zogenaamde keukentafelgesprekken. Als onderzoeker observeerde Hölsgens in ruim een jaar 87 keukentafelgesprekken. Na afloop interviewde ze de 24 generalisten en consulenten, met wie ze meeliep, over de rol van zingeving tijdens die gesprekken.

De generalisten hebben het gevoel dat ze niet kunnen stilstaan bij het goede leven van de burger, maar dat ze moeten vertellen wat de burger moet gaan doen. Een generalist verwoordt het treffend in een interview: ‘Je komt daar binnen met: ‘Hallo, u heeft een participatie-uitkering nodig, wat kan ik voor u betekenen?’ Heel vriendelijk kom ik daar binnen. Maar uiteindelijk betekent het dat ik het met die mensen ga hebben over: ‘Je doet nu niks, wat kun je wel gaan doen?’
(Vicky Hölsgens)

Zingevingsgesprek onder druk
Uit haar onderzoek blijkt dat in de meerderheid van deze gesprekken zingeving onder druk staat. Sociaal werkers staan niet altijd stil bij zingevingsproblematiek. Niet alle sociaal werkers bezitten de vaardigheden om hiermee om te gaan, met name als levensvragen niet ‘opgelost’ kunnen worden. En het beleid van de gemeente belemmert hen om hierbij stil te staan, ondanks dat hetzelfde beleid zingeving als beleidsdoel heeft.

De vraag: ‘Wat is belangrijk voor u in het leven?’ tijdens het keukentafelgesprek pas aan het eind van het gesprek komt, als het al aan de orde komt. ‘Dan is er meestal geen tijd meer om daar op in te gaan’, zegt Hölsgens. ‘Als een zingevingsvraag wel wordt herkend, dan gebeurt doorverwijzing naar een professional die deze zingevingsvragen van de cliënt kan oppakken, heel weinig.’
(Redacteur Zorg+Welzijn Carolien Stam)

Geen tijd
G
eneralisten in Eindhoven bijvoorbeeld, kunnen wel meer tijd besteden aan kennismaken, maar komen ook steeds meer in de knel met hun tijd.

Bij een fulltime functie van een generalist in Eindhoven hoort een caseload van 96 burgers. Tijdnood leidt vaak tot het overslaan van het kennismakingsgesprek waarin het goede leven van de burger centraal staat. Zeker wanneer een ‘crisisgeval’ tussendoor komt – denk aan acute schuldenproblematiek, uithuisplaatsingen – dan is er even geen tijd voor wat de burger belangrijk vindt; dan schiet de generalist in oplossingsgericht handelen.’
(Vicky Hölsgens)

Bijscholing
V
olgens Hölsgens blijken sociaal werkers niet vanzelfsprekend de vaardigheden te bezitten om stil te staan bij zingeving en levensvragen van burgers. Voor hen die al in de praktijk werken is het wenselijk om bijscholing te organiseren waarin ze in ieder geval leren mogelijke levensvragen te signaleren en dit verder met de burger kunnen verkennen.  

Professionals met dubbele opdracht
De gemeenten Eindhoven en Sittard-Geleen vinden het goede leven van de burger op papier belangrijk en nemen het mee in de opzet van het keukentafelgesprek, zegt Hölsgens:

Maar in de praktijk worden professionals dus op pad gestuurd met een dubbele opdracht: zowel aandacht hebben voor het goede leven van de burger als hem of haar vertellen wat dat goede leven moet inhouden: participeren en zelfredzaam zijn. Er zit dus een paradox in het beleid; het goede leven van de burger lijkt er enkel toe te doen wanneer deze in lijn ligt met het goede leven dat impliciet vervat zit in het ideaal van de zelfredzame burger.’

Zie:
*
Ruimte voor zingeving in keukentafelgesprekken van sociaal werkers vraagt andere aanpak

* Het goede leven van de burger wordt van de keukentafel geveegd
* Over zingeving wordt niet vaak gesproken aan de keukentafel

Cartoon: reuma-amsterdam.nl