Nieuwe spiritualiteit: volksreligiositeit van vandaag?


Zweeft de nieuwe spiritueel minder dan de christen? Is het christelijk dedain voor nieuwe spirituelen vergelijkbaar met het vooroorlogs antipapisme en de hedendaagse weerzin van populisten tegen de religie van de vreemdeling? Dat vraagt theoloog Theo van der Kerkhof zich af in zijn bijdrage Nieuwe spiritualiteit is de volksreligiositeit van vandaag. Hoogleraar theologie Marcel Poorthuis zet hier tegenover dat de het de nieuwe spirituelen ontbeert aan overgave en engagement.

Een aardige discussie die hout snijdt. Zet je alle dogma’s overboord en beleef je je geloof frank en vrij? Kan dat dan? Mag dat? Geen houvast nodig uit heilige geschriften, overleveringen en openbaringen, maar gewoon geloven vanuit je hart? Zonder regels, belijdenissen of wat voor religieuze wetten dan ook? Het blad Volzin geeft deze discussie de ruimte. De kerken lopen leeg, maar de harten van mensen raken vervuld met spiritualiteit.

Volgens Poorthuis verdampt het geloof zonder verbondenheid met een geloofstraditie. Nieuwe spiritualiteit is steriel en zwevend als je kinderen religieus opvoedt zonder geloofsgemeenschap. Spirituelen ontberen in zijn ogen de wijsheid van religie, de verbinding met de geloofsgemeenschap.

‘Ik maak me zorgen over de moderne tolerantie die zo intolerant wordt dat essentiële rituelen zoals ritueel slachten worden aangevallen. Geen spiritueel heb ik daar over gehoord.’ 

Volgens Van der Kerhof lijkt Jezus van Nazereth niet op de zoete Jezus van de zondagsschool maar meer op Bhagwan Shree Rajneehs.

‘Nieuwe spirituelen zijn niet gelovig uit gewoonte, maar uit existentieel verlangen. Spiritualiteit is voor hen iets voor het alledaagse leven, voor de dinsdagochtend om kwart over elf. De nieuwe spiritualiteit verdient evenveel respect als de Mariadevotie in de Sint Jan in Den Bosch.’

Zie: Volzin

Foto: inenomootmarsum.nl

‘Nee, Dick Swaab, wij zijn onze ziel’


Het is aan de filosofie, de kunst en de religie om de ziel te herwinnen op de wetenschappers die haar als een hersenspinsel afdoen. Dat zegt filosoof Gerard Visser in het tijdschrift Volzin. Visser vindt dat de oude metafysische denkers die de ziel erkennen en de moderne rationalisten die haar ontkennen dezelfde denkfout maken: namelijk dat de ziel een soort ‘ding’ zou zijn dat je überhaupt kunt kennen – erkennen dan wel ontkennen.

Hoezeer wetenschappers haar ook proberen te ontkennen, de ziel is hardnekkig. In ons dagelijkse taalgebruik hanteren we voortdurend woorden als bezield, bezieling, zielloos, zielsveel, op de ziel trappen…

Visser ziet zich, volgens Volzin, als een vertegenwoordiger van een derde, meer subtiele positie van ‘spirituele terughoudendheid’, die er vanuit gaat dat de menselijke ziel uiteindelijk een ondoorgrondelijk fenomeen is.

Visser citeert met instemming de Griekse filosoof Heraclitus, die al zo’n 2500 jaar geleden schreef: ‘Van de ziel zul je de grenzen op je speurtocht niet vinden, al bewandel je elke weg: zo’n diepe samenhang heeft zij.’

Gerard Visser is hoofddocent cultuurfilosofie aan Universiteit Leiden en voorzitter van het Gezelschap voor Fenomenologische Wijsbegeerte. Recente boeken van zijn hand zijn Niets cadeau. Een filosofisch essay over de ziel (Valkhofpers, 2009), Water dat zich laat oversteken (Sjibolet, 2011) en In gesprek met Nietzsche (Van Tilt, 2012).

Al gaat het concept van de ziel ons boven de pet, of geloven we er simpelweg niet in, we begrijpen allemaal wat met dergelijke woorden bedoeld wordt. (…) Ziel staat voor het onaantastbare mysterie van het zelf.

Verder in nr. 23 (30 maart 2012) van Volzin: : Arts-filosoof Bert Keizer:  wij zijn onze ziel II: ‘De neuro-filosofie denkt niet’ – Stiltegoeroe Miek Pot: ‘Het klooster maakte me bijna kapot’Niet doen!: Pasen vieren in de Heilig Grafkerk – Emile Roemer bezingt Herman Gorter: ‘Een nieuwe lente…’

VolZin is een tweewekelijks opinieblad dat inspiratie biedt voor bewust en zinvol leven. VolZin schrijft over eigentijdse vormen van levensbeschouwing en spirituele manieren van leven in de moderne wereld – genuanceerd, diepzinnig, kritisch, optimistisch en geëngageerd.

Atheïsme mogelijk dankzij erkenning godsdienstvrijheid

Laat nu het atheïsme juist dankzij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging bestaansrecht hebben! Nooit zo bij stil gestaan, maar Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’, wel. Godsdienstvrijheid is dus niet alleen goed voor religieus gelovigen.

‘Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties.’

Aldus theoloog Borgman. Het afschaffen van de vrijheid van godsdienst noemt hij bovendien politiek onverstandig. ‘Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?’

In Volzin (2011) huivert Borgman van het standpunt van Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn. Zij zeggen in hetzelfde tijdschrift dat het wel een tandje minder mag met de bescherming van de godsdiensten, immers: ‘Geloof is ook maar een mening’. Borgman reageert hierop met te stellen dat ‘de mens een onvervreemdbare vrijheid bezit ten opzichte van welke gezagsinstantie dan ook.’ Ook in Volzin een interview met rechtsfilosoof Wibren van der Burg: ‘Het draagvlak voor anders-zijn wordt steeds minder.’

Zie: Artikel 6 Grondwet – Hoe lang nog?