De spirituele levenskracht van Jane Goodall

Primatoloog Jane Goodall gelooft dat alle levende wezens een ‘vonk van goddelijke energie’ hebben die een ‘ziel’ zou kunnen worden genoemd, inclusief niet alleen het dierenleven maar ook het plantenleven: ‘Ze hebben een vonk van die goddelijke energie.’ In Evolution News & Science Today van het Discovery Institute’s Centre for Science & Culture, schrijft wiskundige en freelance schrijver Elisabeth Whately over haar: Jane Goodall Meets the God Hypothesis. ‘De grens tussen religie en wetenschap kan inderdaad ‘vervaagd’ zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt.’ Zaterdag 14 juni komt Goodall naar de Balie in Amsterdam.*

20 mei kondigde de Templeton Foundation Jane Goodall aan als haar Templeton Prize-laureaat voor 2021. De Foundation – opgericht ter ere van degenen die wetenschap gebruiken om de plaats en het doel van de mensheid in het universum te verkennen – noemt haar een ‘unieke figuur’ en een baanbrekende onderzoeker in de zoektocht naar een antwoord op ‘de grootste filosofische vraag van de mensheid: ‘Wat betekent het om mens als onderdeel te zijn van de natuurlijke wereld?’ Spirituele taal overspoelt Goodall’s spreken als ze de prijs in ontvangst neemt. 

Ze geeft toe dat de echt ‘diepe mysteries van het leven’ ‘voor altijd buiten de wetenschappelijke kennis liggen’. Ze onderstreept dit met een citaat uit de beroemde uitspraak van apostel Paulus op de hemel: ‘Nu zien we donker door een glas; dan van aangezicht tot aangezicht.’

Goodall’s spirituele instinct groeide terwijl ze haar baanbrekende onderzoek deed in de Tanzaniaanse bossen van Gombe. Ze vertelt Templeton dat ze zich hier ‘heel, heel dicht bij een grote spirituele kracht voelde’. Ze put opnieuw uit de brieven van Paulus om te verwijzen naar dat ‘waarin we leven en bewegen en ons bestaan ​​hebben’. 

De primatoloog ziet ook een doel in het ‘tapijt’ van de natuur: ‘Het belangrijkste onderdeel van het zijn in het regenwoud is het begrip van de onderlinge verbinding, hoe elke kleine soort een rol te spelen heeft.’ Als een soort uitsterven, is het alsof er een draad uit het tapijt is getrokken. Trek te veel draden uit, zegt ze, en het grootse ontwerp van het tapijt zal ontrafelen. ‘Magie’ is het woord dat in haar opkomt als ze de grootsheid van dit ontwerp probeert te beschrijven. Alleen spirituele taal is voldoende als ze naar het omringende bos kijkt:

Het is iets dat zo krachtig is en zoveel verder gaat dan wat zelfs het meest wetenschappelijke, briljante brein had kunnen creëren.’

Wetenschap kan niet alles verklaren, daar is Goodall van overtuigd. ‘We hebben een eindige geest,’ zegt ze tegen Religion News Service, ‘en het universum is oneindig. Als de wetenschap zegt: ‘We hebben het allemaal voor elkaar gekregen, dan is er de oerknal die het universum heeft geschapen.’ Welnu, wat heeft de oerknal veroorzaakt?’ 

Goodall gelooft dat verzoening tussen religie en wetenschap alleen kan worden bereikt door het materialisme te verwerpen. Ze is het met haar vriend Francis Collins eens dat ‘toevallige mutaties onmogelijk kunnen leiden tot de complexiteit van het leven op aarde’. Ze is blij dat wetenschappers ‘meer bereid’ worden om te praten over de mogelijkheid van een intelligent doel achter het universum.’

Goodall lijkt te neigen naar een soort pantheïstische ‘levenskracht’ die de wereld doordrenkt met ‘energie’. Eveneens kan gemakkelijk worden aangetoond hoe deze hypothese verbleekt in vergelijking met de verklarende kracht van het traditionele theïsme. 

En het theïsme verklaart niet alleen de structuur van het universum beter, het biedt ook een manier om de uitzonderlijke aard van de menselijke soort te funderen die we instinctief aanvoelen, ook al hebben briljante wetenschappers zoals Goodall zichzelf helaas geconditioneerd om het te verwerpen.’

Whately besluit haar artikel met de opmerking dat de grens tussen religie en wetenschap inderdaad ‘vervaagd’ kan zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt. 

En toch zijn er veel manieren om religieus te zijn. Er zijn veel manieren om te aanbidden. Goodall aanbidt zeker, op haar eigen manier. Ze zou je zelfs kunnen vertellen dat ze een ontwerpende kracht aanbidt. De vraag is, heeft het haar gemaakt naar haar beeld? Of heeft ze het in de hare gehaald?’

* Zaterdag 14 juni is Goodall in de Balie in Amsterdam, waar zij spreekt over onze samenleving en de planeet. Hoe zou de wereld eruit kunnen zien na de COVID-19-pandemie? Zal deze crisis een andere manier van omgaan met de aarde inluiden? Hoe kunnen we een sterkere inzet voor het herstel en het behoud van de planeet bevorderen?
De bijeenkomst is uitverkocht, maar een livestream is dan vrij toegankelijk.

Zie:
* Jane Goodall Meets the God Hypothesis (Evolution News)
* ‘Religion entered into me’: A talk with Jane Goodall, winner of the 2021 Templeton Prize (Religion News Service)

Foto:
news.janegoodall.org

De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

‘Intelligentie speelde rol bij ontstaan leven’

Ontdekkingen in de moleculaire biologie onthullen de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven en suggereren het werk van een meesterprogrammeur. – Dit stelt wetenschapsfilosoof Stephen C. Meyer, van het Centrum voor Wetenschap en Cultuur van het Discovery Institute in Seattle, in het artikel Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God, in The Federalist, van 2 april 2021. ‘Het idee dat God het universum heeft geschapen is tegenwoordig een respectabele hypothese, meer dan ooit in de afgelopen eeuw.

Voormalig geofysicus Meyer zag eerder af van pogingen om vragen te beantwoorden over ‘wie’ het leven zou hebben ontworpen. In zijn in maart 2021 verschenen boek Return of the God Hypothesis geeft hij nu antwoord op misschien wel het ultieme mysterie van het universum. Daarbij onthult hij volgens uitgeverij Harperone ‘een verbluffende conclusie: de gegevens ondersteunen niet alleen het bestaan ​​van een of andere intelligente ontwerper, maar ook het bestaan ​​van een persoonlijke God’. 

De ontdekking van informatie – en een complex systeem voor het verzenden en verwerken van informatie – in elke levende cel, levert dus sterke gronden op om aan te nemen dat intelligentie een rol speelde bij het ontstaan ​​van het leven. Zoals informatietheoreticus Henry Quastler opmerkte, ‘komt informatie gewoonlijk voort uit bewuste activiteit’.

Meyer bestrijdt de strikt materialistische visie op de werkelijkheid, zoals dat ‘het universum precies de eigenschappen heeft die we zouden mogen verwachten als er in wezen geen ontwerp, geen doel is… niets dan blinde, meedogenloze onverschilligheid’. De wetenschapsfilosoof stelt dat drie belangrijke ontdekkingen in de afgelopen eeuw in tegenspraak zijn met de voorspellingen van wetenschappelijke atheïsten en juist in een duidelijk theïstische richting wijzen.

Ten eerste hebben kosmologen ontdekt dat het fysieke universum waarschijnlijk een begin had, in tegenstelling tot de verwachtingen van wetenschappelijke materialisten die het materiële universum al lang als eeuwig en op zichzelf bestaand hadden afgeschilderd (en daarom geen externe schepper nodig hadden).

Als tweede ontdekking noemt Meyer natuurkundigen die ontdekt hebben dat we in een soort ‘Goudlokje-universum’ leven. Hij bedoelt hiermee: precies goed.

Sinds de jaren zestig hebben natuurkundigen inderdaad vastgesteld dat de fundamentele fysische wetten en parameters van ons universum tegen alle verwachtingen in nauwkeurig zijn afgestemd om ons universum geschikt te maken voor leven.’ 

Als derde noemt Meyer ontdekkingen in de moleculaire biologie die de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven onthuld, wat volgens hem het werk van een meesterprogrammeur suggereert. Hij stelt dat we over het algemeen weten dat informatie – of deze nu in hiërogliefen is gegraveerd, in een boek is geschreven of in radiosignalen is gecodeerd – altijd afkomstig is van een intelligente bron.

Nadat James Watson en Francis Crick in 1953 de structuur van het DNA-molecuul hadden opgehelderd, ontwikkelde Crick zijn beroemde ‘sequentiehypothese’. Daarin stelde Crick dat de chemische bestanddelen in DNA functioneren als letters in een geschreven taal of digitale symbolen in een computercode.’

Meyer beargumenteert in zijn boek Return of the God Hypothesis dat recente wetenschappelijke ontdekkingen over biologische en kosmologische oorsprong beslist theïstische implicaties hebben, wat suggereert dat populaire wetenschappelijke rapporten over de dood van God misschien sterk zijn overdreven.

Zie: Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God (The Federalist)

Return of the God hypothesis | Three scientific discoveries that reveal the mind behind the universe | Stephen C. Meyer | E-book | 9780062071521 | maart 2021 | Adobe ePub | € 16,99 |
Stephen C. Meyer stelt dat theïsme – met zijn bevestiging van een transcendente, intelligente en actieve schepper – het beste het bewijs verklaart dat we hebben met betrekking tot biologische en kosmologische oorsprong.’ (Uitgeverij Harperone)

Beeld: Detail cover
Mystery of life’s origin (evolutionnews.org)

De Ongelooflijke Podcast en het atheïsme

de-ongelooflijke-podcast

Volgens filosoof Stine Jensen is het atheïsme kil, hooghartig en biedt het geen zingeving. De Amerikaanse neurowetenschapper Sam Harris, een van de boegbeelden van de ‘religie-is-vergif-club’, zoekt tegenwoordig zijn heil in de oosterse spiritualiteit, meditatie en mindfulness, net als Jensen overigens. Rutger Bregman heeft afscheid genomen van zijn fanatieke atheïstische fase. Volgens journalist David Boogerd, een van de makers van De Ongelooflijke Podcast, lijkt het atheïsme online op zijn retour: als Google-zoekwoord zit het in een regelrechte vrije val.

Godsargumenten
S
amen met Theoloog des Vaderlands van 2018, Stefan Paas, maakt Boogerd sinds 3 april 2019 voor de EO op NPO Radio 1 De Ongelooflijke Podcast, om de twee weken. De uitzendingen zijn stuk voor stuk de moeite waard. Een van de hoogtepunten vind ik het gesprek op 14 juni 2019 met filosoof Emanuel Rutten over Godsbewijzen, beter gezegd: Godsargumenten. Glashelder vertelt Rutten in gesprek met Boogerd en Paas over de vraag der vragen: bestaat God.

NPO Radio 1-app
D
e meeste podcasts zijn echt de moeite waard. Er zijn gesprekken te beluisteren met onder meer Arjen Lubach, Herman Finkers, Stine Jensen, Rutger Bregman. Onderwerpen onder andere zijn: ‘De schitterende nutteloosheid van de kerk’; religieus fundamentalisme; yoga, atheïsme en oosterse spiritualiteit; populisme en de kerk; en de liberale leegte. Een kleine moeite om de NPO Radio 1-app op je smartphone te zetten. Onder de vele podcast kan je snel die Ongelooflijke vinden.

Vrije val
B
oogerd verwachtte in zijn research te stuiten op leegstromende kerken en donkere wolken die zich samenpakken boven het christendom, maar maakt zich tegenwoordig vooral zorgen over het atheïsme. Volgens Lubach heeft de vrije val van het atheïsme te maken met een afnemende strijdlust: ‘Het is niet meer nodig of zo. Waarom zou je zoeken naar iets wat eigenlijk al wel duidelijk is?’

Maar wat is dan precies duidelijk? Het numerieke hoogtepunt van het atheïsme ligt 50 jaar achter ons! In 1970 was 4,46 procent van de wereldbevolking atheïst, tegenwoordig is dat nog maar 1,89 procent en volgens de prognoses zakt het in 2050 verder af naar 1,51 procent. Welke strijd is dan precies al gestreden? Als de atheïstische strijdlust afneemt, lijkt dat eerder gelatenheid dan een triomfantelijk achteroverleunen.’

Spiritualiteit
W
at is er dan aan de hand, vraagt Boogerd zich af. Volgens hem is het lastig vol te houden dat religie de oorzaak is van álle ellende, als bijvoorbeeld in de VS het nieuw atheïsme besmeurd wordt door schermutselingen over seksisme en racisme. Volgens hem speelt er ook iets anders. Stine Jensen koos voor spiritualiteit hoewel ze gelooft dat het leven geen zin heeft:

Ik wil houvast vinden in iets wat het leven minder willekeurig maakt. Anders rest je niets dan nihilisme en depressie’, zegt ze openhartig. ‘Fel atheïsme is blijkbaar niet alleen kil, het is ook keihard. Niet iedereen kan uit de voeten met zo’n leeg heelal, gespeend van zin en betekenis.’

Neergang felle atheïsme 
Met de neergang van het felle atheïsme lijken volgens Boogerd de verhitte discussies over religie, hoe vermakelijk soms ook, steeds meer op zijn retour. Ze maken plaats voor oprechte en kwetsbare gesprekken, zoals die met Stine Jensen.

Theïstisch wereldbeeld
Filosoof Emanuel Rutten ziet eveneens een omslag. Volgens hem beginnen de scherpe kantjes van het nieuwe, rabiate atheïsme af te vlakken, en ziet het atheïsme als een wereldbeeld in crisis. Bovendien heeft hij nog nooit één goede claim gehoord dat God niet bestaat. Volgens Klaas van der Zwaag van het RD lijkt het atheïsme nog steeds de vigerende wereldbeschouwing in het publieke debat. Rutten vindt dat het christelijke, theïstische wereldbeeld buitengewoon redelijk is.

De argumenten voor het atheïsme falen echt. Richard Dawkins is allang achterhaald. We kunnen God niet bewijzen. Bewijzen doen we alleen in de wiskunde, maar niet in de filosofie. Maar we kunnen wel plausibel maken dat de uitspraak dat God bestaat buitengewoon redelijk is, sterker nog: de meest redelijke, meest waarschijnlijke positie is. Daarom is het theïsme het meest redelijke en waarschijnlijke wereldbeeld.’

Zie:
*
Niet het christendom, maar het atheïsme zit in een crisis  (Boogerd, NPO Radio 1)

* ‘De scherpe kantjes van het nieuwe atheïsme vlakken af’  (Rutten, RD – PDF)

De Ongelooflijke Podcast | Podcast over de relevantie van geloof in een steeds ongeloviger Nederland. EO-journalist David Boogerd en Stefan Paas voeren verdiepende gesprekken met spraakmakende gasten. Abonneren op De Ongelooflijke Podcast is mogelijk via NPO Radio1-website-app, iTunesGoogle Podcasts en Stitcher.

Stefan Paas, volgens Boogerd ‘een van de scherpste denkers over religie van dit moment’, geeft als vaste gast verdieping en duiding bij de verschillende thema’s die besproken worden. Boogerd: ‘Paas kan als geen ander religie en theologie vertalen naar het publieke debat. Dat bewijst hij dagelijks op Twitter. Hij is in staat zijn brede kennis te verbinden met interessante weetjes.’

‘Zonde is je eigen geest verwaarlozen’

Zelfverloochening

Volgens promovendus Fokko Omta is zonde het doel van je ware Zelf missen: spirituele zelfverloochening door je wezenlijke Zelf te vergeten. Zonde is spirituele luiheid of traagheid, verwaarlozing van je eigen ‘geest’. Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam is het tijd voor een post-theïstisch zondebegrip. Post-theïstisch? Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes noemt je post-theïst als je niet meer in een persoonlijke God gelooft. Gisteren promoveerde Omta op de zonde. De titel van het proefschrift luidt: Sin: against Whom or against What? Logisch, die vraag als je het geloof in een persoonlijke God kwijt bent. Tegen wie of wat ben je dan zondig? Tegen jezelf dus.

Deze studie gaat over veranderingen van de zondeleer waarbij de volgende, traditionele voorstelling van zonde als vertrekpunt is genomen: zonde is ‘een schuldige en persoonlijke belediging van een persoonlijke God’ (a culpable and personal affront to a personal God – C. Plantinga jr.) Zonde wijst op ‘kwaad’ in de religieuze relatie met God. De studie onderzoekt de consequenties voor het zondebegrip als God niet theïstisch als persoon wordt gezien, maar als ‘geestelijk principe” (het goddelijke, geest, iets). De studie loopt uit op de formulering van een post- of niet-theïstisch zondebegrip.’ (Uit: Abstract proefschrift)

Omta zoekt omschrijvingen van zonde in newagekringen waarin het goddelijk en het menselijke nauw op elkaar worden betrokken. Bij theoloog Karl Barth vindt hij zonde benoemd als ‘traagheid’ en bij filosoof en theoloog Paul Tillich ‘ten diepste vervreemding van jezelf’. Dat komt heel dicht in de buurt bij Omta’s ‘spirituele zelfverloochening’.

Zonde is niet gericht tegen een buitenaards Opperwezen, maar keert zich tegen het meest wezenlijke in jezelf. Het is een vorm van spirituele luiheid of traagheid, verwaarlozing van je eigen geest en ziel.’ (Omta)

Als je dus niet in een persoonlijke God gelooft, kan je ook niet tegen Hem zondigen: niet langer dus zonde als opstand tegen God. Zo komt Omta aan zijn herformulering van ‘zonde’. Het is ernstig: je zondigt tegen je zelf, tegen je Zelf. Je verloochent jezelf spiritueel. De mens blijft ten diepste geest, vindt Omta, geschapen naar het beeld van God. En in de geest van de mens zit iets van God. Daar kunnen de post-theïsten dan weer op afdingen: zij geloven immers niet in een persoonlijke God? Zo lijkt de denkwijze van Omta een handigheidje: ook in de post-theïst huist God. Niet zo gek als je bedenkt dat het Omta erom gaat dat de diepste grond van de mens –zijn geest en ziel– weer in contact komt met God en dat de moderne mens daarin de weg gewezen wordt.

Ik probeer tegemoet te komen aan gelovigen die om welke reden dan ook niet meer in een persoonlijke God kunnen geloven. Zij hebben ook hun zonde. Het vernieuwende van mijn concept is dat ik met de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer zonde niet verbindt met het zwakke in de mens, maar juist met zijn kracht, het verhevene. De mens is ten diepste geest, geschapen naar het beeld van God. En zijn geest is de aanwezigheid van iets van God in de mens. Dáárop richt zich mijn nieuw geformuleerde zondebegrip.’ (Omta in het RD)

Omta’s proefschrift geeft te denken. Misschien is zondigen tegen jezelf wel de grootste zonde die je kan doen: je eigen geest verwaarlozen. Dat is nog al wat. Dan loop je rond met een lege of leeggelopen geest. Dan ga je inderdaad de mist in als je alleen aan jezelf vastzit, zoals Omta dichter Willem Barnard aanhaalt. Ten koste – ook nog – van je eigen ziel.

Zie:
* Tijd voor een post-theïstisch zondebegrip
* Promovendus Fokko Omta: Zonde is het doel van je ware zelf missen
* Proefschrift

Foto: PD (Noordwijk aan Zee, november 2019)

‘Ik ben mijn geest’

A-New-Perception-of-the-I-AM-Presence-Chart-summitlighthouse.nl

‘Onze identiteit wordt volledig bepaald door ons geestelijk leven. Zonder dit mentale leven zouden wij ophouden een persoon te zijn.’ Wiskundige en filosoof Emanuel Rutten stelt dat de mens een innerlijk mentaal leven heeft: ‘We ervaren, voelen, denken, interpreteren, geloven, willen, verbeelden, begeren, herinneren, hopen en verwachten van alles. Dit maakt ons tot wie wij zijn.’ Rutten geeft hiermee repliek op bewegingswetenschapper Bart Klink die stelt dat dit alles slechts ‘hersenactiviteit’ is.

‘Ons geestelijk leven lijkt inderdaad iets fundamenteel anders dan hersentoestanden, het voelt intuïtief anders. We hebben een sterke dualistische intuïtie, maar die intuïtie is onjuist gebleken door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, zoals met veel andere intuïties ook is gebeurd.
Daarentegen is het reductionisme alleen maar sterker komen te staan door nieuwe ontwikkelingen in de neurowetenschappen omdat het de beste verklaring biedt voor al de bevindingen. De identiteitstheorie, die het bewustzijn ziet als een hersentoestand, blijft daarmee nog steeds de meest plausibele positie. Dit betekent ook dat het bestaan van de Ultieme Geest – God – onwaarschijnlijker wordt.’

(Bart Klink in: Waarom de geest is wat het brein doet)

Ons innerlijk geestelijk bestaan is volgens Klink ‘volledig identiek aan breinprocessen: de menselijke geest is restloos gelijk aan een verzameling stoffelijke hersenprocessen’. Wij zijn ons brein… Volgens Rutten is er een goede reden om te denken dat mentale ervaringen niet identiek zijn aan neurale processen in de hersenen.

Wij kennen onze mentale gewaarwordingen alleen van binnenuit, vanuit het eerstepersoonsperspectief. Het zijn innerlijke subjectieve ervaringen en dus van een heel andere orde dan groepjes vurende neuronen. Zo hebben mentale ervaringen geen massa of volume, en hebben neuronen geen gevoel. Daarom zijn mentale gewaarwordingen niet hetzelfde als de neurale processen die zich in ons brein afspelen. De geest is ongelijk aan het brein omdat zij metafysisch van een andere aard is.’
(Rutten in: Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet)

In zijn repliek op geloofenwetenschap.nl bespreekt Rutten Klinks argumenten voor de bewering dat wij ons brein zijn, oftewel dat ons geestelijk leven identiek is aan breinprocessen. Rutten toont aan dat geen ervan sterk genoeg is om onze diepliggende intuïties over de aard van onze geest te loochenen.

Een analogie
‘Een hoeveelheid water neemt een bepaalde ruimtelijke vorm aan indien deze in een plastic zakje wordt gegoten. Het water in het zakje zal uiteraard van vorm veranderen indien het zakje wordt vervormd. Omgekeerd zal iedere vormverandering van het water gepaard moeten gaan met een identieke vormverandering van het plastic. De vorm van het water hangt dus nauw samen met de vorm van het zakje. Er is zelfs sprake van een één op één correspondentie tussen beiden.
Toch volgt hieruit niet dat het water en het plastic zakje identiek zijn. Evenmin volgt dat het water voor zijn bestaan afhankelijk is van het zakje. Ook los van het plastic zakje bestaat het water immers. En precies hetzelfde geldt voor de relatie tussen ons brein en onze geest.
Hoewel mentale toestanden en breintoestanden inderdaad hecht samenhangen, zoals de moderne hersenwetenschappen laten zien, volgt hieruit niet dat ze identiek aan elkaar zijn. Correspondentie is inderdaad nog geen identiteit.’

(Rutten in: Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet)     

Rutten stelt dat we niet weten hoe geest en stof interacteren. Zolang echter de mogelijkheid van deze interactie niet uitgesloten is, levert dit voor onze diepe fundamentele intuïtie dat we niet identiek aan ons brein zijn geen probleem op. ‘Geest en stof staan voortdurend in wisselwerking met elkaar. Daarover zijn we het allemaal eens.’

Maar dan kan die continue wisselwerking zelf als beginsel van individuatie worden gezien. Deze geest is mijn geest precies omdat ze voortdurend met mijn lichaam interacteert. Om dezelfde reden hoort die van jou bij jou. En dit alles vanuit een eerste toevallige of eerste intentionele distributie van geesten over lichamen. Bovendien is dit mijn geest omdat ik het ben. Ik ben mijn geest.’
(Rutten in: Waarom wij niet hoeven te geloven dat wij ons brein zijn)

Bronnen:

* Bart Klink: Waarom de geest is wat het brein doet  (geloofenwetenschap.nl) – Zie voor de uitgebreide versie hiervan: Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness in De Atheïst.

* Emanuel Rutten: Waarom wij niet hoeven te geloven dat wij ons brein zijn: Repliek op Klink (geloofenwetenschap.nl)


* Emanuel Rutten:
  Dualisme van lichaam en geest zo gek nog niet. (Wijsgerige reflecties)

Beeld: summitlighthouse.nl

Witboek Evolutionaire Biologie voor bijzonder onderwijs

DistinguishingScienceAndMetaphysicsInEvolutionAndReligion

Het Lorentz Center (Leiden University) houdt vanaf vandaag een vijfdaagse workshop over evolutionaire biologie en religie. De bedoeling is een dialoog tussen theologen, evolutionaire biologen, religieuze wetenschappers van verschillende religies en levensbeschouwingen (inclusief atheïsme) en filosofen van de wetenschap. Ook wil men misverstanden en karikaturen wegwerken, een gemeenschappelijk begrip bereiken over de onderlinge relatie tussen religie en wetenschap, en debatteren over ‘grensgeschillen’: hetzij wanneer de wetenschap te veel beweert (zoals in de filosofie van het ‘sciëntisme’) of wanneer religie inbreuk maakt op de wetenschap (zoals intelligent ontwerp of creationisme). 

In de media is er summier iets over te vinden, behalve een klein berichtje achter een betaalmuur in het ND en een kritisch artikel op Logos. Oninteressant voor de media of komt alle aandacht pas achteraf?

Veel interessante sprekers zijn er actief, zoals Gijsbert van den Brink, Marcel Sarot, Herman Philipse, Jeroen de Ridder, René van Woudenberg, Ab Flipse, Gerdien de Jong en 20 anderen. Het programma lijkt boeiend genoeg. Onderwerpen zijn onder meer een historisch perspectief op de relatie tussen wetenschap en religie; maar ook over een historisch perspectief op de relatie tussen de evolutionaire biologie en religieuze geloof in Nederland; over evolutie en jodendom: problemen en vooruitzichten; en over evolutie en islam in Turkije. Gijsbert van den Brink zal het hebben over evolutie en christendom; Gerdien de Jong over wetenschap en theïstische religie. Meer over het programma is hier te vinden.

Het Logos Instituut reageert nu al kritisch op het congres: ‘Evolutiecongres wil Nederland klaarstomen voor (theïstische) evolutie’. ‘Kritische noot en alternatieven ontbreken’. Logos ziet daar vooral veel theïstische evolutionisten rondlopen en veronderstelt, bij monde van de stichter ervan, creationist Jan van Meerten, dat dit congres niets anders is dan een strategische zet om (theïstische) evolutie in de scholen en kerken onderwezen te krijgen en het klassieke scheppingsgeloof de deur te wijzen. Het Lorentz Center wil inderdaad op dag vier een Witboek schrijven over het programmeren van evolutionaire biologielessen in het bijzonder onderwijs. Onder meer moeten er antwoorden gevonden worden op de vraag hoe om te gaan met studenten en docenten die weigeren de evolutie te accepteren.

Het klassieke scheppingsgeloof is voor veel (theïstische) evolutionisten een doorn in het oog. Zeker als deze visie op de werkelijkheid ook nog eens onderwezen wordt op scholen. Hoe trekken we ook deze halsstarrige evolutieweigeraars over de streep? Iedereen zou de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming toch moeten accepteren? Hoe gaan we om met docenten en studenten die de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming over deep time niet kunnen accepteren? Dat lijken de vragen op het congres dat volgende week (27-31 augustus 2018) zal plaatsvinden.’ (Logos)

Van Meerten veronderstelt dat de organisatie het erom gaat of evolutie en geloof te combineren zijn. Hij vindt dat vanuit het programma echter wel duidelijk wordt dat dit geen vraag is, maar als gegeven wordt verondersteld. Zijn argwaan is wellicht groot omdat de organisatie  in handen ligt van theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink, bekend van het theïstisch evolutionistische boek En de aarde bracht voort, en bioloog dr. Duur Aanen, bekend van het protest tegen het proefschrift van de in 2013 gepromoveerde Joris van Rossum. 

Een kritische noot op universele gemeenschappelijke afstamming over deep time ontbreekt volledig. Laat staan dat er wetenschappelijke alternatieven als het scheppingsparadigma en/of Intelligent Design aan bod komen. Hoe ver zijn we in de evolutie-acceptatie en welke hordes moeten er nog worden genomen? Dat lijkt de hoofdvraag van dit evolutiecongres.’ (Logos)  

Wellicht is het congres toch interessant genoeg en vinden we in de media later verslagen terug. Het blijft vreemd dat er nu slechts in de krochten van internet beperkte informatie vooraf te vinden is. Het Lorentz Center lijkt vooralsnog vooral binnenskamers te willen blijven en/of nauwelijks gehoor te vinden bij de media.

Geloof in God is rationeel

levensbeschouwingen

Het nieuwe atheïsme laat geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is: het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en Godsgeloof zou daarom intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren.’

visjeDit stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen (2017), waarin een boeiende verzameling wijsgerige bijdragen is gebundeld. Ze handelen allemaal over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God.

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden.’

In het hoofdstuk Theïsme als manier van leven stelt de auteur dat het christendom, maar ook andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen, niet alleen bepaalde antwoorden geven op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen.

‘Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtend betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin.

OverdenkingenEen wereldbeschouwing moet, zo suggereren de nieuwe atheïsten, het resultaat zijn van wetenschappelijk onderzoek. Maar volgens de filosoof is het van belang dat een wereldbeeld verenigbaar is met de resultaten van de wetenschap. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen.

Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.’

Godsgeloof rationeel evalueren kan, als theïsme als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese wordt beoordeeld.

En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.’

Het theïsme is volgens Rutten in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals bijvoorbeeld het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets; het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten; het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad; ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil; de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen; en verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

OverGodOok interessant in dit kader is filosoof Gary Gutting die het boek Over God schreef uit bezorgdheid over de rationaliteit van filosofen. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes – die het boek vertaalde – vraagt Gutting zich of de filosofen die hij interviewt ‘ook maar mensen’ zijn en of zij achter hun professionele façade toch heel wat minder rationeel zijn.

Over God laat filosofen aan het woord over ideeën over God, over onder meer rationaliteit van geloof en ongeloof; geloof en wetenschap; atheïsme en theïsme; moraal; het idee van religie als godsdienst en over de verhouding tussen verschillende religies onderling.

Overdenkingen | Emanuel Rutten | april 2017 | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN 9789082186994 | € 15,95 | 229 blzn. | Nog niet digitaal beschikbaar
Als bovenstaand artikel vragen oproept, of nadere verklaring en uitleg, dan is deze bundel zeker een must (have)!

Over God | Gary Gutting | september 2017 | Amsterdam University Press | ISBN10 9462987025 | ISBN13 9789462987029 | € 19,99 | E-book  € 9,99

Beeld: mensensamenleving.me

Plausibel theodicee van het oordeelsvermogen

kwaad

Een theodicee is een argumentatie waarin de gelovige het bestaan van een almachtige en algoede god verdedigt ondanks al het kwaad en lijden in de wereld. Er zijn verschillende theodicee’s, onder meer die van Leibniz; van de vrije wil; van de compassie, maar nu ook van het oordeelsvermogen. Die wordt dialogisch uitgewerkt door docent filosofie Jan-Auke Riemersma, in zijn blog Soepschildpadden en atheïsten (tweegesprek). ‘Ons oordeelsvermogen maakt ons tot mens, maar maakt ons ook ontvankelijk voor het lijden.’

Riemersma begint het discours met de standaardklacht van atheïsten dat een theodicee immoreel is en opgevat wordt als een poging om het leed van onschuldige mensen goed te praten uit naam van God.

Deze klacht is niet ongegrond. Ik ben lang bezig geweest om een theodicee te construeren die niet ontvankelijk is voor deze kritiek.’

Dit is de filosofiedocent gelukt. De dialoog zou niet misstaan op het toneel, of in de kerk, als welkome afwisseling van de preek. Iedereen zou rechtop in de kerkbanken gaan zitten. Het drama vindt plaats tussen een atheïst (P) en een theïst (H), waarin de filosoof laat zien dat deze theodicee – of zogenaamde ‘verdediging’ – niet immoreel is.

P: God heeft de wereld gemaakt. De wereld is niet vrij van lijden. Aangezien God alles kan, heeft hij een reden gehad om mensen te laten lijden. Welke reden dit ook is, wie mensen laat lijden is niet betrouwbaar en zeker niet moreel. Zo iemand is een schurk. Ik begrijp niet dat je tot zo’n … ding!… wilt bidden…

H: Maar waarom is het immoreel om mensen te laten lijden?

P: Waarom dat immoreel is? Is dat een serieuze vraag? 

H: …ja, ik ben ernstig. Ik neem je niet in de maling.

P: Wel, dat is immoreel omdat… het immoreel is! Het is eenvoudigweg, op de meest duidelijke wijze, immoreel! Het is een kwaad op zich! Daar hoef je menselijkerwijs niet eens over te twisten! Hier, kijk eens naar deze foto! Zie je hoe dit kind lijdt? Laat deze foto eens op je inwerken! De pijn die dit kind moet doorstaan. Wie doet zoiets vreselijks aan een teer mensenkind? Dan moet je een sadist zijn. Kijk dan!’

Zo begint de atheïst de tweespraak. Het voert te ver om dat hier volledig weer te geven, daarvoor kan je het beste naar de site Wider Útsjoch van de docent gaan. Maar het gesprek is zo interessant en plausibel dat dit het lezen waard is.

Op zeker moment vraagt de theïst of de atheïst alleen een wereld wil waar goede en waardevolle dingen die we nu hebben wél blijven behouden. Natuurlijk, want hij wil een soort tuin van Epicurus, maar dan op bovennatuurlijke wijze. Hij wil in ieder geval niet leven in een wereld waar al die goede dingen er niet zijn. De theïst vraagt dan of de ander liever volstrekt ongevoelig wil zijn.

H: In dat geval zouden het leed en het onrecht niet hebben bestaan. In die wereld is er wel pijn en we gaan ook dood, maar dat zijn dan geen zaken waar we een oordeel over hebben. (…) In een dergelijke toestand zou je verlost zijn van het zinloze lijden. Ook onrechtvaardigheid en armoede zouden je niet plagen. Je wereld zou bestaan uit een reeks niet becommentarieerde ervaringen, waar je niet gelukkig of ongelukkig van wordt. (…) Een redelijk mens kan niet volhouden dat hij het lijden ondragelijk vindt, terwijl hij toch liever zijn oordeelsvermogen en zijn waarden behoudt. ’

Verderop vraagt de theïst wat de atheïst zou kiezen. Dít intelligente, waardenrijke bestaan, of het absolute niets, of de stompzinnige waarde(n)loze wereld van de soepschildpad? De atheïst roept vertwijfeld uit hoe de ander hem kan vragen of hij zijn leven of zijn meest fundamentele waarden wil opgeven. Anders is hij niet eens een mens!

H: Het enige wat we er, op een fatsoenlijke manier, van kunnen zeggen is dat God ons zou hebben moeten veranderen in ‘n soepschildpad of dat hij onze geboorte zou hebben moeten verhinderen. Een enkeling zal dat willen, maar ik denk dat de meeste mensen, precies zoals jij, liever mens willen zijn en deze keus van de hand wijzen. Wel, wat kun je God dan verwijten?’

De theïst zegt tegen de atheïst dat deze God juist veroordeeld omdat hij waarde hecht aan zijn menselijk oordeelsvermogen en dat hij zonder dat vermogen eenvoudigweg geen mens kan zijn en zijn leven niet waardevol of zinvol. En verwijt de atheïst dat deze zegt dat zijn oordeelsvermogen niet belangrijk is. Hij zegt immers dat God alles kan en ons dus het lijden had moeten besparen.

H: Je kunt niet enerzijds over een oordeelsvermogen beschikken en anderzijds zeggen dat je liever verlost was van dat oordeelsvermogen. (…) Kijk maar: ’t oordeelsvermogen maakt ons tot mens en maakt dat wij gevoelig zijn voor recht en lijden. Nou, als je niet wilt lijden – als het lijden ondraaglijk is – moet je het ook zonder oordeelsvermogen doen.’

Riemersma besluit het discours met de woorden dat ons oordeelsvermogen ons tot mens maakt, maar ook ontvankelijk voor het lijden.

Het is niet anders. Zijn we redelijk als we uit deze gang van zaken afleiden dat God moreel zwak is? Ik zou eerder zeggen dat het andersom is: als God bestaat, en als we dankzij ons oordeelsvermogen het idee ‘God’ kunnen bevatten, dan is ons leven tenminste niet fataal. Terwijl het bestaan wel fataal is als God niet bestaat. Voor mij is dat voldoende reden om te denken dat God goed is.’

Zie: Soepschildpadden en atheïsten (tweegesprek)

Foto: eo.nl

UPDATE 12 12 2016:  Jan Riemersma wijzigt intussen de tekst van zijn ‘theodicee’…(!) Schreef hij eerst:
‘Ik ben lang bezig geweest om een theodicee te construeren die niet ontvankelijk is voor deze kritiek,’
hetgeen de indruk wekt dat hij een theodicee heeft geschreven die hij onderschrijft, heeft hij het nu – zonder nadere aankondiging van update of zo, herschreven tot:
‘Het is moeilijk om een verdediging op te stellen die niet ontvankelijk is voor deze kritiek.’
– Ja, dan was ik in mijn blog ook voorzichtiger geweest, al sta ik nog steeds achter zijn denkwijze.
Een beetje flauw van Riemersma, wellicht onder druk van de kritische discussie die zich ontvouwt op Facebook?

Marcel Sarot: pleidooi voor een post-post-theïstisch geloof

joke

Het post-theïsme voorbij? Hoogleraar Fundamentele Theologie en decaan van de universiteit Tilburg, Marcel Sarot, vraagt zich af of er nog wel christelijk geloof mogelijk is aan gene zijde van het theïsme. Hij doet dat in zijn artikel ‘Een mooie gedachte, maar veel te weinig’? – Kritische aantekeningen bij post-theïsme. Hierin legt hij de meetlat langs het post-theïsme en vraagt zich af of het recht doet aan het christelijk geloof in een handelende God. Uiteindelijk pleit Sarot voor een post-post-theïsme.

Als Sarot zich in het post-theïsme verdiept, stuit hij direct op een probleem. Hij zet dat uiteen met een tekst van theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes.

Post-theïsme is niet [een] georganiseerde stroming; het duidt niet op een alternatief theologisch systeem. Post-theïsme is slechts een parapluterm voor een veelheid aan theologische benaderingen die zich impliciet of expliciet afzetten tegen het theïsme. Maar dat roept ook problemen op, want is theïsme niet net zo’n pluraal in te vullen term?’

Sarot vindt dat, juist vanwege het feit dat het post-theïsme niet op zichzelf staat maar een reactie is op een dwaling in de hedendaagse theologie, het onwijs zou zijn om het al te radicaal af te wijzen. Hij pleit voor een erkenning van het gelijk van het post-theïsme: wij hebben de inwoning van God in deze werkelijkheid veronachtzaamd. Maar bij Sarot heeft het theïsme niet afgedaan:

En ik pleit voor de ontwikkeling van een theologie die zowel recht doet aan Gods immanentie als aan Gods transcendentie. Wij verkeren daarbij in de gelukkige omstandigheid dat ook in de natuurwetenschap het beeld van de werkelijkheid als een gesloten causaal systeem niet langer dominant is, en dat in die zin de intellectuele plausibiliteit van de inwoning van God sterk is toegenomen. Als men het theïsme als these zou willen zien en het post-theïsme als antithese, dan pleit ik dus voor een synthese, een post-post-theïsme.’

Sarot komt tot die conclusie nadat hij stelt dat de transcendente en de immanente God, wezenlijk bij elkaar horen. God is voor hem niet alleen buiten ons, maar ook in ons, God werkt niet alleen buiten de werkelijkheid, maar ook daarin. Voor hem horen de immanente en de transcendente God wezenlijk bij elkaar. De transcendentie is te veel beklemtoond, waarop als reactie die van de nieuwe spirituelen kwam, die alleen nog maar ruimte bieden voor de God-in-ons en niet meer voor God-buiten-ons. En over het post-theïsme stelt hij dat daarin zelfs transcendentie nog immanent wordt gedacht.

Zie: Een mooie gedachte, maar veel te weinig. Kritische kanttekeningen bij post-theïsme (academia.eu) Hierop gaat Sarot in op bovenstaande. Het transcendente en het immanente komen uitgebreid aan de orde.

Cartoon: bizarrocomic.blogspot.com