Bezield zijn ze op de eerste Open Dag: de docenten die per september 2014 studenten verwelkomen voor de eerste driejarige HBO-opleiding Filosofie en Liberal Arts (HFLA) in Nederland. Dat betekent studeren in deeltijd; met de mogelijkheid colleges digitaal te volgen; met colleges op twee avonden per week. De eerste Open dag vond plaats in de Kargadoor in Utrecht, de stad waarin ook de colleges te volgen zijn.
Dr. Rijk Schipper verrichtte op 1 maart de aftrap met de introductie Filosoferen in maatschappelijke context en gaf tevens een toelichting op de uitgangspunten van de HFLA. Daarna werden de verschillende studierichtingen gepresenteerd door dr. Tania Kochetkova en dr. Taede A Smedes.
‘Filosoferen in maatschappelijke context’, is het motto van de HFLA. Interessant zijn de drie afstudeerrichtingen, zoals Journalistiek & Media; Onderwijs & Liberal Arts en Beleid & Consult. Naast deze afstudeerrichtingen kent de HFLA vier leerlijnen, zoals Duurzaamheid, Politiek, Cultuur en Levensbeschouwing. Studenten worden opgeleid tot filosoof; voorbereiding op een beroep staat centraal.
De studierichting Journalistiek en Media met de leerlijn Levensbeschouwing trok vooral mijn aandacht. Deze is nog in ontwikkeling, evenals de andere studierichtingen en leerlijnen. Bij Levensbeschouwing moet je denken aan modules zoals Filosofie & Levensbeschouwing waarin onder meer een verkenning van de verschillen en overeenkomsten tussen rede en religie. In de lessen zal de verhouding geloof en wetenschap centraal staan.
Voorbeeld van een andere module is Media & Religie. In deze module zal aandacht worden besteed aan de manier hoe er in onze samenleving tegen religie en levensbeschouwing wordt aangekeken, welke veranderingen en trends er zichtbaar zijn (bijvoorbeeld van geïnstitutionaliseerde religie naar spiritualiteit; het opkomende ‘nieuwe atheïsme’), en hoe er in de media met religie wordt omgegaan.
Een vervolgmodule Filosofie & Levensbeschouwing leert belangrijke filosofische stromingen tegen elkaar af te zetten en ook op zoek te gaan naar de overeenkomsten. Oefening in de lectuur van ‘klassieke’ filosofische teksten en het gebruik daarvan in de praktijk van het onderwijs. Moreel beraad is weer een andere module.
Tot zover summier beschreven waardoor ik vooral geboeid werd. Op de zeer uitgebreide site van de HFLA kan je mede met behulp van verschillende pdf’s uitvoerig bestuderen wat er tot dusver te vinden is over alle afstudeerrichtingen en leerlijnen.
Wil je meer weten over de HFLA, ga behalve naar de site ook naar de eerstvolgende Open Dag op 12 april, in de Kargadoor in Utrecht.
Zwevende gelovigen zijn in de meerderheid in Nederland: gelovigen die niet meedoen in een geloofsgemeenschap. Ze zoeken hun eigen weg zonder vaste grond onder hun voeten te hebben. Zwevende gelovigen zijn echter geen spirituele zwevers die zich weinig in de realiteit begeven, maar gewoon gelovigen die (nog) niet weten waar ze werkelijk willen staan; in ieder geval niet in een geloofsgemeenschap.
‘Tussen de uitersten van het geheide geloof en het even geheide atheïsme zoeken de meeste mensen hun plekje op de levensbeschouwelijke markt, al dan niet aan de hand van media en bestsellers. In dit boekje verken ik de keuzes waar zij mee te maken krijgen en waar ik ook zelf mee bezig ben. Ook ik ben van zekerheid naar twijfel gegaan. Bovendien heb ik onderzoek gedaan naar allerlei soorten geloof. Ik zoek naar een werkbare manier om met twijfel, godsbeelden en levensbeschouwelijke verschillen om te gaan. De God die ik zoek noem ik God 3.0. Zoek vooral mee.’ (Uit: God 3.0)
André Droogers schreef: God 3.0, Voorbij godsdienst en atheïsme, over hoe God er uitziet in de 21e eeuw. Hij stelt hierin dat vooral vrijzinnige christenen luisteren naar de wetenschappers en proberen geloof en wetenschap allebei recht te doen. Volgens Droogers moeten we dus rekening houden met de atheïstische kritiek èn met de vrijzinnige visie.
‘Maar hoe noem je dan nu het geloof van twee derde van de Nederlandse bevolking buiten de kerk? Is er een term voor hun niet-georganiseerde, vrijblijvende, maar toch wel religie-achtige beleving? ‘Spiritualiteit’ is een begrip dat lijkt te voorzien in die leemte. Mensen zeggen niet meer zo gauw dat ze ‘religieus’ zijn of zelfs dat ze ‘geloven’. Als je zegt dat je religieus bent, vermoedt je gesprekspartner dat je fanaat bent. En wie zegt dat hij gelooft, wordt nog steeds gezien als iemand die elke zondag in de kerk zit. Het is veel meer politiek correct te zeggen dat je ‘iets hebt met spiritualiteit’.’ (Uit: God 3.0)
NieuwWij interviewde 13 februari André Droogers(foto: fsw.vu.nl), onder de kop ‘Gelovigen vind je nu vooral buiten de kerkmuren’. Een gesprek over religieuze opvoeding, godsbeelden, atheïsme en God 3.0. Droogers gelooft nog altijd in God, al is zijn Godsbeeld veranderd. Hij zit in de vrijzinnige hoek.
‘Elke tijd krijgt een God die hij verdient. Na God 1.0 kwam in de moderne tijd God 2.0. Onze tijd met zijn globalisering en nieuwe verhoudingen en problemen vraagt om God 3.0. God 3.0 houdt van variatie. Ze is niet langer een exclusief bezit, maar van en voor iedereen die wel of niet gelooft. Zij komt tegemoet aan de kritiek van atheïsten. Op haar gezag houden godsdiensten op elkaar te bestrijden, maar pakken ze armoede, oorlog en milieuvervuiling aan. Religie wordt een toonbeeld van tolerantie.’ (AD)
Op de vraag aan Droogers, wat hij zou vragen als God gewoon bestaat en hij God morgen een vraag per mail mag sturen, antwoordt de emeritus hoogleraar culturele antropologie aan de VU:
‘Meer een advies: ‘Hé, God, laat je niet kennen. Adieu, André.’
Het leek alsof Herman Philipse hèt argument van de avond had gevonden, toen hij christenvervolger Paulus te voorschijn toverde die op weg naar Damascus een visioen kreeg en op slag christen werd nadat hij tegen de grond was gevallen. Nee, hij was epilepticus, luidt de seculiere verklaring; dat zou iedere psychiater zeggen. Er zou geen christendom geweest zijn. Rik Peels antwoordde gevat dat je nooit een diagnose mag stellen voordat je de patiënt hebt gezien.
Maarten Boudry reageerde hierop ook laconiek door te stellen dat je een God die je nooit hebt gezien dan ook niet almachtig kunt noemen. Dat waren tevens de uitsmijters van een bij vlagen boeiend debat dat nooit echt op gang mocht komen. Te veel verwezen de vier heren naar elkaars boeken die ze beter moesten lezen of niet goed hadden bestudeerd. Te snel werd het publiek erbij betrokken. Zeker twee keer leek het debat juist aan inhoudelijkheid te winnen, maar werd dan de nek omgedraaid door gesprekleider Markha Valenta die schijnbaar de hete adem van het publiek in haar nek voelde.
In Felix Meritis in Amsterdam ging het woensdagavond over de vraag of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof funest is voor de moraal. Filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas kruisten de degens met hoogleraar Herman Philipse en wetenschapsfilosoof Maarten Boudry. Volgens Peels en Paas zijn heel veel overtuigingen redelijk, ook als je er geen argumenten voor hebt, maar Philipse stelde vragen bij de religieuze kenbronnen: ‘Openbaringen (onderling tegenstrijdig), visioenen, voortekenen, religieuze ervaringen worden in deze tijd psychiatrisch verklaard.’
Philipse leek als door een horzel gestoken toen het ging over geloven zonder argumenten. Dat kon echt niet. Hij moest snel spreken, want had van zijn tien minuten spreektijd ‘nog maar 2,5 minuut om het bestaan van God te ontkennen’. Alles moet van hem rationeel bewezen worden. Ervaringen van God zijn onmogelijk. Is godsgeloof redelijk? Dat behoeft precisiering. Voor wie is het redelijk? In welke God? Wat is redelijk? Religieuze ervaringen zijn logisch onmogelijk. Nergens op gebaseerd. God is onlichamelijk, oneindig, enz. Hoe kan men zoiets ervaren? De mens is eindig; hij kan geen oneindige God ervaren. Beschrijvingen zijn geen godservaringen, maar ervaringen van geluk of zo, vond Philipse.
De zintuigen kwamen dus aan de orde. Het ging een tijdje over de onmogelijkheid een oneindig lange lijn te kunnen ervaren, zoals P&P stellen, stelde Philipse. Een eindig lijnstuk kun je ervaren, maar niet een oneindig lange lijn. Dit in vergelijking met godservaringen. Hoe weet je dat iets oneindig is? Omdat veel mensen dat zien? Volgens Philipse lijken godservaringen qua vermeend object niet voldoende op zintuiglijke waarnemingen. Maarten Boudry vroeg zich grappend af waarom zo verknocht aan superlatieven over God; een gewoon bovennatuurlijk mens is al heel wat.
Over de natuurlijke aanleg van de mens voor religie werd ook gesteggeld. Volgens P&P moet religie niet de vrije loop gelaten worden, ook niet uitgeroeid, maar in cultuur gebracht. Nee, vond Philipse, we moeten geen religie ontwikkelen, maar de wereldbeschouwing. Religie moet weggesnoeid worden. De ‘impuls’ religie is gewoon wereldbeschouwing. Dàt moet ontwikkeld worden.
Gekibbel was het veelal. Philipse noemde dit debat vooraf al een religiedebatje. Dat was het ook. Het kwam niet goed uit de verf. Volgende keer een debat zonder inmenging van het publiek, beter geleid. Het boek van Paas en Peels is beter. Ik lees het weer, dan krijg ik het overzicht terug, want dit debat was vooral verwarrend. Het religiedebat voor het eerst op hoog niveau? Niet echt. Echt niet.
Foto’s: PD – Boven: De zaal loopt vol, uitverkocht.
Het boek van Francis Spufford: Dit is geen verdediging! zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof. Dat stelt journalist en theoloog Theo van de Kerkhof in een boeiend en beeldend geschreven recensie. ‘Wie tegenwoordig aansluiting zoekt bij één van de traditionele christelijke kerken heeft iets uit te leggen. Althans zo voelde dat voor de Britse schrijver Francis Spufford (1964), die zich tot zijn eigen verrassing tegenwoordig christen noemt.’
‘Spufford moest nogal ergens doorheen voor hij als moderne dertiger zijn vanzelfsprekende atheïstische levensvisie inruilde voor een christelijke. Je kunt zijn boek lezen als een persoonlijk bekeringsverhaal dat in grondstructuur enige overeenkomst vertoont met de vele evangelicale bekeringsverhalen (zonde, vergiffenis, bevrijding zijn ook voor Spufford scharniermomenten). Maar Spufford is niet evangelisch (maar anglicaan) en hij moet al helemaal niets hebben van een benepen kleinburgerlijke moraal.’
Als voorbeelden hiervoor geeft Spufford bladzijdelange hilarische opsommingen van alle denkbare vooroordelen waar een christen tegenaan kan lopen. Over bijvoorbeeld zijn dochter, die zal ontdekken dat haar ouders in prehistorische onzin geloven, maar niet in dinosaurussen. Dat zij onderdrukten luchtkastelen na de dood beloven; dat ze sentimentele sukkels zijn die niet zonder papa in de hemel kunnen.
‘Eén van de grootste obstakels als ik wil uitleggen hoe geloof voelt, is dat ik niet met een schone lei kan beginnen. Onze cultuur is aangetast door vrijwel onleesbare religieuze prietpraat.’
Volgens Theo van de Kerkhof(foto: TvdK) veranderde er iets in de werkelijkheidsvisie van Spufford waardoor hij over een blokkade heen kon stappen en het christendom serieus kon nemen. Ervaringen in een Londens koffiehuis, waar plotseling het Klarinetconcert van Mozart klinkt, spelen hierbij een rol. (Spufford werd vooral getroffen door het middelste deel, het Adagio, pd.)
Ook een andere ervaring, in een kerk, raakt hem. Vervolgens snijdt Spufford kernthema’s aan in zijn boek, zoals genade – als voldoende basis om het godgeloof erop te wagen – en zonde.
‘Maar waar zit dan het draaimoment in zijn betoog? Waar komt dan het geloofsverhaal uiteindelijk toch van de grond? ‘Wat er gebeurt, is dat er vanuit dezelfde ervaring langzaam en met tussenpozen en van tijd tot tijd overweldigend een andere beleving groeit.’
‘Beelden tuimelen over elkaar heen: bron van alle echtheid; de flow onder alle flows: universele basis van alle dingen. ‘Ja, het voelt alsof alles wordt gedragen door licht, alsof alles in een zee van licht drijft, alsof alles slechts een oppervlakteverschijnsel is van het licht. En daar hoor ik zelf ook bij. Al mijn lelijke kantjes, de grote stapels herinneringen, geheimen en misverstanden drijven op deze zee. … En hoewel deze ervaring op geen enkele manier uit te leggen is, is ze niet onpersoonlijk. Iemand, niet iets, is hier. … Ik word gezien van binnenuit, maar zonder mijn illusies …. Ik word gelezen door dat waarvan ik ben gemaakt.’
Van de Kerkhof stelt dat Spufford poogt het christendom van het leerstellige niveau op te tillen (of moet je zeggen neer te laten) naar een belevingsniveau. Het originele zit in het feit dat hij niet vanuit het christendom naar de wereld kijkt, maar juist andersom vanuit een eigentijds levensgevoel toegang zoekt tot de christelijke traditie.
‘Zijn benadering is niet institutioneel, of intellectueel, maar existentieel. Dat wil niet zeggen dat intellect of instituties geen rol spelen. Dat doen ze zeker wel, maar de existentie (het alledaagse leven) is sturend in zijn vraagstelling. Bijzonder is voorts dat zijn eigentijdse, existentiële benadering niet automatisch tot een modern gesloten wereldbeeld leidt, maar juist een verbinding tussen het alledaagse en het goddelijk tot stand brengt. Het boek van Francis Spufford zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof.’
Francis Spufford (1964) (foto: universalheartbookclub.com) is lid van de Britse Royal Society of Literature en schreef meerdere boeken. De rode belofte, over de teloorgang van het vooruitgangsgeloof in de Sovjet-Unie, verscheen in negen talen en kreeg lovende recensies in onder meer de NRC, De Standaard en de Volkskrant (vijf sterren!) De Engelse titel van het boek is Unapologetic. Hij heeft het zo genoemd omdat het geen ‘apologie’ is, de technische term voor een verdediging van ideeën.
Dit is geen verdediging! | Francis Spufford | Paperback | 224 pagina’s | ISBN 978 90 259 0306 0 | Prijs € 18,95
‘Als er een God is. Want het kan ook zijn dat er geen God is. Ik weet niet of er een God is. En dat weet jij ook niet, en ook Richard bloodyDawkins weet dat niet. Niemand weet het. God is geen kenbaar iets, zoals gezegd. Ik weet dat – als ik mazzel heb en het me lukt om erop te letten, ja, als ik voor even het lawaai in mijn hoofd tot zwijgen weet te brengen – ik het gevoel heb dat er een God is. En daarom heeft het emotioneel gezien zin om door te gaan en te doen alsof Hij er is, ja, het erop te wagen met die mogelijkheid. Niet op een verlegen, doodsbenauwde, emotionele manier, of op een kruiperige, angsthazerige, meesterzoekende manier, of op een scherpslijperige o-wat-ben-ik-goed-manier. Maar hoopvol, realistisch. Met een gevoel van ook-al-worden-we-uit-het-veld-geslagen-we-blijven-het-proberen. Een gevoel dat ons wordt aanbevolen door die vreemde hemelbewoner, die zegt: wees niet voorzichtig. Wees niet verrast als je de onmenselijkheid van mensen ziet. Maar wees ook niet bang. Er kan meer worden gerepareerd dan je denkt.’ (Slot van het boek)
Dat voorspelde Simon Vestdijk al in 1947, in De toekomst der religie. Volgens filosofe Welmoed Vlieger lijkt die voorspelling te zijn uitgekomen, getuige de groeiende aandacht voor mystieke geschriften en contemplatie. Maar, vraagt ze zich vervolgens af, waarom zijn kerken en levensbeschouwelijke organisaties over het algemeen maar niet in staat, of bereid, zich met deze ontwikkelingen te verbinden, er een huis voor te bieden?
‘De behoefte aan (met name ondogmatische vormen van) spiritualiteit en zingeving is vandaag de dag enorm. Steeds meer mensen hebben geen eenduidige levensbeschouwelijke identiteit, maar putten voor hun zingeving uit verschillende religieuze bronnen en wijsheidstradities.’
Vlieger vraagt zich af of dit knip- en plakwerk is of diepere inspiratie. En hoe het zit met de religieuze ervaring? En de evolutie in de godsdiensten? Is de evolutie, deze oer-ervaring inmiddels, samen met de door Nietzsche in 1882 doodverklaarde God, geheel en al voorbij geschreden? Schuilt die evolutie…
‘…in het feit dat we inmiddels, op basis van voortschrijdend natuurwetenschappelijk inzicht, spreken van Inspirerende Verhalen in plaats van Waarheid, als het om de heilige schriften gaat?’
Kerken en levensbeschouwelijke organisaties verliezen in snel tempo aan terrein, zegt Vlieger, maar intussen raken en inspireren mensen als bijvoorbeeld de Dominicaanse monnik Meister Eckhartde geseculariseerde mens. De filosoof en mysticus geniet meer belangstelling dan ooit tevoren. Vlieger legt die belangstelling voor Eckhart uit aan de hand van twee ‘sleutels’ waarmee de filosoof zich bedient, namelijk ‘bezieling’ en ‘techniek’. Bezieling die altijd samenvalt met iets omvattends, iets wat je inspireert en raakt. Bezieling die wortelt in ontvankelijkheid, openheid.
‘Levensbeschouwelijke communicatie is in het beste geval bezielde communicatie, die niet invult, uitlegt of voorschrijft maar ruimte schept voor beide elementen en zo de aanraking met het numineuze of heilige opnieuw mogelijk maakt.’
Die levensbeschouwelijke communicatie vraagt om een andere insteek of techniek die Vlieger, opnieuw aan de hand van Meister Eckhart, toelicht.
‘Communicatie gebeurt niet in en voor jezelf maar in relatie tot de ander. Er moet nog iets bijkomen om bezieling een uitlaatklep te geven, ‘over te laten stromen’, zodat ook de ander er door uitgenodigd wordt, eraan kan deelnemen.’
De crisis waar kerken en levensbeschouwelijke organisaties in gevangen zitten, vraagt volgens Vlieger om nieuwe taal- en communicatievormen.
‘Medewerkers van levensbeschouwelijke organisaties hebben nog weinig voeling met de – vaak in ouderwetse en hoogdravende bewoordingen geformuleerde – missie of doelstelling. Het wordt steeds moeilijker aanknopingspunten te vinden tussen de eigen identiteit en de snel veranderende wereld ‘out there’. In de kerken neemt de rol van de Bijbel en het gebed af en doet men verwoede pogingen om het instituut van nieuwe inhoud en elan te voorzien, tot nog toe zonder veel succes. Dat de kerken in rap tempo leeglopen en inmiddels bij dozijnen worden verkocht en gesloopt is oud nieuws.’
Vlieger stelt dan ook dat statisch geworden overtuigingen, structuren, praktijken en bijbehorend jargon moeten worden opgegeven of desnoods opgeschort.
‘Concreet houdt dit de uitdaging in dat we die ene specifieke taal- en communicatievorm even laten voor wat het is en ons oprecht (en oordeelloos!) verdiepen in de belevingswereld, de dilemma’s en achterliggende waarden van anderen. De nieuwe taal- en communicatievormen die hieruit ontstaan, zijn niet zozeer gericht op het overbrengen van een boodschap maar op het creëren van verbinding, het betekenis geven aan maatschappelijke en levensbeschouwelijke ontwikkelingen en het scheppen van transformaties.’
Bron: ‘God is een woord dat zichzelf spreekt’ – levensbeschouwelijke communicatie in een nieuwe tijd (Welmoed Vlieger)
Foto: PD
Welmoed Vlieger (1976) (foto: Twitter) studeerde Wetenschap van Godsdienst en Levensbeschouwing en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is sinds 2009 voorzitter van de Vrije Gemeente. Welmoed houdt zich – via onderzoek en het geven van lezingen en cursussen – bezig met het grensvlak tussen filosofie en mystiek, tussen fictie en werkelijkheid; steeds weer in relatie tot het grondbegrip ‘vrijheid’. Zij laat zich in grote mate inspireren door Meister Eckhart en Martin Heidegger, in wier leven en denken zij zich tijdens haar studies gespecialiseerd heeft. Verder is zij geïnteresseerd in poëzie, film, kunst en muziek – uitingsvormen waarin de menselijke verbeelding vrijuit spreken kan.