‘Atheïsten hebben een signaalfunctie’

Atheïsten houden je volgens theoloog Rikko Voorberg een spiegel voor of de kerk nog impact heeft. ‘Als de kerk een zelfbevestigend cirkeltje is geworden, waarin de woorden alleen betekenis hebben voor de gelovigen zelf, dan is dat de dood in de pot.’ Voorberg, een predikant die zich daadwerkelijk vrijgemaakt heeft uit de vrijgemaakt gereformeerde bubble, houdt ook van het perspectief van een vrijgemaakte theologie. AdRem plaatste een interview met Voorberg, bekend van de PopUpKerk in Amsterdam, ‘We gaan ze halen’ en het boek De dominee leert vloeken: over woede, onmacht en daadkracht.

Dit boek is het verslag van een persoonlijke reis met aanknopingspunten voor constructieve actie. Het is voor cynici die hun cynisme zat zijn. Voor kerkelijken die hun kerkelijkheid zat zijn. Voor geëngageerden die verbaasd een dominee aan hun zijde vinden. Voor gelovigen die weten dat het niet om een hemel gaat. Voor ouderen die verlangen naar nieuw elan. Het is voor iedereen die meent dat alles wat we kunnen doen te weinig is, maar dat niets doen echt niet kan. Het is voor iedereen die zich afvraagt waar de moti­vatie en de energie te vinden zijn om steeds hoopvol opnieuw te beginnen.
(Uit: De dominee leert vloeken)

Voorberg zat, als zoon van de dominee, volledig in de vrijgemaakt gereformeerde bubble, zegt hij. Bij Karl Barth las hij over de ongrijpbaarheid van de eeuwige en het idee van God als gebeuren. Barth opende zijn ogen voor het perspectief van een minder vastgelegde theologie, en sindsdien wil Voorberg liefst zo dicht mogelijk op het ‘geleefde en publieke leven theologiseren’.

Het was met name de ongrijpbaarheid van God die me bij Barth raakte, die werd een ‘vreemde’, een verheven entiteit. Alles wat je over God zei moest ook weer ontkend worden, niemand had hem in the pocket. Ik kon weer ademhalen.’
(Uit: De dominee leert vloeken)

En ook de luthers predikant en theoloog Bonhoeffer.

Dietrich Bonhoeffers theologie die direct voortkwam uit de grote, existentiële vragen van zijn tijd zijn zo veel interessanter dan algemene dogmatische discussies…’ 
(Voorberg in AdRem)

De predikant vindt dat het verhaal van het christendom niet alleen betekenis kan hebben binnen de muren van de kerk. In zijn boek zegt Voorberg dat het kunstenaars en activisten waren die hem het idee gaven dat het mogelijk was om goede woede in constructieve actie om te zetten; hij trof ze toen hij de wereld buiten zijn gereformeerde subcultuur ging verkennen.

Mijn zoektocht werd het te ontdekken wat het geloof, wat het Evangelie voor betekenis heeft in de gewone wereld. Ik zeg soms tegen de kunstenaars en niet-gelovigen met wie ik werk, dat het eigenlijk een wat egoïstisch projectje is. Ik wil niet hen bekeren, maar zoek hun inzicht om zelf opnieuw bekeerd te worden tot een relevanter vorm van christendom. Of het christendom iets te zeggen heeft, moet je onderzoeken tussen niet-gelovigen.’
(Voorberg in AdRem)

Atheïsten hebben een signaalfunctie als kanaries in een kolenmijn, is een uitspraak van Voorberg. In de PopUpKerk in Amsterdam die hij initieerde, was een werkregel dat ‘als er geen atheïsten in een PopUpKerk meer aanwezig zijn, die per direct wordt opgeheven’.

Het is zo helend om niet- of andersgelovigen te betrekken bij wat je doet. Zij houden je een spiegel voor of de kerk nog impact heeft.’
(Voorberg in AdRem)

Mensen zoeken rust en comfort in de kerk, maar… zegt Voorberg, religie hoort altijd ook in zekere zin oncomfortabel te zijn.

Als je het licht wilt vinden, dan moet je in het duister zijn, want daar schijnt het. Ik herken dat heel sterk uit het pastoraat en uit levens van vrienden. Of ik doe wat het evangelie vraagt? Ik doe wat ik soms dénk dat het Evangelie van me vraagt in de hoop om te ontdekken wat het Evangelie werkelijk van me vraagt. Zeker weten, dogmatisme is dan de dood in de pot’.’
(Voorberg in AdRem)

Bronnen:
* Zoek je het licht, ga dan naar het duister (AdRem, februari 2021) | ‘In 1807 werd door Westerlingen een bijbel voor slaven gemaakt, maar ze moesten niet op het idee komen om in opstand te komen. Dus werd 90% van het Oude Testament uit hun bijbel geschrapt.(Voorberg in AdRem)

* De dominee leert vloekenRikko Voorberg | De Arbeiderspers | 25-10-2016 | € 20,99 | E-book: € 10,99 | ‘Rikko Voorberg gelooft in lotsverbondenheid met anderen, dichtbij en ver weg, en laat zien wat dat in de praktijk betekent.’ – Petra Stienen, publiciste en arabiste | ‘Eindelijk een alternatief voor volwassen idealisten. Een boek dat ieders aandacht verdient.’ – Karel Smouter, De Correspondent.

Beeld: VISIE-EO

Pleidooi voor mystiek in de psychologie

Het is hoog tijd dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Psycholoog Vincent Duindam vraagt zich af of er een psychologie denkbaar is waarin we leren om contact te maken met je wezenlijke identiteit, een diepere dimensie: je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie. Kunnen we de ‘ziel’ weer terugbrengen in de psychologie? Psychologie dus die zich niet alleen laat inspireren door natuurwetenschappen of geesteswetenschappen, maar ook door spiritualiteit. Kan de psychologie weer bezield worden?

Het maakt Duindam nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Hij zegt zelf ook niet zeker van de antwoorden te zijn, maar het gaat hem om de poging. Daarover gaat zijn boeiende artikel Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren in Volzin. Psychologie kan op de natuurwetenschappen willen lijken (‘wij zijn ons brein’), of zich richten op betekenis, zingeving, je verhaal. De ziel die Duindam terug wil brengen in de psychologie ligt echter dichtbij de humanistische en de positieve psychologie.

Ik denk dat het nu revolutionair en hoog tijd is dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Dus: door stilte, meditatie, ‘uit je verhaal stappen’. De psychologie kan en mag zich later inspireren door natuurwetenschappen, geesteswetenschappen, en ja ook door spiritualiteit. Het laatste perspectief maakt nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Ik ben zelf ook niet zeker van de antwoorden, maar het gaat om de poging.’
(Duindam)

Duindam noemt mystiek in één adem met spiritualiteit. Toch zijn er verschillen. Filosoof dr. Angela Roothaan beschrijft in Spiritualiteit begrijpen als gemene deler van de spiritualiteit: ‘leven, in de zin van echt, authentiek leven, gebalanceerd leven, in liefde met het hogere leven’. Bij mystiek denk ik meer aan ‘bewustzijn van Gods aanwezigheid in ons’, zoals Rob Faesen SJ dat omschrijft. Het is natuurlijk allebei waardevol, maar op de sofa bij de psycholoog zijn mensen vaak niet op zoek naar God, ze willen vooral in contact komen met hun ziel, hun eigen diepte of zichzelf (her)vinden. Maar misschien kom je dan toch bij God uit, bij het hogere leven…

Psychologie gaat, aldus Duindam, vaak over ‘de beste versie van jezelf ontwikkelen’, spiritualiteit gaat over het vinden van je diepste identiteit: ‘Op die diepste plek is ruimte en ben je niet alleen, maar verbonden met ‘het geheel’.’ Hij verwijst naar prof. dr. Sarah Durston (hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen aan het UMC Utrecht en voorzitter van de Stichting Bewustzijn en Wetenschap.) Zij roept op spiritualiteit serieus te nemen, omdat dit wel degelijk een onderdeel is van de menselijke ervaring.

Ook noemt de auteur prof. dr. Mia Leijssen (emeritus-hoogleraar psychologie en psychotherapie) die een existentiële welzijnscounseling ontwikkelde: Existential Well-being Counseling. Het gaat dan onder meer om focussen.

Focussen is een hele mooie, zachte manier om in dialoog met je eigen lichaam, een waarheid te ontdekken die zich onder je alledaagse bestaan afspeelt. Het is een creatieve methode waarin je jezelf tot je verbazing dingen hoort zeggen, die je niet met je hoofd had kunnen bedenken. Er komen veelzeggende beelden tevoorschijn.’
(Duindam)

Het belangrijkste van deze aanpak vindt Duindam echter dat de luidruchtige mind omzeild wordt:

Dat betekent niet alleen dat je jezelf verrast doordat je langs je geijkte denkpatronen en je eigen vaste clichés gaat, het betekent ook dat je in contact komt met een diepere dimensie. Je kunt dit je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie noemen.’
(Duindam)

Bronnen:
* Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren (!Bericht niet meer te vinden in Volzin – update 18 02 2023)
* Spiritualiteit begrijpen, een filosofische inleiding – Angela Roothaan

Foto: © Françoise Idzerda

God, zingeving en verbondenheid

‘Er is een besef dat alles anders moet. Er leeft een ongelooflijk gevoel van urgentie, dat er een opeenstapeling is van gigantische problemen, van het klimaat tot de verharding van de samenleving en kapitaalongelijkheid. Maar voor we het anders gaan doen, hebben mensen tijd nodig. We gaan eerst door een soort rouwproces, de toon verandert echt met de week. Maar ik heb nog niemand gesproken die terug wil naar hoe het voor de coronacrisis was.’ Politicoloog Mounir Samuel zegt dit vol passie in de Volkskrant. Deze passie is ook gloedvol te horen in De Ongelooflijke Podcast bij NPORadio1.

S
amuel maakt zich daarin zorgen over maatschappij, waarin mensen zich steeds verder terug trekken in bubbels. Zelf probeert hij met iedereen échte gesprekken te voeren, ook over zingeving en geloof. Podcast 44 gaat over geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken. ‘De grootste crisis is de geestelijke armoede’.

De publicist ergert zich aan identiteitspolitiek, omdat het afleid van belangrijkere discussies, vindt hij. ‘Zo lang we met elkaar aan het soebatten zijn over gender, kleur en andere zaken – hoe belangrijk ook – staan we niet samen collectief te vechten tegen de echte, grote problemen, zoals het klimaat en Big Tech die ons hele leven infiltreren.

In zijn boek Noodzakelijke gesprekken praat hij vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is.

Ik wilde naar een dieper gesprek over God, zingeving en verbondenheid. Het coronavirus werkt als een soort snelkookpan voor de grote thema’s van deze tijd. Het legt bloot wat we al jaren doen. De gesprekken gaan over de vragen die we onszelf moeten stellen op weg naar een nieuwe wereld, zodat we niet teruggaan naar business as usual.’
(de Volkskrant)

Mounir Samuel omschrijft zichzelf als een ‘Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde, transgender man van kleur’. Hij is politicoloog, publicist, theatermaker, Midden-Oostencorrespondent en presentator van het tv-programma De Nieuwe Wereld. Naast schrijver en journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer, is hij ook adviseur ‘diversvaardigheid’, en beweegt zich in zijn werk en leven soepel over de scheidslijnen van politiek, geografie, media, cultuur, taal, religie en gender.

De begrippen buitelen over elkaar heen als je Mounir goed wil omschrijven, mede daarom noemt hij zichzelf ‘het failliet van het identiteitsdenken’. Wat bedoelt hij daarmee? En wat voor rol spelen God en geloof in zijn tumultueuze leven?
Mounir schreef middenin de coronacrisis het boek
Noodzakelijke Gesprekken, waarin hij 15 mensen interviewt over de grote vragen van deze tijd. Maar dit keer is hij zelf aan de beurt. Journalist David Boogerd en theoloog Stefan Paas praten met Mounir Samuel over geloof, twijfels, geestelijke armoede en één identiteit die alles overstijgt.’
(De Ongelooflijke Podcast)

Noodzakelijke gesprekken – reflecties op een nieuwe wereld | Mounir Samuel | Essaybundel | Uitgeverij Jurgen Maas | December 2020 | €19.95 | 240 blz. |
Noodzakelijke gesprekken bevat vijftien spraakmakende interviews over de grote vragen van deze tijd. Daarin gaat Mounir geen ongemakkelijk thema of maatschappelijke uitdaging uit de weg. Of het nu leven in quarantaine, de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, de zorg, het onderwijs, God en religie, politieke representatie, feminisme, intimiteit, depressie, het ouderschap of de verwerking van verlies betreft. Met een scherpe pen destilleert Mounir samen met zijn gesprekspartners een nieuwe wereld.’ (Cover)

Luister: #44 – Geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken met Mounir Samuel en Stefan Paas (De Ongelooflijke Podcast – NPORadio1) ‘Geestelijke armoede is de grootste pandemie.’
‘Nederlandse christenen moeten niet zo verlegen doen over hun geloof. Het verbaast schrijver en journalist Mounir Samuel regelmatig dat veel gelovigen nauwelijks durven te praten over hun religie, terwijl er juist veel behoefte is aan zingeving, denkt hij. Zelf heeft hij er geen last van: “Ik kan niet niét over God praten”, zegt hij in De Ongelooflijke Podcast.’

Beeld: wp.johannescentrum.nl
Update 29062024: lay-out

‘God keert terug dankzij de quantummechanica’

Volgens Maarten van Buuren keert God terug dankzij de quantummechanica als alomvattende kiemkracht in de Natuur. Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens hem worden herzien. Over zijn boek Quantum, de oerknal en God dat 2 februari 2021 verschijnt, interviewden Hans Rutten en Jacques Poot, van Academie op Kreta, de auteur. ‘Er gaapt een kloof tussen onze waarneming en de dynamiek waar alles uit voortkomt. Over die grens en over de oorsprong van de dingen gaat het in Quantum, de oerknal en God.

‘De goddelijk oorsprong en beschutting van een kosmos is al te lang afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal’
(Maarten van Buuren)

God is Natuur
‘God is Natuur’ stelde Baruch de Spinoza in de 17e eeuw. Met de opkomst van de moderne natuurkunde in de 18e en 19e eeuw raakte de natuur haar goddelijke status kwijt. Wetenschappers dachten dat alles meetbaar was en het leek een kwestie van tijd voordat de mens de natuur geheel en al zou hebben doorgrond.

‘Aan dit optimisme kwam een abrupt einde toen de jonge Duitse natuurkundige Werner Heisenberg in 1925 ontdekte dat het gedrag van elementaire deeltjes per definitie onbepaalbaar is. Heisenberg legde de grondslag voor de quantumfysica. Hij ontketende een wetenschappelijke revolutie die het moderne wereldbeeld op zijn kop zette. In Quantum, de oerknal en God onderneemt Maarten van Buuren een filosofische verkenning van de consequenties van deze revolutie.

Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien. Aan afkoeling en verval gaat een dynamische impuls vooraf waaruit alle dingen ontstaan en die de energie levert voor alles wat groeit en bloeit. ‘Vormkracht’ is de motor van het universum. Daarmee keert God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terug.’
(Maarten van Buuren)


Coverfoto Van melkweggrenzen tot kwantumverstrengeling (Bruno del Medico)

‘Natuurprocessen herzien’
‘Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien.’ Dit klinkt voor Rutten en Poot als een geniaal inzicht, goed voor een Nobelprijs. ‘Is dit een omwenteling in denken die door anderen bekritiseerd wordt, of zal worden,’ vragen zij Van Buuren. Zijn antwoord luidt dat de herziening van wat bekend staat als de tweede wet van de thermodynamica (de wet van de entropie) eigenlijk een onontkoombare consequentie was van zijn langdurig kauwen op de ontdekkingen van Max Planck, Niels Bohr en Werner Heisenberg.

‘Aan natuurkundigen die ik mijn boek heb voorgelegd (bijvoorbeeld hoogleraar quantumfysica Dennis Dieks,) accepteren mijn ‘vormkracht’ in principe niet, maar ze kunnen me niet uitleggen waarom ze dat niet doen en geven me ook geen argumenten die zouden weerleggen wat mijns inziens onweerlegbaar is, namelijk dat als je uitgaat van de wet dat alle natuurkundige processen berusten op entropie (afkoeling en ontbinding), dit een complementair principe veronderstelt dat verklaart waarom lichamen (in de ruimste zin van het woord) überhaupt tot ontstaan, groei en bloei hebben kunnen komen.

‘Rijzen, blinken en verzinken’ zei mijn grootmoeder. Als je benadrukt dat alle natuurkundige processen bepaald worden door ‘verzinken’, vergeet je dat aan dit ‘verzinken’ een ‘rijzen’ en ‘blinken’ vooraf moet gaan, en zelfs dat dit ‘rijzen’ en ‘blinken’ het primaire proces is ten opzichte waarvan de entropie (het ‘verzinken’) de secundaire keerzijde is.

(Maarten van Buuren)


dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie…’

‘Doemdenken behoeft correctie’
‘Vormkracht’ is de motor van het universum, waarmee God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terugkeert, stelt Van Buuren. Voor Rutten en Poot klinkt dit in een tijd van doemdenken als een blijde boodschap: ‘Het wordt niet allemaal ‘minder’. Het wordt steeds mooier en beter. Dit is een indrukwekkende ommekeer in het denken. Althans voor ons.’ Zij vragen of Van Buuren het zelf ook als een ‘onverwachte hoop op een betere toekomst’ ziet.

‘Je toont me consequenties waarvan ik me nauwelijks bewust was. Maar je hebt gelijk. Eén van de blij-makende effecten van het schrijven van dit boek was dat de standaardtheorie over het wezen van natuurkundige processen, over de evolutie van het heelal en dus over de toekomst van het universum in het algemeen en van de aarde in het bijzonder zich aftekent als een vorm van doemdenken die hoognodig correctie behoeft.

Ik kan niet zeggen dat ik iemand ben van ‘de blijde boodschap’, maar het verzet dat ik moest aantekenen tegen de klakkeloos aanvaarde theorie van de entropie maakt dat ik de dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie, kortom de goddelijk oorsprong en beschutting moet benadrukken van een kosmos die al te lang is afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal.’
(Maarten van Buuren)

Zie: Cursussen filosofie op Kreta in 2021 en 2022

Beeld: Klimaatverandering vanuit de samenhang (Appeltern)
Beeld: Coverfoto Van melkweggrenzen tot kwantumverstrengeling (Bruno del Medico)
Beeld: ‘…dynamische kern…’ (Appeltern)

Quantum, de oerknal en God | Filosofische perspectieven van de quantummechanica | ISBN: 9789047712084 | Lemniscaat | Uitvoering: Paperback | Prijs: € 19,99
‘Maarten van Buuren is hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit Utrecht en vertaler. In 2008 verscheen zijn bestseller Kikker gaat fietsen!, een verslag van zijn worsteling met depressies. Daarna schreef hij in 2012 De afrekening, een kritische beschouwing over het gewapend verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samen met Joep Dohmen publiceerde hij twee boeken, De prijs van de vrijheid (2011) en Van oude en nieuwe deugden (2013).
In Spinoza – vijf wegen naar de vrijheid (2016) werpt van Buuren een verhelderend licht op Spinoza’s moeilijk doordringbare filosofie, en met Spinoza – Ethica (2017) maakt hij een vertaling die het Latijnse origineel dichter dan ooit benadert en tevens een nieuw en verhelderend licht werpt op de sleutelbegrippen van Spinoza’s denken.’ (Akademie op Kreta)

Update 04012025 / september 2025 (Lay-out, links, foto’s)

Zoektocht naar zingeving in het techtijdperk

Filmmaker Hans Busstra vindt het naïef om te denken dat we zonder geloof kunnen. Hij heeft zich nooit senang gevoeld bij dat materialistische wereldbeeld, een koud, ontzield verhaal. Busstra is altijd op zoek gebleven naar een vorm van zingeving. In zijn indrukwekkende VPRO Tegenlicht-documentaire Technologie als religie van afgelopen zondag praat Busstra met mensen die volgens hem juist in materialisme en technologie een nieuw geloof vinden: dataïsme.

Het geloof dat alles ter herleiden is tot bits en bytes hangt volgens Busstra samen met de materialistische grondbeginselen van de moderne wetenschap: met de overtuiging dat slechts materie bestaat en dat uiteindelijk ook bewustzijn of ‘ziel’ het product is van fysieke processen, aldus Hans van Wetering in zijn artikel Dood aan het dataïsme.

Het wereldbeeld achter het dataïsme is dat van het materialisme. Het gaat ervan uit dat er een objectieve buitenwereld bestaat die we kunnen observeren, meten, beschrijven, en dat we, als we al die kwantitatieve beschrijvingen goed hebben, alles hebben verklaard. Ik wil laten zien dat het een aanname is, een geloof, en helemaal geen harde wetenschap.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

Het materialisme heeft de wereld ontzield door te stellen dat God niet bestaat. Dat levert een grote zingevingscrisis op in het Westen, kijk maar naar de depressiviteit en leegte die gepaard gaan met zo’n wereldbeeld. NRC interviewde Hans Busstra.

Wat ik ironisch vind, is dat we nu met datzelfde materialisme de wereld weer proberen te bezielen. Het lijkt erop dat we religieuze wezens zijn en dat die religieuze aspiraties een weg zoeken – dat komt nu tot uiting door technologie.’
(NRC)

Voor Busstra lijkt het wel het menselijke noodlot dat we in de wens de mens te verheffen onszelf nu in een chaos storten.

Dat is de afgelopen twintig jaar wel gebeurd. We moeten kijken naar wat we als Westen allemaal weggegooid hebben sinds de Verlichting. De religies waren er niet alleen om de werkelijkheid te verklaren, maar ook om richting en zin in het leven te geven. En dat doet technologie vooralsnog niet.’
(NRC)

ITechnologie als religie komt Busstra er al snel achter dat het dataïsme hem persoonlijk vreugde noch troost brengt. Van zingeving is hoe dan ook geen sprake.

Integendeel zelfs, het dataïsme staat zingeving volgens hem in de weg. ‘Het idee dat ik kreeg toen ik die uitzending maakte was: we hebben allemaal wel heel veel kritiek op het machtsmisbruik van die techbedrijven, we bekritiseren de uitwassen – vergelijk het met kritiek op seksuele misstanden in de katholieke kerk – maar ondertussen zitten we zonder dat we het weten nog steeds in haar dogma’s gevangen.
Wil je verandering teweeg brengen dan moet je echt de dogma’s bekritiseren en zeggen: dat is volgens mij gewoon onzin. Wat je nodig hebt is een heuse reformatie. Ik hoop met de uitzending daar een steentje aan bij te dragen.’
(Uit: Dood aan het dataïsme)

In NRC vraagt Casper van der Veen of Busstra via technologie alsnog bij een metafysische werkelijkheid denkt te komen.

We komen nu door middel van die technologie en onze inzichten in de aard van de werkelijkheid tot het besef dat ons bewustzijn misschien geen materialistisch proces is. Dat leidt weer tot een nieuwe metafysica, maar wel dankzij die technologie. Dat vind ik interessant, maar we moeten ons er wel altijd van bewust zijn dat het naïef is om te denken dat we zonder geloof of metafysische aannames kunnen.’
(NRC)

Zie: Tech als religie: ‘Met het geloof in data verkopen wij onze ziel’ (NRC)

Kijk terug: Zo 24 jan 22:10 | Seizoen 2021 | Afl. 3 | Technologie als religie | ‘Godsdienst heeft een nieuwe concurrent: dataïsme. De belofte is een paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven en geluk schenkt. Een zoektocht naar zingeving in het techtijdperk. Tot voor kort hadden religies het alleenrecht op de hemel. Maar godsdienst heeft een nieuwe concurrent: het dataïsme, de overtuiging dat uiteindelijk alles, ook het leven zelf, niets meer is dan data. De belofte is een programmeerbaar paradijs, waarin artificiële intelligentie ons eeuwig leven, geluk en schoonheid schenkt. Wat betekent het dataïsme voor de toekomst van religie en spiritualiteit?’ (VPRO)

Zie ook: Dood aan het dataïsme (Hans van Wetering, VPRO-gids, nr. 4)

Beeld: Hans Busstra (VPRO)
Still uit Technologie als religie: ‘We staan hier in ‘What a beautiful loving world’, een installatie van het Japanse kunstenaarscollectief Team Lab. Het wil laten zien hoe AI uiteindelijk mens, natuur en techniek dichter bij elkaar zal brengen.

Carl G. Jung en de confrontatie met het onbewuste

Boekrecensie: Het Rode Boek, C. G. Jung –  Liber Novus is het levenswerk van Jung en dit zag als Het Rode Boek in september 2019 het licht. Daar de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus rood is, kreeg het al gauw deze naam. Het werk telt 581 bladzijden en is door de uitgever verrijkt met het inleidende en uitgebreide hoofdstuk Liber Novus, door Jung-expert Sonu Shamdasani. Dat geeft een indrukwekkende kijk op het leven en werk van Jung en biedt een welkome achtergrond bij het lezen. De ontwikkeling van Jung wordt er boeiend in beschreven. Het Rode Boek zelf bestaat uit drie delen, drie boeken, en daarvan geef ik een korte indruk om enigszins een beeld te krijgen van de inhoud.

‘Liber Novus moet je langzaam lezen en herlezen om alles tot je door te laten dringen. Denk ook aan de kluizenaar die Jung uitlegt dat je dan steeds wat nieuws ontdekt en het nieuwe gedachten oplevert’

Mooi van taal
D
e betekenis en bedoeling van Jungs teksten zijn niet altijd direct duidelijk. Soms moeten ze bezinken en overdacht worden. Ze zijn mooi van taal, waarvoor een compliment voor de vertaler, Hans Huisman, hier op zijn plaats is. In de noten geeft hij duidelijk uitleg en legt verantwoording af voor zijn vertaling.
Het enorme aantal noten in Het Rode Boek (1027!) is een indrukwekkend boek op zich. Behalve de vele verwijzingen naar aanvullende literatuur en verhelderingen bij de tekst krijg je extra inzicht in de wereld waarin Jung zich verdiept, zoals onder meer de vele filosofen die hij leest; over kunst; psychologie; zijn mandala’s; briefwisselingen met Freud; de Gnosis; Boeddha; Thomas a Kempis; verwijzingen naar teksten uit de Bijbel en seminars die hij volgt.

Dromen, visoenen en fantasieën
I
n het Eerste Boek, Liber Primus: De weg van wat komen moet, doet Jung ervaringen op via talrijke dromen, visioenen en fantasieën. Hij denkt onder meer na over de essentie van God, en beschrijft ook hoe hij zijn eigen ‘goddelijke waanzin’ te boven komt. Jung beschrijft zijn ‘ondraaglijk innerlijke dwang’ om in contact te komen met zijn ziel, met wie hij lange gesprekken voert. Zijn ziel leidt hem vele dagen rond in de woestijn van zijn eigen Zelf.
Mooi vind ik vooral het onderscheid dat hij beschrijft tussen de ‘Geest van het hier en nu’ en de ‘Geest van de diepten’, met wie hij ook in gesprek gaat. Dit thema komt in het Tweede Boek terug. De Geest van het hier en nu gaat uit van nut en waarde, en de Geest van de diepten voert naar het domein van de ziel. De Inleiding Liber Novus meldt dat de opgave van Jung is beide geesten met elkaar te verzoenen. Dit zou uiteindelijk het hoofdmotief vormen van zijn daaropvolgende wetenschappelijke werk.

Poëtisch beschreven avonturen
L
iber Secundus is het Tweede Boek: De voorstellingen van hen die dwalen. Hierin beschrijft Jung onder meer negen avonturen in veelal mooie, poëtische zinnen. De vertellingen met verschillende fantasiefiguren staan voor de inhouden van het collectief onbewuste. Jung wil die integreren in het bewustzijn.
Hij ontmoet bijvoorbeeld De Rode. Is dat de duivel, vraagt Jung zich af. Het gaat dan over de Hel die voor iedereen anders uitwerkt: ‘al het weerzinwekkende en walgende is jouw eigenste Hel’.
In een sprookjesachtige vertelling over een ontmoeting in een kasteel, heeft hij een gesprek met een tenger, doodsbleek meisje. Maar Jung ziet haar schoonheid, haar gezicht straalt, in haar ziet hij de schoonheid van de ziel.
Op een nacht ontmoet Jung een landloper die over zijn leven vertelt en die nacht overlijdt. Jung ziet ‘de hand des doods’ op hem liggen. Hij denkt hierover na en vindt dat de dood het verschrikkelijke van het leven onthult. De overleden man is naar de maan vertrokken, ‘de verzamelplaats van vertrokken zielen’. Een mooie gedachte vind ik de opmerking van Jung dat ‘uiterlijk sterven’ beter is dan de innerlijke dood. Daarom zoekt hij de plek van het innerlijk leven.
De kluizenaar die Jung vervolgens ontmoet staat symbool voor ‘het alleen zijn en het innerlijk leven’. Hij wil zichzelf vinden, maar volgens Jung nog meer ‘de veelvoudige betekenis van Het Heilige Boek’. De man leest de Evangeliën steeds opnieuw en legt uit dat sommige zaken zich als nieuw voordoen en hem zelfs op nieuwe gedachten kunnen brengen.


Fantasie weegt niets
Veel mooie vertellingen volgen, waarin Jung meer ontmoetingen heeft, zoals met ‘de meest strenge vorst van de lege wereldruimte’, de ‘koude stilte van het steen’: de Dood. Hierin filosofeert Jung over leven en dood ‘die in ons een balans moeten vinden’.
Ook ontmoet hij Izdubar, de stier-mens, met wie hij filosofeert over sterven, waarheid en wetenschap. Jung dwaalt een aantal dagen met hem door het land. Maar Izdubar is enigszins verlamd en heeft hulp nodig. Jung wil hem dragen en doordat hij Izdubar als een fantasie ziet, is de stier-mens zo licht als een veertje, want een fantasie weegt niets. En zo gaan zij samen op zoek naar hulp.

Pleroma

In het Derde Boek, Liber Tertius: Nader Onderzoek, gaat Jung zelfkritisch in gesprek met zijn ‘broeder Ik’, en daarmee doelt hij op het ego met al zijn egoïstische eigenschappen. De stem van zijn ziel laat zich ook weer horen. Deze openingsparagraaf is voor Jung de ontmoeting met de schaduw, waarover hij zegt dat als je ‘in staat bent je eigen schaduw te zien en de kennis inzake de schaduw te verdragen’ (…) dat je dan tenminste het persoonlijk onbewuste aan de oppervlakte hebt gebracht.  
Een groot gedeelte van Liber Tertius gaat over het Pleroma (‘Volheid’) en daarmee brengt Jung, mede door de introductie van magiër Philemon – in een negental preken van de magiër tot de doden – de lezer naar de wereld van de Gnosis.

Tot slot
L
iber Novus moet je eigenlijk langzaam lezen en herlezen om alles tot je door te laten dringen. Denk ook aan de kluizenaar die Jung uitlegt dat je dan steeds wat nieuws ontdekt en het nieuwe gedachten oplevert. Dit boek, samen met anderen lezen en bespreken, of/en er workshops en lezingen over volgen, zal het inzicht en verdieping ervan zeker versterken.   

Het Rode Boek | Carl Gustav Jung | Derde druk mei 2020 | Hardcover | Uitgeverij Van Warven | september 2019 | 581 pagina’s | € 38,50

Beeld: Carl G. Jung (verkenjegeest.com)
(Eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 09 12 2024: Lay-out)

‘Alles in het universum komt voort uit bewustzijn’

Plato wist het al’, zei Pim van Lommel gisteren in Trouw, in het artikel Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding. ‘Die heeft letterlijk opgeschreven dat het lichaam de tijdelijke drager is van de ziel, die blijft. Nieuw is dat er nu wetenschappelijke ontdekkingen bijkomen die deze inzichten bevestigen.’ In mijn essay Plato en de idee van onsterfelijkheid schreef ik (PD) in een blog vorig jaar dat ‘de filosoof, een van de grootsten van de Oudheid, ooit zei, lang voordat het christendom bestond: “De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.”’

De manier waarop we tegen de dood aan kijken, ­bepaalt hoe we in het leven staan. Ik denk dat we ons bewustzijn de komende jaren verder gaan ontwikkelen. Dat bepaalt hoe we tegen de wereld aankijken. Als we verliefd zijn, is de wereld prachtig, maar als we depressief zijn, is dezelfde wereld een ramp. Als we ons bewustzijn veranderen, zal ook de wereld veranderen en de manier waarop we de wereld zien.’
(Trouw)

Van Lommel twijfelt er niet meer aan dat het bewustzijn géén product is van de hersenen, zegt hij in Trouw. Hij vergelijkt het eindeloze bewustzijn met de cloud waarin meer dan een miljard websites en filmpjes zitten.

Je kunt ze op je computer op elke plek in de wereld ontvangen, maar ze worden niet door dat apparaat geproduceerd, dat maakt alleen de ontvangst mogelijk. Als vergelijking: de hersenen en het lichaam maken de ontvangst van een gedeelte van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd.’
(Trouw)

Vanuit de traditionele wetenschap is er veel weerstand, zegt Van Lommel, maar dat zie je veel minder bij de rest van de bevolking: 70 procent van de mensen is in zekere zin religieus of spiritueel.

De zoektocht naar zingeving door innerlijke ervaring neemt de laatste jaren weer sterk toe. Dat zie je ook in de toenemende belangstelling voor vragen die te maken hebben met hoe we met elkaar, de aarde en de natuur moeten omgaan. Mensen met een bijna-doodervaring zijn vaak ook meer religieus geworden, in de letterlijke betekenis van het woord, dat het om herverbinden gaat. Maar daarin speelt de kerk voor deze mensen meestal geen rol. Voor hen is het geloven veranderd in weten.’
(Trouw)

Het nieuwste inzicht is, aldus Van Lommel in het interview met Roek Lips, dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie.

Dat is nogal wat, als je dat tot je door laat dringen. De manier waarop we tegen de dood aankijken, bepaalt hoe we in het leven staan. Ik ben optimistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustzijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven.’
(Trouw)

Zie:
* Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding (Trouw, uit de serie Nieuwe leiders: Hoe vinden we onze weg in een wereld die in crisis en in verwarring is? Roek Lips ging daarover in gesprek met bestuurders, wetenschappers, kunstenaars, denkers en vele anderen, op zoek naar inspiratie en houvast.)

* Plato en de idee van onsterfelijkheid (Goden en Mensen)
* Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn
(Goden en Mensen, 4 delen)
* Waarom de dood niet het einde is (YouTube)


Beeld: koornbusiness.nl

Pleidooi voor het opnieuw omhoog kijken

Filosoof Ignaas Devisch zegt dat we verleerd zijn omhoog te kijken. Zijn nieuwste boek Vuur kan je volgens hem lezen als een pleidooi om dat opnieuw te doen. ‘Niet om opnieuw de oude goden een plaats te geven, wel omwille van het besef dat de natuur niet ophoudt bij de grenzen van onze planeet. Ook daarbuiten valt iets te halen en die materie bepaalt ons bestaan. De vuurbol die boven ons hangt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Alles wat leven is op deze planeet, hebben we aan dat vuur te danken.’ In Knack van 6 januari is een boeiend interview te vinden door Jeroen de Preter met professor Ignaas Devisch (Ethiek, Filosofie en Medische Filosofie) van de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Ik denk dat we hier iets kunnen leren van de oude culturen. In hun mythes en verhalen spelen straffende goden een centrale rol. Wij hebben die goden doodverklaard. In plaats van de hoop op verlossing kwamen de verlichting en ons verlangen naar individuele vrijheid. Die demythologisering en onttovering waren uiteraard bijzonder waardevolle ontwikkelingen, maar daardoor zijn we wel uit het oog verloren dat er elementen zijn die ons overstijgen en waar we fundamenteel afhankelijk van zijn.’
(Knack)

De zon is volgens Devisch onze grootste voedingsbodem en de vraag van de filosoof is hoe we de zon weer een centrale plaats geven in ons denken. En ook waarom we er niet beter in geslaagd zijn om het overschot aan energie dat de zon elke dag afgeeft te gebruiken.

In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd, leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.’
(Knack)

IVuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel – de zon – heeft dit potentieel.

Agni, de god van het vuur (bij de hindoes, pd) die zorgt voor licht, warmte en via het vuur in offerrituelen voor de verbinding tussen de mensen en de goden, wordt vereerd. Het vuur is immers het (enige) medium dat ons in staat stelt het leven op aarde te ontstijgen of boodschappen te sturen naar de goden. Daarom worden de doden gecremeerd: zodat Agni de lichaamsdelen kan vervoeren naar het hiernamaals om daar een nieuw lichaam te maken.’
(Uit: Vuur)

Kunnen we leren het heliocentrisme werkelijk te omarmen, is de vraag die Devisch stelt.

Onze beschaving is ondenkbaar zonder vuur. De technische beheersing ervan bracht ons welvaart, vooruitgang en vrijheid. Tegelijk stellen enkele eeuwen van onbezonnen verbranding ons vandaag voor een gigantisch probleem. Wat als de fossiele grondstoffen straks uitgeput zijn? Kunnen we onze welvaart en vrijheid bewaren zonder deze planeet te oververhitten?’
(Knack)

In zijn boek Vuur probeert Devisch aan te tonen dat we, sinds de Verlichting, veel te weinig oog hebben gehad voor de schaduwzijde van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

Zijn wij, zoals we sinds Descartes geloven, heer en meester over de natuur? Ik denk het niet en we moeten beter leren samenwerken met de natuur. Ook op dat vlak denk ik dat we veel kunnen leren van de oude culturen. Uit oude mythes spreekt een veel groter bewustzijn van zowel de voordelen als de destructieve risico’s van het vuur. Ze kunnen het besef bijbrengen dat elke stap vooruit ook een keerzijde of een reactie met zich meebrengt, en ons op die manier helpen bij onze herpositionering ten opzichte van technologie en wetenschap.’
(Knack)

Bronnen:
* Vuur | Ignaas Devisch | De Bezige Bij | € 23,99 | E-book: € 11,99 | Verschijnt 14 januari 2021 | Devisch publiceerde onder meer Het empathisch teveel (2017 en Zijn er nog vragen (2020), een filosofieboek voor kinderen.

* ‘Wij zijn het verleerd om naar boven te kijken’ (Knack)

Foto: PD (Bornia 09 01 2021)

De wijsheid van Mohamed El Bachiri


Moslim Mohamed El Bachiri

Moslim Mohamed El Bachiri brengt een boodschap van liefde en medemenselijkheid, niet op de laatste plaats als reactie op islamitische terroristen en hun destructieve en manicheïstische visie. Sinds een aantal jaren roept hij westerse moslims op tot een meer humanistische benadering van de islam. Het resultaat is een sobere tekst van een ongelooflijke wijsheid, opgetekend door cultuurhistoricus David Van Reybrouck in Een jihad van liefde. ‘Ik zie verbroedering echt als een basis voor de toekomst’, zei El Bachiri vorig jaar in een interview met De Kanttekening.

‘Zou God het ons kwalijk nemen indien wij mensen liefhebben die anders denken dan wij? Hij heeft toch alle volkeren en naties zelf geschapen’
Mohamed El Bachiri

Een jihad van liefde werd een bestseller in Vlaanderen en Nederland, en El Bachiri werd benoemd tot Pax Christi’s Ambassadeur voor de Vrede. In 2019 won de door Pax Christie uitgeroepen Ambassadeur van de Vrede (2017) in Duitsland de Konstanzer Konzilspreis voor het uitdragen van de Europese waarden van verbondenheid en tolerantie.

‘Zou God het ons kwalijk nemen indien wij mensen liefhebben die anders denken dan wij? Hij heeft toch alle volkeren en naties zelf geschapen. Zoals de Koran het zo mooi verwoordt: ‘O gij mensen! Wij hebben u geschapen uit man en vrouw en Wij hebben u gemaakt tot volksgroepen en stammen opdat gij elkander zoudt leren kennen.’
(Uit: Een jihad van liefde)

Volgens El Bachiri zijn de meeste moslims niet geradicaliseerd. Hij zegt zelf een normale moslim te zijn en waarden en principes te hebben, waarin het doden van mensen geen deel van uitmaakt. Die boodschap van liefde heeft hij met schrijver Van Reybrouck in Een jihad van liefde verwoord.

‘Ik krijg daar weer liefde en hoop voor terug, want sinds het verschijnen van dat boek krijg ik veel steun, van mensen met allerlei geloofsovertuigingen. Dat helpt. Het is een mooie vorm van erkenning. Ik zie verbroedering ook echt als een basis voor de toekomst.’

El Bachiri zegt dat de islam een religie is als alle andere, maar bij hen is het dogma sterker, een keurslijf dat hen verhindert om vooruit te gaan en te denken.

‘De islam was ooit heilzaam voor het volk van het Arabische schiereiland, waar het ontstond in de zevende eeuw. Het was een grote beschaving, waar filosofie en wetenschap bloeiden. Maar nu heeft het aartsconservatieve Saoedi-Arabië te veel invloed, ook op de islam in Europa. Hier betalen wij nu de prijs voor.’

‘Ik ben zeer spiritueel,’ zegt El Bachiri. Hij heeft God als een liefdevol persoon leren kennen, een universele God die liefde heeft voor zijn totale schepping en in de verste verte niet lijkt op een dogmatische God die mensen in een keurslijf dwingt.

Ieder mens heeft een eigen beeld van God. Mijn beeld is nooit veranderd.’

Veel landen in Europa hebben de waarden verloren die hen groot hebben gemaakt, zegt El Bachiri. Hij vertelt dat de grote filosofen van de Verlichting, in het bijzonder Voltaire, door de huidige situatie beledigd zouden zijn.

‘We verliezen een deel van onze menselijkheid en nemen onze toevlucht in onwaardige wetten ten aanzien van vluchtelingen, maar ook ten aanzien van kinderen die gerepatrieerd moeten worden. Ik vind dat er internationaal gezien een verantwoordelijkheid bestaat naar die kinderen toe.’

Tot slot citeert El Bachiri Voltaire, die ooit zei: ‘Als er maar één godsdienst in Engeland zou bestaan, dan zouden de mensen bang zijn voor despotisme; als het er twee zouden zijn dan zouden ze elkaar de keel doorsnijden; maar zijn het er dertig dan leven ze in vrede en geluk.’

‘Het vermogen om te denken is een Godsgeschenk. Dat moet je koesteren, daar mag je gebruik van maken. Zo veel mensen hebben interessante inzichten ontwikkeld om de mensen vooruit te helpen; dat is een Godswonder. Om dat allemaal terzijde te schuiven omdat het niet islamitisch is, is echt een gebrek aan respect voor de rest van de mensheid, waardoor je allerlei waardevols links laat liggen.’
(Uit: Een jihad van liefde)

Bronnen:
* Het uitgebreide interview: ‘Liefdes-jihadist’ Mohamed El Bachiri bepleit verzoening en tolerantie (De Kanttekening – januari 2020)

* Een jihad van liefde | Mohamed El Bachiri | Paperback | 9789023471622 | Druk: 1 | maart 2017 | 93 pagina’s | € 9,99 | E-book: € 4,62 | ‘Een hartstochtelijk pleidooi tegen haat, wraaklust en vernietigingsdrift.’ (de Volkskrant) | ‘Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij is ook de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn kinderen, die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen. Zijn liefdevolle speech in het tv-programma De Afspraak eind december beroerde miljoenen en werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.’ (Cover)

Foto: De Morgen (België)

Kauthar Bouchallikht laat zich niet monddood maken


Tunnelvisies en onbekendheid met nuances over religie en godsdienst blijken momenteel veelal de basis van alternatieve feiten en beschuldigingen richting klimaatactivist Kauthar Bouchallikht. Sinds haar plaats op de kandidatenlijst van GroenLinks voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, struikelen critici bevooroordeeld over haar hoofddoek, omdat dat schijnt te staan voor het omarmen van de grondbeginselen van de islam. Critici snappen niet dat Kauthar Bouchallikht zowel moslima als actief GroenLinkser kan zijn. Politicoloog en journalist Theo Brand schreef een genuanceerd en treffend artikel als antwoord op de kortzichtige kritiek van oud-politicus Meindert Fennema van GroenLinks(!).

Ik kreeg nachtmerries: alles wat ik doe of zeg wordt in twijfel getrokken. Als ik mensen ontvolg op Twitter zijn het ‘moslimbroeders’. Als ik een grap maak in mijn bio zend ik geheime boodschappen uit. Als ik zwijg is het omdat ik iets verberg, als ik spreek omdat ik lieg.’
(Kauthar Bouchallikht op Twitter)

Kritische vragen mogen er zijn, stelt de politicoloog. En die mogen (moeten) ook beantwoord worden. Maar hij legt ook kritisch uit aan Fennema dat er in de moslimwereld of christenwereld natuurlijk allerlei dwarsverbanden bestaan, en er linken zijn te leggen met conservatieve bewegingen, maar dat dit nog geen reden is om Bouchallikht af te serveren. Fennema spreekt over ‘de islam’. Dat is natuurlijk een gotspe, vindt Brand, ‘de Islam’ bestaat niet, wel zijn er talloze moslims die ieder op hun eigen wijze vorm geven aan hun geloof. 

Voor eens en voor altijd: ik ben geen lid van de moslimbroederschap en heb niets met hun gedachtegoed. Ik sta voor vrijheid en democratie en tegen uitsluiting en onderdrukking. En ik sta helemaal achter het programma van GroenLinks. Net als alle andere kandidaten op onze lijst. Zullen we het dan nu hebben over hoe we Nederland samen eerlijker, socialer en groener gaan maken?’
(Kauthar Bouchallikht, op de website van GroenLinks)

Fennema, aldus Brand, stelt Bouchallikht suggestief in een kwaad daglicht over lidmaatschappen van organisaties zoals FEMYSO, een organisatie van moslimstudenten, gesubsidieerd door de EU en een officieel gesprekspartner van de Europese Commissie.

Zelf ben ik als linkse en vrijzinnige christen actief lid van de Protestantse Kerk in Nederland en overigens ook van GroenLinks. Binnen de Protestantse Kerk is één predikant die onbeschaamd Forum voor Democratie steunt, terwijl die partij weer banden heeft met fanatieke antisemieten. Ik zou dus als lid van de Protestantse Kerk zomaar een antisemiet kunnen zijn, maar ben dat allerminst – hoewel ik (om het sommigen nóg moeilijker te maken) wel zeer kritisch ben over de huidige politiek van Israël.’
(Theo Brand)

Ook, zo argumenteert Brand verder, is er binnen zijn Protestantse Kerk een stroming waar vrouwen geen functie als predikant of kerkelijk bestuurslid kunnen vervullen en waar SGP gestemd wordt.

Zelf hoor ik echter bij de andere, grotere stroming binnen de Protestantse Kerk waar dit juist wel kan. Enfin, door te associëren en generaliseren kun je iemand makkelijk verdacht maken, zeker als iemand moslima is.’
(Theo Brand)

Wat Meindert Fennema doet, volgens Brand, is mensen vastpinnen op een gestolde, vermeende groepsidentiteit.

Een moslima met een hoofddoek zou niet progressief kunnen zijn. Sterker nog: iedereen die niet zo zuiver seculier en areligieus is als Fennema, past niet bij GroenLinks. Precies van dit ouderwetse denken moet GroenLinks afscheid nemen en daarom is het goed dat oude, witte mannen als Fennema afzwaaien en jonge, idealistische vrouwen de partij komen versterken.’
(Theo Brand)

Door flink te associëren kun je karaktermoord op iemand plegen, zonder dat iemand zijn of haar eigen verhaal heeft kunnen vertellen, stelt Brand als reactie op de valse suggestie van Fennema. De politicoloog zegt alle vertrouwen te hebben dat Bouchallikht haar verhaal goed voor het voetlicht kan brengen.

GroenLinks is immers een partij waar mensen vanuit diverse tradities en inspiratiebronnen willen werken aan een groene, sociale en vrijzinnige maatschappij. Voorbij elke vorm van religieuze of seculiere zelfgenoegzaamheid.’
(Theo Brand)

Als we écht naar Bouchallikht luisteren, zegt Nadine Ridder in Het Parool, en kijken naar haar gedrag, zien we dat ze een aanwinst is voor de Nederlandse politiek. En dan kunnen we haar op een eerlijke manier beoordelen op ambitie, ideeën, ervaring, netwerk en profiel. Dat zou iedereen die democratie hoog in het vaandel heeft belangrijk moeten vinden, ongeacht politieke kleur of persoon­lijke voorkeur.

Doordat de ophef rondom Bouchallikht persoonlijk wordt gemaakt, lijkt het alsof het om een incident gaat, maar als je beter kijkt zie je dat het onderdeel is van een patroon van het systematisch monddood maken van vrouwen van kleur op plekken van macht.’
(Nadine Ridder)

Zie:
* Waarom GroenLinks Kauthar ondubbelzinnig moet steunen (Theo Brand)
* ‘Vrouwen van kleur staan niet 1-0, maar 3-0 achter’ (Nadine Ridder)

Foto: Kauthar Bouchallikht (Twitter)Kauthar Bouchallikht is o.a. intersectioneel klimaatactivist; auteur bij Amsterdam University Press; voorzitter Stichting Groene Moslims; auteur bij One World; lid van de Faculteitsraad REBO (Universiteit Utrecht)