‘Een medemens doden is het summum van kwaad’

Filosoof Jeroen Hopster stelt dat excessief oorlogsgeweld nooit mag, maar dat binnen een bepaalde bandbreedte geweld noodzakelijk kan zijn. In Filosofie Magazine schreef hij: Moreel dilemma: mag je oorlogsgeweld met geweld bestrijden?. Hopster refereert aan de oorlog in Oekraïne; hij schreef het kort voor het excessief geweld dat in Israël uitbrak.

‘Zo’n conflict zonder arbiter: het sleept zich voort, zonder eindpunt in zicht’
(Jeroen Hopster)


dr. Jeroen Hopster

Primitieve moraal
A
ls Hopster het artikel had geschreven na ‘de invasie van Hamas-militanten, die gruwelijke terreurdaden begingen tegen Israëlische burgers en de daarop volgende snoeiharde Israëlische vergeldingsacties in Gaza’, (zoals Trouw het formuleert), had de filosoof zeker daaraan gerefereerd: ‘De lex talionis – oog om oog, tand om tand – lijkt het uithangbord van een primitieve moraal’. 

‘In plaats van kwaaddoeners met gelijke munt terug te betalen en elkaar al doende de hersens in te slaan, beslecht een volwassen beschaving conflict met hulp van een neutrale buitenstaander: een scheidsrechter, mediator of rechtbank. Maar soms is een neutrale derde, die door beide conflictpartijen wordt erkend, niet voorhanden.’
(Uit: Filosofie Magazine, 10-2023)


Uitgegeven door Amnesty International, 1970

‘Volwassen beschaving’, waar dan?
I
n deze tijd vraag ik me trouwens wel af waar er ter wereld nog een volwassen beschaving bestaat, het aantal oorlogszuchtige politici (dictators / terroristen) groeit als kool, de diplomatie is hartstikke dood.

‘Een medemens doden geldt normaal gesproken als het summum van kwaad. Maar kijken we naar de militaire praktijk, dan tolereren we het gebruik van geweld. We juichen het zelfs toe: een offensief wordt geprezen, de tegenstander uitschakelen geldt als succes.’
(Uit: Filosofie Magazine, 10-2023)

Blijven nadenken over het kwaad’
O
p de Universiteit Utrecht duidde in 2018 filosoof dr. Thomas Nys (UvA) het denken over het slechte in de mens. Hij gaf als voorbeeld ‘the axis of evil’ waarmee George W. Bush na de aanslagen een aantal islamitische landen als gevaarlijk bestempelde. ‘Zo werd het kwaad een politiek retorisch middel om een scheiding aan te brengen tussen twee groepen, zonder daar verder over na te hoeven denken. Het is dus van belang om over het kwaad te blijven nadenken’.

‘Het kwaad is onderdeel van het mens-zijn en iets bestempelen als ‘het kwaad’ kan een te makkelijk excuus worden om de ander proberen níét te begrijpen
(Thomas Nys)

Morele voorschriften
V
olgens Hopster zijn er morele voorschriften tijdens de oorlog: ius in bello, waartoe onder meer behoort het principe van proportionaliteit. Hij eindigt met de vraag over de noodzaak.

De hamvraag van de militaire ethiek is niet of geweld überhaupt mag worden gebruikt, maar of de noodzaak daartoe bestaat.’
(Uit: Filosofie Magazine, 10-2023)


Geweld eindigt waar liefde begint, IKV Pax Christi, 1971

Bronnen:
* Moreel dilemma: mag je oorlogsgeweld met geweld bestrijden? (Filosofie Magazine, 10, 2023)
* Hoe voorkom je polarisatie in Nederland door de oorlog tussen Israël en Hamas? (Trouw, 12 oktober 2023)
* Wat kunnen we leren van het kwaad? (Studium Generale, 25 januari 2018, Universiteit Utrecht – Lezing is hier terug te luisteren)

Druk op knop voor vrede: (vredesmuseum.nl – Door middel van dit plaatje wordt er een beroep gedaan op politici om de knoop door te hakken en alle aarzeling omtrent het creëren van een vredige wereld te beëindigen. Hiermee wordt het idee omgedraaid dat de Derde Wereldoorlog nog slechts een druk op de knop weg was. Immers verwijst dit affiche naar één van de grootste angsten uit de Koude Oorlog (1945-1989).)
Foto dr. Jeroen Hopster (Universiteit Utrecht)
Poster: Amnesty International (catawiki.com)
Geweld eindigt waar liefde begint, IKV Pax Christi, 1971: ( vredemuseum.nl – Dit affiche is ontworpen en getekend door Aad Rijpsma voor IKV Pax Christi. Het verbeeldt een roos die groeit uit het prikkeldraad, dit symboliseert de liefde die geweld voorkomt. Uitgegeven voor de vredesweek 1971, met als thema “Geweld eindigt waar liefde begint”.
IKV Pax Christi (nu PAX) is een grote vredesorganisatie in Nederland, zij zet zich in voor vrede, verzoening en gerechtigheid in de wereld. Samen met mensen in conflictgebieden werkt IKV Pax Christi aan een vreedzame en democratische samenleving.
Update 09.30 uur / 14-05-2025 (Lay-out)

In Israël vrede op Jom Kippoer 2025

(Eerder geplaatst in 2020 en 2023) – Inmiddels is het 2025. Vrede? Vrede zal ver te zoeken zijn op Jom Kippoer, 1 – 2 oktober 2025, de dag waarop God beslist over het lot van de mensen in het komende jaar. – Mijn onderstaande verwachting van, en hoop op, vrede lijkt helaas dystopische sciencefiction.

Die dag, op Jom Kippoer in 2025, breekt als donderslag bij heldere hemel definitief de vrede uit tussen Israël en de Palestijnen. Het Israëlisch parlement ziet het licht en durft zelfverzekerd op de Eeuwige te vertrouwen.

‘Dat wat jij niet wil dat jou wordt aangedaan, doe dat je naaste niet aan’

(Samenvatting van de Tora door de joodse wetgeleerde Hillel (110 v.Chr. tot 10 n.Chr.)
‘De rest is commentaar’, voegde deze ‘uitvinder’ van de Gulden Regel eraan toe.)

Tora
De vijf jaren ervoor zijn de Tora en de Talmoed uitputtend bestudeerd door de Commissie voor Vrede onder leiding van de voorzitter van de Knesset. De opdracht van het parlement was destijds om in de joodse geschriften te zoeken naar een ultieme oplossing voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen.
Een van de eyeopeners bleek een oude tekst uit de Talmoed. Daarin concludeert de joodse wetgeleerde Hillel dat de samenvatting van de hele Tora erop neerkomt ‘dat wat jij niet wil dat jou wordt aangedaan, je dat je naaste niet aandoet’. Volgens Hillel is de rest ‘commentaar’.

Talmoed
Voor de commissie was het alsof de Eeuwige sprak en daar Zijn woord heilig is, kon zij er niet onderuit om er daden aan te verbinden. Ook die werden gevonden in de geschriften. Nooit eerder klonken woorden zo overtuigend. De Talmoed beveelt ‘vreedzaam samenleven aan, verdraagzaamheid, respect voor kennis en verbeelding, eerbetoon aan woorden en hun melodie’.


Hillel legt de Thora uit aan een man op één voet
Omslag Pirkei Avot (Uitspraken van de Vaders)

‘God is de grote wetgever in de hemel’
De commissie besefte dat de noachitische geboden (een wet in de Tora voor niet-joden) voor de gehele mensheid gelden. De gedachte hierbij is dat alleen als iedereen, Jood en niet-Jood, dus ook de Palestijnen, zich aan deze geboden houden, een goede samenleving mogelijk is.
Ook begreep men de tekst van de ethische geloofsbelijdenis in de Hebreeuwse Bijbel nu beter. In Micha 6:8 staat: ‘Hij heeft u, o mens, bekend gemaakt wat goed is en wat de HEERE van u vraagt: niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.’ En bovendien, zoals Amos Oz in de 20e eeuw schreef: ‘God is de grote wetgever in de hemel’.  

Olam Haba (Komende Wereld)
Eveneens werd de gezaghebbende Misjnee Tora, ook wel de Tweede Tora genoemd, opnieuw uitgeplozen. Hierin definieert rabbijn en rechtsgeleerde Maimonides algemene gedragsregels en stelt dat ‘wie zich aan deze leefregels houdt omdat hij ze logisch vindt, een chacham oemot haolam (niet-Joodse wijze mens) is. ‘Wie de regels naleeft omdat ze door de Eeuwige gegeven zijn, is een chassied oemot haolam (niet-Joodse getrouwe) en maakt deel uit van de Olam Haba (Komende Wereld)’.


Olam Haba als een postmortaal rijk

Joden en Palestijnen
1n 2025 passen de joden in Israël eigenlijk toe wat in hun eigen Tora en Talmoed al eeuwen geschreven staat. Tot dan toe deden zij, in het ruim zeventig jaar durende conflict, de Palestijnen aan wat ze zelf niet wilden dat hun aangedaan werd. De Palestijnen deden hetzelfde. Zo duurden conflicten, geweld en oorlog voort. Decennialang lagen er hoge muren voor de vrede.  

Grenzeloos conflict
Deel uitmaken van ‘de komende wereld’. Dat geeft de doorslag bij het Israëlische parlement. Het grenzeloze conflict tussen Israël en de Palestijnen eindigt nu definitief, anders zou er geen sprake kunnen zijn van een Komende Wereld, niet alleen niet voor Israël, maar ook niet voor de Palestijnen.  

Israël en de Komende Wereld
In het diepste geheim voerden de Commissie voor Vrede en de Palestijnse Autoriteit gesprekken met elkaar op basis van de geschriften. De commissie voelde zich er in hoge mate door bezield en vond de juiste woorden. En weerklank bij de Palestijnen. Israël zal nu deel uitmaken van de Komende Wereld.

Foto: Hosny Salah (Pixabay)
Beeld Hillel: Stroum Center for Jewish Studies (University of Washington)
Beeld Olam Haba als een postmortaal rijk: Robert McCall (Traditional Egalitarian Torah Study Merrimack Valley Havurah)
(Eerder geplaats september 2020, 2023) Update 10102024/ september 2025 (Lay-out, links, foto’s)

Een nabij-de-doodervaring uit 1879

Gezien in Musée d’Orsay, Parijs – In Het gedicht van de ziel (Le Poème de l’âme) zijn mysteries te ontdekken, verborgen in tekeningen, schilderijen en prachtige poëzie, schitterend weergegeven door de Lyonese kunstenaar Louis Janmot (1814-1892). In 34 grote schilderijen en tekeningen, begeleid door het gedicht, is de inwijdingsreis te volgen van een ziel op aarde. Deze spirituele reis is te bewonderen in Musée d’Orsay in Parijs, nog tot 7 januari 2024 op de tentoonstelling Le Poème de l’âme.

‘Le Poème de l’âme en Louis Janmot op het kruispunt van referenties, invloeden en stromingen die zowel literair, religieus en filosofisch, als artistiek zijn’
(Musée d’Orsay)

Janmot, schilder van de ziel, was anders dan alle andere kunstenaars van zijn tijd, maar toch weerspiegelt zijn werk dat van een aantal andere kunstenaars, waaronder William Blake, Philipp Otto Runge en Francisco de Goya vóór hem, zijn tijdgenoten, de Prerafaëlieten, en, later de symbolisten, met name Odilon Redon, die met hem in contact stond.’
(Musée d’Orsay)


Een van de grote zalen van Musée d’Orsay, Parijs, 29 09 2023

De tentoonstelling is georganiseerd door de musea d’Orsay en d’lOrangerie in Parijs, in wetenschappelijke samenwerking en uitzonderlijke bruiklenen van het Museum voor Schone Kunsten van Lyon. Niet alleen de eerste cyclus, maar het complete gedicht Le Poème de l’âme is er tentoongesteld.

De eerste cyclus, voltooid in 1854, vertelt over de eerste jaren in de hemel en op aarde van een ziel, voorgesteld in de gedaante van een jonge jongen en vergezeld door een jong meisje. We volgen de fasen en wisselvalligheden van hun reis, vanaf de geboorte van de jongen tot de vroegtijdige dood van de jonge vrouw. 

De tweede cyclus, voltooid in 1881, vertelt hoe de jongen, nu alleen, wordt geconfronteerd met de verleidingen en tegenslagen van de menselijke ziel. Een gedicht van 2814 regels, geschreven door Janmot en getiteld L’ Âme, begeleidt de werken. Het versterkt hun betekenis en is er onlosmakelijk mee verbonden. Het geheel componeert een hybride werk, literair en picturaal, dat uitnodigt tot contemplatie, luisteren en ronddwalen.
(Musée d’Orsay)


Sursum Corda !

Nabij-de-doodervaring
Een bijzondere tekening, de laatste uit de serie die Janmot maakte, is Sursum Corda ! (Verhef uw hart !) en is een uitdrukking ontleend aan de liturgie van de mis. Hierin vindt een man verlossing en wordt in de hemel verwelkomd door de jonge vrouw van wie hij hield.

De theologische deugden van geloof, hoop en naastenliefde en de kardinale deugden van voorzichtigheid, matigheid, standvastigheid en rechtvaardigheid zijn aan weerszijden verzameld, terwijl Christus de hemelse gemeente presideert, omringd door heiligen en engelen.’
(Sursum Corda !, Musée d’Orsay)

Terugkeer naar de aarde
J
amot voltooide Le Poème de l’âme op 18 september 1880 in Toulon. Het bijzondere van het slotgedicht Sursum Corda ! (1879) is, dat het een nabij-de-doodervaring weergeeft. Het suggereert, volgens het onderschrift bij de tekening, dat ‘de tijd van de man nog niet is aangebroken en dat hij naar de aarde moet terugkeren om de rest van zijn leven in geloof te werken’.

Mysteries ontdekken
Net als de hoofdrolspelers van Het gedicht van de ziel zal het publiek de mysteries ontdekken die in deze beelden verborgen liggen, tijdens een stapsgewijze wandeling, een initiatiereis door de werken. De tentoonstelling zal ervoor zorgen dat de twee vormen van expressie, visueel en tekstueel, naast elkaar kunnen bestaan. Zo kan de bezoeker het gedicht horen terwijl hij naar de schilderijen kijkt.’
(Musée d’Orsay)


Zelfportret (1832) van Louis Janmot op 18-jarige leeftijd, zijn eerste bekende schilderij.
Hij studeerde toen aan de L’ école des beau-arts van Lyon, waar hij later hoogleraar werd.

Schilder van de ziel
Musée d’Orsay is een groots, fantastisch museum. Schitterende zalen, waarin ik me dagenlang zou kunnen laven aan meesterwerken. De tijdelijke tenstoonstelling Le Poème de l’âme. L’idéal, ervaar ik als een spirituele toegift. Janmots poëzie raakt de ziel, en zeker ook zijn schilderijen en tekeningen. Het werk moet rechtstreeks uit zijn ziel zijn voortgekomen. Het werd een levenslang project, gerealiseerd tussen 1835 en 1881. Authentiek, zuiver en oprecht.

Wat Sursum Corda ! betreft is de idee erachter van de nabij-de-doodervaring niet zo vreemd. Uit het onderzoek van de bijna-doodervaringen blijkt volgens Bijbel&Onderwijs dat er ‘buiten zijn lichaam en ziel de mens toch bewust kan zijn van iets, en dat de Bijbel daar ook van getuigt’. Janmots ouders waren katholiek en diep religieus. Janmots werken zijn ook religieus geïnspireerd.

Bronnen o.a.:
* Musée d’Orsay, Parijs,
Tentoonstelling Louis Janmot: Le Poème de l’âme, nog tot 7 januari 2024 – ‘De tentoonstelling nodigt je uit om het verhaal van deze ziel te verkennen, een initiatiereis met de personages aan te gaan en hen te volgen in hun zoektocht naar het absolute’.
* Boutiques de musée:
Catalogus Louis Jamot

Beeld: Le Poème de l’âme. L’idéal, Louis Janmot, periode omtrent 1850 – 1854, Musée d’Orsay, Paris.
Beeld Sursum Corda !: Le Poème de l’âme. ‘Sursum corda !’, Louis Janmot, 1879 © Lyon MBA – Photo Martial Couderette (artscape.fr)
Foto’s Zelfportret van Louis Janmot & zaal Musée d’Orsay: PD, 29 09 2023

‘Dat ‘ik’, dat is de ziel, waardoor ik ben wie ik ben’

Dit schrijft de Franse filosoof René Descartes in 1637: ‘Dat ‘ik’, dat is de ziel, waardoor ik ben wie ik ben. Filosoof John Cottingham vult Descartes aan met: ‘Wat is de ziel anders dan een betere versie van onszelf? Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben.’

‘Onze individuele vrijheid is niet meer dan geestelijke armoede’
(Frans Wiertz)

Emeritus bisschop Frans Wiertz zet in Trouw Descartes lichtvaardig naar zijn hand en doet anno 2023 nog eens dunnetjes – nee dik – over hoe priester Antoine Bodar het ‘ik-tijdperk’ hekelde in 2018, ook in Trouw.’ Bodar zei ‘met afgrijzen terug te kijken op de jaren zestig’, in zijn lezing voor de Nacht van de Filosofie, en begreep duidelijk niets van de oorzaak van dat ‘ik-tijdperk’.

Bij Descartes gaat het om de ziel
Wonderlijk is de uitspraak van Wiertz: ‘Onze individuele vrijheid is niet meer dan geestelijke armoede’. In zijn artikel gaat de bisschop aan de haal met de uitspraak van René Descartes. Van ‘Ik denk dus ik ben’ maakt Wiertz: ‘Alles draait om het individu.’ – Terwijl bij Descartes alles draait om de ziel.

Hoewel hij er zelf genuanceerd in stond, is het ‘Ik denk dus ik ben’ van Descartes een eigen leven gaan leiden. In plaats van op de werkwoorden ‘denken’ en ‘zijn’ (Ik dénk dus ik bén) is de nadruk steeds meer komen te liggen op het ‘ik’: Ìk denk dus ík ben. Het ‘ik’ werd in de westerse wereld het centrum van het denken en van het leven.’
(Frans Wiertz in Trouw)

Kerk en autoriteit boette in aan macht
Wiertz begrijpt blijkbaar ook niet dat je eerst je ‘ik’ moet terugvinden, nadat deze jarenlang werd ontkend door kerk en autoriteit. Waarschijnlijk omdat hij zelf een vertegenwoordiger is van de onderdrukkers van dat ‘ik’, van de ziel nota bene. Autoriteit Bodar wilde er eveneens niets van weten.

Bodar kon niet omgaan met het ‘ik-tijdperk’. Terwijl iedereen zich losscheurde van de ketenen van kerk en autoriteit, en de leegheid van jarenlang opgelegd gezag van zich af probeerde te werpen, zag Bodar met lede ogen aan hoe kerk en autoriteit inboette aan macht.’
(Uit: Antoine Bodar kwijnt weg in Plato’s grot)


Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre

‘Zelf maken van wat ze van ons gemaakt hebben’
I
n die tijd verwoordde Jean-Paul Sartre de onderdrukking van het individualisme van de mens. Stel je voor, mensen zouden zelf eens gaan denken en doorkrijgen dat ze bestaan! Sartre verstond de uitspraak van Descartes heel goed: ‘Dat ‘ik’, dat is de ziel, waardoor ik ben wie ik ben‘.

Het is niet belangrijk wat men van ons maakt, maar wat wij zelf maken van wat ze van ons gemaakt hebben.’
(Jean-Paul Sartre) 

Doorgronden wat de ‘ziel’ inhoudt
Het gaat om bewustzijn. Mensen wilden en willen hun leven niet langer wordt voorgeschreven door starre religies. In die tijd werden velen – dankzij de jongeren van de zestiger jaren –  zich godzijdank bewust van hun eigen ‘ik’, hun ziel. Het werd tijd om ‘zelf te maken van wat ze van ons gemaakt hebben’.

Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben. Allemaal proberen we te doorgronden wat de ‘ziel’ in deze betekenis inhoudt.’
Aan het woord is filosoof John Cottingham. ‘De zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven schijnt een onuitwisbaar deel van onze natuur te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.’
(Uit: ‘Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben’)


René Descartes

‘Ons leven verspild aan een illusoir profijt’
D
ie geestelijke armoede is vooral veroorzaakt door de kerk zelf die de geest van gelovigen arm hield door te verhinderen dat zij zelf denken en ‘ik’ worden, in de zin van werkelijk contact met hun ziel. Als gelovigen contact krijgen met ‘ik’, met hun ziel’, zullen zij uiteindelijk vanzelf uitkomen bij ‘wij’.

We weten misschien niet precies meer wat we met de ziel bedoelen, maar intuïtief begrijpen we wel wat met dat verlies wordt bedoeld: de morele desoriëntatie en het morele verval waarbij wat waar en goed is uit het zicht raakt, en we erachter komen dat we ons leven hebben verspild aan een illusoir profijt dat uiteindelijk zonder waarde is.’
(John Cottingham, emeritus professor filosofie aan de universiteit van Reading, VK, en professor filosofie en godsdienst aan de Universiteit van Roehampton, Londen)

ÍK
Wiertz zegt in Trouw ‘vanuit een diaconale bewogenheid van onderop mee te bouwen aan een hechte samenleving en een betrokken geloofsgemeenschap, waardoor we weer van ‘ik’ naar ‘wij’ gaan’. De emeritus bisschop had in de jaren zestig Descartes (beter) moeten lezen, dan had hij in plaats van z’n ‘ik’ wellicht zijn ziel (her)vonden en begrepen dat daar ‘wij’ in zat. Hij keek toen slechts van bovenaf, als lid van de rooms-katholieke kerk: de dikke ÍK.

Foto: kunstkot.nl
Foto Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre: meer.com
Tekening René Descartes: Jan Lievens, ca. 1644–1649, Groninger Museum. Zwart krijt, 241 x 206 mm (Wikimedia Commons)