Goden en mensen in de oudheid

Pintura_roamana-_Marte_y_Venus

‘Religie was in de oudheid niet gestoeld op één enkele theorie die door alle gelovigen onderschreven diende te worden. Er was in plaats daarvan een levendige competitie tussen verschillende ideeën en theorieën over de goden. Feitelijk is er ook in onze tijd natuurlijk geen sprake van één enkele theorie. Ook nu strijden gelovigen met elkaar over de juiste invulling. Misschien is het verschil met de oudheid, dat destijds ideeën naast elkaar konden bestaan, waar mensen nu geneigd zijn te denken dat de eigen theologie de enig juiste is.’

Bovenstaande zegt theologe Helene Timmers, in een recensie in Volzin, van Leven met de goden – Religie in de oudheid, van historica Inger N.I. Kuin, onderzoeker en docent Oude Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het religieuze leven in de klassieke oudheid werd gekenmerkt door meer fascinerende tegenstellingen. Ruimte voor verandering en de afwezigheid van dogma gingen gepaard met een grote nadruk op het correct uitvoeren van religieuze gebruiken. Een hoge mate van religieuze diversiteit en tolerantie ging hand in hand met hevige debatten over wat ‘correcte’ religie was en wat bijgeloof. De cultus van een nieuwe, ‘geïmporteerde’ godheid kon in korte tijd opbloeien, terwijl sommige heilige plaatsen of festivals honderden jaren lang belangrijk bleven. Hoe kunnen wij vanuit de moderne tijd deze complexe materie het beste benaderen, en hoe gingen mensen in de oudheid zelf met deze contradicties om?’ (Volzin)

Timmers zegt dat we het tegenwoordig heel belangrijk vinden dat iemand ‘het juiste’ gelooft. In de oudheid daarentegen was het juist heel belangrijk om de correcte rituele handelingen te verrichten. Voor degenen die denken dat het juiste geloof in de oudheid niet belangrijk was, omdat het geloof in goden destijds vanzelfsprekend was, heeft historica Inger Kuin een hoofdstuk in Leven met de goden toegevoegd over twijfelaars, critici en ongelovigen. Ook 2.000 jaar geleden deden zij van zich spreken.


Het is weinig verrassend dat we in de klassieke oudheid geen term aantreffen die we kunnen vergelijken met het ‘ietsisme’, maar de categorieën atheïst en agnost zijn eveneens lastig om terug te vinden in de context van antieke religie. Het woord ‘atheïst’ komt van het Griekse woord atheos, wat letterlijk ‘apart van god’ betekent. Toch werd de term aanvankelijk vaker gebruikt om mensen te beschrijven die de verkeerde god of goden vereerden, dan mensen die het bestaan van welke god dan ook ontkenden. Het woord ‘agnost’ heeft etymologisch gezien Griekse wortels – het is verwant aan het werkwoord gignōskō, dat ‘weten’ betekent – maar de benaming heeft in specifiek religieuze zin geen parallel in de oudheid.’ (Uit: Leven met de goden, § 8: twijfelaars, critici en ongelovigen) 


Overal goden heet het tweede hoofdstuk waarin Kuin de stamboom van de klassieke goden schetst en een bonte stoet aan goden langs paradeert. Zoals eerder religie, vindt Timmers, blijkt ook god een moeilijk te definiëren concept: ‘Ruimdenkend waren de mensen in de oudheid wel: in het overzicht van Atheense goden is ook de ‘god van de vreemdelingen’ opgenomen. Kom daar nu nog maar eens om!’


Na de vermelding van theos xenikos (god van vreemdelingen) zijn vijf letters weggevallen. Het is dus niet duidelijk of het hier gaat om een beschermgod van vreemdelingen en gasten, aangehaald bijvoorbeeld in Plato’s Leges (879e), of om een specifieke uitheemse god wiens naam we niet meer kunnen achterhalen. (Uit: Leven met de goden, § 2: Overal goden)


IngerKuin

In de inleiding van Leven met de goden vraagt Inger Kuin zich af of er wel religie was in de oudheid en vindt de vraag wat de Romeinen en Grieken eigenlijk geloofden erg moeilijk te beantwoorden. Hiervoor haalt ze de invloedrijke antropoloog Clifford Geertz erbij met zijn boek The Interpretation of Cultures (1973), hoewel Geertz volgens Kuin nog steeds een bepaalde vorm van ‘geloof’ vereist als onderdeel van religies, terwijl bijvoorbeeld in de oudheid religieuze handelingen vaak juist veel belangrijker waren. Ook Religion Explained (2001) van Pascal Boyer wordt er door de historica bijgehaald. (foto: metdeneusindeboeken.blogspot.com) 


Het menselijk brein is door evolutie zo gevormd dat het van nature geneigd is religieuze concepten te genereren en door te geven. Omdat voor hem religieuze concepten sowieso universeel zijn maakt hij zich niet druk over een definitie. Deze benadering roept echter onmiddellijk de vraag op hoe ons brein dan toch in staat is tot twijfel, ongeloof en atheïsme. Hier heeft Boyer tot nu toe nog geen bevredigend antwoord op geformuleerd. (Uit: Leven met de goden, § 2: Overal goden)


Volgens Timmers heeft Kuin tussen de regels door over hedendaags geloof en moderne theologie ook het een en ander te melden, want door het klassiek gedachtengoed naast hedendaagse ideeën te zetten, krijg je volgens haar wel scherper oog voor de eigenaardigheden van onze huidige tijd.

In hoofdstuk over twijfelaars, critici en ongelovigen zegt Kuin dat we zullen zien dat er wel degelijk allerlei schakeringen waren tussen wel en niet in de goden of in ‘iets’ geloven, maar de scheidslijnen tussen de verschillende opvattingen hielden verband met de filosofische scholen en werden niet op zichzelf gedefinieerd en afgebakend.


De afwezigheid van hokjes in dit opzicht ging gepaard met levendige inhoudelijke debatten over wie of wat de goden waren en wat ze voor ons kunnen betekenen. De eerste sporen van deze debatten vinden we terug in vroege kritieken op de manier waarop de goden zijn weergegeven in de poëzie van Homerus en Hesiodus, waarmee het belang van deze werken binnen de antieke religie wordt onderstreept. (Uit: Leven met de goden, § 8: twijfelaars, critici en ongelovigen) 


levenmetdegoden

Bron: Leven met de goden. Religie in de oudheid | Amsterdam University Press B.V., Amsterdam 2018 | ISBN: 9789462984806 | 05-03-2018 | 172 pag. | € 14,99 | /9200000090807648/ | E-book: € 6,99 | Van twijfelaars tot fanatieke gelovigen die de nacht in de tempel doorbrengen, in de hoop op een bezoekje van de god – ook in de oudheid had je religieuzen in alle soorten en maten. Met vlotte pen brengt Inger Kuin de antieke religie tot leven, waarbij ze ook oog heeft voor de vroegste filosofische kritieken op mythologie en religieuze praktijken. (Joke J. Hermsen)

Zie ook: Inger N.I. Kuin: Leven met de goden. Religie in de oudheid (Volzin)

Beeld: Mars en Venus van het Huis van Mars en Venus (Casa de Marte e Venere), Pompeï (muurschildering), Romeins, (1e eeuw n.Chr.) / Museo Archeologico Nazionale, Napels, Italië

About Paul Delfgaauw

‘Zinzoeker’ Paul Delfgaauw, sinds september 2014 student Religiestudies – richting Media & Cultuur; sinds 2016: Vrije studierichting – aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (voorheen HGU), verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Verwacht begin 2019 afgestudeerd te zijn. ------- Momenteel werkt hij aan zijn eindexamenscriptie ‘Het draagbare Joodse vaderland’, zoals de Duitse dichter, van Joodse afkomst, Heinrich Heine (1797 – 1856) de geschriften omschreef die de Joden in de diaspora eeuwenlang veel structuur en samenhang hebben gegeven. Deze zorgden ervoor dat, hoezeer de Joden ook verspreid waren over de aarde, een gedeelde Joodse identiteit kon voortbestaan. ------- Vanaf de eerste dag dat op de lagere school in de catechismusles de vraag werd voorgelegd waartoe de mens op aarde is, werd dat het zingevend en -zoekend levensthema. Grasduinen door boeken, tijdschriften en kranten en later de digitale media met verhalen over Meer – met het innerlijk weten dat God, De Eeuwige, het Al, op Zijn wijze deel uitmaakt van al het leven. ------- Op kritische wijze wordt zin en onzin van religie en filosofie beschouwd en eveneens het gedachtegoed van ‘niet-religieuze’ levensbeschouwingen. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd toenemend stof tot nadenken over goden en mensen, en hun zoektocht naar elkaar. ------- Dit blog staat niet bol en vol van de 'eigen mening’, maar vooral van wat tot nadenken stemt. Minder toegankelijke stof wordt wat toegankelijker gemaakt door samenvattingen en/of doorverwijzingen naar relevante links, zo nodig aangevuld met passende en aanvullende teksten van anderen.

23 Responses

  1. Valentiniaan,
    De ene mens heeft andere capaciteiten dan de andere doordat er kleine verschillen zijn in het DNA van ieder mens. Het DNA verschil tussen een mens en bv een leeuw is veel groter. Niet de DNA string verschilt maar de onderdelen daarvan die actief zijn. Het DNA bepaalt heel veel in samenwerking met het geheel.
    De verre voorouders beïnvloeden ons denken door overlevering die ons door de omgeving aangereikt wordt.
    Informatie is wat de zintuigen waarnemen en door de hersenen opgeslagen wordt.
    Door het verschil van DNA is de ene mens in staat meer en/of sneller informatie op te slaan. Daardoor is de ene mens verstandiger dan de andere en is de ene mens beter als bv medicus en dan ander beter als bv schrijnwerker of boekhouder.
    Het DNA is geen drager van kennis uit het verleden.

    Like

  2. @Jan,

    Onzin!, dat kun je wel in chocolade letters gaan typen (dat is trouwens schreeuwen) maar dat doet verder weinig afbreuk aan het feit dat het slechts conform jouw eigen zienswijze zo in elkaar steekt..

    Natuurlijk mag een ieder hier zijn eigen stelligheden die hem aanspreken hier wel poneren.
    Maar de manier waarop jij het doet maakt een verdere discussie volstrekt overbodig.

    Waar de menselijke geest echt op steunt kun je wel een hele filosofische boom over opzetten maar dat weten we in feite niet echt.

    Daar zou je ook een heel scala van wetenschappelijke visies op los kunnen laten. Dus vanuit verschillende invalshoeken.
    De boel gaan simplificeren schiet niet echt op.

    Wat dat betreft is het ook wel interessant om het debat nature versus nurture te volgen.

    Ergo in deze heeft eigenlijk niemand de wijsheid echt in pacht.

    Houd dat vast, Jan.;-)

    Like

  3. @Armand schrijft:

    1. “De ene mens heeft andere capaciteiten dan de andere doordat mensen nu eenmaal verschillen.”
    Dat lijkt mij een drogreden van het type: cirkelredenering.

    2. “Het DNA bepaalt de hardware.”
    Het enige wat DNA codeert zijn eiwitten. Onbekend is op grond waarvan op een zeer bepaalde plaats zeer bepaalde eiwitten uit die eindeloze reeks coderende genen wordt “gestempeld” Bijvoorbeeld in de nier ontstaan niercellen en geen levercellen. En…..zonder het protoplasma leeft het niet. De film Jurassic Park klopt niet. Het dinosaurus DNA kan helemaal niets zonder het ‘-levende-‘ dinosaurus protoplasma.
    conclusie: het DNA bepaalt niets.

    3. “De software van de verre voorouders hebben geen enkele invloed behalve de principes en cultuur die van ouders en cultuurgemeenschap op kinderen doorgegeven worden.”
    Ik ben het met je eens dat de “erfelijkheid” (niet software noemen joh!) overdracht is van ouders op kinderen. En dat daarin o.a. ook “karma” van de cultuurgemeenschap een rol speelt.
    Maar je zal het met me eens zijn dat dit principe van erfelijkheid bij de ouders verkregen is van de grootouders. enz enz het verleden in. Dus ook “arche” typisch.
    Het gaat hier over “Goden en mensen” in de oudheid door Inger Kuin. Je kan nalezen dat ze dat goed bestudeerd heeft in onze cultuur. Daarmee lijkt me duidelijk dat deze overerfelijkheid duizenden jaren binnen een cultuur terug gaat.
    in mijn eerste opmerking hier van 29 juli 2018 at 11:10 geef ik dat al aan: het zou leerzaam zijn, meerdere cuturen naast elkaar te bestuderen.

    Like

  4. Zwerver

    https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/20/heel-het-heelal-is-informatie-6303827-a1542233

    Natuurkundigen en mystici ontmoeten elkaar steeds vaker. Maar wat informatie nu precies is weet men niet. Mijn bewustzijn krijgt informatie wel lokaal, maar is zelf niet lokaal. Bewustzijn neemt informatie waar: ik heb Jan zijn reactie gelezen en beschik nu over die informatie welke lokaal op Paul’s blog ligt opgeslagen.

    Uit de Akasha kroniek weten we ook dat informatie nooit verdwijnt. Mijn hele leven ligt daar opgeslagen, het is alleen niet direct toegankelijk voor mij (Voor mijn bewustzijn).

    Je zou kunnen zeggen dat kennis verwerven niet mogelijk is. Datgene wat we waarnemen ontstaat juist door het waarnemen. Je neemt de interactie waar tussen jezelf en het heelal, waarbij de interactie de informatie is. Welke ook niet verloren gaat, maar wordt opgeslagen. Zo groeit op levende wijze dat wat we ‘heelal’ noemen.

    Nu ook de natuurkunde het langzamerhand met me eens begint te worden dat het heelal mentaal (informatie) is, kan ik me afvragen of mijn eigen persoonlijke geheugen ook niet onderdeel is van datzelfde heelal. Meer dan 99,9% van mijn eigen leven weet ik immers niet meer, maar het heeft degene die ik ben (bezieling) wel gevormd. En soms komen flarden zomaar weer boven.

    Maar het blijft leuk dat iemand als theoretisch fysicus Erik Verlinde van de Universiteit van Amsterdam op hetzelfde spoor zit als de goden en mensen uit de oudheid!

    Liked by 1 persoon

  5. Jan,
    Sorry, maar ik vrees dat ik het niet volledig eens ben met je standpunt. De mens wordt geboren als een computer zonder software. Het DNA bepaalt de hardware. De ene mens heeft andere capaciteiten dan de andere doordat mensen nu eenmaal verschillen. De capaciteit van de hersenen verschilt, de lichaamsbouw bv verschilt ook.
    Het is door de zintuigen dat bv de hersenen software opladen. De ouders kunnen bepaalde principes door woord en daad overbrengen op hun kinderen. De software van de verre voorouders hebben geen enkele invloed behalve de principes en cultuur die van ouders en cultuurgemeenschap op kinderen doorgegeven worden.

    Like

  6. Jan

    @Egbert die haalt mij aan: “@Jan: De geest steunt op de onbewuste archetypische informatie.”
    en vraagt dan: “Is dat wel zo?”
    Mijn antwoord is: Ja, Egbert, dat is zo!

    Je mag het ook karma noemen, en je mag ook de DNA informatie erbij nemen (dat heeft ook hele oude genen, maar is in principe alleen maar een stempeldoos om eiwitten te produceren, meer niet). Het is “oude informatie”.

    Het valt niet te ontkennen dat de levende geest -in de tijd- gebruik maakt van informatie uit het verleden. En wel van zeer oude informatie. “zeer oud” (of begin) daar gebruikt men het woord “arche” voor. (net als bij archeologie)

    Een archetype (Grieks: αρχη begin, bron) is een oermodel dat ten grondslag ligt aan latere varianten. Wikipedia..

    Nu kunnen we wel eindeloos gaan bekvechten over woorden, en wat Jung wel of niet eronder verstaat en wat Adler en wat Freud heeft gezegd. Maar dat heeft geen zin volgens mij:

    ik bedoel niet meer te zeggen dat op een kinderlijke manier, dat de geest als het ware een oud stempeltje als uitgangspunt gebruikt om een nieuw mens te stempelen. En dat gebeurt onbewust. Dat zal duidelijk zijn: houd jij je dan wel “bewust” bezig met bijvoorbeeld je spijsvertering en je cel en DNA reparatie en vervanging of je aandriften die in de oude cultuur zijn ontstaan? Nee: dat gaat allemaal onbewust.

    Ik zeg toch iets dat bijna evident is toch? De geest steunt op de onbewuste archetypische informatie. Niks mis mee en dat is gewoon zo.

    Liked by 1 persoon

  7. jelle vd wal

    Ik keek hier in geen tijden, maar nu ik dit zie, toevallig las ik net
    Michel Rostovtzeff, ‘Geschichte der Alten Welt, zweiter Band, Rom’, Bremen 1961 (The History of the Ancient World)
    Michel Rostovtzeff, ‘Geschichte der Alten Welt, erster Band, Der Orient und Griechenland’, Bremen 1961 (The History of the Ancient World)
    uiterst boeiend te lezen hoe machthebbers gebruik maakten van religies.
    De schrijver maakt een onderscheid tussen burgers en onderdanen.
    De laatste categorie uit de Orient, waar de overheid legitimiteit ontleende aan de religie, de eerste uit de Griekse stadstaten, waar de overheid alleen gelegitimeerd was als uitvoerder van de volkswil.
    Demokratie stond zo tegenover godsdienst.
    De demokratie legde het loodje tegenover de op religie gebaseerde machten.

    Like

  8. Of het in oudheid altijd peis en vree was tussen de verschillende religieuze strekkingen weet ik niet. Er is altijd strijd om de macht en dus om rijkdom geweest. Dat men daarvoor op religie beroep moest doen is nooit een bezwaar geweest. Ook nu is er een verbeten strijd om de macht tussen soeniten en sjiieten. Nochtans zijn die allebei erfgenamen van Mohamed.

    Like

  9. @Jan: De geest steunt op de onbewuste archetypische informatie.

    Is dat wel zo?

    Deze bewering berust op de hypothese van het collectieve onbewuste van Jung, (ik heb zijn biografie gelezen) Freud en Adler hadden daar weer een geheel andere visie op.

    Vreemd dat men als maar meteen als zoete koek aanneemt.

    Like

  10. Zwerver

    Armand, voor mij is de zondeval werkelijkheid. Het verhaal van Adam en Eva is slechts een metafoor voor de eerste denkende mens. Door het denken zélf ontstond kennis van goed en kwaad en daarmee de eigen wil en zelfbewustzijn.

    Like

  11. Jan

    @Armand
    fabeltjes/ mythes uit de oudheid of sprookjes en mythen die nog levend zijn, die zijn in een bepaald opzicht veel werkelijker dan de fenomenale zintuiglijke wereld. Ze werken op de geest. De geest is primair, de stof is secundair. De geest steunt op de onbewuste archetypische informatie. De sprookjes en de mythen maken die kennis manifest. Dat merk je al bij kinderen die ademloos luisteren naar sprookjes: de ziel (bezieling) wordt dan opgebouwd.

    Like

  12. Jan

    Armand, een beeld is een beeld. Een “gelijkenis” wordt even later in dat geloofsgebod gezegd. Een denkbeeld is ook een gelijkenis, maar dan in gedachte en dus een echt bestaand beeld. Want ideeën en gedachten, voorstellingen hebben de kracht in zich te verwerkelijken. Een gedachtebeeld is zelfs een gevaarlijker beeld dan een gebeeldhouwde of gesneden beeld. Bij de “beeldenstorm” heeft men de stenen beelden vernietigd. Helaas, kreeg men een rationalistisch dogmatisch denkbeeld er voor terug. De versplintering van de protestantse kerk was het gevolg: ieder kreeg zijn eigen kleine dogmatisch denkbeeldje. Want de rationaliteit verdeelt alles: dus ook het “denk” beeldgeloof. En het rijke roomse (devoot) leven is helaas een tijdje later opgedroogd door de invloed van de verscheurende ratio.

    Je hebt dus toch wel gelijk Armand, door deze beelden “hypothetisch” te noemen. Maar daarmee bewijs je dus dat de gelovigen inconsequent met hun geloofsleer omgaan. En dat wilde ik graag vaststellen, door advocaat van de duivel te zijn. Het grote gevaar van hypothetische beelden.

    Like

  13. Zwerver

    @Armand

    God is degene geweest die de mens het paradijs uit heeft gesmeten. De mens at van de boom van kennis van goed en kwaad en verkreeg zo vrije wil en zelfbewustzijn. Met die vrije wil schiep de mens zichzelf een God, welke hij als object (beeld) kénde. God moet in een deuk hebben gelegen. Natuurlijk gaf Jezus geen bepaling van God, hij was wel wijzer. Jezus had wel door dat de weg naar het paradijs een weg terug is. Bewustzijn is alleen mogelijk als er ken-objecten zijn. Door de kenobjecten ontstaat er tevens zélfbewustzijn. Door die ‘zelf’ tot ken-object te maken ontstaat er gedachtenvrij waarnemen: de mens neemt zichzelf waar. Dan zit je al behoorlijk dichter bij God dan als je je een beeld vormt van God.

    Ik denk dat men in de oudheid over het algemeen meer kennis van God had dan tegenwoordig. Juist omdat men dogma’s vermeed. Dat betekent ook dat er veel onzin wordt verkondigd, maar wat geeft dat?

    Like

  14. Jan

    @Armand.
    Inger Kuin promoveerde in New York op een proefschrift over religie en humor in de oudheid. Dus (gezien het onderwerp ‘humor’} neem het allemaal niet te serieus.

    Wat betreft je opmerking citaat: “Vermits alle beelden die de mens zich over god(en) vormt….” Daar hoef je je al helemaal geen zorgen om te maken, dat mogen de gelovigen niet……citaat:

    “Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.”

    Like

  15. Vermits alle beelden die de mens zich over god(en) vormt hypotheses zijn en nog nooit door iemand bewezen zijn, is alles wat uit die hypotheses voortvloeit ook hypothetisch. In de westerse wereld steunen veel mensen zich op de uitspraken van Jezus. Die heeft nooit een bepaling van god gegeven. Alle beelden die geestelijke leiders hun volgelingen voorspiegelen zijn dus hypothetisch.

    Like

  16. Jan

    Ik verbaas me in zeer hoge mate over de volgende alinea. Ik weet niet wie Boyer is. En ik weet niet of er in het boek tegen hem wordt afgezet. Maar de gedachtegang wordt wel serieus genomen; door er serieus op in te gaan…citaat:

    “Het menselijk brein is door evolutie zo gevormd dat het van nature geneigd is religieuze concepten te genereren en door te geven. Omdat voor hem religieuze concepten sowieso universeel zijn maakt hij zich niet druk over een definitie. Deze benadering roept echter onmiddellijk de vraag op hoe ons brein dan toch in staat is tot twijfel, ongeloof en atheïsme. Hier heeft Boyer tot nu toe nog geen bevredigend antwoord op geformuleerd.”

    Hoe is het mogelijk dat deze reductionistische materialistische swaabïstische opvatting… “(Uit: Leven met de goden, § 2: Overal goden)” komt???

    Als je “leeft met goden, § overal goden” dan leef je niet met opvattingen van de “evolutie-theorie” als toevallige oorzaak van de verschijnselen van het leven. Noch met het idee dat het menselijk brein een soort “mannetje*” is. Een mannetje* dat zich druk zou kunnen maken over een definitie, of dat überhaupt kan twijfelen en kan geloven of niet geloven, of de notie van atheïsme zou kunnen hebben. Dat is meegaan in de “homuncules*” waangedachte van Descartes.
    De waanzin van de verklaring van de zinloze eindeloze herhalingscylus, van een mannetje* in een mannetje* in een mannetje* ad inf. Het trachtte kapotmaken van de geestl, of de scheiding tussen geest en lichaam.
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Homunculus_(psychologie)

    Leven met goden is de goden kennen als aspecten van je eigen wezen. Vele goden zijn symbolen voor psychologische eigenschappen die leven in het eeuwige NU.

    Fysiologische of neurologische oorzaken zijn bij de vraag naar de zin van een handeling volledig irrelevant. zei Ludwig Wittgenstein.

    Like

  17. Zwerver

    Het menselijk brein is door evolutie zo gevormd dat het van nature geneigd is religieuze concepten te genereren en door te geven. Omdat voor hem religieuze concepten sowieso universeel zijn maakt hij zich niet druk over een definitie. Deze benadering roept echter onmiddellijk de vraag op hoe ons brein dan toch in staat is tot twijfel, ongeloof en atheïsme. Hier heeft Boyer tot nu toe nog geen bevredigend antwoord op geformuleerd.

    ——————————

    Allereerst wordt waarschijnlijk met ‘brein’ het denken bedoelt. Boyer zou kunnen nadenken over het denken. Wie zijn eigen denken bekijkt, die ziet dat denken mogelijk is dankzij de tegenstellingen. Juist door het bestaan van de twee (dualiteit) is onderscheid maken mogelijk. Door het proces van denken ontstaat een denkbeeld. De volgorde is dus: —–>twee/tegenstellingen/dualiteit——->denken———>denkbeeld.

    Wie het denkbeeld tot dogma verheft (eigenlijk verlaagd) die keert terug in de dualiteit. Immers, een dogma is een tegenstelling van iets anders. Een dogma is één enkele theorie die door alle gelovigen onderschreven diende te worden. Dat vinden we terug in het westers denken. Ook al zijn we ontsnapt aan het christendom, de wijze van denken, daar zijn we nog mee doordesemd. Dogmatisch denken is als lopen op één been. Wie doet dat nou?

    In feite kan natuurlijk het éne denkbeeld prima naast de andere bestaan. Waarom zou ik me druk maken over de mentale processen in mijn medemens? In religie/filosofie gaat het uiteindelijk om zelfverwezenlijking. Dat zaken naast elkaar kunnen bestaan zien we ook terug in het bestaan van man en vrouw. Er zal toch niemand zijn die wil beweren dat we zonder mannen of zonder vrouwen kunnen? Het verschijnsel man/vrouw is in feite een tweeheid die ook een eenheid is.

    Wat verwezenlijk je dan? Iemand die de eenheid binnen de twee vind.

    Like

  18. Carla

    Lijkt me een reuze interessant boek.

    Het heeft me, voor nu, weer eens aan het snuffelen gezet. En gaande weg krijg ik een beetje medelijden met die Ene God. Die het allemaal maar in zijn/haar eentje moest doen, en soms nog. 😉

    Like

  19. Jan

    Jammer dat het beperkt is tot onze westerse cultuur.
    Bijvoorbeeld de opmerking:
    “Timmers zegt dat we het tegenwoordig heel belangrijk vinden dat iemand ‘het juiste’ gelooft. In de oudheid daarentegen was het juist heel belangrijk om de correcte rituele handelingen te verrichten.”

    Ik heb geleerd op een cursus Hindoeïsme, dat deze houding heden ( dus NU ) in India algemeen gebruikelijk is. De leraar sprak over het ontbreken van doctrines (orthodoxie) maar het beleven van de precieze religieuze praktijk (orthoparksie)

    De notie dat het “beleven” van de “goden” op gespannen voet staat met de theologie: de “schriftgeleerden” lijkt me niet te ontkennen. Het is mijns inziens de tegenstelling (juist) voelen en (onjuist) denken. Maar dat leer je dus niet alleen uit de westerse geschiedenis.

    de opmerking:
    “Volgens Timmers heeft Kuin tussen de regels door over hedendaags geloof en moderne theologie ook het een en ander te melden, want door het klassiek gedachtegoed naast hedendaagse ideeën te zetten, krijg je volgens haar wel scherper oog voor de eigenaardigheden van onze huidige tijd.”

    zou ik graag aanvullen met:
    Door de niet westerse culturen zoals in Indië naast hedendaagse westerse dogmata en ideeën te zetten, krijg je volgens Jan een scherper oog voor de eigenaardigheden van onze cultuur in de huidige tijd.

    Liked by 1 persoon

Reacties zijn gesloten.