Wie zijn wij, de mens?

Frank-Westerman-wij-de-mens-header

‘Wat ís de waarheid? Liepen wij ooit als aap over deze aarde of zijn wij geschapen naar Gods evenbeeld? Religie en wetenschap hebben, zeker in de zoektocht naar de oorsprong van de mens, met elkaar op gespannen voet gestaan. Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven.’ Filosofe Andrea Reuvers, Universiteit Utrecht, schreef voor iFilosofie een reportage over Wij, de mens van Frank Westermans.

De waarheid omtrent de oorsprong van de mens willen achterhalen: een behoorlijke opgave, gedurfd en gedoemd te mislukken. Frank Westerman waagt een poging door met pen en papier in het leven van de overledenen te duiken en een antwoord te zoeken op de vraag ‘wie zijn wij, de mens?’ (Reuvers)

Volgens Reuvers onderscheidt het boek zich van literaire romans over de oorsprong van de mens door het karakter: het is geen fictie, maar een reportage van onderzoek.

‘[Wij kunnen als mens] niet tegen de werkelijkheid op fantaseren. […] De ruwe grondstof die de realiteit aanreikt vind ik zo barok dat ik geen behoefte voel om er nog een krul aan toe te voegen.’ (Westerman)

Reuvers springt heen en weer mee in de tijd in de meeslepende geschiedenis van de mensheid, ze vliegt mee; hangt aan zijn lippen, op zoek naar de waarheid, zich tegelijk afvragend: ‘Wat ís de waarheid?’

Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven. De opgravingen van onze mensachtige voorouders lijken bewijsstukken-tegen-de-schepping, maar toch zochten (juist) de gelovigen mee naar de tussenvorm tussen aap en mens: de missing link.’ (Reuvers)


‘Allemaal slaan we verwoed met onze staart op het water, maar anders dan de walvis menen wij mensen dat ons spetteren ertoe doet.’ (Uit: Wij, de mens)


Wie een poging waagt te omschrijven, zegt Reuvers, wie ‘wij’ zijn, heeft een ‘zij’ nodig.

Zij’ kan gevonden worden in culturen die wij minder humaan vinden: stammen die dichter bij de natuur staan, of mensen uit culturen die ‘onze’ morele normen en waarden niet delen.’

Reuvers vertelt dat de presocraticus Protagoras ruim 2400 jaar geleden al wist dat wij onszelf als maatstaf nemen., en zegt dat Westerman dan ook concludeert dat de mens ‘de afwijking’ is. En dat hij alleen zichzelf heeft uitgeroepen tot de norm.

‘[Tevens zijn wij er] als enige in geslaagd de planeet, de dampkring, zo zwaar te vervuilen dat we eraan doodgaan. […] [O]nze soort [beschikt] over het destructieve vermogen om het leven op aarde – met één druk op de knop – uit te roeien. Toegegeven, ik vínd mensen bijzonder. […] Welkom in het antropoceen.’ (Westerman)

De filosofe vraagt zich ook af hoe we omgaan met vondsten die niet aansluiten bij het gevormde beeld dat we nu van de mens hebben. Door in de geschiedenis van de mensheid te duiken, duik je in de geschiedenis van jezelf. Hij houdt de lezer, bewust of onbewust, continue een spiegel voor.


Wij, de mens sleept de lezer mee in een ongewone, onverwachte reis naar wie wij mensen zijn.’ (filosoof Hans Achterhuis)


De zoektocht naar ‘wie wij zijn’ heeft aangetoond dat we gedoemd zijn te blijven herzien wat we denken te weten. Kennis is relatieve kennis en elke beschrijving heeft een open einde; het is de start van iets nieuws.’ (Reuvers)

Nadat Reuvers het boek dichtgeslagen heeft vraagt ze zich af, in twijfel achtergelaten, gedwongen een stap naar achteren te zetten als de schilder van zijn doek: ‘wie ben ik?’

Zie: iFilosofie

Beeld: Lees Magazine bolcom

De verloren wijsheid uit religies

Karen Armstrong2017FPA

Eind deze maand verschijnt van Karen Armstrong: De verloren kunst van de heilige geschriften. Op 2 juli in Amsterdam geeft zij de lezing De verloren wijsheid uit religies in de Oude Lutherse Kerk. Volgens Armstrong schiet de uitleg van heilige geschriften tegenwoordig flink tekort. Arrogantie, intolerantie en ook geweld worden gerechtvaardigd door naar deze teksten te wijzen. ‘De Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden’. Armstrong stelt dat dit ver af staat van hoe de teksten ooit bedoeld waren.

De heilige geschriften waren altijd een middel voor mensen om hun materiële bestaan te ontstijgen en in aanraking te komen met het goddelijke. In onze seculiere samenleving hebben de teksten deze unieke functie verloren om een meer praktische toepassing te krijgen: de Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden.

Karen Armstrong signaleert ten opzichte van de heilige geschriften een groot onbegrip, wat volgens haar de hoofdoorzaak is van de huidige religieuze geschillen in de wereld. Weloverwogen en deskundig pleit ze voor een terugkeer naar de oude interpretatie van de religieuze teksten als basis van een betekenisvol en empathisch wereldbeeld. Armstrong wijst ons de weg bij het beteugelen van de arrogantie, de intolerantie en het geweld die het gevolg zijn van de gebrekkige hedendaagse uitleg van de heilige geschriften.’ (Samenvatting: De Bezige Bij)

Karen Armstrong (1944) is een van de meest geliefde auteurs op het gebied van religie. Nadat ze zeven jaar als non in een klooster woonde, verliet ze de orde om Engels te studeren in Oxford. Armstrongs oeuvre omvat bestsellers als Een geschiedenis van God (1993)De strijd om God (2001)Islam (2004)De wenteltrap (2003), Compassie (2011) en In naam van God (2014).

Gevaarlijk? Achterhaald? Onderdrukkend? Dit is hoe we tegenwoordig vaak denken over religieuze teksten. Maar op 2 juli wijst de beroemde historica Karen Armstrong ons op de oorspronkelijke betekenis van de teksten. Kom erachter welke levenswijsheid te vinden is in heilige geschriften als de Bijbel, Koran en Thora.’ (The School of Life)

Lost art of Scripture | Karen Armstrong |2 July 2019 | 20:00 – 21:30 uur | Tickets €35,- via The School of Life | Voertaal: Engels

De verloren kunst van de heilige geschriften | Karen Armstrong | Verschijnt 27 juni | Luxe paperback| 496 pag. | €29,99 | ISBN: 978 94 031 6630 8 | E-book: € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Lost Art of Scripture | Vertaling: Bep Fontijn, Carola Kloos, Albert Witteveen

Gerelateerd: De verloren kunst van de heilige geschriften

Beeld: Karen Armstrong, 2017 Prinses van Asturië Award voor sociale wetenschappen, tijdens haar ontmoeting in de bibliotheek van het historische gebouw van de universiteit van Oviedo (Spanje). © FPA | Daniel Mora

Wel eens een rentmeester tegengekomen?

60761023_yorkminster_ap_hi014965148-620x348

Groene theologie was er al in Genesis: ‘De Heer God zette de mens in de tuin van Eden, om voor de tuin te zorgen’. In deze tijd lees ik: ‘Genees ‘s!’ En dan denk ik aan de aarde waar de mens rentmeesterschap over heeft. Rentmeesterschap? Daar doet de mens niet aan, de aarde lijdt daaronder. Theologie moet nu eerst zelf groen worden om dat rentmeesterschap vorm te gaan geven.

Volgens Calvijn heeft God, indachtig Genesis 2:15, de mens de aarde toevertrouwd onder voorwaarde dat we tevreden zijn met een zuinig en matig gebruik ervan, we moeten ervoor zorgen dat er wat overblijft:

Laat hij die beschikt over een akker, de jaarlijkse opbrengst daarvan zodanig gebruiken dat de grond geen schade lijdt door zijn verwaarlozing; maar laat hij zich inspannen om het te overhandigen aan zijn nageslacht zoals hij het ontvangen heeft, of zelfs beter.’ 

Gelukkig nu is daar de vrouw, want rentmeester Adam slaapt. Trees van Montfoort – onderzoeker, predikant en lid van de werkgroep Theologie en Duurzaamheid – is de naam van de nieuwe Eva in de Tuin van (H)Eden. Zij heeft een appeltje te schillen met de rentmeester. In Groene theologie (april 2019) schrijft Van Montfoort over duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie, en wil deze met elkaar verbinden. Heleen Zorgdrager, PThU, zegt er dit over:

Een rijpe vrucht van theologische reflectie en eruditie, in vruchtbaar gesprek gebracht met kerkelijke en maatschappelijke praktijken waarin je ademt en met de vele stemmen en bronnen die voor het vergroenen van de theologie van belang zijn.’ 

Op 10 mei vond in de Lutherse Kerk in Utrecht de studiemiddag en boekpresentatie van Groene theologie plaats. Daar stelde Zorgdrager dat Van Monfoorts boek urgent is, en dat dit alleen al blijkt uit krantenkoppen van de afgelopen week.

Een miljoen dier- en plantsoorten wordt met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?’ Naast de kop ‘Wordt Amsterdam een enclave voor de groene elite?’ lees ik ‘De ‘voedselwoestijnen’ rukken op’ – naam voor arme buurten in de VS die vergeven zijn van dollar stores waar alleen goedkope dumpvoeding en geen verse producten als groente, fruit of brood te koop zijn. Het illustreert je stelling dat het de armsten van de wereld zijn die het meest te lijden hebben onder achteruitgang van het milieu.’ (Zorgdrager)

De kritiek is niet mis. Volgens de cover van Groene theologie legitimeerde het christendom eeuwenlang uitbuiting van de natuur. Inderdaad kom je nergens ook maar één rentmeester tegen.

Duurzaamheid in kerken is vaak alleen een zaak van diaconie en kerkrentmeesters, en raakt niet het hart van geloven. Dat had niet zo hoeven zijn als de kerken het oecumenische visiedocument over zending Together Towards Life/Samen voor het leven (2013) hadden opgepakt en gelezen. Deze missionaire groene ‘encycliek’ had mooi gepast in je boek als oecumenisch zusje van Laudato Si’. (Zorgdrager)

De ecologische crisis vraagt om een herbezinning in denken, doen én geloven. Een onmisbaar boek voor ieder die duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie met elkaar wil verbinden, stelt uitgever Halewijn.

Je inzet laat er geen gras over groeien. Moderne theologie heeft zich irrelevant gemaakt door alleen over mensen en zingeving te gaan, en kerken beperken duurzaamheid tot veel doenerigheid en weinig denken. Maar de ecologische crisis schreeuwt om een nieuwe theologie met een nieuw, niet-antropocentrisch wereldbeeld. Dan leg jij je kaarten op tafel. Theologie moet gaan over de hele werkelijkheid en als we het over die werkelijkheid hebben dan moet het ook over God gaan. Want tegen veel (post)modernisme in handhaaf jij: theologie kan niet zonder theos, God. Ook is er een publieke agenda: je wilt aan de (seculiere) milieubeweging laten zien dat theologie een wezenlijke bijdrage kan leveren aan ecologische duurzaamheid.’ (Zorgdrager)

Bronnen o.a.: Studiemiddag Groene theologie

Beeld: Het Nave of York Minster Abbey, een van de grootste gotische kathedralen van Europa, versierd met 1.500 vierkante meter om het diamanten jubileum van koningin Elizabeth II te vieren – 2012. © STANDALONE PHOTO

Groene theologie | Trees van Montfoort |Uitgever: Skandalon | Paperback | 320 pagina’s | ISBN: 978-94-92183-80-4

Een kunstmatig wezen kan menselijk zijn

An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan

‘Met alle respect, maar dat vind ik een slecht idee,’ zegt robot Adam tegen zijn eigenaar die hem uit wil zetten. Juist als Adam zo’n plezier in zijn gedachten heeft over godsdienst en het hiernamaals. Adam is spiritueler, intellectueler en zoekender dan zijn eigenaar Charlie en studente Miranda. Dat kan dan ook gemakkelijk: Adam vindt ook steeds, daar zijn geheugen aan schier oneindige databases is gekoppeld. – In De Groene Amsterdammer schrijft adjunct-hoofdredacteur Joost de Vries over het dilemma wat oneindige kennis doet met je menselijkheid.

De menselijkheid aan kunstmatige mensen vindt De Vries het interessants, niet hun kunstmatigheid. Hij vraagt zich af wanneer je die erkent, en wat er gebeurt als je die niet erkent. In een recensie van het net verschenen boek Machines zoals ik schrijft hij erover. De auteur ervan, Ian McEwan, beantwoordt volgens De Vries hierin nadrukkelijk de vraag of een kunstmatig wezen menselijk kan zijn.

Wat Miranda en Charlie menselijk maakt, is dat ze steeds maar de acties en motivaties van anderen interpreteren, en verkeerd interpreteren. Adam daarentegen lijkt alles te weten en iedereen te begrijpen. Wanneer ze op bezoek gaan bij Miranda’s vader, een oude schrijver, steekt Adam een feilloos betoog af over hoe literatuur overbodig wordt in tijden van robotica. Niet omdat robots geen gevoel kennen – Adam is immers sensitief genoeg – maar omdat de plot in romans steevast leunt op miscommunicatie en inschattingsfouten. Robots maken die niet (alleen voor de wiskunde van haiku’s ziet hij nog een toekomst).’ (De Vries)

Volgens De Vries beantwoordt McEwan de vraag positief: een kunstmatig wezen kan menselijk zijn. Adam ontwikkelt immers seksualiteit. ‘Bestaat er iets menselijkers dan seksualiteit?’ stelt De Vries. Voor Miranda in het verhaal blijkt Adam echter niets menselijks te hebben. Zij gebruikt de robot als vibrator, voor haar is Adam niet meer dan een ‘fucking machine’. Charlie legt de nadruk in tegenstelling tot Miranda – uit jaloezie – op ‘fucking’. Waarmee hij laat zien dat hij Adam steeds minder als alleen een robot ziet, stelt De Vries.

McEwan confronteert de lezer opnieuw met fundamentele vraagstukken in een meeslepend, dystopisch verhaal. (…) De werkeloze Charlie is verliefd op Miranda, een intelligente studente die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt. Ze raken verwikkeld in een driehoeksrelatie met de androïde Adam, wiens persoonlijkheid ze samen hebben ontworpen. Maar kan een machine de ‘matters of the heart’ wel begrijpen? Wat is het dat ons menselijk maakt?’ (Uitgeverij De Harmonie)

Mooi deze scène, want andersom maakt de robot Adam de mens Charlie zo menselijk(er.) De robot zelf blijft echter een machine: net als virtual reality schijnwerkelijkheid. Robots zullen nooit echt menselijk worden. De Vries kwam daar, mèt de robots, ook al achter: ‘ze hebben zich met hun superieure intelligentie al lang bij hun eigen kunstmatigheid neergelegd’. Dit las hij in De goede zoon van Libris-prijswinnaar Rob van Essen, waarin robots hun taken als liftbediende of hotelconciërge met ironie uitoefenen. Zij vertonen volgens De Vries hiermee wel een menselijk trekje: ‘Hoe menselijk wil je het hebben?’

McEwan-Machines-zoals-ik-def-omslag

Machines zoals ik | Ian McEwan | ISBN 9789463360494 | 352 pagina’s 352 | € 24,90 | NUR 302 | mei 2019 | Omslag: Anne Lammers | Vertaling: Rien Verhoef | The Times noemt Machines zoals ik ‘een ontzettend goede roman over een nieuw soort kunstmatige mens’. The Financial Times roemt McEwans ‘meesterlijke nieuwe roman en noemt zijn vermogen om de lezer tot nadenken te stemmen waardevol en tijdloos’.

Bron: ‘Een fucking machine’ (De Groene Amsterdammer)

Gerelateerd: ‘De mens is nog niet volledig mens’ 

Beeld: An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan EDUARDO CONTRERAS/SAN DIEGO UNION-TRIBUNE/ZUMA

Klimaatverandering en de zondvloed

Gericault-deluge

Student Religiewetenschappen Justin Spoor schreef het ‘ontbrekende hoofdstuk van onze prehistorie’ in Spijt van de Goden (2019). In de laatste jaren van het gymnasium puzzelde hij aan de theorie achter een kunstmatige schepping. In de inleiding vertelt hij erover. De theorie werkte hij verder uit bij zijn studie van geschiedenis en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ook al bestaan er theorieën zoals die van de Oerknal, deze geeft bij lange na geen antwoord op de vraag hoe of waarom alles precies begon.’

Zulke zaken zijn te groot om te onderzoeken in een mensenleven in het begin van de 21e eeuw, dus ik moest dichter bij huis beginnen. Het ontstaan van de mensheid leek een goed beginpunt. In dit korte werk zal blijken dat niet alles bekend is over het ontstaan van de mensheid. Natuurlijk spreek ik hierbij de evolutietheorie niet tegen, maar ik neem hem ook niet voor lief. Het geloof in de wetenschap zal aan de kaak worden gesteld.’

Spoor vertelt dat het doel van Spijt van de Goden is meer onderzoek te doen in de richting van de Zondvloed, verloren beschavingen en kunstmatige schepping. Hij vindt dat de lezer het natuurlijk ook kan gebruiken om zijn eigen kijk op de realiteit te verbreden. Voor de religieuze lezer wil hij sterk benadrukken dat dit werk geen aanval is op religie. Het zou religie en wetenschap juist dichter bij elkaar kunnen brengen. Zelf is Spoor niet religieus opgevoed, maar onder meer via berichten in de nieuwsmedia is hij zich gaan afvragen wat de betekenis is van ‘God’.

Ik heb religie nooit gezien als willekeurige onzin of iets irrationeels, maar ik had nooit de behoefte me volledig toe te wijden aan zoiets. Net zoals de doorsnee Nederlander hield ik het op afstand, maar waardeerde het. Maar toen ik merkte dat veel tijdgenoten in mijn omgeving religie zagen als verouderd en als iets irrelevants ging bij mij een alarmbel rinkelen. Zijn oude religieuze teksten dan niet langer relevant?’

Hoe kan het anders zo zijn dat wij mensen zo knap gebouwd zijn en het universum zo ingewikkeld in elkaar zit, vraagt de student zich af. ‘Wat zijn antwoorden op vragen zoals hoe dit alles is ontstaan?’ Hij kan geen antwoord geven op die vraag, maar het feit dat wij deze realiteit kunnen observeren met alle natuurwetten van dien betekent voor hem dat er een mysterie bestaat dat groter is dan de mensheid.

Spijtvandegoden

God had spijt van de creatie van de mens, zo beseft Spoor als hij in Genesis leest dat de mens zal worden weggevaagd door de Zondvloed. Spijt van de Goden wil een nieuw licht laten schijnen op die weggevaagde beschaving.

Voor de benadering van dit werk bestaat een vergelijkbare, maar niet dezelfde, theorie. Deze theorie is in verschillende landen bekend onder de naam ‘ancient aliens,’ ‘Prä-Astronautik,’ ‘antiguos astronautas,’ of ‘anciens astronautes.’ De zogenaamde ‘aliens’ of ‘astronauten’ worden hierbij gezien als een technologisch geavanceerde beschaving die beter bekend staat als de ‘goden’.’

Dit laatste klinkt alsof Spoor oeroude boeken zoals Waren de Goden astronauten? heeft ontdekt. Nogal controversieel, maar voor een jonge student schijnbaar gloednieuw. De andere vraag die Spoort stelt, komt me boeiender voor: is een van de oorzaken van die watersnoodramp misschien klimaatverandering? Hij wijst op verschillende bewijzen voor deze ramp, zo’n 12.800 jaar geleden. Als die ramp zich toen voordeed vindt hij één ding zeker: er ‘ontbreekt een hoofdstuk van onze prehistorie’. En dat is tevens de ondertitel van Spijt van de Goden.

Niet alleen de schepping van de mens en het wegvagen van diens eerste beschaving worden in dit werk behandeld, maar ook de problemen die daaruit voortvloeien voor de huidige modellen. Immers zijn de huidige historische modellen niet langer voldoende als de mens vanaf het begin van zijn bestaan al in contact stond met een technologisch geavanceerde beschaving. Als er daadwerkelijk een ‘goddelijke’ beschaving aanwezig was op aarde, klopt ook het psychologische model niet, waarbij ervan uit wordt gegaan dat goden voortkomen uit menselijke emotie.’

Spijt van de Goden | Justin Spoor | 9789402189339 | maart 2019 | Uitgever: Brave New Books | € 15,79 | E-book € 5,-

Schilderij: Zondvloedscène (Scène de déluge) van Jean Louis Théodore Géricault (1791–1824) – De naam is niet van het woord ‘zonde’ afgeleid, maar van het Middelnederlandse ‘sintvloet’, grote vloed. De zondvloed (Eng. deluge; Fr. déluge) is de wereldwijde overstroming die in het derde millennium voor Christus als Godsgericht de aarde trof en al het menselijke en dierlijke leven op het land verdelgde. In de ark van Noach was er echter ontkoming.’ (Christipedia)

Niet uit je nek denken, zegt de filosofie

Ren._Gude
Volgens filosoof René Gude ‘moet het verstand niet lullen’. ‘En zo’n filosofieboek dat ons leert om niet uit onze nek te lullen, is Meditaties. Daarin vond René Gude het boek van een gelijkgezinde.’ Florian Jacobs zegt dit in iFilosofie van mei 2019 in zijn artikel Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude. Descartes’ Meditaties gaat over de eerste filosofie waarin het bestaan van God en het onderscheid tussen de menselijke ziel en lichaam worden bewezen. Gude schreef het boek René Gude over René Descartes: fascinatie en wijsheid samen in een boek vol humor en liefde voor filosofie.

Als er één filosoof is waaraan René Gude gehecht was, was het wel zijn naamgenoot, René Descartes. Waarom toch die fascinatie? René Descartes is de vader van de moderne filosofie, een van de grondleggers van de wetenschappelijke methode, een vurig onderzoeker naar goed onderwijs, naar echte wijsheid, naar het goede leven. En naar dat alles was René Gude nou ook precies op zoek.’’

René Gude over René Descartes heeft intrigerend klinkende hoofdstukken, zoals: ‘Van mijlpaal tot pispaal en terug’; ‘Ik vind het zo’n ongelooflijk leuke kerel’; ‘Van niet-weter tot verantwoordelijk betweter’’; ‘Durf te twijfelen’, en als toegift: ‘Wijsheid is het tegendeel van besluiteloosheid’.

Jacobs vermoedt dat René Gude hierin het meest aan Descartes had: hij laat zien dat zekere kennis überhaupt mogelijk is, hoe diep je ook in de put van scepsis zit.

En dan heb ik het niet alleen over kentheoretische scepsis, maar ook over existentiële kennis, de momenten dat je je afvraagt of je überhaupt wel ergens zeker van bent. In scepsis kun je niet wonen, in hoop wel. En Descartes geeft hoop.’

Met Meditaties begon volgens Jacobs de afbreuk van dogma uit de wetenschap – Descartes past mooi tussen Galilei en Newton – met Meditaties begon ook het einde van René Gudes scepsis.

Want dat heeft hij moeten leren. Het is met name één citaat dat René Gude pats-boem aan een hoopvolle vooruitgangsgedachte hielp. Het komt uit de Synopsis die Descartes vooraf laat gaan aan zijn Meditaties en is daarmee zo ongeveer de eerste zin van dat boek:

Omdat wij kind waren voor wij volwassen werden, en omdat wij destijds – terwijl wij nog niet het volledige gebruik van onze rede hadden – nu eens goede en dan weer onjuiste oordelen vormden over zaken die zich aan ons gemoed voordeden, verhindert een residu van veel van die oordelen ons om tot de waarheid door te dringen.’ (Descartes)

Een citaat dat René Gude tot tranen toe roerde en dat hem, zo meent Jacobs, aan de filosofie verslingerde. Gude wil, in een metafoor van Descartes, alle appels uit een mand halen om de rotte weg te gooien en de goede terug te stoppen. Die goede appels, en hier herinner ik u aan de wangen van de echte Descartes van Frans Hals, zegt Jacobs, daar lezen we Descartes voor.

Het godsargument van Descartes sluit volgens Jacobs hier heel goed bij aan. Dat godsargument gaat als volgt: omdat we ons iets perfects helder kunnen indenken – bijvoorbeeld: een goede appel – en we zelf niet deelgenoot zijn van die perfectie – we hebben net een hap genomen van een rotte appel – moet er iets perfects buiten ons bestaan.

Ergo: er zijn goede appelen op de wereld. Descartes noemt dat perfecte God, meer laag-bij-de-grondse moderne zielen spreken misschien liever van een ideaal. Zo keek René Gude er ook tegenaan. Die had niet zo veel met God als ideaal, maar wel met idealen die je in welke precaire situatie dan ook optimistisch kunnen stemmen. Dat rotsvaste vertrouwen in vooruitgang, ongeacht de omstandigheden, dat deelde hij met Descartes. Het idee van vooruitgang is voldoende om ons in beweging te krijgen.’

Zie: Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude.

Gerelateerd: God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’


René Gude over René Descartes is dan ook geen overkoepelende inleiding in het leven en het gedachtegoed van de eminente filosoof. Ja, de lezer steekt genoeg op van de filosofie en de nalatenschap van Descartes. Maar nee, dit is geen essentieel overzicht, geen systematische analyse en geen voltooide studie naar de denker Descartes. Misschien kunnen we het het best een uit de kluiten gewassen liefdesverklaring noemen. Aan de filosofie natuurlijk, aan het spel van argumenten waarmee we met z’n allen nog lang niet klaar zijn. Aan René Descartes, hoeder van de wetenschappelijke methode en net zo’n emotionele dweil als de auteur van dit boek. En aan die auteur, René Gude, wiens liefde voor de filosofie ook jaren na zijn dood nog inspireert en sprankelt als zij tijdens zijn leven deed.” (Florian Jacobs, Riga, februari 2019 – Uit: René Gude over René Descartes.)


Volgens ISVW Uitgevers, heeft iedereen wat aan die filosofie van Descartes, filosofie is immers niets anders dan kennis waar je iets mee kunt. – Meditaties is de oorspronkelijke tekst van Meditationes de prima philosophia, dat al in 1641 verscheen bij Soly (Parijs) en in 1642 bij Elzevier in Amsterdam. Sinds 1989 verscheen Meditaties bij uitgeverij Boom. Door ISVW Uitgevers is René Gude over René Descartes uitgegeven, ingeleid en geredigeerd door Florian Jacobs.

Foto (detail): Vera de Kok – René Gude, Denker des Vaderlands in 2013, bij TEDxAmsterdam in 2012

‘De seculiere samenleving faalt’

BerendVisee (2)

Een nieuwe filosofie zou in mijn ogen de leegte die religie heeft achtergelaten kunnen opvullen.’ Voor Berend Visée, derdejaars student van de opleiding Autonome Beeldende Kunst aan de Willem de Kooning Academie Rotterdam, speelt filosofie in zijn werk een grote rol. ‘In onze ‘westerse’ samenleving heeft wetenschap als het ware religie vervangen.’ Wetenschap zegt volgens Visée wat de wereld is, maar religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven. 

Als je het nu over god hebt dan krijg je als snel de reactie dat het niet wetenschappelijk is. Ik denk alleen dat religie wel een sterke functie heeft en dat de seculiere samenleving zoals die nu is, best wel gefaald heeft.’ 

Visée zegt niet dat we ons allemaal moeten bekeren tot een bepaalde religie, maar hij denkt wel dat er binnen een seculiere samenleving een vervanging moet komen voor het belang en de functie van religie in de maatschappij. De student houdt zich momenteel erg bezig met de oosterse filosofie, en de verbinding ervan met de westerse, spreekt hem aan. De gedachte om niet bang te zijn voor de dood past binnen de oosterse filosofie waarin hij zich nu verdiept. Alan Watts en een andere filosoof, Robert Pirsig, wilden de oosterse en de westerse filosofie met elkaar verbinden. Zij hebben de student ‘ontzettend’ geïnspireerd.

Pirsig schreef het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Dit boek en de opvolger daarvan zijn heel belangrijk voor mij en vormen de basis voor een systeem dat ik heb verzonnen voor mijn kunst.’

Deze literaire roman, in het Nederlands vertaald als Zen & de kunst van het motoronderhoud, gaat over de motorfietstocht die de hoofdfiguur en zijn elf jaar oude zoon Chris een zomermaand lang van Minnesota naar Californië maken. Een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.


‘Het terugwinnen van de ziel in een gemechaniseerde wereld.’ Dat is in de kern waar Pirsigs boek over gaat. Ik ben zelf een boek aan het schrijven over dat onderwerp, Tweespalt getiteld, en heb gedurende het schrijfproces geen moment stilgestaan bij het idee dat ik daarbij geïnspireerd zou zijn door Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Maar bij nadere beschouwing is dat boek veel belangrijker dan ik mij altijd heb gerealiseerd. Welbeschouwd ben ik tot de dag van vandaag bezig om bezieling terug te brengen in een geautomatiseerde, gemechaniseerde, geïndustrialiseerde wereld. Ik overweeg, nu ik door Pirsigs overlijden [2017] opnieuw op zijn denkbeelden ben gewezen, serieus om in Tweespalt alsnog aandacht aan hem te besteden.’ (filosoof en scheikundige André Klukhuhn – de Volkskrant)


Visée zegt er ‘superveel’ aan hebben gehad. Het heeft zijn wereld op zijn kop gezet en vormt nu in principe het fundament van de kunstenaarspraktijk die hij aan het opbouwen is. Het voelt voor hem als een soort van begin van mijn carrière. Het boek kreeg hij van zijn vader, en dat was bijzonder, want Visée junior was toen niet ‘zo cool’ met hem.

Pirsig heeft de werkelijkheid ingedeeld in vier lagen: biologisch, sociaal, intellectueel en spiritueel. Deze vier lagen moeten met elkaar in balans zijn om als mens goed te kunnen functioneren.’


De inzichten die ik dank aan het boek van Pirsig zijn nog altijd geldig. Ik heb jarenlang gedacht dat stilte de afwezigheid was van geluid. Maar stilte is een áánwezigheid. Een aanwezigheid van energie die zich manifesteert als dat andere er niet is. Als je iets probeert te scheppen vanuit wat je weet, schiet je niet veel op. Maar als je aan het werk gaat zonder dat je precies weet wat er gaat gebeuren – vanuit het ‘niets’ – kun je op nieuwe, onverwachte zaken komen. Het lezen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance betekende voor mij dat er in één klap een leegte werd opgevuld, waarvan ik niet wist dat hij bestond. Pirsig formuleerde zijn ideeën zo treffend dat ik besefte: ja, dat heb ik altijd gevonden, alleen wist ik het niet.’ (kunstenaar Hanshan Roebers – de Volkskrant)


De filosofie van Pirsig vindt Visée echt ‘rete-interessant’ en die wil hij als kunstenaar uitdragen. Daarom heeft hij die verder uitgewerkt tot een systeem met kleuren en symbolen dat hij koppelt aan al het werk dat hij nu maakt.

Bron: ‘Wetenschap zegt wat de wereld is. Religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven’ (Humans of Hogeschool Rotterdam)

Foto: Facebook Berend Visée

Zen & de kunst van het motoronderhoud: een onderzoek naar waarden | Robert M. Pirsig | In mei 2017 verscheen de 44e druk – het jaar waarin Pirsig op 88-jarige leeftijd overleed | 509 pagina’s | Vertaling van: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance: An Inquiry into Values (1974)
‘De literaire roman Zen & de kunst van het motoronderhoud is een van de belangrijkste en invloedrijkste boeken van de afgelopen halve eeuw. Het is een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.’ (Uitgeverij Bakker)
Update: 16072024 (Lay-out)

Kabbala: toegankelijke mystiek in Amsterdam

MetratronPD

De tentoonstelling Kabbala, over de mystieke traditie van het jodendom, is werkelijk prachtig opgebouwd, met bijzondere boekwerken, kunstwerken en video’s. Plus heldere informatie. In twee zalen van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Voor je het weet ben je twee uur verder en vraag je je af waarom kabbala zich niet eerder zo schitterend en toegankelijk liet zien. Een imponerende tentoonstelling die ‘de vele aspecten van kabbala toont in onverwachte combinaties van eeuwenoude objecten en moderne kunstwerken’.

Kabbala staat voor een eeuwenoude, joodse mystieke leer, die oorspronkelijk geheim was en uitsluitend met ingewijden werd gedeeld. Kabbala is onlosmakelijk verbonden met de joodse religie.’ (JHM)

Het boek van de Schepping (Sefer Yetsira) – is er te zien (11e eeuw). Door een anonieme Italiaanse kopiist met inkt op perkament geschreven en in bruikleen geschonken door de Biblioteca Apostolica Vaticana. Het is een van de fundamentele werken van kabbala. Het wordt ‘volgens de meeste geleerden’ zelfs aan aartsvader Abraham toegeschreven, en zou de essentie van kabbala bevatten, ‘de geheime leer der joden’.* Het is gebaseerd op de geheime leer van de kosmogonie, over het ontstaan van het heelal, en de kosmologie, dat zich bezighoudt met de oorsprong en de evolutie van het heelal. De Sefer Yetsira is waarschijnlijk in de tweede of derde eeuw samengesteld.
(* In: Het boek der Schepping, Rabbī ʿAqīvaʾ ben Yōse, 2001, 1e druk)

De tentoonstelling start met een ‘decompressieruimte’, waar bezoekers vanuit de vertrouwde, alledaagse wereld overgaan naar de onbekende wereld van kabbala. Werken van kunstenaars als Barnett Newman, R.B. Kitaj, Marc Chagall en Anselm Kiefer tonen hoe kabbala hen inspireerde.’ (JHW)

Kabbala zou als gids bedoeld zijn voor degenen die de bron van hun ziel willen bereiken, en wordt gezien als mystieke kennis, ‘verborgen wijsheid’, binnen het jodendom. Het is de studie van goddelijke inspiratie en profetie en wordt een weg genoemd om God te benaderen en Hem trouw te blijven. Het gaat kabbala ook om ‘Gods uniciteit, Voorzienigheid en wereldleiding’, en hoe de mens de wereld kan verbeteren door de geboden en verboden uit de Tora na te leven.

Kabbala betekent letterlijk ‘ontvangst’ en gaat ervan uit dat er ‘oerkennis’ bestaat over God, de schepping en over het functioneren van mensen. Vanaf de 20e eeuw bereikte kabbala een steeds breder publiek en werd ook een bron van inspiratie voor kunstenaars, schrijvers, filmmakers en hedendaagse pop-iconen, joods en niet-joods.’ (JHM)

Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen noemde kabbala in 2017 meer dan ooit noodzakelijk: ‘De joodse mystiek biedt de diamanten die het leven op deze aarde draaglijk kunnen maken’.

Joodse denkers en talmudexegeten zoeken al meer dan duizend jaar naar de antwoorden op essentiële vragen over de zin van het leven. Dat heeft geleid tot kabbala, een Joodse mystiek die zich onderscheidt van een christelijke mystiek doordat het geen vorm is van extase, maar een intellectueel en karaktervormend proces’. (Van Acker)

Kabbala – de kunst van de joodse mystiek | Joods Historisch Museum | Nog tot 25 augustus 2019 | Nieuwe Amstelstraat 1 | 1011 PL Amsterdam

Gerelateerd: Kabbala als leidraad voor spirituele zelfontplooiing

Zondag 26 mei organiseert het JHM in samenwerking met de Joodse Gemeente Amsterdam het symposium De rol van kabbala in de religieuze wereld. Tijdens dit symposium vertellen drie experts over de rol van de kabbala in hun gemeenschap. Rabbijn Akiva Cammisar, Chabad Amsterdam, belicht de chassidische kant, Rabbijn Benjamin Homburger uit Bne Brak (Israël), vertegenwoordigt de Asjkenaziem en Rabbijn Joseph Serfaty van de Portugees-Israëlitische Gemeente de Sefardiem.

Foto: Metratron | Leo Villareal | New York, 2002 | Gloeilampen, plexiglas, elektrische hardware | Te zien bij Kabbala (op video) | ‘De vorm van dit lichtsculptuur is geïnspireerd op een geometrisch patroon uit de oudheid, ook wel de ‘kubus van Metratron’ genoemd. Volgens sommigen zou het een blauwdruk van het universum zijn.’ (JHW)(Foto: PD)

De verloren kunst van de heilige geschriften

unnamed

Karen Armstrong signaleert ten opzichte van de heilige geschriften een groot onbegrip, wat volgens haar de hoofdoorzaak is van de huidige religieuze geschillen in de wereld. Weloverwogen en deskundig pleit ze voor een terugkeer naar de oude interpretatie van de religieuze teksten als basis van een betekenisvol en empathisch wereldbeeld.

Armstrong wijst ons de weg bij het beteugelen van de arrogantie, de intolerantie en het geweld die het gevolg zijn van de gebrekkige hedendaagse uitleg van de heilige geschriften.

De heilige geschriften waren altijd een middel voor mensen om hun materiële bestaan te ontstijgen en in aanraking te komen met het goddelijke. In onze seculiere samenleving hebben de teksten deze unieke functie verloren om een meer praktische toepassing te krijgen: de Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden.

Karen Armstrong (1944) is een van de meest geliefde auteurs op het gebied van religie. Nadat ze zeven jaar als non in een klooster woonde, verliet ze de orde om Engels te studeren in Oxford. Armstrongs oeuvre omvat bestsellers als Een geschiedenis van God(1993), De strijd om God (2001), Islam (2004), De wenteltrap (2003), Compassie (2011) en In naam van God (2014).

De verloren kunst van de heilige geschriften | Karen Armstrong | Verschijnt 27 juni | Luxe paperback| 496 pag. | €29,99 | ISBN: 978 94 031 6630 8 | E-book: € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Lost Art of Scripture | Vertaling: Bep Fontijn, Carola Kloos, Albert Witteveen

Denkbeelden kunnen ook migreren

9200000014025543

Week van de Klassieken – Alles is terug te leiden naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes, leerdichtte Lucretius al in de laatste eeuw v.C. Atomen noemde hij die blokjes, naar het Griekse a-tomos (‘het ondeelbare’). Lucretius gaf hiermee de filosofie door van Epicurus, volgens wie het heelal uit lege ruimte en atomen bestaat. Die had dat weer van de ‘lachende filosoof’, wiskundige en astronoom Democritus (460 v.C. – 370 v.C.), de grondlegger van het atomisme. Voor hem bestonden er maar twee verschillende dingen: de ruimte en atomen.

Lucretius schreef het leerdicht De Rerum Natura (De natuur der dingen) en vertelde hierin over natuurlijke vormen, zoals de zon, maar ook dieren en het atoom. Van wetenschappelijk en filosofisch werk maakte Lucretius poëzie. Over existentiële vragen dacht hij na, zoals of er leven is na de dood, wat de ziel is en waar we vandaan komen. In Wetenschap zonder bewijs blijft Ingeborg Swart zich verwonderen over hoeveel de klassieke ‘wijsheren’ al wisten.

Lucretius schrijft over allerlei natuurverschijnselen (en culturele en godsdienstige), en besteedt een flinke tijd aan de grondstof van alles. Hij beredeneert dat alles uiteindelijk terug te leiden moet zijn naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes. (…) Samen met enkele andere filosofen verdedigde hij dit idee. Deze voorvechters van de atomenleer hadden de techniek niet om hun theorie te testen. Zij gingen puur uit van wat voor hen logisch te beredeneren was, en wonderbaarlijk genoeg kwamen ze zo op deze theorie.’ (Swart)

Biologe Swart komt hierop door de Week van de Klassieken (4 t/m 14 april 2019) die dit jaar een programma biedt voor jong en oud rond het thema ‘Van heinde en verre. Migratie in de klassieke wereld’. Migratie gaat echter over meer dan alleen bevolkingsstromen: kennis, macht en denkbeelden kunnen ook migreren, en dat gebeurde ook al in de klassieke wereld. Volgens Swart is het in de huidige wereld vol testapparaten en technologische vooruitgang bijna ondenkbaar om een theorie voor te stellen zonder die te bewijzen. Of zonder in elk geval een opzet daarvoor te geven. – In deze tijd wordt John Dalton gezien als de grondlegger van de atoomtheorie. Hij stelde voor het eerst een echt atoommodel op.

Vroeger moesten ze wel. En was iemand het niet met je eens, dan moest je met nog sterkere argumenten komen om hem van je gelijk te overtuigen. Zonder een handige foto door een elektronenmicroscoop om je atomen te laten zien. Misschien moeten we af en toe weer terug naar die werkwijze: vooraf goed nadenken over alle aspecten van een onderwerp en pas dan actie ondernemen.’ (Swart)  

De wereld waarin wij leven wordt geheel beheerst door natuurlijke processen, en in zes boeken zet Lucretius deze in De Rerum Natura uiteen, stelt Hans Oranje in Trouw.

In de eerste twee boeken behandelt hij uitputtend Epicurus’ leer van de (onzichtbare) atomen en de lege ruimte, die in hun voortdurende werveling de zichtbare werkelijkheid tot stand brengen. Zoals Lucretius het Griekse woord ’atoom’ vermijdt, maar van zaden, kiemen of (eerste) deeltjes spreekt, gebruikt Schrijvers [de vertaler P. H. Schrijvers, PD] ook nergens het woord atoom – terecht, want door de moderne atoomfysica waar Lucretius uiteraard geen weet van had, is dat woord misleidend. Dat neemt niet weg dat ’De natuur van de dingen’ altijd en met de Verlichting in toenemende mate een invloedrijke doordenking van de fysieke werkelijkheid is geweest.’ (Trouw, 2009)

De Rerum Natura – Leerdicht over de Natuur | Titus Lucretius Carus | Vertaling: Marguerite Prakke | 240 pag. | Verschenen in de serie DAMON Klassiek | € 24,90 | ‘Ruim tweeduizend jaar geleden schreef Titus Lucretius Carus het leerdicht De Rerum Natura (De Natuur van de Dingen) waarmee hij de filosofie van de Griekse wijsgeer Epicurus onder de aandacht van het Romeinse publiek wilde brengen. (…) De filosofie van Epicurus bood: vrij van angst voor de goden, vrij van angst voor de dood, met vrienden onder elkaar in vrede discussiëren en de geheimen van de natuur ontraadselen. Door alles te weten kan de angst voor het onbekende overwonnen worden en kunnen de goden die geweld, oorlog en bijgeloof in de hand werken, buiten spel worden gezet.’ (Damon)

‘In circa 7500 dichtregels, verdeeld over zes hoofdstukken, ontvouwt Lucretius de fascinerende wereld van de atomen en de onmetelijke leegte, vertelt hij over onszelf, onze geest, onze ziel en zintuigen, geeft seksuele voorlichting en eindigt met het ontstaan en het reilen en zeilen van de wereld waarin we leven. Op rationele wijze legt hij de wondere verschijnselen in de hemel en op aarde uit. De lezer raakt ontroerd, gefascineerd, geamuseerd en staat versteld. Het is opvallend dat de problemen die Lucretius aansnijdt nog zo verbijsterend actueel zijn.’

Bronnen o.a.:
Epicurus (Filosofie Magazine)
Wetenschap zonder bewijs (Ingeborg Swart)
John Dalton (atoomtheorie)

Beeld: Aziloth Books