Iets wat ons begrip te boven gaat

Filosoof René van Woudenberg maakt altijd onderscheid tussen het weten dat er iets is, en het weten wat de precieze aard ervan is. ‘Wij geloven bijvoorbeeld dat er gedachten bestaan. Ik denk dingen, jij denkt dingen, ik denk dat jij bepaalde dingen denkt. Dus, wij zijn het erover eens, er zijn gedachten.’ Van Woudenberg filosofeert hierover verder in een interview in De Nieuwe Koers van afgelopen september. Hij ­gelooft dat de mens de kroon van de ­schepping is, maar tevens ook het meest verschrikkelijke roofdier.

René van Woudenberg
is ook hoogleraar kentheorie en ontologie en denkt door over gedachten. Als je hem vraagt wat dat nou precies zijn, zegt hij of we dan gaan praten over hersenstroompjes. Hersenprocessen? Er vindt van alles plaats in onze breinen, maar hebben we daarmee begrepen wat een gedachte is?

Nee, het zijn mysterieuze dingen, maar dat betekent niet dat we eraan hoeven twijfelen of ze bestaan. Zo aanvaard ik fundamentele dogma’s zoals de menswording en de verzoening als reëel, ook al begrijp ik lang niet hoe dat precies kan, dat God mens wordt, en hoe dat precies werkt dat door het sterven van Christus verzoening plaats heeft gevonden. Ik ken hier verschillende theorieën over, sommige erg goede zelfs, maar er blijft iets in wat het begrijpen te boven gaat.’

Het verwondert Van Woudenberg hoe de wetenschap laat zien hoe onbegrijpelijk alles is.

Er is inmiddels bijvoorbeeld een hele dierentuin aan elementaire deeltjes gedefinieerd, waarvan sommige wetenschappers zich afvragen: hebben we het hier eigenlijk nog wel over fysisch materiaal? Intuïtief zeg je: dit is geen materie meer. Het is iets anders; roterende ladingen of zo. Als ik onderzoek hierover lees, denk ik: wordt het nu begrijpelijker? Of mysterieuzer?’

De filosoof vindt dat mensen bezig zijn de planeet naar de ondergang te helpen. Dat stemt hem somber, maar tegelijkertijd gelooft hij ook dat ieder mens goddelijke schepping is, beelddrager van Hem en iemand met wie Hij het gesprek begonnen is. Daar zit voor hem de grootste spanning.

Mijn geloof dat er een hoopvolle toekomst is, staat tegenover mijn totale scepsis over het weten hoe dat gerealiseerd gaat worden.’

Interviewer Felix de Fijter vindt de gedachte van Van Woudenberg dat de mens een roofdier is, iets om moedeloos van te worden. Maar dan noemt Van Woudenberg toch de hoop, uitgedrukt in ons klagen. De Bijbel verwoordt voor hem die weeklacht. Een heel boek gaat in de Bijbel over klagen. Maar een wezenlijke, authentieke klacht noemt hij de erkenning van een waarde. Hij verwijst naar de Klaagliederen.

We moeten geen zeurpieten worden, maar een echte klacht, ik denk dat dat voor onze zielen iets heel goeds is. Want in die klacht wordt ook hoop uitgedrukt; hoop die voorbij al onze scepsis reikt.’

Volgens Van Woudenberg appelleert het christelijk geloof aan verlangen en hoop. Zou dat alles zijn? Iets van concrete actie, mag dat ook? Want met klagen, verlangen en hopen alleen bereik je niets. In het interview verwijst de hoogleraar naar Augustinus die zei dat ‘een verlangen dat mensen in beweging krijgt misschien wel van God komt’. Die beweging moet blijkbaar met God beginnen. Volgens Van Woudenberg is ‘God met ieder mens het gesprek al begonnen; ook al kun je dat zelf niet aanwijzen’. 
Hopelijk zijn het geen vrijblijvende gesprekken.

Zie: ‘Ineens kreeg ik de grote diepte onder mijn voeten in de gaten’ (De Nieuwe Koers) – of via Blendle.

Beeld: Alfons Schuler (Pixabay)

Zoektocht naar een leven na ons aardse bestaan

Hoe mensen de hemel zien en waarom we het er al duizenden jaren ideeën over hebben, zijn vragen die de kern van onze menselijkheid vormen, zegt de auteur van Hierna – een cultuurgeschiedenis van de hemel, Catherine Wolff. Zij beantwoordt deze vragen in haar boek met fascinerende details. ‘Prachtig geschreven, vakkundig onderzocht en meesterlijk gepresenteerd: deze reis langs hoe de hemel door de geschiedenis heen is begrepen, is absoluut fascinerend,’ zegt schrijver en priester James Martin.

In het leven van ieder mens zijn er van die momenten waarop de sluier aan de horizon van het bekende wordt opgelicht en we een blik slaan in de eeuwigheid. We verlaten de kust van het bekende, niet omdat we op zoek zijn naar avontuur en spanning of omdat ons verstand onze vragen niet kan beantwoorden. We zeilen uit omdat onze geest op een geweldige zeeschelp lijkt, en als we ons oor daartegen leggen om te luisteren, horen we het eeuwige ruisen van de golven ver bij de kust vandaan.’
(Rabbijn Abraham Joshua Heschel, in Hierna)

In Hierna beschrijft Catherine Wolff hoe verschillende religies en geloofsovertuigingen het idee van een hemel hebben ingekleurd en hoe niet-religieuze invloeden vanaf de Verlichting tot de hedendaagse niet-religieuze visies op de hemel daarop hebben ingewerkt.

Het leven hierna kan een bestaan in de tijd of in de eeuwigheid zijn. Het kan de plaats zijn waar we vandaan komen – zoals Plato geloofde – of de plaats waar we in een mystieke ervaring heen kunnen gaan. Het kan onze bestemming zijn als we sterven of misschien pas later. Het kan om opeenvolgende stadia gaan, waardoor we geestelijk volwassen worden, zodat we kunnen ontsnappen aan de cyclus van de wedergeboorte, zoals in oosterse religies, maar het kan ook zijn dat we maar één kans op verlossing hebben. Misschien bereiken we het leven hierna zodra we sterven of misschien moeten we wachten tot het einde van de kosmos.‘
(Uit: Hierna)

Wolff vertelt dat een aanzienlijk deel van het westerse gedachtegoed pleit vóór het bestaan van God.

Eén zo’n redenering stelt dat er een God moet zijn, omdat er vanaf het begin van het universum een waarneembare, ordelijke keten van oorzaak en gevolg is. Die kan alleen worden verklaard door een eerste oorzaak, een zelfgeschapen wezen dat eenvoudig ìs.’
(Uit: Hierna)

Charles Darwin lijkt naar een schepper te hebben verlangd, zegt Wolff, een bron voor het wonder dat hij in de natuurlijke wereld opmerkte.

Zijn [Darwins] geschriften laten een groeiend besef zien dat het bij de evolutie niet alleen om fysieke eenheden ging, maar dat er religieuze en morele implicaties mee verbonden waren. Toch was er daarin geen plaats voor filosofie of een godheid – God was een projectie die tot regels leidde om door te geven. Niettemin was Darwin geïntrigeerd door het idee van onsterfelijkheid en erkende hij dat je zo’n instinctief geloof overal ter wereld aantrof.’
(Uit: Hierna)

In de vroegste uitingen van godsdienst zijn er, volgens Wolff, verhalen en gebruiken waarin bepaalde levende mensen de geestenwereld bezoeken, die wijzen op geloof in een leven na dit leven.

James George Frazer, een van de vaders van de moderne antropologie, bestudeerde het begrip onsterfelijkheid bij oervolken in Noord-Amerika, Azië en Oceanië. In elk van deze drie werelddelen geloven mensen dat er twee verschillende zielen of geesten zijn. Zij maken onderscheid tussen een ‘vrije ziel’, die tijdens een droom of trance het lichaam verlaat, en een ‘lichaamsziel’, die achterblijft. Ze onderscheiden ook een levensziel, die het lichaam van levenskracht voorziet, en een ‘doodsziel’, die bij de dood wordt bevrijd.’
(Uit: Hierna)

Hierna – Een cultuurgeschiedenis van de hemel | Catherine Wolff | KokBoekencentrum Non-Fictie | 328 blz. | Verschenen: 21-09-2021 | € 27,99

Beeld: Paradiso, Canto 14: Dante en Beatrice vertaald naar de sfeer van Mars, illustratie van Gustave Doré, uit De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri, 1885
(meisterdrucke.nl – digitaal ingekleurd)

‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in ons leven’

Het leven op aarde vormt één groot ecosysteem waarin alles op elkaar inwerkt en van elkaar afhankelijk is, en waarvan wij onderdeel zijn. Volgens The Web of Meaning is alles met elkaar verbonden. Ecologisch denker Jeremy Lent pleit voor een wereldbeeld dat moderne wetenschap en inzichten uit oude wijsheidstradities integreert. The Web of Meaning is opgebouwd aan de hand van vijf existentiële vragen: wie ben ik, waar ben ik, wat ben ik, hoe moet ik leven en waarom ben ik? In VN een interview met Lent.

Lent weet uitzonderlijk helder te schrijven over complexe en fundamentele zaken als bewustzijn, evolutie, entropie (het streven van systemen naar wanorde), fractals, genenexpressie, moraal en mystiek en de overlap tussen de taoïstische principes qi (energie) en li (principes die qi laten werken) met de ideeën van systeemtheoretici.’

Onze relatie met de natuur, zegt Lent, is totaal uit balans doordat we die zien als een machine, de mens zien als apart van de rest van het leven en de aarde als een hulpbron die we kunnen gebruiken voor onze menselijke doelen.

We zien het lichaam als gescheiden van de geest en zien verschillende groepen mensen als apart van elkaar. Dat wereldbeeld bevordert uitbuiting: van mensen onderling en van de natuurlijke wereld, en het vormt de basis voor kolonialisme, racisme en kapitalisme.’

Als de belangrijkste waarden in ons huidige wereldbeeld die bepalen hoe wij in onze cultuur ons leven leiden, noemt Lent materiële welvaart en status.

Maar die veroorzaken een enorme afgescheidenheid en vervreemding. Dat geldt vooral voor de mensen die gebukt gaan onder de toenemende ongelijkheid, maar ook voor degenen die daar oppervlakkig gezien van profiteren. Ook zij verlagen daarmee de kwaliteit van hun eigen leven, al zijn ze zich daar misschien niet zo van bewust.’ 

Voor ons als mensen is ons verbonden voelen het meest zinvolle in ons leven, zegt Lent, maar ons huidige wereldbeeld heeft dat verbroken en veroorzaakt veel wat in het boeddhisme dukkha heet. Hij kwam ook in aanraking met mindfulness meditatie. Dat voelde voor hem als thuiskomen, en achteraf vond hij het onbegrijpelijk dat hij zijn leven tot dan geleid had zonder die meditatie.

Dat [dukkha] wordt vaak vertaald als lijden, maar het betekent een bredere ontevredenheid en onvermogen om welzijn te ervaren. We hebben daarom niet alleen een transformatie op systeemniveau nodig, maar ook in ieder van ons. Als we leven vanuit andere waarden, komt er ruimte voor wat Aristoteles eudaimonia noemt: het nastreven van je volledige potentie, zodat je leven tot vervulling komt. Dat is een wezenlijk ander soort geluk dan het hedonisme in onze consumentenmaatschappij.’

Veel mensen hebben het gevoel dat onze ondergang zo goed als onvermijdelijk is, zegt Lent, gezien de ernst van de klimaatopwarming, de macht van de grote corporaties en de toenemende haat en polarisatie in de wereld.

Ik voel dat allemaal en realiseer me dat goed. Maar in plaats van daardoor te verlammen, moeten we ons realiseren dat onze betrokkenheid bij de wereld ertoe doet, omdat we deel uitmaken van het verbonden web dat onze samenleving vormt. Wat we denken, zeggen en doen is deel van de wereld die we creëren. Dat brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee.’

Zie: Ecologisch denker Jeremy Lent: ‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in het leven’ (VN)

The Web of Meaning | Jeremy Lent | Profile Books Ltd | Hardcover €26,00 | 528 pp. | 17 juni 2021

‘The Web of Meaning van Jeremy Lent is zowel een diepgaande persoonlijke meditatie over het menselijk bestaan ​​als een hoogstandje van historisch en hedendaags wereldwijd seculier en spiritueel denken over de diepste vraag van allemaal: waarom zijn we hier?’
(Gabor Maté M.D, auteur van In The Realm of Hungry Ghosts: Close Encounters With Addiction)

‘We moeten nu meer dan ooit uitzoeken hoe we allerlei verbindingen kunnen maken.
The Web of Meaning kan helpen bij veel van de dringende taken waarmee we worden geconfronteerd.
(Bill McKibben, auteur van Falter: Has the Human Game Begun to Play Itself Out?)

Beeld: Gert Altmann (Pixabay)

Spiritueel humanisme dat zich verweven weet met de planeet 

Totaalfilosoof William E. Connolly heeft een eigen metafysica en ethiek. Zijn werk wordt gevoed door een krachtig spiritueel engagement, waarmee hij bondgenootschappen probeert te stichten tussen mensen van goede wil, of ze nu religieus zijn of atheïst. Ze hoeven het niet eens te zijn op het gebied van de geloofsleer; belangrijker is dat ze gedreven worden door dezelfde, diepe gehechtheid aan het leven, nodig om een toekomst vol ‘tragische mogelijkheden’ een mensvriendelijk gezicht te helpen geven. 

Geloof in het leven rust in een diep gevoel van dankbaarheid voor het feit dat je er bent en bewust en creatief deel mag nemen aan het open wordingsproces van deze wereld.’
(Frits de Lange)

Connolly gelooft hartstochtelijk in de toekomst van het leven en is er eerlijk over: dat is een gelóóf. Hij vindt ervoor brede steun bij aanhangers van grote wereldgodsdiensten en inheemse culturen, bij humanisten en christenen. Geloof in het leven rust in een diep gevoel van dankbaarheid voor het feit dat je er bent en bewust en creatief deel mag nemen aan het open wordingsproces van deze wereld.’
(Frits de Lange)

Theoloog Frits de Lange is gelukkig met het feit dat Hans Alma en Caroline Suransky een bundel over de visionaire denker Connolly schreven, waarin vanuit verschillende vakgebieden de relevantie van zijn – nog steeds onvertaalde – oeuvre wordt getoond.

In een uitvoerige in- en uitleiding presenteren de redacteuren de kern van Connolly’s filosofie. Ze laten overtuigend zien hoe zijn spiritueel humanisme dat zich verweven weet met de planeet inspireert tot een verbindende politieke beweging.’
(Frits de Lange)

In dit boek onderzoeken de auteurs hoe mensen die verwevenheid creatief kunnen inzetten om te komen tot goed (samen)leven op planetair niveau.

Het moderne paradigma van de autonome mens die de wereld naar zijn hand kan zetten, maakt daarbij plaats voor een paradigma van partnerschap in de context van complexe ecosystemen. Hoe kunnen wij zinvol en rechtvaardig participeren in een dynamische wereld waarin grote verschuivingen plaatsvinden waarover de mens maar zeer ten dele controle heeft?’ 
(Uit: VERWEVENHEID, Essays over een verbindend humanisme)

Volgens De Lange komt Connolly tot een nieuwe kosmologie, waarvan de omtrekken er ongeveer zo uit zien: het universum kun je zien als een veelheid van krachtenvelden die zichzelf met verschillende snelheden organiseren.

Klimaatpatronen, warme golfstromen, de evolutie van soorten, tektonische aardplaten, tornado’s zijn zulke krachtenvelden. Maar ook het neoliberale kapitalisme is er een. Omdat ze elk hun eigen zelf-organiserend vermogen hebben en hun eigen tijdsschaal hanteren kunnen ze elkaar behoorlijk dwars zitten.
We merken het aan tsunami’s, bosbranden, aardbevingen en overstromingen: er bestaat geen centrale regie die zorgt dat krachtenvelden niet botsen. Asteroïden, gletsjers, rivieren, mensen en eendagsvliegjes: ze hebben elk hun eigen snelheid waarin ze hun weg zoeken, opgaan, blinken en verzinken.’
(Frits de Lange)

De vraag is hoe wij zinvol en rechtvaardig kunnen participeren in een dynamische wereld. Een wereld waarin grote verschuivingen plaatsvinden waarover de mens maar zeer ten dele controle heeft.

Verbindend humanisme gaat er van uit dat mensen hun kwaliteiten zinvol kunnen inbrengen wanneer zij hun superioriteitsaanspraken opgeven en ruimte maken voor de ander in diens unieke waarde (of het daarbij nu om een mens, dier, plant of ding gaat). Creativiteit en verbeelding spelen daarbij een centrale rol.’
(Uit: VERWEVENHEID, Essays over een verbindend humanisme)

Zie: William E. Connolly – politiek filosoof van het Antropoceen (Frits de Lange)

VERWEVENHEID, Essays over een verbindend humanisme | Hoogleraar geestelijke zorg en religieus-humanistische zingeving aan de Vrije Universiteit Amsterdam Hans Alma, en universitair hoofddocent en opleidingscoördinator van de Graduate School aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht Caroline Suransky.

Beeld: ecoone.org
Update 10 12 2024: Lay-out, links

Al-Ghazali, inspiratiebron voor miljoenen moslims

De bevlogen middeleeuwse denker Al-Ghazali is nog altijd een bron van inspiratie voor miljoenen moslims. In Verlost van onzin komt Al-Ghazali zelf aan het woord, in de toegankelijke vertaling van Al-Ghazali’s autobiografie. Hij wordt gewaardeerd om de manier waarop hij filosofie, theologie en mystiek samenbrengt. De lancering van het boek is 20 september 2021 in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Verlost van onzin biedt een fascinerende kennismaking met het islamitisch denken dat ontstond in de gouden eeuwen van de islam.

‘De onenigheid onder mensen is een diepe oceaan waarin de meeste mensen verdrinken en waaruit slechts enkelen gered worden.’
(Al-Ghazali)

Ook in de westerse literatuur duikt de naam van Al-Ghazali geregeld op: bij filosofen als Bertrand Russell en Nicholas Taleb en in de boeken van Salman Rushdie en Dan Brown. Daarin wordt hij eensgezind aangewezen als een strenge dogmaticus.
Wie was deze Al-Ghazali en waar komt zijn reputatie vandaan? Kan het echt zo zijn dat hij het einde van het vrije denken in de islam inluidde? In dit boek wordt – onder veel meer – beschreven hoe het mogelijk is dat iemand die binnen zijn eigen traditie tot de grootste denkers wordt gerekend, in het Europese denken zo’n beroerde reputatie heeft gekregen.

De onenigheid onder mensen is een diepe oceaan waarin de meeste mensen verdrinken en waaruit slechts enkelen gered worden.’
(Al-Ghazali)

Aan het woord is theoloog, filosoof en later mysticus Al-Ghazali, die zijn leven wijdde aan God. Een van de grootste denkers uit de geschiedenis. Zijn hele leven heeft Al-Ghazali een brandend verlangen gehad om de wereld om zich heen te begrijpen. Maar El-Ghazali wist ook wat wij vandaag weten: het valt niet mee om de wereld te begrijpen. En daar komt bij dat er altijd méér te weten valt, méér te begrijpen, méér te onderzoeken, zo leert Verlost van onzin.

Sinds de bloei van mijn jeugd stort ik mij in het getier van deze diepe oceaan. Ik waag mij dapper in de diepe wateren, zonder al te bang en voorzichtig te zijn. Ik dring door tot elke onduidelijkheid, stuit op elk probleem, en dring aan op elke moeilijkheid.’
(Al-Ghazali)

Verlost van onzin is een toegankelijke en vlotte vertaling van een beroemd werk uit de islamitische filosofie: de autobiografie van Abu Hamid Al-Ghazali (1058‑1111). Het werk is vertaald door dr. Cornelis van Lit, onderzoeker op het gebied laatmiddeleeuwse ontwikkelingen in filosofie en theologie van de islamitische beschaving, en filosoof, theoloog en docent islamitische filosofie Gerko Tempelman.

Al-Ghazali geloofde dat de waarheid wáár is en één is, ongeacht of je die tegenkomt via een spiritueel inzicht of via een rationele overweging, in de Koran of in de wetenschap.

Als iets waar is, is het waar, en alles wat waar is, is consistent met zichzelf. Dit verklaart waarom Al-Ghazali in Verlost van onzin filosofische overwegingen moeiteloos afwisselt met citaten uit de belangrijkste bronnen van de islam: de Koran en de Tradities (de overgeleverde uitspraken en gedragingen van Mohammed, de profeet van de islam). Dat betekent echter niet dat verschillende wegen hetzelfde of zelfs maar inwisselbaar zijn, zo benadrukt Ghazali voortdurend in zijn werk. Maar verschillende wegen kunnen wel naar dezelfde conclusie leiden.’
(Uit: Verlost van onzin)

Verlost van onzin | Abu Hamid Al-Ghazali | Vertaling: Cornelis van Lit en Gerko Tempelman | Boom uitgevers | ISBN: 9789024438297 | Tijdelijk € 20,00 | ‘Al-Ghazali zet zichzelf in zijn boek neer als een twijfelende zoeker en allesbehalve de dogmatische betweter zoals hij zo vaak wordt geportretteerd.’ (Gerko Tempelman)

*** Boeklancering: De belangrijkste moslim na Mohammed – 20 september:  Openbare Bibliotheek Amsterdam – 20 uur – Gratis toegang | Ter gelegenheid van de verschijning van Verlost van onzin organiseren de Volksuniversiteit en de OBA organiseren een inhoudelijke boeklancering, met bijdragen van Alaeddine Touhami (Huis van Vrede), Kamel Essabane (Fahm instituut), Rinse Kruithof (Boom Filosofie) en van de vertalers en inleiders Cornelis van Lit en Gerko Tempelman. Het boek Verlost van onzin is voor een speciale kortingsprijs te verkrijgen. (info en tickets) ***

*** Cursus: Op 4 november begint een 4-delige cursus over Verlost van onzin – door Gerko Tempelman, in Amsterdam. ***

Beeld: Imam Al-Ghazali (yenihaberden.com)
Update 14012025

Met zen de christelijke mystiek herontdekken

Mysticus Thomas Merton wil in Zen en de gretige vogels laten zien dat er analogieën zijn tussen zen en vormen van christelijke mystiek en dat het christendom hiervan kan leren. Dit boek verschijnt op 14 september in een nieuwe Nederlandse vertaling. ‘Op de achtergrond geraakte wijsheid uit de eigen traditie kan je herontdekken, met name de mystieke traditie,’ aldus vertaler Willy Eurlings in het voorwoord. (Zen and the birds of appetite verscheen in 1968; een Nederlandse vertaling daarvan als Zen, wijsheid en leegte in 1973.)

Zen, wijsheid en leegheid verscheen in een tijd dat er bij veel christenen veel wantrouwen bestond tegenover het boeddhisme, en dat vaak van nihilisme werd beticht, vertelt Eurlings. Dit veranderde in de jaren ’70 en ’80, toen steeds meer mensen in oosterse religies geïnteresseerd raakten.

Monnik, trappist, vredesactivist en interreligieus bewogen zoeker Merton onderzoekt, vaak in samenspraak met zenmeester D.T. Suzuki, de rationele ongerijmdheden van zen. Met Japanse kunst en filosofie, de geschriften van woestijnvaders, Augustinus, Eckhart en anderen, verkent hij overeenkomsten en verschillen tussen christelijke mystiek en zen.

Regelmatig worden de woestijnvaders genoemd en ook namen als Augustinus, Cassianus, Gregorius van Nyssa, PseudoDionysius, Johannes Scotus Erigena, Eckhart en Ruusbroec passeren de revue.’
(Uit: Zen en de gretige vogels)

Verwijzend naar analogieën tussen zen en christelijke mystiek laat Merton zien dat zen ons kan helpen om ons christelijk geloof veel meer te zien als een levende ervaring.

Merton is ervan overtuigd dat zen ons kan helpen om ons christelijk geloof veel meer als een levende ervaring te zien. De nadruk op de leer speelt in de geloofsbeleving van katholieken zo’n overheersende rol dat die aandacht voor de ervaringskant van religie vaak ondersneeuwt. Zen kan ons leren verder te gaan dan de formulering van het geloof, niet om deze te verwerpen, maar om tot grotere innerlijke diepte te komen.’
(Uit: Zen en de gretige vogels)

Om een antwoord te vinden op het oude mysterie van het transcendente ‘zelf’ van de mens richtte Merton de blik naar Azië, schrijft Trouw. ‘Daar houdt men zich al eeuwen bezig met het mysterie van de ‘niemand’ die door mede-lijden, zuivere liefde en nederigheid het eigen individu ondergeschikt maakt aan het geheel en zo verenigd is met alles’.

We hebben geen westerling gevonden die zo’n inzicht had in de moeilijke wijsheid van het Oosten als hij. Merton kwam niet, als veel westerlingen, om ons te vertellen hoe de zaken er hier voorstonden. Hij kwam om te luisteren en te leren. Zonder zijn christelijke wortels te verloochenen, was hij een der eersten die inzag dat kennisneming van de oosterse spiritualiteit die van het westen kon verrijken.
(Uitspraak Dalai Lama, zenmeesters en boeddhisten over Merton – Trouw)

Zen en de gretige vogels | Thomas Merton | ISBN: 9789463403061 | Prijs: € 19,90 | 216 pagina’s | Uitgeverij: Damon | Verschijnt 14 september 2021 | ‘Het is ongelooflijk hoe weinig van zijn sociaalkritische en religieuze ideeën achterhaald blijken. Ook de jeugd kan bij hem nog veel van haar gading vinden. Er zijn maar weinig moderne schrijvers die zo helder en toch zo diep over zingevingsvragen schrijven als hij.’ (Ton Crijnen in Trouw)

N.B. In het Limburgse Steyl vindt van 15 tot 17 oktober 2021 het Merton-weekend plaats. Theoloog, filosoof en sociaal activist Jonas Slaats (nieuwste boek: Religie herzien) is gastspreker rondom het thema Religie: tussen mythe en werkelijkheid.

Beeld: Zengebaar, biddende handen, namaste (dxoptical.com)

Jezus als het authentieke gezicht van de liefde

Theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann schreef een Marcus-commentaar: Wegen naar menselijkheid. Deze zielzorger brengt psychologie en theologie met elkaar in verbinding via een symbolische uitleg van de Bijbelverhalen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes interviewde hem. Onder meer over zijn Marcus-commentaar (nu vertaald in het Nederlands), waar ik in dit blog op focus. Drewermann presenteert Jezus hierin als het authentieke gezicht van de liefde: hij toont compassie met menselijk lijden en bevrijdt van angst.

D
e Duitse theoloog maakt bij zijn uitleg volop gebruik van inzichten uit de dieptepsychologie, de filosofie, andere religies en zijn eigen therapeutische praktijk als psychoanalyticus. Drewermann stelt in zijn boek Wegen naar menselijkheid dat we ons gedragen naar de mate waarin we onszelf gevonden hebben. Hij zegt dat Plato gelijk had: iedere mens draagt een bepaald idee in zich mee, een innerlijke waarheid die hij gedurende zijn leven moet uitvogelen.

Dat kan een mens alleen als hij iemand ontmoet die vanuit liefde meer in hem gelooft dan hij in zijn eentje gedurende zijn leven had kunnen leren. Wanneer men een mens liefheeft, lossen verwarring op, verhulling en vervreemding in het wezen van de ander. Iedere dag neem je een stuk meer van zijn of haar ware innerlijke schoonheid waar, van het eigenlijke zelf. Dat is de weg der menselijkheid die we zouden moeten gaan.’

Volgens Drewermann kunnen we door liefde de angst voor anderen overwinnen, het gevoel niet goed genoeg te zijn, de innerlijke aanpassingsdwang aan uiterlijke normen.

En als we meer we in de waarheid van anderen geloven, die versterken en levend maken, dan gaan we op de weg van Jezus op de weg waarvoor God ons volgens de Bijbel geschapen heeft: terug naar het paradijs. De man van Nazareth neemt ons aan de hand mee terug naar de boom die in het midden van de Tuin uit Genesis staat en die zijn takken uitspreidt over een wereld vol vertrouwen en geborgenheid. Dat is een leerweg en het is een moeilijke weg. Vandaar al die verhalen over hoe Jezus zieken heelt, in discussie gaat met tegenstanders en aanklagers.’

Heel het Marcusevangelie is betrokken op de vraag naar zijn of niet te zijn, stelt de theoloog, want als we alleen maar bang zijn dat ons iets kan overkomen, dan houden we meteen op de waarheid te leven die in ons ligt. 

Dan passen we ons aan, vluchten we, vluchten we ook voor onszelf, dan leven we niet meer op de juiste manier, maar passen we ons aan uit louter overlevingsdrang. Daar gaat het hele Marcusevangelie zoals ik dat begrijp lijnrecht tegenin.’

Drewermann kwam iedere keer weer mensen tegen die vertelden hoe ze vanuit de religie van hun kindertijd door angst gebonden zijn. Vandaag gaat het erom, zegt hij, dat we aan de hand van Jezus leren zo in God te geloven dat men van al deze manieren waarop mensen elkaar vastleggen, elkaar tot slaaf maken, bevrijd wordt.

De auteur van het Marcus-commentaar stelt dat wij moeten leven wat Jezus ons gezegd heeft, en dan is alles wat de kerk zegt secundair: in de geschiedenis is het christelijk geloof misvormd, met name de katholieke kerk met haar leer dat ze de voortlevende Christus is en dat we dus naar haar moeten luisteren om te begrijpen wat Jezus gezegd heeft. 

Daarom hecht ik ook zo aan de interpretatie van de evangeliën, zoals het Marcusevangelie. Jezus wordt bijvoorbeeld gevraagd wat je onder ‘groot’ moet verstaan als het over mensen gaat. Natuurlijk zijn we dan geneigd om te denken aan mensen die macht uitoefenen, aan een mens die de ander ontzag inboezemt, die geld verzamelt, rijk genoeg is, wie in het middelpunt staat. Dat is een groot mens. Toch? In de ogen van Jezus is dat volledig fout. Wie bij hem groot wil zijn, moet een dienaar van allen worden.’

Wegen naar menselijkheid – Dieptepsychologische lezing van het Marcus-evangelie | Eugen Drewermann | Skandalon Uitgeverij B.V. | Hardcover | 9789492183989 | Druk: 1 | oktober 2020 | 1400 pagina’s | € 99,50  

Lees hier het volledige, uitgebreide interview: Interview met Eugen Drewermann (Taede A. Smedes)

Beeld: ontdekgod.nl

‘De mens overstijgt de evolutie’

Charles Darwin schreef ooit: ‘Wanneer wordt aangetoond dat er een complex orgaan bestaat dat niet kan zijn gevormd door vele, kleine, opeenvolgende veranderingen, dan valt mijn theorie in duigen’. Dat moment lijkt nu aangebroken te zijn volgens wetenschapper Gregg Braden, zoals hij stelt in zijn boek De mens als ontwerp. Volgens de auteur lijken steeds meer bewijzen aan te geven dat we meer zijn dan het product van willekeurige mutaties en een toevallige biologische samenstelling.

‘De ontdekking dat we het product zijn van iets wat de evolutie overstijgt – hoogstwaarschijnlijk een bewuste en intelligente scheppingsdaad – is misschien wel alles wat nodig is om ons in een nieuwe, eerlijke en gezonde richting te sturen wat betreft het verhaal over ons mensen.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Sanne Broekhuis (AnkhHermes), liefhebber van taal, oosterse filosofie en natuur, en grenzeloos nieuwsgierig naar alles wat voorbij de waan van de dag ligt, las dit boek over de mens. Het presenteert een radicaal andere zienswijze en omzeilt het vastgeroeste, onverwoestbare 19e-eeuwse evolutieverhaal. ‘De onjuistheden en onverklaarbaarheden in Darwins theorie zijn niet langer te negeren’.

We zijn niet slechts het resultaat van een toevallige samenloop van biologische omstandigheden, maar ‘ontworpen’ vanuit een diepere intelligentie. Pas als we dit inzien en aanvaarden, kunnen we onze buitengewone vermogens als empathie, intuïtie en zelfgenezing inzetten voor al het leven om ons heen. De principes van strijd en competitie maken dan plaats voor een samenleving gestoeld op samenwerking en mededogen.’
(Sanne Broekhuis, AnkhHermes)

Braden zegt in zijn boek dat als we eerlijk tegen onszelf zijn en erkennen dat de wereld verandert, het niet meer dan logisch is dat ons verhaal mee verandert.

Naar alle waarschijnlijkheid zal het nieuwe verhaal over de mens een mengeling zijn van reeds bestaande theorieën. Deze weven samen een nieuw wandkleed, een indrukwekkende kroniek, die een buitengewoon en episch verleden beschrijft . Dit nieuwe verhaal zal ook dat deel van onze geschiedenis omvatten dat door de afzonderlijke, reeds bestaande theorieën nog niet verklaard kan worden.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Omdat we zo overtuigd zijn van de evolutietheorie, aldus Braden, laten we ons hierdoor leiden bij het nemen van beslissingen, en dus verkiezen we onderlinge competitie en krachtig optreden boven samenwerken en mededogen.

We blijven – om er iets uit te lichten – maar proberen om rassenkwesties, religieuze problemen en zaken rondom seksuele diversiteit op te lossen met een verouderde manier van denken over competitie en het survival of the strongest-idee, twee sleutelgedachten uit de evolutietheorie.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Volgens Broekhuis kunnen de thema’s die Braden aanhaalt op het eerste gezicht los van elkaar lijken te staan, maar dragen stuk voor stuk bij aan een nieuw verhaal over wie we zijn als mens: geen toevallig geëvolueerde schepsels voortgekomen uit een strijd om het recht van de sterkste, maar het doelbewuste product van een diepe intelligentie.

Het waarom hoeft misschien niet beantwoord; de kwaliteiten van ons hart – mededogen, wijsheid, intuïtie en zelfgenezing – herinneren ons eraan dat we voor méér bedoeld zijn dan enkel overleven.’
(Sanne Broekhuis, AnkhHermes)

Zie: Geen evolutie volgens Gregg Braden, maar intelligente transformatie

De mens als ontwerp | ISBN: 9789020214819 | 256 pagina’s | 07-08-2018 | € 25,00 | E-book: € 12,99 | ‘Gregg Braden is een zeldzame mix van wetenschapper, visionair en geleerde met het vermogen om tot onze geest te spreken, terwijl hij de wijsheid van ons hart raakt’. (Deepak Chopra)

Beeld: DNA – Wageningen University & Research

Gregg Braden
is vijfvoudig New York Times-bestsellerauteur, wetenschapper, internationaal pedagoog en staat bekend als een pionier in het opkomende paradigma gebaseerd op wetenschap, sociaal beleid en menselijk potentieel.

‘Het zo-zijn van dit moment’, en dan?

Boeddha spreekt over ‘het zo-zijn van dit moment’, en wanneer je daar wrevel of onvrede bij voelt, ben je (een beetje of erg) ongelukkig. De eerste stap is daarom altijd ‘ja’ zeggen tegen hoe-het-nu-eenmaal-op-dit-moment-al-is. Ook al heb je kiespijn of speelt de buurman weer saxofoon. – Psycholoog Vincent Duindam is op zoek naar de bron. Spiritueel leven vanuit je innerlijke bron, hoe doe je dat? Hij gaat op die centrale vraag in en geeft tot slot tien tips als medereiziger op de spirituele weg. ‘Begin altijd met ‘ja’ zeggen tegen ‘zoals-het-op-dit-moment’ nu eenmaal al is.’

Het is een heel mooi idee dat er diep in ons een bron is, licht, misschien wel God. Maar hoe kom je daar? Hoe maak je er contact mee? Wat moet je doen? Hoe kom je dan bij die bron?’

‘Onvoorwaardelijk ja’ zeggen
Onze eerste reactie is volgens Duindam vaak: Oké, contact met die bron, dat wil ik graag, maar nu heb ik duidelijk geen contact. Wat moet ik dan doen om straks, morgen, later misschien wél dat contact te hebben? Paradoxaal genoeg is het juist die manier van denken, die mindset van ‘op zoek gaan’, die voorkomt dat je vindt.

Dus mijn eerste antwoord zou zijn: ga niet ‘op zoek naar die bron’, want dan ben je op zoek en vind je niet. Het voelt tegen-intuïtief, maar de eerste stap is een ‘onvoorwaardelijk ja’ zeggen tegen de vorm die dit moment aanneemt. Ook als die vorm niet optimaal is, wat natuurlijk vaak het geval is. Misschien wacht je op een diagnose, misschien heb je ruzie met je partner, lekt je huis. Of wat er ook is – er is altijd wel wat.’

Duindam geeft in zijn artikel Op zoek naar de bron concrete voorbeelden, deels uit zijn eigen leven. Maar ook christendom, boeddhisme, hindoeïsme en islam komen langs. En een rabbi. Ten slotte geeft hij een top 10 met tips, ook al neemt dat het risico met zich mee dat ze zonder context al gauw op ‘tegeltjeswijsheden’ lijken.

De psycholoog zegt ook dat je beter niet gaat zitten wachten op een beter moment in de toekomst.

Stel je leven niet uit tot alles misschien ooit oké is. Als je vizier niet goed staat (niet op het NU gericht), mis je je/het hele leven. Dan ben je altijd met het verleden of de toekomst bezig en heb je niet echt geleefd als je straks honderd bent …’

Maar hoe dan?
Over het ‘maar hoe dan’ gaat het lange maar inspirerende artikel bij de Bezieling. Duindam verwijst, behalve naar de Amerikaanse spirituele leraar Adyashanti, de Bhagava Gītā, Meister Eckhart en Roemi, onder meer ook naar een van de meest geliefde en inspirerende spiritueel leraren van dit moment, Eckhart Tolle. ‘Allow this moment to be’, zegt deze leraar:

Als je geen ‘goede relatie’ hebt met ‘nu’, heb je ruzie met het leven zelf, dat zich altijd en uitsluitend op dit moment afspeelt. Dan ben je zelf dus actief de kwaliteit van je leven aan het verminderen.
Als je écht ‘ja’ zegt, kom je aan in ‘het nu’, ontspant je lichaam zich, zie je je omgeving veel beter. Je ziet meer, hoort meer, ruikt meer. Je bent meer aanwezig, minder in gedachten verzonken of verdwaald. Er komt ruimte, creativiteit.’

Zie: Op zoek naar de bron (de Bezieling)
Foto: PD (Heempark Heimanshof, Zuiderpark, Den Haag)

Een bezielde zomer gewenst, en – Deo volente – tot blogs op 1 september!

‘De mens is slechts een geëvolueerde aap’

De opvatting dat de mens centraal staat, blijkt diep geworteld in het christendom, stelt ‘Jonge Denker’ Liselot Fetter. Het werd een belangrijke basis van het westerse denken. Volgens de Bijbel heeft God eerst de mens en daarna alle andere dieren geschapen, waarbij de mens een superieur wezen is. Het is voor Fetter duidelijk dat we natuur nodig hebben, maar zij vraagt zich af wat de wenselijke verhouding is tussen mens en natuur. ‘De moderne mens is een wezen dat gedreven wordt door economisch gewin en materialisme’.

Descartes
F
etter schreef het essay Kom uit je bubbel in iFilosofie, het tijdschrift van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Zij stelt dat de mens zichzelf centraal zet sinds Descartes’ Cogito ergo sum: mijn bewustzijn, het subject, staat tegenover al het andere, het object. Oftewel, ik sta als individu tegenover de rest van de wereld: een antropocentrische benadering, waarbij de natuur in dienst staat van de mens. De opvatting dat de mens centraal staat, blijkt dus ook diep geworteld in het christendom, dat een belangrijke basis is van het westerse denken.

De natuur staat volgens de Bijbel in dienst van de mens. Dankzij de evolutietheorie zijn we inmiddels tot het inzicht gekomen dat de mens slechts een geëvolueerde aap is. Bovendien bestond de aarde al miljoenen jaren voordat de mens zijn intrede deed. We zijn slechts een hoofdstuk in een dik boek. Toch maken we ons nog steeds schuldig aan het subject-objectdenken van Descartes, waarin de mens centraal staat.’

Een hoog ecologisch prijskaartje
D
e antropocentrische benadering is de oorzaak van ons huidige consumptiegedrag, zegt Fetter. De moderne mens is een wezen dat gedreven wordt door economisch gewin en materialisme. Bruno Latour noemt dit consumptiegedrag transactionalisme. Als voorbeeld neemt Fetter een shirtje van 5 euro, dat een koopje lijkt, maar waar  een hoog ecologisch prijskaartje aanhangt.

Wanneer je in rekening neemt dat voor de productie van één shirtje 2700 liter water is verbruikt, chemicaliën onnodig in het milieu zijn gedumpt en mensenrechten worden geschonden, zou je het shirtje dan nog steeds kopen?’


Liselot Fetter, een van de Jonge Denkers des Vaderlands 2020

Transactionalisme
Met je gezonde verstand kun je bedenken dat dit een slechte deal is, concludeert de Jonge Denker, en toch blijven we met z’n allen meer kleding kopen.

Op dit moment heeft transactionalisme ertoe geleid dat we in de grootste ecologische crisis ooit terecht zijn gekomen, die de mens met uitsterven bedreigt. De longen van de aarde staan in brand. Het zeeniveau stijgt. Koraalriffen gaan dood. Oogsten mislukken door toenemende droogte. Het aantal natuurrampen neemt toe. Kortom, de aarde is niet langer een stabiele woonplaats voor de mens.’

Ecocentrische benadering noodzakelijk
Fetter ziet in de toekomst door bewustwording wel een omslag plaatsvinden. Onze antropocentrische denkwijze moet omvergegooid worden. Een ecocentrische benadering is noodzakelijk: hierbij wordt ervan uitgegaan dat de natuur onafhankelijk van de mens bestaat en dus een intrinsieke waarde heeft. We zien onszelf niet als onderdeel van de natuur, aldus Fetter. Toch moeten we de aarde weer gaan zien als een systeem waar we als mensen deel van uitmaken. Als mensheid staan we voor een grote uitdaging, namelijk het behouden van de natuur, zodat de aarde voor volgende generaties nog bewoonbaar is.

‘Klimaatverandering kent geen grenzen. In de toekomst zal de klimaatcrisis in de geschiedenisboeken staan als de grootste crisis die de mensheid ooit gekend heeft, met dit moment als keerpunt. Er zal met afschuw worden gekeken naar ons niet handelen. Het versterkte broeikaseffect is al een decennium lang bekend. Toch staat het bestrijden van klimaatverandering nog steeds niet overal op de agenda.’

Zie: De Jonge Denkers – iFilosofie 56, Kom uit je bubbel – ‘We zitten in een bubbel die ons beschermt tegen de onvoorspelbaarheid van de natuur. Dus: kom uit je bubbel!’ (Liselot Fetter, een van de zeven Jonge Denkers des Vaderlands 2020, Gymnasium Haganum, Den Haag)

Beeld: Lothar Dieterich (Pixabay)

Foto: Liselot Fetter (Gymnasium Haganum )