Mensheid gelooft in hogere kosmische macht

eenreislangsdemysterien‘Zolang er aan de hand van bronmateriaal nagegaan kan worden, heeft de mensheid religieuze belangstelling gehad en geloofd in een hogere kosmische macht. Via onder meer de Griekse mysteriescholen werden mensen ingewijd in de geheimen van het Zijn en zocht men via symbolen, rituelen en oefeningen contact met het bovennatuurlijke. Deze menselijke zoektocht naar een verbinding met het hogere, van het Oude Egypte tot de twintigste eeuw, vormt het kernthema van Jacob Slavenburgs nieuwe boek Een reis langs de mysteriën.’

Zo begint de recensie in Historiek, een online geschiedenismagazine, dat ook van gisteren wil zijn. Volgens uitgever Walburg Pers loopt er een gouden draad door de mensheidsgeschiedenis.


In eenentwintig hoofdstukken beschrijft en analyseert Slavenburg in zijn nieuwe boek tal van alternatieve en mystieke bewegingen uit de geschiedenis, beginnend bij het Oude Egypte en uitlopend op de twintigste eeuw. Aan de orde komen onder andere de scheppingsverhalen uit de Oudheid, de mysteriën van Isis, het Gilgamesj-epos, de Griekse mysteriënscholen en de gnostiek. Verder lezen we over thema’s als de christelijke en islamitische mystiek, alchemie, vrijmetselarij, occultisme, magnetisme, esoterie en spiritisme. (Historiek)


Op de ‘reis langs de mysteriën’ neemt Jacob Slavenburg de lezer mee naar een deels verborgen geschiedenis die vaak in het geheim werd doorgegeven van ingewijde tot ingewijde. Wat was het mysterie van de heilige bruiloft? Wat vond er plaats tijdens de rituelen van Isis? Wat gebeurde er in de mysteriën van Orpheus, Demeter en Mithras? Welk geheim droeg Maria Magdalena met zich mee? Wie was Hermes Trismegistus en wat betekende de hermetisch gesloten geheimtaal van de alchemisten? Wat gebeurde er in de loges van vrijmetselaren en rozenkruisers? Zijn er nog steeds geheime genootschappen waar de oude mysterietaal tot leven wordt gebracht? Dit rijk geïllustreerde boek probeert, met behulp van uniek overgeleverd materiaal, antwoorden te vinden op al deze vragen.’ (Walburg Pers)

Naast het rijk geïllustreerde boek bestaat ook de mogelijkheid de reis langs de mysteriën met gefilmde hoorcolleges te ondersteunen.

De filmcolleges van Jacob Slavenburg behandelen deze deels verborgen geschiedenis van de westerse cultuur in 72 etappes. De films vormen introducties tot de vele boeiende onderwerpen die in het boek aan de orde komen, ondersteund door beelden en muziek. Reis langs de mysteriën – college is chronologisch opgebouwd: beginnend in het oude Egypte en eindigend bij Carl Gustav Jung. Kopers van het boek kunnen, via een speciale code, de filmcolleges met korting aanschaffen.’ (Walburg Pers) 

Volgens Slavenburg leerden we op school iets over de geschiedenis van Griekenland, het oude Egypte, de Renaissance, de Verlichting, de moderne tijd, etc. Maar veel kennis uit die tijden is verloren gegaan, en ook werd er veel in het geheim doorgegeven, van ingewijde op ingewijde. In deze serie neemt Slavenburg je mee op een reis door deze geschiedenis.

Wat was het mysterie van de heilige bruiloft? Wat vond er nu werkelijk plaats tijdens de rituelen van Eleusis en Mithras? Waarom werd Maria Magdalena ten onrechte als prostituee afgeschilderd? Wie was Hermes Trismegistus en welke diepe wijsheden openbaarde hij? Hoe ontstond de theosofie, wat was de erfenis van de vroege Rozenkruisers en wat hebben Rudolf Steiner en andere ingewijden erover gezegd?’ (Slavenburg)

Zie:

* Een reis langs de mysteriën (Historiek)

* Reis langs de mysteriën (Slavenburg)

Een reis langs de mysteriën | Jacob Slavenburg| Walburg Pers | ISBN10 9462492395 | ISBN13 9789462492394 |november 2017 | Hardcover | 320 pagina’s | € 29.50 | ‘Ongelooflijk, een mooi gebonden boek, 320 pagina’s en meer dan 300 kleurenillustraties en dat voor die prijs… Een boek met een rijke inhoud. Je voelt je echt een reiziger door de nauwelijks bekende geschiedenis van de geheimen in zogenaamde mysteriën. Je volgt de boeiende lijn van de mens naar een hogere bewustzijnsfase door de eeuwen heen.’ (bol.com)

Jezus, mens onder de mensen

jezuseenmensenleven

‘De Bijbel is geen ethisch, geografisch of historisch handboek, maar een worsteling met de zin van het bestaan. Prachtig! God is niet op afroep beschikbaar. Prediker weet het uiteindelijk ook niet meer. Hij komt op het volgende uit: ‘Drink een goed glas wijn, geniet van het leven. En zet je in voor gerechtigheid.’ Aldus Cees den Heyer, ooit hoogleraar aan de theologische universiteit van Kampen. Hij voltooide onlangs zijn boek Jezus, een mensenleven. Het wordt 16 december in de Lutherse kerk in Kampen gepresenteerd.

Bovenstaand citaat sprak Den Heyer al in 2006 uit bij Het Vermoeden. Hij vertelde toen ook dat hij aan de Bijbel – naast een heleboel andere inspirerende teksten – graag het Thomasevangelie zou willen toevoegen, en dan met name vanwege de boodschap dat het eeuwig leven niet bestaat, maar dat het leven in het hier en nu is. ‘Het Koninkrijk van God is onder ons, alleen de mensen zien het niet.’


Het is algemeen bekend dat de voormalige hoogleraar de dogmatische leer rondom Jezus heeft afgezworen. In zijn nieuwe boek wil hij op minutieuze wijze de vele gezichten van Jezus beschrijven. In het ruim 600 pagina’s tellende boek gaat hij er velen langs: van de bronnen die iets over de man van Nazareth vertellen, via de dogma’s die daarop ontstonden naar vrijzinnige theologen die het oude Jezusbeeld aan stukken braken. (VVP)


Nu is er dus Jezus, een mensenleven. Volgens boekhandel Paagman heeft Den Heyer afscheid genomen van klassieke dogma’s. In het persoonlijk nawoord in Jezus, een mensenleven schrijft hij onder meer dat Jezus geen godenzoon is geweest.

Jezus was een mens van vlees en bloed, ‘een mens onder de mensen’, een mens die door zijn doen en laten de aandacht trok, een charismatische persoonlijkheid die indruk maakte op zijn tijdgenoten en volgelingen. Een man die pas veel later een mythische status kreeg.’ (Den Heyer)

Zijn uitgever, Rinus van Warven, is ervan overtuigd dat Den Heyer met dit boek een spraakmakend historisch monument heeft neergezet: het resultaat van een levenslange fascinatie voor het onderzoek naar de betekenis van het leven van Jezus van Nazareth.

Het gedachtegoed dat Jezus een mens onder de mensen was, begint steeds meer aan betekenis te winnen. Dat maakt Jezus zo’n fascinerende figuur. (…) Den Heyer zet alle beelden die de afgelopen tweeduizend jaar over Jezus de revue zijn gepasseerd op een rij: van Jezus als godenzoon, Jezus als mens onder de mensen en Jezus als revolutionaire oproerkraaier.’

Fred Sollie schrijft in zijn artikel dat Jezus, een mensenleven het reisverslag is van een persoonlijke zoektocht, waarin voor Den Heyer duidelijk is geworden dat zijn visie op de man uit Nazareth gaandeweg fundamenteel is veranderd, afscheid heeft genomen van klassieke dogma’s en de weg terug volgt naar de bronnen, naar de Bijbel en naar de theologische traditie.


‘Ik heb nooit gesnapt waar het om ging. Dankzij Den Heyer begrijp ik het nu beter. Ik ben zelfs anders tegen mijn eigen ongelovigheid aan gaan kijken. Het gaat om bevrijding, vrede en liefde. Het kostte wat moeite om me door zo’n dikke pil heen te lezen, maar voor mijn proces was alle inspanning de moeite waard.’ (Een niet-gelovige meelezer van het manuscript)


Jezus, een mensenleven | Dr. Cees den Heyer | Uitgeverij Van Warven | ISBN 9789492421395 | december 2017 | Blz. 606 | € 32,50
In Jezus, een mensenleven volgt Den Heyer de weg terug naar de bronnen, naar de bijbel en naar de theologische traditie. In zijn zoektocht staat de vraag centraal: hoe heeft het beeld van Jezus zich ontwikkeld in de tweeduizend jaar na zijn geboorte? Talloze beelden passeren de revue. Jezus krijgt vele ‘gezichten’.

Evolutietheorie en de Godsvraag

evolutietheorie-natuurlijke-selectie-ontdekgodnl

In de 46e Huizingalezing Leven alsof God bestaat stelt Antoine Bodar dat voor christenen de evolutietheorie geen wapen is tegen het geloof in de schepping; dat de beide scheppingsverhalen uit het boek Genesis geschreven zijn door verschillende auteurs en uit verschillende tijden stammen. En dat de teksten geen natuurhistorische feiten betreffen maar een theologische vertelling. 

God heeft de wereld zo geschapen dat die zich zelf zou ontwikkelen. In de schepping heeft Hij de evolutie gegeven. De menswording van de mens is zo het werk van God en van de natuur. Dat de mens een ziel heeft gekregen is aldus volledig Godsgeschenk. De evolutietheorie kan de Godsvraag derhalve volkomen open laten.’

Aan de hand van Joan Huizinga en andere denkers pleit Bodar ervoor de metafysische dimensie van de maatschappij te heroverwegen en godsdienst royaal ruimte terug te geven in de openbaarheid en dus ook in de media. Hij vraagt zich af of de Godsvraag niet eigen en tevens voorbehouden is aan de menselijke soort.

Bestaat God wel of bestaat Hij niet? Volgens George Steiner zijn we met die vraag niets verder gekomen dan Parmenides of Plato. Of misschien zijn we  verder van dat raadsel verwijderd dan zij. Zouden we de vragen over bestaan, sterfelijkheid en het goddelijke voortaan achterwege laten, we zouden de kern en de dignitas (waardigheid) van ons mens-zijn uitdoven. Aldus Steiner.’

Hoezeer wij ook willen beseffen, aldus Bodar, dat dieren en mensen allebei achtenswaardig zijn, toch kent het dier het metafysisch denken niet: dat komt de mens toe.

Ik vraag om begrip voor het metafysische denken dat dus transcendentie toelaat, al was het maar alleen om ons mensen wat bescheidener te doen zijn en het onzichtbare naast het zichtbare te kunnen bevroeden.’

Bodar stelt dat het de taak van een mens is in een geseculariseerde cultuur aan het bovennatuurlijke vorm te geven.

Wie eens is geraakt door het absolute dat ons te boven gaat of aangeraakt is door de Absolute Die ons wenkt, die is geroepen daarvan getuigenis af te leggen en niet na te laten daarover te spreken.’

Volgens Bodar is het zo dat waar de godsdienst verdwijnt de ideologie opduikt die altijd alleen hoogst tijdelijk blijkt.

Duurzaam verbindt ons onderling het ideale doel dat buiten ons zelf ligt en dat verder reikt dan tijdelijkheid om ten minste uitzicht te houden op eeuwigheid, zoals al het zichtbare zich zelf niet genoeg is omdat in het onzichtbare eerst de diepte van hetgeen we waarnemen wordt bevroed en tot helderheid leidt. Anders zijn de vlaggen wel wapperend en de machines wel draaiend, terwijl de over niets meer gaande bezetenheid blijft en de geest dienovereenkomstig geweken.’

Liever wil Bodar plaats laten aan de cultus die naar de oorsprong leeft uit verticaliteit die tot buiten en vooral boven ons voert en als gevolg daarvan eerst leeft uit horizontaliteit die mensen onderling verbindt. Die verdient overweging bij filosofen en andere denkers zoals dichters en componisten, bij hen althans die durven dromen voorbij aan de eigen tijd.

Muziek geeft stem aan eeuwigheid en brengt de kosmos in het midden die naar Plato en Pythagoras de maat in muziek bepaalt die zo als echo van eeuwigheid God eert en ons beroert en vermaakt.’

De priester en hoogleraar stelt dat van al wat wij hebben verloren de zin voor het heilige, het ons te boven gaande dat niettemin wenkt en fascineert en aangrijpt, het meest wezenlijke is.

Hervinding van het heilige, dat van ons zelf afleidt en naar de originele cultus terugleidt, is begin van nieuwe dienstbaarheid, nieuw benul van maat, nieuwe levensvreugde in wederkerig gunnen, nieuw élan God niet uit te sluiten maar in te sluiten, nieuwe betovering om goedheid en schoonheid en waarheid die om onze verdere ontdekking roepen.’

Bron: ‘Leven alsof God bestaat’ (KRO)

Beeld: ontdekgod.nl

Zoektocht naar God vindt stralend middelpunt

labyrintChartresKatehdraalmlivecom

‘In Het kruislabyrint wordt geen enkele vraag uit de weg gegaan. Of het nu gaat om het geloof in de Schepper versus evolutionisme of om de vraag of de religies van de mensheid inclusief het christelijk geloof wellicht berusten op collectieve psychose.’ Dr. Wim Dekker zei dit bij de presentatie van dit vorige maand verschenen boek van André F. Troost, waarin Max Thomassen op de valreep van zijn emeritaat wordt bestormd door diverse theologische vragen. In dit boek gaat het – ondanks verhalende aspecten – vooral om de theologische inhoud.

De titel van dit boek is veelzeggend. De zoektocht naar God is niet een telkens doodlopende route door een duister doolhof, ook al lijkt dat soms zo te zijn. De zoektocht naar God lijkt veel meer op een labyrint, waarin men wel lijkt te verdwalen, maar waarin je in feite via tientallen omwegen geleid wordt naar een stralend middelpunt.’ (Uit: Het kruislabyrint)

Volgens Dekker kan in de vele dialogen, die in het boek voorkomen, ieder die weleens diepe twijfel koestert aangaande het hele gebouw van de christelijke waarheden wel ergens zichzelf terug vinden, en nergens wordt hij dan gelijk weer afgeserveerd met een christelijk apologetisch argument.

Een simpel boek is het niet geworden: het is geschreven voor lezers met een royale belangstelling voor theologie. In elk geval worden kritische kwesties, opborrelend na lezing van de Bijbel, niet met een vrome verfkwast vlotjes weggesausd.’ (Dekker)


Ik zag het opeens allemaal weer voor me: de verslagen die ik opdiepte uit mijn archiefdozen, de herinneringen aan al die uiteenlopende vormen van religie; de tempels voor de vele goden van de hindoes in Nepal, het heiligdom van Boeddha in Kathmandu, de portretten van de ayatollahs in Teheran, de moskee annex synagoge in Hebron, de woestijn rond Beersheba, de Sint Pieter in Rome, de Wartburg in Eisenach, de Amish People in de omgeving van Washington, de Marble Collegiate Church van Norman Vincent Peale … Het duizelde me. Hoe kan een mens zich een weg banen in dit oerwoud van religies, kerken en geestelijke stromingen? Om van die ingewikkelde uitspraken over de Drie-eenheid tijdens de synodes in Nicea en Constantinopel maar te zwijgen. Hoe vindt een mens in dit doolhof God?’ (Uit: De godenzoon – in: Het Kruislabyrint)


andretroostMet de verbindende verhaallijn wil hij niet verdoezelen dat het in feite gaat om exegetische en dogmatische knelpunten, zegt André F. Troost (foto: cover boek) in het voorwoord van zijn boek.

Het romantische aspect is een poging te voorkomen dat een puur theologisch betoog zou verzanden in een woestijn van dorre theorie. Per slot van rekening gaat het hier wel om theologische beslissingen die wereldwijd geleid hebben tot kloven vol haat, oorlogen en terreur, tot op de dag van heden.’ (Troost)


Sam keek me even aan om na te gaan of ik zijn verhaal nog wel volgde. Blijkbaar had hij er wel vertrouwen in, want al gauw vervolgde hij zijn Bijbelles. ‘Daar komt nog iets bij, Max. Het is nog maar de vraag of Johannes 10:33 wel goed vertaald is. ‘U beweert dat u God bent’. Maar staat dat er eigenlijk wel? Vanuit het Grieks kun je ook vertalen: ‘U beweert dat u een god bent’.’ ‘Een god? Sam, wat mankeer je toch?’ ‘Rustig blijven, Max. Weet je wel wat de Luthervertaling van 1545 hier heeft? Houd je vast: ‘und machest dich selbs einen Gott’. Einen Gott!’ (Uit: De sleutel – in: Het kruislabyrint)


Ook zegt Troost dat, theologisch gezien, dit boek draait om de vraag of de klassieke leer van de Drie-eenheid (Vader, Zoon en heilige Geest) niet onnodig frustrerend is in het onderling gesprek van de drie grote monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en islam.

In een wereld vol religieus getint terrorisme is bezinning vanuit een theologische invalshoek geen overbodige luxe…’ (Troost)

HetkruislabyrintSoms wordt het zelfs zo spannend, volgens Dekker, dat hij zich afvraagt of de schrijver zelf nog grond onder de voeten overhoudt, en uiteindelijk blijkt dat wel zo te zijn, maar niet gevoel en verstand geven dan de doorslag, doch de wil.

Eigenlijk zijn het twee boeken in één. Het ene boek gaat over geloven de twijfel te boven in de diepste zin van het woord. Het andere boek zoomt in op een punt, waar bij de schrijver ooit twijfel zich diep vastzette: Is Jezus wel de Zoon van God?’ (Dekker)

Dekker is wel bang dat de schrijver zijn hand overspeelt wanneer er tegelijk herhaaldelijk een pleidooi gevoerd wordt om het God-zijn van Jezus als het grote struikelblok tussen de drie monotheïstische religies op te ruimen: omdat hier nog heel veel meer vragen aan vastzitten. Hij vindt wel dat het God zijn van Jezus na alle plussen en minnen nog behoorlijk overeind blijft. Meer dan het jodendom kan verdragen, vreest hij en zeker meer dan de Islam dat kan en nodig acht.

Zie:

  • Ons gevoel en ons verstand …
  • Het kruislabyrint | ISBN paperback 978 90 239 2889 8 | ISBN e-book 978 90 239 2890 4 | NUR 703 |  20 10 2017 | © Uitgeverij Boekencentrum, Utrecht | € 20,00 | E-book: € 9,99  | ‘Dit boek is een mengeling van feit en fictie – een Bijbelstudie, omlijst door een geromantiseerd tafereel: de laatste werkweek van een bijna emeritus predikant in zijn kleine gemeente aan de kust. Wie meent in dit boek iemand te herkennen, vergist zich. Dat neemt niet weg dat de hoofdrolspeler in dit boek en ondergetekende wel wat op elkaar lijken … Hoe dan ook, de belangrijkste geloofsworsteling die in dit boek beschreven wordt, is volledig authentiek. De kernvraag in dit boek was jarenlang ook de mijne: hoe kan Jezus God zijn?’ (Troost)

Beeld:  Labyrint in de kathedraal van Chartres, Frankrijk (mlive.com)

‘Natuur en mens scheppen hemel en aarde’

Luis_Argerich_Two_Types_of_Clouds (Flickr)

‘Ooit werd God beleden als de Schepper van hemel en aarde. Nu wordt gesuggereerd dat ‘de Natuur’ en de mens samen via kwantumprocessen en waarneming deze werkelijkheid maken tot wat ze is.’ Aldus godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes in zijn recensie van The Universe, Life and Everything. (Een knipoog naar Life, the Universe and Everything van Douglas Adams, de schrijver van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, waarin ’42’ het antwoord was op de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles.) Het tegenspel van Sarah Durston en Ton Baggerman (The Universe, Life and Everything) ligt ietwat gecompliceerder.

Eerst was er de bijeenkomst Dawn of a new age in science – een nieuw tijdperk in de wetenschap? Dit was op 21 oktober de vraag van de KNAW, De Jonge Akademie en het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW). Gesteld werd dat er een omslag gaande is in de manier waarop we over wetenschap nadenken. Ons huidige wetenschappelijke paradigma stamt van de ideeën van Descartes en Newton en is 350 jaar oud:

Het is ontzettend krachtig geweest en ligt aan de basis van de verlichting, onze moderne technologie en Westerse welvaart. Maar er zijn fenomenen die binnen dit ideeëngoed niet goed verklaard kunnen worden, zoals bewustzijn en ontwikkelingen in de moderne fysica. Bovendien vragen de huidige klimaat- en humanitaire crises om een nieuwe kijk. Diverse experts gaan in op deze onderwerpen en onderzoeken of het tijd wordt om de aannames van ons wetenschappelijke paradigma aan de kaak te stellen.’ (KNAW)

Experts boog zich over de vraag of het tijd wordt om de manier waarop over wetenschap nagedacht wordt, te veranderen. Dat deden zij aan de hand van verschillende onderwerpen die niet goed vanuit de huidige wetenschappelijke paradigma’s te verklaren zijn. Tijdens die bijeenkomst werd het boek The Universe, Life and Everything van Sarah Durston, hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen, Universitair Medisch Centrum Utrecht, en psychotherapeut Ton Baggerman, gepresenteerd. Hierover schreef Smedes de recensie Het wereldbeeld van Descartes en Newton voorbij in het ND.

Er lijkt behoefte aan een nieuw wereldbeeld dat recht doet aan hedendaagse natuurwetenschappelijke inzichten en daarmee het mechanistische wereldbeeld van Descartes en Newton aflost. Een wereldbeeld dat niet langer het menselijk bewustzijn tot hersenactiviteit reduceert – wij zijn immers niet ons brein – maar dat bewustzijn tot spil maakt waaromheen alles draait.’ (Smedes)

Volgens Smedes is dit de boodschap van het boek. Het idee dat we een ‘nieuw wereldbeeld’ nodig hebben, hoor je volgens de theoloog toch meestal van mensen die zich bezighouden met esoterie of wat vroeger ‘new age’ genoemd werd. De schrijvers nu stellen dat het oude wereldbeeld van Descartes en Newton – waarin de wereld bestaat uit relatief losstaande brokken materie (‘atomen’), geregeerd door deterministische wetten, en waarin ruimte en tijd absolute grootheden zijn – dat dit oude wereldbeeld aan een flinke upgrade toe is.

Smedes stelt dat er iets gaande is in de natuurwetenschappen waardoor de laatste jaren bij steeds meer wetenschappers het besef ontwaakt dat we een revolutie nodig hebben.

Er zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten die hierom vragen, zoals de onverklaarbaarheid van het verschijnsel ‘bewustzijn’, de centrale rol die het bewustzijn van de waarnemer lijkt te spelen in processen op kwantumniveau (dus het fundamentele niveau van materie), en nieuwe wetenschappelijke inzichten zoals dat tijd en ruimte relatief zijn en dat alles met alles samenhangt.’ (Smedes) 

Theuniverselifeandeverything

De godsdienstfilosoof blijkt kritisch in zijn recensie, en heeft het idee dat de schrijvers met de kwantumfysica aan de haal gaan, en noemt het zelfs quasimystiek als zij schrijven over de vraag in hoeverre de mens zelf zijn werkelijkheid schept, en over synchroniciteit.

Het bewustzijn van de mens krijgt een cruciale rol toebedeeld. Natuur en mens werken samen in het scheppen van de werkelijkheid. Bij betekenisvol toeval wordt duidelijk hoe menselijk bewustzijn en Natuur samenwerken.’ (Smedes)

Smedes kan zich niet aan de indruk onttrekken dat in dit boekje – waarin volgens hem God angstvallig buiten de deur wordt gehouden – uiteindelijk de natuurwetenschappen voor het karretje van de geesteswetenschappen worden gespannen om vragen te beantwoorden die ten diepste zinvragen zijn.

The Universe, Life and Everything | Sarah Durston, Ton Baggerman | Uitgeverij Amsterdam University Press | ISBN 9789462987401 | oktober 2017 | Blz. 128 | € 14,99

Zie: Het wereldbeeld van Descartes en Newton voorbij

Beeld: Luis Argerich (Flickr)

Van kerkelijk naar spiritueel christendom

Bosch..Sophia

Theoloog en pastor Hans Stolp vond door de esoterische traditie zijn eigen innerlijk weten terug. ‘Alsof ik door de antwoorden die daar gegeven werden mij iets bewust werd van wat al zo lang als een zeker weten in mij leefde, maar wat ik maar niet ‘naar boven kon halen’ en mij bewust kon maken.’ Hij schrijft hierover in zijn vele boeken. Het stond haaks op wat hij als kind in de kerk en later als theologisch student over Jezus Christus geleerd had. Hij voelde heel diep en intens dat het allemaal heel anders was dan hem daar – in de kerk en op de universiteit – voorgehouden werd.

Ik voelde vanbinnen: het is anders, zó is het niet. Maar hoe dat geheim van Jezus Christus dan wél in elkaar zat, wist ik in het geheel niet. Pas toen ik in aanraking kwam met de esoterische traditie, ofwel de spirituele traditie van het christendom, vond ik de antwoorden en de inzichten waarnaar ik al zo lang op zoek was.’

Vanuit het perspectief van het esoterisch christendom bekijkt Stolp – die een studie maakte van het esoterisch christendom – ook de islam en geeft er lezingen over. Wetenschappelijk gezien wordt zijn werk – en dat van cultuurhistoricus Jacob Slavenburg – echter niet serieus genomen. Desondanks maakt Stolp de oorspronkelijke, spirituele of esoterische traditie (weer) voor een breed publiek toegankelijk, wat hem in 2008 de titel toptheoloog opleverde door de lezers van Trouw.

Wat houdt dat esoterisch christendom – waarvan men wel zegt dat het ‘zich beweegt buiten het algemene katholieke geloof zoals de Kerk dit belijdt’ – eigenlijk in? In de eerste eeuw na Christus, vertelt ‘ketter’ Stolp, waren er overal mensen die zich geraakt wisten door de verhalen die de leerlingen van Jezus Christus over hem vertelden en de boodschap die hij zijn leerlingen had meegegeven.

Maar natuurlijk vertelde ieder van die leerlingen die verhalen en die boodschap op een eigen manier, precies zoals hij (of zij!) het zelf van Jezus Christus begrepen had. Zo ontstond er een bont en veelkleurig christendom, waarin op vele verschillende manieren over Jezus Christus verteld werd en waarin ook verschillende accenten gelegd werden bij het doorgeven van zijn boodschap.’

HansStolpNL

Achteraf gezien tekenden zich voor Hans Stolp (foto: HS) – ook wel ‘herverteller van een oude traditie aan de rand van het kerkelijk christendom’ genoemd – langzamerhand twee duidelijke hoofdstromingen af binnen dat christendom van de eerste twee, drie eeuwen: het meer kerkelijk georiënteerde christendom, zoals we dat in onze tijd nu nog kennen, en een veel vrijer, spiritueel christendom.

Bij het kerkelijke christendom ging het vooral om het geloof in de mens Jezus, die tegelijk God was, en om een vast geloof in zijn sterven en opstanding. Daarnaast ging het om dogma’s, om een strakke hiërarchie, om het geloof in wat een priester je voorhield, en in de betekenis van het instituut kerk. ‘Salus extra ecclesiam non est’, ofwel: ‘buiten de kerk geen heil’, was de kernachtige grondregel zoals die door kerkvader Cyprianus in de eerste helft van de derde eeuw geformuleerd werd.’

Bij het spirituele christendom ging en gaat het volgens de theoloog daarentegen vooral om de (heel persoonlijke) weg naar binnen, een weg van geestelijke groei, en Jezus Christus is vooral de leermeester en gids die ons helpt om ook in onszelf de goddelijke geest, de innerlijke Christus, tot leven te brengen zoals die toen, tweeduizend jaar geleden, in hemzelf was gaan leven.

De bisschoppen hadden in de vierde eeuw n.C. het bevel over de politie gekregen, vertelt Stolp verder, en waren de christenen eerder al een paar eeuwen lang door diezelfde politie vervolgd en onderdrukt. In het hele Romeinse rijk waren overal christenvervolgingen geweest. Maar toen het kerkelijke christendom – de kerk dus – in de vierde eeuw eerst (in 313) door keizer Constantijn erkend werd en later (in 393 onder keizer Theodosius) zelfs staatsgodsdienst werd, werd diezelfde politie nu door de bisschoppen ingezet om de spirituele christenen te vervolgen en te onderdrukken.

Niet alleen de spirituele christenen zélf werden heftig en fanatiek vervolgd, ook de geschriften waarop zij zich beriepen en die zij graag lazen in hun kringen, zoals het evangelie van Thomas, het evangelie van Maria Magdalena, het Geheime Boek van Johannes en andere, werden verboden. Het in bezit hebben van dergelijke geschriften werd verboden verklaard en iedereen die een dergelijk geschrift in huis had, kon met de dood gestraft worden. Zo werden de spirituele christenen en hun geschriften uitgeroeid. Dat gebeurde zó grondig dat er nauwelijks meer iets van die geschriften overbleef, behalve een enkele snipper, die echter meestal onbegrijpelijk was, omdat het geheel waartoe het behoorde, ontbrak.’

Jezus.mijn.broeder

In 1945 echter werd in het zand bij de Nijl in Egypte een aardewerken kruik gevonden, waarin 52 geschriften zaten, allemaal van het spirituele christendom, die al eeuwenlang verdwenen waren.

(wordt vervolgd)

Bron: Jezus mijn broeder | Hans Stolp | ISBN: 97890 202 99830 | NUR: 720 | Uitgeverij Ankh-Hermes BV, Deventer.

Beeld: Sophia (Jeroen Bosch) – In het midden staat een helder figuur. Ze is de vertegenwoordiger van de krachten van Sophia. Voor haar voeten liggend ziet men de vis, symbool van het esoterische christendom, waarmee ze innig verbonden is. Over haar verschijning valt als eerste de dubbele kers op die ze op haar hoofd draagt. Deze dubbelkers zegt dat de drager of draagster de hoogste stap van de godsvriendschap beklommen heeft. Deze bestaat in de hoogste stap van de loutering tot in de ondernatuur toe, zodat de ziel tot aan de intuïtie heeft kunnen opstijgen. (willehalminstituut.blogspot.nl)

Update: 18 03 2024 (Lay-out)

 

‘Kerken behandelen God als een product’

Godproduct

‘Moderne Luther’ Peter Rollins is eerst en vooral theoloog en onderzoekt hoe mensen god zien en ontleedt dat ze meestal niet god zien als ze god menen te zien. En dat ze hem niet aanbidden als ze hem aanbidden en hem niet verwerpen als ze afscheid nemen van God. Rollins wil laten zien hoe het idee van God zoals dat in grote delen van de kerk wordt gepreekt niets meer is dan een onmachtige afgod. ‘God als een product dat zekerheid en bevrediging belooft terwijl het niets anders dan onwaarheid en onvrede laat zien.’

Rollins ontregelt en schopt tegen heilige huisjes, zegt de gereformeerd vrijgemaakte theoloog Rikko Voorberg in zijn artikel in Lazarus van 30 oktober. Rollins is een gevierde Noord-Ierse schrijver, filosoof en theoloog, en schreef Verslaafd aan God, waarin hij betoogt dat aanvaarding van leegte en niet-weten juist een kern is van christen-zijn.

Dat laten Jezus’ kruisiging en andere christelijke verhalen zien. Bevrijding van de verslaving wordt mogelijk wanneer ‘het niets’ als grond van het bestaan wordt erkend in plaats van ontvlucht. In díe diepte is God te benaderen. Het mysterie van Gods werkelijkheid kan worden ontmoet door een diepe en toegewijde liefde voor de wereld zelf.’ (Uitgeverij Skandalon over Verslaafd aan God)

Volgens Voorberg – ‘de theoloog in het wild’ en initiator van de PopUopkerken, en ook wel bekend van zijn boek De dominee leert vloeken – is Rollins als een rechtmatige Ier erg bijgelovig en gelooft hij nog in spoken. En daagt hij ons uit om onze eigen ghosts onder ogen te komen en er niet voor te vluchten of hen te negeren.

Want alles wat we wegdrukken zal zich opnieuw aan ons voordoen. Hoe pijnlijk dit ook kan zijn, Peter Rollins stimuleert je om je vragen, angsten en trauma’s onder ogen te durven komen. Als wij onze twijfels en angsten durven te omarmen en zelfs durven te delen, zal dit ons verbinden. Het maakt ons mens.’ (Voorberg)

pete_rollins__about_picIn het interview in Verslaafd aan God zegt Peter Rollins (foto:  JIMA) dat zijn boeken en artikelen het archimedische punt proberen te vinden van waaruit we de gigantische structuur omver kunnen werpen die een reactionaire en afgodische levensvorm propageert, in een valse vermomming van het christelijk geloof; een structuur waar we met ons gezonde verstand misschien de spot mee drijven, maar die we omarmen op liturgisch en inhoudelijk niveau.

Dit laatste boek is mijn meest systematische en meest duidelijke schets van het probleem zoals ik het zie. In die zin geloof ik dat het een hermeneutische sleutel biedt waarmee al mijn andere werk kan worden begrepen. Het geeft een beeld van de omheining waarbinnen de rest van mijn werk zijn plek vindt.’ (Uit: Verslaafd aan God)

De zorg van Rollins is dat volgens hem de meeste van de momenteel bestaande kerken werken als een soort drug, met voorgangers die lijken op de aardigste en meest oprechte drugdealers. Waar we voor betalen zijn onze liederen, preken en gebeden die ons eerder helpen om ons lijden uit de weg te gaan dan om het te verwerken.

In tegenstelling daarmee pleit ik voor gemeenschappen die eerder lijken op professionele rouwenden die voor ons huilen op een manier die ons confronteert met ons eigen lijden, de stand-up comedians die spreken over de pijn om mens te zijn of de dichters die, in het plaatselijk café, zingen over het leven.’ ( Uit: Verslaafd aan God)

verslaafd-aan-god-peter-rollins-the-idolatry-of-godMet andere woorden, vervolgt Rollins, een kerk waar de liturgische structuur God niet behandelt als een product dat ons heel zegt te maken (en een oplossing is voor al onze problemen), maar als het mysterie dat ons in staat stelt uitbundig te leven te midden van de moeilijkheden van het leven.

Een plaats waar we worden uitgenodigd om de werkelijkheid van ons mens-zijn onder ogen te zien, niet zo dat we wanhopig worden, maar zo dat we bevrijd raken van de wanhoop die al binnen in ons smeult, de wanhoop die ons tot slaaf maakt, de wanhoop die we weigeren onder ogen te zien.’ (Uit: Verslaafd aan God)

Verslaafd aan God | Peter Rollins | ISBN: 978-94-92183-51-4 | 224 pagina’s | € 19,50

 Zie:

Beeld: paper.hetkontakt.nl

Samen sterven na een lang gedeeld leven

Een goede dood

Ton Vink studeerde filosofie, godsdienstwetenschappen, geschiedenis en psychologieen promoveerde in de filosofie. Daarnaast begeleidde hij jarenlang mensen die overwogen hun leven te beëindigen. Hij schreef een zorgvuldig onderbouwd pleidooi voor gereflecteerde zelfbeschikking. Met Een goede dood laat Vink zien dat we ons minder moeten bezighouden met de procedurele en juridische kant van euthanasie en meer met de vraag wat een goede dood nu eigenlijk inhoudt.

Vink heeft een praktijk voor levenseindevragen. Jarenlang begeleidde hij mensen die overwogen hun leven te beëindigen. Hij schuwt niet om moeilijke vragen te stellen: Wat is een goede dood? En wie bepaalt dat? Vink neemt ons mee in een wereld die ons allemaal aangaat.

Wat is een goede dood? En wie bepaalt dat? De vraag naar het goede van een goede dood wordt vaak verwaarloosd. Ten onrechte, want vraagstukken omtrent een goed levenseinde zijn van groot belang.’ (Vink)

Te vaak wordt het levenseinde beoordeeld vanuit juridisch en procedureel perspectief. In Een goede dood – euthanasie gewikt en gewogen breekt Vink een lans voor een nieuwe manier van denken over euthanasie. Het regisseren van het eigen levenseinde is een moeilijk proces. Vink toont op overtuigende wijze aan hoe en waarom de huidige aanpak van overheid en justitie het proces verder verzwaart. Op basis van een scherpe analyse van concepten als ‘autonomie’ biedt Vink duidelijke handvatten voor broodnodige veranderingen.

‘Thanasiewet’
Een goede dood schuwt moeilijke kwesties niet en verliest ook het individu niet uit het oog. In een gebalanceerd geheel van theoretische en praktische reflectie deelt Vink de vaak ontroerende verhalen van mensen die concreet de regie en zeggenschap over hun eigen levenseinde zochten. Zo neemt hij ons mee in een wereld die ons allemaal aangaat.

Onze wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (hierna ‘WTL’ of ‘euthanasiewet’, maar correcter zou eigenlijk zijn: ‘thanasiewet’, want aandacht voor het goede van de dood die conform de regels van de WTL bezorgd wordt, is er niet. In mijn ogen is de vraag naar het goede van een goede dood ten onrechte verwaarloosd.’ (Uit: Een goede dood)

TonVinkTon Vink (foto: TV) gaat in zijn boek expliciet op deze vraag in en probeert hij antwoord te geven op de vraag naar de kenmerken die tezamen de aanleiding kunnen zijn zo’n dood goed te noemen.

En – belangrijk – dat hoeft overigens niet altijd een variant van een zelfgezochte dood te zijn, al is die laatste wel hoofdthema van dit boek.’ (Uit: Een goede dood)

Samen sterven
Eerder schreef Vink een opiniestuk in Trouw waarin hij een ‘pleidooi’ houdt voor samen sterven. Hij wil een derde ‘euthanasiewet’ voor de groep ‘samen sterven’.

Ouderen die samen wensen te sterven, niet omdat hun leven ‘voltooid’ is, maar omdat de een bij het onvermijdelijk geworden verscheiden van de ander na een lang gedeeld leven niet alleen achter wil blijven. Tegenover ‘voltooid leven’ heeft ‘samen sterven’ het voordeel van duidelijkheid. (Ton Vink in Trouw)

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) is volgens Vink gebaseerd op ‘open normen’ en dat maakt mogelijk dat deze wet kan meebewegen met opvattingen binnen de samenleving, ‘vooruitstrevend’ of ‘behoudend’.

Wie na rijp beraad besluit dat zijn levensweg erop zit (‘voltooid’ is) kan, na zorgvuldige voorbereiding, zo nodig zichzelf een ‘goede dood’ bezorgen. Vanwege de eigen verantwoordelijkheid en de goede dood heet dit ‘zelf-euthanasie’, te onderscheiden van ‘artsen-euthanasie’, de goede dood onder verantwoordelijkheid van de arts.’

Een goede dood | Ton Vink | ISBN 9789086872244 | pag. 144 | Verschijnt vandaag | NUR 730 | UITGEVER Klement | € 19,99

Bronnen: Persbericht uitgeverij Klement; Trouw

‘Vroege christendom trachtte de klassieke cultuur te vernietigen’

Domenico-Fetti_Archimedes_1620

Stel je voor dat we 2000 jaar voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. – Dit werpt de Britse historica Catherine Nixey op, dochter van een monnik en een non, in een interview met De Morgen. Ze schreef een boek over de oude christenen: Eeuwen van duisternis – de christelijke vernietiging van de klassieke cultuur.

Over het geweld en de onverdraagzaamheid van het vroege christendom schreef Nixey het boek Eeuwen van duisternis, een overzicht van moord, brandschatting en vernieling op een voorheen nooit geziene schaal. Op een paar eeuwen tijd slaagden de christenen erin de antieke cultuur te beëindigen: weg Griekse filosofie en weg Romeins secularisme. In de plaats kwam het Boek.’

Catherine Nixey studeerde Klassieke Oudheid aan de Cambridge University en werkte enkele jaren als leraar Klassieke Oudheid in Londen. Momenteel is ze journalist voor The TimesEeuwen van duisternis is haar debuut. ‘Het vroege christendom was even wreed als IS,’ zegt Nixey. ‘Als je kijkt naar het verleden is de islam in haar ogen niet zo uniek, we­reld­vreemd en wreed als we wel eens denken’.

Augustinus laat er in zijn De Civitate Dei geen enkele twijfel over bestaan. Mensen komen bij hem en vragen hem wat ze met andersgelovigen moeten doen. Uitroeien, zegt hij, want daarmee tonen we hoeveel we van God houden. Hij ging er immers van uit dat God alles ziet, jaloers is en bereid om degenen die ontrouw zijn te straffen. Eens je dat aanneemt, heb je in feite geen keuze meer.’

De Morgen vraagt zich af waarom we dan toch het idee dat het christendom een vredevolle, tolerante religie is. Omdat de geschiedenis door de overwinnaars wordt geschreven, luidt haar antwoord, verwijzend naar Edward Gibbons The History of the Decline and Fall of the Roman Empire uit de tweede helft van de achtste eeuw.

Hij beweerde daarin dat dit Rijk te gronde was gegaan door het christendom, omdat het al de beste maatschappelijke krachten opslorpte en hen in een klooster opsloot. Dat leidde tot verzwakking van het Rijk, waardoor het een vogel voor de kat werd voor de Goten en de Arabieren. Nog voor zijn boek verscheen, had het Vaticaan het al op de index gezet. Het christendom was als geen andere religie bedreven in het redigeren van zijn eigen geschiedenis.’

Dat leidde volgens Nixey tot het een einde van het pluralisme en het intellectuele debat dat zo typerend was voor het Romeinse geestesleven.

Deels kwam dit doordat veel filosofie in tegenspraak was met de religie. Ieder boek dat iets anders beweerde dan de Bijbel was verboden, wat in de praktijk dus alles was behalve die Bijbel.’

En ook de klassieke teksten hadden daaronder te lijden. Bestaande teksten werden van het perkament geschraapt om plaats te maken voor christelijke teksten, niet alleen omdat ze deze verderfelijk vonden, maar ook omdat ze er geen interesse voor hadden. Het intellectuele erfgoed verschraalde daardoor enorm.’

eeuwenvanduisternis

Volgens Marnix Verplancke van De Morgen schrijft Nixey er niet expliciet over, toch lijken er heel wat overeenkomsten te bestaan tussen de vroege christenen en de extremistische islam van vandaag.

Je kunt de overeenkomsten inderdaad niet over het hoofd zien. Het monotheïsme is een krachtig idee dat beweert dat ik beter ben dan jij en dat jij minder menselijk en waardevol bent dan ik omdat ik in de juiste god geloof. Het is een gevaarlijk idee dat we vandaag de kop weer op zien steken en dat voor sommigen bijzonder ­aantrekkelijk is.’

Achter het christelijk geweld zat vaak ook een grote mate van bezorgdheid. Als de christenen toestonden dat je je demonen bleef aanbidden, zou jij na je dood eeuwig branden in de hel, en zij ook omdat ze je niet gered hadden. Daarom oefenden ze hun ‘genadige wreedheid’ op je uit, zoals ze dat noemden.’

Over hoe de wereld eruit gezien zou hebben zonder het christendom verwijst Nixey naar een van de opmerkelijkste boeken die zij kent: het Archimedes-palimpsest, een gebedenboek dat geschreven is op gerecupereerd perkament van zeven boeken van Archimedes. De wiskunde en fysica die daarin aan bod komen, zouden pas weer door Newton ontdekt en gebruikt worden, bijna 2.000 jaar later dus. En mede daardoor kwam Nixey op haar gedachte:

Stel je voor dat we toen voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. Hoe had de wereld er vandaag dan uitgezien? Wie weet? Misschien hadden we eeuwen geleden al een atoombom gemaakt en waren we er allang niet meer.’

‘Eeuwen van duisternis – De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur’ | Catherine Nixey | Hollands Diep | 398 p. |29,99 euro| Vertaling: Aad Janssen, Marianne Palm en Pon Ruiter | ISBN: 9789048831333 | € 29.99 | 09-10-2017 | Ebook | ISBN: 9789048831340 | € 9.99
Het is het nagenoeg onbekende verhaal van een strijdvaardige nieuwe religie, die in het begin van onze jaartelling opdook en overleefde door de klassieke beschaving met geweld te bestrijden, beelden werden aan stukken geslagen en grootse literatuur werd vrijwel volledig vernietigd. Elke andere opvatting moest fanatiek worden bestreden. Iedereen die zich niet naar het christelijke geloof voegde, werd vervolgd, gemarteld en vermoord. (Uitgeverij Hollands Diep)

Zie voor het volledige interview: Catherine Nixey, dochter van een monnik en een non, over het vroege christendom ‘Wat de christenen deden, dát was pas terreur

Beeld:  Archimedes door Domenico Fetti (1620). De ontdekking in 1906 door Johann Heiberg van eerder onbekende werken van Archimedes in de Archimedes-palimpsest heeft nieuwe inzichten verschaft in hoe Archimedes zijn wiskundige resultaten verkreeg. (Wikimedia) Het is een perkament van geitenvel waarop gebeden uit de 13de eeuw staan geschreven. Het perkament bevond zich honderden jaren in een kloosterbibliotheek in Constantinopel.
Na de ontdekking in 1906 raakte het in de jaren 1920 in particulier bezit. Op 29 oktober 1998 werd het Archimedespalimpsest op een veiling in New York door een anonieme koper gekocht voor $2 miljoen. Het is een hergebruikt perkament waarin een tekst van Archimedes is verborgen. Het werk bevat de enige overgeleverde Griekse versie van Drijvende lichamen en de enige afschriften van de Methode van mechanische stellingen. (archimedesfenajolien.weebly.com)

Geluk lag eeuwenlang opgeborgen in het hiernamaals

HermanPleijBroese

Geluk!? Herman Pleij dook er argeloos in en kwam terecht in de geluksindustrie, maar ook op universiteiten waar geluksprofessoren rondlopen. Er zijn zelfs geluksambtenaren, aangesteld door gemeenten. De geluksindustrie is een groeimarkt. Je kunt gelukkig worden tegen contante betaling. En Nederland blijkt hoog te scoren. Staat 6 op de Wereldranglijst van Geluk. We hebben de gelukkigste kinderen. – Herman Pleij, emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, was woensdagavond weer eens in zijn element. Ditmaal in een uitverkocht Broese in Utrecht.

Eeuwenlang lag geluk opgeborgen in het hiernamaals voor hen die dat op aarde verdiend hadden. Aan het eind van de Middeleeuwen begint dit al te verwateren tot een aardse voorziening in elke gewenste vorm. Die kon men zelfs zonder enige verdienste bij toeval deelachtig worden: stom geluk, ook bekend als mazzel. Het geluk raakte als sensationele beloning in een zalige eeuwigheid in de greep van vulgarisatie richting aarde en massa.’ (Uit: Geluk!?)

Pleij vroeg zich af hoe ze zo’n vragenlijst over geluk maken. Het blijken simpele enquêtes. Roept vraagtekens op wat betreft gezag en waarde. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) interviewt Nederlanders. Er lijkt een geringe kloof tussen arm en rijk,  de overheid is dichtbij voor de burger en we hebben een goede verzorgingsstaat. Maar geluk is toch privé? En wat wordt bedoeld met geluk? Het is een containerbegrip. Niet maakbaar.

Een beeldschone abdis werd belaagd door een edelman die stapelverliefd op haar was. Ze weigerde hem te ontvangen, maar via haar dienares bleef hij volharden in zijn verlangen haar schoonheid te bewonderen. Wat vindt hij dan mooi aan mij? vroeg ze aan haar helpster. Alles, antwoordde deze, maar vooral uw ogen. Daarop stak de abdis haar beide ogen uit en liet die op een blaadje bezorgen bij haar aanbidder – iedereen tevreden.’ (Uit: Geluk!?)

Ooit werd Vrouwe Fortuna opgevoerd in het christendom. Augustinus roerde zich er ook over: geluk ken je door kennis van goed en kwaad. Het Kwade heeft zin om het Goede te leren kennen. Zelf is Pleij aan de ‘goede kant’ van Hilversum geboren. Rijke vriendjes op school leerde hij kennen. Een ervan had een gloednieuwe leren voetbal. Heerlijk spelen, totdat een vrachtwagen de bal aan flarden reed. Pleij vond het vreselijk. Maar het commentaar van de eigenaar luidde: ‘O, ik krijg morgen wel een nieuwe’. Pleij wist op dat ogenblik, als tienjarige, door dat ongeluk, wat geluk was.

Nog meer zekerheid op de geluksmarkt biedt een zilverkleurige handleiding met Bijbelachtige allure, onder de titel: Geluk. The World Book of Happiness 2.0, met als ondertitel: De wijsheid van 100 geluksprofessoren uit de hele wereld, in 2016 verschenen bij uitgeverij Lannoo te Tielt (België), onder hoofdredactie van Leo Bormans. Hoger van de toren is zeldzaam geblazen.’ (Uit: Geluk!?) 

Geluk gaat om welzijn en welbevinden, zegt Pleij. Maar klagen is gedemocratiseerd in Nederland. Het SCP vraagt jaarlijks aan de burgers naar geluk. Er wordt dan zwaar gekankerd op laag niveau. Maar het persoonlijk welbevinden scoort hoog: 80% van de Nederlanders is zeer tevreden. In een enquête, gehouden in verzorgingshuizen was ook 80% gelukkig. Daar hebben mensen het geweldig naar hun zin.

Niettemin had de kerk zich altijd wantrouwig getoond bij wat volgens haar toch veelvuldig placht te ontaarden in werelds vermaak zonder meer. Dat bleef zich traditioneel uiten in het censureren van de aardse levenskunst. Vooral dansen moest het ontgelden, ook omdat daarvan niet zo gauw een hemelse pendant viel aan te wijzen, zoals bij muziek en zang.’ (Uit: Geluk!?)

Adam en Eva realiseerden zich volgens Pleij wat geluk was na de zondeval. Daarvoor was alles gewoon goed. Waren ze gelukkig. Pleij noemt lijden echt iets van het christendom. Absoluut geluk komt dan in het Paradijs of Eldorado. Later. Dat geldt ook voor andere godsdiensten: na de dood komt het goede. Maar ook het socialisme wierf leden met het ‘Arbeidersparadijs’. Dat zou men zelfs nog mee maken in het eigen leven. Troelstra verleidde de arbeiders ermee. Een soort ‘format voor menselijke zingeving’, zo formuleert Pleij.

Aristoteles en Plato vestigden de aandacht op de laagste vormen van geluksbeleving, die zij in feite afwezen. Dan ging het om het vervullen van de begeerten naar geld, voedsel, drank en seks. Die hoorden volgens hen bij de levensstijl van grazend vee. Men geleek dan op runderen die zichzelf vetmestten, copuleerden en elkaar vertrapten bij de honger naar meer.’ (Uit: Geluk!?)

GelukEr schijnt van alles te zijn na dood,’ zegt Pleij. Maar Ronald Plasterk heeft het slechts over ‘Ietsisme’: de concrete invulling van het paradijs lijkt weggeseculariseerd. Pleij vertelde over een lijstje: vroeger stond bij beroepen nummer 1: rechter, hoogleraar, priester, dominee. En nu? Op nummer 1 staat de chirurg. Die heeft de rol van priester overgenomen. Eerst zorgde de priester voor het eeuwig leven, nu de chirurg: ‘hup, een nieuwe lever of zo en leef lekker door’. Het is technisch bijna mogelijk: onsterfelijkheid. De arts zorgt voor eeuwig leven.

Er is te allen tijde fastfood, de behoefte aan seks kan eenvoudig vervuld worden, klimaatbeheersing is inmiddels binnenshuis geregeld, arbeidsloos inkomen verloopt via bank en beurs en de verjongingsindustrie is definitief overgenomen door de medische boetseerkunst, terwijl de branche levensverlenging de grootse groeimarkt vormt binnen de gehele gezondheidskunde, met het eeuwige leven op aarde als serieuze optie.’ (Uit: Geluk!?)

In de middeleeuwen wisten ze er ook wat van. Volkspredikers verspreidden toen het woord van God. Erasmus vond dat toen niks: ze predikten voor eigen gewin en riepen over hel en hemel. Die predikers waren ware acteurs, volgens Pleij. Ze trokken duizenden belangstellenden op kerkpleinen. Een figuur als Jan Brugman goochelde zelfs met doodskoppen. Het ging tenslotte om het plaatje toen. Iedereen kon het zien en ook ongeletterden konden het begrijpen. Ze schilderden hemelse paradijzen, waar tafels altijd gedekt waren, als een soort foodhall. Vooral spirituele tamtam. De duivel had vat op de mensen, vertelden de predikers. Die was de baas geworden na de zondeval.

Afgelopen woensdagavond kon Pleij blijven vertellen. Helemaal in zijn element. Het maakt niet uit waar hij het over heeft, je luistert geboeid. Hij acteert als conferencier, maar wel een met inhoud. In zijn essay Geluk!? Van Hemelse gave tot hebbeding kan je er alles – en meer – nog eens over lezen. Het is net zo helder als zijn betoog. Op 9 november verzorgt hij een cultuurhistorisch theatercollege over de zoektocht van de Nederlandse identiteit, in Schouwburg Amstelveen.

Geluk!? Van hemelse gave tot hebbeding | Paperback / Ingenaaid | Uitgever: CPNB | oktober 2017 | EAN: 9789059654488 | € 3,50

Beeld: PD – Herman Pleij signeert Geluk!? voor een andere auteur (Margaret van Mierlo)