Christendom filosofisch beschouwd in Overdenkingen

OverdenkingenRutten

‘Ik had daadwerkelijk het idee dat er buiten de wiskunde en logica, tezamen dan met mijn interesse in geschiedenis en muziek, helemaal niets meer was. Ik begon een leegte te voelen. Een enorme leegte.’ Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen, gericht op zijn wijsgerig denken over het Christendom, waarin hij een existentiële en ook ethische waarachtigheid vond, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die hij tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen.

In mijn jaren in Delft betekende religie helemaal niets voor mij. Het betekende zo weinig dat ik mijzelf niet eens atheïst zou hebben genoemd als iemand mij ernaar zou hebben gevraagd. Het onderwerp bestond eenvoudigweg niet. De weg naar het christendom is bovendien lang geweest.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen is een essaybundel waarin een groot deel van Ruttens wijsgerige bijdragen van de afgelopen jaren over het christelijk geloof gebundeld zijn. Deze handelen over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God, het lijden in de wereld, het persoonlijk christelijke leven, en meer in het algemeen over het christendom als wereldbeschouwing.

En toen stond op een dag Heidegger op het programma. Die dag zal ik nooit meer vergeten. Nooit meer. Marinus ging in op Heideggers zijnsleer en op de ontologische differentie tussen de zijnden en het zijn, en ik werd op slag verliefd. Verliefd op de filosofie, verliefd op Heideggers manier van beschouwen, verliefd op deze intens verdiepende manier van denken. Zo kan men dus ook rationeel zijn, dacht ik.’ (Uit: Overdenkingen)

Rutten schrijft onder meer over de redelijkheid van het christelijk geloof. Voor hem is het christendom een (theïstisch) wereldbeeld dat de zeven criteria die hij ontwikkelde voor wereldbeelden, uitstekend doorstaat. Ook staat hij stil bij het lijden in de wereld, en over God en de moraal. En hij vraagt zich af wanneer je jezelf een christen kunt noemen en of religieuze ervaring mogelijk is. Hij overdenkt Goden breken van Marc de Kesel, het goddelijke bij Georges Bataille en het heilige bij Rudolf Otto.

Tijdens mijn jaren aan de VU raakte ik ook steeds meer in contact met het christendom, en daarin vond ik een existentiële en ook ethische waarachtigheid, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die ik tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen. Dit heeft mij ertoe aangezet mij nog veel verder te verdiepen in het christendom, en na verloop van tijd wist ik het. Dit is mijn ‘best account’. Dit is mijn manier van leven. Dit is mijn wijze van in de wereld zijn. Dit is wat ik ben: christen.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen | Emanuel Rutten | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN: 9789082186994 | April 2017 | Winkelprijs: € 15,95

EmanuelRuttenDr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. (Uitgeverij Stad op een berg) (Foto: Twitter)

De relevantie van Godsargumenten

emauelrutten-1

Overdenkingen, zo heet het nieuwe boek van filosoof Emanuel Rutten, dat in maart verschijnt. Eerder schreef hij met Jeroen de Ridder En dus bestaat God, waarin acht Godsargumenten worden beschreven. In Overdenkingen maakt hij de stap van het algemeen theïsme naar het christendom, gericht op zijn wijsgerig denken over het Christendom. Student Rahib Khawaja interviewde Rutten over samenwerking tussen moslims en christenen, naar aanleiding van Ruttens gastcollege over Godsargumenten op de Islamitische Universiteit Rotterdam.

In het interview wordt gesproken over de herleving – vooral in Amerika – van het geven van rationele argumenten voor het bestaan van God. Rutten zegt dat de klassieke argumenten sterk verbeterd zijn, en stelt dat alle kritiek van met name Immanuel Kant, David Hume en Bertrand Russell op de klassieke argumenten grotendeels is weerlegd, en er nieuwe interessante argumenten zijn bijgekomen.

Zo heeft bijvoorbeeld Alvin Plantinga een moderne versie uitgewerkt van het klassieke ontologische Godsargument van Anselmus. En Alexander Pruss heeft enkele bestaande Godsargumenten sterk verbeterd. Ik heb hem wel eens de Aquino van onze tijd genoemd. Het is een buitengewoon interessant filosoof.’

In Nederland houdt eigenlijk alleen de VU zich ermee bezig. En dan vooral Rutten, die het modaal-epistemisch Godsargument, het argument vanuit atomisme en causalisme, en meer recent ook het zogenaamde semantische argument ontwikkelde.

Khawaja vraagt Rutten of theïsten zoals moslims en christenen samen kunnen werken inzake godsdienstfilosofie en meer specifiek op het gebied van het onderzoeken en ontwikkelen van rationele Godsargumenten. Rutten bevestigt dat want die Godsargumenten zijn geldig voor álle theïstische tradities, of dat nou de islam, het christendom of het Jodendom is.

De filosoof van de Godsargumenten zegt iets meer te willen weten over de klassieke Godsargumenten uit de islamitische traditie, daar bijvoorbeeld versies van het Leibniziaanse Godsargument ook geformuleerd werden door islamitische geleerden.

Rutten zegt het eens te zijn met prof. William Lane Craig, dat het van belang is dat gelovigen zich wat meer verdiepen in de rationele argumenten voor het bestaan van God, al was het maar om niet gelijk uit het veld geslagen te worden bij de eerste de beste tegenwerping van een atheïst.

Als ze geen énkele kennis hebben van Godsargumenten en op geen enkele manier kennis hebben opgedaan over de weerleggingen van atheïsme, dan worden ze vaak snel onzeker. Ze raken dan uit het veld geslagen. Bij de eerste de beste tegenwerping heeft men dan geen repliek. Ik heb ook gezien dat veel van die jongeren daardoor hun geloof opgeven. Dat vind ik zonde, want dat is gewoon niet nodig. Er zou dus meer kennis moeten zijn over de Godsargumenten.’

De filosoof verwijst naar En Dus Bestaat God, waarin acht Godsargumenten op een vrij toegankelijke wijze worden uitgelegd, ook voor niet-ingewijden. Het is geïllustreerd met allerlei plaatjes en uitleg. Volgens Rutten zou dit boek binnen de islamitische geloofsgemeenschap óók gewoon behandeld kunnen worden, want het betreft algemeen theïsme en gaat niet over het christendom noch over de islam maar simpelweg om goede argumenten voor het bestaan van God.

In het interview gaat het ook over de weerleggingen van de Godsargumenten door de atheïstische filosoof Dr. Herman Philipse, in het boek God in the age of science. Rutten toonde zijn falen aan, meent zelfs dat alle pogingen van Philipse om de Godsargumenten te weerleggen falen.

Khawaja stelt dat sommige gelovigen niets hebben met Godsargumenten, godsdienstfilosofie en dat soort ‘logisch geneuzel’. Rutten antwoordt hierop dat Godsargumenten niet noodzakelijk zijn om intellectueel verantwoord te geloven en dat je ook zonder die argumenten kan geloven.

Ik denk echter wèl dat die argumenten belangrijk zijn om de redelijkheid van het geloof te laten zien. Vooral als je er ook over bevraagd wordt. Hierbij kan ik vanuit de christelijke traditie verwijzen naar een uitspraak van Petrus. Hij schrijft in de bijbel dat je als Christen ten allen tijde bereid moet zijn om de hoop die in je is te verdedigen. Daarnaast schrijft Paulus in brieven aan de Romeinen dat het bestaan van God reeds uit de schepping kan worden afgeleid.’

Ten slotte stelt Rutten dat gelovigen vaak weggezet worden als irrationeel, intellectueel onverantwoord of onzinnig. Goede argumenten zijn dan toch belangrijk.

Er wordt hierdoor weer ruimte geschapen om het geloof in God als een redelijke optie te zien. Het wordt dan weer een optie onder de opties. Het wordt dan weer een mogelijkheid die op tafel kan komen in plaats van te worden weggezet als irrationeel of onzinnig.’

 Zie: Fides Quaerens Intellectum (Geloof op zoek naar inzicht)

Foto: YouTube (Video gastcollege Emanuel Rutten)

Dr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof en als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In de tweede helft van dit jaar komt er nog een boek van de filosoof uit: Het Retorische Weten. Daarin wordt Ruttens volledige filosofische systeem behandeld. Het omvat kennisleer, metafysica en esthetiek.

De gravitatiewetten zijn niet verantwoordelijk voor ontstaan universum

puzzle_cook_big
‘Het mag zo zijn dat wij niets kunnen weten over de-wereld-in-zichzelf. Dit laat echter onverlet dat wij metafysica kunnen bedrijven binnen de-wereld-voor-ons.’ Dit zegt filosoof Emanuel Rutten in zijn voordracht Is de metafysica dood? die hij 18 februari uitsprak in Felix & Sofie. ‘De wereld zoals deze op en voor zichzelf is, de-wereld-in-zichzelf, blijft voor ons als mensen voorgoed verborgen. Alles wat wij denken en ervaren heeft hoe dan ook uitsluitend betrekking op de-wereld-voor-ons.’

De mens kan zich dus altijd bezighouden met de wereld-voor-ons. Dat is de wereld zoals wij deze als mensen denken en ervaren; het allesomvattende waarop al ons denken en ervaren onvermijdelijk betrekking op heeft. Dat mag volgens Rutten genoeg zijn, we zijn immers mensen en geen goden.

Rutten somt drie bezwaren op, die hij vervolgens pareert. Als eerste: sceptici stellen dat wij nooit toegang kunnen krijgen tot de werkelijke werkelijkheid. Als tweede veronderstelt het sciëntisme dat alléén de positieve vakwetenschappen een legitieme bron van uitspraken over de werkelijkheid zijn. Als derde zou de geschiedenis van filosofie en wetenschap hebben laten zien dat a priori intuïties onbetrouwbaar zijn en dus geen epistemische waarde hebben.

IMG-20130909-WA001In zijn betoog licht Emanuel Rutten (foto: ER) deze bezwaren en weerleggingen toe. Interessant wordt zijn betoog vooral aan het einde, waarin Rutten een klein stukje metafysica bedrijft aan de hand van de gravitatiewetten waarover Stephen Hawking beweringen doet in zijn boek The Grand Design. Hawking stelt hierin dat het universum zichzelf veroorzaakt heeft. Rutten noemt dat contradictoir. 

‘In de eerste plaats kan het universum niet voortgekomen zijn uit ‘niets’ indien, zoals Hawking zegt, de gravitatiewetten verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het universum. Immers, je kunt van de gravitatiewetten veel zeggen, maar niet dat zij ‘niets’ zijn. Het zijn immers op z’n minst abstracte objecten.

In de tweede plaats kan het universum niet de oorzaak zijn van zichzelf. Niets gaat immers in ontologische of temporele zin aan zichzelf vooraf. De idee dat het universum zichzelf veroorzaakt is dan ook contradictoir.

In de derde plaats kan direct de vraag gesteld worden wat dan de grond zou zijn van de gravitatiewetten zelf. Waarom bestaan er überhaupt gravitatiewetten? En waarom dan deze wetten in plaats van één of meer andere – logisch eveneens mogelijke – wetten?

In de vierde plaats dient te worden opgemerkt dat wetten geen objecten met causale vermogens zijn. Wetten zijn proposities of beschrijvingen en proposities of beschrijvingen kunnen geen materie, energie, ruimte en tijd veroorzaken. Ook dit is dus incoherent.’

Zie: Is de metafysica dood? (Emanuel Rutten, pdf)

Illustr: Galaxy puzzle (nasasearch.nasa.gov)

God is de eerste oorzaak van de wereld


Filosoof en promovendus Emanuel Rutten publiceerde gisteren digitaal zijn proefschrift A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism. Rutten onderzoekt hierin kosmologische argumenten. In dit blog een korte schets van de samenvatting die hij daarin weergeeft. 

Eerste oorzaak
In het eerste gedeelte van zijn dissertatie – waarvan de verdediging plaatsvindt op 20 september in de VU Amsterdam – analyseert Rutten zowel klassieke als hedendaagse kosmologische argumenten. In het tweede gedeelte ontwikkelt hij een nieuw argument voor het bestaan van een eerste oorzaak van de wereld.

Tegenwerpingen
Rutten bespreekt een groot aantal denkbare objecties (tegenwerpingen) tegen zijn nieuwe argument voor het bestaan van een eerste oorzaak, waaronder alle besproken objecties tegen de klassieke argumenten en tegen de hedendaagse argumenten. Hij toont onder meer aan dat zijn argument niet op gespannen voet staat met theïsme. Er volgt namelijk niet, zoals hij uiteenzet, dat de afgeleide eerste oorzaak niet God kan zijn.
Uiteindelijk bereikt hij de conclusie dat er een noodzakelijk bestaand en bewust en vrij wezen bestaat dat geldt als de eerste oorzaak van de werkelijkheid en dat een dergelijk uniek wezen kan met recht God genoemd worden.

Ook toon ik aan dat het argument niet op gespannen voet staat met theïsme. Er volgt namelijk niet, zoals ik uiteenzet, dat de afgeleide eerste oorzaak niet God kan zijn.

Immaterieel bewustzijn
Aan het eind van zijn dissertatie presenteert Rutten nog een drietal aanvullende argumenten voor de claim dat de eerste oorzaak van de wereld inderdaad geen levenloos ding is, maar een immaterieel bewustzijn, geen ‘iets’ maar een iemand.

Subjectkarakter
Indien kennis over de wereld in laatste instantie geen kwestie is van louter formele mechanische ontdekking, maar van innerlijke begripsvorming, van het subjectief vertrouwd raken met oftewel het persoonlijk verstaan van de wereld, dan is het redelijk om te veronderstellen dat de grond van de wereld zelf evenmin een formele mechanische natuur heeft, maar in plaats daarvan ten diepste eveneens een subjectkarakter heeft.

Geen iets, maar een iemand
Precies omdat ieder menselijk subject een waardigheid heeft die boven die van levenloze objecten uitgaat, volgt uit de transitiviteit van de waardigheidsrelatie, samen met de premisse dat alles wat bestaat ofwel een subject ofwel een object is, dat de ultieme ontstaansoorzaak van de wereld geen levenloos ding is. De oorsprong van de wereld moet daarom, net zoals ieder mens, subjectkarakter bezitten. Zij is dus geen object, maar een subject. De eerste oorzaak van de wereld is geen iets, maar een iemand. 

God bestaat
Het derde argument bestaat uit twee premissen. Uit beide premissen, dus enerzijds ‘alles wat mogelijk waar is, is mogelijk kenbaar’, en anderzijds ‘Het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat’, volgt deductief de conclusie dat God bestaat in alle mogelijke werelden. God bestaat dus metafysisch noodzakelijk. 

Vele objecties
Aan het eind van zijn dissertatie bespreekt Rutten ook de vele objecties tegen dit argument en laat hij zien dat geen van deze objecties standhoudt. Het is volgens hem niet onmogelijk te weten dat God bestaat.

Neem immers een mogelijke wereld waarin God bestaat. In deze wereld bestaat er wel degelijk een subject dat weet dat God bestaat, namelijk God zelf. Het is dus niet onmogelijk te weten dat God bestaat.

Vliegend spaghettimonster
En volgens de filosoof is het helemaal niet onmogelijk te weten dat het vliegend spaghettimonster niet bestaat.

Beschouw namelijk een mogelijke wereld waarin God bestaat en waarin God besluit niets te scheppen, of waarin God besluit exact één causaal inert object te scheppen ongelijk aan een vliegend spaghettimonster. In deze mogelijke wereld is er wel degelijk een subject dat weet dat het vliegende spaghettimonster niet bestaat, namelijk God zelf. Het is dus helemaal niet onmogelijk om te weten dat het vliegende spaghettimonster niet bestaat. 

Zie: Towards a Renewed Case for Theism (met achterin de samenvatting.)

Rutten geeft hier zelf een – zeer beknopte – samenvatting van de inhoud.

De openbare verdediging van het proefschrift vindt plaats op donderdag 20 september om 11:45 in de aula van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Het absolute begin van het universum


Het universum heeft een absoluut begin gehad. Promovendus aan de VU Emanuel Rutten heeft een a priori argument voor de these dat het universum een absoluut begin heeft gehad. Het argument is a priori in de zin dat het geen beroep doet op de resultaten van de positieve vakwetenschappen, zoals de fysica of kosmologie. Het bestaat uit twee premissen:

1. Het is onmogelijk dat er op hetzelfde moment oneindig veel objecten bestaan. 2. Als het onmogelijk is dat er op hetzelfde moment oneindig veel objecten bestaan, dan is het ook onmogelijk dat op enig moment een oneindige tijdsduur verstreken is.

Filosoof Rutten legt vervolgens uit dat uit beide premissen volgt dat het onmogelijk is dat op enig moment een oneindige tijdsduur verstreken is en dat het universum een eindige tijdsduur geleden moet zijn ontstaan, waaruit volgt dat het universum is begonnen te bestaan: zij heeft een absoluut begin gehad.

Het universum is een eindige tijdsduur geleden tot aanzijn gekomen. Deze conclusie is niet zonder theologische significantie. Zo verklaarde Stephen Hawking nog begin dit jaar, vlak voor een conferentie voor kosmologen in Cambridge, het volgende: ‘A point of creation would be a place where science broke down. One would have to appeal to religion and the hand of God…’

Hawking vervolgt op zijn eigen site: ‘…om te bepalen hoe het heelal zou beginnen.’ – En dan zijn we weer terug bij mijn vorige blog waarin hoogleraar sterrenkunde Heino Falcke verklaarde dat de oerknal nooit de oorsprong kan zijn. ‘Er was al iets. God is groter dan alles wat wij in kaart hebben gebracht en Hij houdt alles ‘in control’.’ – Hopelijk houdt God dan ook het einde ‘in control’, want alles wat begint, zal ook ooit eindigen.

Emanuel behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. De laatste twee met het judicium cum laude. Begin 2010 begon Emanuel aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte bij Prof. Dr. R. van Woudenberg.
Het werkterrein van Emanuel betreft primair ontologie, epistemologie en esthetiek. De titel van zijn dissertatie luidt: ‘A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism’.

Zie: Een a priori argument voor de these dat het universum een absoluut begin heeft gehad (Emanuel Rutten)

en: My life in psysics (Stephen Hawking)

Foto heelal: Miniem stukje van de zichtbare hemel uitvergroot door de Hubble ruimtetelescoop (Nasa & ESA, 2004). Bijna ieder ellipsvormig puntje is een afzonderlijk sterrenstelsel met elk circa 100 miljard sterren. Alleen de weinige exact ronde puntjes zijn sterren van onze eigen melkweg die op de voorgrond staan. In iedere willekeurige richting ziet men ongeveer het zelfde beeld: een heelal gevuld met miljarden sterrenstelsels.  (NASA and the European Space Agency)

Foto: Emanuel Rutten (pd)

Iemand, niets ‘iets’, heeft de kosmos gemaakt


In debat met atheïst Herman Philipse eergisteren in Felix & Sofie vertelde filosoof Emanuel Rutten dat als de kosmos inderdaad is begonnen te bestaan, zij dan een oorzaak moet hebben voor haar ontstaan. Het is immers redelijk om ervan uit te gaan dat alles wat is begonnen te bestaan, waaronder dus de kosmos zelf, een oorzaak moet hebben voor zijn of haar ontstaan.

De ontstaansoorzaak van de kosmos is echter de ontstaansoorzaak van alle ruimte, tijd en materie. Maar dan dient deze oorzaak zelf buiten ruimte, tijd en materie te bestaan. ‘Iemand heeft de kosmos gemaakt,’ verklaarde filosoof Emanuel Rutten in zijn openingstoespraak afgelopen dinsdag in Felix en Sofie, waar hij inging op de vraag of geloof in God rationeel aanvaardbaar is. Hij deed dit in debat met Herman Philipse over de vraag over de houdbaarheid van het geloof in God.

Nu zijn er redelijkerwijs twee kandidaten voor een immateriële, boventijdelijke en bovenruimtelijke oorsprong van de kosmos, namelijk enerzijds een abstracte entiteit, zoals proposities of wiskundige objecten en anderzijds een immaterieel bewustzijn. Nu zijn abstracte entiteiten causaal inert, zij kunnen niets veroorzaken. Maar dan volgt dat de oorzaak van de wereld een intentionele act betreft van een immaterieel bewustzijn. De oorsprong van de kosmos is dus niet gelegen in een iets, maar in een iemand, in een persoon in plaats van in een ding.

Rutten verklaart in zijn toespraak ‘Is geloof in God rationeel aanvaardbaar?’ dat het theïsme als wereldbeeld niet alleen consistent, coherent, sterk integratief en compatibel is met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft volgens de filosoof tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.

Bovendien is het theïsme in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verklaren, zoals het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets, het bestaan van contingente objecten en stabiele logische en fysische wetten, het feit dat ons universum een absoluut begin heeft gehad oftewel een eindige tijdsduur geleden is ontstaan, de saillante fine-tuning van de kosmos, de opmerkelijke effectiviteit van de wiskunde als beschrijvingstaal van de natuur, de persistentie van objecten, de objectiviteit van het verleden, het bestaan van bewustzijn, het bestaan van vrije wil, het vertrouwen in de betrouwbaarheid van ons redevermogen en onze zintuigen, de ervaring van de objectiviteit van morele waarden en van mathematische waarheden, ervaringen van schoonheid en van het sublieme, en allerlei vormen van mystieke en religieuze ervaringen.

Zie voor de volledige openingstoespraak van Emanuel Rutten:
Is geloof in God rationeel aanvaardbaar? (26-06-2012)

Emanuel Rutten heeft wiskunde en filosofie gestudeerd, en beide studies afgerond met het judicium cum laude. In 2010 begon hij met een promotie in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit. Zijn werkterrein betreft de systematische wijsbegeerte met als specialisaties formele ontologie en epistemologie. Dit najaar promoveert hij met zijn dissertatie: A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism. (Foto: pd)

Illustratie Big Bang Explosion: scilogs.be: ‘De geschiedenis van het heelal in een notendop: vlak na het ontstaan van het heelal treedt er een korte periode van inflatie op waarbij het heelal zeer snel groter wordt.  Hieruit komt het vlakke, homogene en isotrope heelal voort dat we nu kennen.  400000 jaar later ontkoppelen straling en materie doordat elektronen zich aan atoomkernen binden in elektrisch neutrale atomen. Lange tijd gebeurt er niets, maar 400 miljoen jaar later ontstaan de eerste sterren. Nog later groeperen deze zich in sterrenstelsels en ontstaan de eerste planeten.  Sinds de inflatie-periode vertraagt de uitdijing van het heelal onder invloed van de gravitatiekracht, maar uiteindelijk steekt de mysterieuze donkere energie de kop waardoor de uitdijing van het heelal opnieuw versnelt.’

Pinksteren in een ge-fine-tuned universum


En weer bestaat waarschijnlijk God. ‘Er is een fysisch universum dat wordt geregeerd door een relatief beperkt aantal uniforme, stabiele en eenvoudige natuurwetten. Dit fysisch universum is ge-fine-tuned voor het ontstaan van bewuste vrije wezens, die door dit bewustzijn in staat zijn tot het voelen van pijn en plezier, verdriet en geluk…

…en die dankzij het relatief beperkt aantal universele, betrouwbare en simpele wetten eveneens de onmiddellijke gevolgen van hun concrete handelen in de wereld kunnen voorspellen, zodat zij, omdat ze tevens vrij zijn, in staat zijn tot het maken van moreel significante keuzes tussen het pijn doen of juist gelukkig(er) maken van elkaar.’

Een mooie Pinkstergedachte zou dit kunnen zijn. Bovenstaande werd onlangs uitgesproken door de Engelse godsdienstfilosoof en emeritus hoogleraar van de universiteit van Oxford, Richard Swinburne, tijdens zijn debat met filosoof en universiteitshoogleraar (Utrecht) Herman Philipse, geciteerd en verder verklaard door filosoof Emanuel Rutten in ‘Swinburne’s probabilistische case voor theïsme’ op het Filosofieblog.

Met ‘wezens’ doelt Swinburne op de mens. De ‘hypothese H’ van Swinburne is waarschijnlijk waar en dus (en weer) bestaat waarschijnlijk God.

Er is een noodzakelijkerwijs eeuwig, almachtig, alwetend en perfect vrij wezen (dat volgens Swinburne om deze redenen niet anders dan algoed kan zijn) dat bovendien enkelvoudig is. (Rutten)

Terug naar Pinksteren zelf. De kerk viert dan de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen. Met de Heilige Geest wordt bedoeld God Zelf in Zijn werkzame kracht.

Een algoed wezen (dat zelf onmogelijk anders dan het goede kan doen) zal dus wezens willen voortbrengen die over dit waardevolle vermogen beschikken. Maar dan dienen deze wezens wel een fysiek lichaam te hebben om moreel significante handelingen te kunnen verrichten, waardoor een fysisch universum noodzakelijk is. Bovendien dienen ze over bewustzijn te beschikken om ook de positieve en negatieve effecten van deze handelingen te kunnen voelen. (Swinburne)

Nog even verder stilstaan bij Pinksteren. De kerk legt dit feest uit in de zin dat zendelingen tot in de verste hoeken van de wereld moeten vertellen over Jezus. In deze nieuwe tijd zouden we ook de gedachte van Swinburne kunnen verspreiden. Jezus zou het trouwens absoluut met hem eens zijn geweest wat betreft het in alle vrijheid maken van een keuze elkaar pijn te doen of elkaar gelukkig(er) te maken. En natuurlijk vindt Hij dat we elkaar vooral gelukkig(er) moeten maken. Veel religies verspreiden immers de Gulden Regel: ‘Behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden,’ of anders geformuleerd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet’.

De geest van God wil via de mens volkomen gestalte krijgen, de mens kan zich op Hem ook ‘fine-tunen’. Zijn geest lijkt mij overal in de mens aanwezig en uit zich in alle mooie dingen waartoe de mens in staat is. Eigenlijk is het altijd Pinksteren. Het proces van fine-tunen gaat door.

Zonder een algoed wezen dat de intentie en mogelijkheid heeft om wezens te scheppen die moreel significant kunnen kiezen tussen goed en kwaad is het erg onwaarschijnlijk dat er een fysisch universum bestaat dat is ge-fine-tuned voor het ontstaan van dergelijke wezens. (Swinburne)

De geest van God vind je vooral terug in de wetenschap die alle wonderen van deze wereld bestudeert en begrijpelijk wil maken. (En daardoor niet minder wonderlijk.) De mens op zich is al een wonder. Bij ieder nieuw begrijpen van wat er zich in ons universum afspeelt, komen we weer een stukje dichter bij God. Het is zoals de pionier van de wetenschappelijke methode, Francis Bacon (1561 – 1626), al zei: ‘Weinig wetenschap verwijdert van God, veel wetenschap brengt tot Hem terug.’

Zie: Swinburne’s probabilistische case voor theïsme

Illustr: bewusstseinssprung2012.blogspot.com

Door de filosofie twijfelt God nu zelf aan Zijn bestaan


Filosoof en wiskundige Emanuel Rutten antwoordt op zijn blog alle tegenwerpingen op zijn vermeende godsbewijs. De discussie daar wordt steeds complexer. Daarom God zelf maar eens gevraagd naar Zijn bestaan. ‘God, bent U op de hoogte van de filosofische disputen over Uw bestaan?’

‘Natuurlijk, ik ben God. Het is de dicto duidelijk waar dat ik besta. Vraag maar aan Rutten. Ik moet wel bestaan, want volgens hem is het niet mogelijk om te weten dat God niet bestaat. Het is dus mogelijk te weten dat ik besta. En ik weet het. En bovendien, de Schepper, zoals jullie me ook wel noemen, kan weten wat wel en wat niet bestaat. Nou, ik besta, al vinden sommigen dat onbestaanbaar.’

‘Bent U inderdaad een persoonlijke eerste oorzaak?’

‘Nee, want dan zouden er meer Goden kunnen zijn, ik ben de persoonlijke eerste oorzaak, per definitie onveroorzaakt.’

‘U wordt wel eens vergeleken met het vliegende Sphagettimonster. Wat vindt U daarvan?’

‘Onzin, ik ben God en hij is het monster. En hij bestaat, ik heb hem zelf geschapen, in een dolle bui.’

‘Kunnen we dat monster zien?’

‘Nee, die bevindt zich in andere werelden die ik geschapen heb.’

‘Kunnen wij die andere werelden betreden?’

‘Ooit, als de kwantummechanica zover is, maar dat kan nog wel even duren.’

‘Maar nu even terug naar Uw bestaan. Rutten definieert U als persoonlijke eerste oorzaak. Dit mag hij doen, vindt hij zelf. Hij mag een definitie van U geven. Hiermee heeft hij nog niet gezegd dat U zou bestaan.’

‘Ik begin zo langzamerhand aan mijn eigen bestaan te twijfelen. Hij zegt zelfs dat zijn bewijs niet waterdicht is. Als reden noemt hij dat we met een argument te maken hebben en niet met een bewijs. Bewijzen doen we in de wiskunde, niet in de filosofie, vindt hij. De premissen van Ruttens argument zijn voldoende plausibel, en daarom is de conclusie van zijn argument (dat immers logisch uit deze premissen volgt) dat ook. Het argument maakt het bestaan van mij waarschijnlijker. Zekerheid wordt echter uiteraard op deze manier niet geboden.’

1. Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar. 2. De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar. 3. Ergo: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar. 4. Ergo: het is noodzakelijk waar dat God bestaat.

‘Dus Uw bestaan is hiermee nog altijd niet werkelijk bewezen. U bestaat waarschijnlijk. En volgens Richard Dawkins zelfs waarschijnlijk niet.’

‘Ik, God, ben transcendent, ik denk dat daar het probleem ligt. Daarom ben ik voor filosofen en vooral voor wiskundigen onbewijsbaar.’

‘Maar U bestaat, want ik spreek met U.’

‘Het niet bestaan van mij is niet waarneembaar, zoals Rutten al zegt. Het bestaan van mij is dus waarneembaar, daardoor kunt u me waarnemen.’

‘Zijn conclusie uit zijn argument is dan ook dat U wel degelijk ook in de actuele wereld bestaat.’

‘Tja, ik ben blijkbaar niet bewezen, maar besta daarin wel beargumenteerd.’

‘Eigenlijk komt het erop neer dat we a priori in U moeten geloven.’

‘Ja, nee, het moet natuurlijk niet. Maar ik ben niet zintuiglijk aanwezig.’

‘Dank in ieder geval voor Uw tijdelijke zintuiglijke aanwezigheid, en voor dit gesprek.’

‘U hoort nog van mij, als ik definitief van mijn bestaan laat horen.’

‘Ik hoop het, want de wereld raakt meer en meer in verwarring.’

‘Ach, je moet die filosofen met een korreltje zout nemen, het kan veel eenvoudiger: geloof gewoon in mij, dat is minder moeilijk dan mij filosofisch te bepalen.’

Wie graag een rechtstreekse reactie van Emanuel Rutten wil ontvangen op een specifiek bezwaar tegen zijn argument, wordt door hem aangeraden zijn of haar bezwaar te posten onder op zijn blog: ‘Openingstoespraak VU debat.’

Foto beeld: Gevonden op de site van kuleuven.be. Update 18 april: Annelies Wintermans schreef: Big smile! Het prachtige beeld (foto) is trouwens niet van de KUL maar van de Belgische kunstenaar Jean-Michel Folon (ik ben een fan)! – Met dank aan Annelies dus.

Cartoon: balloocartoons.com

Vier tegenwerpingen godsbewijs Emanuel Rutten


Inmiddels hebben de lezers wel recht op tegenargumenten op het vermeende godsbewijs
 van filosoof Emanuel Rutten. Zelf noemt hij het een argument, geen bewijs. Tegenwerpingen, met Ruttens antwoord erop. Een afdoende tegenwerping lijkt nog niet gevonden, ook al klinken de vele reacties op mijn blogs plausibel. Het wachten is op een objectie die wel hout snijdt. Het schijnt dat je dan de premisses van Rutten zelf moet weerleggen.

Eerste tegenwerping
Objecties tegen het argument. Men zou allereerst kunnen tegenwerpen dat het ook onmogelijk is te weten dat God bestaat. Maar dan volgt uit de eerste premisse van het argument dat het noodzakelijk onwaar is dat God bestaat, zodat het argument faalt. Het is echter niet onmogelijk te weten dat God bestaat. Beschouw immers een mogelijke wereld waarin God bestaat. In deze wereld bestaat er wel degelijk een subject dat weet dat God bestaat, namelijk God zelf. Het is dus niet onmogelijk te weten dat God bestaat.

Tweede tegenwerping
Volgens een tweede objectie faalt het argument omdat, indien het argument correct zou zijn, eveneens zou volgen dat bijvoorbeeld eenhoorns, superman, het vliegende spaghetti monster of vliegende theepotten noodzakelijk bestaan, hetgeen absurd is. Neem het vliegende spaghetti monster. Uitgaande van een Cartesiaanse notie van kennis is het, aldus de objectie, onmogelijk te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat. Geen enkel subject kan namelijk uitsluiten dat er zich niet toch ergens een vliegend spaghetti monster bevindt. Maar dan volgt uit de eerste premisse van het argument dat het vliegende spaghetti monster noodzakelijk bestaat, hetgeen zoals gezegd absurd is. Echter, het is helemaal niet onmogelijk te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat.

Beschouw namelijk een mogelijke wereld waarin God bestaat en waarin God besluit niets te scheppen, of waarin God besluit exact één causaal inert object te scheppen ongelijk aan een vliegend spaghetti monster. In deze mogelijke wereld is er wel degelijk een subject dat weet dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat, namelijk God zelf. Het is dus inderdaad helemaal niet onmogelijk om te weten dat het vliegende spaghetti monster niet bestaat. En daarom is ook deze tweede objectie niet adequaat. Hetzelfde geldt natuurlijk voor gelijksoortige objecties gebaseerd op de vermeende onkenbaarheid van het niet bestaan van eenhoorns, superman, vliegende theepotten, enzovoort.

Derde tegenwerping
Een derde objectie vangt aan met de vraag waarom wij de Cartesiaanse notie van kennis, waarop het argument betrekking heeft, eigenlijk zouden accepteren. Er zijn toch ook vele andere noties van kennis? Bovendien kunnen wij, uitgaande van een Cartesiaanse kennis-notie, nooit weten dat de eerste premisse waar is. Het punt is echter dat wij zelf helemaal geen Cartesianen hoeven te zijn om uitspraken over instanties van Cartesiaanse kennis te accepteren. Vergelijk dit met het klassieke schoonheidsideaal. Wij hoeven zelf het klassieke schoonheidsideaal niet te omarmen om uitspraken over dit ideaal te accepteren. En inderdaad, ik beweer helemaal niet dat wij Cartesiaans weten dat de eerste premisse waar is. Ik beweer slechts dat de eerste premisse plausibel is. In elk geval plausibeler dan de conclusie dat God metafysisch noodzakelijk bestaat, en dat is voldoende voor het argument.

Vierde tegenwerping
Als vierde objectie kan men trachten onkenbare proposities te formuleren die mogelijk waar zijn, zoals “p en niemand weet dat p” of “Er zijn geen kenbare proposities”. Zulke tegenvoorbeelden kunnen echter vermeden worden door uit te gaan van een iets zwakkere formulering van de eerste premisse van het argument. Laat een K-wereld een mogelijke wereld zijn waarin ten minste één propositie gekend wordt. Laat verder een c-propositie een propositie zijn die een bepaalde concrete stand van zaken affirmeert dan wel ontkent. De zwakkere formulering van de eerste premisse, waarmee zoals gezegd de hierboven genoemde en andere soortgelijke tegenvoorbeelden vermeden worden, luidt dan als volgt: “Indien p een c-propositie is die waar is in tenminste één K-wereld, dan is p kenbaar”.

Klik hier voor de volledige openingstoespraak van Emanuel Rutten. (Onder aan het artikel ‘Emanuel Rutten verdedigt zijn godsbewijs’.) (Geloof en wetenschap)

Foto: Hubble photographed the oldest galaxy.

Gerelateerd:

VU-debat: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat

‘Je kunt logisch sluitend afleiden dat God bestaat’

VU-debat: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat

Emanuel Rutten tijdens het debat in de VU Amsterdam - foto: pd

Het vliegende Spaghettimonster legt het af tegen de God van filosoof en wiskundige Emanuel Rutten. Niemand van de studenten of andere geleerde toehoorders kregen er een speld tussen. De premisses van Rutten stonden en staan als een huis. Voor hem hebben we het hier wel over ‘the personal first cause’, de zijnsgrond van de wereld, dus niet zomaar iets of iemand, je kunt er, wetenschappelijk gezien, geen monster of vliegende theepot tegenover zetten. 

‘Als de wereld inderdaad ten diepste kenbaar is, dan kunnen wij op grond daarvan beargumenteren dat God bestaat.’ Of, in de taal van de logica:

1. Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar. 2. De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar. 3. Ergo: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar. 4. Ergo: het is noodzakelijk waar dat God bestaat.

De Belgische filosoof Lieven Decock kreeg geen voet tussen de deur. Een van zijn stellingen om Ruttens argument proberen te weerleggen luidde: ‘Veronderstel een nabije mogelijke wereld waarin Dante Vergilius en vervolgens Beatrice tot in de Hemel volgt, maar waar het in tegenstelling tot de huidige wereld donker is, en waar de cherubijnen en serafijnen aan Dante getuigen dat ze (op basis van het Angelische vermogen God te kennen en te weten waar Zijn plaats is in de kosmos) weten dat God afwezig is.’ Volgens Decock is op basis hiervan de tweede premisse van Rutten (‘God bestaat niet is noodzakelijk onkenbaar’) onwaar.

Dit werd door Rutten verworpen. Hij vroeg zich af hoe engelen kunnen bestaan zonder God, dus waar hebben we het over? Ruttens argument bleef in de discussie overeind. Ook theoloog Maarten Wisse kreeg geen voet tussen de deur, hij meende een rekenfout te zien. Hij probeerde vergeefs de premisses onderuit te halen, met behulp van noodzakelijke werelden, waarvan in een ervan God bestond, maar in de andere niet. Wisse vond de discussie op zich van belang omdat het over God ging en nog wel vanuit wetenschappelijke hoek. Ik kreeg de indruk dat je in de God van Wisse gewoon moet geloven, dat wetenschappelijk bewijs niet noodzakelijk is.

Ik sprak de geestdriftige filosoof Emanuel Rutten van het vermeende godsbewijs later bij een drankje in de sociale ruimte van de VU en vond het frappant te horen dat hij tijdens zijn wiskundestudie helemaal niets van God moest hebben. Die bestond echt niet. Hij noemde zichzelf toen niet eens atheïst omdat dat al blijk zou geven van het bestaan van een God. Waarom noem je je anders a-theïst? (De God van Rutten is trouwens niet per se christelijk, maar zoals gezegd wel de ‘personal first cause’.)

Voor Rutten bestaat God absoluut en dat is te merken aan zijn gedrevenheid als hij het over Hem heeft. Ik legde hem uit dat voor mij de discussie soms lastig te volgen was. Hij beloofde zijn verhaal van vanmiddag online te zetten, zodat iedereen het nog eens na kan lezen. Dat is wel nodig. De discussie is er boeiend genoeg voor, maar je moet van goeden huize komen om Rutten van repliek te dienen. Ik raad de lezer aan verder te googelen en op zoek te gaan naar meer blogs of journalistieke verslagen waarin wetenschappers verslag doen over dit argument van Rutten. Zelf studeer ik ook verder. Wordt zeker vervolgd! Ook in mijn latere blogs; dan hoop ik er van dieper in door te kunnen gaan. Ik ben benieuwd naar andere verslagen.

Gerelateerd: ‘Je kunt logisch sluitend afleiden dat God bestaat’ 

Foto: Emanuel Rutten in debat in de VU Amsterdam over zijn argument voor God. – Foto: pd.
Update 30-10-2024 (lay-out)