Spinozalaureaat Birgit Meyer onderzoekt het tastbare van religie, niet het niet-tastbare

media_xl_1482057
Of gelovigen met alle zintuiglijke middelen die religies inzetten om de ‘niet-tastbare werkelijkheid tastbaar te maken’ inderdaad in contact komen met het goddelijke, of dat ze iets aanboren dat in hunzelf schuilgaat, dat onderzoekt Spinozalaureaat Birgit Meyer niet. Wel wil zij met de 2,5 miljoen van de Spinozapremie verder onderzoek doen naar de rol van het beeld van de religieuze beleving, in samenwerking met collega’s van kunstgeschiedenis en mediawetenschappen.

Religie is in onze tijd springlevend, in Nederland en ook op mondiale schaal. Naast processen van ontkerkelijking en in het kielzog daarvan de transformatie van kerkgebouwen en sacrale voorwerpen tot religieus erfgoed, zijn er tal van nieuwe fenomenen, zoals de zoektocht naar spiritualiteit, de opkomst van pinksterkerken, en de manifestatie van diverse islamitische bewegingen.’ (Uit dankwoord Spinozalaureaat Meyer)

meyer-birgit-2015Birgit Meyer (foto: NWO), hoogleraar religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, en een van de winnaars van de prestigieuze NWO-Spinozapremie 2015, opteert bij de bestudering van religie voor een materiële benadering:

Centraal staan de concrete praktijken, middelen en media waardoor mensen zich tot het goddelijke of bovennatuurlijke en elkaar verhouden. Zo kunnen we begrijpen hoe die niet direct tastbare werkelijkheid tastbaar wordt gemaakt, en dus hoe religie in de wereld aanwezig is en die mede vormt geeft. In die zin is religie geen illusie, en ook niet louter een kwestie van geloof en innerlijke beleving.’ (Uit dankwoord Meyer)

Religie is volgens Meyer nooit weggeweest, het is dan weer meer en dan weer minder zichtbaar. Het religieuze veld is complexer geworden met de komst van migranten met een islamitische, maar ook met een christelijke – vaak pentecostale – achtergrond (pinksterkerken.)

Tot pakweg de jaren negentig werd ervan uitgegaan dat religie steeds minder belangrijk zou worden. Met de toenemende modernisering en ontwikkeling zou religie steeds meer een privékwestie worden en uiteindelijk zelfs verdwijnen. Maar die voorspelling is absoluut niet uitgekomen. ‘(NWO)  

s_boo_spinozaSpinoza (NWO)

M
eyer is zelf niet religieus, maar ziet religie wel als ‘een brug tussen deze en een andere werkelijkheid’. Om de wereld te begrijpen is meer kennis van religie en hoe religie georganiseerd wordt, volgens haar essentieel. Eigenlijk zoekt ze het ‘tastbare geloof’, de ‘tastbare beleving’.

Geloven mag dan iets ongrijpbaars lijken, religies bieden hun gelovigen wel degelijk concrete praktijken waarmee ze zich in het hier en nu tot het goddelijke of bovennatuurlijke, en elkaar verhouden. Denk hierbij aan rituelen als bidden; maar ook aan objecten, beelden, klanken, teksten en het lichaam. We beleven religie wat dat betreft misschien wel vooral via onze zintuigen.’ (Kennislink)

Zie:
* Religie is iets wat mensen doen (NWO)
* Ook religiewetenschapper in de prijzen (Trouw – Blendle)
* Dankwoord Birgit Meyer (NWO)
Antropologe en godsdienstwetenschapper Birgit Meyer winnares Spinozapremie 2015 (Kennislink)

Illustr: Trouw

God & Seks – Kleine theologie van de erotiek

ilovesexGod (1)
Theoloog Frank Bosman houdt een hartstochtelijk pleidooi voor de erotiek. Met zijn pamflet God houdt van seks probeert hij orde te scheppen in de erotische chaos die onze maatschappij beheerst. Het verschijnt ter gelegenheid van de Nacht van de Theologie op 20 juni 2015, dat dit jaar Religie & Erotiek als thema heeft. Met een debat over gelovigen die bekrompen over erotiek denken en een gesprek met de titel: theologen voor seks. Hoe je dit laatste moet uitleggen wordt tijdens de erotische nacht wellicht duidelijk.nachtvandetheologie

Het is kennelijk een slecht huwelijk: seks en geloof. Seks roept associaties op met vrijheid, liefde en zinnelijk genot. Geloof daarentegen roept bij veel Nederlands precies tegenovergestelde associaties op: kuisheid, onthouding en vrijen-met-de-handen-boven-de-lakens. Maar hoewel de christelijke traditie zeker lijdt aan seksueel pessimisme, lijkt het erop dat ook binnen de seculiere samenleving steeds meer aandacht komt voor de problemen rond seks: van mensenhandel tot de drempelloze toegang tot internetporno. Wat is hier aan de hand?’ (Nacht van de Theologie)

FrankBosmanNVDT
H
et pamflet is geen gesomber, maar vrolijke lijfelijkheid, zo vertelt Frank G. Bosman (foto: NVDT) tegen katholiek.nl en zegt erbij dat iedereen gefascineerd is door seks en erotiek.

God houdt van seks’ is het essay bij de Nacht van de Theologie 2015, geschreven door de bekende cultuurtheoloog dr. Frank G. Bosman. Het essay is een hartstochtelijk pleidooi voor de erotiek. Op basis van een analyse van het christelijke Sexualpessimismus en de rol van het begrip ‘reinheid’ in onze cultuur, pelt hij de Bijbelse boodschap af tot de naakte kern. Bosman ziet liefde, seks en erotiek als onvoorwaardelijke zelfgave, als viering van het aan ons gegeven leven en als voorproefje van hemelse heerlijkheden.’ (Kok)

SeksalswegnaarGodHield God eerst wel van een geintje, nu houdt hij ook van seks. Hoe moet dat dan zonder lichaam, vraag ik me af. Speelt de Heilige Geest dan een rol? Of kan je ook geestelijk in erotische sferen komen?
Misschien bedoelt God seks wel als weg naar Hem, zoals tantraleraar en ‘meest populaire trendsetter en provocateur van de 21e eeuw’ David Deida het beschrijft in zijn boek Seks als weg naar God. Eerder verschenen onder de titel God en Eros. Ik heb echter nog geen kerkgenootschap gevonden met tantra tussen de kerkbanken. Ken Wilber noemt Deida’s boek een hartstochtelijk avontuur van seksuele spiritualiteit.

Seks als middel tot verdieping van spirituele bewustwording is een prikkelende stelling. In zijn boek laat Deida overtuigend zien hoe we op momenten van seksuele vervoering ons hart volledig openen voor het Goddelijke.’ (Cover)

Terug naar Bosman. Die heeft toch een andere invalshoek in zijn pamflet. Op de vraag van katholiek.nl of er weer zo’n moraalridder komt die zegt hoe je moet vrijen, zegt hij:

Daar ben ik niet bang voor. Dat gaat namelijk gebeuren van beide kanten. Christenen kunnen mij straks verketteren omdat ik wel heel vrij over seks en God spreek. En seculiere critici zullen opmerken: wat moeten wij met een boek over seks en God als we niet eens in die God van jou geloven? Ik hoop echter beide groepen te bereiken. Ik denk dat iedereen er aan toe is om af en toe dieper na te denken over erotiek en seks.’ (katholiek.nl)

God houdt van seksBosman heeft het in zijn pamflet over naaktheid als ingang voor zijn theologie van de erotiek:

Er zijn twee soorten naaktheid: een goede en een slechte naaktheid. Goede naaktheid hoort bij goede erotiek. Vrijende partners geven zich letterlijk en figuurlijk bloot. Ze schamen zich niet voor zichzelf of elkaar. Ze genieten alleen maar.
Deze blootheid hoeft niet bedekt te worden, hoewel ik me best kan voorstellen dat stelletjes toch graag even de gordijnen dicht doen. Erotiek en intimiteit horen immers ook bij elkaar.’ (katholiek.nl)

En God zag dat het hemels was.

Zie: Pamflet God en seks biedt vrolijke lijfelijkheid

Foto: Restored Church – In Pennsylvania is ophef ontstaan over een reclamebord dat is geplaatst langs een drukke snelweg. Een lokale kerk wilde op een originele wijze bezoekers lokken en de pastoor bedacht dat seks natuurlijk altijd verkoopt. 

Frank G. Bosman | God houdt van seks – Kleine theologie van de erotiek  | Uitgeverij Kok | juni 2015 | € 4,99 | 72 pag.

Theïstisch recept tegen een alles eroderend nihilisme

truth (1)
Zes mogelijke opties om de moraal in een atheïstisch wereldbeeld te verankeren, gaf filosoof Emanuel Rutten in zijn voordracht voor het C.S.F.R. debat in Groningen op 3 juni 2015. Voor elke optie betoogde hij echter dat ze niet leidt tot adequate fundering van de moraal, op een manier die echt recht doet aan ons morele ervaren, spreken, handelen en oordelen: ‘het atheïsme heeft dus uiteindelijk niets om ons morele besef in te verankeren’.

Aan de orde kwam de ontkenning van de atheïst dat er morele waarden bestaan; of dat ze bestaan als bruut feit. Of dat ze eenvoudigweg conventies of sociale afspraken zijn binnen een bepaalde gemeenschap, maatschappij of cultuur. Of dat morele waarden bestaan als onvervreemdbaar deel van onze intrinsieke waardevolle menselijke natuur. Een vijfde optie is beweren dat iets moreel verwerpelijk is omdat wij dat als mens nu eenmaal zo voelen. De laatste optie ten slotte is het maken van een keuze voor één van de wijsgerige normatief-ethische systemen, zoals Aristoteles’ deugdethiek, Kants categorisch-imperatief, Benthams utilisme, of Nietzsches zelfgeldingsethiek.

Geen van deze opties slaagt er dus in om de moraal te gronden, dat wil zeggen te funderen op een manier die echt recht doet aan ons morele ervaren, spreken, handelen en oordelen. Het atheïsme heeft dus uiteindelijk niets om ons morele besef in te verankeren. Er rest slechts een vlucht in een alles eroderend nihilisme of relativisme.’

Wat voor theïsme pleit is dat morele waarden hun bestaansgrond vinden in Gods aard, gegrond in Gods noodzakelijke natuur of karakter.

God is als de sacrale oorsprong van de werkelijkheid, als de essentieel liefdevolle en rechtvaardige grond van de wereld, de uiteindelijke bron en locus van morele waarden. De morele waarden zijn dan ook objectief geldig. Ze zijn geldig onafhankelijk van onze meningen en voorkeuren. En dit is in overeenstemming met ons morele ervaren, handelen en oordelen.’

Rutten noemt dat moreel realisme, en het atheïsme heeft zeer veel moeite om moreel realisme te funderen.

Dit betekent dat als moreel realisme waar is, het theïsme de moraal veel beter kan verklaren en duiden dan het atheïsme. De cruciale vraag is dan ook of moreel realisme correct is.’

Tot dusver, zo betoogt de filosoof, is er nog geen enkel argument tegen moreel realisme gevonden waarvan de premissen overtuigender zijn dan onze morele ervaringen zelf.

Moreel realisme is dan ook de meest adequate interpretatie van ons feitelijke morele handelen, morele taalgebruik en onze morele oordelen. En omdat, zoals ik nog zal betogen, moreel realisme veel beter past in een theïstisch dan in een atheïstisch wereldbeeld, volgt dat theïsme de moraal veel beter kan verklaren en duiden dan het atheïsme. Het atheïsme loopt vast op de objectiviteit ervan.’

We dienen volgens Rutten wel over een vrije wil te beschikken, want als we die niet hebben en dus gedetermineerde automaten zijn, zou het onzinnig zijn om te beweren dat we moreel verantwoordelijk zijn voor onze daden.

‘Alles wat we doen zou dan immers vooraf al door fysische oorzaken bepaald zijn. Welnu, uitgaande van theïsme is het bestaan van een vrije wil zéér goed denkbaar. In elk geval veel beter dan in het geval van het atheïsme. God is zelf immers redelijkerwijs een bewust vrij wezen die een kosmos heeft willen scheppen waarin actoren in vrijheid kunnen handelen en significante keuzes kunnen maken. Keuzes waarvoor men dan ook morele verantwoordelijkheid draagt. Vanuit theïstisch standpunt kan morele verantwoordelijkheid dus prima geduid worden.’

Onze morele kennis wordt, aldus Rutten, door theïsme uitstekend gefundeerd. God kan ervoor gezorgd hebben dat wij beschikken over morele intuïties, die als het ware een moreel zintuig vormen: deze moral sense staat ook bekend als het geweten, waarmee we in ons leven objectieve morele waarden op het spoor kunnen komen.

Zo wordt duidelijk hoe we morele waarden en plichten überhaupt kunnen kennen. Al met al kan theïsme dus het hele spectrum van de moraal (waarden, plichten, verantwoordelijkheid en kennis) uitstekend verklaren en integreren in haar wereldbeeld.’

Dat dit voor het atheïsme heel anders ligt, betoogt hij vervolgens in genoemde opties. Overigens beweert Rutten niet dat atheïsten geen voorbeeldig moreel leven zouden kunnen leiden. ‘Natuurlijk niet, dat is echt onzin’.

Zie: Is God noodzakelijk voor de moraal? (pdf)

Illustr: Truth, a guide (detail cover) – Simon Blackburn: ‘But toleration, which is often, although not always, a good thing, is not the same as relativism, which is never a good thing; and it is vital to understand the difference.’

Impliceert informatie in DNA een Schepper?

GrantCeesDekker
Over de (grijze) cellen van bioloog René Fransen en moleculair bioloog Peter Borger. In een discussie tussen wetenschappers over de cel lees je en passant dat de informatie in ons DNA – de grote verzamelstructuur van genetische informatie in de cel  – een Schepper impliceert. Dit dispuut volgt op een interview met bionanowetenschapper Cees Dekker die een ‘paar babystapjes’ wil zetten in de ontrafeling van het leven. In het RD is de discussie losgebarsten.

Fransen ontkent dat het DNA werkelijk een informatieopslag en verwerkingssysteem is, vergelijkbaar met een computer. Dat er geen informatie in het DNA zit, is de opvatting die met name door de atheïstische gemeenschap wordt gehuldigd, omdat informatie een Schepper impliceert. Maar we hebben echt te maken met gecodeerde informatie, en niet met metafoor als we over informatie in het DNA praten.’ (Borger)

renefransenVolgens René Fransen (foto li: RF) is de uitspraak van Peter Borger (foto onder: cip.nl) dat informatie een ‘immateriële component’ van het leven is, niet wetenschappelijk maar puur metafysisch.

Borger beweert verder dat volgens het ‘mainstreamparadigma’ in de biologie het leven simpel is. Dit is onjuist: de evolutietheorie stelt slechts dat leven simpel begonnen is. We weten niet hoe het leven begon, maar experimenten met chemische evolutie laten zien hoe niet-levende systemen zichzelf al kunnen namaken en daarbij ook kunnen veranderen.’ (Fransen)

Een leuk ander metafysische duwtje komt van Bart van den Dikkenberg in het Reformatorisch Dagblad, in gesprek met oeuvreprijswinnaar Dekker, die een beurs van 3,5 miljoen krijgt voor kunstmatige celdeling: ‘Als het wetenschappers lukt een kunstmatige cel te maken, hebben ze op zijn minst aangetoond dat daar intelligentie voor nodig is’.

Dekker lacht. ‘Je moet onderscheid maken tussen wetenschappelijk onderzoek en de metafysische duiding die je daaraan geeft. Wetenschappers onderzoeken de natuur en zien daarachter misschien een goddelijk plan of louter toeval. Dat verschil in duiding was er 2500 jaar geleden al bij de Griekse filosofen. Deze discussie zal door dit onderzoek niet opeens heel anders lopen.’ (RD)

peterborgercipnlToch gaat Van den Dikkenberg door en vraagt zich af of de cel dan niet a priori op te vatten is als het werk van een schepper. Daar is niets mis mee, vindt Dekker die als christen ook de hand van God ziet in de schepping. God was er volgens hem bij toen de eerste moleculen de eerste cellen vormden die aan het begin stonden van een lange keten van de evolutie van het leven die ten slotte uitliep op de mens; was er zelfs de schepper van.

Ik zie het als een geschenk van God. Ik geloof dat Hij de wereld heeft geschapen door middel van evolutie. Het is echter nog volslagen onbekend hoe de eerste cellen ooit zijn ontstaan. Het mechanisme daarachter kennen we nog niet.’ (Dekker)

cees_dekkerHet woord scheppen leidt bij mij even tot religieuze verwarring als Cees Dekker (foto li: twitter) zegt dat hij als nanobioloog een (kunstmatige) cel gaat scheppen. Gelukkig bedoelt hij met dat scheppen zoiets als een architect doet die een gebouw ‘schept’. De wetenschapper waant zich gelukkig geen god. 🙂

Genoemde biologische discussie is voor geïnteresseerden te volgen – zonder betaalmuur, niet op zondag, dat heeft de Schepper liever niet 😉 – in het RefDag. De redetwist heeft eigenlijk als onderliggende agenda of God als Schepper iets met de cel – en dus met het hele leven – te maken heeft. Metafysica en wetenschap als strijdtoneel, een wedstrijd tussen de grijze cellen van de wetenschappers…

Volgens Borger, gisteren in zijn laatste bijdrage, hebben Fransen en ForumC zich ten doel gesteld om ‘survival of the fittest’ te combineren met ‘heb je naaste lief als jezelf’. Hij noemt dat een onzinnig, tegenstrijdig compromis.

De data spreken tegen universele gemeenschappelijk afstamming en tonen dat selectie geen rol van betekenis speelt om biologische oorsprongsvraagstukken te verklaren. Dit is ook het geluid dat steeds meer evolutiewetenschappers laten horen, zoals Andreas Wagner en James Shapiro. Als christen is er dus geen enkele reden achter Darwin aan te (blijven) lopen.’ (Borger)

Hoe dan ook, volgens Fransen doet Borger het onderzoek dat Dekker gaat uitvoeren geen recht.

‘Dit onderzoek zal ons meer leren over de schoonheid van de schepping en over manieren waarop wij die schepping kunnen gebruiken voor nuttige toepassingen.’ (Fransen)

Zie voor meer: over o.a. Encode, RNA, evolutietheorie en ‘junk-DNA’:

* Cees Dekker: Babystapjes om het leven te begrijpen
* Bouwen van levende cel op voorhand mislukt
* Te snelle conclusies over de cel
* Grootste deel DNA is functioneel
* Encode wel degelijk doorslaggevend

Foto: Dekker group TU Delft

Pinksteren 3.0 en de roep om fundamentele bezinning op geloofsleer kerk

'Pinksteren'


‘Veel sleetse dogma’s passen niet bij het levensgevoel van nu. Het elke zondag ‘mijn grote schuld’ moeten zeggen, of je zondig (moeten) voelen, soms te moeten horen ‘niet in staat te zijn tot enig goed’, maakt de mens klein. Dat veroorzaakt een laag zelfbeeld met alle gevolgen van dien. Theoloog Gijs Dingemans vraagt recent in het Christelijk Weekblad om een ‘fundamentele bezinning op de geloofsleer van de kerk’. Ik zeg daar ja op.’

Los van een hervorming qua denken en dogma’s, moet er meer bezieling komen. We moeten ons veel meer richten op onze innerlijke en mystieke reis. Spiritualiteit komt neer op het zoeken van eenheid met het Mysterie zoals ook Jezus ons dat voorhield. Subtiel worden we daarbij trouwens al begeleid door de Geestelijke Wereld. Het heeft daarom geen zin om een ‘atheïstische kerk’ te verzinnen of een ‘religie zonder God’ te bepleiten, zoals de filosofen Theo de Boer en Ger Groot doen.’

Aan het woord is antropoloog Hans Feddema. In gesprek met Robert Reijns (NieuwWij), over kerkverlating, nieuwe spiritualiteit, mystiek, revoluties en betere mensen. Feddema heeft het niet zo op ‘verstandelijk geloof’ en theologie die nauwelijks uitstijgt boven ‘het stellen van begrippen en doen van redeneringen’. Ook vindt hij het geloof nog te veel van ‘ons geloof en dus onze groep is de juiste’. Hij mist innerlijk beleven en voelen, en ziet in de rooms-katholieke kerk macht, hiërarchie, moralisme en autocratische bisschoppen. In de protestantse kerk maakt volgens hem vooral de leer de dienst uit, zoals eerder Harry Kuitert al stelde.

hansfeddema

Volgens Hans Feddema (foto: NieuwWij) is er een ‘nieuwe spiritualiteit’ in opkomst waarin we een ‘groter bewustzijn’ ontwikkelen: er is een ‘shift’ gaande van geloof naar ervaren, van religie naar religiositeit, van schuld naar genegenheid, van angst naar liefde, en van dogma’s naar waarden, en naar bewustzijn.

Het proces van individualisering lijkt bij onze evolutie te passen. Al tastend en struikelend wordt de mens autonoom. Niet alleen om troost te vinden, maar vooral om te leven vanuit de innerlijke, goddelijke oerbron. We ontdekken dat we vrij worden via het gaan van onze innerlijke weg zonder dat een externe autoriteit ons daarvan afhoudt. Een weg waarbij zelfkennis, mystiek, liefde en zielenkracht hoge ogen gooien.’

Feddema stelt dat kerken lange tijd onze goddelijkheid en goddelijke gaven hebben miskend, en denkt daar bij aan de ‘kracht van de gedachte’, aan het innerlijke weten, helderziendheid, witte magie, (zelf)heling. Hij vindt dat niet zweverig en zegt dat alle mystici, de apostel Paulus en ook Jezus daar ruime ervaringen mee hebben.

Je ziet ook de nieuwe spiritualiteit langzaamaan opkomen bij mensen, maar dan meer in de vorm van mystiek. Bijvoorbeeld zoals bij het soefisme, kabbala, en ook via mindfulness, yoga, qigung en meditatie en andere Aziatische vormen van spiritualiteit.’

andredroogers

Een andere antropoloog is André Droogers (foto: NieuwWij). Die zoekt ook naar werkbare manieren om met twijfel, godsbeelden en levensbeschouwelijke verschillen om te gaan, en noemt de God die hij zoekt God 3.0. Hij heeft het nu over Pinksteren 3.0, het ‘feest van de dwarsverbanden’. Volgens hem zingen religieuze machthebbers een paar toontjes lager. Hij heeft het ook over het Bijbelverhaal dat hij op zijn manier leest: ‘Ieder hoorde de apostelen in zijn eigen taal spreken. Hé, dus alle mensen krijgen de Geest. Vanaf het begin globaliseerde de Geest al!’

De Geest staat boven de Wet. Ook al zijn er religieuze bovenbazen die hun positie rechtvaardigen vanuit de Wet en die de Geest claimen als hun spindoctor, de Geest waait heel democratisch al van den beginne waarheen ze wil. Ze inspireert creatieve gelovigen aller religies.’ 

Zie: Pinksteren 3.0 – De geest geglobaliseerd

en: We zien een minder gewelddadig menstype opstaan

Foto: Kunstwerk Emma Munneke: ‘Pinksteren’ (© foto: Gerritjan Huinink)

De filosofie van Christus, met dank aan de Verlichting

JuniusBassus (1)

Een van de redenen die Frédéric Lenoir ertoe heeft aangezet om het boek De filosofie van Christus te schrijven, is dat de diepgaande vernieuwing van Christus’ boodschap vergeten is en zelfs omgevormd tot het exacte tegendeel ervan. Het christendom is sindsdien onbegrijpelijk voor wie de grondteksten niet kent. Lenoir verwijst hiermee naar de kritiek van Jacques Ellul en Søren Kierkegaard. ‘Het kerkelijk instituut heeft zich afgekeerd van zijn grondleggers’.

kierkegaard

Volgens Lenoir was Søren Kierkegaard (sorenkierkegaard.nl) een ‘gekweld christen’ en voelde hij zich de titel christen onwaardig. De beroemde gelovige stelde dat de ‘christenheid’ (de Europese samenleving) de boodschap van het Nieuwe Testament voortdurend de rug heeft toegekeerd.

Het werkelijke christendom bleek er volledig door te zijn verdraaid. Geen woorden zijn hem [Kierkegaard] te hard om de christenheid af te wijzen: ‘deze misdaad’, ‘deze illusie’, ‘dit bedrog’, ‘dit slappe citroenwater’, ‘deze walgelijke dikdoenerij’. (Lenoir)

Het christendom is afgeschaft door zijn verbreiding, door de miljoenen zogenaamde christenen, wier aantal de afwezigheid van de ware christenen en de onwerkelijkheid van het christendom verhult.’ (Kierkegaard)

jacquesellul

Dit vindt weerklank bij de Franse scherpzinnige denker en geëngageerd christen Jacques Ellul (aitheoloog.nl), die langer stilstaat bij de manier waarop deze omkering zich heeft voltrokken. In het essay Subversief christendom van deze jurist, historicus, theoloog en socioloog, schrijft hij:

Hoe is het mogelijk dat de ontwikkeling van de christelijke samenleving en de kerkelijk samenleving een maatschappij heeft doen ontstaan, een beschaving en een cultuur die zo volledig het tegendeel vormen van dat wat de onweersprekelijke tekst is van de Tora en de profeten, als van Jezus en Paulus? Ik zeg volledig en bedoel dat ook. Er is niet slechts tegenspraak op een enkel punt, maar op alle punten.’

Volgens Ellul is het historische christendom een religie geworden, een zedenleer en een macht die zichzelf heeft verrijkt.

Nu ondermijnde de hele boodschap van het Nieuwe Testament de religie, de moraal, de macht en het geld. Door zich af te keren van de boodschap van zijn grondleggers heeft het kerkelijke instituut dus op zijn beurt het christendom ondergraven. De kerk heeft het christendom teruggebracht tot het niveau van een godsdienst (met zijn rituelen en dogma’s) en een moraal (van plicht en onderworpenheid) zoals vele andere, en ze heeft zich laten omkopen door macht en geld.’

fredericlenoirtenhave

Jezus bleef volgens Frédéric Lenoir (foto: Ten Have) wel trouw aan wat hij noemde ‘de wil van zijn vader’ en is niet gestorven omdat God behoefte had aan smart, maar eenvoudigweg omdat Jezus tot aan het einde toe trouw bleef aan de waarheid die hij kwam brengen. Dat is zonder twijfel, vervolgt Lenoir, de reden waarom zijn woorden tweeduizend jaar later nog zo juist klinken.

Lenoir begint zijn boek met een verhaal uit Dostojevski’s De broers Karamazov: een episode van de grootinquisiteur; over de legende van de terugkeer van Christus op aarde. Dostojevski legt hierin het accent op wat hem het belangrijkste lijkt: de kerk heeft Christus’ boodschap van vrijheid verworpen uit naam van menselijke zwakte, om haar macht te vestigen. Jezus bood weerstand, daar waar de kerk bezweek  voor de verleiding.

Opmerkelijk vind ik genoemde uitspraak van Lenoir dat het kruis van Christus niet staat voor de Zoon die lijdt om de toorn van de Vader tot bedaren te brengen, zoals wordt opgevat binnen een doloristische (= de verheerlijking van het lijden, PD), opofferingsgezinde theologie:

Zo’n voorstelling is in tegenspraak met de hele leer van Christus en met zijn openbaring van een liefhebbende God. Jezus accepteert zijn dood, omdat hij geen andere uitweg heeft om trouw te blijven aan zijn boodschap, die onverdraaglijk is voor de religieuze autoriteiten van zijn tijd.. Hij moet ofwel zwijgen en verdwijnen, ofwel zijn boodschap verloochenen, ofwel tot het einde de consequenties aanvaarden en de prijs daarvoor betalen.’

Volgens Lenoir, die ook de grote verdiensten van de kerk beschrijft, werden de geestelijken verblind door het verpletterende succes van hun religie en proefden van de macht.

De kerk werd sterker en ging zich geleidelijk meer met zichzelf bezighouden dan met haar oorspronkelijke doelstelling. Het evangelie werd nog altijd verkondigd, maar de kloof tussen de geboden van Christus en de kerkelijke praktijken werd steeds groter, omdat die meer en meer gericht waren op haar instandhouding, ontwikkeling en gezag.’

De filosofie van Christus, zijn meest fundamentele ethische leer, zo stelt Lenoir al in het begin van zijn boek, ‘bereikte de mensen niet langer door de deur van de kerk, maar keerde terug door het raam van het humanisme van de renaissance en de verlichting!’

Terwijl de kerk met haar inquisitiepraktijken drie eeuwen lang de christelijke leer van de menselijke waardigheid en de geloofsvrijheid aan het kruis spijkert, herleeft deze boodschap dankzij de humanisten.’

En deze paradox vormt het hoofdthema van het boek De filosofie van Christus.

de_filosofie_van_christus_isbn_9789079001132_1_1415502285

De filosofie van Christus | Frédéric Lenoir | ISBN 9789079001132 | Ten Have | 2008 | 270 pag.

Frédéric Lenoir is filosoof en godsdiensthistoricus. Hij werkt als onderzoeker aan de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales te Parijs en is hoofdredacteur van Le Monde des Religions. Hij schreef vele essays en historische romans. Zijn werk is in veel talen vertaald.

Lenoir beschrijft hoe de filosofie van Christus werd vertroebeld door kerkelijke instituties, toen in de vierde eeuw het christendom de officiële religie van het Romeinse Rijk werd. Pas duizend jaar later beleeft deze filosofie een nieuwe ‘geboorte’, als Renaissance- en Verlichtingsfilosofen een beroep op haar doen om de Europese samenleving te bevrijden van het juk van de kerk en een modern humanisme stichten. (Ten Have)

Illustr: Christus als leraar – Detail van de sarcofaag van Junius Bassus uit circa 359, gevonden in 1595, bij het graf van Petrus, tijdens bouwwerkzaamheden in de Sint-Pieterskerk in Rome, onder de vloer. (johnveldhuis.com)
– De hemel is niet leeg. Het leven is niet louter een product van de wetten en van het toeval van de materie, maar in alles en tegelijk ook boven alles staat een persoonlijke wil, staat Geest, die zich in Jezus als Liefde heeft geopenbaard. De vroegchristelijke sarcofagen brengen dit inzicht in beeld – in het aangezicht van de dood, wanneer de vraag naar de zin van het leven onontkoombaar wordt. De gestalte van Christus wordt op de vroege sarcofagen vooral op twee manieren uitgelegd: als filosoof en als herder. (rkdocumenten.nl)

update 10 05 2023

Geen schoonheid en troost in atheïstisch wereldbeeld Waldo Swijnenburg

parallel-universes

Dat toonaangevende atheïsten vaak een negatief mens- en wereldbeeld verkondigen is een van de redenen dat het atheïsme wereldwijd zo weinig populair is. Zo vervangen zij een zinvol leven door een doelloos bestaan en zetten de mens neer als een ‘omhooggevallen aap’ in plaats van een ‘gevallen engel’. Aldus de achterflap van het boek De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder God. Toch kan volgens schrijver Waldo Swijnenburg een werkelijkheid zonder God wel degelijk mooi, menselijk en zelfs magisch zijn.

Filosoof Jan-Auke Riemersma leest zijn boek en vindt dat filosoof, socioloog en psycholoog Swijnenburg de mens echter niet veel te bieden heeft als het om levensbeschouwelijk goed gaat en maakt hij de titel van zijn boek niet waar.

De onsterfelijkheid wordt bij hem betaald met een enorme vermenigvuldiging van het leed en de term ‘rechtvaardigheid’ komt in zijn woordenboek niet voor. Het werk van Swijnenburg valt tegen, althans voor iemand die enige levensbeschouwelijke diepgang verwacht. De woorden ‘troost’ en ‘schoonheid’ zijn eigenlijk niet van toepassing op zijn levensbeschouwelijke visie.’

Swijnenburg

Riemersma vindt de toon van Swijnenburg wel verfrissend, hij heeft ook niet dat neerbuigende toontje waarmee de nieuwe atheïsten zich vaak bedienen. Maar een ‘knock-out’ argument tegen het geloof in God bestaat niet volgens Riemersma.

Swijnenburgs afhandeling van de vraag waarom God het kwaad toelaat komt echter aardig dicht in de buurt van een knock-out argument. Met zijn argumenten dwingt hij de theïst op de knieën. Het probleem van het kwaad blijft de achilleshiel van het theïsme en Swijnenburg maakt optimaal gebruik van deze zwakte.’

Het fine-tuningargument komt ook ter sprake. Swijnenburg vindt dat het sterkste argument voor het theïsme en beschrijft de argumenten van voor- en tegenstanders. Riemersma noemt dit, en zijn behandeling van het kwaad, een van de beste delen van De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder God. De atheïst blijkt de beste papieren te hebben voor dit argument.

quantum_cartoon

Uiteindelijk komt hij tot de conclusie dat de atheïst de beste papieren heeft daar die zich geruggensteund weet door het zogenaamde multiversum: wie uit een zeer groot kledingmagazijn kan kiezen, zo citeert Swijnenburg de astronoom Martin Rees, zal altijd wel een pak vinden dat hem als gegoten zit. Tussen de vele universa vinden we er altijd wel een die geschikt is voor leven. We hebben daarom geen God nodig die de werkelijkheid zo inricht dat er op termijn leven zal ontstaan.’

waldoswijnenburgVolgens Waldo Swijnenburg (foto: uitgeverij Balans) sterven we misschien alleen maar in dit universum, maar gaan we door in andere. Volgens hem bestaan er mogelijk oneindig veel versies van onszelf, waarbij de geschiedenis net een andere wending heeft aangenomen. Riemersma vindt dit geen troostrijke gedachte en vindt het jammer dat de schrijver dit probleem niet oplost en uitwerkt.

Hij verstrekt ons een technische oplossing voor het probleem van de sterfelijkheid, maar bekommert zich niet om het levensbeschouwelijke probleem van het ‘lijden’ dat inherent is aan de vele werelden-theorie. Voor iemand die zegt ons een volwaardige levensbeschouwing te kunnen verschaffen is dit niet voldoende. Het laat zich gemakkelijk raden dat het menselijk lijden, als we dat met vele werelden vermeerderen, eenvoudigweg moet worden afgewezen.’

Zelf vindt Riemersma dat wie het bestaan van vele werelden verdedigt, er rekening mee moet houden dat het bestaan van God wellicht ook mogelijk is…

Zie: Swijnenburg, een wereldbeeld zonder god

De schoonheid en de troost van een wereldbeeld | Waldo Swijnenburg Paperback | 290 blz. | Uitgeverij  Balans | 2014 | EAN: 9789460039065 

Illustr: achterdesamenleving.nl
QuantumCartoon: space.mit.edu
UPDATE: 10.34 uur

Componisten scheppen, net als God, ook uit het niets

Pillars_of_creation

‘Waarom zou dit onmogelijk zijn? Scheppen componisten hun creaties (muziekstukken) in een bepaald opzicht niet eveneens uit het niets? En waarom zou God niet machtig genoeg kunnen zijn om iets te doen wat wij ons niet kunnen voorstellen? Is een dergelijke daad niet juist passend voor een machtige God, nota bene de absolute grond en oorsprong van alles?’

Wiskundige en filosoof Emanuel Rutten vraagt zich af of het mogelijk is dat God de wereld heeft geschapen uit het niets. Is scheppen uit het niets eigenlijk wel mogelijk? Wie meent dat zoiets niet kan, heeft daarmee een argument tegen het bestaan van God in handen. Is dit argument echter overtuigend? Op zijn blog haalt hij een atheïstisch argument aan dat stelt dat het onmogelijk is om iets uit niets te scheppen. Daaruit volgt dan dat God niet bestaat, aldus dit argument.

Het idee van het argument lijkt te zijn dat iets hoe dan ook niet uit niets kan ontstaan. Want als er helemaal niets is, hoe zou daaruit dan iets kunnen voortkomen? Nu is het inderdaad redelijk om te denken dat uit niets niets ontstaat (ex nihilo nihil fit). Het punt is echter dat dit principe geen probleem voor een uit het niets scheppende God oplevert. De wereld wordt immers geschapen door God, zodat de wereld uit God en dus niet uit het niets voortkomt.’ 

emanuelruttenEmanuel Rutten (foto: ER) schetst een traject waarin God aan allerlei zaken kan denken, en stelt zich voor dat God in de eerste fase bepaalde gedachten heeft en uit deze gedachten louter ‘abstracte’ objecten vormt, zoals getallen.

Gods denken aan ‘tweeheid’ leidt bijvoorbeeld tot het ontstaan van het getal twee. Deze abstracte objecten zouden vervolgens een van Gods denken onafhankelijk bestaan kunnen krijgen. Het getal twee bestaat dan als abstract object los van de gedachten van God. Dit is vergelijkbaar met een dichter die vanuit zijn geest een gedicht schept dat als abstract object los van de geest van de dichter kan gaan bestaan.’

God transformeert vervolgens deze abstracte objecten in ‘minimale concrete’ objecten, namelijk in concrete objecten zonder enige massa, die volgens de hedendaagse theoretische natuurkunde inderdaad denkbaar zijn, zoals virtuele deeltjes met massa en lading ‘nul’ en universums met straal ‘nul’. Hieruit kunnen het ontstaan van meer substantiële concrete objecten bewerkstelligd worden, namelijk concrete objecten die wél een bepaalde massa hebben.

De moderne fysica leert ons eveneens dat een dergelijke overgang denkbaar is. Er zijn onder andere kosmologische modellen die laten zien hoe een universum met straal ‘nul’ (een minimaal concreet object) kan overgaan in een omvangrijk universum gevuld met materie (een substantieel concreet object).’

Uiteindelijk kunnen er zo sterren en planeten ontstaan en lijkt schepping uit het niets wel degelijk voorstelbaar, zodat ook het bezwaar dat wij ons op geen enkele manier een voorstelling kunnen maken van ‘creatio ex nihilo’ vervalt.

Het besproken argument tegen het bestaan van God is dan ook niet overtuigend. Het dient net zoals vele andere atheïstische argumenten verworpen te worden.’

Zie: Wijsgerige reflecties
Foto: De Zuilen der Schepping (Pillars of Creation), de naam die gegeven is aan een iconische Hubble-opname uit 1995, is misschien wel de beroemdste sterrenkundefoto ooit. Op de foto zijn ‘slurven’ zichtbaar van koel interstellair gas, die verweerd worden door de straling en winden van nabije zware O-sterren.

De Atheïst, de Gelovige, en de Werkelijkheid

human.condition


Atheïst Bart Klink accepteert dat een wereld die grotendeels geregeerd wordt door blinde natuurkrachten niet ideaal is voor de mens, en dat leed in meer of mindere mate onderdeel is van de condition humaine. Jan-Auke Riemersma zegt dat je dan geen ‘atheïstische’ oplossing hebt voor het leed en voor onrechtvaardigheid. Voor de filosoof is dat nu net het punt. ‘Het bestaan is ‘zinloos’, maar met wat geluk kunnen we ons hier wel ‘amuseren’ (niet denigrerend bedoeld). Het leven heeft geen ‘algemene’ zin.’

Ik hoef geen rechtvaardiging te geven voor het leed. Het is andersom: het leed is juist een reden om je af te vragen of het leven inderdaad zinloos is. Zouden mensen in bovennatuurlijke zin mogen hopen op een beter bestaan, dan heeft dat zijn weerslag op ons huidige bestaan: lijkt me beter te verdragen dan het atheïsme, het blind afwijzen van de gedachte dat er meer is dan wij kunnen begrijpen.’ (Riemersma)

bartklink

Er ontstaat een boeiende discussie op Facebook, op de groepspagina van Geloof & Wetenschap, naar aanleiding van mijn vorige blog. Riemersma vindt dat als de wereld slechts ‘zinvol’ is voor de mensen die door het lot gunstig behandeld zijn, het begrip ‘zin’ zelf ‘zinledig’ is. Volgens Bart Klink (foto: BK) is op kosmische schaal ons leven inderdaad zinloos (het universum geeft niets om ons bestaan) en het leven heeft geen algemene zin, als zin die voor iedereen hetzelfde is. Vervolgens geeft hij voorbeelden van leed.

De atheïst gaat hiermee om door het leed zo veel mogelijk proberen te voorkomen, waar het kan te verzachten, en waar dat niet kan ermee om te leren gaan. Dat zie ik als zinvol en waardig. Natuurlijk mag je hopen op een beter bestaan na dit leven, maar ik meen dat we goede gronden hebben om te denken dat die hoop ijdel is, een zoete illusie. Ik zal overigens de laatste zijn om iemand die illusie ongevraagd te ontnemen als dat zijn laatste strohalm is.’ (Klink)

Riemersma stelt dat het toch verschil maakt of je denkt dat een zinvol bestaan mogelijk is of dat je denkt dat het een illusie is.

Het gaat inderdaad om de vraag of we goede gronden hebben om te denken dat het een illusie is of dat het een mogelijkheid is. En wat wij mogelijk of onmogelijk achten is afhankelijk van de vraag hoe ons verstand werkt, hoe ingewikkeld de werkelijkheid is, enz. Wel, zo lang je niet weet hoe complex de werkelijkheid is beschik je letterlijk niet over de intellectuele middelen om te kunnen bepalen of het bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid een illusie is. Waarom er dan naar leven? Ik zie niet in waarom dat redelijk is.’ (Riemersma)

janriemersmafacebook

Klink vindt dat we een zinvol leven kunnen leiden, ook als het met de dood ophoudt. Ook gaf hij aan dat het een illusie is dat we een zinvol leven na de dood kunnen hebben. Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) maakt geen bezwaar tegen het feit dat sommige mensen niet in God of Zeus willen geloven, maar wel tegen het feit dat zijn geloof als een illusie wordt afgeschilderd.

Atheïsten’ kunnen eenvoudigweg niet weten dat alle geloof een illusie is. Het tegendeel is eerder waar, lijkt me: wetenschap toont overtuigend aan dat wij slechts een beperkt begrip van de werkelijkheid hebben. Wel, wie gelooft dat het uiteindelijke bestaan van een zinvolle, rechtvaardige wereld mogelijk is, is ook beter opgewassen tegen de moeilijkheden in deze natuurlijke wereld. Het maakt dus een groot verschil hoe je over dit soort zaken denkt. Geloof voegt wel degelijk iets toe; een geloof is zeer bruikbaar.’ (Riemersma)

Klink meent vervolgens dat het inherent onrechtvaardig is dat niet ieder mens evenveel kans krijgt om een zinvol leven te realiseren en te leiden, juist omdat er geen God bestaat. Volgens hem is er gelukkig nog een andere optie dan ons daarbij neerleggen of te gaan wensdenken: wat aan dit onrecht proberen te doen waar mogelijk.

‘Wat ik afschilder als wensdenken of een zoete illusie is dat wij voort kunnen bestaan na onze lichamelijke dood: de consensus in de neurowetenschappen is dat ons geestelijk leven wordt gerealiseerd door ons brein, en dus ook zal stoppen als dat brein ophoudt met functioneren. (…) Wie weet wordt het in de verre toekomst mogelijk om de informatie in ons brein te uploaden naar een supercomputer (of een ander fysiek substraat), maar dat is nog lang niet realistisch.’ (Klink)

imsoglad


R
iemersma vindt dat zelfs als neurowetenschappers aantonen dat de geest te herleiden is tot het functioneren van het brein (en hij sluit dat niet uit, alhoewel het onderzoek wel weer veel ingewikkelder is dan men aanvankelijk dacht), dat dan niet wil zeggen dat het bovennatuurlijke niet bestaat.

Als er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, is er geen enkel wetenschappelijk feit dat ons kan zeggen dat het geloof een illusie is.’ (Riemersma)

Klink zegt dan dat hij het niet heeft over ‘het bovennatuurlijke’, maar over slechts één vermeend bovennatuurlijk ding: de onstoffelijke ziel die ons onsterfelijk zou maken.

Natuurlijk is er altijd de *mogelijkheid* dat zoiets bestaat, maar een redelijk mens koopt daar niets voor: hij wil weten of het ook *aannemelijk* is. Ik heb uitgebreid betoogd waarom dat niet zo is, en ook Musolino (en vele filosofen) hebben dat gedaan. Voor een gelovige die wanhopig zijn uitvlucht uit een tranendal zoekt, is een logische mogelijkheid (of blind geloof) misschien voldoende – hoe onwaarschijnlijk die mogelijkheid ook is gezien onze beste kennis. Ik koop daar echter niets voor. Nee, voor mij liever de harde werkelijkheid dan een zoete illusie.’ (Klink)

Uiteindelijk stelt Riemersma dat de vraag of ons begrip van de werkelijkheid beperkt is, zelf een wetenschappelijke vraag is en dat we de reikwijdte en kracht van onze denkwijze kunnen onderzoeken.

Als nu blijkt dat onze denkwijze beperkt is, dan volgt daar uiteraard rechtstreeks uit dat de werkelijkheid voor ons ‘onnavolgbaar’ (= onbegrijpelijk) is. Met andere woorden: dan is de werkelijkheid vreemder dan wij ooit kunnen doorgronden. Dit betekent letterlijk: niets is dan ondenkbaar (voor een beperkte denker). Maar dan heeft het ook geen zin om tegen mensen te zeggen dat hun geloof een illusie is, want hoe zou je dat willen onderbouwen als je verstand niet langer betrouwbaar is? Hoe kun je met een onbetrouwbaar meetinstrument (je verstand is uiteindelijk niets anders dan een meetinstrument) bepalen wat de aard van de werkelijkheid is?’ (Riemersma)

Zie voor het gehele (en mogelijke) verdere verloop van de discussie:
https://www.facebook.com/groups/272431046117504/

Illustr: René Magritte, La condition humaine, 1935 – Een schildersezel met een niet-ingelijst schilderij dat een representatie lijkt te geven van het erachter liggende zeegezicht. Een deel hiervan is echter voor de ondoorzichtige muur weergegeven, wat de vraag oproept of het hier daadwerkelijk gaat om een natuurgetrouwe weergave van de ‘werkelijkheid’. (mattesonart.com)

Cartoon: duvida-metodica.blogspot.com

‘Als God niet-logisch is, dan bestaat Hij in ieder geval’

mc_escher_origional-waterfall
Eigenlijk gaat het niet om de vraag of God bestaat en of het geloof in God zinvol is. In het middelpunt staat het volgende probleem: waarom geloven we in God? Wat maakt God voor ons bruikbaar en waardevol? Filosoof Jan-Auke Riemersma vraagt zich dit af in zijn artikel Katafatisch. Die titel staat voor zoiets als bevestigend spreken over God. Volgens hem biedt God in ieder geval ‘eschatologische hoop’.

Voor de Lachende Theoloog, zoals de docent filosofie zich ook wel noemt, is het antwoord op deze vraag niet moeilijk te geven. Voor hem is het zonder meer duidelijk dat wij zelf niet in staat zijn om te weten wat de waarde en de zin van het leven is.

Waarom dit lijden, waarom dit vervloekte bestaan, waarom zijn wij, onwetenden, op deze planeet in een eindeloos grote werkelijkheid? We kunnen, als we inhoudelijk willen spreken over de ‘zin’ van het bestaan, niet anders dan verwijzen naar een persoon of zaak buiten (of ‘boven’) ons. Het minste wat we mogen willen is ‘eschatologische hoop’.’

Volgens Riemersma overtreft God, vanzelfsprekend, de grenzen van ons logisch werkende verstand. God zelf is dan niet-logisch, denk ik logischerwijs. Dat verklaart tevens de wonderen die zijn goddelijke incarnatie op aarde, Jezus, indertijd deed. Wonderen zijn per definitie niet-logisch.

‘Anselmus zegt in Proslogion 16: ‘Heer, Gij zijt dus niet slechts datgene waarboven niets groter gedacht kan worden, maar ook iets groter dan gedacht kan worden’. Als wij God inderdaad beschouwen als een wezen dat in alle opzichten perfecter is dan wij zijn, zelfs in die mate dat Hij ons begrip overstijgt, waarom zouden we dan vasthouden aan de idee dat God zich moet onderwerpen aan de logische regels?’ (Uit: proefschrift Naturalisme and Theism, pag 100 (over de integratie van wetenschap en religie, 2011) – Riemersma.)*

Hierover gaat zijn artikel: als God niet-logisch is, dan bestaat Hij in ieder geval. We zijn niet in staat om – Riemersma parafraseert natuurkundige en filosoof Evan Fales – het bestaan van God op logische en systematische wijze te ontkennen.

Of, anders gezegd: een niet-logische werkelijkheid is voor ons zo complex en overvloedig dat het begrip ‘God’ altijd ergens naar verwijst.’

janriemersmaJan-Auke Riemersma (foto: J-AR) verwijst ook naar Descartes die stelde dat God zelfs het ‘[logisch] onmogelijke’ kan. Welk concept is bruikbaar, vraagt Riemersma zich ten slotte af. Maar eigenlijk doet dat er niet toe, zo concludeert hij.

Is God goed én niet-goed? Probeer niet te doorgronden wat dit betekent, maar streep de eigenschap weg die niet bruikbaar is.’

Om vervolgens het volgende probleem in het middelpunt te zetten: Waarom geloven we in God? Wat maakt God voor ons bruikbaar en waardevol? Dat weten we misschien pas echt bij het einde der tijden. Is de eschatologische hoop.

* De conclusie van dit proefschrift luidt: ‘Het is mogelijk om naturalist en theïst te zijn. De werkelijkheid, zoals wij deze bezien, bestaat uit twee domeinen. Het is daarom mogelijk om wetenschap te bedrijven en te geloven in een God die de wetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid te boven gaat.’

Zie: Katafatisch

Illustr: visualfunhouse.com