‘Zonde is je eigen geest verwaarlozen’

Zelfverloochening

Volgens promovendus Fokko Omta is zonde het doel van je ware Zelf missen: spirituele zelfverloochening door je wezenlijke Zelf te vergeten. Zonde is spirituele luiheid of traagheid, verwaarlozing van je eigen ‘geest’. Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam is het tijd voor een post-theïstisch zondebegrip. Post-theïstisch? Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes noemt je post-theïst als je niet meer in een persoonlijke God gelooft. Gisteren promoveerde Omta op de zonde. De titel van het proefschrift luidt: Sin: against Whom or against What? Logisch, die vraag als je het geloof in een persoonlijke God kwijt bent. Tegen wie of wat ben je dan zondig? Tegen jezelf dus.

Deze studie gaat over veranderingen van de zondeleer waarbij de volgende, traditionele voorstelling van zonde als vertrekpunt is genomen: zonde is ‘een schuldige en persoonlijke belediging van een persoonlijke God’ (a culpable and personal affront to a personal God – C. Plantinga jr.) Zonde wijst op ‘kwaad’ in de religieuze relatie met God. De studie onderzoekt de consequenties voor het zondebegrip als God niet theïstisch als persoon wordt gezien, maar als ‘geestelijk principe” (het goddelijke, geest, iets). De studie loopt uit op de formulering van een post- of niet-theïstisch zondebegrip.’ (Uit: Abstract proefschrift)

Omta zoekt omschrijvingen van zonde in newagekringen waarin het goddelijk en het menselijke nauw op elkaar worden betrokken. Bij theoloog Karl Barth vindt hij zonde benoemd als ‘traagheid’ en bij filosoof en theoloog Paul Tillich ‘ten diepste vervreemding van jezelf’. Dat komt heel dicht in de buurt bij Omta’s ‘spirituele zelfverloochening’.

Zonde is niet gericht tegen een buitenaards Opperwezen, maar keert zich tegen het meest wezenlijke in jezelf. Het is een vorm van spirituele luiheid of traagheid, verwaarlozing van je eigen geest en ziel.’ (Omta)

Als je dus niet in een persoonlijke God gelooft, kan je ook niet tegen Hem zondigen: niet langer dus zonde als opstand tegen God. Zo komt Omta aan zijn herformulering van ‘zonde’. Het is ernstig: je zondigt tegen je zelf, tegen je Zelf. Je verloochent jezelf spiritueel. De mens blijft ten diepste geest, vindt Omta, geschapen naar het beeld van God. En in de geest van de mens zit iets van God. Daar kunnen de post-theïsten dan weer op afdingen: zij geloven immers niet in een persoonlijke God? Zo lijkt de denkwijze van Omta een handigheidje: ook in de post-theïst huist God. Niet zo gek als je bedenkt dat het Omta erom gaat dat de diepste grond van de mens –zijn geest en ziel– weer in contact komt met God en dat de moderne mens daarin de weg gewezen wordt.

Ik probeer tegemoet te komen aan gelovigen die om welke reden dan ook niet meer in een persoonlijke God kunnen geloven. Zij hebben ook hun zonde. Het vernieuwende van mijn concept is dat ik met de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer zonde niet verbindt met het zwakke in de mens, maar juist met zijn kracht, het verhevene. De mens is ten diepste geest, geschapen naar het beeld van God. En zijn geest is de aanwezigheid van iets van God in de mens. Dáárop richt zich mijn nieuw geformuleerde zondebegrip.’ (Omta in het RD)

Omta’s proefschrift geeft te denken. Misschien is zondigen tegen jezelf wel de grootste zonde die je kan doen: je eigen geest verwaarlozen. Dat is nog al wat. Dan loop je rond met een lege of leeggelopen geest. Dan ga je inderdaad de mist in als je alleen aan jezelf vastzit, zoals Omta dichter Willem Barnard aanhaalt. Ten koste – ook nog – van je eigen ziel.

Zie:
* Tijd voor een post-theïstisch zondebegrip
* Promovendus Fokko Omta: Zonde is het doel van je ware zelf missen
* Proefschrift

Foto: PD (Noordwijk aan Zee, november 2019)

‘Ik ben mijn geest’

A-New-Perception-of-the-I-AM-Presence-Chart-summitlighthouse.nl

‘Onze identiteit wordt volledig bepaald door ons geestelijk leven. Zonder dit mentale leven zouden wij ophouden een persoon te zijn.’ Wiskundige en filosoof Emanuel Rutten stelt dat de mens een innerlijk mentaal leven heeft: ‘We ervaren, voelen, denken, interpreteren, geloven, willen, verbeelden, begeren, herinneren, hopen en verwachten van alles. Dit maakt ons tot wie wij zijn.’ Rutten geeft hiermee repliek op bewegingswetenschapper Bart Klink die stelt dat dit alles slechts ‘hersenactiviteit’ is.

‘Ons geestelijk leven lijkt inderdaad iets fundamenteel anders dan hersentoestanden, het voelt intuïtief anders. We hebben een sterke dualistische intuïtie, maar die intuïtie is onjuist gebleken door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, zoals met veel andere intuïties ook is gebeurd.
Daarentegen is het reductionisme alleen maar sterker komen te staan door nieuwe ontwikkelingen in de neurowetenschappen omdat het de beste verklaring biedt voor al de bevindingen. De identiteitstheorie, die het bewustzijn ziet als een hersentoestand, blijft daarmee nog steeds de meest plausibele positie. Dit betekent ook dat het bestaan van de Ultieme Geest – God – onwaarschijnlijker wordt.’

(Bart Klink in: Waarom de geest is wat het brein doet)

Ons innerlijk geestelijk bestaan is volgens Klink ‘volledig identiek aan breinprocessen: de menselijke geest is restloos gelijk aan een verzameling stoffelijke hersenprocessen’. Wij zijn ons brein… Volgens Rutten is er een goede reden om te denken dat mentale ervaringen niet identiek zijn aan neurale processen in de hersenen.

Wij kennen onze mentale gewaarwordingen alleen van binnenuit, vanuit het eerstepersoonsperspectief. Het zijn innerlijke subjectieve ervaringen en dus van een heel andere orde dan groepjes vurende neuronen. Zo hebben mentale ervaringen geen massa of volume, en hebben neuronen geen gevoel. Daarom zijn mentale gewaarwordingen niet hetzelfde als de neurale processen die zich in ons brein afspelen. De geest is ongelijk aan het brein omdat zij metafysisch van een andere aard is.’
(Rutten in: Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet)

In zijn repliek op geloofenwetenschap.nl bespreekt Rutten Klinks argumenten voor de bewering dat wij ons brein zijn, oftewel dat ons geestelijk leven identiek is aan breinprocessen. Rutten toont aan dat geen ervan sterk genoeg is om onze diepliggende intuïties over de aard van onze geest te loochenen.

Een analogie
‘Een hoeveelheid water neemt een bepaalde ruimtelijke vorm aan indien deze in een plastic zakje wordt gegoten. Het water in het zakje zal uiteraard van vorm veranderen indien het zakje wordt vervormd. Omgekeerd zal iedere vormverandering van het water gepaard moeten gaan met een identieke vormverandering van het plastic. De vorm van het water hangt dus nauw samen met de vorm van het zakje. Er is zelfs sprake van een één op één correspondentie tussen beiden.
Toch volgt hieruit niet dat het water en het plastic zakje identiek zijn. Evenmin volgt dat het water voor zijn bestaan afhankelijk is van het zakje. Ook los van het plastic zakje bestaat het water immers. En precies hetzelfde geldt voor de relatie tussen ons brein en onze geest.
Hoewel mentale toestanden en breintoestanden inderdaad hecht samenhangen, zoals de moderne hersenwetenschappen laten zien, volgt hieruit niet dat ze identiek aan elkaar zijn. Correspondentie is inderdaad nog geen identiteit.’

(Rutten in: Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet)     

Rutten stelt dat we niet weten hoe geest en stof interacteren. Zolang echter de mogelijkheid van deze interactie niet uitgesloten is, levert dit voor onze diepe fundamentele intuïtie dat we niet identiek aan ons brein zijn geen probleem op. ‘Geest en stof staan voortdurend in wisselwerking met elkaar. Daarover zijn we het allemaal eens.’

Maar dan kan die continue wisselwerking zelf als beginsel van individuatie worden gezien. Deze geest is mijn geest precies omdat ze voortdurend met mijn lichaam interacteert. Om dezelfde reden hoort die van jou bij jou. En dit alles vanuit een eerste toevallige of eerste intentionele distributie van geesten over lichamen. Bovendien is dit mijn geest omdat ik het ben. Ik ben mijn geest.’
(Rutten in: Waarom wij niet hoeven te geloven dat wij ons brein zijn)

Bronnen:

* Bart Klink: Waarom de geest is wat het brein doet  (geloofenwetenschap.nl) – Zie voor de uitgebreide versie hiervan: Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness in De Atheïst.

* Emanuel Rutten: Waarom wij niet hoeven te geloven dat wij ons brein zijn: Repliek op Klink (geloofenwetenschap.nl)


* Emanuel Rutten:
  Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet. (Wijsgerige reflecties)

Beeld: summitlighthouse.nl

Witboek Evolutionaire Biologie voor bijzonder onderwijs

DistinguishingScienceAndMetaphysicsInEvolutionAndReligion

Het Lorentz Center (Leiden University) houdt vanaf vandaag een vijfdaagse workshop over evolutionaire biologie en religie. De bedoeling is een dialoog tussen theologen, evolutionaire biologen, religieuze wetenschappers van verschillende religies en levensbeschouwingen (inclusief atheïsme) en filosofen van de wetenschap. Ook wil men misverstanden en karikaturen wegwerken, een gemeenschappelijk begrip bereiken over de onderlinge relatie tussen religie en wetenschap, en debatteren over ‘grensgeschillen’: hetzij wanneer de wetenschap te veel beweert (zoals in de filosofie van het ‘sciëntisme’) of wanneer religie inbreuk maakt op de wetenschap (zoals intelligent ontwerp of creationisme). 

In de media is er summier iets over te vinden, behalve een klein berichtje achter een betaalmuur in het ND en een kritisch artikel op Logos. Oninteressant voor de media of komt alle aandacht pas achteraf?

Veel interessante sprekers zijn er actief, zoals Gijsbert van den Brink, Marcel Sarot, Herman Philipse, Jeroen de Ridder, René van Woudenberg, Ab Flipse, Gerdien de Jong en 20 anderen. Het programma lijkt boeiend genoeg. Onderwerpen zijn onder meer een historisch perspectief op de relatie tussen wetenschap en religie; maar ook over een historisch perspectief op de relatie tussen de evolutionaire biologie en religieuze geloof in Nederland; over evolutie en jodendom: problemen en vooruitzichten; en over evolutie en islam in Turkije. Gijsbert van den Brink zal het hebben over evolutie en christendom; Gerdien de Jong over wetenschap en theïstische religie. Meer over het programma is hier te vinden.

Het Logos Instituut reageert nu al kritisch op het congres: ‘Evolutiecongres wil Nederland klaarstomen voor (theïstische) evolutie’. ‘Kritische noot en alternatieven ontbreken’. Logos ziet daar vooral veel theïstische evolutionisten rondlopen en veronderstelt, bij monde van de stichter ervan, creationist Jan van Meerten, dat dit congres niets anders is dan een strategische zet om (theïstische) evolutie in de scholen en kerken onderwezen te krijgen en het klassieke scheppingsgeloof de deur te wijzen. Het Lorentz Center wil inderdaad op dag vier een Witboek schrijven over het programmeren van evolutionaire biologielessen in het bijzonder onderwijs. Onder meer moeten er antwoorden gevonden worden op de vraag hoe om te gaan met studenten en docenten die weigeren de evolutie te accepteren.

Het klassieke scheppingsgeloof is voor veel (theïstische) evolutionisten een doorn in het oog. Zeker als deze visie op de werkelijkheid ook nog eens onderwezen wordt op scholen. Hoe trekken we ook deze halsstarrige evolutieweigeraars over de streep? Iedereen zou de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming toch moeten accepteren? Hoe gaan we om met docenten en studenten die de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming over deep time niet kunnen accepteren? Dat lijken de vragen op het congres dat volgende week (27-31 augustus 2018) zal plaatsvinden.’ (Logos)

Van Meerten veronderstelt dat de organisatie het erom gaat of evolutie en geloof te combineren zijn. Hij vindt dat vanuit het programma echter wel duidelijk wordt dat dit geen vraag is, maar als gegeven wordt verondersteld. Zijn argwaan is wellicht groot omdat de organisatie  in handen ligt van theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink, bekend van het theïstisch evolutionistische boek En de aarde bracht voort, en bioloog dr. Duur Aanen, bekend van het protest tegen het proefschrift van de in 2013 gepromoveerde Joris van Rossum. 

Een kritische noot op universele gemeenschappelijke afstamming over deep time ontbreekt volledig. Laat staan dat er wetenschappelijke alternatieven als het scheppingsparadigma en/of Intelligent Design aan bod komen. Hoe ver zijn we in de evolutie-acceptatie en welke hordes moeten er nog worden genomen? Dat lijkt de hoofdvraag van dit evolutiecongres.’ (Logos)  

Wellicht is het congres toch interessant genoeg en vinden we in de media later verslagen terug. Het blijft vreemd dat er nu slechts in de krochten van internet beperkte informatie vooraf te vinden is. Het Lorentz Center lijkt vooralsnog vooral binnenskamers te willen blijven en/of nauwelijks gehoor te vinden bij de media.

Geloof in God is rationeel

levensbeschouwingen

Het nieuwe atheïsme laat geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is: het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en Godsgeloof zou daarom intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren.’

visjeDit stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen (2017), waarin een boeiende verzameling wijsgerige bijdragen is gebundeld. Ze handelen allemaal over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God.

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden.’

In het hoofdstuk Theïsme als manier van leven stelt de auteur dat het christendom, maar ook andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen, niet alleen bepaalde antwoorden geven op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen.

‘Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtend betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin.

OverdenkingenEen wereldbeschouwing moet, zo suggereren de nieuwe atheïsten, het resultaat zijn van wetenschappelijk onderzoek. Maar volgens de filosoof is het van belang dat een wereldbeeld verenigbaar is met de resultaten van de wetenschap. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen.

Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.’

Godsgeloof rationeel evalueren kan, als theïsme als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese wordt beoordeeld.

En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.’

Het theïsme is volgens Rutten in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals bijvoorbeeld het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets; het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten; het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad; ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil; de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen; en verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

OverGodOok interessant in dit kader is filosoof Gary Gutting die het boek Over God schreef uit bezorgdheid over de rationaliteit van filosofen. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes – die het boek vertaalde – vraagt Gutting zich of de filosofen die hij interviewt ‘ook maar mensen’ zijn en of zij achter hun professionele façade toch heel wat minder rationeel zijn.

Over God laat filosofen aan het woord over ideeën over God, over onder meer rationaliteit van geloof en ongeloof; geloof en wetenschap; atheïsme en theïsme; moraal; het idee van religie als godsdienst en over de verhouding tussen verschillende religies onderling.

Overdenkingen | Emanuel Rutten | april 2017 | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN 9789082186994 | € 15,95 | 229 blzn. | Nog niet digitaal beschikbaar
Als bovenstaand artikel vragen oproept, of nadere verklaring en uitleg, dan is deze bundel zeker een must (have)!

Over God | Gary Gutting | september 2017 | Amsterdam University Press | ISBN10 9462987025 | ISBN13 9789462987029 | € 19,99 | E-book  € 9,99

Beeld: mensensamenleving.me