Carl Jungs duik in het onbewuste

rodeboek

In Het Rode Boek, ‘de graal van het onbewuste’, wordt de dramatische tocht uitgebeeld van de moderne mens op zoek naar zijn eigen mythe. Oorspronkelijk schreef psychiater Carl Gustav Jung zijn vele ervaringen en gevoelens op in zes ‘zwarte boeken’, zoals hij deze noemde, tijdens een diepe identiteitscrisis. Over – soms verschrikkelijke – visioenen en zijn ‘duik in het onbewuste’ en zijn dwaaltocht door de onderwereld, eindeloos op zoek naar zijn ziel. Een zes jaar durende worsteling, van 1913 tot 1919.

Ziel: ‘Luister: Om geen christen meer te zijn is gemakkelijk. Maar hoe nu verder?  Want er staat meer aan te komen. Alles wacht op jou. En Jij? Jij blijft zwijgzaam en hebt niets te zeggen. Maar je zult moeten spreken’
(Carl Jung in gesprek met zijn ziel)

Volgens theoloog Rinus van Warven voerde Jung op 5 januari 1922 een gesprek met zijn ziel over zijn roeping. De dialoog tussen Jung (de ‘ik’) en de Ziel is in deze vorm letterlijk te vinden in de Nederlandse vertaling van het Liber Novus (Het Rode Boek) dat onlangs door Van Warven is uitgegeven. (N.B. Echter zonder de kunstwerken uit het oorspronkelijke boek.)

‘Zijn ziel drong er hier bij Jung heftig op aan om zijn materiaal te publiceren, waartegen hij zich verzette. En zo duurde het decennialang voor zijn woorden in boekvorm verscheen. Het Liber Novus van Carl Gustav Jung lag tientallen jaren in een bankkluis in Zürich. Toen het in 2009 op de wereldmarkt verscheen werd het meteen ‘de graal van het onbewuste’ genoemd.
Het boek werd snel bekend als Het Rode Boek: de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus. Het is het verslag dat Jung van zijn crisis van 1913-1916 maakte. Jung beschrijft hoe hij zich overgeeft aan een diepgaand innerlijk proces, waarbij hij uiteindelijk zijn eigen ziel ‘hervindt’. (Van Warven)

Jungkenner Tjeu van den Berk
Tijdens een van de colleges van de Capita Selectie-serie ‘Parels van de westerse esoterie’ die ik in mei 2019 bezocht bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht vertelde Jungkenner Tjeu van den Berk met passie over Carl Gustav Jungs (oorspronkelijke)  Rode Boek. Dit lag groots – ook qua afmetingen – opengeslagen onder handbereik van de nieuwsgierige cursisten. Voor de Academie schreef ik hierover een verslag.

‘Van den Berk nam ons mee naar het leven en werk van Jung (1875 – 1961) en vertelde over zijn jarenlange pogingen, eerst samen met Freud, het onbewuste te ontcijferen. Al van jongs af aan was Jung gefascineerd geweest door de menselijke psyche. Cryptomnesie, het ‘verborgen geheugen’, hield hem erg bezig.
Het bevat informatie waarvan de bron niet wordt opgeslagen in ons geheugen. De menselijke geest zou ‘op andere plaatsen’ veel informatie bewaren. ‘We weten het allemaal, diep vanbinnen,’ zei Jung. Daarom was hij zo gefascineerd door het onbewuste. Ons bewuste komt er volgens Jung immers volledig uit voort.’
(AVG)

Hermetische gnosis
Prachtige beelden liet Van den Berk zien, met uitgebreid commentaar, van de schilderijen en tekeningen die Jung in zijn Rode Boek maakte. Compleet met gekalligrafeerde teksten waarin Jung over hermetische gnosis schrijft, en er ook teksten toevoegde die verwijzen naar Sumerische, Egyptische, Scandinavische, Griekse, Hindoeïstische en christelijke mythen.

‘Van den Berk raakte niet uitverteld en deed dat op meeslepende wijze. Hij kreeg dan ook na afloop terecht een luid applaus.
De originele uitgave van Het Rode Boek ligt opgeslagen in een kluis in Zürich. Van den Berk heeft dat tweemaal mogen inzien, vertelde hij trots. September 2019 verschijnt de Nederlandse vertaling – wel zonder alle mooie kunstwerken die zeker een kwart van het boek beslaan.’
(AVG)

‘Graal van het onbewuste’
In Koorddanser schrijft Van Warven over De ‘graal van het onbewuste’ – Jung in gesprek met zijn ziel. Jung zou uiteindelijk door de ontmoeting met de ziel ingewijd worden in de geheimen van de menselijke psyche. – Een deel van het gesprek luidt:

Ik: ‘Ik ben bereid. Wat is het? Spreek!’
Ziel: ‘Luister: Om geen christen meer te zijn is gemakkelijk. Maar hoe nu verder?  Want er staat meer aan te komen. Alles wacht op jou. En Jij? Jij blijft zwijgzaam en hebt niets te zeggen. Maar je zult moeten spreken. Waarom heb jij het plotselinge inzicht ontvangen? Dat moet je niet verbergen. Jij bekommert je om de vorm? Is de vorm belangrijk als het om het plotselinge inzicht gaat?’
Ik: ‘Maar wat is mijn roeping?’
Ziel: ‘De nieuwe religie en haar verkondiging.’
Ik: ‘Oh God, hoe moet ik dat doen?’
Ziel: ‘Wees niet zo kleingelovig. Niemand weet dat zo goed als jij. Niemand, die het zó zou kunnen zeggen als jij.’
(Uit: Het Rode Boek)

Het Rode Boek
Alle dromen, ervaringen en inzichten noteerde Jung nauwgezet, vertelt Van Warven. Zijn aantekeningen werden een procesverslag dat uiteindelijk resulteerde in Het Rode Boek.

Zie:
* Koorddanser, februari 2020
: De ‘graal van het onbewuste’ – Jung in gesprek met zijn ziel

* Academie voor Geesteswetenschappen: Capita Selecta 21 mei 2019: Tjeu van den Berk

Beeld: Het oorspronkelijke Rode Boek – met illustraties (foto: PD)

Het Rode Boek | Carl Gustav Jung | Vertaald door Hans Huisman | ISBN 978-94-92421-86-9 | 581 blz. | Verschijningsdatum 02-09-2019 | € 38,50 | Geen verzendkosten
Update december 2025 (Lay-out)

Onze eeuwige zoektocht naar betekenis

Totheteindedertijden

‘Al sinds de mens leerde overleven houdt hij zich bezig met vragen over oorsprong en betekenis. Vandaag de dag worstelen we met dezelfde vragen, maar onze kennis over het universum – van de kosmos tot de complexe structuur van het leven en het bewustzijn – heeft de afgelopen millennia een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt.’ In Tot het einde der tijden – De zoektocht naar de reden van ons bestaan in een nieuwe wereld neemt natuurkundige Brian Greene de lezer mee op de ultieme reis door het universum zonder zijn blik ook maar een moment af te wenden van de centrale vraag: Wat betekent het allemaal?

Hunkering naar betekenis
H
et boek van de theoretisch fysicus verschijnt in Nederlandse vertaling begin april 2020. ‘Wetenschappers kunnen nu met enige zekerheid voorspellingen doen over het einde der tijden. Maar wat heeft dit voor impact op onze hunkering naar betekenis?’

Met de natuurkunde als basis en de oerknal als beginpunt start Brian Greene een zoektocht naar antwoorden. Hoe ziet de nieuwsgierige, leergierige maar ook fragiele mens zijn rol wanneer hij zich bewust wordt van zijn individuele en collectieve eind? Greene neemt ons mee van het prille begin tot het onvermijdelijke einde van het universum en prikkelt de lezer om de reden van ons bestaan vanuit een nieuw perspectief te bekijken. Aan de hand van de geschiedenis van de kosmos geeft Greene ons een betere kijk op onze oorsprong, een beter beeld van waar we nu staan en een beter begrip van onze volgende bestemming.’ (Uitgeverij Spectrum)

‘Majesty of religion’
A
ls Greene een tijdmachine had, zou hij vooruit in de tijd gaan, zegt hij in The Guardian. Hij vertelt over het onderscheid tussen feit en mening; waarom hij vooruit zou reizen in plaats van terug; en de waarde van religie: in zijn boek heeft de fysicus het over de grootsheid van religie: ‘majesty of religion’.

Er is een neiging, zeker onder sommige wetenschappers die ik ken, om religie te beoordelen op basis van het feit of het ons feitelijke informatie geeft over een objectieve realiteit. Dat is niet de juiste maatstaf. Er zijn vele anderen die erkennen dat de waarde van religie wordt gevonden in het vermogen om een ​​gevoel van gemeenschap te bieden, om ons in staat te stellen ons leven in een grotere context te zien, om ons via ritueel te verbinden met onze voorouders, om angst in het gezicht te verlichten van sterfte, onder andere door sterk subjectieve voordelen. Als ik mezelf als mens wil begrijpen, en hoe ik in de lange keten van menselijke cultuur pas die duizenden jaren teruggaat, is religie een zeer waardevol onderdeel van dat verhaal.’ (Greene in The Guardian)

Kosmologisch verhaal
G
reene vindt het van grote waarde te begrijpen hoe we passen in het grootst mogelijke landschap, de langst mogelijke tijdlijn.

Zien hoe wij en onze soort passen tussen de oerknal en de dichtstbijzijnde wetenschap kan ons tot het einde der tijden brengen, is iets dat ons een diep verhelderende context geeft. Het stelt ons in staat om de menselijke zoektocht naar betekenis en doel in een ander licht te zien, en daarmee te erkennen dat er geen ultiem antwoord in de diepten van de ruimte zweeft in afwachting van ontdekking. In plaats daarvan bevrijdt de context van het kosmologische verhaal ons volledig om onze eigen, diepe subjectieve bestaansredenen grondig te ontwikkelen.’ (Greene in The Guardian)

Bronnen:
* Natuurkundige over de zin van het leven (Geloof & Wetenschap)
Physicist Brian Greene: ‘Factual information is not the right yardstick for religion’ (The Guardian)

Tot het einde der tijden – De zoektocht naar de reden van ons bestaan in een nieuwe wereld | Brian Greene | Paperback, 448 blz. | € 35,99 | Nederlands | Spectrum | ISBN: 9789000353316

Spiritueel zorgen voor je ziel

zorgvoordezielpixabay

‘Spiritualiteit heeft te maken met beleven,’ zegt theoloog Arjan Plaisier in zijn boek Zorg voor de ziel. Hij wijdt heel het boek aan de vele wegen van spiritualiteit. ‘Spiritualiteit gaat verder dan een opvatting, een mening, en zelfs een levensovertuiging. Het gaat dieper en raakt het hart, de ziel, de geest, de binnenkant van de mens. Niet toevallig wordt spiritualiteit vaak als een breken met de oppervlakte van het dagelijkse bestaan beleefd. Dat vraagt om inkeer, concentratie, stilstaan en vatbaarheid voor de diepere dimensie van het leven.’

Spiritualiteit is vaak verbonden met ‘innerlijkheid,’ zegt Plaisier, en wil geen definitie geven van spiritualiteit. Gelukkig noemt hij wel een aantal aspecten ervan, zodat dit vage begrip toch body krijgt. Plaisier vindt de christelijke traditie bij uitstek spiritueel, omdat daarin onuitputtelijke bronnen zijn te vinden voor hoofd en hart. Zorg voor de ziel is bestemd voor iedereen – binnen en buiten de kerk – die de zorg voor zijn eigen ziel serieus wil nemen en behoefte heeft aan verdieping en verbreding.

Onuitputtelijke bronnen
Volgens de auteur heeft de kerk, opvallend genoeg, vooral die spiritualiteit die voeling heeft met het geloof van de kerk van de eeuwen er weinig mee gedaan in het recente verleden. Terwijl er onuitputtelijke bronnen te vinden zijn voor hoofd en hart. En er juist alle ruimte was geweest om tot spirituele bloei te komen.   

De spirituele oefening en het spirituele leven geven ogen om te zien en oren om te horen, handen om aan te vatten en voeten om te gaan. Sommigen zien spiritualiteit dan ook vooral als een manier van leven, handelen, spreken en doen. Spiritualiteit is bij­voorbeeld leven met aandacht en het beoefenen van aandacht voor alles wat leeft, voor het kleine en het grote en vooral voor het onopge­merkte.’

De ziel is terug van weggeweest
I
n een aantal blogs bij Theoblogie is in vier delen zijn pubiekscollege te vinden dat hij gaf bij de presentatie van zijn boek. ‘De ziel is terug van weggeweest,’ laat Plaisier weten. Hij noemt het christendom een spirituele godsdienst en vindt dat de dominante spiritualiteit er een is zonder God.

Daarmee is het woord God al gevallen. Dat valt niet altijd bij spiritualiteit. De dominante spiritualiteit is er een zonder God. Er zijn ook wel pogingen gedaan om het christendom ook zonder God vorm te geven, maar het is ook wel gebleken dat je dan op een gegeven moment het christendom uit bent. Het christendom zonder God is broodmager. Het mist het grootse perspectief dat het doel van het menselijke leven het ‘zien van God’ is.’

A distant thunder
P
laisier zette zijn college in met de geschiedenis van de ziel met God vanwege de doorgaande traditiestroom waarin het gaat om die geschiedenis. Hij wil daar een aantal aspecten uitlichten, zegt hij, ‘aspecten die misschien niet tot het standaard repertoire behoren van laten we maar zeggen de doorsnee gelovige uit het modale protestantisme, maar die daarom niet minder waard zijn gehoord te worden’.

Of misschien juist daarom wel. Ik noem drie aspecten, drie kleuren van de ervaring met God. Achtereenvolgens is dat verlangen, liefde en vreugde. Ik ga daarvoor te rade bij Willem van Saint Thierry, Julia van Norwich en Pascal. Het is gelijk heftig hoor, het zal wellicht klinken als ‘a distant thunder’, maar ze suggereren dan ook meer dan de wat zwakkere plaatjes, die natuurlijk ook hun recht hebben onder de zon.’

Zie: De ziel terug van weggeweest (Theoblogie)

Zorg voor de ziel | Arjan Plaisier | Uitgevers: KokBoekencentrum.nl | ISBN: 9789043532730 | Pagina’s: 176 | 14-01-2020

Beeld: Enrique Meseguer (Pixabay)

Filosofie voor verveelde tienjarige betwetertjes

Becky

‘Had ik op tienjarige leeftijd Becky kunnen lezen, dan had ik misschien een interesse in filosofie opgevat, wat een uitkomst kan zijn voor verveelde tienjarige betwetertjes.’ Becky is Becky Breinstein en van school gestuurd vanwege het feit dat ze besmet is met het vragenvirus. Te slim voor school, want met haar vragen schopt ze tegen een aantal heilige huisjes van haar school en dorp en daarom wordt ze uiteindelijk van school gestuurd. Filosoof Marthe Kerkwijk las De gifbeker van Socrates. ‘Waarom is Plato niet gewoon gemeengoed in groep 6?’

Zojuist heb ik deel een, De gifbeker van Socrates, in een ruk uitgelezen. Gedurende het eerste hoofdstuk doorstond ik al vijf lachbuien. Ik vreesde daarom even dat ik voor het einde in mijn koffie zou stikken, maar hier ben ik, levend en wel.’

Dat brengt mij bij mijn eerste punt van aanbeveling: de tekeningen. Er is een blobvis. Er is een horzel met het hoofd van Socrates. Ik kan het niet uitleggen. Je moet het zien. Het is hilarisch. De tekeningen zijn eenvoudig: enkele penstreken, niet eens bijzonder stijlvast, maar in hun eenvoud droogkomisch en doeltreffend.’

Als tiener las Kerkwijk De wereld van Sofie en dat droeg bij aan het feit dat zij nu filosoof is. Zij groeide op met Annie M.G. Schmidt, Astrid Lindgren, Paul Biegel en later Tonke Dragt. Dat vindt zij jeugdliteratuur die je filosofisch kunt noemen omdat ze de jonge lezers ertoe bewegen vragen te stellen en kritisch te kijken naar de wereld waar volwassenen hen mee opzadelen.

De wereld van Sofie deed dat ook, en deed tevens iets anders: het boek liet mij kennismaken met de fascinerende geschiedenis van de filosofie.’

Met behulp van Plato’s grot duiden de schrijvers, journalist en kunstenaar Marc van Dijken kunstenaar Sander ter Steege, soepel de actuele maatschappij voor tienjarigen. Kerkwijk vindt dat een prestatie, vandaar haar verzuchting Plato gewoon gemeengoed te maken in groep 6.

Ik had daar zelf in groep zes wel oren naar gehad. Toen ik tien was, was ik, net als Becky, besmet met het vragenvirus. Had ik op tienjarige leeftijd Becky kunnen lezen, dan had ik misschien een interesse in filosofie opgevat, wat een uitkomst kan zijn voor verveelde tienjarige betwetertjes.’

Kerkwijk vindt het verhaal spannend, prikkelend en grappig genoeg om het tot het eind toe met plezier te lezen.

Ik laat me graag aan het lijntje houden en verleiden tot aanschaf van de volgende delen, ondanks het feit dat ik heus wel in de gaten heb dat Marc van Dijk en Sander ter Steege gewiekste sofisten zijn die mij hier een aantrekkelijke schaduw voorwerpen.’

Zie in iFilosofie 48: Bijdehante Becky, de Socrates van Domdorp

Beeld: Detail cover Becky Breinstein. De gifbeker van Socrates

ISBN: 9789025907150 | Pagina’s: 144 | Publicatiedatum: 17-09-2019 | BECKY BREINSTEIN is van school gestuurd. Dit heeft iets te maken met: • Een lelijke visman met baard, die haar ’s nachts een schok heeft gegeven • Drones en postduiven die geheime boodschappen sturen • De gifbeker van de beroemde filosoof SOCRATES. Becky vindt het prima dat ze niet meer naar school hoeft. Maar ze vindt het verdacht dat haar aartsvijand ISABELLA TOSTI zo blij is. Ze gaat op onderzoek uit, samen met RAYMON DE DEMON (geen hond, maar haar Tasmaanse tijger!).
Becky Breinstein beleeft een spannend avontuur vol humor, vriendschap en vrolijke wijsheid. De gifbeker van Socrates is het eerste deel van een serie waarin Becky haar leven op z’n kop zet met de grootste denkers uit de geschiedenis.

‘Drugscultuur vervangt religie en spiritualiteit’

large_Ondermijning_nederland_drugsland De Groene Amsterdammer

Volgens Gary Laderman zijn drugs de bron van godsdienst en spiritualiteit van het volk. Niet alleen cannabis en ayahuasca, maar ook medicijnen op doktersrecept. Laderman, docent religieuze geschiedenis en cultuur aan de Emory University in Georgia, werkt aan een boek over drugs en religie, met als centrale vraag hoe drugs een nieuwe, primaire bron zijn geworden voor het religieuze of spirituele leven in de moderne samenleving. Journalist Derrick Bergman meldt dit in zijn column Drugs als godsdienst voor het volk? bij CNNBS.


Godsdienst is de opium van het volk’… het is een van de beroemdste uitspraken van Karl Marx. De onderdrukte arbeiders schikken zich in hun lot vanwege de beloning in het hiernamaals die de godsdienst belooft. Volgens de Amerikaanse professor Gary Laderman is het tegenwoordig andersom: drugs zijn de bron van godsdienst en spiritualiteit van het volk. (CNNBS)


Volgens Laderman kunnen de verschillende drugsculturen die alomtegenwoordig zijn in de moderne samenleving, diepgaand religieus of spiritueel zijn en vervangen zij conventionele vormen van religie of nemen deze over.

Mensen gebruiken door de hele geschiedenis al psychoactieve stoffen, maar volgens Laderman is de tijd nu meer dan ooit rijp voor de vermenging van drugs met religie en spiritualiteit. Zo vermoedt hij een verband tussen de opkomst van Big Pharma [Drug Lobby] en de stijging van het aantal Amerikanen dat in enquêtes zegt geen religie aan te hangen.’ (CNNBS)

De ideeën van de Belgische psychiater Dirk De Wachter sluiten volgens Bergman naadloos aan bij de theorie van Laderman.

Als in België een miljoen mensen psychofarmaca neemt, slaapmiddelen, antidepressiva, dan moeten we als maatschappij toch eens nadenken: wat betekent dat? Dan zeg ik, Karl Marx parafraserend en ook een beetje provocerend: opium is de godsdienst van het volk. De godsdienst is weg en blijkbaar hebben we het kind met het badwater weggesmeten. Dat is geen pleidooi voor godsdienst, maar wel een pleidooi voor nadenken, zingeving, zorg voor elkaar.’ (De Wachter)

Het zou interessant zijn, vindt Bergman, woordvoerder en secretaris van de stichting Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC), om Laderman en De Wachter met elkaar in debat te laten gaan.

Daarvoor zou dan ook oud-CDA drugswoordvoerder in de Tweede Kamer Wim van de Camp uitgenodigd moeten worden, de man die mij ooit toevertrouwde dat zijn partij tegen drugs is ‘omdat drugs een concurrent van God zijn’.’ (CNNBS)

Zie: Drugs als godsdienst voor het volk? (CNNBS)

Beeld: Milo (De Groene Amsterdammer)

‘Terugkeer naar het geloof de beste optie’

Trots-op-je-geloof

Atheïsten slaan alarm: het verval van het christendom begint de maatschappij ernstig schade toe te brengen. Dit zegt auteur Jonathon Van Maren in zijn artikel bij Didoc. ‘In een echt seculiere samenleving, waarin mannen en vrouwen hun leven leiden onder een lege hemel en eerder verwachten gerecycleerd te worden dan te verrijzen, is er geen consistente morele basis om het goede van het slechte te onderscheiden.’ ‘Christelijk atheïst’ Douglas Murray vindt die gedachte bekoorlijk, maar is sceptisch. Sam Harris, een van de ‘ruiters van de Apocalyps’* hoopt dat een dergelijke samenleving mogelijk is.


* De opkomst van het nieuwe atheïsme is voor een groot deel te danken aan vier belangrijke denkers: evolutiebioloog Richard Dawkins, hoogleraar filosofie Daniel Dennett, neurowetenschapper en filosoof Sam Harris en journalist en literair criticus Christopher Hitchens. Samen worden ze ook wel ‘The Four Horsemen’ genoemd, naar de vier ruiters van de Apocalyps. Alleen kondigen zij niet het einde van de wereld aan, maar het einde van religie. (Uit: The Four Horsemen)


The Four Horsemen hanteert de gemeenschappelijke stelling dat godsdienst een plaag is, een irrationeel virus dat mensen van jongs af aan indoctrineert om in sprookjes en bijgeloof te geloven, hen inprent dat wetenschap en vooruitgang maar gevaarlijk zijn, en hun vermogen fnuikt om zelf kritisch na te denken over moraliteit.


Is een maatschappij gebaseerd op de waarden van de Verlichting
mogelijk zonder het christendom?


Murray vindt het atheïstisch project een hopeloze zaak. Hij gelooft, aldus Van Maren, dat als de seculiere capaciteit niet in staat is om een ethiek uit te werken over fundamentele vraagstukken zoals de heiligheid van het leven, zij moet erkennen dat terugkeer naar het geloof de beste optie is die zich aanbiedt.

Hij liet opmerken dat de mogelijkheid zeer reëel is dat onze moderne opvatting over de rechten van de mens, gebaseerd als zij is op een joods-christelijke grondslag, nog maar amper gedurende enkele jaren het christendom kan overleven. Afgesneden van haar bron kan onze opvatting over de rechten van de mens uitdrogen en een zeer snelle dood sterven, waarbij ze ons laat tasten naar onze weg in de ondoordringbaar dikke duisternis.’

Zonder de christelijke fundamenten van onze samenleving, zo stelt Van Maren, dringt zich opnieuw op te beslissen wat goed en slecht is en, zoals onze huidige culturele conflicten illustreren, zal onze beschaving zichzelf vernietigen alvorens hierover een consensus te bereiken.

Veel optimistische atheïsten dachten tot voor kort dat eens God onttroond en verbannen was we eindelijk als volwassenen zouden kunnen leven en ons utopisch plan navolgen om een maatschappij te vestigen gebaseerd op het geloof in onszelf.’

Volgens van Maren waarschuwde Dawkins in 2018 dat de ‘weldoende christelijke godsdienst’ vervangen zou kunnen worden door iets minder weldoend, en dat we misschien een stap achteruit moesten zetten om te onderzoeken wat er zou kunnen gebeuren als de aanhangers van evangelische secularisatie erin slaagden het christendom te vernietigen of te bannen. Dawkins gaat verder in de discussie van deze ideeën in zijn laatste boek Outgrowing God. Het lijkt voor Dawkins ongelukkig genoeg plausibel dat, wanneer iemand oprecht gelooft dat God kijkt naar al zijn handelingen, hij meer kans heeft om goed te zijn.

Ik moet zeggen dat ik die gedachte haat. Ik wil geloven dat de mens beter dan dat is. Ik houd ervan te geloven dat ik eerlijk ben los van het feit of men al of niet naar mij kijkt.’ Terwijl voor Dawkins die vaststelling geen afdoende reden is om in God te geloven realiseert hij zich nu dat de stelling van het bestaan van God werkelijk de maatschappij ten goede komt. Hij geeft bijvoorbeeld toe dat dit ‘de criminele activiteit meteen zou doen zakken’.

De bekering van Dawkins tot het geloof dat het christendom goed is— en misschien zelfs noodzakelijk — voor het harmonisch functioneren van de westerse beschaving doet Van Maren versteld staan. Dawkins is volgens de auteur een van de meest onverdraagzame fundamentalisten van het secularisme geweest, een man die geloofde dat men ouders het recht moest weigeren hun geloof door te geven en dat de regering actief de zijde van de atheïsten moest kiezen ten koste van de gelovigen.

In enkele jaren tijd verandert zijn betoog. Hij schijnt erkend te hebben dat men niet kan rekenen op het feit dat mensen automatisch goed zouden zijn en handelen in de geest van harmonie en solidariteit die hij en zijn aanhangers, Nieuwe Atheïsten, koesteren.’

Bronnen o.a.:

* Atheïsten slaan alarm: het verval van het christendom begint de maatschappij ernstig schade toe te brengen. (Didoc papers)

* Vier atheïstische ‘ruiters van de non-apocalyps’ (VanGodenEnMensen)

Beeld: sestra.nl

‘Christus was er al voordat Jezus werd geboren’

visie.eo.nl

Franciscaan Richard Rohr is de auteur van Het Christusmysterie. Hij maakt in dit nieuwe boek ‘onderscheid tussen de Jezus uit de Bijbel en de Christus die was en is van alle tijden. (‘Denken we echt dat God 13,7 miljard jaar lang niets te zeggen had en pas begon te spreken tijdens de laatste nanoseconden van de geologische tijd?’) De schepping is de ‘eerste Bijbel’. De eerste incarnatie – God die zich verbindt met het universum – vindt plaats in Genesis 1. Het begint met licht’.  

‘De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap van ‘Het Christus mysterie’

De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap, zo noemt Theoblogie, bij monde van auteur Bep van Muilekom, Het Christusmysterie. ‘Christus is overal om ons heen aanwezig’. Richard Rohr herdefinieert volgens haar de christelijke traditie, doorbreekt vastgeroeste gods- en wereldbeelden, ingesleten gedachtenpatronen en hiërarchieën.

Als ik besef dat de wereld om mij heen zowel de plek is waar God zich verbergt als openbaart, kan ik niet langer een betekenisvol onderscheid maken tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, het heilige en het profane.’ (Van Muilekom)

Van Muilekom zegt dat Rohr, een van de meest populaire spiritualiteitsauteurs, eigenlijk niets nieuws vertelt, maar zijn licht laat schijnen over het oude, vertrouwde verhaal – zodat het is alsof je het voor het eerst hoort, weer ziet met de verwonderde en nieuwsgierige ogen van een kind.

Het goddelijk DNA is in elk schepsel, in heel de schepping aanwezig – of we ons daarvan bewust zijn of niet. Jezus is het ‘licht van de wereld’, het Licht maakt dat je alle andere dingen ziet. ‘In Jezus Christus wordt Gods eigen, brede, diep en alles omarmende wereldbeeld voor ons toegankelijk gemaakt.’ Christus is een andere naam voor alle dingen, Hij heeft de dingen lief door de dingen te worden, zegt Rohr. Maar al is God overal, Rohr is geen pantheïst. ‘God is binnen in alle dingen, maar overstijgt de dingen ook.’ (Van Muilekom)

Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste, zo zegt Van Muilekom, beschrijft Rohr de ‘universele en diepere werkelijkheid in het hart van alle dingen’, het Christusmysterie. In het tweede deel vraagt hij zich af wat het einddoel is, voor ieder van ons – en voor de kosmos. Hij ziet een doelgerichte beweging in de geschiedenis, een evolutie die wordt voortgestuwd door Gods liefde, waarbij niets en niemand wordt uitgesloten. ‘Christus doordringt alles wat is’.

Rohr plaatst zichzelf in de perennial tradition (in het Nederlands zoiets als ‘eeuwigdurende traditie’). Deze traditie staat voor de overtuiging dat God zichzelf altijd, in alles en overal heeft geopenbaard. Dat er in elke tijd (al dan niet religieuze) mensen zijn geweest die deze openbaring goed hebben verstaan en in hun leven hebben vertaald. Er is geen enkele stroming die zichzelf eigenaar van Gods openbaring mag weten. Richard Rohr rekent faliekant af met dit soort superieure, verdeeldheid zaaiende pretenties. Hij pleit voor ruimte voor het niet-weten, voor het mysterie.’ (Theoloog Else Eikema, in: Lazarus)

In zijn boek verwijst de Amerikaanse franciscaan Rohr naar de autobiografie A Rocking-Horse Catholic van de twintigste-eeuwse mystica Caryll Houselander, waarin de franciscaan een wonderlijke ervaring van Houselander herkent als het Christusmysterie: de inwoning van de Goddelijke Aanwezigheid in ieder mens en ieder ding, sinds het begin van de tijd zoals wij die kennen.

Christus was voor haar duidelijk niet alleen Jezus van Nazaret, maar iets van een veel grotere, zelfs kosmische omvang. Wat dat betekent en wat dat ertoe doet, dat is het onderwerp van dit boek [Het Christusmysterie]. Ik geloof dat een kennismaking met dit visioen de kracht geeft voor een radicale hervorming van wat we geloven, hoe we anderen zien en ons tot hen verhouden, ons besef van de grootheid van God en ons begrip van wat de Schepper aan het doen is in onze wereld.’ (Uit: Het Christusmysterie)

Bronnen:

* Bep van Muilekom: De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap van ‘Het Christusmysterie’

* Else Eikema: Richard Rohr nodigt je uit God te zien in alle dingen  (Lazarus.nl – EO | 13 2 2023: Niet meer terug te vinden bij E.O.)

* Het Christusmysterie – Hoe Gods tegenwoordigheid alles wat je ziet, hoopt en gelooft, kan veranderen| Richard Rohr | ISBN: 9789043532006 | Pagina’s: 272 | Publicatiedatum: 27-08-2019 | € 24,99 | E-book: € 13,99

Richard Rohr komt in het radicaal theologische boek Het Christusmysterie met een voor westerse christenen prikkelende stelling over de naam Jezus Christus. De betekenis van het woord Christus is niet (zoals velen denken) de achternaam of eretitel van Jezus, maar een aanduiding die veel universeler en verstrekkender is dan slechts horend bij de man uit Nazaret.

Voor wie deze fundamentele waarheid ontdekt, wordt het christelijk geloof veel meer dan de belijdenis dat Jezus God is. Je leert zien dat God zijn hele schepping doordringt en overal om ons heen aanwezig is. Hij is te ontmoeten in iedereen die je tegenkomt.

De franciscaan Richard Rohr verbindt de kloosterspiritualiteit en mystiek met grote thema’s. Eerder schreef hij De goddelijke dans. ‘Rohr ziet Christus overal, en niet alleen in mensen.’
(Bono)

Beeld: visie.eo.nl

UPDATE: 13 2 2023

‘Opnieuw ruimte voor kennisclaims over God’

De Duitse filosoof Immanuel Kant ontwikkelde ruim tweehonderd jaar geleden een kennisleer op grond waarvan kennis over het transcendente onmogelijk is. Volgens filosoof Rutten bleef Kant onterecht vasthouden aan het idee dat de mens niets kan weten over datgene wat niet in de zintuiglijke ervaring gegeven is. Januari 2020 verschijnt Contra Kant – Herwonnen ruimte voor transcendentie. Hierin gaat Rutten in op het idee van Kant dat wij alleen iets zouden kunnen weten over wat in de zintuiglijke aanschouwing gegeven is.

Kants kennisleer legde mede de basis voor het algemeen geaccepteerd raken van een positivistisch wereldbeeld*. Filosoof Emanuel Rutten laat in dit boek zien dat Kant ernaast zat.’
(KokBoekencentrum) 

Volgens Rutten wordt ons denken vaak zonder dat wij ons hiervan bewust zijn diepgaand bepaald door Kantiaanse motieven: ongetwijfeld vormt de radicale scheiding tussen geloven en weten één van de belangrijkste motieven van Kants wijsgerig systeem:

Met zijn radicale scheiding tussen geloof en weten voltooide Kant een denkbeweging die al door Hume was ingezet. Het radicale van deze scheiding bestaat hieruit dat geen enkele geloofsclaim als kennis wordt beschouwd. Met weten heeft geloven volgens Kant niets te maken. Bovendien kan volgens Kant geen enkele claim over het bovenzintuiglijke gelden als kennis.’
(Emanuel Rutten)

Het menselijk weten is – zoals Rutten al eerder weergaf in zijn masterscriptie wijsbegeerte Het kenbare noumenale: transcendentie binnen de wereld voor onsbij Kant beperkt tot kennis van het zintuiglijk waarneembare. Alléén het zintuiglijk ervaarbare kan bij Kant object van kennis zijn. Zo bakent Kant de grenzen van ons kennen genadeloos en hermetisch af:

Iedere opvatting over het bovenzinnelijke wordt door hem dus beschouwd als een niet tot onze kennis behorende geloofsovertuiging. Volgens Kant weten wij helemaal niets van het bovenzintuiglijke. Elke vorm van traditionele speculatieve metafysica of rationele theologie wordt door hem dan ook volstrekt afgewezen. Het is precies deze overtuiging die door Kant na hem breed heeft postgevat in het westerse denken. De idee dat de mens geen kennis kan bezitten over het bovenzinnelijke is ons denken ten diepste gaan bepalen.’
(Emanuel Rutten)

Rutten ontwikkelde echter een alternatieve kennisleer volgens welke we in tegenstelling tot Kants epistemologie wel degelijk kennis kunnen verwerven van het bovenzinnelijke. ‘Zo wordt in onze tijd opnieuw ruimte gemaakt voor kennisclaims over God’.

* Het wereldbeeld waarin alleen voor waar doorgaat wat ‘de wetenschap’ positief heeft vastgesteld.

Contra Kant | Emanuel Rutten | EAN 9789043533591 | KokBoekencentrum Non-Fictie | Pag. 176 | € 17,99

Gerelateerd: Immanuel Kant en ‘iets’ buiten de waarneembare wereld (GODENENMENSEN, 2018)
Update 19042024: lay-out + extra link.

Het algemeen onbetwijfeld geloof in de evolutietheorie

endatwerktallemaal-achterdesamenleving.nl

Met deze onmiskenbare verwijzing naar Het algemeen betwijfeld christelijk geloof van H. M. Kuitert mengt natuurkundige en filosoof prof. dr. Marc J. de Vries zich met het artikel Spanning evolutietheorie en theologie niet bevredigend opgelost in nieuwste boek in de wederom oplaaiende discussie over evolutietheorie versus christelijk geloof. En dit weer als gevolg van En God zag dat het goed was, dat afgelopen oktober verscheen. Zijn grootste kritiekpunt is dat de status van de evolutietheorie niet ter discussie staat: het debat mag er slechts over gaan hoe de theologie zich zo kan aanpassen dat ze naast de evolutietheorie nog bestaansrecht overhoudt.

Schreef Kuitert nog over de onzekerheid van wat (nog) christelijk geloof is en wat niet meer, een onzekerheid die gevoed werd door de veelheid en willekeur (‘alles kan’), nu verdedigt En God zag dat het goed was het onbetwijfelde geloof in de wetenschapsfilosofische status van de evolutietheorie. Ook dit lijkt mij gevoed door de veelheid en willekeur van ‘alles kan’.


De auteurs zijn volgens ons te optimistisch over de natuurwetenschappelijke methode. Die is per definitie reductionistisch van aard en geeft dus geen volledig beeld van de werkelijkheid. Het boek onderkent dit onvoldoende, wat resulteert in een onkritische acceptatie van de evolutietheorie. (Dr. Machiel Blok, ir. Ko van Dijke, drs. Eric van der Poel en dr. Ruth Seldenrijk in ‘Waar blijven we met ‘En God zag dat het goed was?’.)


Iedereen zal toegeven, stelt De Vries, dat de aannamen waarop de evolutietheorie berust alleszins redelijk zijn, zolang er geen aanleiding is om anders te veronderstellen. Hij reageert op een bijlage achter in het boek waarin medisch bioloog en wetenschapsjournalist René Fransen de natuurwetenschappelijke argumenten op een rij zet, en reageert daarbij tevens op een hoofdstuk waarin de wetenschapsfilosofische status van de evolutietheorie wordt verdedigd.

Maar wat als die aanleiding er vanuit een andere discipline wel is? Is er dan de openheid om de aannamen ter discussie te stellen? Wat de auteur van dit hoofdstuk betreft niet, en dat lijkt me wetenschapsfilosofisch gezien geen sterk standpunt.’

Volgens De Vries, in het RD, leggen de auteurs de Bijbel op het procrustesbed. Dit boek wordt zo gedwongen tot bekentenis van verenigbaarheid met de evolutietheorie. De noodzaak daartoe ontstaat, zegt hij, omdat de evolutietheorie voor onaantastbaar gehouden wordt.

De indruk die het boek achterlaat bij de lezer is het oude positivistische idee dat de natuurwetenschappen de meest betrouwbare kennis opleveren en dat je in andere wetenschappen alle kanten op kunt.’

Intussen houdt het Logos Instituut op En God zag dat het goed was – Christelijk geloof en evolutie in 25 cruciale vragen de reacties bij in een overzicht. Logos vraagt zich af wat het theïstisch evolutionistische wereldbeeld doet met ons.

Volgens creationisten is dit wereldbeeld een doorvoerhaven naar vrijzinnigheid en ongeloof; theïstisch evolutionisten menen dat dit wel meevalt. Is ‘En God zag dat het goed was’ een nieuwe steen in de vijver van het Nederlandstalige protestantisme of slechts een voortgaande rimpeling?’

De Vries vindt dat de mogelijkheid opengelaten moet worden dat de wording van hemel en aarde en van de verscheidenheid van het leven een gebied is waar het instrumentarium van de natuurwetenschappen eenvoudigweg niet goed bij kan.

Bronnen:

– Spanning evolutietheorie en theologie niet bevredigend opgelost in nieuwste boek

Waar blijven we met ‘En God zag dat het goed was?’

En God zag dat het goed was | William den Boer, René Fransen en Rik Peels (red.) | Uitgeverij Summum | 426 blz. | € 19,99 | ‘Christelijk geloof en evolutie: hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Wat kan er van de evolutietheorie aanvaard worden als de Bijbel Gods openbaring is? En wat zijn de consequenties voor het christelijk geloof als de evolutietheorie waar is? In 2017 riep het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink hierover veel verschillende reacties op. In En God zag dat het goed was nemen 25 deskundigen de handschoen op en onderzoeken zij op deelgebieden verder hoe een bepaald element uit het christelijk geloof zich verhoudt tot de evolutietheorie. Een breed palet aan auteurs behandelt een scala aan vragen op wetenschapsfilosofisch, exegetisch-hermeneutisch en systematisch-theologisch terrein. Elke auteur trekt op zijn of haar deelgebied een eigen conclusie.’ (Summum)     

Beeld: achterdesamenleving.nl

Kunstmatige intelligentie is ‘alsof-intelligentie’

KunstmatigeIntelligentie-BrownMantisPixabay

Waarom computers nooit zullen denken, is de titel van een recensie door Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, over De zin van denken van filosoof Markus Gabriel. Gabriel beschouwt ons intellect als een soort zintuig dat gedachten waarneemt. Het intellect produceert dus niet actief gedachten, maar neemt passief de objectief bestaande gedachten waar. Gabriel stelt dat ons intellect een soort zintuig is dat gedachten waarneemt: een noöscoop. ‘Computers zouden nooit een dergelijk zintuig kunnen ontwikkelen.’

Het misschien meest steekhoudende argument dat Gabriel inzet tegen denkende computers, vindt Veenstra, is afkomstig van de Amerikaanse filosoof John Searle.

Searle argumenteerde dat computers nooit het karakteristieke kenmerk kunnen hebben van bewustzijn: intentionaliteit. Intentionaliteit is de eigenschap dat bewustzijn altijd bewustzijn van iets is. Bewustzijn heeft dus een relationeel karakter. Ik zie de roos, ik voel hem, ik denk aan de roos. Altijd is er een relatie tussen mijn bewustzijn en iets.’

Volgens Searle projecteren wij intentionaliteit op de computer. De computer zelf gedraagt zich weliswaar alsof hij objecten herkent, maar in werkelijkheid voert de computer blind zijn mechanische/reactieve processen uit.

Hoe ingewikkeld de programma’s ook zijn, uiteindelijk bestaat ieder programma simpelweg uit enen en nullen die de computer blind verwerkt. Sterker nog, de computer weet niet eens dat het enen en nullen aan het verwerken is. Voor de computer zijn er alleen maar impulsen waar het mechanisch/blind op reageert.’

Veenstra heeft het over miljoenen minuscule schakelaars, en miljarden elektronen, die zich een wegbanen door de chips van de computer. Maar als je wilt beargumenteren dat computers kunnen denken, dan moet je ook laten zien hoe het kan dat de blinde processen van een computer gepaard gaat met bewustzijn.

Gabriel maakt middels Searles argument duidelijk dat kunstmatige intelligentie in feite een misnomer is: om misverstanden te voorkomen zou kunstmatige intelligentie beter kunnen worden omgedoopt tot ‘alsof-intelligentie’.’

De recensent stelt dat volgens Gabriel de mens een uniek dier is en blijft; als enige begaafd met een zesde zintuig dat gedachten kan waarnemen. Tot slot stelt hij dat De zin van het denken de lezer uitdaagt en hem of haar de ammunitie geeft om zelf te gaan nadenken over ons mysterieuze en ongrijpbare vermogen om na te denken.

De zin van denken | Markus Gabriel | Vertaald door Mark Wildschut | Boom, Amsterdam | 2019. ‘Dit boek is het laatste deel van een trilogie waar ook Waarom de wereld niet bestaat en Waarom we vrij zijn als we denken deel van uitmaken. Het is zo geschreven dat het zonder kennis van beide eerdere delen begrepen kan worden. Net als die voorgangers behoort het tot een genre dat zich richt tot al diegenen die graag hun gedachten laten gaan over wijsgerige thema’s. En precies om dit proces van het denken moet het hier gaan.’ (Gabriel)

Zie: Waarom computers nooit zullen denken, in iFolosofie nr 46, het filosofietijdschrift van de ISVW, oktober 2019.

Beeld: BrownMantis (Pixabay)