‘De denker is altijd religieus’

De denker is altijd religieus, omdat die niet kan denken op een filosofische manier zonder contact te hebben met het wonder van betekenis. Maar de denker kan heel goed denken, zonder gelovig te zijn in termen van een christelijke dogmatiek. – Met de zichzelf ‘in zekere zin’ als een gelovige beschouwende Denker des Vaderlands Paul van Tongeren, heeft Soφie een interview over ‘betekenis’ als kernwoord van de filosofie en de verhouding tussen filosofie en religie. ‘Het wonder van betekenis’ is het punt waarop religie en filosofie elkaar raken.

‘Een filosofische vraag is per definitie een vraag naar betekenis’
(Paul van Tongeren)

Het wonderlijke dat de werkelijkheid voor ons altijd al betekenisvol is, wordt in de religie uitgelegd in rituelen, praktijken, gebeden en theologische theorieën. Datzelfde wonderlijke gegeven wordt in de filosofie geuit en uitgelegd in de vragende houding. Wat is dat eigenlijk, ‘natuur’, of wat is nu eigenlijk ‘mens-zijn’ of ‘menswaardig zijn’. Die vragende en onderzoekende houding, dat is de filosofische houding ten opzichte van betekenis. Terwijl de aanbiddende, vererende cultiverende praktijk de religieuze uitwerking ervan is.’

Op de vraag wanneer de relatie tussen religie en filosofie problematisch wordt, zegt Van Tongeren dat het lastig wordt op het moment dat religie een heel bepaalde vorm krijgt, bijvoorbeeld de christelijke religie of de reformatorische interpretatie van het christendom.

Paul van Tongeren schreef Het wonder van betekenis, Hierin zegt hij dat een van de problemen van spreken over het wonder is dat het door die term onmiddellijk religieus gaat klinken.

Een wonder is nu eenmaal iets dat de wetenschap niet, of niet helemaal, kan verklaren. Ik vind dat niet zo erg trouwens, die religieuze bijklank. Het is zelfs een beetje mijn bedoeling die associatie te wekken. (…) Ik ga in tegen seculariserende stemmen die wat er nog van godsdienst rest in onze samenleving willen wegpoetsen, inclusief zelfs maar de herinnering eraan, alsof het de laatste restjes middeleeuwse achterlijkheid betreft. Zo van: dat hebben we nou gehad, nu kunnen eindelijk redelijk gaan denken.’
(Uit: Het wonder van betekenis)

De auteur gaat op zoek naar geluk en wijsheid. En zegt dat ons denken uitgedaagd wordt door het grootste wonder dat er is: dat er betekenis bestaat. Dat wij niet anders kunnen dan betekenis zien, horen, voelen, ruiken, kennen. Die betekenis is er niet zonder ons. Wat zou er überhaupt kunnen zijn zonder ons?

De filosoof hoeft niet zijn eigen geloofspraktijk tussen haakjes te zetten. Laat ik zeggen hoe het voor mij is: ik beschouw mijzelf in zekere zin als een gelovige. Ik kan niet anders dan zeggen ‘in zekere zin’, vanwege wat volgt. Dat zet ik niet tussen haakjes als ik denk. Maar dat neemt niet weg dat ik denkend kan zeggen: God is een naam die we geven aan een soort knooppunt van betekenis en betekenisgeving. Terwijl ik in de kerk een gebed kan uitspreken, waarin ik God zeg, maar dan op een andere manier’

Er is een zekere gespletenheid in mij, zegt Van Tongeren, als hij zichzelf een filosoof en ook een gelovige noemt. Niet omdat hij niet beide tegelijkertijd kan zijn, maar omdat hij een andere taal in de kerk spreekt dan achter zijn bureau.

Dat leidt tot het volgende soort paradoxale uitspraken: ik kan bidden tot God en tegelijkertijd zeggen dat ik helemaal niet weet wat dat betekent. Hoe ik die twee bij elkaar krijg? Daar heb ik eerlijk gezegd niet zoveel moeite mee.’

Als bepaalde betekenissen in onze cultuur zo sterk door een bepaalde religieuze praktijk gevormd zijn, dat we ze eigenlijk daarvan niet meer los kunnen maken – dankbaarheid bijvoorbeeld – dan dreigt er iets verloren te gaan, aldus de denker.

Niet de religieuze praktijk waarbinnen die betekenis gestaan heeft, maar die betekenisnotie zelf. Als wij de ervaring van dankbaarheid verliezen, omdat we die niet meer kunnen verstaan in termen van een bepaalde religie, dan ga ik niet die religie verdedigen, maar dan ga ik proberen de dankbaarheid te redden. Als filosoof probeer ik namelijk iedereen aan te spreken, niet alleen een religieus smaldeel.’


Friedrich Wilhelm Nietzsche

Over zijn relatie met het werk van Friedrich Nietzsche zegt Van Tongeren dat Nietzsche uitdrukkelijk het gevecht aangaat met religie, maar tegelijkertijd een merkwaardig soort van affiniteit met religie ziet. Hij houdt zich veel bezig met Also sprach Zarathustra. Dat werk ziet hij door en door verweven met religieuze en vooral Bijbelse literatuur.

In een ander werk, De antichrist, staat een lofzang op de Jezusfiguur. Tegelijkertijd is er een enorme haat. Natuurlijk geeft dat een spanning, maar dat is wat Nietzsche voor mij aantrekkelijk maakt. Het is iemand die je voortdurend weer wakker schudt, irriteert en prikkelt. Ik kan die spanning tussen Nietzsche en mijn religieus-zijn absoluut niet wegnemen. Maar daar heb ik ook helemaal geen behoefte aan. Dat hoort erbij.’

Bron: Betekenis als het hart van de filosofie (Soφie)
Beeld: Tim Dirven, Museum Leuven, De Morgen (B)
Beeld Nietzsche: Filosofie Magazine

Het wonder van betekenis | Marc van Dijk – Paul van Tongeren | Boom Filosofie | € 17,50 | E-book € 14,90

►Tip!
De Ongelooflijke Podcast 8 januari 2023, #122: ‘God is dood’, zei Nietzsche. Heeft hij een punt? – met Denker des Vaderlands Paul van Tongeren en theoloog Stefan Paas.

‘Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Uit: GodenEnMensen: Friedrich Nietzsche, De dolle mens – vertaald door Pé Hawinkels)

De ziel en ‘iets daarbuiten’ verenigen

Mystiek, dat is streven naar contact met iets buiten jezelf, met het hogere. Van oudsher verbonden met religie; het hogere is het goddelijke. Niet alleen in het christendom. Joden noemen het kabbala en het soefisme is een islamitische vorm van mystiek. – Dit zegt Geurt Franzen in zijn artikel Mystiek in de kunst, in het FD. Het klinkt geheimzinnig en religieus. ‘Maar het is ook een esthetische ervaring. Dat toont ons het werk van hedendaagse kunstenaars, in onder andere het Limburgs Museum, in Venlo’. ‘Twee ervaringen van mystiek komen samen: de religieuze en de esthetische’.

’Kom en zie wat Mystiek met jou doet.’
(Limburgs Museum)

De tentoonstelling Mystiek – Rituelen. Verstilling. Extase. laat je zien hoe de mens al eeuwenlang probeert de alledaagse werkelijkheid te ontstijgen. Door gebed en meditatie, door rozenkransen, muziek, geuren en yogaposes, door pelgrimstochten, bedwelmende dans en drank of drugs: we blijven hopen op ‘meer’. In Mystiek loop je door drie ruimtes die elk met een eigen sfeer de zintuigen prikkelen. Van rituelen via verstilling naar extase.’
(Limburgs Museum)


Caspar David Friedrich – Der wanderer über dem Nebelmeer

In het Limburgs Museum vindt een tentoonstelling plaats rondom het thema mystiek. Daar ontdek je dat het religieuze onderwerp ook vandaag de dag nog een thema is, dat ook niet-religieuze kunstenaars aanspreekt en hen inspireert.’
(Geurt Franzen)

Nu vooral in het Westen het religieuze leven een neergang doormaakt, zegt Franzen, zou je verwachten dat ook het verlangen naar een mystieke ervaring is verdwenen. Maar de behoefte van de mens om ziel en ‘iets daarbuiten’ te verenigen is, nu zingeving en spiritualiteit in de plaats van religie zijn gekomen, niet minder geworden.

Een niet-religieuze vorm van mystiek bestaat al langer; die manifesteerde zich met name in de beeldende kunst vanaf de 19de eeuw. De religieuze ervaring is sindsdien vaak ingeruild voor een esthetische. Overvallen worden door een voorwerp van schoonheid, je klein voelen in een onherbergzaam berglandschap: mensen ervoeren dat als een nieuwe vorm van mystiek en kunstenaars wisten dat gevoel op te roepen. Een moment, hoe kort ook, van buiten jezelf treden, van overdonderd zijn door een natuurbeleving of een werk van grote schoonheid.’
(GF)


Vincent van Gogh – Zonsondergang te Montmartre

Mystiek kan niet zonder rituelen, zo leert de tentoonstelling: beschouw ze maar als instrumenten om contact te maken met ‘het hogere’.

Onze verre voorouders richtten grote gedenktekens op, zoals Stonehenge of Carnac, in Bretagne, waarbij ze bijeenkwamen om rituele handelingen te verrichten. Gezamenlijk beleefde rituelen brengen grote groepen mensen in extase – soms ook geholpen door psychedelische middelen – en dan is ‘contact’ met het hogere dichtbij. Maar rituelen kun je ook zien als vormen van bezwering.’
(GF)

Zie: Mystiek in de kunst (FD, december 2022, Geurt Franzen)
Beeld: Limburgs Museum – ‘My bed a raft, the room the sea, and than I laughed some gloom in me’ , (2019), Hans Op de Beeck.

Tentoonstelling Mystiek, Limburgs Museum Venlo, nog tot en met 19 maart 2023 – ‘Mystiek combineert oude religieuze kunst uit de collectie van het Limburgs Museum met het werk van toonaangevende hedendaagse kunstenaars. Zoals Wim Delvoye, Melanie Bonajo, Les Deux Garçons, Ted Noten, Rineke Dijkstra, Studio Job en Hans Op de Beeck. Allemaal benaderen zij het thema mystiek op hun eigen manier. De ene keer ingetogen, een andere keer uitbundig. Van indringende installaties die aanzetten tot zelfreflectie tot carnavalsfoto’s en filmbeelden die je laten glimlachen. Kom en zie wat Mystiek met jou doet.‘ (Limburgs Museum)


Limburgs Museum, Levin den Boer

Beeld Der Wanderer über dem Nebelmeer: (i.imgur.com)‘Caspar David Friedrich (1774-1840) was een schilder die de kijkers op die manier probeerde te raken. Hij schilderde denkbeeldige landschappen en wilde de toeschouwer confronteren met machtige natuurverschijnselen. Daarvan getuigt zijn beroemdste werk Der Wanderer über dem Nebelmeer. Hij stelde de nietige mens tegenover de grootsheid van de natuur en zijn landschappen staan bol van de symboliek.’ (Geurt Franzen, FD)

Beeld Zonsondergang te Montmartre: (vangoghmuseum.nl)‘Ook bij Vincent van Gogh (1853-1890) is de mystiek niet ver te zoeken. Bij de domineeszoon, die aanvankelijk prediker wilde worden, was een diep besef van het hogere altijd aanwezig. Als kunstschilder verlangde hij ernaar om werk te scheppen dat het goddelijke kan evenaren. Hij kon in extase raken door een zonsondergang, om daarna in een van zijn vele brieven zijn afgunst te bekennen: ‘Goddomme, hoe doet zo’n kerel of God dat!’ (Geurt Franzen, FD)

Toch die blijvende zoektocht naar God

Oppergod Zeus krijgt zojuist de cijfers van statistiekenbureau CBS onder ogen. Ook zijn tempel Olympieion trekt minder gelovigen. Tegen Hera klaagt hij: ‘De zaak der goden staat er uiterst kritiek voor en het wordt op het scherp van de snede uitgevochten of wij in de toekomst nog eer behoren te ontvangen en de eregaven behouden die wij op aarde genieten, of dat wij volledig buiten spel behoren te staan, ja zelfs helemaal niet meer in het spel voorkomen.’

‘Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk,
wil men niet navelstarend door het leven gaan.’
(Daniël De Waele)

Daniël De Waele gaat (zonder mijn CBS-fantasie) ver terug in de (ideeën)geschiedenis en kijkt ook naar de toekomst in Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God. In dit boek dat in februari 2023 uitkomt, bezint hij zich op ‘de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten’.

Godenschemering van Daniël De Waele is een theologische cultuurgeschiedenis die de evolutie van het geloof in God uitdiept in de loop der tijd. Israël ontdekte in een polytheïstische wereld de Ene God, die door de tijd heen steeds humaner werd en dichterbij kwam. Hoe is het geloof na die grote stap geëvolueerd? Hoe past het verdampen van het geloof, dat uiteindelijk eindigde in de dood van God, in deze evolutie? En welke rol heeft het bestormen van de godenbeelden gespeeld? De Waele ontwaart naast deze geloofsevolutie een andere geschiedenis: een blijvende zoektocht naar de ene God.’
(Kokboekencentrum)

Steeds minder Nederlanders rekenen zich tot een religie of levensbeschouwing blijkt uit cijfers van CBS. Ik zie dat sommige media hieruit de verkeerde conclusie trekken dat het percentage gelovigen in Nederland verder is gedaald. Wel zijn er gelovigen die het instituut kerk minder bezoeken. God is echter overal en de manier om Hem te ervaren is niet echt meer in de kerk. Die gebouwen verdwijnen dan ook in rap tempo, de gelovigen niet.

W
aarom zouden mensen plots, of langzaamaan, het geloof in de goden opgeven, vraagt De Waele zich desondanks af. Alsof ook hij het aantal gelovigen alleen maar afleest uit kerkbezoek. Hoe kan het, dat wat mensen eeuwen en eeuwenlang als vanzelfsprekend hebben aangenomen, dat uiteindelijk toch gaan betwijfelen, is desalniettemin zijn onderzoeksvraag. 

Volgens William James, Amerikaans filosoof en psycholoog, moet het ontstaan van geloof in goden altijd van psychologische aard zijn geweest. Mensen ervoeren dat de goden leiding gaven, dat zij beschermden tegen boze machten, dat zij voor vruchtbare akkers zorgden, dat zij, kortom, in het algemeen zeer nuttig waren. Als dat in later tijd veranderde, als de goden gebeden niet verhoorden of zij niet langer beantwoordden aan ondertussen gewijzigde menselijke verwachtingen, zeden of idealen, geraakten die goden in onbruik.’

De auteur zegt dat zijn boek over de belangrijke ontwikkelingen verhaalt die zich in het godsgeloof hebben voorgedaan op de lange weg doorheen de geschiedenis waarin de mens met zijn God wandelde.

Het zijn vaak ingrijpende zaken, soms zijn het dramatische omwentelingen, die zonder dat we het beseffen, ons denken en geloven (als dat er nog is) hebben vormgegeven.’

Ook over de teloorgang van het heiligdom verhaalt dit boek, van wat millennia lang de ontmoetingsplaats is geweest tussen hemel en aarde. De auteur onderzoekt eveneens welke gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël aanleiding hebben gegeven zich te beperken tot aanbidding van Jahwe alleen, en hoe Israël op de gedachte gekomen is dat er welbeschouwd toch maar één God bestaat. Een ander hoofdstuk vertelt over geweld en doodslag die door God worden bevolen:

Het feit echter dat de gelovige dit als probleem ervaart is opmerkelijk; het houdt een expliciete kritiek in op de Schrift, die toch juist voor de gelovige gezaghebbend is.’

Alles wat ons overkomt, wordt ons uit de liefderijke hand van God geschonken: zegen en straf, leven en dood, zegt de auteur. Het alternatief is een volstrekte willekeur in de gebeurtenissen van deze wereld:

Maar dat dingen zomaar, willekeurig gebeuren, dat wat je overkomt geen enkele betekenis heeft, wie kan dat verdragen?’

Drie hoofdstukken gaan specifiek over transformaties in het geloof van christenen. Ook beschrijft de auteur de Drie-eenheidsleer:

Dat is tegenwoordig geen erg populair gespreksonderwerp, maar dat is ooit anders geweest. In de 3e en 4e eeuw stortte menigeen zich in vurige controverses over hoe God precies in elkaar zat.’


Daniël De Waele

Vervolgens gaat Godenschemering in op hoe zich met name in Europa een evolutie heeft voltrokken van geloof naar ongeloof; hoe de evolutietheorieën van de Grieken en die van Darwin eruit zagen; en als God er niet meer was, wat is dan de betekenis geweest van religie in al die eeuwen die voorbij zijn gegaan; over de onvrede met het verdwijnen van God en de hunkering naar het geestelijke, naar mystiek; over mystiek buiten de kerk; over ‘onze eigen tijden’ en de hedendaagse gelovige:

Kort samengevat komt het erop neer dat die zelf wel zal uitmaken wat hij gelooft en hoe hij gelooft. Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk, wil men niet navelstarend door het leven gaan.
Tenslotte bezinnen we ons over de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten. Terwijl de vorige hoofdstukken vooral beschrijvend en informatief zijn, geef ik in dit laatste hoofdstuk ook mijn eigen, persoonlijke visie weer. Als gelovige.’

Bron: Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God (danieldewaele.com)

Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God | Daniël De Waele | KokBoekencentrum | Verschijnt 9-2-2023 | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book: € 14,99 | Dr. Daniël De Waele is leraar Protestantse Godsdienst en docent Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) te Brussel. Daarnaast is hij lid van de Leerplancommissie voor Protestants Godsdienstonderwijs in Vlaanderen.

Beeld: Het beeld van Zeus (5e eeuw v.Chr.) stelde de Griekse oppergod voor, tronend op de berg Olympus. Het beeld stond in de Dorische tempel van Olympia, waar de oorspronkelijke Olympische Spelen werden gehouden ter ere van deze god. (wereldwonderen.com)

Beeld Daniël De Waele: Berne Media

God de Vader kent vele gedaanten, van Moeder Aarde is er maar één


Ergens in de vierde eeuw na Christus bedacht Rome Het Kerstfeest. (Kerst=Christus). Een oeroud jaarfeest ter ere van een natuurverschijnsel, de zonnewende (Sol Invictus), kreeg een nieuwe betekenis opgeplakt: die van de geboorte van Jezus. – In de nieuwsbrief van NRC Future Affairs een overpeinzing van redacteur ‘Leven’ Gijsbert van Es. Het lijkt hem verfrissend onze rituelen eens tegen het licht te houden. ‘Veel van wat vernieuwend lijkt, beweegt zich in feite rondom dezelfde kern’.

‘I hope visitors to Gaia get to see the Earth as if from space;
an incredibly beautiful and precious place.
An ecosystem we urgently need to look after – our only home’

(Luke Jerram)

Als godsdienstig ritueel brandt dit feest inmiddels minder fel. De oeroude symboliek eromheen daarentegen – van samenzijn rondom ‘brandende’ bomen, in het stamverband van familie en/of vrienden – blijft intussen stevig geworteld.’

Rituelen
Dit lijkt Gijsbert van Es bemoedigend. Rituelen zijn uitingen van menselijke cultuur. Kerken, moskeeën en andere tempels staan er bol van, maar patent hierop hebben ze niet.

Het kan verfrissend zijn onze rituelen eens tegen het licht te houden. En dan niet om andere te bedenken, maar om te kijken of we oude kunnen vernieuwen. Ook dat mag vooruitgang heten.’

Steeds een nieuwe boom planten
V
an Es stelt voor kerstbomen niet langer om te hakken, binnen te zetten en daarna te verbranden.

Nee, omgekeerd: we zouden ieder jaar, midden in de winternacht, steeds een nieuwe boom kunnen planten, en stilstaan bij het levend groen dat we dan jaar na jaar zelf aan de aarde hebben toegevoegd.’

Of Kerstmis, Oud en Nieuw en Driekoningen beschouwen als één feest, als een festival dat twaalf dagen duurt. Hij noemt die twaalf ‘winter holidays, letterlijk vertaald: heilige dagen’. 

Iets vinden wat niet splijt

Een oud feest heeft volgens hem een nieuw verhaal nodig, wil het aanslaan – en zeker om er betekenisvolle holidays van te maken.

Eén God kan hierbij moeilijk behulpzaam zijn. De wereld telt al genoeg monotheïstische godsdiensten, die hun monopolie opeisen als het ware geloof. Natuurlijk, vrijheid van godsdienst behoort tot de fundamentele rechten van de mens. Maar valt er, naast dit goddelijke pantheon, ook iets te vinden wat niet splijt?’

Gaia
Op zoek naar het goud. We zitten erbovenop! De aarde. Van Es stelt voor dat we onze planeet weer als heilig beschouwen, en vooral: behandelen. De twaalf winternachten rond de jaarwisseling zijn een mooie periode om stil te zijn en stil te staan bij onszelf, in relatie tot onze natuurlijke leefomgeving.

God de Vader kent vele gedaanten, van Moeder Aarde is er werkelijk maar één. Daarom mag Gaia boven God uit tronen, wat mij betreft.’

Bron: Nieuwsbrief Future Affairs (NRC)

Foto Gaia: arcadia.frl – ‘Een verlichte bol van zeven meter doorsnee laat je de aarde zien zoals ze vanaf de maan zichtbaar is. Gaia is een rondreizend kunstwerk van de Britse kunstenaar Luke Jerram. In de Griekse mythologie is Gaia de personificatie van Moeder Aarde. (…) Het kunstwerk geeft het publiek de mogelijkheid om onze eigen planeet te bekijken zoals de bemanning van de Apollo 17 haar zag, in 1972’.
Foto ‘kerstboom’ – Lage Vuursche: PD
Foto ‘Moeder Aarde’ – Andalusië 2018: PD

‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’


Ibn Arabi

De twaalfde-eeuwse soefi Ibn Arabi is weg van deze uitspraak van profeet Mohammed: ‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij.’ En Ibn Arabi doet er nog een schepje bovenop: mensen die in dat ene moment zijn blijven hangen zijn verveeld geraakt, versuft en in slaap gesukkeld. ‘Ze dromen in een droom.’ – Onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, Cornelis van Lit, expert op het gebied van de islamitische filosofie, heeft de afgelopen vier jaar gewerkt aan ‘de notie van verbeelding bij Ibn Arabi’.

 ‘Saaie tijd, fascinerend moment:
Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven
(Utrecht Religie Forum, Universiteit Utrecht)

De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’. Dit doet mij ook denken aan het hindoeïsme. In de Vedische geschriften uit het oude India wordt heel intrigerend gesproken van ‘wakker worden’ in plaats van ‘doodgaan’. De Indiase schrijver, mysticus en wijsgeer Rabindranath Tagore (Nobelprijswinnaar voor de Literatuur 1913) zei: ‘De dood is niet het doven van het licht, maar het uitblazen van de lamp omdat de dag is aangebroken.’

‘Ze dromen in een droom.’
Ons ontworstelen aan aardse gedachtegangen en de rijkheid van Gods herschepping inzien is opwindend en werkelijk een ontwaking. We ontwaken dan uit de droom in een droom. Zo verwoordt Ibn Arabi dat het mystieke inzicht dat God elke keer weer alles herschept ook niet alles is! We dromen namelijk nog steeds, tot het moment dat we werkelijk ontwaken en de natuurlijke wereld voorgoed achter ons laten.’

Mystieke inzichten
Ibn Arabi (1165 – 1240) – ‘de grootste van alle moslimfilosofen – volgde mystieke inzichten op en smeedde ze daarna om in filosofische systemen. De soefi begon, zo vertelt Van Lit, met de observatie dat eigenlijk alles dat we in deze wereld kennen komt en vergaat. In die zin zijn de dingen om ons heen het ene moment bestaand en op een later moment niet-bestaand.

Daar bovenuit stijgend staat God, die altijd bestaat. Sterker nog, zo beredeneert Ibn Arabi afgaande op mystieke inzichten: God herschept de hele kosmos elke micro-seconde, elk miniem momentje, opnieuw. Dat we voort blijven bestaan is te danken aan de continue herscheppende goedheid van God.’


Taj Mahal

‘Vriend van God’
Ibn Arabi – op zijn ideeën is het ontwerp van de Taj Mahal, uit de 17e eeuw, gebaseerd – zinspeelt vaak op het verschil tussen mystiek en filosofie, ervaring en beredenering, gevoel en verstand, ook bij tijd. Dat God elk moment alles herschept is iets dat je aan moet voelen, vervolgt Van Lit de gedachtegangen van de soefi. Je kunt dat ervaren door God in gebed of meditatie te naderen, door een ‘vriend van God’ (wali Allah) te worden. Discrete tijd is dan ook waarneembaar voor mystici. Ben je echter alleen met je hoofd bezig en probeer je slechts te beredeneren, dan neem je aan dat tijd continu is.

Het idee van continue tijd wil Ibn Arabi niet per se afschieten als onzinnig. Toch wil hij de lezer uitdagen en noemt een interpretatie van tijd als continu saai, ontstaan uit verveling. De verveling zit hem erin, volgens Ibn Arabi, dat we als het ware blijven hangen in één zo’n moment dat God heeft geschapen.

Terwijl de schepping van God alweer vele malen voorbij is gekomen, denkt iemand die iets teveel op zijn verstand afgaat dat we nog steeds in dat ene, eerdere moment leven. Hij of zij verheft dat ene moment tot het enige moment. Daarmee gaat het inzicht verloren dat er nog zoveel meer momenten zijn, dat de schepping van God nog zoveel rijker is.’


Cornelis van Lit

Islamoloog Cornelis van Lit werkt aan de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de wisselwerking van filosofie, theologie en mystiek in de late middeleeuwen, onder andere bij Al-Ghazali, Suhrawardi en Ibn Arabi. Tevens heeft hij een voortrekkersrol in de integratie van digitale methoden en data analyses in de geesteswetenschappen.

Van Lit werkte van 2018 – 2022 aan de geschriften van de middeleeuwse soefi-denker Ibn Arabi en zijn commentatoren, met name aan hun notie van  alam al-mithal (beeldwereld) en, meer in het algemeen, hun denken over de functie van de verbeelding. Hij is gepatroneerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Waarschijnlijk horen we binnenkort meer van hem over Ibn Arabi.

Bronnen:
* Saaie tijd, fascinerend moment: Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven (Utrecht Religie Forum – Universiteit Utrecht)
* The Digital Orientalist

Gerelateerd:
* Al-Ghazali, inspiratiebron voor miljoenen moslims
* Doodgaan is wakker worden

Beeld: Ibn Arabi (teemtiquotes.com)
Beeld Taj Mahal: 6 maart 2004 (Dhirad, commons wikimedia)
Beeld Cornelis van Lit: digitalorientalist.com

Godsgeloof staat haaks op complotdenken

Het onvermijdelijke loslaten van ‘kinderlijke’ geloofssystemen voert ons door een geestelijke leegheid die zijn weerga niet kent. En daarin kan de grootste gekkigheid, van religieus gedachtegoed tot waanzinnige complotgedachten, aantrekkelijk worden. – Niks geloven, alleen jezelf nog overhouden, dat blijkt geen doen. Maar in dat geestelijke vacuüm kan ook iets verrassend nieuws ontstaan, vindt predikant Herman Koetsveld. Hij reageert op schrijver Paul de Bont die geloven beschouwt als complotdenken. Ook de theologen Rik Peels en Kees van der Kooi zijn kritisch.

‘Het geloof in een complot is niet meer of minder geloofwaardig
dan elk ander geloof’
(Paul de Bont)

Geloven in een complot
Schrijver Paul de Bont veronderstelt dat geloven in God gelijk staat aan geloven in een complot. ‘Een complottheorie probeert een verklaring voor de werkelijkheid te geven, gebaseerd op de overtuiging dat er meer is dan gewone mensen kunnen waarnemen’:

Achter de dingen die gebeuren zou iets groters bestaan dat onze wereld beïnvloedt en zelfs beheerst. Onze wereld is een schijnwereld, wij gewone mensen zijn slechts marionetten in de handen van grotere machten, zoals reptielen of IT-miljonairs. Een complottheorie is een onbewijsbaar geloof in een werkelijkheid die de mens en de wereld regeert.’
(De Bont)

Verschil complotdenken en Godsgeloof
T
heologen Rik Peels en Kees van der Kooi vinden dat Bonts gedachtegangen over complottheorieën ontsporen. Een complottheorie vereist volgens hen geloof in een complot, dat wil zeggen een geheime samenzwering van meerdere personen die – en dat is het tweede – kwaad willen, zoals het knechten van gewone burgers. Beide elementen vinden de theologen echter evident afwezig in de grote godsdiensten. Ze tonen het verschil tussen complotdenken en Godsgeloof:

COMPLOTDENKEN
Antisemitische Protocollen van de wijzen van Sion-theorieën, Great Reset opvattingen, QAnon, en de reptielentheorie van David Icke en tegenwoordig Thierry Baudet. Wat hebben die opgeleverd? Polarisatie, gezondheidsschade, racisme en geweld.’

GODSGELOOF
Godsgeloof heeft mensen direct geïnspireerd tot het bouwen van ziekenhuizen, het stichten van universiteiten, zorg voor de armen, weergaloze muziek, het bouwen van kathedralen en het formuleren van mensenrechten. Dat vloeide rechtstreeks voort uit het plot van hun grote verhaal.’
(Peels en Van der Kooi)

Overeenkomst complotdenken en Godsgeloof
D
e Bont lijkt wel onbekend met religie, stellen Peels en Van der Kooi. Ze vragen zich af of het een seculier vooroordeel is om alles dat anders is of denkt over één kam te scheren.

In dat geval kan De Bont wellicht het beste doen wat we zelf voorschrijven als het om complotdenken gaat: niet demoniseren maar in gesprek gaan. Zo hebben we toch nog een overeenkomst tussen complotdenken en Godsgeloof gevonden.’
(Peels en Van der Kooi)

Geen angst en haat, maar geloof, hoop en liefde
W
at critici als De Bont volledig missen, aldus de theologen, is dat Godsgeloof, in tegenstelling tot complotdenken, een repertoire biedt om je in te zetten voor een betere wereld.

Zo zegt het christendom dat onze medemens naar Gods beeld (imago Dei) gemaakt is, dat we allemaal gebrekkig zijn en verlossing nodig hebben en dat de grootste invloed in deze wereld van God komt en daarmee goed is. De grondtoon is geloof, hoop en liefde, geen angst en haat.’
(Peels en Van der Kooi)

Verbeelding van alle menselijke levenservaringen
Het ‘zalige inzicht dat de geloofsverhalen’ waarmee Herman Koetsveld is opgevoed ‘niet waar zijn omdat zij in historisch zin zo gebeurd zouden zijn – daar weten we op de keper beschouwd inderdaad maar bar weinig van’.
Maar ze zijn waar, zegt hij, omdat ze de verbeelding zijn van wat in ieders mensenleven kan gebeuren. Hier en nu dus. De ontdekking ‘de Bijbel te lezen als een groots boek, gevuld met de verbeelding van alle menselijke levenservaringen tezamen, over telkens ondervonden kracht van vertrouwen, hoop en liefde, maakt niet superieur, maar dankbaar en hoopvol’.

Het verhaal van Jezus die bij storm en in het duister van de nacht over het water tot zijn leerlingen komt, wordt losgezongen van elke ‘complotgedachte’ als begrepen wordt dat de symboliek ervan één op één verbonden is met de grote thema’s van ons leven, waarin zoveel stormt, zo veel duister is en dus zoveel angst is. En dan daarbij te weten dat de ‘zee’ het beeld is van de grondeloosheid van ons bestaan.’
(Koetsveld)

Bronnen:
* Religie is meer dan een kinderlijk geloof in een onzichtbaar opperwezen
* Geloven in God heeft veel weg van geloven in een complot
* Complotdenkers lijken niet op gelovigen: ze geloven namelijk in een samenzwering


Foto: Suzanne Tucker (Shutterstock) ‘Jongen met aluminium hoedje, ook wel autohoedje genaamd. Sommige mensen dragen hoofddeksels van aluminium om zich te beschermen tegen schadelijk geachte invloeden zoals elektromagnetische velden of telepathie’. (de Volkskrant 2016)
Cartoon: arnulf.be (Tertio)

De Bijbel in feministisch perspectief

De Bijbel is vermoedelijk uitsluitend door mannen geschreven: alleen mannen redigeerden de teksten, maten zich het gezag aan om de teksten te interpreteren, de canon samen te stellen en de kerk te institutionaliseren. Zo constateren feministisch theologen. – Mariecke van den Berg schrijft een drieluik over feministische theologie. ‘In een notendop houdt christelijke feministische theologie een engagement met het christendom in, waarbij patriarchale structuren en beelden van de traditie worden bekritiseerd en de perspectieven van vrouwen, in al hun diversiteit, centraal worden gesteld’.

Als het goddelijke mannelijk is, dan is het mannelijke goddelijk.’
(Theologe Mary Daly)

De gevolgen van die eenzijdigheid zijn groot: het spreken over God gebeurt in overwegend mannelijke termen, de helden uit de Bijbel zijn bijna allemaal mannen en de kerk werd voor het allergrootste gedeelte van de geschiedenis door uitsluitend mannen geleid. Dit ging ten koste van de perspectieven van vrouwen, vrouwelijke helden en vrouwelijk leiderschap. Feministisch theologen hebben verschillend gereageerd op deze scheve verhoudingen.’

Van den Berg schrijft over enkele feministisch theologische perspectieven, en verwijst naar de Amerikaanse filosofe en theologe Mary Daly die stelde dat het christendom niet meer te redden was.

In haar bekende boek Beyond God the Father (1973) stelt ze: ’Als het goddelijke mannelijk is, dan is het mannelijke goddelijk.’ Daly voorzag daarin geen noemenswaardige verandering. Ze verliet de rooms-katholieke kerk, maar bleef zich van buiten de traditie wel altijd kritisch verhouden tot het christendom.’

Anderen probeerden volgens Van den Berg – bijzonder hoogleraar feminisme en christendom aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (Catharina Halkes Leerstoel) en universitair docent interreligieuze studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam – van binnenuit de traditie te veranderen.

Dat vrouwen in de Bijbel en aanverwante literatuur minder vaak aan de orde komen, wil volgens hen niet zeggen dat je kunt stellen dat ze helemaal niet meedoen of geen stem hebben. Dan doe je hen eigenlijk een tweede keer onrecht aan. De kunst is juist om teksten te bestuderen die doorgaans de leesroosters niet halen, daarbij heel voorzichtig te lezen en een antenne te ontwikkelen voor wat er niet gezegd wordt.’

Ook verwijst Van den Berg naar theologe Elisabeth Schüssler Fiorenza. Zij stelde zich een ‘ecclesia of wo/men voor, waarin men een ‘discipelschap van gelijken’ nastreeft, een bottom-up structuur van kleine gemeenschappen waarin gelovigen zeggenschap hebben over hun eigen spirituele ontwikkeling’.

Ze nam daarbij de Jezusbeweging als voorbeeld. Volgens Fiorenza kenmerkte de groep mensen die zich verzamelde rond Jezus zich door een dergelijke gelijkwaardige manier van samenleven, die teloorging toen het christendom groeide, maar die nog wel als inspiratie kan dienen voor mensen nu.’

Tijdens de derde feministische golf, die inzette in de jaren negentig, begonnen feministisch theologen zich dezelfde kritische vragen te stellen die breder in de feministische beweging aan de orde kwamen. De nadruk op het ontwikkelen van een vrouwelijk perspectief maakte plaats voor een analyse van gender als zodanig, vaak in samenhang met seksualiteit, klasse, ras/etniciteit, lichamelijke beperkingen en mogelijkheden, opleiding, burgerschap, etc.


Volgens de orthodoxe theologie is de androgyne engel Sofia een voorstelling van Christus

Er kwam erkenning voor het feit dat mensen kunnen worden achtergesteld of weggedrukt omdat zij vrouw zijn, maar evengoed omdat zij tot een seksuele minderheid behoren, vluchteling zijn, van kleur zijn, met een accent spreken, hulpmiddelen nodig hebben, of uit een arbeidersmilieu komen.’

Door verbreding in kritisch perspectief ontwikkelt feministische theologie volgens Van den Berg steeds meer connecties met (bijvoorbeeld) bevrijdingstheologie en theologie die is beïnvloed door antiracisme theorieën, postkoloniale theorie, crip-theorie, queer studies, transgender studies en mannelijkheidsstudies.

Zie: Wat is feministische theologie? (theologie.nl)

Beeld: meetyouinthefield.nl
Cartoon: Marc-Jan Janssen
Icoon: PThU: Sofia: hen of hun?‘De orthodoxe iconen van Sofia bestaan in meerdere types. In het eerste type, de ‘Novgorod’ variant, is Sofia voorgesteld als een androgyne engel, met vleugels. Deze zit ook op een stoel. Volgens de orthodoxe theologie is die engel, Sofia, een voorstelling van Christus. Wie de afbeelding ziet, denkt wellicht niet meteen aan Christus. Of toch wel?’

De ‘ideale moslim’-obsessie van politici

Veel moslims hebben genoeg van de ‘ideale moslim’-obsessies van politici. Het naleven van dit beeld bestendigt bestaande machtsverhoudingen en veroorzaakt schade voor nieuwe generaties. – Dit zegt Thijl Sunier, professor emeritus Islam in European Societies, in zijn artikel De januskop van de bureaucratische incorporatie van de islam in Europese samenlevingen. Wordt het niet tijd om het door samenleving en politiek aan moslims opgelegde beeld van ‘ideale moslim’ los te laten, zo vraagt hij zich af in het LeidenIslamBlog van Universiteit Leiden.

‘Het wordt tijd om het aan moslims opgelegde beeld
van ‘ideale moslim’ los te laten.’
(Thijl Sunier)

Moslims verzetten zich toenemend hiertegen, zoals blijkt uit een recente discussie in Amsterdam toen burgemeester Halsema vertegenwoordigers van moslimorganisaties een LHBTIQ+-verklaring wilde laten ondertekenen. Moslimorganisaties waren verontwaardigd dat deze verklaring niet was voorgelegd aan andere religieuze gemeenschappen en dat de suggestie werd gewekt dat homohaat vooral of zelfs uitsluitend iets van moslims was.’

Sunier sprak hierover op 28 oktober 2022 tijdens zijn afscheidsrede als hoogleraar antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, leerstoel ‘Islam in European Societies’. De rede ging over de twee gezichten van het proces van bureaucratische incorporatie van de islam in Europese staten in de afgelopen decennia.  Het gaat dan om zorg voor institutionele stabiliteit en rechtsbescherming. Tevens verschaft het moslims toegang tot materiële, juridische en financiële middelen. 

Zo bestaan er op veel bestuurlijke niveaus overlegstructuren die het mogelijk maken te onderhandelen over zaken die de islam betreffen. Het biedt moslims relatieve bescherming tegen politieke willekeur en tegen haatcampagnes.’ 

Opvallend in de rede vind ik het (bureaucratische) woord ‘incorporatie’, dat behalve opneming of inlijving ook ‘menswording’ betekent. Je zou kunnen zeggen: Mogen moslims mens worden? Het zou al ideaal zijn als moslims gewoon mens mogen en kunnen zijn, en in het bijzonder dat politici de moslim als mens zien.


De januskop van de bureaucratische incorporatie van de islam in Europese samenlevingen

Hoewel er nog lang geen sprake is van een gelijkwaardige plaats in de samenleving en er nog veel gedaan moet worden, vormt de bureaucratische incorporatie wel een belangrijke stap. Dit ondanks de voortdurende verspreiding van islamofobie en de systematische problematisering van moslims in de media, in de politiek en in de wetenschap.’

Schijnbaar paradoxaal blijkt, aldus Sunier, dat hoe meer moslims te vinden zijn in alle lagen van de samenleving, hoe sterker ze de dwingende aanwezigheid en impliciete druk voelen van het beeld van de ‘ideale moslim’. Dit is wat moslims dagelijks ervaren in individuele interacties met andere leden van de samenleving, maar zeker ook in allerlei onderhandelingssituaties met instanties en politici. 

Als je erkend wilt worden als een betrouwbare gesprekspartner en een succesvolle vertegenwoordiger van je gemeenschap, moet je jezelf herkenbaar maken, je aanpassen aan de culturele conventies, de dominante symbolische taal spreken en het beeld waarmaken van de ‘ideale moslim’.’

De meeste jonge moslims in Europa zijn hier geboren en getogen, hun positie en hun kansen zijn aanzienlijk verbeterd. Ze staan ​​allerminst geïsoleerd in de samenleving, zoals veel politici suggereren. Ze kennen de samenleving, zijn welbespraakt en eisen een plaats op, niet als gasten, maar als gelijkwaardige burgers en op hun eigen voorwaarden. 

Sommigen van hen keren zich misschien af ​​van de samenleving, maar de overgrote meerderheid beschouwt zichzelf als Europese burgers. De aantijgingen van geheime diensten en politici in heel Europa over toenemende radicalisering worden tegengesproken door louter feiten.’

Zie: De januskop van de bureaucratische incorporatie van de islam in Europese samenlevingen (LeidenIslamBlog, Universiteit Leiden, 3 november 2022)

Foto: Universiteit Utrecht
Foto Januskop: Vaticaanse Musea – (LeidenIslamBlog Universiteit Leiden)
Foto schoolklas: ANP / NOS

De ‘heilige oorlog’ van Vladimir Poetin

Westerse elites hebben geloof en traditionele waarden overboord gezet en proberen ‘hun wil aan alle maatschappijen op te leggen’, verklaarde Vladimir Poetin in een presidentiële toespraak. ‘Hun afwijzing van ‘alles wat menselijk is krijgt de trekken van een omgekeerde religie, van puur satanisme’. – Een projectie van jewelste, deze bizarre oorlogsretoriek van Poetin, die zelf alle menselijkheid allang is verloren en nu zijn eigen terroristische gedrag projecteert op de ‘westerse elites’, nota bene met een citaat van Jezus uit de Bergrede. Volgens journalist Hella Rottenberg (NRC) is dit Poetins ‘nieuwe rechtvaardiging voor de oorlog’: de strijd tegen de duivel.

‘Niets minder dan het satanisme, het metafysisch kwaad,
besloot Poetin daartoe van stal te halen’

(Hella Rottenberg)

Ik herhaal dat de dictatuur van de westerse elites alle samenlevingen treft, ook de burgers van de westerse landen zelf. Dit is een uitdaging voor iedereen. Deze volledige verloochening van wat het betekent om mens te zijn, de omverwerping van geloof en traditionele waarden, en de onderdrukking van vrijheid beginnen te lijken op een ‘religie in omgekeerde volgorde’ – puur satanisme. Jezus Christus ontmaskerde valse messiassen en zei in de Bergrede: ‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen’. Deze giftige vruchten zijn de mensen al duidelijk, en niet alleen in ons land maar ook in alle landen, ook in het Westen zelf.’
(President of Russia, 2022)

Voor het Kremlin was het zaak om de bevolking te motiveren de oorlog voort te zetten en degenen die weigerden mee te vechten te bestempelen tot landverraders. Poetin presenteerde daarom als alternatieve theorie dat we te maken hebben met satanisten, aldus Rottenberg.

Hij bracht daarmee de oorlogsretoriek op een ander plan, die van een religieuze strijd tussen goed en kwaad. (…) Aan de notie van satanisten die Rusland bedreigen zit een hele leer vast, die de meest reactionaire en chauvinistische figuren in en rond de Russisch-Orthodoxe Kerk verspreiden en die Poetin nu omarmt.’
(Rottenberg)

Duistere ondergangsvisioenen van het demonische Westen dat Rusland belemmert zijn lotsbestemming te bereiken en dat van Oekraïne een anti-Rusland heeft gemaakt, is het hoofdthema van ideologen zoals Aleksandr Doegin en Aleksandr Prochanov, aldus Rottenberg.

Al meer dan tien jaar schildert Poetin het Westen met zijn liberale waarden en politieke correctheid af als een bedreiging van de Russische patriarchale, christelijk conservatieve tradities en collectivistische cultuur. Daarbij richt hij zijn pijlen onder meer op homorechten, volgens hem een wapen van een neoliberale samenzwering tegen traditionele samenlevingen.’
(Rottenberg)

Rottenberg verwijst naar vicevoorzitter van de veiligheidsraad Dmitri Medvedev, die zich sinds de invasie onderscheidt door rabiate haatberichten op zijn Telegramkanaal, en schreef dat Rusland als opdracht heeft ‘de heerser over de hel te stoppen, of zijn naam nu Satan, Lucifer of Iblis is’ en liet daar het dreigement op volgen dat ‘wij al onze vijanden naar het brandende Gehenna [hel] kunnen sturen’. 

De termen demilitarisering en denazificatie sloegen niet erg aan en werden op aanwijzing van het Kremlin steeds minder vaak gebruikt. De Russische strijd tegen de duivel, waarachter zich ook de islamitische leider Kadyrov [de leider van Tsjetsjenië] heeft geschaard, lijkt bedoeld om het afnemende geloof in de noodzaak van de oorlog een nieuwe impuls te geven.’

Een ‘heilige oorlog’ gebaseerd op verdediging van het duizendjarige Russische christendom tegen de goddeloze horden, zou de bevolking waarvan 70 procent zich als Russisch-orthodox beschouwt wellicht kunnen opwekken de oorlog te blijven steunen.’

(Rottenberg)

Zie:
*
Waarom Poetin de strijd in Oekraïne omdoopt tot een heilige oorlog (NRC)
* Het Kremlin, Moskou, 30 september 2022
Ondertekening van verdragen over de toetreding van de volksrepublieken Donetsk en Lugansk en de regio’s Zaporozhye en Kherson tot Rusland – 30 september 2022 (en.kremlin.ru)

Z. Hoe Poetin Rusland weer groot wilde maken | Hella Rottenberg | Nederlands | Alfabet Uitgevers | Paperback | 2022-10-25 | 160 pagina’s | € 19,99 | E-book: € 9,99

Beeld: On the Rise – Russisch-orthodoxe kerk gesteund door in het geheim gedoopte Vladimir Poetin (2016) – patheos.com
Beeld: Vladimir Poetin / Hoofd van de Russisch-Orthodoxe Kerk, patriarch Kirill (2018, asianews.it)

God zelf veroorzaker kwantumgebeurtenissen?

De NBV21, ‘de nieuwe Bijbel voor de 21e eeuw’, is alweer oud. Nu is er de Wetenschapsbijbel: de NBV21 inclusief 300 bijdragen van 60 wetenschappers over geloof, cultuur en wetenschap. Hierin staan onder meer artikelen over hoe kwantumtoeval past in het Bijbelse wereldbeeld. En of God ook maar moet afwachten hoe de kwantumwereld zich ontwikkelt. Maar ook of Prediker met het refrein ‘lucht en leegte’ aangeeft dat het leven zinloos, leeg en absurd is. Toch roept hij regelmatig op om van het leven te genieten. Ook gaat het over de vraag of er een heel diepe verbintenis is tussen lichaam en geest. En is de ziel niet-materieel?

‘Het Bijbelse wereldbeeld is dat God voortdurend
de wereld in stand houdt en daarin werkt’

(Wetenschapsbijbel)

Wat heb je aan de Bijbel bij ingewikkelde vragen uit deze tijd? Bij onderwerpen als gender, duurzaamheid of religieus geweld? Op internet worden Bijbelteksten voor allerlei meningen gebruikt. Waar vind je dan houvast? In deze Bijbeluitgave is de tekst van de Bijbel, in de vertaling van de NBV21, samengebracht met betrouwbare inzichten, geschreven door 60 wetenschappers met liefde voor de Bijbel. Zo kun je als lezer zelf je mening vormen en vol vertrouwen in gesprek gaan over thema’s die ons allemaal raken.’

Templeton Foundation
De Wetenschapsbijbel, waaraan vijf jaar gewerkt is, zegt in ieder geval zelf geen standpunten in te nemen, maar laat verschillende perspectieven zien, ‘betrouwbare inzichten’, maar ‘zonder kant-en-klare antwoorden’. Op de vraag van het RD hoe is voorkomen dat de theologie door de wetenschap zou ondersneeuwen, antwoordde prof. Gijsbert van den Brink dat ‘de meeste bijdragen door theologen zijn geschreven’. Je kunt, aldus deze Bijbel, ‘zelf een visie vormen en met zelfvertrouwen gesprekken voeren over ingewikkelde vragen’. Met dank aan – en geld van – de Amerikaanse Templeton Foundation.

Kwantumgebeurtenissen
O
ver toeval bijvoorbeeld. ‘Toeval’ is geen concept – aldus een van de artikelen – dat vaak voorkomt in de Bijbel (wel in onder andere Pred. 9:11; Ruth 2:3; 1 Kon. 22:34; Luc. 10:31), maar wel een term die we geregeld gebruiken in het dagelijks leven en ook in de wetenschap. Het Bijbelse beeld van de wereld is, ruwweg, dat God die geschapen heeft en van dag tot dag draagt (onderhoudt, in het bestaan houdt).


‘Toeval’ is geen concept?

In de kwantummechanica wordt gesteld dat bepaalde gebeurtenissen, de zogenoemde ‘kwantumsprongen’, toevallig zijn. Dat betekent (volgens een interpretatie) dat ze ‘niet gedetermineerd’ zijn, dat ze niet veroorzaakt zijn. Vooraf kunnen we nooit weten of en wanneer ze zich zullen voordoen – zelfs niet als de beperkingen van ons kennen konden worden opgeheven’.’

Natuurkundigen denken over het algemeen dat kwantumgebeurtenissen op macroniveau geen verschil maken. Als dat zo is, dan zou het kunnen dat God in zijn beleid over de wereld gebruik kan maken van deze ‘diepe’ toevalsprocessen. Maar je kunt ook denken dat God zelf de veroorzaker is van de kwantumgebeurtenissen op microniveau. Immers, het Bijbelse wereldbeeld is dat God voortdurend de wereld in stand houdt en daarin werkt. En daar valt ook de subatomaire wereld onder.’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Lichaam en geest – en ziel?
I
n de Bijbel, zo luidt een andere overweging, komt de lichaam-geest-thematiek regelmatig aan de orde. Denk bijvoorbeeld hieraan: ‘Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens [letterlijk: ‘in het vlees’, dat wil zeggen in lichamelijke gestalte] gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God’ (1 Joh. 4:2-3).

De Bijbel kent dus niet een losse ziel die het wezen van de mens is; het lichaam is geen wegwerpverpakking. Je lichaam hoort er echt bij, het is de ‘afbeelding’ van de ziel. Het lichaam als spiegel van de ziel – denk aan ogen als spiegel van de ziel. Als er dus vol vreugde klinkt dat God zag dat het zeer goed was (Gen. 1:31), geldt dat ook voor het lichaam. Deze liefdevolle joods-christelijke houding naar het aardse is trouwens een van de (weinig erkende) belangrijke voorwaarden voor het ontstaan van empirische wetenschap in het Westen.’

‘(…)We zijn drie filosofische hoofdrolspelers tegengekomen: 1) materialisten (in allerlei soorten): de geest als iets irreëels; 2) dualisten: de ziel als zuiver geestelijke piloot in de cockpit van het lichaam; en 3) compositie-denkers: lichaam en ziel als twee-eenheid. Al die denkers zoeken naar een metafoor voor hun denkbeeld. Want hoe leg je het uit? Welk leidend beeld heb je voor ogen?

Toch is er veel voor te zeggen dat de ziel niet-materieel is. Een probleem van materialisme is bijvoorbeeld dat het onze vrijheid maar moeilijk een plekje kan geven. Het maakt ons tot automaten. We zijn dan niet meer ‘heer over onze eigen daad’, zoals ze dat in de middeleeuwen noemden.’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Predikers ‘you only live once’
W
elk mens verzucht niet van tijd tot tijd: waar doe ik het allemaal voor, is de vraag in weer een andere overweging. Wat voor zin heeft het als er zoveel misgaat? Wat leveren mijn inspanningen uiteindelijk op? Sommige Bijbeluitleggers benadrukken dat Prediker met het refrein ‘lucht en leegte’ (hevel) aangeeft dat het leven zinloos is, leeg en absurd.

Toch roept hij regelmatig op om van het leven te genieten (wij zouden het misschien YOLO noemen: ‘you only live once’). Hevel zinspeelt op de naam Abel (Gen. 4), de eerste mens die stierf, en omschrijft daarmee het vluchtige karakter van het leven: een ademtocht (vgl. Ps. 39:6; 62:10) of een schaduw die voorbijgaat (vgl. Pred. 6:12; Ps. 39:7; 144:4). De kosmos duurt oneindig voort (1:4-11), maar wij stervelingen zijn slechts een vluchtige ademtocht en het leven vliegt voorbij (vergelijk de hedendaagse kreet FOMO: ‘fear of missing out’).’

In de joodse traditie wordt zijn [Prediker] geschrift dan ook gelezen tijdens het Loofhuttenfeest, het seizoen van de vreugde. Deze dringende oproep heeft zijn wortels in de Tora, waar de levensvreugde ook wordt geroemd (Deut. 26:11) en een vreugdeloos leven wordt vervloekt (Deut. 28:47). Vandaar dat Prediker een dringende oproep doet om vreugde en genoegen te beleven op het moment dat je daarvoor de kans krijgt (11:9).’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Overbodig, die NBV21 in de Wetenschapsbijbel
De vorig jaar uitgebrachte NBV21 zit ook volledig in de Wetenschapsbijbel. Het was slimmer – en minder kostbaar – geweest als de bijdragen als supplement naast de reeds bestaande NBV21 werd gepresenteerd, als apart boek. Iedere lezer – geïnteresseerden hebben de NBV21 natuurlijk al – kan dan de ongetwijfeld boeiende artikelen over geloof, cultuur en wetenschap naast zijn NBV21 leggen. Overbodig, die NBV21 in de Wetenschapsbijbel.

Wetenschapsbijbel | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap samen met de VU Amsterdam | 1680 pagina’s + 84 themapagina’s | Gebonden | €58,00

Beeld: Lucepedia (Tilburg School of Catholic TheologyTilburg University)
Beeld kwantumgebeurtenissen: bijzonderewereld.nl
Cartoon: Stefan Verwey