‘Religieuze leiders interessant voor goddelozen’

odes

Ze zijn ook interessanter dan politieke. Zelfs voor goddelozen. Auteur David Van Reybrouck vraagt of er ook nog wat visie mag zijn, in zijn Ode aan onze religieuze leiders. Als ‘correspondent Lof’ van de Correspondent, mist hij echt visionaire pleidooien bij de Europese Unie: ‘Het blijft wachten op een gedurfde visie die in deze turbulente tijden opkomt voor vreedzaam en duurzaam samenleven vandaag. Want dat is waar het nu om gaat.’ – De auteur wacht sinds 2016, en sindsdien heb ik nauwelijks visies vernomen. Zijn alle Europese leiders, zoals Mark Rutte (VVD), vies van visie?

Het continent waar twee eeuwen geleden de eerste universele verklaring van de mensenrechten werd opgesteld, stelt zich nu kennelijk al tevreden met ‘we lossen het wel op.’ Het werelddeel waar niet zo lang geleden na het grootste bloedbad uit de geschiedenis de grootste vredesoperatie ooit begon, de eenmaking van Europa, kijkt vandaag op wanneer iemand binnen dat eengemaakte Europa zich nog eens aan een ethische uitspraak waagt.’

Dat is waar het nu om gaat: vreedzaam en duurzaam samenleven, stelt de schrijver, en zegt uit te kijken naar de dag dat kinderen op school geweldloosheid, vreedzame conflictoplossing en seculiere ethiek leren. Van Reybrouck verwijst naar de dalai lama die het onderscheid tussen ethiek en religie vergelijkt met dat tussen water en thee.

Ethiek en innerlijke waarden zijn eerder als water. Zonder water kunnen we niet leven. De thee die we drinken bestaat grotendeels uit water, maar bevat ook nog andere ingrediënten: theeblaadjes, kruiden, misschien wat suiker en, in Tibet althans, ook een beetje zout. Ongeacht hoe de thee wordt bereid, zijn hoofdbestanddeel is water. We kunnen zonder thee leven, maar niet zonder water.’

odes

De auteur zegt de afgelopen jaren meer te hebben geleerd van de paus, de dalai lama, Desmond Tutu, Ismail Serageldin, Michael Lerner en Karen Armstrong, dan van welke Europese politicus ook. De schrijver van Odes (2018), die sinds begin 2015 regelmatig ‘iets, iemand of ergens’ bezingt bij de Correspondent – zoals een Ode aan het offline zijn – had het voorrecht een dag lang bij Karen Armstrong te gast te zijn. Ze zei toen:

De grote religieuze tradities van vandaag zijn allemaal begonnen in tijden van oorlog en politieke onrust. De gouden regel, dat je een ander niet mag aandoen wat je zelf niet wilt ondergaan, is in al die tradities afzonderlijk bedacht. Dat was niet omdat een hoop lieve mensen dat een prettig idee vonden, wel omdat enkele praktische geesten inzagen dat de mensen elkaar anders zouden kapotmaken.’

Van Reybrouck besluit deze Ode – uit een lange reeks die allemaal bij de Correspondent te vinden zijn, naast andere verhalen over religiemet de uitspraak dat we alle wijsheid nodig hebben die er is, want ‘op het moment dat we andermaal elkaar dreigen kapot te maken, of dat al volop aan het doen zijn, kan het geen kwaad opnieuw te luisteren naar wat de vertegenwoordigers van eeuwenoude tradities te zeggen hebben’.


David Van Reybrouck (1971) schrijft proza, poëzie, theater en non-fictie. Hij is de auteur van onder meer Congo, Een geschiedenis, De Plaag, Pleidooi voor Populisme, Tegen Verkiezingen. Zijn werk werd veelvuldig vertaald en bekroond. Voor Congo ontving hij de Prix Médicis in Frankrijk.


Zie: Ode aan onze religieuze leiders (de Correspondent)

Darwin Industry spint Darwinmythe

Verlichting-of-darwinisme

Filosofieclub Suster Bertken (Cultuurwetenschappen Open Universiteit Utrecht) hield zich gisterenavond geboeid op met historicus Ton Munnich, schrijver van het boek Verlichting of darwinisme? Munnich sprak over bioloog Charles Darwin, de ‘gigant die de moderne biologie grondvestte en de wetenschap seculariseerde’. Deze mythe wordt volgens de historicus niet-aflatend gevoed door de Darwin Industry. Die produceerde de afgelopen halve eeuw een stroom superlatieven en loftuitingen over Darwin, met als summum het internationale Darwinjaar 2009.

TM27112018AAWas Darwin echt zo’n belangrijk bioloog, is een vraag aan Ton Munnich. Nee, is het resolute antwoord. Darwins tijdgenoten Mendel en Virchow leverden volgens hem grotere bijdragen aan het vak, en ook heeft de secularisering van de wetenschap weinig te danken aan Darwin, die als trouw anglicaan – ‘Darwins peergroup’ – begraven ligt in het anglicaanse hoofdkwartier Westminster Abbey. Munnich vertelde dat Gottfried Reinhold Treviranus in 1802 de term en het vak biologie (‘levensleer’) introduceerde. De biologie werd al gauw ‘evolutiebiologie’.

Darwin zou de scheppingsleer hebben vervangen door de evolutieleer, maar in werkelijkheid deden anderen dat. Hij zou het idee ‘natural selection’ hebben bedacht, maar in werkelijkheid bedacht iemand anders dat. Zal Engeland Darwins prominente graf in Westminster Abbey handhaven?’ (Munnich)

Munnich stelt dat het darwinisme geleidelijk het contact met de realiteit is kwijtgeraakt. Vanaf het Darwinjaar tot 2014 schreef hij aan zijn boek Verlichting of darwinisme? dat een ‘verrassend nieuwe kijk geeft’ op de Verlichting en het darwinisme. In 2015 werd het genomineerd voor de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie (NWO en KNAW).


De Darwinmythe is een Angelsaksische mythe. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de Angelsaksische wetenschap toonaangevend in de wereld. Het Engels wordt de taal van de wetenschap, Engelse en Amerikaanse vakbladen worden leidend. In die naoorlogse halve eeuw creëert de Darwin Industry de hype rond Darwin.

Cover met flap VenD-BEW-22 sept-Vb.indd

Verlichting en darwinisme staan haaks op elkaar. De Verlichting is een nuttig proces, het darwinisme daarentegen is een wonderlijke lobby. Darwins bijdrage aan de wetenschap was beperkt en de politieke invloed van het darwinisme heeft bepaald ongunstige kanten gehad. Het bood een ideologisch alibi voor Engels koloniaal geweld, en het leverde aan Duitsland een deel van de inspiratie om twee wereldoorlogen te beginnen. De Darwin Industry retoucheert die ongunstige kanten.

Dit boek krabt de retouche-verf weg, zodat een realistischer historisch beeld zichtbaar wordt. Het beeld toont de indrukwekkende prestaties van de Duitse Verlichtingsdenkers en biologen in de 19e eeuw. Het toont de beperkte en later overbelichte bijdrage van Darwin aan de wetenschap. En het toont de ongunstige politieke invloed van het darwinisme. (Verlichting of darwinisme?)


Volgens dr. H.A. ten Hove (associate scientist bij NCB Naturalis) geeft Munnich vanuit een breed maatschappijhistorisch perspectief een begrijpelijke, maar heel andere kijk op de invloed van Darwin op de wereldpolitiek (kolonialisme, rassentheorieën) dan de Anglo-Amerikaanse (biologische) visie. Ten Hove vindt Verlichting of darwinisme? – gedocumenteerd met achterin tachtig pagina’s noten, literatuur, citaten en register – voer voor (evolutie-)biologen, maar ook voor lezers met een brede historische belangstelling.


‘(…) Munnich geeft stapsgewijs en uitvoerig gedocumenteerd weer dat Darwin helemaal niet de formidabele wetenschapper is geweest waarvoor velen (ook ik) hem hebben gehouden. In het boeiende betoog (wetenschap is niet altijd saai!) toont Munnich aan dat door en rondom Darwin een bedenkelijke cultus is ontstaan die het zicht op de wetenschapsontwikkeling in de negentiende en twintigste eeuw heeft vertroebeld. (…) Ton Munnich geeft in zijn onderzoek steeds een duidelijke context aan waarbinnen de wetenschap zich heeft ontwikkeld (historisch, politiek, filosofisch, religieus). De resultaten van zijn werk worden door deze aanpak beter te begrijpen, en daardoor ook van groter belang. De persoon Darwin en zijn werk krijgen meer contour en de mythe wordt ontmaskerd. Een belangrijk en interessant boek.’ (Drs. H.M.H. Verkoulen – Rijksuniversiteit Utrecht / Technische Hogeschool Twente / Katholieke Universiteit Nijmegen / schoolleider en onderwijsbestuurder in het Voortgezet Onderwijs.)


TM27112018BBIn nieuws & reviews verwijst Ton Munnich naar ‘een typerende reactie uit neo-darwinistische hoek’, dat op de privé-website van gepensioneerd bioloog Gert Korthof is te vinden. Voor Korthof was het onmiddellijk duidelijk dat Verlichting of darwinisme? op zijn ‘zachtst gezegd een uitzonderlijk en onorthodox boek is. En dat blijkt het ook te zijn. De hele geschiedenis van de biologie wordt herschreven. Beweren dat Darwin niet zo belangrijk is voor de biologie, is hetzelfde als beweren dat Newton of Einstein niet zo belangrijk waren voor de natuurkunde…’ (Munnich gaat hier op in bij ‘discussie’.)

Een e-mail van professor Peter Westbroek (KNAW) – emeritus hoogleraar Geologie aan de Universiteit Leiden en emeritus hoogleraar aan het Collège de France te Parijs – zegt: ‘… ik denk nog veel over uw verrassende boek.’

Hoe het kan dat de Darwin Industry zo’n mythe rond Darwin spint, wordt aangetoond in de elf essays in Verlichting of darwinisme? Deze tonen Darwins ‘wonderlijke rol in de wetenschapsgeschiedenis’. Het elegante en bij vlagen humoristische boek zal zowel historici als biologen verrassen, aldus de cover.

sbpd27112018Ook in de Utrechtse wandelgangen van Suster Bertken filosofeerden studenten al gauw over hoe controversieel Munnichs boek gevonden wordt. Het ging er over neo-darwinistische diehards contra ‘vooraan-staande filosofen’. En over historiografie: ‘Geschiedenis wordt in alle tijden geschreven – en herschreven – door machthebbers.’ Verlichting of darwinisme? deed sommigen denken – ondanks het totaal andere onderwerp – aan het boek Gratis geld voor iedereen van Rutger Bregman. Deze historicus neemt je ook mee op reis door de geschiedenis en laat je eveneens kennis maken met ideeën die tegen de tijdgeest ingaan, dwars door de oude scheidslijnen van links en rechts heen. Ook een overrompelend boek dat je wereldbeeld op zijn kop zet. (Zie het interview met Bregman terug bij Tegenlicht, VPRO, 25 november 2018.)

Bronnen o.a. 
* Mini-symposium met historicus Ton Munnich (Studentenvereniging Open Universiteit Utrecht Suster Bertken)
Verlichting of darwinisme – essays over wetenschapsgeschiedenis | Ton Munnich | 1e druk | 9789491683152 | november 2014 | Paperback | 452 pagina’s | € 29,25 |  £ 30,51

Foto’s Suster Bertken: PD

Filosofie, kunst, aardse mystiek en zinzoekers

andalusie2018PD

‘Filosofie en kunst zijn verwant en toch verschillend: een kunstwerk is een ervaring en toont iets van het (menselijk) bestaan, terwijl filosofie die ervaring probeert te verhelderen. Aardse mystiek is een hedendaagse vorm van religiositeit die niet uitgaat van een God of van een heilig geschrift. Zij komt voort uit verwondering over het menselijk en kosmisch bestaan en uit het besef van de grenzen van de rationaliteit, gevoed door levenservaringen en door contemplatie van de dimensies van het aardse bestaan, zoals ruimte, tijd, kleur en klank, liefde, eenheid, geboorte en dood.’

Filosoof Anton Ziegelaar, momenteel schrijvend aan een boek (verschijnt eind 2018) waarin verbindingen worden gelegd tussen filosofie, poëzie en schilderkunst, publiceerde eerder Aardse mystiek (2015) over hedendaags levensbeschouwelijk denken en Oorspronkelijk bewustzijn (2016). In een recensie van Aardse mystiek schreef godsdienstfilosoof en theoloog destijds Taede Smedes bij NieuwWij:

Ziegelaar schreef een filosofieboek dat tegelijkertijd erg spiritueel is. Het is een boek dat de dichotomie tussen atheïsten en godgelovigen weet te overstijgen en iedere polarisering uit de weg gaat. Een must-read voor zinzoekers.’

Volgens de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) keken klassieke denkers verwonderd naar de kosmos, terwijl moderne denkers het bestaansmysterie proberen te naderen met termen als existentie, authenticiteit en moraliteit.

Voortbouwend in deze traditie ontwikkelde Ziegelaar met Aardse mystiek een kleine filosofie van de verwondering.’ 

Over Aardse mystiek geeft Ziegelaar 30 januari 2019 ’s avonds een lezing in Utrecht. Ook bestaat de mogelijkheid de cursus Aardse mystiek te volgen (4 avonden vanaf 6 februari 2019.) In de cursus wordt aardse mystiek geïntroduceerd aan de hand van filosofische overwegingen en kunstwerken, zoals gedichten en schilderijen. Die avonden vertelt hij over het schone, verhevene en het sublieme; het innige: de ervaring van eenheid met de wereld; de ontdekking van het bestaansmysterie, en het geheim van ruimte en tijd.

Aardse mystiek – Inleiding in de filosofie van de verwondering | Arnold Ziegelaar Uitgeverij: ISVW Publishers | Aantal pagina’s: 414 | ISBN: 9789491693557 | Prijs: € 27,50 | Ziegelaar is filosoof, docent en schrijver. Hij studeerde natuurkunde en wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden en geeft les aan o.a. de Academie voor Geesteswetenschappen, HOVO, ISVW. Hij verricht promotieonderzoek bij de Universiteit Leiden. 

Gerelateerd: Aardse mystiek: een kleine filosofie van de verwondering

Foto: PD (Sevilla, Andalusië, september 2018) 

Niet bij Geloven in een Betere Wereld alleen

gelovenineenbeterewereld©pd

Ook bij brood, bij actie, want het kan anders, moet anders. Praktisch idealisme? – Hoogleraar dr. Azza Karam, vanaf 2019 verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, (Faculteit Religie en Theologie), tevens werkzaam bij de Verenigde Naties (VN), vindt het vreemd dat er voor de rol van religie in het bereiken van de internationale duurzaamheidsdoelen nauwelijks aandacht is, terwijl religie voor het overgrote deel van de wereldbevolking een belangrijke rol speelt. ‘Duurzame ontwikkeling kan niet zonder aandacht voor religie.’

Daarom start de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam samen met ontwikkelingsorganisaties ICCO en ACT Alliance per 1 januari 2019 de bijzondere leerstoel ‘Religion and Sustainable Development’.’ (VU)

Sustainable Development: Duurzame Ontwikkeling. Karam heeft wereldwijd een grote bekendheid op het terrein van religie en ontwikkelingswerk. Zij is onder meer voorzitter van de VN-taskforce voor de samenwerking met faith-based organisaties en is blij met deze internationaal belangrijke leerstoel die zij vanaf januari 2019 mag bekleden. – Een einde maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering: de kern van de duurzame ontwikkelingsdoelen.

‘Naast deze culturele en religieuze waardepatronen gaat het onderzoek over de rol van de vele religieus geïnspireerde NGO’s [organisaties onafhankelijk van de overheid]. Marinus Verweij, voorzitter van [de interkerkelijke] ontwikkelingsorganisatie ICCO: ‘Het onderzoek kijkt ook naar het fijnmazige netwerk van kerken, moskeeën, synagogen en tempels overal in de wereld. Dit netwerk is te vinden op plaatsen waar overheden en bijvoorbeeld de VN vaak niet kunnen komen.’ In Nederland en wereldwijd zijn kerken en andere religieuze gemeenschappen betrokken bij thema’s als duurzaamheid, sociale gerechtigheid en vredesopbouw. Voor blijvende veranderingen is dit netwerk van geloofsgemeenschappen een belangrijke bondgenoot, maar dat vraagt wel altijd tegelijk een kritische blik.’ (VU)

Azza Karam had erbij moeten zijn, gisteren bij de Vrienden van Oikos in Utrecht. Bij hen leeft de gedachte dat het anders kan, anders moet, springlevend. Praktisch idealisme. Religie heeft aandacht voor armoede en klimaatverandering, onderwijs, gender, vredesopbouw. Kortom, voor een leefbare en eerlijke wereld. De zorg voor de aarde en de natuur speelt een belangrijke rol. In 2015 bijvoorbeeld schonk NPO Spirit aandacht aan Religie en Duurzaamheid. Religie anno 2018 kan niet zonder aandacht voor duurzame ontwikkeling. Zittend op haar bijzondere leerstoel had Karam zo aan kunnen schuiven bij Oikos om een van de 17 internationale duurzaamheidsdoelen in werking te zien.

Ongelijkheid, klimaatverandering en conflicten zijn de uitdagingen zijn voor vandaag en de toekomst, waarvoor stichting Oikos en haar voorlopers zich decennialang lang inzetten voor een eerlijke en leefbare wereld, door studie en acties.’ (Oikos)

davidrenkema

Ondanks dat Oikos recent is opgeheven, werd door oud-directeur van Oikos, David Renkema met wijde blik voorwaarts gekeken en gaf hij door zijn deze dag gepresenteerde boek Geloven in een betere wereld (‘Diep onder de indruk’ – Jan Pronk) een luid klinkend startsein om de opgedane ervaringen van Oikos door te geven aan de toekomst. Renkema beschrijft uitvoerig de wereldwijde uitdagingen, zoals het zorgen voor een eerlijke verdeling (armoede!) binnen en tussen landen, het bieden van kansen voor komende generaties, en het terugdringen van spanningen, conflicten en polarisatie. Zelf geeft Renkema daar al een praktisch voorbeeld van door zijn werkzaamheden bij De Zinnen in Den Haag. (foto David Renkema: PD)

Bij Oikos bleef het niet bij geloven alleen – maar werd er voortdurend gewerkt aan een betere wereld waarin mensen zich in alle verscheidenheid inzetten voor menselijke waardigheid en een leefbare aarde voor iedereen. Ruim twintig instellingen, gelieerd aan Oikos, kregen die dag een geldprijs dankzij de Challenge die de stichting Vrienden van Oikos had georganiseerd om haar restsaldo een bestemming te geven ‘in de geest van Oikos’. In de prijzen, uitgereikt door voorzitter Ina van de Bunt-Koster, vielen onder meer: stichting IDEA; stichting OnFile en de Groene Moslims.

DSCF5730

Tijdens deze Oikos-dag (foto: PD) werd aan het einde van de middag onder leiding van journalist en wetenschapper Mirjam Vossen – in een temperamentvolle ‘Lagerhuis-opstelling’ – stellingen besproken met vragen die te denken gaven, ook voor na afloop:

Is het erg dat de ‘grote verhalen’ zijn vervangen door ‘praktisch idealisme’?; ‘Als onze gevoelens van compassie onze agenda bepalen, want doen we dan met de saaie, trage en meer structurele vraagstukken?’ en ‘Hebben kerken / ontwikkelingsorganisaties een rol als educator van het publiek?’ (Oikos)

Het kan anders, stelde Oikos. Het kan beter, klonk het deze dag. Oikos mag er dan als organisatie niet meer zijn, maar – gedreven door humanitaire en ecologische waarden, zoals Renkema ook schrijft in zijn boek – het werk gaat door.

rikkovoorberg2

‘Theoloog in het wild’ Rikko Voorberg gaf in zijn speech, inspirerend gebarend, de luisteraars veel mee. Dat je je bijvoorbeeld niet achter God kunt verschuilen – je bent zelf verantwoordelijk. Voorberg legde daarbij de vraag voor die God zo’n vierduizend jaar geleden al stelde aan Job: ‘Waar was jij?’ met de duidelijk ondertoon: ‘Wat doe jij?’
– Een steentje bijdragen bijvoorbeeld, zoals Renkema stelt. (foto Rikko Voorberg: PD)

Soms ondergronds. Met de kennis van nu zien we een aantal initiatieven die het werk mogelijk op eigen wijze zullen voortzetten. (…) Mensen, bewegingen en organisaties dragen naar beste kunnen een steentje bij, gebaseerd op de beschikbare kennis en gedreven door humanitaire en ecologische waarden. Daarbij is in dialoog zijn en blijven altijd belangrijk. Want hoe we het ook wenden of keren, we hebben te maken met mensen met verschillende belangen, ideeën en verwachtingen. Dat was het geval in de twintigste eeuw en dat is in de eenentwintigste eeuw niet anders. De kunst is om de samenleving zo te ordenen dat die ordening mensen geen redenen geeft om zich vernederd te voelen.’* (Uit: Geloven in een betere wereld, blz. 156)

* Renkema verwijst hier naar Avishai Margalit, De fatsoenlijke samenleving (1966)

AzzaKaram

Azza Karam (foto: berkleycenter.georgetown.edu) is senior adviseur met de portefeuille cultuur bij het Population Fund van de VN en is voorzitter van de VN-taskforce voor de samenwerking met religieuze organisaties. Zij heeft een Egyptische en Nederlandse achtergrond en promoveerde aan de UvA op een onderzoek naar religie, beleid en gender, doceerde aan verschillende universiteiten en werkt inmiddels vele jaren bij verschillende VN-organisaties op het snijvlak van cultuur, religie en ontwikkeling. (VU)

Geloven in een betere wereld. Sporen van Oikos | ISBN: 978-94-92183-76-7 | 160 pagina’s | Uitgave 15 11 2018) | € 15,00 incl. Btw

Gerelateerd: Geloven in een nieuwe oecumene

Foto: PD (26-08-2015 – Ede-Wageningen)
Update: 10.20 uur.

Geloven in een nieuwe oecumene

deDriehoek

2018: Geloven in een betere wereld. Anders dan toen? ‘De jaren zestig van de twintigste eeuw staan symbool voor verandering en vernieuwing. Het zijn de jaren van ludieke en felle protesten tegen gezagdragers. Het zijn ook de jaren waarin de problemen diepgaand geanalyseerd werden en waarin onbekommerd gedroomd werd over een nieuwe wereld.’ David Renkema schrijft nu: Geloven in een betere wereld. Sporen van Oikos.

Nederland deed de luiken naar de buitenwereld open. Mondiale vragen werden onderwerp van onderzoek, publiek beraad en creatieve acties. Wat destijds startte als ‘spontane en ludieke’ initiatieven, kreeg spoedig vaste vorm in organisaties die zich inzetten voor solidariteit. Nu, ruim vijftig jaar later, is de wereld ingrijpend veranderd.  De aanpak van mondiale vragen is met de tijd meegegaan, soms vanuit de bestaande organisaties en soms tegenover de gevestigde organisaties.’ (Oikos)

Het kan anders! Deze drie woorden stonden voor de ambities van Oikos.* Veel gebruikte varianten waren: het kan duurzaam, het kan eerlijk en het kan samen. Deze varianten gaven enige richting aan het inhoudsloze woordje ‘anders’. In 1983 formuleerde ethicus Wessel Verdonk die ambitie op een iets andere wijze: ‘het onderzoeken van de werkelijkheid op haar mogelijkheden haar te veranderen, dat wil zeggen te humaniseren’. Vrijdag houdt stichting Oikos in Utrecht een bijeenkomst over die nieuwe wereld. Met Rikko (‘Wij gaan ze halen’) Voorberg en Mirjam Vossen (dit jaar gepromoveerd op de beeldvorming rond wereldwijde armoede in de media.)

gelovenineenbeterewereld (2)

Op 16 november blikken we terug en kijken we vooruit op hoe (kerkelijk) engagement is veranderd de afgelopen decennia. Valt er uit deze geschiedenis iets te leren? Kunnen we spreken van vooruitgang? Theoloog Rikko Voorberg houdt hierover een presentatie, journalist Mirjam Vossen gaat hierover in overleg met de zaal. Het boek dat de laatste Oikos directeur David Renkema** over dit thema schreef wordt op deze middag gepresenteerd. En ten slotte worden de prijzen uitgereikt voor de Oikos Challenge.’ (Oikos)

* De eerste stichting Oikos dateert uit 1987. Een stichting die vorm gaf aan de samenwerking tussen verschillende (inter)kerkelijke organisaties. Oikos werkt tegenwoordig aan veranderingen in de Nederlandse samenleving gericht op een inclusieve, eerlijke en leefbare wereld, en concentreert zich daarbij op de omgang met economie, klimaatverandering, vluchtelingen & migranten en conflicten & polarisatie.

Ongelijkheid, klimaatverandering en conflicten zijn de uitdagingen voor vandaag en de toekomst. Decennialang zetten stichting Oikos en haar voorlopers zich in voor een eerlijke en leefbare wereld, door studie en acties. Vanuit haar katholieke en oecumenische wortels verbond Oikos kerken, wetenschap en actiegroepen. Recent is Oikos opgeheven. Dit boek toont de sporen van Oikos en geeft de opgedane ervaringen door aan de toekomst.’ (Skandalon)


Locatie: In de Driehoek, Willemsplantsoen 1C, Utrecht | Gratis toegang |13.30 – 17.30 uur | Met een borrel na afloop. – Om alvast een toost uit te brengen op die betere wereld…? 😉 | Aanmelden via oikos@stichtingoikos.nl.

geloven.in.een.betere.wereld.sporen.van.oikos


Wie dit boek leest, komt diep onder de indruk van de voorhoedepositie die Oikos lange tijd heeft ingenomen. Laat dit het begin zijn van een nieuwe oecumene.’ (Jan Pronk)


** Ir. D.L. Renkema (1956) was vanaf 1994 werkzaam bij Oikos, van 2014 tot 2018 als directeur. Vanaf 1983 tot 1994 werkte hij bij OSACI, een van de voorlopers van Oikos. Renkema bekleedde diverse bestuurlijke functies, o.a. in de vereniging Kerk en Vrede, de stichting Samenwerking Sociale Fondsen te Den Haag, en de vereniging Philadelphia Support. Momenteel is hij voorzitter van het bestuur van De Zinnen in Den Haag.

Geloven in een betere wereld. Sporen van Oikos | ISBN: 978-94-92183-76-7 | 160 pagina’s | Uitgave (15 november): paperback | € 15,00 incl. Btw

Beeld: In de Driehoek, Utrecht (Getrudiskapel)

Update: 17-11-2018 – 09.00 / 11.24 uur

Hawking was dankbaar voor ‘groots ontwerp universum’

Universum

Stephen Hawking zegt in zijn boek De antwoorden op de grote vragen dat we dit ene leven hebben om het grootse ontwerp van het universum te kunnen waarderen en dat hij daar bijzonder dankbaar voor is. Opmerkelijk dat hij het over ‘ontwerp’ heeft. Iets of iemand moet dat dan ontworpen hebben, maar daar wil Hawking niet aan. Niemand heeft het heelal geschapen, zegt hij en niemand bepaalt ons lot. Als dat waar zou zijn, zou Hawking zelf niet eens bestaan, want als het heelal niet ontworpen is, dan hij ook niet. Dan was er niets. Fascinerend is het wel om zijn visie te volgen, zijn antwoorden op de grote vragen.

Was Hawking zo eigenwijs dat hij zelfs na zijn dood op 14 maart 2018 nog het bestaan van God ontkende? God zelf maakte dit wereldkundig via zijn Twitteraccount: ’It’s only been a few hours and Stephen Hawking already mathematically proved, to My face, that I don’t exist’. Eigenlijk had de geleerde God toen juist kunnen bedanken voor dat ‘grootse ontwerp van het universum’. 🙂

Geloof ik? Ieder van ons staat het vrij te geloven wat hij of zij wil en naar mijn mening is de eenvoudigste verklaring dat er geen god is. Niemand heeft het heelal geschapen en niemand bepaalt ons lot. Dat leidt me tot een diepgaand inzicht: er is dan vermoedelijk ook geen hemel en hiernamaals. Volgens mij is geloven in een hiernamaals slechts wishful thinking. Er is geen enkel bewijs voor en het gaat in tegen alle wetenschappelijke kennis. Ik denk dat we na onze dood terugkeren tot stof. In één opzicht leven we echter door, en dat is door onze invloed en in onze genen die we aan onze kinderen doorgeven. We hebben dit ene leven om het grootse ontwerp van het universum te kunnen waarderen en ik ben daar bijzonder dankbaar voor.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

De kosmoloog en natuur- en wiskundige uit zijn dankbaarheid al in het eerste hoofdstuk: Bestaat er een God?, van zijn laatste – door zijn dochter Lucy voltooide – werk. In dit, deze maand verschenen De antwoorden op de grote vragen, stelt hij dat de wetenschap steeds vaker antwoorden geeft op vragen die altijd op het terrein van de godsdienst hebben gelegen. Dan is het ook niet zo gek dat hoogleraar Geesteswetenschappen, René van Woudenberg, in zijn prijswinnend essay in de NRC, stelt dat rationele wetenschappers die nieuwsgierig zijn, bewijs kunnen zoeken voor het bestaan van God. Op een gegeven moment komt dat antwoord, geen bewijs weliswaar, maar een cumulatie van argumenten dat je er eigenlijk niet meer onderuit kan. Zie bijvoorbeeld de artikelen van wiskundige en filosoof Emanuel Rutten.

Tegenwoordig geeft de wetenschap betere en samenhangender antwoorden, maar mensen zullen zich altijd aan een godsdienst vasthouden omdat die troost biedt, terwijl ze wetenschap niet vertrouwen of niet begrijpen.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking vertelt dat een paar jaar geleden er een kop op de voorpagina van The Times stond die luidde: ‘God heeft het universum niet geschapen,’ aldus Hawking.’ Er stond een illustratie bij het artikel – een tekening van Michelangelo – van een kwaad kijkende God. En een foto van hemzelf met zelfvoldane blik.

Het leek wel een duel tussen ons. Maar ik heb helemaal niets tegen God. Ik wil niet de indruk wekken dat ik met mijn werk het bestaan van God wil bewijzen of ontkrachten. Mijn werk gaat om het vinden van een rationeel kader om het heelal te begrijpen.’ ’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking verklaart alles met natuurwetten. Die komen dan blijkbaar ook zomaar uit het niets. Volgens hem is de ontdekking van deze wetten de grootste prestatie van de mensheid, want het zijn deze wetenschappelijke of natuurwetten die ons zullen vertellen of we een god nodig hebben om het heelal te verklaren.

Als je aanvaardt, zoals ik, dat de natuurwetten vastliggen, dan duurt het niet lang voordat je de vraag stelt: welke rol speelt God hierin? Dit maakt een groot deel uit van de tegenstelling tussen wetenschap en godsdienst, en hoewel mijn visie daarop de krantenkoppen heeft gehaald, is het feitelijk een eeuwenoud conflict.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Men kan God definiëren als de belichaming van de natuurwetten, zegt hij in zijn boek.

Dit is echter niet zoals de meeste mensen denken over God. Zij denken aan een mensachtig wezen, met wie je een persoonlijke band kunt hebben. Als je naar de enorme omvang van het heelal kijkt en in ogenschouw neemt hoe onbetekenend en toevallig het menselijk leven is, dan lijkt dat hoogst onwaarschijnlijk.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

StephenHawking thedrum.com

Ook zegt Hawking dat hij het woord ‘God’ in onpersoonlijke zin gebruikt, net als Einstein deed voor de natuurwetten, dus het kennen van Gods denken is het kennen van de natuurwetten. Hij voorspelt dat we tegen het einde van deze eeuw Gods denkwijze kennen.

De vraag of God bestaat voor de wetenschap vindt Hawking een geldige vraag omdat het per slot van rekening niet meevalt om een belangrijker, of fundamenteler mysterie te bedenken dan wat of wie het heelal heeft geschapen en nu beheerst.

We kunnen de natuurwetten gebruiken om op zoek te gaan naar de oorsprong van het heelal en erachter komen of het bestaan van God de enige manier is om die te verklaren.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking vertelt op een manier alsof het maken van het universum een fluitje van een cent is. Zo zegt hij, is – ondanks de complexiteit en de verscheidenheid binnen het heelal of het universum of de kosmos, wat je wilt – gebleken dat je voor het maken ervan slechts drie ingrediënten nodig hebt. Hij noemt dan massa, energie en ruimte. En zelfs niet eens drie, want massa is energie en andersom. Alsof we die ingrediënten, als een God(!),  zomaar even uit het niets uit de lucht plukken…

deantwoordenopdegrotevragen
M
aar ook dat legt Hawking helder uit, en dan gaat het vervolgens over een kuil die ontstaat als je een bergje maakt. Dat bergje staat voor het heelal. Om het bergje op te kunnen werpen, graaft hij een gat in de grond. Hij maakt dus niet alleen een berg, hij maakt ook een kuil, en dat is eigenlijk een negatieve uitvoering van die berg. De grond die lag waar nu de kuil is, is berg geworden, dus alles is in evenwicht. Dit is het principe achter wat er aan het begin van het heelal gebeurde.

Het betekent dat, als de som van het heelal nul is, God niet nodig is geweest om het te scheppen. Het heelal hebben we helemaal gratis gekregen.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Het is spannend en fascinerend, dit hoofdstuk. Hawking blijft een en ander helder uitleggen. Hij komt uiteindelijk zelfs tot de conclusie dat het heelal zichzelf heeft geschapen. Dat is toch wel heel opmerkelijk. Zo zou God zichzelf toch ook geschapen kunnen hebben, denk ik dan. Het heelal, dat is God. Hoe Hawking dit zelf precies bedoelt, legt hij verder uit in Bestaat er een God? en nog negen andere hoofdstukken.

Bron: De antwoorden op de grote vragen | Stephen Hawking | Spectrum | € 19,99

Foto Stephen Hawking: thedrum.com

Beeld: Ocean

‘Godsdienst inherent aan menselijke natuur’

AlhambraFotoPD

Godsdienst, in welke variant dan ook, is inherent aan de menselijke natuur, zo stelde rechtsgeleerde Gerard Noodt al in 1706, in een invloedrijke rede over ‘religie, vrij van heerschappij’. Daarom mag een bepaalde gezindheid niet door een overheid of samenleving worden afgedwongen of verboden. Noodt maakte zich hard voor de godsdienstvrijheid, schrijft historicus Geerten Waling. ‘Toentertijd behelsde godsdienstvrijheid veel meer dan alleen religie: het ging over wat wij tegenwoordig noemen de vrijheid van vereniging, van geweten en ja, ook van meningsuiting. Kortom, de zuurstof voor de open samenleving’.

We moeten dus vooral niet met wetten of wapens proberen om de gedachten van mensen te beheersen. Ook hun meningsuiting en hun recht om zich te verenigen moeten we beschermen, alleen al omdat we zelf nooit de waarheid in pacht hebben. Dat geldt voor religie, maar in bredere zin voor alle opvattingen die mensen kunnen koesteren.’

De vrijheid van meningsuiting staat continu onder druk. Het is goed om af en toe uit te zoomen en te beseffen dat die vrijheid al eeuwenlang wordt bevochten, schrijft Waling in Elsevier Weekblad. Rond 1706 mogen in de Nederlandse Republiek joden hun religie in sommige steden hooguit beleven in eigen kring of buurt, katholieken mogen op veel plekken niet eens kerken bouwen.

Het land is diepgelovig en overgevoelig voor alles wat het gereformeerde wereldbeeld kan aantasten. Des te dapperder was het dat iemand als de rechtsgeleerde Gerard Noodt, bij zijn afscheid als rector magnificus van de Universiteit Leiden in 1706, tegen een aantal heilige huisjes durfde te schoppen.’

Alhambra2

De islam roept oude vragen op over godsdienstvrijheid, stelt het weekblad: ‘Wat te doen met de islam?’ en refereert aan de moeizame positie van de islam in Nederland.

Volgens Geert Wilders is de islam een vijandige politieke ideologie die moet worden bestreden. En inderdaad, salafisme en jihadisme zijn levensgevaarlijk, maar het valt niet te ontkennen dat veel moslims de islam belijden als een vreedzame, zingevende levensbeschouwing. Hoe gaan we daar mee om? Hoe beschermen we de godsdienstvrijheid van vreedzame medeburgers, zonder een vrijbrief te geven voor gewelddadige elementen? Dat is in Nederland een betrekkelijk nieuwe en zware uitdaging, waarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.’

Alhambra3

Hij die een bepaalde religie verplicht stelt, en met straf afdwingt, maakt inbreuk op andermans soevereiniteit. Hij doet hierbij niets ten goede, maar kan zich niet vrijpleiten van het verwijt een tiran te zijn. (Gerard Noodt)

Noodts toespraak, die hij in het Latijn hield in 1706, is als paperback uitgegeven: Over de vrijheid van godsdienst. Het is in hedendaags Nederlands vertaald door Hans van Cuijlenborg, en prof. dr. Joris van Eijnatten, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, heeft de tekst voorzien van een uitvoerige wetenschappelijke inleiding.

Een mijlpaal in de Europese ideeëngeschiedenis. Zo kenschetst historicus Joris van Eijnatten de rede over de vrijheid van godsdienst die Gerard Noodt in 1706 hield bij zijn afscheid als rector van de Leidse universiteit. Noodt besefte terdege dat hij sprak over een heikel thema, een onderwerp ‘vol nijd, haat en laster’. Maar dat belette hem niet om een hartstochtelijk pleidooi te houden voor een vrije keuze van geloof of juist voor afvalligheid.’

Foto’s: La Alhambra, Granada, september 2018 (PD)

Zie: De islam roept oude vragen op over godsdienstvrijheid

Religie, humanisme, en de mystieke ervaring

Boekrecensie: Religions, Values, and Peak-Experiences (Religie en topervaring) – Abraham H. Maslov was een humanistisch psycholoog die religieuze (top)ervaringen bestudeerde vanuit de gezonde ontwikkeling van de mens. Hij vatte die op als mystieke ervaringen, losstaand van enige religie en die voor kunnen komen bij zowel religieuze als niet-religieuze mensen. Religie en topervaring, uit 1964, blijkt nauwelijks aan actualiteit te hebben ingeboet, zo visionair was het al in die tijd.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende’

De mens en zijn mogelijkheden
H
et bijzondere van Maslov (1908 – 1970) is dat hij inderdaad, zoals H.C.J. Duijker in het voorwoord schrijft, een essay schreef als ‘pleidooi voor een niet-dogmatische, onbevangen, realistische bezinning op de mens en zijn mogelijkheden’. In deze tijd van eindeloze discussies over seculariteit en religie, schreef Maslov meer dan vijftig jaar geleden over topervaringen, en haalde ze uit het beperkende straatje van religieuze of mystieke ervaringen.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos.’
(Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont, blz. 172)

Topervaringen
I
eder mens, religieus of niet, kan topervaringen (ook wel piekervaringen genoemd) meemaken. Maslov maakt het woord ‘religieus’ los van zijn begrensde ‘samenhang met het bovennatuurlijke, kerken, rituelen, dogma’s, beroepsgeestelijken, enzovoorts. Hij past het in principe toe op heel het leven. Maslov noemt godsdienst in die zin dan ook een geestesgesteldheid die men in iedere levensactiviteit kan bereiken. Een atheïst zou ook een ‘religieuze ervaring’ kunnen doormaken. Maslov verhaalt bijvoorbeeld van een overtuigd marxiste die echter een echte topervaring wel moest ontkennen, omdat deze ervaring in strijd was met heel haar materialistisch-mechanische levensfilosofie.

Natuurlijke betekenis
Maslov noemt topervaringen eerder een kenmerk van gezondheid dan een van een neurose of psychose. Ze kunnen pathologisch zijn, stelt de humanistisch psycholoog, maar ze zijn dit vaker niet dan wel: ‘ze moeten vaker hoog gewaardeerd dan gevreesd worden’. Hij wil aantonen dat ‘geestelijke waarden een natuurlijke betekenis hebben, dat ze niet het uitsluitend bezit van georganiseerde kerken zijn’. Die geestelijke waarden vindt hij behoren ‘tot de algemene verantwoordelijkheid van heel de mensheid’. Het geestelijk leven lijkt eerder alleen maar tot het terrein van de georganiseerde godsdienst te behoren. Maslov zet zich hier met kracht en argumenten tegen af.

Wetenschap en religie
D
e psycholoog stelt dat er iets aan het veranderen is, zowel binnen de wetenschap als binnen de religie. De wetenschapsbeoefenaar gaat hierdoor ‘minder bekrompen’ naar religieuze vraagstukken kijken. De wetenschap maakt zich los en onafhankelijk van de georganiseerde religie, en er ontstaat een nieuw type humanistische wetenschapsbeoefenaar die ‘bestrijdt dat de gevestigde godsdiensten de enige arbiters zijn in alle vraagstukken van geloof en zeden’. Voor gelovigen, maar natuurlijk ook voor ieder ander mens, pakt dit positief uit en wordt er niet meer slechts vanuit religieus oog- en standpunt naar hen gekeken. De wetenschap kan, onafhankelijk, vragen beantwoorden van mensen die topervaringen meemaken.

Voor bij de religieuze beperking
D
it is dan ook van belang voor atheïsten. Immers, wat moeten zij met hun topervaringen als die alleen maar mogelijk zouden zijn binnen een religieuze context? ‘Religieuze antwoorden zouden zij moeten verwerpen,’ zo stelt Maslov. En dat is wat Maslov nu juist niet wil. Hij wil voorbij de religieuze beperkingen. 
Nu ook de wetenschap er open voor staat, kunnen religieuze- of topervaringen bekeken worden als ‘diep geworteld in de menselijk natuur’ en dus wetenschappelijk worden bestudeerd. Zonder de beperkingen van de georganiseerde religie. Maslov: ‘Wij kunnen thans bestuderen wat in het verleden gebeurde en toen slechts in bovennatuurlijke termen verklaarbaar was.’ Mensen met allerlei top- en transcendente ervaringen konden vanaf toen ook beter terecht voor hulp en erkenning. Daarvòòr hielden zij zich veelal bezig met het afweren van hun ervaringen, waarvan ze vaak niets snappen of weten wat er binnen in henzelf gebeurt.

Uit de enge hokjes
M
aslov stelt ook dat door onderzoek van topervaringen wij de gegronde hoop mogen koesteren dat ‘wij meer zullen begrijpen van de grote openbaringen, bekeringen en verlichtingen, waarop de georganiseerde godsdiensten gebaseerd zijn’. Hij laat onder andere hiermee zien, dat hij religie niet afschrijft, maar ook de moeite waard is te bestuderen. Er ontstaat een toenemende mogelijkheid tot het samengaan van religieuze en niet-religieuze visies, vooral ook dat ze niet zo veel van elkaar hoeven te verschillen. We zullen de mens niet langer in enge hokjes hoeven zetten, maar erkennen dat menselijke ervaringen en ideeën zowel religie als het secularisme overstijgen.

Humanistische psychologie
D
e psycholoog zegt hierover dat met ‘onlangs ter beschikking gekomen psychologische gegevens een nieuwe mogelijkheid tot een positief, naturalistisch geloof, een ‘gewoon geloof’, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey het noemde. Of tegenwoordig ook wel: humanistische psychologie. In onze tijd, waarin nog altijd veel verhitte discussies, congressen en symposia plaatsvinden over religie en het seculiere, is dat pure winst. Er is wellicht helemaal niet zo veel verschil tussen mensen. We kijken echter niet ver genoeg, te veel nog naar verschillen en te weinig naar overeenkomsten.

Vrijzinnig godsdienstigen en non-theïsten
M
aslov maakt melding van het feit dat vrijzinnig godsdienstigen, maar ook de non-theïsten, te veel de nadruk leggen op kennis van de onpersoonlijke wereld. Het gaat hen slechts om rationele kennis en zij laten het irrationele, het anti-rationele, het niet-rationele, links liggen. ‘Zij ruimen in hun systemen geen fundamentele plaats voor het geheimzinnige, het onbekende, het onkenbare, het gevaar opleverende weten of het onuitsprekelijke’. Hij heeft het dan ook onder meer over het feit dat zij ook voorbij gaan aan ‘ervaringen van overgave, van eerbied, van devotie, van toewijding, van nederigheid en offervaardigheid, van ontzag en het gevoel van kleinheid’. Dit noemt hij naast het feit dat die ervaringen veel als ‘lager’ of ‘niet goed’ worden beschouwd, dat ‘inexacte, onlogische, metaforische, mythische, symbolische, tegenstrijdige, dubbelzinnige en ambivalente’.

God als het ‘Zijn zelf’
W
anneer Maslov zegt dat ‘als God gedefinieerd wordt als het ‘Zijn zelf’; als het ‘integratieprincipe in het heelal’; als ‘de zinrijkheid van de kosmos’ of op een andere niet-persoonlijke wijze, waartegen zullen de atheïsten dan nog vechten?’
Hij zet dit naast de gedachte van theoloog en filosoof, Paul Tillich, in zijn formulering van godsdienst als ‘bekommering om uiteindelijke zaken’.
Maslov formuleert de humanistische psychologie op dezelfde manier en stelt vervolgens de vraag wat dan nog het verschil is tussen een gelovige in het bovennatuurlijke en een humanist. Voor Maslov mogen verschijnselen als mysterie, dubbelzinnigheid, gebrek aan logica, tegenstrijdigheid, mystieke en transcendente ervaringen, geacht worden geheel binnen het domein der natuur te liggen. Ook het onverklaarde en op het ogenblik onverklaarbare, ESP [buitenzintuiglijke waarneming, PD] vallen hieronder.


Humanistische psychologie
Maar indien kan worden aangetoond dat de religieuze vragen (die tegelijk met de kerken werden uitgebannen) gerechtvaardigde vragen zijn, dat deze vragen bijna hetzelfde zijn als de diepgaande, ernstige, essentiële problemen van het soort, waarover Tillich spreekt en van het soort, op grond waarvan ik de humanistische psychologie zou willen definiëren, dan zouden deze humanistische sekten veel nuttiger voor de mensheid kunnen worden dan nu het geval is.
Ze zouden inderdaad zeer wel een sterke overeenkomst kunnen gaan vertonen met de gereorganiseerde kerkorganisaties. Het is best mogelijk dat er op de lange duur niet veel verschil tussen hen zou bestaan, indien beide groepen het primaire belang en de realiteit van de fundamentele persoonlijke openbaringen (en hun gevolgen) aanvaarden.
En indien ze het erover eens konden worden al het overige te beschouwen als secundair, bijkomstig, als niet noodzakelijke, niet wezenlijk bepalende kenmerken van religie, zouden ze zich kunnen concentreren op het onderzoek van de persoonlijke openbaringen – de mystieke ervaring, de topervaring, de persoonlijke verlichting – en van het B-kennen [de topervaring, PD] dat daaruit zal voortvloeien.

(Uit: Religie en topervaring)


Slotsom
D
oorredenerend komt Maslov tot de slotsom dat een van de gevolgen van de aanvaarding van ‘de opvatting van een natuurlijke, algemene, fundamentele, persoonlijke religieuze ervaring is, dat daardoor ook atheïsme, agnosticisme en humanisme hervormd zullen worden’. Genoemde richtingen hebben volgens Maslov godsdienst te veel met kerken vereenzelvigd: ze hebben te veel verworpen.

Religions, Values, and Peak-Experiences | Abraham H Maslow | 7 oktober 2019 | 122 pagina’s | 20,75 – (Ook via Amazon)

Beeld: apofyliet.nl
Update 18/19 03 2025 (Lay-out, links) Boekrecensie op basis van Nederlandse editie Religie en Topervaring – 2018.

Goden en mensen in de oudheid

Pintura_roamana-_Marte_y_Venus

Religie was in de oudheid niet gestoeld op één enkele theorie die door alle gelovigen onderschreven diende te worden. Er was in plaats daarvan een levendige competitie tussen verschillende ideeën en theorieën over de goden. Feitelijk is er ook in onze tijd natuurlijk geen sprake van één enkele theorie. Ook nu strijden gelovigen met elkaar over de juiste invulling. Misschien is het verschil met de oudheid, dat destijds ideeën naast elkaar konden bestaan, waar mensen nu geneigd zijn te denken dat de eigen theologie de enig juiste is.

‘Het religieuze leven in de klassieke oudheid werd gekenmerkt
door meer fascinerende tegenstellingen.
Ruimte voor verandering en de afwezigheid van dogma gingen gepaard
met een grote nadruk op het correct uitvoeren van religieuze gebruiken’
(Inger Kuin)

Bovenstaande zegt theologe Helene Timmers, in een recensie in Volzin, van Leven met de goden – Religie in de oudheid, van historica Inger N.I. Kuin, onderzoeker en docent Oude Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het religieuze leven in de klassieke oudheid werd gekenmerkt door meer fascinerende tegenstellingen. Ruimte voor verandering en de afwezigheid van dogma gingen gepaard met een grote nadruk op het correct uitvoeren van religieuze gebruiken. Een hoge mate van religieuze diversiteit en tolerantie ging hand in hand met hevige debatten over wat ‘correcte’ religie was en wat bijgeloof. De cultus van een nieuwe, ‘geïmporteerde’ godheid kon in korte tijd opbloeien, terwijl sommige heilige plaatsen of festivals honderden jaren lang belangrijk bleven. Hoe kunnen wij vanuit de moderne tijd deze complexe materie het beste benaderen, en hoe gingen mensen in de oudheid zelf met deze contradicties om?’ (Volzin)

Timmers zegt dat we het tegenwoordig heel belangrijk vinden dat iemand ‘het juiste’ gelooft. In de oudheid daarentegen was het juist heel belangrijk om de correcte rituele handelingen te verrichten. Voor degenen die denken dat het juiste geloof in de oudheid niet belangrijk was, omdat het geloof in goden destijds vanzelfsprekend was, heeft historica Inger Kuin een hoofdstuk in Leven met de goden toegevoegd over twijfelaars, critici en ongelovigen. Ook 2000 jaar geleden deden zij van zich spreken.


Het is weinig verrassend dat we in de klassieke oudheid geen term aantreffen die we kunnen vergelijken met het ‘ietsisme’, maar de categorieën atheïst en agnost zijn eveneens lastig om terug te vinden in de context van antieke religie. Het woord ‘atheïst’ komt van het Griekse woord atheos, wat letterlijk ‘apart van god’ betekent. Toch werd de term aanvankelijk vaker gebruikt om mensen te beschrijven die de verkeerde god of goden vereerden, dan mensen die het bestaan van welke god dan ook ontkenden. Het woord ‘agnost’ heeft etymologisch gezien Griekse wortels – het is verwant aan het werkwoord gignōskō, dat ‘weten’ betekent – maar de benaming heeft in specifiek religieuze zin geen parallel in de oudheid.’ (Uit: Leven met de goden, § 8: twijfelaars, critici en ongelovigen) 


Overal goden heet het tweede hoofdstuk waarin Kuin de stamboom van de klassieke goden schetst en een bonte stoet aan goden langs paradeert. Zoals eerder religie, vindt Timmers, blijkt ook god een moeilijk te definiëren concept: ‘Ruimdenkend waren de mensen in de oudheid wel: in het overzicht van Atheense goden is ook de ‘god van de vreemdelingen’ opgenomen. Kom daar nu nog maar eens om!’


Na de vermelding van theos xenikos (god van vreemdelingen) zijn vijf letters weggevallen. Het is dus niet duidelijk of het hier gaat om een beschermgod van vreemdelingen en gasten, aangehaald bijvoorbeeld in Plato’s Leges (879e), of om een specifieke uitheemse god wiens naam we niet meer kunnen achterhalen. (Uit: Leven met de goden, § 2: Overal goden)


IngerKuin

In de inleiding van Leven met de goden vraagt Inger Kuin zich af of er wel religie was in de oudheid en vindt de vraag wat de Romeinen en Grieken eigenlijk geloofden erg moeilijk te beantwoorden. Hiervoor haalt ze de invloedrijke antropoloog Clifford Geertz erbij met zijn boek The Interpretation of Cultures (1973), hoewel Geertz volgens Kuin nog steeds een bepaalde vorm van ‘geloof’ vereist als onderdeel van religies, terwijl bijvoorbeeld in de oudheid religieuze handelingen vaak juist veel belangrijker waren. Ook Religion Explained (2001) van Pascal Boyer wordt er door de historica bijgehaald. (foto: metdeneusindeboeken.blogspot.com) 


Het menselijk brein is door evolutie zo gevormd dat het van nature geneigd is religieuze concepten te genereren en door te geven. Omdat voor hem religieuze concepten sowieso universeel zijn maakt hij zich niet druk over een definitie. Deze benadering roept echter onmiddellijk de vraag op hoe ons brein dan toch in staat is tot twijfel, ongeloof en atheïsme. Hier heeft Boyer tot nu toe nog geen bevredigend antwoord op geformuleerd. (Uit: Leven met de goden, § 2: Overal goden)


Volgens Timmers heeft Kuin tussen de regels door over hedendaags geloof en moderne theologie ook het een en ander te melden, want door het klassiek gedachtengoed naast hedendaagse ideeën te zetten, krijg je volgens haar wel scherper oog voor de eigenaardigheden van onze huidige tijd.

In hoofdstuk over twijfelaars, critici en ongelovigen zegt Kuin dat we zullen zien dat er wel degelijk allerlei schakeringen waren tussen wel en niet in de goden of in ‘iets’ geloven, maar de scheidslijnen tussen de verschillende opvattingen hielden verband met de filosofische scholen en werden niet op zichzelf gedefinieerd en afgebakend.


De afwezigheid van hokjes in dit opzicht ging gepaard met levendige inhoudelijke debatten over wie of wat de goden waren en wat ze voor ons kunnen betekenen. De eerste sporen van deze debatten vinden we terug in vroege kritieken op de manier waarop de goden zijn weergegeven in de poëzie van Homerus en Hesiodus, waarmee het belang van deze werken binnen de antieke religie wordt onderstreept. (Uit: Leven met de goden, § 8: twijfelaars, critici en ongelovigen) 


levenmetdegoden

Bron: Leven met de goden. Religie in de oudheid | Amsterdam University Press B.V., Amsterdam 2018 | ISBN: 9789462984806 | 05-03-2018 | 172 pag. | € 14,99 | /9200000090807648/ | E-book: € 6,99 | Van twijfelaars tot fanatieke gelovigen die de nacht in de tempel doorbrengen, in de hoop op een bezoekje van de god – ook in de oudheid had je religieuzen in alle soorten en maten. Met vlotte pen brengt Inger Kuin de antieke religie tot leven, waarbij ze ook oog heeft voor de vroegste filosofische kritieken op mythologie en religieuze praktijken. (Joke J. Hermsen)

Zie ook: Inger N.I. Kuin: Leven met de goden. Religie in de oudheid (Uit:Volzin, niet meer te lezen)

Beeld: Mars en Venus van het Huis van Mars en Venus (Casa de Marte e Venere), Pompeï (muurschildering), Romeins, (1e eeuw n.Chr.) / Museo Archeologico Nazionale, Napels, Italië
Update 25 11 2025 (lay-out, links)

Promoveren op Jezus als Zoon van God

Fourth_ecumenical_council_of_chalcedon_-_1876

Theoloog Geurt Roffel stelt dat wie in de diversiteit aan interpretaties tot een eigen antwoord wil komen op de vraag of Jezus de Zoon van God is, in gesprek moet gaan met anderen. Hij gaat dit gesprek aan door de interpretaties te onderzoeken die zes internationaal toonaangevende christologen geven van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’. Dat doet hij op twee elkaar aanvullende manieren, die hij ontleent aan de filosofen Hans-Georg Gadamer en Jacques Derrida.


De eeuwige Koning Christus vroeg aan Zijn leerlingen, voordat Hij aan Petrus, de zoon van Johannes, het bestuur van de Kerk beloofde, wat de mensen en wat zij, de apostelen zelf, van Hem dachten, en prees toen op heel bijzondere wijze het geloof, dat over iedere aanval en stormloop van de helse macht zou zegevieren en dat Petrus, helder verlicht door de hemelse Vader, had uitgesproken met deze woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Mt. 16, 16) (rkdocumenten.nl)


Volgens theoloog Tjerk de Reus gaat het debat over de vraag wie Jezus is, altijd weer verder en luistert Roffel naar verschillende visies. Hij schreef het boek En wie ben ik volgens jullie?, gebaseerd op zijn proefschrift – waarmee hij 28 juni promoveerde – over de vraag of Jezus de Zoon van God is. Het vertrekpunt van Roffels studie ligt ver terug in de geschiedenis, ruim vijftienhonderd jaar.

Ik begin bij het concilie van Chalcedon, gehouden in het jaar 451. Daar ging het om de vraag hoe in Jezus het goddelijke en het menselijke kunnen samengaan. In feite sluit ik aan bij het gesprek van destijds, met gesprekspartners uit het heden. Ik vind niet dat we leeruitspraken van het verleden moeten verheffen tot absolute waarheid, maar je moet je er wel toe verhouden, als je vandaag wilt nadenken over wie Jezus was.’ (Roffel)


Om Chalcedon te begrijpen is het nodig te weten dat er in die tijd een sterke opvatting heerste, met name in Constantinopel en Antiochië, dat de twee kanten van Jezus, de goddelijke en de menselijke, sterk van elkaar onderscheiden konden worden. Men zag in Jezus een groeiproces, waarbij het menselijke zich in zijn leven steeds meer naar het goddelijke heeft gevoegd. Wie deze opvatting niet deelden waren bang dat Jezus zo in twee personen werd opgesplitst. Zij beklemtoonden vooral diens eenheid en gingen er vanuit dat die al vóór de geboorte, bij de conceptie, tot stand was gekomen. Vertegenwoordigers van deze stroming waren vooral in Alexandrië te vinden. (Trouw)


geurt-roffel Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen koos Geurt Roffel (foto) voor de hoofdtitel ‘En wie ben ik volgens jullie?’ omdat daarmee het uitgangspunt een persoonlijke vraag van Jezus aan een gemeenschap van mensen is; Jezus stelde deze vraag immers aan zijn leerlingen.

Dat vraagt zowel om een individueel antwoord, als om verbinding van dat antwoord met anderen die ook antwoorden op de vraag.’ (Roffel)

Bij elk van de zes christologen geeft Roffel, volgens De Reus, weer hoe hij hun interpretaties van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’ aan de hand van Gadamer ofwel Derrida heeft geanalyseerd, en wat zijn kanttekeningen daarbij zijn.

De manieren waarop beide filosofen teksten interpreteren, hebben volgens Roffel hun sterke en zwakke punten – die komen in zijn proefschrift aan de orde – maar helpen hem om in het slothoofdstuk resultaten uit de eerdere hoofdstukken bijeen te brengen en te structureren tot een coherente eigen visie op de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’.’


Dat Jezus een ‘wezenseenheid’ met God is, zoals Chalcedon verwoordt, betekent een ‘vergaande verbondenheid’ tussen Jezus en God, aldus Roffel. Hij vindt Chalcedon een geslaagde poging om het geloof in Jezus Christus te belijden, omdat in deze verbondenheid ‘twee onverenigbare uitersten’ zijn samengekomen. ‘Enerzijds worden God- en mens-zijn niet vermengd, noch veranderd en staan zij op zich. Anderzijds zijn ze zo hecht verbonden dat ze niet te scheiden zijn en ook niet te delen. De afstand is zowel onoverbrugbaar groot als onvoorstelbaar klein.’ (vroegekerk.nl)


Toen Roffel Derrida’s werkwijze navolgend, met veel afstand naar de verschillende visies keek, zag hij waar hij zich te gemakkelijk door elk van de christologen had laten overtuigen.

Ik bekeek welke alternatieven zichtbaar werden als ik er met meer afstand over nadacht en moest mezelf dwingen om mijn voorbehoud onder woorden te brengen en te beargumenteren, en tegen de theologen in te denken. Zo ontstaat ruimte voor een eigen visie, die ik in het slothoofdstuk uitwerk. Het mooie aan het hele proces vind ik dat juist pluraliteit kans biedt op verbinding, omdat iedereen in gesprek eigen visies kan ontwikkelen.’ (Rijksuniversiteit Groningen)

enwienenikvolgensjullie

Het prettige van Roffels studie vindt De Reus zijn inclusieve manier van denken: hij ziet geen enkele reden om neer te kijken op de christelijke traditie der eeuwen en de vroege concilies, maar hij neemt ook hedendaagse vragenstellers serieus. Bij die vragenstellers hoort hijzelf ook, zoals hij in de inleiding van zijn boek aangeeft.

De Reus vindt het opvallend hoezeer dit door het hele boek een persoonlijke toonzetting oplevert. ’Ik wilde niet alleen op een rijtje zetten wat die zes theologen vinden’, licht Roffel toe. ’Het schrijven van mijn boek was voor mij in zekere zin een oefening in ‘overgave’ aan een ander, aan denkbeelden en inzichten die mij worden aangereikt.’

En tegelijk wilde Roffel, volgens De Reus, zich ‘overgeven’ aan datgene wat je niet begrijpen kunt. Met die persoonlijke toon sluit Roffel zijn boek ook af. Jezus leefde in zo’n unieke verbondenheid met God, constateert hij, dat hij 2000 jaar na dato nog steeds door vele christenen wordt aangeduid als de Zoon van God. ‘Ook door mij’, besluit Roffel.

Zie:
Is Jezus de zoon van God, of was hij een bijzonder mens? (Tjerk de Reus)
* ‘Met meer tijd had Nestorius Chalcedon kunnen accepteren’ (De Vroege Kerk)
* En wie ben ik volgens jullie? (Rijksuniversiteit Groningen) 

Beeld: Het Vierde Oecumenische Concilie in de Sint-Eufemiakerk in Chalcedon, 451 – Een schilderij door Vasily Surikov

Foto Geurt Roffel: Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Update: 25 06 2019