‘IS-terroristen handelen in naam van de islam’

KoranReuters

Samir Khalil Samir, jezuïet, hoogleraar Islamologie aan de St. Jozef-Universiteit van Beiroet (Libanon) en aan het Pauselijke Oosters Instituut van Rome, zegt dat het geweld dat door IS wordt gekozen het normale voorbij gaat: het is zuiver terrorisme. ‘Maar het is een feit dat deze terroristen helaas handelen in naam van de islam.’ Hij roept op tot een ‘open en humanistische interpretatie’ van de Koranteksten.

Veertien eeuwen zijn voorbij gegaan, vervolgt hij, dus de interpretatie moet veranderd worden. Zoals wij katholieken bepaalde teksten van het Oude Testament die spreken van geweld en oorlog in de naam van God, niet letterlijk zouden kunnen interpreteren, maar in een totaal andere context. Men moet het goed begrijpen: een tekst moet altijd begrepen worden in zijn context.’

Egyptenaar Samir deelt niet de mening van de rector van Al-Azhar, de grote imam Ahmed Mohammed Al-Tayeb, die in maart jl. voor het Europees Parlement heeft gezegd dat ‘de islam niets te maken heeft met het terrorisme, en dat de islamteksten verkeerd begrepen worden door de terroristen’. Dit is een ‘weinig aannemelijk argument’ volgens de islamoloog. Volgens hem, zo stelt hij bij didoc, moet het werk van Al-Azhar er juist in bestaan uit te leggen dat zelfs wanneer er in de Koran geweld voorkomt, dat het gebruik ervan beperkt is tot een historische periode en bepaalde omstandigheden.

Het gaat niet om een algemene regel die wie ook mag toepassen wanneer hij het wil, en die pseudo-Islamitische Staat heeft niet het recht voor zichzelf iets te verkondigen in de naam van de hele islam; dat komt enkel toe aan de moslimoverheden.’

De islamoloog stelt elders dat minstens 80% van alle terroristische aanslagen in de wereld uitgevoerd worden in de naam van de Islam, om het geloof of de profeet te verdedigen. En dit is aan het toenemen, zelfs in het Westen.

De Islam zou zich grondig met de kwestie van de moderniteit moeten gaan bezig houden ‘door middel van een uitputtende interpretatie van de Koran, de geweldloosheid, de vrijheid van geweten’, maar niemand durft dat te doen.’

Zie:
* De Koran open en humanistisch uitleggen?

* Peter Samir: De interne oorlog binnen de islam

Foto: ©Reuters. Conservator Marie Sviergula houdt het pas ontdekte stuk Koran vast in de bibliotheek van de Universiteit van Birmingham. ‘Een stokoud koranhandschrift dat misschien zelfs dateert van voor de veronderstelde geboortedatum van de profeet Mohammed, dat is niet mis. Bij de spectaculaire ontdekking van de Universiteit van Birmingham speelt op de achtergrond een heftig debat van geleerden over de ontstaansgeschiedenis van de islam en de Koran.’ (Trouw)

Een epische zoektocht naar de waarheid

logicomix.jpg

Een epische en welhaast spirituele zoektocht naar absolute zekerheid en waarheid wordt verteld door de ogen van filosoof en logicus Bertrand Russell, één van de belangrijkste denkers die zich met deze queeste heeft beziggehouden. Filosoof en wiskundige Emanuel Rutten verwijst naar de beeldroman Logicomix van Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitriou. Op zijn website geeft hij op hoofdlijnen de belangrijkste momenten van deze fascinerende zoektocht naar absolute zekerheid weer.

Russell dacht te vinden wat hij tevergeefs had gezocht…

Meetkundige bewijsvoering toonde hem de enige weg tot de werkelijkheid: de rede. Hij kwam voor het eerst in aanraking met de heerlijke ervaring iets te weten met absolute zekerheid. En zo werd logische bewijsvoering zijn weg naar de waarheid.’

Alleen… Russell hoorde dat we ook de axioma’s van de wiskunde gewoon moeten aannemen en dat stelde hem teleur. Hem was immers verteld dat we in de wiskunde alles moeten bewijzen wat we zeggen.

Wat is echter de waarde van bewijs als het berust op iets wat onbewezen is? Zelfs in de wiskunde moeten we in de bewijsvoering op een bepaald moment gewoon sommige dingen aannemen.’

Toch besloot Russell wiskunde te gaan studeren, maar vond uiteindelijk dat er ronduit slordig gedacht werd in de wiskunde.

Zijn kennismaking met de ‘koningin der wetenschappen’ was echter opnieuw een grote teleurstelling. In de wiskunde van zijn tijd werden veel begrippen niet scherp gedefinieerd. Er werd zelfs gewerkt met vage begrippen zoals ‘oneindig klein’. De op Newtons calculus teruggaande wiskunde waarmee Russell geconfronteerd werd was veel minder gedisciplineerd dan de strenge axiomatische meetkunde van De Elementen van Euclides. Russell vond dat er ronduit slordig gedacht werd in de wiskunde.’

Russell vormde de rotsvaste overtuiging dat de fundamenten van de wiskunde rot zijn, dat het bouwwerk van de wiskunde op instorten staat, en besloot filosofie te gaan studeren. Ook dat leverde aanvankelijk een teleurstelling op. Wiskundigen proberen in ieder geval elkaar niet tegen te spreken, vond hij, maar filosofen zijn het onderling totaal niet eens…

Plato stelt dat wat je ziet slechts een slechte kopie is van de ware werkelijkheid, terwijl voor Aristoteles de basis ligt in wat hij waarneemt. Volgens Descartes bestaat er een tegenstelling tussen geest en materie, terwijl Spinoza dit ontkent. En zo gaat het maar door. Met zijn vriend Moore zocht hij verlichting bij een op dat moment populaire Hegeliaan. Maar daarin vond hij evenmin iets. Hij zocht een methode om werkelijk iets van kennis te verwerven.’

Russell maakte vervolgens kennis met de logica en besloot logicus te worden, maar ook logica voldeed niet, hij wilde immers absoluut zekere kennis over de wereld vergaren. Hij begon te werken aan een boek dat alle fundamentele problemen zou moeten oplossen. Maar toen stuitte de logicus op een paradox die later de beroemde Russell paradox genoemd zou worden. De hele verzamelingenleer van de Duitse wiskundige George Cantor stortte hiermee in.

Het voert te ver om in dit blog het volledige – en ook wel spannende – verhaal weer te geven. Daarvoor verwijs ik naar het blog van Rutten, en Logicomix zelf. Ik wil nog wel even filosoof Ludwig Wittgenstein noemen, de leerling van Russell, die stelde dat de logica niets meer betreft dan de vorm van onze taal. Een groep visionairs in Wenen – De Wiener Kreis – had het idee dat het werk van Wittgenstein hen volgens henzelf de mogelijkheid gaf om religie, metafysica, ethiek, enz. totaal te verbannen uit het rationele gesprek, want waarover niet logisch gesproken kan worden, is letterlijk onzin.

Wittgenstein liet hen in een ontmoeting echter weten dat de betekenis van zijn werk hen totaal ontgaan was. Zijn punt is precies het tegenovergestelde. De dingen waarover niet logisch kan worden gesproken zijn de enige die er echt toe doen. Deze dingen tonen zich.’

(Wittgenstein bedoelt met ‘tonen’ zoiets als bij kunst: kunst is in staat om dingen te tonen en duidelijk te maken die niet in taal te vatten zijn. ‘Dat wat niet gezegd kan worden, kan eventueel wel getoond worden’. PD)

Zie: De kleine Logicomix

Logicomix |ISBN: 9789049501723 | Paperback, 346 blz | € 12.50 | Maart 2011
Logicomix is een unieke beeldroman over de spirituele odyssee van de grote filosoof Bertrand Russell. Tijdens zijn gekwelde zoektocht naar de absolute waarheid kruist zijn pad dat van grote denkers als Frege, Hilbert, Gödel en Wittgenstein. Maar Russells ambitieuze doel – het bepalen van onwrikbare grondslagen voor de wiskunde – blijft buiten bereik. Toch houdt hij koppig vast aan zijn missie, die zijn carrière en persoonlijk geluk bedreigt en hem uiteindelijk bijna tot waanzin drijft. Logicomix is zowel een historisch epos als een verklaring van de grootste ideeën van de wiskunde en moderne filosofie. In een expressieve klare lijn, met een intrigerend verhaal en rijke karakterschetsen, maakt dit boek filosofische logica voor iedereen toegankelijk. (lebowskipublishers.nl)

Leven met een besef van het goddelijke

earth-sunlight

‘Marilynne Robinson stelt een atheïstische lezer als mijzelf in staat zich te identificeren met de ervaring van een gevallen wereld, vol van pijn en verdriet, maar ook doordrongen van goddelijke genade.’ Dit zegt recensent Mark O’Connell in The New Yorker over de ‘onbeschaamd christelijke’ romans van Robinson. ‘Ik heb veel literatuur gelezen over religie en de religieuze ervaring, denk aan Tolstoj, Dostojevski, Flannery O’Connor, de Bijbel, maar alleen bij Robinson heb ik daadwerkelijk gevoeld wat het betekent om te leven met een besef van het goddelijke.’

In mijn romans’, zo vertelt Robinson in Felix Meritis als ik [Yvonne Zonderop, PD] haar na afloop van haar lezing interview, ‘poog ik een besef hoog te houden van een heilig en intens krachtige realiteit van menselijk bewustzijn en innerlijk leven. En als ik maar enigszins dreig te generaliseren, vraag ik op voorhand excuus, want dat is dan mijn eigen tekort­koming. Ik denk dat wij het fundamentele idee van de eigenheid van een mens en de mogelijkheden die dat biedt opnieuw moeten ontdekken.’ 

Volgens Yvonne Zonderop, van De Groene Amsterdammer, in een interview met Robinson, zet laatstgenoemde zich vooral af tegen het idee dat wetenschap en religie elkaar uitsluiten en dat met de komst van de Verlichting de koude ratio is gaan prevaleren.

Het lijkt wel, zo zei ze in Felix Meritis, alsof we de Verlichting datgene hebben laten worden wat haar critici aanvankelijk tegen haar inbrachten, zodat het zichzelf de grootste poëzie uit de menselijke beschaving dreigt te ontzeggen. Het kernidee, namelijk dat iedereen in beginsel toegang zou moeten krijgen tot alle vruchten van de menselijke geest, is het beste wat de mensheid kon overkomen. Wetenschappers die beweren dat de Verlichting en religie niet samen kunnen bestaan, doen dus niet alleen zichzelf te kort, maar beperken ook de waarde van wetenschap.’

Robinson stelt dat haar spiritualiteit, ‘om dat woord te gebruiken’, is dat zij accepteert dat er een realiteit bestaat die veel groter is dan waar wij affiniteit mee hebben.

Calvijn zegt: de wereld is een school. We worden steeds naar een nieuw niveau van begrip getild. Het enige dat wij daar aan kunnen geven is onze aandacht. Ik kan mij van God geen voorstelling maken, dat zou idolatrie zijn, zoals Calvijn terecht stelt. Ik ga ervan uit dat ik verbaasd zal zijn als ik hem tref. De enige omschrijving van God die ik kan bedenken luidt: genade.’

Robinson vindt het noodzakelijk onderscheid te maken tussen de religie die inzicht biedt in de menselijke conditie met alle muziek en literatuur die daarbij hoort’, zegt ze, ‘en het demografische begrip religie, dat iedereen in een bepaalde hoek bezemt.

Dit laatste maakt van religie een soort stammenstrijd, ik kan het niet anders noemen. En daarmee brengt het de echte waarde buiten bereik van wat elke grote religie onderwijst, namelijk: heb uw naaste lief, die hele oude wijsheid. Ik doceer veel uit de Bijbel. En dan zie je hoe Jezus Dominicus citeert die dat al zegt: heb uw naaste lief.’

Elk beroep op een christelijke identiteit dat wortelt in zulk instinctief groepsdenken vindt Robinson niet alleen totaal ongepast maar ook slecht geïnformeerd, want de religie waar het een claim op legt kent in haar aard geen grenzen, geen beperkingen en geen rechthebbenden.’

Laat mensen zich liever laten inspireren door die onbekende God, zegt Robinson. ‘Onze essentiële ontmoeting in de wereld is met het beeld van God. En dat is altijd die ander.’

Zie: Het religieus aangedreven humanisme van Marilynne Robinson
Juist toen we dachten dat God het publieke domein in Nederland definitief had verlaten, steekt religie de kop weer op. Het aantal moslims groeit, nieuwe vormen van zingeving bloeien op en er klinkt een roep om christelijke waarden. Kunnen we – en willen we – eigenlijk wel zonder religie? Onder de titel De goddeloze samenleving praat Yvonne Zonderop het komende jaar met denkers en onderzoekers uit binnen- en buitenland over de plaats van religie anno nu. Deze keer Marilynne Robinson over religie als stammenstrijd en waarom de bijbel nooit de gemakkelijkste weg wijst. (Deel 3 van De goddeloze samenleving nu ook online in De Groene Amsterdammer.)

Beeld: gettyimages.nl

God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’

René-Descartes-1596-1650-580x350

God geeft te denken. Slim van de organisatie van de Nacht van de Theologie om als thema het denken te bedenken. God moet minstens zelf denken als Hij uitroept: ‘Denk!’ Dat betekent tevens dat Hij bestaat. Immers – René Descartes wist het al – ‘Ik denk, dus ik besta.’ God denkt, dus Hij bestaat. Dat is nog eens een Godsbewijs! Zou dat een van de resultaten kunnen zijn van theologie als wetenschap van God? Daar kan het ongetwijfeld een hele lange nacht over gaan.

Een groot misverstand in de samenleving is dat religie ons eigen denkvermogen uitschakelt. Maar God gaf niet de opdracht om hem klakkeloos en zonder vragen te gehoorzamen. Hij maakte de mens met een eigen wil en denkvermogen – de mens kán domweg niet anders. Een resultaat van het denken over God is de wetenschap theologie.’ (NvdT)

De Nacht van de Theologie gaat over wat denken over God heeft opgeleverd.

Hoe kun je denken en theologiseren over Iemand die je niet ziet? Is er – door recente ontwikkelingen – in de maatschappij een verkeerd beeld ontstaan van religie en theologie?’ (NvdT)

Filosoof Descartes trok indertijd eerst alles in twijfel. Niet alleen God zag hij als iemand die je niet ziet, het hele aardse bestaan zou een illusie kunnen zijn! Misschien droomde hij wel. Maar hij kon aan alles twijfelen, dat was zeker. En als je kan twijfelen, betekent dat dat je kan denken. En toen wist hij: cogito ergo sum: ik denk dus ik besta.

Als militair ingenieur belandt hij in het leger van Maurits en na een inspirerende ontmoeting met de Nederlandse wetenschapper Isaac Beeckman krijgt hij een visioen dat hem zijn roeping openbaart: de waarheid te zoeken. Om die te vinden besluit Descartes eerst aan alles te twijfelen. Niets blijkt zeker, behalve dat alles te betwijfelen is: cogito, ergo sum (‘Ik denk, dus ik ben’) is de enige waarheid die Descartes kan vinden.’ (filosofie.nl)

Toen dat voor hem duidelijk was, ging hij verder denken, vanaf de bodem. Hij bedacht uiteindelijk een volmaakt wezen, en die gedachte (God zei: Denk!) kon alleen maar van een volmaakt wezen komen, iets dat zelf volmaakt was. En dat kon alleen maar God zijn.

Descartes Godsbewijs luidt aldus: Wij zouden zelf volmaakt moeten zijn om de voorstelling van een volmaakt wezen te kunnen voortbrengen. Ik zelf ben niet de oorzaak van mijn bestaan, ik kan het noch verlengen, noch in stand houden. ‘Daaruit, dat ik besta en de voorstelling bezit van een volmaakt wezen, volgt met volledige duidelijkheid dat God ook bestaat.’ (Descartes, Vertoog over de methode)

Descartes bedacht dat de mens alleen maar geschapen kon worden door iemand die groter was dan de mens. Zo kwam hij bij God uit. Iemand die kleiner is dan de mens, zou de mens nooit kunnen geschapen kunnen hebben.

Met dit brokje zekerheid, aldus Filosofie Magazine, weet Descartes zowel het bestaan van God (de ‘perfectie’ van God impliceert eveneens zijn bestaan) als het bestaan van de werkelijkheid af te leiden (God garandeert de echtheid van de buitenwereld).

Daar we de voorstelling van God of van een Hoogste Wezen in ons hebben, kunnen we terecht onderzoeken, door welke oorzaak we haar hebben, en we vinden in haar een zodanige verhevenheid, dat we daaruit volledig zeker zijn dat ze ons niet kan zijn ingegeven dan door iets waarin waarlijk de volheid aller volmaaktheid is, dat is niet anders dan door een God die waarlijk bestaat. (Descartes, Vertoog over de methode)

Het thema van de Nacht van de Theologie 2016 op 25 juni is ‘God zei: denk!’. 

Beeld: René Descartes (isgeschiedenis.nl)

OnZen: Jan Bor over zen en religie als ‘gedateerde troep’

OnZen

‘Wie zoekt naar spiritualiteit komt onherroepelijk in aanraking met zen. Zen zou de ultieme weg naar innerlijke vrijheid zijn, maar in de praktijk maakt zen juist afhankelijk. Net als andere religies – want dat is zen – roept de zen namelijk op tot volgzaamheid en afhankelijkheid van een geestelijk leider. Zij die goeroe of meester spelen kunnen het niet laten om kerkjes rond hun persoon en boodschap op te richten. Zo maken ze hun leerlingen afhankelijk, en juist niet vrij.’

Aldus Jan Bor over zijn boek OnZen. Hij waarschuwt: trap er niet in! En verwijst naar een uitspraak van Kant die stelde dat Verlichting je van je verstand bedienen is zonder de leiding van een ander.

Moderne spiritualiteit is in het verlengde daarvan je eigen weg zoeken. Het is wars van elke vorm van georganiseerde religie en daarmee wars van welke vorm van geestelijke autoriteit ook. Wie deze moderne spiritualiteit zoekt, zal zich moeten voeden met ’s werelds grootste filosofieën en de taalvirtuositeit van filosoof Jan Bor.’

Godsdienstfilosoof Taede A. Smedes lijkt zich wezenloos te schrikken van dit nieuwe boek en daar geeft hij uitgebreid verbijsterde woorden aan bij NieuwWij, waar hij een gedegen recensie schrijft over OnZen. Hij verwachtte een beter geschrift van de filosoof en vindt Bors antireligieuze houding zelfs stuitend.

De definitie van religie als een keuze voor heteronomie en dus voor hiërarchie en onderdanigheid meent Bor bij Marcel Gauchet te kunnen vinden. Bor schrijft dat Gauchet meent dat religie als keuze voor heteronomie uiteindelijk verdwijnt en dat daarmee religie verdwijnt.’

Terwijl filosoof Gauchet (samen met filosoof Luc Ferry) juist stelde dat wat in de religies zijn uitdrukking vond een vorm moet vinden buiten de godsdienst. (Hierover schreef Smedes onlangs drie blogs: Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie.)

Met andere woorden, Gauchet (en ook Ferry) zien weliswaar traditionele vormen van religie verdwijnen, maar er voor in de plaats komt iets anders. Religie in haar herkenbare vormen verdwijnt, maar ‘het religieuze’ en ‘het heilige’ blijven en worden getransformeerd tot nieuwe vormen. Er is dus religie na de religie (aldus de titel van het boekje van Ferry en Gauchet).’

Afgelopen zaterdag was een interview te horen bij NPO Radio 1, waarin Bor het waarom vertelde van een boekje over moderne spiritualiteit. Hierover zei hij onder meer:

Omdat mijn haren recht overeind gaan staan van de honderden nieuwe sektes die ons land inmiddels rijk is en die hun inspiratie uit het Oosten putten. Ik erger me dood aan de pretenties van de voorgangers van dit soort clubjes, de nieuwe priesters dus. Ik ben nog nooit een leraar, een meester te zijn tegengekomen die niet eigenlijk een loopje met de waarheid nam. Dat kennen we natuurlijk ook al uit de katholieke kerk, of uit andere christelijke kerken. Maar bij Zen dachten we: dat gaat om de waarheid.’

Als filosoof wilde Bor de waarheid leren kennen, zo vertelt hij. En vooral: wie ben ik? Via Zen – ‘die lui hebben het over het verliezen van je ego’ – zou hij leren hoe hij zijn ego kan loslaten, maar hij zegt zijn ego nog nooit te zijn tegengekomen. Hij weet niet eens wat ze ermee bedoelen. Volgens hem zijn ‘die lui’ rattenvangers van Hamelen, ze willen volgelingen hebben. Volgens Bor is het het hart waarnaar je uiteindelijk zoekt. Toch zegt hij van zen geleerd te hebben dat het er om gaat dat je al die beelden die je van jezelf hebt, die je verstoren en je in de weg staan, dat je wat relaxter, wat opener staat naar de werkelijkheid.

Smedes blijft verbijsterd in zijn recensie Jan Bor rekent af met alles wat stinkt naar zen en religie. Het boek lijkt hem een uiting van grote, persoonlijke woede en opgehoopte frustratie. Bors tekeer gaan tegen religie als ‘infantiel’ en ‘voor de eenvoudigen van geest, zij die zelf niet kunnen of willen of hoeven nadenken’ doet niet onder voor de simplistische nieuw-atheïstische retoriek. Smedes vindt het een filosoof onwaardig.

Bors boek lijkt zelf onderdeel te zijn van een dynamiek van drang naar een grotere persoonlijke vrijheid en naar een grotere autonomie. Door alle schepen achter zich te verbranden en zich op te stellen als een eenling met een eigen, unieke, louter individuele spiritualiteit, zegt Bor eigenlijk schijt te hebben aan de rest van de wereld. Dat is blijkbaar waar autonomie voor staat. Tsja, Bor mag dat vinden, dat is zijn goed recht. Maar is dat een spirituele houding? Hij mag het denken, ik vind het weinig verheffend.’

De godsdienstfilosoof is duidelijk teleurgesteld in OnZen en vermoedt dat het komt door de weinig vernieuwende visie van Bor zelf.

Hij [Bor] vindt zen een vorm van religie en als zodanig ‘gedateerde troep’. Het probleem is dat Bor zelf gevangen lijkt te zijn in een achterhaalde wijze van denken, namelijk door religie en heteronomie gelijk te stellen en tegenover vrijheid en autonomie te zetten. Bor is dus niet minder dan een Verlichtingsdenker van het oude stempel, iemand die meent dat de mens als een monade is, een louter subject dat op zichzelf bestaat en zichzelf de wet kan stellen.’

Zie:
* Jan Bor rekent af met alles wat stinkt naar zen en religie (Taede A. Smedes)
* Jan Bor, filosoof
* Jan Bor over zijn boek ‘OnZen, over moderne spiritualiteit’ (NPO Radio 1)

Markus Gabriel, wetenschappers en ‘achterlijke religieuzen’


Het Westen,’ zegt hoogleraar kennistheorie Markus Gabriel, ‘maakt een pathologische denkfout. We zien onszelf als een wetenschappelijk en technologisch ontwikkelde gemeenschap die afstand heeft gedaan van religie. De Ander beschouwen we dientengevolge als een stelletje achterlijke religieuzen.’ De Volkskrant sprak met hem over zijn net verschenen boek Waarom we vrij zijn als we denken – filosofie van de geest voor de eenentwintigste eeuw. 

‘Zolang we religie vooral als bijgeloof zien en menen dat wij verder ontwikkeld zijn omdat we een wetenschappelijk wereldbeeld hebben, zijn wij echt degenen die blind zijn’

‘Dat God vanuit nergens alles kan overzien, dat wisten we natuurlijk al, maar dat wetenschappers hetzelfde proberen te doen, beseffen helaas minder mensen.’

Het wetenschappelijk wereldbeeld wil ons doen geloven dat de geest niet bestaat, dat alles materie is, dat we geen vrije wil hebben en uiteindelijk halen ze daarmee de menselijke waardigheid onderuit, stelt Gabriel. – En dat doet het…

‘…door ons te reduceren tot een ding. Neem Darwinitis. Dat is een wijdverbreid fenomeen. Het is een poging een verschijnsel dat zich nu voordoet te verklaren door een verhaal te bedenken over premenselijke dieren. Stel, ik hou vooral van de blauwe periode van Picasso en niet zo van de rode. Dan zou ik het volgende kunnen beweren. Een miljoen jaar geleden was er iemand, van wie ik toevallig afstam, en die had een serieus probleem met een rode leeuw. Vanaf dat moment haten de Gabriels rood.’ 

De wereld bestaat uit meer dan materie, er zijn ook mogelijkheden en concepten en droombeelden. Aldus Gabriel op een TedX-bijeenkomst in München, nu twee jaar geleden, waar hij in achttien minuten zijn filosofie uitlegde, en verklaarde waarom de wereld niet bestaat en witte wonderpaarden wel. Om recht te doen aan alles wat bestaat, moeten we af van de gedachte dat er één wereldbeeld is dat alles verklaart. De wereld is niet de som van de natuurwetten en evenmin een schepping, zei hij in Vrij Nederland.

Religie hebben wij volgens Gabriel – de ‘jonge god van de Duitse filosofie’ – nodig als corrigerende factor. Niet omdat God bestaat, maar omdat religie een bepaalde vorm van denken met zich meebrengt die we niet mogen vergeten. De wereld willen vatten in één enkele formule komt volgens Gabriel voort uit angst, uit de wil om grip te krijgen op iets dat oneindig gefragmenteerd en in zichzelf gebroken is; er zijn geen uitspraken die algemeen geldig zijn.

‘De naturalisten, dat zijn types zoals Dick Swaab, die ons voorhouden dat we gedetermineerd zijn door de neurobiologische processen in ons brein, of dat we niet meer voorstellen dan een radertje in een mechanische wereld. De constructivisten, dat zijn de opvolgers van Immanuel Kant, die ons willen doen geloven dat niets is wat het lijkt en dat waarheid slechts een constructie is van het menselijk bewustzijn.’

Volgens de filosoof is het heel goed mogelijk om adequate kennis te hebben van de dingen die ons omgeven, alleen niet door alles te reduceren tot een hoop elementaire deeltjes. Gabriel staat wellicht mede daarom niet onwelwillend tegenover religie. Het natuurwetenschappelijke wereldbeeld vindt hij een ontoelaatbare versimpeling van de wereld waarin wij leven als je alles reduceert tot een berg elementaire deeltjes.

‘Het Zwarte Woud bestaat dankzij een onverklaarbare toevalstreffer van het universum, maar als je zo over de beboste hellingen uitkijkt, denk je niet alleen aan de geologische processen die het hebben gevormd. Je kan het zien als inkomstenbron wanneer je het hout verkoopt, als habitat van de dieren die er leven of je kan er een frisse neus halen. Als je wilt begrijpen wat zien inhoudt, is het eenzijdig om alleen de zenuwen te onderzoeken die ons brein met onze ogen verbinden. Het bekijken van een schilderij van Monet kan ook veelzeggend zijn. Je hebt verschillende perspectieven nodig.’

Gabriel heeft vaak het gevoel ergens toe op aarde te zijn en zegt dat de bron van het gevoel dat wij ergens voor bestaan ’m daarin zit dat we met andere mensen samenleven.

‘De bron van de zin van ons eigen leven zijn de mensen, de anderen. Niet goden of het lot. De anderen en niets buiten de mens.’

Bronnen:
* ‘Terwijl wij feestten maakten zij wapens’ (de Volkskrant 26 maart 2016)
* ‘Je moet zo veel mogelijk goeds bereiken’
(VN 8 april 2014)

Waarom we vrij zijn als we denken | ISBN 9789089538727 | Paperback | 304 p. | 2016 | 1e druk | Boom

‘Wij zijn door en door vrij, juist omdat we levende wezens met een geest zijn. Dat betekent echter niet dat we daarom niet gewoon tot het dierenrijk behoren. Wij zijn noch genenkopieermachines waarin een stel hersenen is geplaatst, noch engelen die in een lichaam zijn verdwaald, maar werkelijk de vrije levende wezens met een geest die we al duizenden jaren denken te zijn en die ook in politiek opzicht voor hun vrijheid opkomen.’
– In Waarom we vrij zijn als we denken gaat Markus Gabriel op zoek naar onze persoonlijke identiteit. Welke eenheid verbergt zich achter onze zintuiglijke indrukken, emoties en ideeën? Volgens Gabriel is ons handelen niet te herleiden tot neurale processen, maar ook niet tot een goddelijke orde of een andere vorm van ideologie. Gabriel neemt ons mee op een verrassende reis waarin we onszelf eindelijk leren kennen. (Uitgeverij Boom)

Update 10-02-2025 (Lay-out, herstel links)

De Bijbel vanuit evolutionair perspectief

DevloedJeroenBosch
Het oerboek van de mens is erg boeiend. Vooral op het Oude Testament werpen de agnosten Carel Van Schaik en Kai Michel een verrassend licht. Ze zetten in elk geval meer aan het denken dan Richard Dawkins, die in zijn beschouwingen over godsdienst blijft steken in schimpscheuten.’ Dat constateert Elseviers Gerry van der List in de recensie Dagboek van de mensheid. ‘Fascinerend boek van de Nederlandse evolutiebioloog Van Schaik biedt een verrassend perspectief op de Bijbel.’

Met de Duitse wetenschapsjournalist Kai Michel schreef hij Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans), een fascinerende kijk op het boek der boeken vanuit evolutionair perspectief. Van Schaik en Michel zien in de Bijbel het ‘dagboek van de mensheid’. ‘(Van der List)

Balans stelt dat de schrijvers verrassende betekenissen ontdekken in oude, soms raadselachtige geschiedenissen en tot een nieuwe visie komen op de culturele ontwikkeling van de mens sinds het begin van onze beschaving.

Gewapend met de laatste inzichten uit de cognitiewetenschappen, de ontwikkelingsbiologie, de archeologie en de godsdienstgeschiedenis zijn biologisch antropoloog Carel van Schaik en historicus Kai Michel op reis gegaan door het boek der boeken, van de Hof van Eden tot de heuvels van Jeruzalem.’ (Uitgeverij Balans)

hetoerboekvandemensIn de inleiding van hun boek stellen de auteurs dat er meer dan duizend jaar geschreven is aan de Bijbel, dat het bijna 2000 jaar lang de lotgevallen van een groot deel van de wereldbevolking heeft bepaald en dat meer dan twee miljard mensen hem nu nog als heilige schrift vereren.

‘De evolutiewetenschappen richten zich al geruime tijd op de menselijke cultuur. Sinds enkele jaren doen ze ook onderzoek naar de aard en functie van religie. Constaterend dat geen enkele cultuur zich op enig moment zonder vormen van geloof wist te redden, kwam de afgelopen jaren interdisciplinair geloofsonderzoek op gang. En op één punt lijken de onderzoekers het eens te zijn: religiositeit hoort bij de standaarduitrusting van de mens. De aangeboren neiging om achter alles het werk van bovennatuurlijke krachten te vermoeden, is eigen aan de condition humaine.’ (Uit: Het oerboek van de mens)

Het boek houdt de chronologische volgorde van de Bijbel aan. Daarbij concentreren de auteurs zich op de centrale episodes, zodat de lezers tevens een overzicht krijgen van de belangrijkste verhalen uit de Bijbel. Zij vragen zich tegelijk af of zij nu echt als eersten een Bijbel zouden weten bloot te leggen die verborgen inzichten bevat over de evolutie van de mens.

Het ontbreekt nog altijd aan godsdiensthistorisch onderzoek vanuit evolutionair perspectief. Nog steeds heeft geen enkele evolutiewetenschapper de Bijbel grondig geanalyseerd en nagegaan of de Heilige Schrift zijn theorieën bevestigt. Vanuit antropologisch perspectief wordt hooguit een enkele afzonderlijke passage bestudeerd.’

Het boek concentreert zich vooral op het Oude Testament. Volgens Van Schaik en Michel heeft dit Bijbeldeel meer dan het Nieuwe Testament betrekking op de fundamentele verandering in het gedrag van de mens, een verandering die het verloop van de menselijke geschiedenis niet eerder en ook later nooit meer zo ingrijpend heeft bepaald.

Daarmee leggen we meteen de fundamenten voor het begrijpen van het Nieuwe Testament, dat ons met Jezus niet alleen een persoonlijkheid opleverde wiens charisma nog altijd doorwerkt, maar ook een nieuwe visie op de verborgen wetmatigheden in de wereld om ons heen.’

Aan de overige vier boeken van Mozes, die de uittocht van het volk Israël uit Egypte als thema hebben, besteden de auteurs het tweede deel.

Daar laten we zien wat een cultureel meesterwerk de wetboeken van Mozes eigenlijk zijn. Ook gaan we in op de bijzondere omstandigheden die ervoor zorgden dat hier überhaupt monotheïsme kon ontstaan. Verder beschrijven we waarom de idee dat er nog maar één God zou zijn, van wie ook nog eens geen beeld meer gemaakt mocht worden, de mens in hevige geloofsnood bracht – en nog altijd brengt.’

In het derde deel gaat het over de Nevie’iem, de Profeten, waartoe de boeken Jozua, Richteren, Samuel, Koningen en de geschriften van de profeten zelf worden gerekend.

Daarin rijzen niet alleen vragen over hemelse gerechtigheid en moraal, maar komt ook het heikele thema boven van de goddelijke macht. En draait het om het kunnen bewaren van sociale samenhang en hoe voorkomen kan worden dat het egoïsme van een enkeling de samenleving ten onder doet gaan.’

In het vierde deel, dat over de Ketoeviem gaat, stuiten de schrijvers op teksten zoals de Psalmen of het boek Job en komen zij een persoonlijk soort geloof tegen dat gelovigen ook in onze tijd ervaren, waarbij God hun gesprekspartner is.

Maar hier gaat het ook om existentiële vragen: waar komt het lijden vandaan? Wat maakt dat we bang zijn om dood te gaan? We verdenken de monotheïstische God ervan dat hij hier zelf een handje heeft geholpen door de problemen te veroorzaken waarvoor hij tegenwoordig vaak te hulp geroepen wordt.’

Het laatste deel betreft het Nieuwe Testament dat zijn speciale karakter pas echt goed kan ontvouwen tegen de achtergrond van de Hebreeuwse Bijbel. Er zijn duidelijke continuïteiten te zien, maar ook hoe de culturele evolutie in een voortdurend verrijkingsproces een verbazend wonderwerk creëerde, waarin de menselijke natuur volledig aan haar trekken komt.

Het feit dat God met Jezus van Nazareth een menselijk gezicht krijgt, speelt hierbij een wezenlijke rol. Maar daar blijft het niet bij. Van Maria tot aan de duivel, van de opstanding tot aan de Apocalyps: het Nieuwe Testament heeft veel meer achter de hand. Als een hybride religie die uiterst rijk is aan facetten zal het christendom carrière maken, maar ook tegemoet moeten komen aan de meest tegenstrijdige aanspraken.’

De auteurs stellen dat zij in essentie zeker niet uit zijn op het presenteren van een nieuwe theologische of godsdienstwetenschappelijke Bijbelinterpretatie.

Wij willen vooral laten zien wat de Bijbel verder nog allemaal te bieden heeft. We zijn er vast van overtuigd dat er een verborgen Bijbel bestaat, een die ontdekking verdient, die helpt bij het oplossen van mysterieuze vraagstukken, zoals dat van de woede van de oudtestamentische God of van het wonderlijke fenomeen dat zelfs mensen die helemaal niet in God geloven zich tot Jezus aangetrokken voelen.’

UPDATE 21 03 2016 17:16 uur: VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik
http://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2016/20-maart.html

Het oerboek van de mens | Kai Michel, Carel van Schaik | Uitgeverij Balans | 448 pagina’s | februari 2016 | ISBN: 9789460030475 (e-book, € 9,99) | 9789460030468 (paperback, € 27,50)

Zie:
Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans)
Dagboek van de mensheid (Elsevier – € 0,29 via Blendle)

Beeld: De zondvloed, Jeroen Bosch (ca. 1450–1516) – collectie.boijmans.nl

Update: Zondag NPO 1 20 maart 11.20 uur VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik over Het oerboek van de mens.

Religie vriend of vijand van progressieve en groene politiek?



Naar aanleiding van de interviewbundel Green values, religion and secularism, van theoloog en historicus Erica Meijers stelt politicoloog Theo Brand dat voor humanisten individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie is geworden. ‘De werkelijkheid is weerbarstig en het antwoord veelkleurig, zo blijkt. GroenLinks schiet niet in een kramp en gaat voorbij de religiestress. Een lichtend en humanitair voorbeeld voor progressief Nederland.’ 

Wie het boek ‘Green values, religion and secularism’ leest, beseft dat er veel levensbeschouwelijke inspiratiebronnen zijn die vrede en vooruitgang bewerkstelligen en dat juist dialoog en ruimte voor levensbeschouwelijke verschillen tussen mensen, hier ook voorwaarden voor zijn. Het zou goed zijn als na GroenLinks ook het georganiseerde humanisme in 2016 de religiestress voorbij gaat. Het komt de humaniteit ten goede.’

Brand stelt dat waar humanisten in de jaren zeventig en tachtig in Nederland bezig waren met maatschappelijke thema’s zoals de wapenwedloop en sociale gerechtigheid, nu individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie is geworden.

Zoals vroeger humanisten en vooruitstrevende gelovigen zij aan zij stonden in de strijd tegen kruisraketten en armoede, zouden zij zich vandaag samen sterk kunnen maken voor duurzaamheid, gelijke kansen, een stevige publieke sector, interreligieuze en interculturele dialoog en mensenrechten.’

Brand kan zich moeilijk neerleggen bij het feit dat islamofobie en religiestress gehoor vinden in links-liberale kringen.

De islam deugt niet en eigenlijk is alle godsdienst schijnheilig of achterlijk. Dat is vaak de teneur. Maar hoe vruchtbaar en productief is dit standpunt? Wat versta je onder religie en welke verschijningsvormen zijn er? Is de sociale werkelijkheid niet veel te complex om algemeen geldende uitspraken over religie te kunnen doen?’

ericameijers

In de interviewbundel Green values, religion and secularism is Erica Meijers (foto: GL) van Bureau de Helling – het wetenschappelijk bureau van GroenLinks – samen met een Europese collega erin geslaagd het thema ‘religie’ op een evenwichtige manier te agenderen binnen GroenLinks en de andere groene partijen in Europa. Het boek is de start van een samenwerkingsproject van zes wetenschappelijke bureaus van verschillende Europese groene partijen over religie en groene partijen.

Groene politici van Ierland tot Turkije met uiteenlopende achtergronden – zowel atheïstisch als religieus – laten vanuit een persoonlijk en maatschappelijk perspectief hun licht schijnen op religie als maatschappelijke en politieke factor.’

Wat Meijers opgevallen is dat er in de groene partijen niet echt rabiate fundamentalistische gelovigen zitten, maar ook geen rabiate atheïsten.

Zelfs de duidelijk seculieren zoeken toch naar een antwoord op de vraag hoe je omgaat met pluraliteit met respect voor iedereen.’

Zie:
GroenLinks, religiestress en humaniteit
Enkel de fundamentalistische vorm van religie krijgt aandacht

Green values, religion and secularism | € 14,95 | In this publication, Green politicians from different European contexts reflect on the way their own religious or secular values influence their political attitude; the role of religion in the public forum; conflicts between fundamental rights, such as the freedom of religion and the principle of sexual and gender equality; the role of Islam in Europe and the question whether religion is a source of inspiration or an obstacle for Green politics. 

In the last decades, the relationship between religion and modern society has shifted. As a consequence, there have been fierce debates on issues such as ritual slaughtering, homosexual teachers in schools, the wearing of the headscarf in public institutions and the relationship between Islam and terrorism. 
Although Green parties often have an uneasy relationship to religion, the debate about values, religious or secular, cannot be escaped within a Europe haunted by many different crises at the same time. This publication is an invitation to work towards a more coherent debate within the Greens on the changing role of religion in society.

Update 11 12 2024 (Lay-out, links)

Atheïsme, theïsme, en ruimte voor iedereen

atheismetheisme
‘Probeer maar eens een symbool te vinden voor iets dat er niet is. Dan kom je al snel terecht in de conceptuele kunst. Zelfs de gedachte dat atheïsme het ontkennen van God zou zijn, voldoet niet.’ Max Pam, in de Volkskrant, is van mening dat je voor een beetje atheïst een logo, een boek en een filosoof nodig hebt. Docent Oudgrieks Tim Whitmarsh zegt dat in de klassieke oudheid atheïsten geen tempels bouwden en geen inscripties kerfden in steen om hun goden te eren.

Gelijkberechtiging zit achter de behoefte om een eigen atheïstisch zuiltje te beginnen met een eigen orthopraxis. Niet overal ter wereld is de atheïst zijn leven zeker. Daar waar hij (of zij) wordt getolereerd, wordt zijn (of haar) levensvisie achtergesteld.’ (Pam)

Volgens docent Oudgrieks aan de universiteit van Oxford Tim Whitmarsh, in zijn boek Hemelbestormers (Battling the Gods), heeft het grote gevolgen gehad dat atheïsten uit de klassieke oudheid precies vanwege hun overtuiging geen monumenten hebben nagelaten.

Cambridge-classicus Tim Whitmarsh wil met zijn nieuwe boek ‘Battling the Gods – Atheism in the Ancient World’ de oud-Griekse en Romeinse atheïsten uit de anonimiteit halen.’ (NRC)

Satanisten hebben wel een symbool van hun eigen ‘godheid’. In Amerika wilden zij naast de stenen Tien Geboden een groot beeld van hun Godheid plaatsen, zo vertelt Pam. Toen werden de Tien Geboden maar weggehaald.

‘In plaats van ruimte voor iedereen, is er ruimte voor niemand, wat in feite op hetzelfde neerkomt.’ (Pam)

Nu zijn daar de Bijbels aan de beurt die in hotels in de laadjes van de nachtkastjes liggen. Darwins The Origin of Species moet daarbij komen liggen, willen de atheïsten.  Ik heb het vermoeden dat Bijbels om die reden binnenkort weggehaald gaan worden. Maar volgens Pam komen er – als alle religies zich willen laten gelden – nachtkastjes ter grootte van de hele hotelkamer.

‘Er zijn nogal wat atheïsten die graag zouden willen dat ook hun gedachtegoed wordt voorzien van symbolen en rituelen.’ (Pam)

Blijft het een strijd? Volgens lachende theoloog en docent filosofie Jan-Auke Riemersma passen velen hun mening niet aan en is Herman Philipse nog steeds atheïst, Cees Dekker nog steeds christelijk en prof. René Woudenberg nog steeds een ‘reformed epistemologist’.

Overigens geldt dit ook voor mij en de mensen in mijn omgeving. Niemand heeft zijn belangrijkste waarden hoeven opgeven. De agnost is nog steeds agnost, de theïst nog steeds theïst en de atheïst nog steeds atheïst.’ (Riemersma)

Volgens sociaal wetenschapper Hans Boutelier zijn we nog lang niet van God af en zit onze maatschappij in een soort van morele zoektocht.

Iedereen lijkt zich nu af te vragen: waar staan we nog voor, waar gaan we nog voor? Het is een succes, maar ook een gemankeerd succes.’ (Boutelier)

Boutelier is van mening dat we in een seculiere maatschappij leven, maar dat betekent niet dat we massaal atheïstisch zijn geworden.

Helemaal niet, zelfs. De utopie van die seculiere maatschappij is het ‘gedroomde godenrijk’. Daarmee bedoel ik: iedereen moet zijn eigen God kunnen kiezen en dat moeten we van elkaar proberen te accepteren.’ (Boutelier)

Volgens Boutelier kan in de democratische rechtsstaat die we uitgebouwd hebben iedereen vrij geloven wat hij wil.

‘Om die vrijheid te garanderen, moeten we het gesprek daarover permanent voeren. We moeten tonen dat het ons menens is. Maar ik zie niet in waarom de islam daarin niet zou passen.’ (Boutelier)

Volgens Whitmarsh is het niet de bedoeling de waarheid (of onwaarheid) van het atheïsme als filosofisch standpunt aan te nemen. Wel is hij ervan overtuigd – en er nog vaster van overtuigd geraakt tijdens het onderzoek voor zijn boek en het schrijven ervan – dat cultureel en religieus pluralisme en vrije discussie essentieel zijn voor het goede leven.

Atheïsme is geen moderne uitvinding, geen product van de Verlichting; ongelovigen zijn van overal en alle tijden. Zijn boek biedt ‘een soort archeologie van het religieuze scepticisme’.’ (de Volkskrant)

Riemersma is van mening dat het debat theïsme – atheïsme weer teruggegeven moet worden aan de academische filosofen. De gelovige ziet volgens hem, tot zijn opluchting, dat hij schade geleden heeft – er moet wel degelijk hervormd worden – maar dat hij niet verslagen is. De atheïst ziet, anderzijds, dat de gelovige niet onder de voet gelopen is.

Om het wereldbeeld van de gelovige werkelijk te ondermijnen moet je je verdiepen in zeer technische, filosofische vraagstukken (een goedkope opsomming van drogredenen volstaat niet), een vakbekwaamheid die geen van de vrolijke jonge atheïsten aan de dag kon leggen.’ (Riemersma)

Tegelijk vindt hij het debat niet zo belangrijk meer en zijn we beland in het stadium waarin alle deelnemers weten dat de ander niet beschikt over absolute argumenten.

Het is een gewapende vrede waarin niemand zich een verliezer waant. Zolang je maar geen onsterfelijk dwaze dingen beweert, zoals dat je kunt bewijzen dat God heel de werkelijkheid geschapen heeft of dat God aantoonbaar de evolutie heeft gedirigeerd, ben je tamelijk immuun voor kritiek.’ (Riemersma)

Het nieuwe debat over de grote verschillen tussen mensen, aldus Riemersma, dringt zich op de voorgrond.

Hoe moeten mensen met elkaar omgaan? Het is redelijk dat men tenminste rekenschap aflegt voor zijn meningen en overtuigingen aan de mensen met wie men samenleeft: dit geldt voor de theïst maar ook voor de atheïst.’

Het heeft er alle schijn van dat we allemaal zullen moeten inschikken. Het is echter uit de aard der zaak voor elk mens buitengewoon lastig om een coherent wereldbeeld na te leven en tegelijkertijd te erkennen dat dit ‘van beperkt belang is.’ (Riemersma)

Zie:
Bewijslast (de Volkskrant – Blendle)
De twist ten einde (De Lachende Theoloog)
* Signalementen (de Volkskrant – Blendle)
We zijn nog lang niet van God af (de Standaard – Blendle)
Er was altijd al een kosmos zonder God (NRC – Blendle)

Illustr: PThU.nl

Liberaal christendom niet echt liberaal

liberaalchristendom

‘Een liberale theologie is een theologie die onorthodox, open, vrijmoedig, vrijzinnig of modern is, of vooral op zo’n manier de christelijke traditie interpreteert.’ Zo begint het voorwoord van het boek Liberaal christendom, onder redactie van Rick Benjamins, Jan Offringa en Wouter Slob. Zij willen een ruimdenkende, niet-dogmatische vorm van christendom delen, die zonder opdringerigheid het belang van christelijk geloof wil uitspreken.

De auteurs in dit boek zijn opgegroeid in heel verschillende kerken of gemeenten, die orthodox, midden-orthodox of vrijzinnig hervormd waren, gereformeerd of evangelisch. Het liberale blijft dan ook beperkt tot het christelijk liberale. Terecht luidt nu al de kritiek dat er geen woord gewijd wordt aan de islam of aan de uitdaging om het christelijk perspectief te hanteren in een multiculturele en multireligieuze omgeving.

Toch zeggen de auteurs dat Liberaal christendom laat zien dat er meer is tussen óf orthodox geloven óf niet geloven. Het laat echter alleen maar zien hoe we vandaag de dag van God kunnen spreken, met de Bijbel kunnen omgaan en vanuit christelijke inspiratie kunnen leven.

De drie bestempelen zichzelf als liberale theologen. Wat dat betekent, vertellen ze, is dat ze een ruimdenkende, creatieve, niet-dogmatische vorm van christendom voor ogen hebben.’ (Trouw)

Evenwel luidt een andere kritiek dat het dogmatisch perspectief domineert. Niet in de zin van dwingende doctrine, maar omdat veel artikelen gaan over de geloofsleer en weinig over de geloofspraktijk.

Geen enkele aandacht voor oecumene, noch voor missionair kerk-zijn in een geseculariseerde context, laat staan voor de nieuwe religieuzen. De klimaatcrisis komt even voorbij, maar in de krap twee pagina’s die daar aan worden gewijd is nog geen begin te bespeuren van een theologische doordenking van het begrip duurzaamheid, of een theologische visie op de economie.’ (NieuwWij)

En zo klinkt de kreet ‘Hou toch eens op met de tegenstelling dat je óf gelovig bent óf seculier!’ die de drie eindredacteuren in Trouw uitroepen nogal vreemd. Het doet me denken aan cabaretier Fons Jansen die ooit in een conference zei: ‘Wees oecumenisch, maar doe het wel in de Jozefkerk!’. Nu dus ook weer: ‘Wees liberaal, maar dan wel christelijk’. Wat betekent dat voor seculieren? Moeten zij christelijk seculier worden? Seculier vanuit christelijke inspiratie?

Hou toch eens op met de tegenstelling dat je of gelovig bent – het liefst orthodox – of seculier! Er is niet een simpele keus tussen of een theïstisch godsbeeld of het seculiere niks. Zowel binnen als buiten de kerk wordt naar tussenvormen gezocht. Daaraan doen wij van harte mee. We hebben duidelijk afstand genomen van het theïsme, maar we zijn niet doorgeslagen in de seculariteit.’ (Trouw)

Niet doorgeslagen in de seculariteit. Toch lijken de schrijvers van het boek op weg naar het humanisme. Misschien is dat het ware liberale christendom? Geloven voorbij God luidt overduidelijk de titel van het artikel in Trouw.

Offringa: ‘Het gaat erom echt mens te worden.’ Ik hoor eigenlijk humanisten. Benjamins: ‘Christelijk humanisme. We staan in de traditie van Erasmus.’ Offringa: ‘Wij zijn vanuit het christendom geïnspireerd tot het humanisme.’ (Trouw)

Liberaal christendom | Auteurs: Jan Offringa, Rick Benjamins, Wouter Slob | Uitgeverij Skandalon | ISBN 9789492183217 | 240 pag. | € 21,95
Rick Benjamins is docent dogmatiek (PThU) en en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie vanwege de VVP (RuG); Jan Offringa theoloog en predikant; Wouter Slob bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Bijzondere Leerstoel Protestantse ­Theologie op de leerstoel ‘Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur’.

Zie:
Recensie van ‘Liberaal christendom’ (NieuwWij)
Geloven voorbij God (Trouw – Blendle)
Liberaal christendom (Inkijkexemplaar)

Gerelateerd: Remonstrantse God niet echt vrijzinnig