‘Mystiek is om te beginnen vrijheid’

Mystiek heeft de naam nogal zweverig te zijn: ‘Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen,’ zei Theresa van Avila ooit. God heeft de naam nogal abstract te zijn. Alleen al het woord ‘God’. Dat beladen, misverstandelijke woord. Theoloog Wim Jansen zegt dat wie moeite heeft met dat woord, hij iedereen van harte uitnodigt om de titel vrijelijk aan te passen aan het eigen levensgevoel: Brandend verlangen om op te gaan in liefde. Jansen schreef Brandend verlangen, opgezet als een mystiek dagboek in de periode van mei 2019 tot mei 2020. ‘Mystiek is om te beginnen vrijheid,’ meldt uitgever Van Warven op de boekomslag.

Z
ijn boek Brandend verlangen – om op te gaan in God/Liefde verscheen 18 juni. Als inspiratiebron noemt Jansen de drieledige bron waaruit hij leeft: de verwondering over de schoonheid en het mysterie van het aardse leven; het geheim van de liefde, dat hij God noemt: GOD achter God; en contemplatie, dat voor hem betekent: stilte, mediteren, dagelijks oefening in onthechten.

De theoloog, schrijver en dichter vindt inspiratie in de liefdesmystiek, in het bijzonder de middeleeuwse christelijke mystiek van Hadewych, Jan van Ruusbroec en Meister Eckhart; de filosofie van de oude Grieken, met name de stoïcijnen en de cynici; de oosterse mystiek van het soefisme, boeddhisme en taoïsme; en poëzie, in het bijzonder Hans Andreus, J.C. van Schagen, Gerrit Achterberg.

Mystiek van alledag
Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen’, zoals Theresa van Avila het noemde [in haar boek De innerlijke burcht, PD]. Hoe verhoudt Godverlangen zich tot simpele levensvreugde en alledaagse zorgen? Geen flauw idee had hij [Jansen] hoe bewogen dat jaar zou zijn. Niet alleen vanwege de maatschappelijke stikstofonrust en wereldwijd de coronacrisis, maar ook persoonlijk, toen hij te horen kreeg dat een ongeneeslijke kanker zich in zijn lichaam had uitgezaaid. Wat blijft erover van een ‘brandend verlangen om op te gaan in God’ met de dood op je hielen? Een spannend relaas over hectiek en stilte, crisis en mystiek.’
(Uitgeverij Van Warven)

Predikant Bert Altena schreef een recensie en vertelt dat Jansen zijn dagelijkse beslommeringen, mijmeringen en belevenissen beschrijft, dat hij telkens zoekt naar de verbinding met God, wat voor hem niet moeilijk is.

Jansen ervaart zijn leven als een bestaan in God, lezen we al in de eerste bijdrage, zegt Altena, een werkelijkheid die Jansen altijd omringt. Het is een zeker weten dat hem van jongs af aan begeleidt. Voor hem zo vanzelfsprekend, dat hij zich soms verwondert over wie dat niet zo beleeft. Dat zijn opgetogen godsbeleving weleens fronsende reacties oproept onder generatiegenoten en in zijn omgeving, deert hem niet. 

Niettemin weet ik mij geroepen om het te blijven proberen, juist vanuit de verdeeldheid en het verschil. De Godervaring uitstralen, uitdragen, vertalen, vertellen. Het is geen keuze. Ik kan het niet laten.’
(Wim Jansen)

Het is de paradox, zegt Altena, dat Jansen zoekt naar een mystieke godsbeleving waarin de hoogste wijsheid is zichzelf verliezen in God…

Dit is het wat ik het aller allerliefste wil. Mijzelf uitvlakken, verdwijnen, opgaan in het niets zodat alleen God overblijft’.’
(Wim Jansen)

maar dat hij tegelijkertijd juist daarin zijn eigen ego ultiem bevestigd ziet:

Het verdwijnen van dat ‘ik’ is niet minder, maar meer. Het is geen verlies, maar winst. Want ik word God. Wat kan een mens meer verlangen dan God zijn?’
(Wim Jansen)

Zie: Wim Jansen, Brandend verlangen (Bert Altena)

Brandend verlangen | Wim Jansen | 300 pagina’s | Met illustraties | 18 juni 2021 | Uitgeverij Van Warven | € 19,95

Beeld: Pixabay 
Update 14 06 2024

Ontwaken uit de droom van ‘ik’

Meditatieleraar Björn Natthiko Lindeblad schreef het boek Geloof niet alles wat je denkt – wijsheden van een moderne monnik voor een betekenisvol leven. Lindeblad ging zeventien jaar in de boeddhistische leer in kloosters in Thailand, Groot-Brittannië en Zwitserland. Afgelopen dinsdag verscheen Geloof niet alles wat je denkt, waarin hij op een nuchtere manier de lessen deelt die hij heeft geleerd en hoe hij omgaat met zijn diagnose, toen in 2018 de ziekte ALS werd geconstateerd. Björn is ervan overtuigd dat liefde het belangrijkste in het leven is. ‘Geloof niet alles wat je denkt’ is een van de meest waardevolle lessen.In 2020 het best verkochte Zweedse non-fictie boek.

Soms zeggen mensen als ze mijn verhaal horen zoiets als: ‘Goh, je hebt vast veel geleerd!’ Misschien is dat zo, maar het voelt niet alsof ik een grote tas tijdloze wijsheid met me meedraag. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Ik reis met minder bagage dan ooit door het leven. Er is minder van mezelf en meer plaats voor het leven… Langzaam maar zeker ontdekte ik dat er een wijzere stem is om naar te luisteren, dat ik met het leven kan dansen in plaats van dat ik probeer het onder controle te houden. Dat ik met een open hand kan leven, en minder met een bange gebalde vuist.
(Boeddhistisch Dagblad)

In het Boeddhistisch Dagblad vertelt filosoof Erik Hoogcarspel dat Lindeblad het onderricht volgde van Steven Gray, die zichzelf Adyashanti noemt, een Amerikaanse leraar die tijdens het beoefenen van zenmeditatie bijzondere ervaringen heeft gehad en voor zichzelf is begonnen. Een uitspraak die veel indruk op Lindeblad maakte was: ‘Je zult weten wat je moet weten wanneer je het moet weten’.

In The Sun, waarnaar het dagblad verwijst, staat een mooi verhaal over Adyashanti. Hij heeft een gesprek met een verdrietige vrouw. Ze had het grootste deel van de avond tijdens zijn lezing met de handen in haar schoot zitten friemelen. Ze zei dat ze enorm verdrietig was, en bang dat ze nooit een ontwakingservaring zou hebben. Adyashanti vroeg wat haar diepste spirituele verlangen was. De vrouw antwoordde: ‘Ik wil God leren kennen.’

Adyashanti vroeg de vrouw, die Nancy heette, om even te stoppen met zoeken naar God en in plaats daarvan op zoek te gaan naar Nancy. ‘Waar is Nancy?’ hij vroeg. ‘Wat is Nancy? Als ik je vraag waar je hand is, waar is je voet, dan kun je antwoorden. Maar als ik vraag waar Nancy is, waar is ze dan? Ze doet alsof ze het middelpunt van dit hele leven is, maar waar is ze? Is dit Nancy meer dan een gedachte?’ ‘Nee,’ zei ze.

Adyashanti beschreef haar de neiging van de menselijke geest om te geloven in een beperkte notie van ‘ik’, een afgescheiden zelf in de kern van ons wezen: als we op zoek gaan naar dat ‘ik’, ontdekken we iets diepers en groters. 

Wat kijkt er nu door je ogen?’ vroeg hij aan de vrouw. Na een pauze antwoordde ze: ‘Het voelt als leven.’

Het gesprek eindigt met de vraag van Adyashanti, daar ze op zoek is naar God: ‘Wat als we het woord leven vervangen door God? Is God niet het leven, de essentie van al het bestaan?’
‘Ja’, antwoordde de vrouw.
‘God tuurt er nu doorheen’, zei Adyashanti. ‘Op dit moment.’

De vrouw leek diep ontroerd. ‘Ho,’ zei ze met grote ogen.

Houd dit een tijdje vol,’ zei Adyashanti tegen haar terwijl ze rustig ging zitten en de volgende vraagsteller naar de microfoon liep. Hij merkte dat Nancy’s handen niet meer wiebelden en vredig in elkaar gevouwen in haar schoot lagen.

Geloof niet alles wat je denkt | Björn Natthiko Lindeblad | Het Spectrum | gebonden | 224 pagina’s | Verschijningsdatum 8 juni 2021 | € 20,99 | Lindeblad (1961) studeerde bedrijfskunde in Stockholm, maar besloot op zijn zevenentwintigste monnik te worden in kloosters in Thailand, Groot-Brittannië en Zwitserland. Na zeventien jaar keerde hij terug naar Zweden en ontwikkelde zich tot veelgevraagd spreker en meditatieleraar. In 2018 kreeg hij de diagnose ALS. | ‘Dit boek is zo belangrijk, zo kwetsbaar en zo gevuld met emotie en wijsheid.’ (Aftonbladet, Zweden)

Zie:
* Geloof niet alles wat je denkt (Boeddhistisch Dagblad)
* Who Hears This Sound? (The Sun – Adyashanti over het ontwaken uit de droom van ‘ik’)

Beeld: radioviainternet.nl

De spirituele levenskracht van Jane Goodall

Primatoloog Jane Goodall gelooft dat alle levende wezens een ‘vonk van goddelijke energie’ hebben die een ‘ziel’ zou kunnen worden genoemd, inclusief niet alleen het dierenleven maar ook het plantenleven: ‘Ze hebben een vonk van die goddelijke energie.’ In Evolution News & Science Today van het Discovery Institute’s Centre for Science & Culture, schrijft wiskundige en freelance schrijver Elisabeth Whately over haar: Jane Goodall Meets the God Hypothesis. ‘De grens tussen religie en wetenschap kan inderdaad ‘vervaagd’ zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt.’ Zaterdag 14 juni komt Goodall naar de Balie in Amsterdam.*

20 mei kondigde de Templeton Foundation Jane Goodall aan als haar Templeton Prize-laureaat voor 2021. De Foundation – opgericht ter ere van degenen die wetenschap gebruiken om de plaats en het doel van de mensheid in het universum te verkennen – noemt haar een ‘unieke figuur’ en een baanbrekende onderzoeker in de zoektocht naar een antwoord op ‘de grootste filosofische vraag van de mensheid: ‘Wat betekent het om mens als onderdeel te zijn van de natuurlijke wereld?’ Spirituele taal overspoelt Goodall’s spreken als ze de prijs in ontvangst neemt. 

Ze geeft toe dat de echt ‘diepe mysteries van het leven’ ‘voor altijd buiten de wetenschappelijke kennis liggen’. Ze onderstreept dit met een citaat uit de beroemde uitspraak van apostel Paulus op de hemel: ‘Nu zien we donker door een glas; dan van aangezicht tot aangezicht.’

Goodall’s spirituele instinct groeide terwijl ze haar baanbrekende onderzoek deed in de Tanzaniaanse bossen van Gombe. Ze vertelt Templeton dat ze zich hier ‘heel, heel dicht bij een grote spirituele kracht voelde’. Ze put opnieuw uit de brieven van Paulus om te verwijzen naar dat ‘waarin we leven en bewegen en ons bestaan ​​hebben’. 

De primatoloog ziet ook een doel in het ‘tapijt’ van de natuur: ‘Het belangrijkste onderdeel van het zijn in het regenwoud is het begrip van de onderlinge verbinding, hoe elke kleine soort een rol te spelen heeft.’ Als een soort uitsterven, is het alsof er een draad uit het tapijt is getrokken. Trek te veel draden uit, zegt ze, en het grootse ontwerp van het tapijt zal ontrafelen. ‘Magie’ is het woord dat in haar opkomt als ze de grootsheid van dit ontwerp probeert te beschrijven. Alleen spirituele taal is voldoende als ze naar het omringende bos kijkt:

Het is iets dat zo krachtig is en zoveel verder gaat dan wat zelfs het meest wetenschappelijke, briljante brein had kunnen creëren.’

Wetenschap kan niet alles verklaren, daar is Goodall van overtuigd. ‘We hebben een eindige geest,’ zegt ze tegen Religion News Service, ‘en het universum is oneindig. Als de wetenschap zegt: ‘We hebben het allemaal voor elkaar gekregen, dan is er de oerknal die het universum heeft geschapen.’ Welnu, wat heeft de oerknal veroorzaakt?’ 

Goodall gelooft dat verzoening tussen religie en wetenschap alleen kan worden bereikt door het materialisme te verwerpen. Ze is het met haar vriend Francis Collins eens dat ‘toevallige mutaties onmogelijk kunnen leiden tot de complexiteit van het leven op aarde’. Ze is blij dat wetenschappers ‘meer bereid’ worden om te praten over de mogelijkheid van een intelligent doel achter het universum.’

Goodall lijkt te neigen naar een soort pantheïstische ‘levenskracht’ die de wereld doordrenkt met ‘energie’. Eveneens kan gemakkelijk worden aangetoond hoe deze hypothese verbleekt in vergelijking met de verklarende kracht van het traditionele theïsme. 

En het theïsme verklaart niet alleen de structuur van het universum beter, het biedt ook een manier om de uitzonderlijke aard van de menselijke soort te funderen die we instinctief aanvoelen, ook al hebben briljante wetenschappers zoals Goodall zichzelf helaas geconditioneerd om het te verwerpen.’

Whately besluit haar artikel met de opmerking dat de grens tussen religie en wetenschap inderdaad ‘vervaagd’ kan zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt. 

En toch zijn er veel manieren om religieus te zijn. Er zijn veel manieren om te aanbidden. Goodall aanbidt zeker, op haar eigen manier. Ze zou je zelfs kunnen vertellen dat ze een ontwerpende kracht aanbidt. De vraag is, heeft het haar gemaakt naar haar beeld? Of heeft ze het in de hare gehaald?’

* Zaterdag 14 juni is Goodall in de Balie in Amsterdam, waar zij spreekt over onze samenleving en de planeet. Hoe zou de wereld eruit kunnen zien na de COVID-19-pandemie? Zal deze crisis een andere manier van omgaan met de aarde inluiden? Hoe kunnen we een sterkere inzet voor het herstel en het behoud van de planeet bevorderen?
De bijeenkomst is uitverkocht, maar een livestream is dan vrij toegankelijk.

Zie:
* Jane Goodall Meets the God Hypothesis (Evolution News)
* ‘Religion entered into me’: A talk with Jane Goodall, winner of the 2021 Templeton Prize (Religion News Service)

Foto:
news.janegoodall.org

‘Mens worden door zelf na te denken’

Zeven filosofen beantwoorden de vraag van journalist Joël De Ceulaer van De Morgen welke actuele lessen klassieke denkers ons kunnen bijbrengen. Dat levert een boeiende oogst op van allerlei inzichten: van politieke tot therapeutische. Met prachtige illustraties van Penelope Deltour. Over Søren Kierkegaard, Hannah Arendt, Spinoza, Epicurus, Simone Weil, Niccolò Machiavelli en Arthur Schopenhauer.

Karl Verstrynge: ‘Kierkegaard leert ons dat de overschatting van onszelf als mens gevaarlijk is.’

Søren Kierkegaard waarschuwt je niet aan je materiële bestaan te hechten. ‘Leven betekent dat je afstand doet van je gehechtheid aan het materiële bestaan en in feite leert te sterven’. Hij wilde de filosofie vanuit het concrete, specifieke leven van ieder individu laten vertrekken. Het leven zoals u en ik dat leven, elk op onze eigen manier. 

Alicja Gescinska zegt over Hannah Arendt: ‘Zij zou vandaag veel problemen hebben met de kampen buiten Europa waar wij vluchtelingen opvangen.’

Volgens Hannah Arendt is de politiek te belangrijk om aan politici over te laten. Zij zou de nieuwe ontwikkelingen op het vlak van politieke deliberatie en burgerparticipatie toejuichen. ‘We moeten met z’n allen in de publieke ruimte met elkaar in debat gaan.’ Volgens Arendt worden we pas mens als we voor onszelf nadenken en oordelen. Ze hield niet van de kuddementaliteit. We mogen geen radertje in het systeem zijn.

Herman De Dijn: ‘Voor Spinoza was de mens gewoon een product van de natuur. Niet uniek, niet speciaal, en niet het centrum van het universum.’

Volgens Spinoza leveren schuldgevoelens niets op. ‘Doe wel en zie niet om’. Miserie hoort erbij in het leven, daar moet je je bij neerleggen. Het is ook onmogelijk om met wetenschap en rede alles in het leven te beheersen, zegt deze filosoof. Politiek moeten we baseren op echt inzicht in de ander, niet op emotie.

Johan Braeckman: ‘Volgens Epicurus was je vrij om je leven zelf in te vullen. Met de zelfgekozen dood had hij geen probleem.’

Epicurus leert je met negatieve gevoelens om te gaan. ‘Door zelfredzaamheid na te streven, geen valse behoeftes na te jagen, je verlangens onder controle te houden’. Zowel de stoïcijnen als de epicuristen boden, zoals zelfhulpgoeroes dat nu doen, gemoedsrust aan. De filosofie van Epicurus is mede therapeutisch van aard: hij wilde mensen met angst en onzekerheid leren omgaan.

Willem Lemmens: ‘Het denken van Weil is het tegendeel van individualisme en de cultus van het ik.’

Simone Weil zou niet verbaasd zijn van de klimaatcrisis. ‘Ze was onder de indruk van wetenschap en techniek, maar wees er ook op dat het kapitalisme tot verspilling en blinde groei leidt’. Oorlog zag zij als een monster dat alle menselijkheid uit ons vreet, en dat zag ze bij beide partijen in een conflict.

Bart Vandenabeele: ‘Schopenhauer zag dat het niet mogelijk is om al onze verlangens te bevredigen.’ 

Arthur Schopenhauer zou het zorgpersoneel eindeloos bewonderen. ‘Zij geven het beste van zichzelf’. Hij zocht naar manieren om ons te verlossen uit illusies en van de onmogelijkheid om aan al onze verlangens te voldoen: door sereniteit na te streven, wat hij een ‘beter bewustzijn’ noemde. Die sereniteit herkende hij bijvoorbeeld in het gelaat van Jezus zoals dat op de schilderijen van Rafaël te zien is.

Tinneke Beeckman over Machiavelli: ‘Als je pech hebt, mag je je hoofd niet te veel laten hangen. Voor mij werkt zo’n denker opbeurend.’

Niccolò Machiavelli adviseert je je tegenstander niet te vernederen, omdat je daarvoor ooit de prijs betaalt. ‘Behandel de ander met respect’. Je moet over virtù beschikken, over deugd: dan neem je je vrijheid tot handelen ten volle op en wil je je inzetten voor het algemeen belang. Daar hangt het vanaf of je slechter of beter uit de crisis komt. Voor onze tijd is dat een inspirerende boodschap, die ons uitnodigt om het burgerschap te herdenken. 

Zie: Wat de oude filosofen ons vandaag nog kunnen leren (of via Topics)

Beeld: ‘De filosoof’ – Rembrandt – The Yorck Project (2002) 10.000 Meisterwerke der Malerei (DVD-ROM), distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.

Unieke toegang tot de geest van CG Jung

Onlangs verschenen The Black Books van psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung. Een reeks notitieboekjes met zwarte kaften, waarin Jung van 1913 tot 1932 schreef, zijn het resultaat van een zelfexperiment dat hij z’n ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een engagement met zijn fantasieën, die hij in kaart bracht. Jung betitelde ze als zijn ‘zwarte boeken’. Jung-expert Sonu Shamdasani spreekt over The Black Books op 30 mei tijdens een online symposium, georganiseerd door het Jungiaans Instituut, in samenwerking met de stuurgroep Jungiania, de C.G. Jung Vereniging Nederland – IVAP, en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het Rode Boek putte uit materiaal dat in The Black Books was opgenomen tot 1916, maar Jung bleef er decennia lang in schrijven. The Black Books werpen licht op de uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en relaties te belichamen. 
Prachtig gepresenteerd, met een onthullend essay van Sonu Shamdasani, en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden deze onmiskenbaar heilige boeken (Times Literary Supplement) een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van de analytische psychologie.’
(VU)

The Black Books (‘Notebooks of Transformation’), tot nu toe het belangrijkste ongepubliceerde werk van Jung, worden gepresenteerd in een prachtige, zevendelige dooscollectie met een essay van Shamdasani ― verlicht door een selectie van Jungs levendige visuele werken ― en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden The Black Books een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van analytische psychologie.

In 1913 startte C.G. Jung een uniek zelfexperiment dat hij zijn ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een verbintenis met zijn fantasieën in een wakende staat, die hij in kaart bracht in een reeks notitieboekjes die The Black Books worden genoemd . Deze intieme geschriften werpen licht op de verdere uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en persoonlijke relaties te belichamen. The Red Book putte uit materiaal opgenomen van 1913 tot 1916, maar Jung bewaarde de notitieboekjes nog vele decennia actief.’
(The Black Books)

Professor Sonu Shamdasani houdt op 30 mei een korte inleiding tot de fascinerende Black Books van Jung, ter gelegenheid van de recente publicatie van de boeken. Deze ‘intieme persoonlijke aantekeningen van Jung geven een verbluffend inzicht in zijn psyche en ontwikkeling, en zijn veel te lang verborgen gebleven voor het publieke oog’.

Sonu Shamdasani (geboren in 1962) is een in Londen gevestigde auteur, redacteur en professor aan het University College London. Zijn geschriften richten zich op Carl Gustav Jung (1875-1961) en beslaan de geschiedenis van de psychiatrie en psychologie vanaf het midden van de negentiende eeuw tot de huidige tijd. Shamdasani redigeerde voor de eerste publicatie ook een ander belangrijk werk van Jung: The Red Book, dat is gebaseerd op The Black Books.’ 
(VU)

In Het Rode Boek van Jung dat in 2019 verscheen, schreef Shamdasani een uitgebreide en heldere inleiding. Jung wordt hierin beslissend genoemd in het ontstaan van de moderne psychologie, psychotherapie en psychiatrie en een groot aantal internationale beroepsuitoefenaren in de analytische psychologie werken onder zijn naam.

De jaren, waarin ik de innerlijke voorstellingen volgde,
vormen de belangrijkste tijd van mijn leven,
waarin zich alles, wat wezenlijk was, voordeed.
Toen begon het en de latere details zijn slechts
aanvullingen en verduidelijkingen.
Mijn volledige latere werkzaamheden bestonden uit het bezig zijn
om dát verder uit te werken, wat in die jaren uit het onbewuste
was losgebroken en mij bijna had overspoeld.
Het was de oerstof voor een levenswerk.’

(C.G. Jung, 1957, in: Het Rode Boek)

The Black Books | C.G. Jung, Sonu Shamdasani | Taal: Engels | Hardcover | Slipcased Edition | oktober 2020 | 1648 pagina’s | Uitgever W W Norton & Co | € 232,99 | Vertaling Martin Liebscher, John Peck

Voor aanmelding Symposium zie:
Jungiaans InstituutZondag 30 mei 11 – 13 uur online (€ 10,-)

YOUTUBE: The Black Books by C.G. Jung

Beeld: Tree of Life door CG Jung (uit: The art of C.G. Jung)
Update 11042024

Een rusteloze vrijdenker ontdekt een nieuwe wereld

Hoe Alister McGrath als rusteloze, vrijdenkende anarchist met de wetenschap als grote liefde, een onmodieuze maar heel vervullende, rationele en veerkrachtige visie op de wereld ontwikkelde, vertelt hij in zijn nieuwste boek Het raadsel van God. In zijn memoir schrijft een van ’s werelds toonaangevende autoriteiten op het gebied van wetenschap en religie over zijn onvermoede bekering door zijn verkenning van die onbekende, nieuwe wereld.  Oude vragen zet hij in een nieuw licht en beschrijft zijn leven op een eiland dat geloof heet. ‘Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen.’

Of we nu atheïst zijn of gelovig, vertelt hoogleraar historische theologie McGrath, we zullen allemaal moeten leren leven met onzekerheid over de opvattingen die voor ons cruciaal zijn, zoals het bestaan van God, de aard van het goede of de zin van het leven.

Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen. De schaduwen van donkerheid zijn levensgroot aanwezig in deze vertelling. En dat kan niet anders, juist omdat ze onderzoekt hoe we te midden van onzekerheid en twijfel authentiek en betekenisvol kunnen leven. Ik heb ontdekt dat het kan.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Alister McGrath (foto: University of Oxford) vertelt dat hij als tienjarige gebiologeerd werd door de ademloze pracht en uitgestrektheid van de sterrenhemel in vrieskoude Ierse winternachten. Hij bouwde toen een mini-telescoop om die schoonheid gedetailleerder te kunnen bekijken.

Toen hij klaar was, richtte ik hem op de hemel en tuurde door het kijkglaasje. Het leek alsof de tijd stilstond toen ik ineens de sterrenconcentraties van de Melkweg in beeld had. Het overweldigde me. Ik had op zijn minst een aantal seconden het gevoel dat ik balanceerde op de rand van iets; alsof ik op het strand stond en een glimp van verre verten opving. Dit was het moment waarop ik zeker wist dat ik de wetenschap in wilde. Ik wilde me verdiepen in en kennis opdoen over de enormiteit van de wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

McGrath constateerde ook dat zijn groeiende technische en feitelijke kennis van astronomie schromelijk achterbleef bij het gevoel van verwondering en ontzag dat hij ervoer tijdens het observeren van de plechtige onbeweeglijkheid van de verlichte hemelkoepel boven zich.

Dat noemde ik eens tegen een van mijn docenten op school. ‘Daarom hebben we poëzie nodig’, zei hij, en voegde eraan toe dat de wetenschap niet best presteerde in het omgaan met gevoelens of schoonheid. Hij stelde niet dat wetenschap verkeerd was; hij maakte me attent op de mogelijkheid dat ze incompleet was, niet in staat te resoneren met iets was belangrijk, diepgaand en veelbetekenend was in de menselijke natuur.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

Het raadsel van God gaat over het verlies van McGrath’s intellectuele onschuld tijdens de confrontatie met een wereld die halsstarrig weigerde zich te conformeren aan zijn denkbeelden over hoe hij zou moeten zijn.

Dit beknopte werk is in essentie een uitzoektocht van ideeën. Ik doe verslag van intellectuele ontdekkingsreizen waarin ik reflecteer op mijn groeiende bewustwording hoe complex de werkelijkheid is, hoe beperkt mijn en ons begrip daarvan is en wat de consequenties waren voor mijn tot mislukking gedoemde jeugdige verlangen naar een simpele kijk op een gecompliceerde wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Het raadsel van GodMijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof & twijfel | Alister McGrath | Paperback | 9789043536035 | Druk: 1 | mei 2021 | 240 pagina’s | € 24,99 | Kokboekencentrum Uitgevers | Prof. Alister McGrath is toonaangevend in de christelijke wereld. Hij is rector van Wycliffe Hall en als hoogleraar historische theologie verbonden aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceert met vaste regelmaat talloze invloedrijke boeken op zowel populair- als wetenschappelijk-theologisch gebied, die een breed publiek bereiken.

Zien: Het raadsel van God (Alister McGrath op YouTube)
Beeld: knack.be

De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

Religies handje geholpen door een psychedelisch drankje?

Psychedelica konden religies weleens een kickstart hebben gegeven. Archeoloog en classicus Brian Muraresku wordt geïnterviewd door Wouter van Noort in het artikel Gaven psychedelica religies een kickstart? in NRC. Muraresku beschrijft in The Immortality Key een speurtocht naar psychedelische invloeden in het vroege christendom: wat als de visioenen en spirituele ideeën uit die religie een handje zijn geholpen door een psychedelisch drankje? De NRC over medicinale planten en paddenstoelen, religieuze ceremonies, communiewijn als psychedelisch brouwsel, psychedelische eucharistie, lsd en bilzekruid.

De meest invloedrijke religieuze historicus van de 20e eeuw, Huston Smith, noemde het ooit het ‘best bewaarde geheim’ in de geschiedenis. Gebruikten de oude Grieken drugs om God te vinden? En hebben de eerste christenen dezelfde, geheime traditie geërfd? Een grondige kennis van visionaire planten, kruiden en schimmels die van de ene generatie op de andere is overgegaan, sinds het stenen tijdperk?’
(Uit: Podcast over The Immortality Key door The Joe Rogan Experience)

Bezoekers van de oude Griekse tempel van Eleusis die van 1500 voor Christus tot het jaar 400 na Christus bestond, moesten een pelgrimstocht afleggen en kregen daarna een ‘magische drank’ te drinken: kykeon.

Uit historische bronnen is bekend dat dit een nogal apart drankje was. ‘Onthullende, prachtige visioenen kregen mensen die dit drankje dronken,’ zegt hij. ‘Ze kwamen in een alternatieve staat terecht die ze in onsterfelijken zou veranderen. Dus je kwam er aan als gewoon mens, en vertrok met de overtuiging dat je onsterfelijk was.’
(NRC)

Over psychedelische middelen is veel wetenschappelijk bewijs, aldus Van Noort, dat ze mensen minder bang maken voor hun eigen sterfelijkheid. Bij studies naar terminale patiënten blijkt bijvoorbeeld dat zij meetbaar minder bang zijn voor de dood na gebruik van lsd of paddo’s.

Een bekend verschijnsel tijdens een trip is bijvoorbeeld ‘ego-dood’, het ervaren dat je ego helemaal oplost in het heelal. Dat kan levensecht aanvoelen.’
(NRC)

Volgens Muraresku is er een aanwijzing dat psychedelische rituelen een grotere rol hebben gespeeld in het ontstaan van religieuze tradities dan tot nu toe algemeen wordt aangenomen. En de link met het oude Griekenland en het vroege christendom is volgens hem extra interessant, juist omdat het de ‘incubator van westerse beschaving’ was.

Het was de plek waar democratie, filosofie, theater en andere kunsten werden bedacht.’
(NRC)

Muraresku zegt niet dat religie en beschaving allemaal uitvloeisels zijn van psychedelica, dat zou volgens hem veel te ver gaan.

Er zijn allerlei andere rituelen die door de menselijke geschiedenis heen van spirituele betekenis zijn geweest.’ Van gezamenlijk zingen tot offerrituelen, meditatie, vasten, slaapdeprivatie: andere zaken die mensen in een veranderde staat van bewustzijn kunnen brengen. ‘Het lijkt er alleen wel steeds sterker op dat psychedelica óók al vele duizenden jaren in die universele spirituele gereedschapskist zitten.’
(NRC)

Zie: Gaven psychedelica religies een kickstart? (NRC, 15 april 2021)

The Immortality Key | Brian Muraresku | St. Martin’s Press | St. Martin’s Publishing Group | 29/09/2020 | ISBN: 9781250207142 | 480 pagina’s |
‘Ik ben een atheïst, ik geloof niet dat er een God is, maar toen begon ik deze liefde te voelen. Gewoon overweldigende, allesomvattende liefde.’ Er valt een lange stilte. ‘En de manier waarop ik het beschrijf, is baden in Gods liefde,’ vervolgt Dinah Bazer met krakende stem, ‘want ik vind geen andere manier om het te beschrijven. Ik voelde dat ik erbij hoorde, dat ik een deel van alles was en het recht had hier te zijn. Hoe kan ik het anders omschrijven? Misschien hoe de liefde van je moeder voelde toen je een baby was. Dit gevoel van liefde doordrenkte de hele ervaring.’
(Dinah Bazer in: The Immortality Key)


Luisteren: Podcast #1543 – Brian Muraresku & Graham Hancock The Joe Rogan Experience

Beeld: mo.be

Voor de God van Abraham toch plaats op Arabische grond

Eigenlijk was er geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis. – Rond 600 waren er al heel wat Arabische joden en Arabische christenen te vinden, van het noorden tot in het diepe zuiden. En in die tijd bracht Mohammed de Hanifiya naar Medina. Hanifiya is de godsdienst van Abraham. De ‘Haniefen’ waren aanhangers van dezelfde God als die van de Joden en christenen, maar hielden zich bewust afzijdig van die twee godsdiensten.

De Arabieren stamden af van Ismaël, de zoon van Abraham (zo stond het in de Bijbel) en dus moesten de Arabieren, als afstammelingen van Abraham, de God van Abraham vereren en wel op de manier zoals Abraham dat had gedaan – volgens hen anders dan hoe de Joden en christenen dat deden.’

Mohammed omschreef het ware geloof als ‘de milde Hanifiya’. De Koran weerspiegelt dit zoeken naar het gematigde, voor velen aanvaardbare midden. De ware religie, zoals door God geopenbaard, aldus Marcel Hulspas in zijn boek Mohammed en het ontstaan van de islam, is een combinatie van al het waardevolle uit de joodse, christelijke en Mekkaanse religieuze tradities.

Hij [Mohammed] betrok het woord Hanief uitsluitend op zichzelf, en de enige echte Hanifiya was zijn eigen boodschap. Dat blijkt overigens ook uit de Koran, waarin uitsluitend Mohammed en Abraham zo worden aangeduid.’

De Haniefen meenden dat de Arabieren ‘terug naar Abraham’ moesten. Dat betekent dat ze dezelfde God moesten vereren als de Joden en de christenen, maar ze hoefden zich daarbij niets aan te trekken van wat die twee stromingen naderhand van God opgelegd hadden gekregen of wat ze zelf hadden toegevoegd.

Dat ‘terug naar Abraham’ had een groot nadeel. Abraham had weliswaar tijdens zijn leven verschillende heiligdommen gesticht, om God ter plaatse te kunnen vereren en hem offers te brengen, maar geen van deze heiligdommen lag echter in Arabië. De klacht dat de Haniefen niet wisten hoe ze God moesten vereren betekende wellicht simpelweg: ze hadden geen Arabisch heiligdom. Er was geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis.

De Haniefen konden dus geen éigen’ Arabisch heiligdom aanwijzen. Joden, christenen en Arabieren kwamen regelmatig bijeen bij de ‘Eik van Mamre’, waar Abraham met drie engelen zou hebben gesproken, om gezamenlijk Abraham te vereren, maar die eik stond niét in Arabië.*

De Haniefen konden uiteindelijk toch een Arabisch heiligdom aanwijzen: ‘hun’ Mekka en de Kaäba waren immers gesticht door Abraham. De Kaäba (‘het gewijde Huis’), het enige echte heiligdom van God in het hart van Mekka, zou inderdaad gebouwd zijn door Abraham, of, nóg ouder: door God zelf. Dus dáár konden zij God op de juiste wijze vereren.

* De ‘Eik van Mamre’ staat in de buurt van Hebron, op de Westelijke Jordaanoever.

Bronnen:
* Wel de God maar niet die steen
(Marcel Hulspas) (Update 09.45 uur: o.a. link hersteld)
* Mohammed en het ontstaan van de islam
| Marcel Hulspas | 640 p. | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 2015 | € 19,99

Foto: Mohamed Hassan (PxHere)

De profeet en de buitenaardse wezens

2Doc – Documentairefilm VPRO – Na een vermeende ontmoeting met buitenaardse wezens wordt de Franse voormalig autoracejournalist Claude Vorilhon (1946) de grondlegger en leider van ’s werelds grootste UFO-religie: het Raëlisme. De Israëlische regisseur Yoav Shamir ontvangt een mysterieuze uitnodiging van deze moderne profeet, die inmiddels door het leven gaat als Raël. Shamir gaat erop in en daarmee begint een zoektocht naar het verschil tussen een sekte en religie.

Het verhaal van Raël en zijn ambitieuze pogingen om nieuwe gebieden te betreden op zoek naar loyale volgelingen, werpt licht op de vele thema’s en vragen die religie en geloof blootleggen. Wat is het verschil tussen een sekte en een religie?

Waarom accepteren we het Bijbelse verhaal van een man die een conversatie heeft met een brandende struik wél en hebben we moeite met het verhaal van een man die een voorspelling ontvangt van buitenaardse wezens?

Regisseur Yoav Shamir vraagt vooraanstaand godsdiensthistoricus, professor Daniel Boyarin, om zijn mentor te zijn tijdens zijn zoektocht. De reis brengt Shamir naar het huis van Raël in Okinawa, naar zijn geboorteplaats in Frankrijk, naar zijn ziekenhuis in Burkina Faso en de groeiende Raëliaanse gemeenschappen wereldwijd. 

Yoav Shamir groeide op in Israël, de geboorteplaats van enkele beroemde profeten. Op jonge leeftijd raakte hij al gefascineerd door de verhalen en wonderen van een almachtige god, engelen, hemel en hel. Later raakt hij geïntrigeerd door wat er achter de schermen van religies gebeurt. Hoe worden religies gevormd? Wat maakt een man tot een profeet? Wat is er nodig om van mensen volgers te maken? Op een dag krijgt hij een uitnodiging om eregids te worden van de Raëliaanse beweging.

Raël had het werk van Shamir gezien en wilde hem een onderscheiding overhandigen. Shamir had nog nooit van Raël gehoord, maar reist af om zijn onderscheiding op te halen. Hij krijgt een warm welkom. Raël is ervan overtuigd dat Shamir deel uitmaakt van een groter plan. Hij vertelt dat hij heeft gedroomd dat zijn verhaal zal worden verteld in een film: ‘Iets tussen Star Wars en de Bijbel en de tien geboden.’

Regie: Yoav Shamir

Zie: 2Doc: The Prophet and the Space Aliens, 6 mei, 23.30 uur bij VPRO op NPO 2

Bron: VPRO Persinformatie

Beeld: Still uit The Prophet and the Space Aliens © VPRO