Volgens de Groningse hoogleraar Religiewetenschap Kocku von Stuckrad is de esoterie allesbehalve een duister zijspoor van de Europese geestesgeschiedenis. Ze heeft eerder juist een onuitwisbaar stempel op de grote theologische en natuurwetenschappelijke discussies gedrukt en de esoterie dient dan ook serieus te worden genomen als een belangrijke rode draad in de Europese godsdienstgeschiedenis.
‘In de esoterie, en vooral in de mystiek, is er altijd een focus geweest op het individu. Je gelooft niet zomaar wat de priester zegt, nee, je onderzoekt dat zelf, door tekenen, visioenen of andere religieuze ervaringen. Zo kon je onafhankelijk denken.’
‘Niemand weet wat ‘esoterie’ is: ja, iets heel vaags en zweverigs, verder komen mensen niet.’ Dat zegt Von Stuckrad, in het interview Magie en ratio gaan prima samen. Hij is de schrijver van Esoterie – de zoektocht naar absolute kennis. ‘Het gaat om ‘eigenlijke’ kennis, waar de goegemeente – zeg maar: de verzamelde Schriftreligies – geen weet van heeft.’
‘Vanuit religiewetenschappelijk perspectief delen de aanhangers van verschillende verschijningsvormen van esoterie de zoektocht naar een absolute, verborgen kennis die hun door een mystiek visioen, door een goddelijke autoriteit of door persoonlijke ervaring zal worden geopenbaard.
Volgens Kocku von Stuckrad (foto: rug.nl) is wat je in de esoterische boekhandel vindt en in Happinez leest geen nieuwe traditie en begon esoterie al vroeg, bij Plato. Er is een ziel, veronderstelt de esoterie, die los staat van het lichaam. Volgens de hoogleraar zijn magie en irrationalisme niet het tegengestelde van wetenschap en rationeel inzicht.
‘Ons beeld van de Europese cultuur is veel te simpel. Idem dito voor de Verlichting. Wij denken: nu zijn we verlicht, en vroeger was hier het christendom, en dan had je nog een beetje jodendom, en een nog kleiner beetje islam, en dat was het dan wel. Maar de religieuze vormen van de Oudheid zijn al die tijd springlevend gebleven, en, sterker nog, ze zijn nog steeds onderdeel van wat we vandaag doen. Oók van waar harde wetenschappers zich mee bezighouden.’
Op de vraag hoe de esoterie dan bijdroeg aan harde wetenschappen, antwoordt Von Stuckrad dat gnostici er vanaf het begin vanuit gaan dat je God niet alleen kunt begrijpen, maar zelfs zijn plek kunt innemen.
‘Iets dergelijks zit in de Verlichtingsgedachte: door natuurwetenschappelijke kennis kun je de plaats van God innemen. (…) Van Newton zijn we vergeten dat zijn hoofdbezigheid de alchemie was. Zijn ‘natuurwetenschappelijke’ boeken liggen in een glazen vitrine in het British Museum, maar zijn ‘alchemistische’ geschriften duiken op vlooienmarkten op. Dat is heel scheef. Wij denken nu: alchemie is een soort middeleeuws bijgeloof. Maar dit was gewoon onderdeel van Newtons wetenschap, zijn zoeken naar de verborgen wetten in de natuur. Met experimenten zocht hij dat uit. Hij zag geen onoverbrugbaar probleem. ’
Zie: Magie en ratio gaan prima samen (Trouw)
Kocku von Stuckrad is hoogleraar Religiewetenschap en Decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Kocku van Stuckrad: Esoterie. De zoektocht naar absolute kennis | Uitgeverij AUP | Paperback | € 19,95 288 blz | ISBN 978 90 8964 621 7 | Ook als e-book verkrijgbaar










SCP-publicatie 2014/10