Willen weten verhindert zelfkennis

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

De droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naarbinnen
Stevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
De weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. De auteur is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Tot slot
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

‘Datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg’

‘Met het woord ‘ziel’ bedoel ik: datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg.’ Promovenda Martine Oldhoff schrijft momenteel haar proefschrift over de ziel. Voor haar is het geen uitgemaakte zaak dat de mens louter lichaam is. Er zou geen ruimte meer zijn voor de ziel. Voor haar is de mens echter meer dan een fascinerende klomp cellen, zoals ‘de wetenschap’, waaronder de hersenwetenschappen, ons leren. ‘Dat is een filosofische stellingname, geen uitgemaakte zaak.’

Oldhoff schreef Kijk op de ziel, de uitgewerkte lezing die Oldhoff vorig jaar hield op de generale synode van de PKN. Voor Oldhoff is het woord ziel ‘een barst in een volledig gesloten wereldbeeld’.

De Ziel moet altijd op een kier
Zodat wanneer de Hemel zoekt
Hij niet te wachten hoeft
Of bang is dat hij stoort
(Emily Dickinson, in Kijk op de ziel)

Zieltjes winnen’ roept bij de meeste mensen geen goede associaties op, schrijft Oldhoff, want wie wil er nou een zieltje zijn?

Maar als het over de ziel gaat, lijken de zaken er anders voor te staan. Er zijn tegenwoordig meer mensen in Nederland die geloven in een leven na de dood dan mensen die in God geloven. Het geloof dat ‘ik’ op de een of andere wijze voortleef, is volop aanwezig.’
(Uit: Kijk op de ziel)

In haar proefschrift beschrijft Oldhoff Plato en Aristoteles kort als historische achtergrond. Duidelijk wordt dat haar visie verschilt van die van Plato. Bij de Bezieling vertelt ze hierover in een interview met Cees Veltman.

Door Plato en zijn verwerking in filosofische en theologische tradities is het woord ziel blijven leven. Ik zie de ziel echter als geschapen door God en niet als al bestaand voorafgaand aan ons leven, zoals Plato. We zijn als mens geschapen, onderscheiden van God.’

Oldhoff, promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, zegt dat de ziel een mooie aanleiding kan zijn om het te hebben over wie en wat God is. Het woord God is immers voor heel veel mensen betekenisloos geworden.

Ik denk niet dat mensen in God gaan geloven als ze het woord ziel belangrijk vinden, maar het is een mooi aanknopingspunt om het over geloof en God te hebben. Als het gaat over wie de mens is aan de hand van het woord ziel, dan kom je misschien ook wel op interessante vragen: heb ik een goddelijke kern, ben ik geschapen, is er meer dan we kunnen zien en voelen?’

Kijk op de ziel | Martine Oldhoff | ISBN: 9789043534819 | 56 pp. | 16-06-2020 | € 6,99
‘De ziel duikt overal op. Van seizoenen lang Kijken in de ziel op televisie tot in het spirituele tijdschrift Happinez. Eeuwenlang was de ziel bekende taal in kerk en theologie. Tegenwoordig nemen veel gelovigen het woord minder makkelijk in de mond. In haar boek Kijk op de ziel zoekt Oldhoff naar de betekenis van de ziel in het christelijk geloof in onze context. Zo gaat ze onder andere in op de vraag wat er vanuit de Bijbel over de ziel te zeggen is. Het is een beknopt boek met theologische verdieping, een actualisering naar deze tijd en een aanzet tot het geloofsgesprek.’ (PThU)

Zie: Martine Oldhoff: “Het woord ziel is een barst in een volledig gesloten wereldbeeld” (de Bezieling)

Beeld: Beate Bachmann (Pixabay)

‘Bewustzijn in liefde zonder waarheen’

Nabij-de-doodervaringen. 45 jaar studie naar NDE gebundeld. In Het geheim van Elysion, dat 3 september verschijnt, komt een veertigtal auteurs aan het woord uit Europa en de VS. Ze delen hun visie op tal van aspecten die te maken hebben met de relatie tussen hersenen en bewustzijn, met de verhouding tussen leven en dood, hemel en aarde.

In de wetenschappelijke gemeenschap is geen universele definitie van het NDE-fenomeen; er wordt echter algemeen aangenomen dat een NDE bestaat uit een reeks verschillende mentale gebeurtenissen – ook wel kenmerken genoemd – met zelf-gerelateerde, zeer emotionele en mystieke aspecten.’  (Neuroloog Steven Laureys)

Een nabij-de-doodervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn. Met deze woorden beschrijft publicist en onderzoeker Pim van Lommel de bijzondere bewustzijnservaringen die volgens de huidige materialistische wetenschap niet mogelijk zijn. Naar schatting hebben ruim 50 miljoen mensen in de wereld een NDE hebben gehad. In Europa zijn er waarschijnlijk 20 miljoen mensen met een NDE, ongeveer 4,2% van de bevolking, zoals onderzoek is gebleken. In Nederland zijn er een kleine 600.000 mensen met een NDE. Hieronder nog enkele citaten uit Het geheim van Elysion.

Rudolf H. Smit schrijft over dit fenomeen en gaat opzoek naar wat het kan betekenen voor hoe we naar de mens, het bewustzijn en de ziel kijken.

Een bijzonder fenomeen: ‘Tijdens hun ‘reis’ in die andere ‘dimensie’ stuiten NDE-ers op bijzondere fenomenen. Zeer bijzonder in dezen zijn de zogenoemde ‘Peak in Darien’-casussen. Dat zijn ervaringen waarin NDE-ers ontmoetingen hebben met zielen van mensen van wie die NDE-ers absoluut niet konden weten dat het om gestorvenen ging.’

Tussen de meer wetenschappelijke bijdragen zijn er ook ervaringsverhalen van mensen die een NDE hebben gehad. Zij die na een levensbedreigende crisis een buitengewone ervaring in hun bewustzijn hebben gemeld. In alle bijdragen worden de effecten beschreven die de NDE heeft op mensenlevens. Wat vijfenveertig jaar internationaal onderzoek heeft opgeleverd, is het inzicht dat deze ervaring het leven van mensen fundamenteel verandert.

Katja’s ervaring is uniek, maar er zijn veel meer mensen met een nabij-de-doodervaring (NDE). Enkelen doen hun verhaal in Het Geheim van Elysium.

De cardioloog was zo’n 10 minuten bezig toen Katja plotseling pijn op haar borst kreeg die heel snel enorm toenam. ‘Mijn hart hield ermee op. Ik kromp ineen. Ik zag nog dat zo’n oranje zwaailicht aan het plafond afging. Direct reageerde het personeel paniekerig en ook heb ik nog de paniek in de ogen van de arts gezien. Terwijl ik dat allemaal zag, voelde ik de kracht vanuit mijn voeten wegvloeien. Ook vanuit mijn vingertoppen, via mijn handen en armen vloeide de kracht weg. De enorme pijn op mijn borst verdween. Er daalde een enorm grote en mooie rust over mij.’

Bruce Greyson schrijft over NDE’s en emotionele en psychologisch stoornissen. Hij is een bekend NDE-onderzoeker in de Verenigde Staten. In 2018 gaf hij een interview over wat er gebeurt bij een NDE en wat het veroorzaakt.

Ik vroeg mij ook af of NDE’s geassocieerd kunnen worden met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) De kenmerkende symptomen van PTSS zijn, o.a. levendige dromen of flashbacks van het voorval en pogingen om herinneringen aan de traumatische gebeurtenis te vermijden of te blokkeren. Het leek een onontkoombaar gegeven dat de meeste mensen die op het punt stonden te sterven, vrij angstig zouden zijn, aangezien ze oog in oog stonden met het verlies van hun leven, het bijkomend leed en het verlies van controle. Het was logisch dat het naderen van de dood zou kunnen leiden tot PTSS, al dan niet vergezeld met een NDE.’

Jim van der Heijden schrijft over het spanningsveld dat een materialistische benadering van de NDE met zich meebrengt.)

Het primair zijn van bewustzijn, dat los van het stoffelijke brein bestaat, opent de weg naar het begrijpen van verschijnselen zoals de nabij-de-doodervaring (NDE). Pogingen om dit begrip via de materialistische route te bereiken, zijn op niets uitgelopen. Bovendien is het materialisme niet in staat gebleken zijn bewering hard te maken dat stoffelijke hersenen bewustzijn/geest produceren.’

Robert Swami Persaud over ‘wakker-worden’:

Er zijn weinig geschriften die het fenomeen nabij-de-doodervaring zo veelvuldig behandelen dan de Vedische geschriften uit het oude India. Geschriften waarin goden vermenselijkt en mensen vergoddelijkt worden. Wat opvalt, is dat de NDE zoals wij dat in het westen bespreken in de vedische cultuur anders benoemd wordt, er is dan juist een ‘wakker worden’ in plaats van een ‘dood gaan’. Je zou dan dus eerder kunnen spreken van een nabij-het-wakker-wordenervaring.’

Het geheim van Elysion | Nieuw Nederlands boek over NDE | Verschijnt 3 september 2020 | 432 pagina’s | Gebonden | Hardcover | € 32,50 | Omslag: Peter Slager
Auteurs: Eben Alexander, Phyllis Atwater, Peter Fenwick, Bruce Greyson, Janice Holden en Anita Moorjani en Jeffery Olsen, Walter van Laack, Charlotte Martial, Helena Cassol, Steven Laureys, Stan Michielsen, Paul Robbrecht, Raymond Saerens, Eric Bekker, Robert Jan de Beurs, Marianne Blankenstein, Jacques Caron, Bob Coppes, Ditta op den Dries, Hein van Dongen, Hans Gerding, Jim van der Heijden, Martin Karlas, Pim van Lommel, Tienke Klein, Gert Kunnen, Anke Merkx-Kokshoorn, Elly Moerman, Hans van de Muijzenberg, Catja de Rijk, Douwe Reekers, Titus Rivas, Wim Setz, Rudolf H. Smit, Rico Sneller, Robert Swami Persaud, Odette de Theije, Luc Thomaes, Ineke Visser, Pety de Vries – Ek, en Rinus van Warven.

Bronnen: Elysion.nu, Uitgeverij Van Warven, Facebook Rinus van Warven

‘Laat je niet plots verrassen als de dingen tegenzitten’

Impossible

Beheers jezelf, verdraag tegenslag, maar maak onderscheid tussen de dingen die je zelf kunt beïnvloeden en veranderen, en de rest waartegen je machteloos bent. Dit is de essentie van de stoïcijnse filosofie volgens filosoof Epictetus uit de eerste eeuw n. Chr. Leerling Arianus vatte het onderricht van zijn leermeester samen in de Diatriben (Colleges) en later in verkorte vorm in De Enchiridion. De Franse filosoof Frédéric Lenoir schrijft hierover in zijn artikel Wijsheid is het ware geluk, gebaseerd op een hoofdstuk uit zijn boek Over geluk – Een filosofische ontdekkingsreis.


‘Het stoïcisme is een voluntaristische filosofie die een perfecte zelfbeheersing vereist. Overigens gaat het de stoïcijnen er niet om verlangens uit te schakelen, maar om ze om te buigen tot een wil die onderworpen is aan de rede.’ (Lenoir)


De vele overeenkomsten tussen het boeddhisme en het stoïcisme hebben me altijd getroffen. Daarom wil ik het hebben over de wegen naar wijsheid die zowel in het Oosten als in het Westen voorkomen – verlangen ombuigen, flexibel meegaan met de loop van het leven, en de vrolijke bevrijding van het ik – om een antwoord te vinden op het huidige pessimisme. Hoe kunnen we het diepe geluk bereiken dat de wijsheid ons belooft?’

Geluk is echter niet ‘zomaar’ te bereiken. Een manier is je te verdiepen in stoïcijnen en boeddhisten. Zij wijzen dezelfde weg naar innerlijke rust en diep geluk. Ze leren hoe we ons van verlangen kunnen bevrijden.

Epictetus verduidelijkt zijn filosofie aan de hand van twee treffende voorbeelden. Het eerste is dat van een kar waaraan een hond is vastgebonden. Ook al stribbelt het dier nog zo tegen, de kar wordt getrokken door een sterk paard en als de hond niet meeloopt, moet hij het bezuren. Maar als hij de situatie accepteert en meegeeft met de beweging en het tempo van de kar komt hij fit en zonder pijn behouden aan.’

De filosoof vertelt er (nog) niet bij of de hond de plek waar hij behouden aankomt, bij zijn verlangen past. Als je je moet aanpassen aan wat anderen met je doen, rijst bij mij al gauw de vraag of dit helpt om wijs te worden of innerlijke rust en diep geluk te vinden. ‘Verwacht niet dat alles gebeurt zoals jij het wilt, maar besluit te willen wat je overkomt en je zult gelukkig zijn,’ verweert de filosoof zich. Aan de hand van nog vele andere voorbeelden laat hij zien hoe we ons moeten gedragen bij onverwachte zaken:

Denk eraan dat je bij alles wat gebeurt eerst bij jezelf te rade gaat, welke mogelijkheden je hebt om ze het hoofd te bieden. Zie je een mooie jongen of een mooi meisje? Zoek de beheersing in jezelf. Heb je pijn? Zoek je uithoudingsvermogen. Word je uitgescholden? Zoek geduld. Als je je daarin oefent, ben je niet langer speelbal van je voorstellingen.’

Volgens Lenoir kan je je oefenen in het anticiperen op vervelende gebeurtenissen: de praemediatio malorum van Cicero, die inhoudt dat we ons mogelijke onaangename gebeurtenissen voorstellen, om ze in gedachten alvast te ‘relativeren’ en zo goed mogelijk voorbereid te zijn, mochten ze zich werkelijk voordoen. De hond in het voorbeeld kan dat niet, maar mensen zouden dit wel kunnen leren.

De stoïcijnen bepleiten een dagelijks gewetensonderzoek, om van dag tot dag de vorderingen bij te houden, en ook meditatie. Die laatste is voornamelijk bedoeld om de leer te ‘overdenken’ en uit het hoofd te leren, om niet plotseling verrast te worden als de dingen tegenzitten.’

Zie: Wijsheid is het ware geluk  (Filosofie Magazine: ‘Stoïcijnen en boeddhisten wijzen dezelfde weg naar innerlijke rust en diep geluk. Ze leren hoe we ons van verlangen kunnen bevrijden’.)

Over geluk. Een filosofische ontdekkingsreis | Frédéric Lenoir | Ten Have | 176 blz. | € 19,99

Beeld: IHC Centre l’Art de Vivre

Tot ziens – deo volente – in september. 🙂