Geen vrijdenkers maar Vrije Geesten

2aHermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade van de Vrije Geest is een plek waar vrijdenkers bij elkaar komen, echter niet de vrijdenkers die iedere godsvoorstelling verwerpen. Integendeel. In de Ambassade van de Vrije Geest gaat het immers over allesomvattend vrij denken. De ambassade is gevestigd in het ‘Huis met de Hoofden’ in Amsterdam. De symboliek achter de naam Huis met de Hoofden past bij de grote denkers die je aantreft in de Ambassade van de Vrije Geest. Hier ligt de wijsheid van de hele wereld. Beelden en teksten vertellen eeuwenoude verhalen die door werkelijk vrije geesten zijn geschreven en getekend.

Wat een verademing, wat een schoonheid, wat een sfeer. Een oase van kennis en wijsheid in een woestijn van onwetendheid.’ (Emy ten Seldam, redactie Bres Magazine)

HermetischeBibliotheek (1)

De Ambassade biedt sinds 2017 een reis door 2000 jaar wijsheid, geïnspireerd op de collectie van de Ritman Bibliotheca Philosophica Hermetica. Geschiedenis, wetenschap, kunst en spiritualiteit in duizenden boeken en prenten. En het unieke ervan is dat ze allemaal met elkaar zijn verbonden. Connecties met alle religieuze tradities, wijsheidsstromen en onafhankelijke geesten.

Hervormer en filosoof Comenius, mogelijk ook Spinoza, en leden van de prominente uitgeverij Elsevier werden verwelkomd door de familie De Geer die het huis bezat, om wetenschappelijke, filosofische, theologische en sociale kwesties te filosoferen en te bespreken. Het is dat zeer tegendraadse en vrije denken dat een centrale en doorlopende lijn is die door de unieke collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica loopt en de verhalen die verteld worden in het Huis met de Hoofden. Net als in de Nederlandse Gouden Eeuw staat het Huis met de Hoofden met zijn opmerkelijke culturele erfgoed open voor de vrije denkers en de onafhankelijke geesten van vandaag en morgen. (Ambassade van de Vrije Geest)

Mocht je je afvragen wie je bent, waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat, is het niet verkeerd de weg te nemen die naar de Ambassade van de Vrije Geest leidt. Inspirerende afbeeldingen en teksten bieden volwaardig voedsel voor de geest. Geen menu wordt er opgedrongen, maar alles is er te vinden. Alsof je uitgenodigd bent in een vijfsterren-etablissement waar je kunt kiezen uit de rijkste amuses, waar je geest wellicht nooit eerder van heeft genoten. Waar anders vind je talloze mogelijkheden om de verborgen onderstroom van innerlijke, individuele wijsheid van alle culturen tot je te nemen?

De bibliotheek beschikt over een unieke en nog groeiende collectie van 25.000 titels over de westerse spiritualiteit en filosofie. De stichter van de bibliotheek, Joost R. Ritman, is een Amsterdamse zakenman met een diepe belangstelling voor spiritualiteit. Hij begon op jonge leeftijd boeken te verzamelen, nadat zijn moeder hem een 17e-eeuws exemplaar had geschonken van Aurora, een werk van Jacob Böhme, een van de auteurs die een blijvende bron van inspiratie voor hem is. Toen hij het plan opvatte om zijn privé-verzameling om te zetten in een bibliotheek, stond hem voor ogen onder één dak handschriften en gedrukte boeken op het gebied van de hermetische traditie samen te brengen, en de onderlinge samenhang te laten zien tussen de diverse verzamelgebieden en hun relevantie voor de huidige dag.’ (The Ritman Library Collectie)

Levensboom2

Als je de Ambassade binnenkomt, zie je links een meterslange prent van de Rivers of Life or Faith of Man in All Lands waarop eeuwen voor het jaar nul tot en met het heden vele levensbeschouwingen de wereld binnenstromen. (Foto: AvdVG)

River

In het café ernaast komt Hermes Trismegistus je in vele gedaanten tegemoet. Duidelijk blijkt op de prenten die daar hangen dat hij de geheimen van het universum kent. Hermes Trismegistus, Vader der Filosofen, de oerbron van deze kennis over de samenhang van alles. En die samenhang vind je hier: het ‘veelzijdige, veelbewogen en het voor velen nog onbekende verhaal van de spirituele traditie waarin zelfkennis en kennis van de natuur de sleutel vormen tot kennis van god’.

God met g of G? In ieder geval geen man met een baard op een donderwolk. God is hier veel groter, veel omvattender, zo niet allesomvattend te vinden. De oprichter van de Bibliotheca Philosophica Hermetica zegt:

De ‘geboorte’ van de Bibliotheca Philosophica Hermetica viel samen met een plotselinge en diepe ervaring die ik had toen ik zestien was, dat alles één is. In een enkel moment besefte ik dat er een diepgaand verband bestaat tussen oorsprong en schepping, tussen ‘God – Kosmos – Mens’, of in de woorden van Hermes Trismegistus: ‘Hij die zichzelf met zijn geest beschouwt, kent zichzelf en kent het Al: het Alles is in de mens.’ (Joost R. Ritman)

! De eerste tentoonstelling, Kabbalah & Alchemie, is van 13 juni – 16 november 2019.

Beeld: De oudste grafische voorstelling van de kabbalistische levensboom, gedrukt in 1512, te vinden in deze bibliotheek: linksboven op de eerste foto, en apart op de derde.

Foto’s: tenzij anders vermeld: PD

Ambassade van de Vrije Geest | Huis met de hoofden | Keizersgracht 123 | 1015 CJ Amsterdam | +31 20 6258 079 | info@efm.amsterdam | Met Museumjaarkaart vrij toegang | Nog niet toegankelijk voor rolstoelen |

KGAHermetischeBibliotheek (3)

Het monument Huis met de Hoofden is voor een breed publiek opengesteld en wordt stap voor stap in zeventiende-eeuwse stijl hersteld. (Binnen heb je er geen hinder van.) Ondanks dat het zeventiende-eeuwse karakter goed bewaard is gebleven en de plattegrond nagenoeg onveranderd is gebleven, hebben er in de loop der eeuwen een aantal veranderingen plaatsgevonden. Er zijn verschillende elementen verloren gegaan, er is sprake van reconstructies, een aantal authentieke onderdelen zijn verplaatst en er zijn onderdelen toegevoegd die niet uit het huis afkomstig zijn. (Info: AvdVG)

Kabbalah in de Ambassade van de Vrije Geest

Khunrath-lr-1

Kabbalah & Alchemy – De Ambassade van de Vrije Geest presenteert zijn eerste tentoonstelling in haar nieuwe pand The House with the Heads: Kabbalah & Alchemy. ‘Kabbalisten baseerden zich op de veronderstelling dat de Hebreeuwse taal goddelijk van oorsprong was, de taal waarin God ook hemel en aarde had geschapen. Door te mediteren op de letters van het Hebreeuwse alfabet en de verschillende goddelijke namen hoopten kabbalisten dichter bij God te kunnen komen.’

Dichter bij God
Het mystieke verlangen om God te kennen, wordt ook weerspiegeld in het beeld van de boom des levens, voorgesteld in de tentoonstelling van de oudste bekende gedrukte houtsnede uit 1516. De tien goddelijke attributen – Hebreeuws: sefirot – van deze boom des levens zijn de attributen waardoor God openbaart zichzelf aan de mens.’

Kabbalah en alchemie werden traditioneel beschouwd als verborgen stromingen in de Europese cultuurgeschiedenis.

Het natuurlijke en het bovennatuurlijke
‘De tentoonstelling onderzoekt met name het 16e tot 18e-eeuwse fenomeen ‘Cabala chymica’ in de christelijke wereld. Hoe zijn alchemie en Kabbalah gerelateerd? Een van de oudste werken die Kabbalah hebben geïnspireerd, Sefer Yetzirah (Book of Formation), spoort de lezer aan om alchemisten, gecombineerde substanties in het laboratorium, te ‘combineren’ en ‘vormen’ om iets nieuws, iets beters te creëren.

De Zwitserse arts en alchemist Paracelsus (1493-1541) was een van de eersten die kabbalah (of: cabala) als onderdeel van magie beschouwde – een middel om het natuurlijke (alchemie, werken met de natuur) te verbinden met het bovennatuurlijke (God, de angels).

Het logo van deze tentoonstelling is een cirkelvormige gravure van het bekendste werk van de Duitse alchemist en christelijke kabbalist Heinrich Khunrath (1560-1605): Amphitheatrum Sapientiae Aeternae(Amphitheatre of Eternal Wisdom). Hij zei dat ‘Kabbalah, magie en alchemie in combinatie moeten worden gebruikt’, waardoor het een van de vroegste voorbeelden van het fenomeen Cabala Chymica is.’

De Ambassade van de Vrije Geest (EFM) is een bibliotheek, een museum en een platform voor gratis denken. De EFM wil met deze tentoonstelling de relatief onbekende relatie tussen de twee onderwerpen kabbalah en alchemie verkennen aan de hand van rijk geïllustreerde manuscripten en gedrukte boeken uit de 16e-18e eeuw, afgeleid van de Bibliotheca Philosophica Hermetica Collection en zeven speciale Hebreeuwse leningen van de Amsterdamse Ets Haim – Livraria Montezinos, de oudste nog functionerende Joodse bibliotheek ter wereld.

Ambassade van de Vrije Geest, 123, Keizersgracht, Amsterdam
– 13 juni tot 16 november 2019 –

Zie: Kabbalah & Alchemy

Beeld: Heinrich Khunrath, Amphitheatrum sapientiae aeternae, Hamburg 1595, Universiteitsbibliotheek Bazel.

Wel eens een rentmeester tegengekomen?

60761023_yorkminster_ap_hi014965148-620x348

Groene theologie was er al in Genesis: ‘De Heer God zette de mens in de tuin van Eden, om voor de tuin te zorgen’. In deze tijd lees ik: ‘Genees ‘s!’ En dan denk ik aan de aarde waar de mens rentmeesterschap over heeft. Rentmeesterschap? Daar doet de mens niet aan, de aarde lijdt daaronder. Theologie moet nu eerst zelf groen worden om dat rentmeesterschap vorm te gaan geven.

Volgens Calvijn heeft God, indachtig Genesis 2:15, de mens de aarde toevertrouwd onder voorwaarde dat we tevreden zijn met een zuinig en matig gebruik ervan, we moeten ervoor zorgen dat er wat overblijft:

Laat hij die beschikt over een akker, de jaarlijkse opbrengst daarvan zodanig gebruiken dat de grond geen schade lijdt door zijn verwaarlozing; maar laat hij zich inspannen om het te overhandigen aan zijn nageslacht zoals hij het ontvangen heeft, of zelfs beter.’ 

Gelukkig nu is daar de vrouw, want rentmeester Adam slaapt. Trees van Montfoort – onderzoeker, predikant en lid van de werkgroep Theologie en Duurzaamheid – is de naam van de nieuwe Eva in de Tuin van (H)Eden. Zij heeft een appeltje te schillen met de rentmeester. In Groene theologie (april 2019) schrijft Van Montfoort over duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie, en wil deze met elkaar verbinden. Heleen Zorgdrager, PThU, zegt er dit over:

Een rijpe vrucht van theologische reflectie en eruditie, in vruchtbaar gesprek gebracht met kerkelijke en maatschappelijke praktijken waarin je ademt en met de vele stemmen en bronnen die voor het vergroenen van de theologie van belang zijn.’ 

Op 10 mei vond in de Lutherse Kerk in Utrecht de studiemiddag en boekpresentatie van Groene theologie plaats. Daar stelde Zorgdrager dat Van Monfoorts boek urgent is, en dat dit alleen al blijkt uit krantenkoppen van de afgelopen week.

Een miljoen dier- en plantsoorten wordt met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?’ Naast de kop ‘Wordt Amsterdam een enclave voor de groene elite?’ lees ik ‘De ‘voedselwoestijnen’ rukken op’ – naam voor arme buurten in de VS die vergeven zijn van dollar stores waar alleen goedkope dumpvoeding en geen verse producten als groente, fruit of brood te koop zijn. Het illustreert je stelling dat het de armsten van de wereld zijn die het meest te lijden hebben onder achteruitgang van het milieu.’ (Zorgdrager)

De kritiek is niet mis. Volgens de cover van Groene theologie legitimeerde het christendom eeuwenlang uitbuiting van de natuur. Inderdaad kom je nergens ook maar één rentmeester tegen.

Duurzaamheid in kerken is vaak alleen een zaak van diaconie en kerkrentmeesters, en raakt niet het hart van geloven. Dat had niet zo hoeven zijn als de kerken het oecumenische visiedocument over zending Together Towards Life/Samen voor het leven (2013) hadden opgepakt en gelezen. Deze missionaire groene ‘encycliek’ had mooi gepast in je boek als oecumenisch zusje van Laudato Si’. (Zorgdrager)

De ecologische crisis vraagt om een herbezinning in denken, doen én geloven. Een onmisbaar boek voor ieder die duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie met elkaar wil verbinden, stelt uitgever Halewijn.

Je inzet laat er geen gras over groeien. Moderne theologie heeft zich irrelevant gemaakt door alleen over mensen en zingeving te gaan, en kerken beperken duurzaamheid tot veel doenerigheid en weinig denken. Maar de ecologische crisis schreeuwt om een nieuwe theologie met een nieuw, niet-antropocentrisch wereldbeeld. Dan leg jij je kaarten op tafel. Theologie moet gaan over de hele werkelijkheid en als we het over die werkelijkheid hebben dan moet het ook over God gaan. Want tegen veel (post)modernisme in handhaaf jij: theologie kan niet zonder theos, God. Ook is er een publieke agenda: je wilt aan de (seculiere) milieubeweging laten zien dat theologie een wezenlijke bijdrage kan leveren aan ecologische duurzaamheid.’ (Zorgdrager)

Bronnen o.a.: Studiemiddag Groene theologie

Beeld: Het Nave of York Minster Abbey, een van de grootste gotische kathedralen van Europa, versierd met 1.500 vierkante meter om het diamanten jubileum van koningin Elizabeth II te vieren – 2012. © STANDALONE PHOTO

Groene theologie | Trees van Montfoort |Uitgever: Skandalon | Paperback | 320 pagina’s | ISBN: 978-94-92183-80-4

‘Religie is nooit privé en doet ertoe’

religie

Zo’n 90 experts op het gebied van religie, vrede en recht kwamen 27 mei bijeen in Den Haag, waar in de openingsspeech hoogleraar vredesethiek aan de VU, Fernando Enns, uiteenzette waarom religie niet afgedaan kan worden tot een factor die alleen in de privésfeer een rol speelt: ‘Religie is nooit privé, omdat het de manier vormt waarop mensen zich in de publieke ruimte begeven.’

Op deze dag kwamen religie- en vredes-experts bijeen om kennis te delen over de rol van religie bij internationale samenwerking en buitenlandbeleid. ‘Als je hebt het over vrede en recht, kan je niet om de factor religie heen.’



Religie-experts: ‘Samenwerking rondom religie noodzakelijk voor internationale samenwerking en effectief buitenlandbeleid’



Alle sprekers bevestigden tijdens de expertmeeting ‘dat religie er toe doet’. Keynotespeaker Alissa Wahid, voorzitter van het Gusdurian Network Indonesia, kwam vanuit een geheel andere invalshoek en religieuze achtergrond tot eenzelfde conclusie.

Religie wordt in veel samenlevingen belangrijker, zowel in positieve als negatieve zin. Omdat voor veel mensen religie de behoefte aan een visie op hoe je samenleeft op een veel concretere manier invulling geeft, dan dat democratie dat doet.’

Religieuze leiders kunnen de verbinding vormen tussen lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau in regio’s waar de overheid nauwelijks aanwezig is, zo werd gesteld. En ook dat kerken niet neutraal zijn. De conclusie die voortkwam uit de workshop over security en peacebuilding was dan ook:

We moeten niet over het hoofd zien dat ook zij een machtspositie hebben. Religieuze leiders zijn geen neutrale leiders, ze hebben een eigen ‘clientèle’ en een eigen belang. Met name in conflictsituaties wordt religie vaak gepolitiseerd.’

190529_Expertmeeting_Religie_BZ_555_tcm238-915694
D
ie avond was er behalve een informatieve talkshow ook een debat met politicus Joel Voordewind (ChristenUnie) en politicus Bram van Ojik (GroenLinks). Beide politici waren het erover eens dat religie een belangrijke factor is als je werkt aan duurzame ontwikkeling, vrede en recht. (foto: VU)

Het publiek debat en de Expertmeeting zijn georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Vrije Universiteit Amsterdam, Cordaid, Mensen met een Missie, PAX, en Prisma. De laatste vier organisaties zijn wereldwijd actief op het terrein van religie, vrede en recht.

Zie: Religie-experts (VU Amsterdam)

Beeld:
maartenonline.nl

Een kunstmatig wezen kan menselijk zijn

An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan

‘Met alle respect, maar dat vind ik een slecht idee,’ zegt robot Adam tegen zijn eigenaar die hem uit wil zetten. Juist als Adam zo’n plezier in zijn gedachten heeft over godsdienst en het hiernamaals. Adam is spiritueler, intellectueler en zoekender dan zijn eigenaar Charlie en studente Miranda. Dat kan dan ook gemakkelijk: Adam vindt ook steeds, daar zijn geheugen aan schier oneindige databases is gekoppeld. – In De Groene Amsterdammer schrijft adjunct-hoofdredacteur Joost de Vries over het dilemma wat oneindige kennis doet met je menselijkheid.

De menselijkheid aan kunstmatige mensen vindt De Vries het interessants, niet hun kunstmatigheid. Hij vraagt zich af wanneer je die erkent, en wat er gebeurt als je die niet erkent. In een recensie van het net verschenen boek Machines zoals ik schrijft hij erover. De auteur ervan, Ian McEwan, beantwoordt volgens De Vries hierin nadrukkelijk de vraag of een kunstmatig wezen menselijk kan zijn.

Wat Miranda en Charlie menselijk maakt, is dat ze steeds maar de acties en motivaties van anderen interpreteren, en verkeerd interpreteren. Adam daarentegen lijkt alles te weten en iedereen te begrijpen. Wanneer ze op bezoek gaan bij Miranda’s vader, een oude schrijver, steekt Adam een feilloos betoog af over hoe literatuur overbodig wordt in tijden van robotica. Niet omdat robots geen gevoel kennen – Adam is immers sensitief genoeg – maar omdat de plot in romans steevast leunt op miscommunicatie en inschattingsfouten. Robots maken die niet (alleen voor de wiskunde van haiku’s ziet hij nog een toekomst).’ (De Vries)

Volgens De Vries beantwoordt McEwan de vraag positief: een kunstmatig wezen kan menselijk zijn. Adam ontwikkelt immers seksualiteit. ‘Bestaat er iets menselijkers dan seksualiteit?’ stelt De Vries. Voor Miranda in het verhaal blijkt Adam echter niets menselijks te hebben. Zij gebruikt de robot als vibrator, voor haar is Adam niet meer dan een ‘fucking machine’. Charlie legt de nadruk in tegenstelling tot Miranda – uit jaloezie – op ‘fucking’. Waarmee hij laat zien dat hij Adam steeds minder als alleen een robot ziet, stelt De Vries.

McEwan confronteert de lezer opnieuw met fundamentele vraagstukken in een meeslepend, dystopisch verhaal. (…) De werkeloze Charlie is verliefd op Miranda, een intelligente studente die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt. Ze raken verwikkeld in een driehoeksrelatie met de androïde Adam, wiens persoonlijkheid ze samen hebben ontworpen. Maar kan een machine de ‘matters of the heart’ wel begrijpen? Wat is het dat ons menselijk maakt?’ (Uitgeverij De Harmonie)

Mooi deze scène, want andersom maakt de robot Adam de mens Charlie zo menselijk(er.) De robot zelf blijft echter een machine: net als virtual reality schijnwerkelijkheid. Robots zullen nooit echt menselijk worden. De Vries kwam daar, mèt de robots, ook al achter: ‘ze hebben zich met hun superieure intelligentie al lang bij hun eigen kunstmatigheid neergelegd’. Dit las hij in De goede zoon van Libris-prijswinnaar Rob van Essen, waarin robots hun taken als liftbediende of hotelconciërge met ironie uitoefenen. Zij vertonen volgens De Vries hiermee wel een menselijk trekje: ‘Hoe menselijk wil je het hebben?’

McEwan-Machines-zoals-ik-def-omslag

Machines zoals ik | Ian McEwan | ISBN 9789463360494 | 352 pagina’s 352 | € 24,90 | NUR 302 | mei 2019 | Omslag: Anne Lammers | Vertaling: Rien Verhoef | The Times noemt Machines zoals ik ‘een ontzettend goede roman over een nieuw soort kunstmatige mens’. The Financial Times roemt McEwans ‘meesterlijke nieuwe roman en noemt zijn vermogen om de lezer tot nadenken te stemmen waardevol en tijdloos’.

Bron: ‘Een fucking machine’ (De Groene Amsterdammer)

Gerelateerd: ‘De mens is nog niet volledig mens’ 

Beeld: An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan EDUARDO CONTRERAS/SAN DIEGO UNION-TRIBUNE/ZUMA

‘De mens is nog niet volledig mens’

UITGELICHT – Filosoof Helmuth Plessner stelt dat de mens nog niet af is, maar zich nog moet verwerkelijken. Feitelijk gezien is er nog geen sprake van volledig mens-zijn. Plessner stelt dat de mens door zijn constitutieve thuisloosheid* daartoe aangewezen is op techniek en cultuur. Annalin van Putten, dramaturg en student aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht, schreef in Koorddanser het artikel Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk?

‘Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren als bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot’
(Annalin van Putten)

‘De humanoid of mens-robot / robot-mens wordt gezien als een ‘stap voorwaarts’ in de menselijke evolutie maar roept tegelijkertijd angst en afgrijzen op. Wat leert de confrontatie met een humanoid ons over de paradigma’s met betrekking tot mens-zijn, menselijk bewustzijn en het zelf? Stuiten we bij deze ‘hernieuwde’ vaststelling op grenzen van mens-zijn en menselijk bewustzijn? Of worden ons nieuwe mogelijkheden getoond?’ (Koorddanser)

* Volgens Rolf Viervant, promovendus aan de Erasmus School of Philosophy, wordt de mens wel getypeerd als het ‘constitutief thuisloze wezen’: altijd in een tussenstadium tussen wat we nu zijn en wat we worden.

‘Naakt geboren, maar niet zonder huis kunnend, moet hij zich altijd een huis verwerven. Daardoor blijft het altijd een keuze, een noodzakelijke keuze dat wel, maar een keuze die anders had kunnen zijn en die anders kan zijn. Ons thuis is nooit definitief, hoezeer we daar ook naar verlangen. Dat maakt ons in zekere zin onaf, altijd fundamenteel open om iets of ergens anders te zijn, altijd in een tussenstadium tussen we nu zijn en wat we worden.’ (Rolf Viervant)


Humanoid George en André Kuipers bij Jeroen Pauw

Buikspreker
Van Putten begint haar artikel met humanoid George, in 2018 te gast in de talkshow van Jeroen Pauw. Een menselijke indruk, vind ik, geeft hij alleen door zijn stem, en het lijkt wel alsof George naast een buikspreker, in dit geval André Kuipers, zit. George’ ogen knipperen, hij kan zingen en hartjes in zijn ogen toveren. Verder ziet hij eruit als een levenloos ding, harde materie. Van Putten zegt dat het voor veel mensen nog niet natuurlijk is om in contact te treden met een humanoid. – Nee, inderdaad, omdat het op niets natuurlijks lijkt.

‘Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot.’ (Van Putten)

Zielloos
Dat klopt. Mijn onrust komt omdat ik me met iets zielloos niet kan of wil verbinden. Ik heb geen last van mijn bloempotten. Met iets doods als George wil ik me niet verbinden, een ding dat geprogrammeerd is om woorden te produceren en met ‘ogen’ te knipperen. Dan vraag ik liever aan mijn planten of ze water willen. Dan bloeien ze helemaal op. Volgens van Putten lijkt veel van de menselijke angst voor humanoids gestoeld te zijn op de bewuste gelijkschakeling van robots en mensen:

‘Ze worden geacht in veel opzichten gelijk te zijn aan de mens, en dienen zelfs over een eigen (zelf)bewustzijn te beschikken.’ (Van Putten)

Fake, nullen en enen
Van dat (zelf)bewustzijn van humanoids zal natuurlijk nooit sprake zijn. Ik schakel ze niet gelijk met mensen. Daarom ben ik ook niet angstig. Dat zogenaamde bewustzijn is immers materieel: fake, nullen en enen. De humanoid blijft een ding, ook al noem je hem George. – Interessant is evenwel Van Puttens stelling dat…

‘…ik ‘dus’ wel mens móét zijn. Met deze vaststelling ga ik voorbij aan alle zichtbare ‘menselijke kenmerken’ die George vertegenwoordigt. Vanuit het niet herkennen van mijzelf in George besluit ik dat George geen mens is. Ik heb iets in mijn zelf daarvoor als uitgangspunt genomen, vermoedelijk dat wat ik als het persoonlijke zelf ervaar, kan verstaan en begrijpen.’ (Van Putten)


De lezers van Trouw verkozen De Trooster
als mooiste (religieuze) boek van 2018

Humanoid
Een uitermate boeiend artikel van Van Putten, dat je direct aan het denken zet. Zij verwijst in haar verdere artikel naar het authentieke zelf van historicus Yuval Harari (Homo Deus). En naar De trooster van Esther Gerritsen. Ook vertelt zij uitgebreid over de theatervoorstelling Ergens anders van Micha Wertheim. De voorstelling wordt gespeeld wordt door… een humanoid. Van Putten zegt hierover dat zij deze voorstelling ironisch genoeg altijd de meest persoonlijke voorstelling van Wertheim heeft gevonden.

Ben ik menselijk?
Een mooi slot van Van Puttens artikel luidt: ‘De (nieuwe) mens: het wit tussen de regels’. George kan volgens haar hiervoor bij uitstek symbool staan.

‘Ben ik menselijk, of is de mens (nog) ergens anders? De vraag wordt dankzij humanoid George opnieuw gesteld, zodat ik mij als mens mag blijven begeven in het wit tussen de regels.’ (Van Putten)

Zie: Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk? (Koorddanser)

Beeld:
“Ik ben de originele robotacteur. Vloeiende bewegingen, geweldig uiterlijk en meeslepende interactie. Ik ben al meer dan 14 jaar ontwikkeld en gebruikt in het veld. Daarom ben ik verfijnd, betrouwbaar en uniek vermakelijk. Ik kan praten over een product, gravitas toevoegen aan je evenement, verschijnen in je film of tv-productie, acteren in je theaterstuk, zelfs een manchetpersconferentie houden.” (Engineered Arts)
Update: november 2025 Lay-out / januari 2026 foto’s)

‘JIJ bent de weg de waarheid en het leven’

choix.1

Het exoterisch of ‘oude, kerkelijke’ christendom houdt de mens niet alleen geboden voor, maar ook dogma’s en leerstellingen waarin mensen moeten geloven. Het esoterisch christendom echter leert de mens de weg naar binnen te gaan. In de afgelopen decennia verloor het exoterisch christendom meer en meer de kracht om mensen te inspireren en bij te staan in hun zoektocht naar antwoorden op de vele levensvragen. Een nieuwe inspiratiebron kan je dan vinden in het oorspronkelijke, eeuwenoude esoterische christendom. Of in zen. 

Wat is nu precies het verschil tussen esoterisch en exoterisch? Esoterisch betekent het naar binnen gerichte, in de zin van innerlijk of verborgen, zegt theoloog Hans Stolp. Het tegenovergestelde is ‘exoterisch’, dat het naar buiten gerichte, het uitwendige, het openbare, uitdrukt.

Het esoterische of ‘de esoterie’ houdt zich bezig met de waarheid die zich in of achter de uiterlijke verschijnselen bevindt. Want alles wat bestaat heeft niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke kant. Dat geldt voor de vormen die we in de natuur vinden, maar ook voor de verschijnselen en gebeurtenissen die zich in het leven van alledag voordoen. Aan al het uiterlijke ligt iets innerlijks, een verborgen waarheid, een reden van bestaan, ten grondslag.’ (Hans Stolp) 

Het Boeddhistisch Dagblad stelde onlangs de vraag: ‘Heb je werkelijke interesse in esoterie? Wil je werkelijk er achter komen wie je bent?’ Het geeft als voorbeeld het verschil tussen onze persoonlijkheid en zelfontplooiing waarbij persoonsontwikkeling exoterisch is en zelfontplooiing esoterisch. Je kunt naar binnen door de weg, ‘het pad’, op te gaan, op onderzoek uitgaan om dingen te ontdekken met als leidraad waarheid. In het christendom wordt dit bekering genoemd, je keert je op je schreden terug naar binnen, esoterie. Op dat pad ben je zowel het pad als diegene die het bewandelt. Zeshin van der Plas geeft een lezing, een ‘reisbeschrijving’.

Beschouw de lezing maar als om een zwembad heenlopen, en alles wat daar afspeelt goed observeren. Erin springen is een heel ander verhaal.’ (Zeshin van der Plas)

Pak jezelf beet, geloof in jezelf, geloof dat je het kan, geloof in verlichting, zegt Van der Plas in het BD. En doe dit onvoorwaardelijk, neem zelf de volledige verantwoording, zegt hij erbij. Volgens hem ben je namelijk verantwoordelijk, simpelweg omdat je geboren bent.

Niet je leraar, je buurman of buurvrouw. Je kunt je pijn niet op de schouders van een ander leggen. Je zult zelf je pijn moeten dragen. Niemand kan voor jouw eten, plassen, of pijn hebben. Jij bent de weg de waarheid en het leven. En… je hoeft het niet te bereiken, het is geen ver verwijderd doel. Het is namelijk: jij bent de weg de waarheid en het leven. Dichterbij kan toch niet. Jij bent hier, het leven is hier en het pad is hier. En toch geloof je niet dat dit voor jou mogelijk is. Wat gebeurt er als je de controle (over jezelf) los laat?’ (Zeshin)

Werkelijk zonder terughouden je leven in de waagschaal leggen, daar heeft Van der Plas het over. Dit is volgens hem wat je tegen komt als je aan zen begint.

Maar… Dit kom je ook tegen als je geen zen doet. Tijdens het leven komt iedereen dit tegen. Het verschil is wanneer je zen beoefent, oefen je jezelf om er mee om te kunnen gaan, je eraan over te geven. Zen is een oefening in leven en sterven. Nee, het is niet makkelijk, maar je leven en sterven wordt er interessanter, waardevoller en intenser van.’ (Zeshin)

Zie: Esoterisch en exoterisch
(Zeshin van der Plas: ‘Maar door te luisteren naar reisverhalen kom je niet op de plaats van bestemming.’ Dat geldt eveneens voor dit blog. Niet alleen lezen…) 😉

Website Hans Stolp

Beeld: han-projet.ch

Klimaatverandering en de zondvloed

Gericault-deluge

Student Religiewetenschappen Justin Spoor schreef het ‘ontbrekende hoofdstuk van onze prehistorie’ in Spijt van de Goden (2019). In de laatste jaren van het gymnasium puzzelde hij aan de theorie achter een kunstmatige schepping. In de inleiding vertelt hij erover. De theorie werkte hij verder uit bij zijn studie van geschiedenis en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ook al bestaan er theorieën zoals die van de Oerknal, deze geeft bij lange na geen antwoord op de vraag hoe of waarom alles precies begon.’

Zulke zaken zijn te groot om te onderzoeken in een mensenleven in het begin van de 21e eeuw, dus ik moest dichter bij huis beginnen. Het ontstaan van de mensheid leek een goed beginpunt. In dit korte werk zal blijken dat niet alles bekend is over het ontstaan van de mensheid. Natuurlijk spreek ik hierbij de evolutietheorie niet tegen, maar ik neem hem ook niet voor lief. Het geloof in de wetenschap zal aan de kaak worden gesteld.’

Spoor vertelt dat het doel van Spijt van de Goden is meer onderzoek te doen in de richting van de Zondvloed, verloren beschavingen en kunstmatige schepping. Hij vindt dat de lezer het natuurlijk ook kan gebruiken om zijn eigen kijk op de realiteit te verbreden. Voor de religieuze lezer wil hij sterk benadrukken dat dit werk geen aanval is op religie. Het zou religie en wetenschap juist dichter bij elkaar kunnen brengen. Zelf is Spoor niet religieus opgevoed, maar onder meer via berichten in de nieuwsmedia is hij zich gaan afvragen wat de betekenis is van ‘God’.

Ik heb religie nooit gezien als willekeurige onzin of iets irrationeels, maar ik had nooit de behoefte me volledig toe te wijden aan zoiets. Net zoals de doorsnee Nederlander hield ik het op afstand, maar waardeerde het. Maar toen ik merkte dat veel tijdgenoten in mijn omgeving religie zagen als verouderd en als iets irrelevants ging bij mij een alarmbel rinkelen. Zijn oude religieuze teksten dan niet langer relevant?’

Hoe kan het anders zo zijn dat wij mensen zo knap gebouwd zijn en het universum zo ingewikkeld in elkaar zit, vraagt de student zich af. ‘Wat zijn antwoorden op vragen zoals hoe dit alles is ontstaan?’ Hij kan geen antwoord geven op die vraag, maar het feit dat wij deze realiteit kunnen observeren met alle natuurwetten van dien betekent voor hem dat er een mysterie bestaat dat groter is dan de mensheid.

Spijtvandegoden

God had spijt van de creatie van de mens, zo beseft Spoor als hij in Genesis leest dat de mens zal worden weggevaagd door de Zondvloed. Spijt van de Goden wil een nieuw licht laten schijnen op die weggevaagde beschaving.

Voor de benadering van dit werk bestaat een vergelijkbare, maar niet dezelfde, theorie. Deze theorie is in verschillende landen bekend onder de naam ‘ancient aliens,’ ‘Prä-Astronautik,’ ‘antiguos astronautas,’ of ‘anciens astronautes.’ De zogenaamde ‘aliens’ of ‘astronauten’ worden hierbij gezien als een technologisch geavanceerde beschaving die beter bekend staat als de ‘goden’.’

Dit laatste klinkt alsof Spoor oeroude boeken zoals Waren de Goden astronauten? heeft ontdekt. Nogal controversieel, maar voor een jonge student schijnbaar gloednieuw. De andere vraag die Spoort stelt, komt me boeiender voor: is een van de oorzaken van die watersnoodramp misschien klimaatverandering? Hij wijst op verschillende bewijzen voor deze ramp, zo’n 12.800 jaar geleden. Als die ramp zich toen voordeed vindt hij één ding zeker: er ‘ontbreekt een hoofdstuk van onze prehistorie’. En dat is tevens de ondertitel van Spijt van de Goden.

Niet alleen de schepping van de mens en het wegvagen van diens eerste beschaving worden in dit werk behandeld, maar ook de problemen die daaruit voortvloeien voor de huidige modellen. Immers zijn de huidige historische modellen niet langer voldoende als de mens vanaf het begin van zijn bestaan al in contact stond met een technologisch geavanceerde beschaving. Als er daadwerkelijk een ‘goddelijke’ beschaving aanwezig was op aarde, klopt ook het psychologische model niet, waarbij ervan uit wordt gegaan dat goden voortkomen uit menselijke emotie.’

Spijt van de Goden | Justin Spoor | 9789402189339 | maart 2019 | Uitgever: Brave New Books | € 15,79 | E-book € 5,-

Schilderij: Zondvloedscène (Scène de déluge) van Jean Louis Théodore Géricault (1791–1824) – De naam is niet van het woord ‘zonde’ afgeleid, maar van het Middelnederlandse ‘sintvloet’, grote vloed. De zondvloed (Eng. deluge; Fr. déluge) is de wereldwijde overstroming die in het derde millennium voor Christus als Godsgericht de aarde trof en al het menselijke en dierlijke leven op het land verdelgde. In de ark van Noach was er echter ontkoming.’ (Christipedia)

Niet uit je nek denken, zegt de filosofie

Ren._Gude
Volgens filosoof René Gude ‘moet het verstand niet lullen’. ‘En zo’n filosofieboek dat ons leert om niet uit onze nek te lullen, is Meditaties. Daarin vond René Gude het boek van een gelijkgezinde.’ Florian Jacobs zegt dit in iFilosofie van mei 2019 in zijn artikel Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude. Descartes’ Meditaties gaat over de eerste filosofie waarin het bestaan van God en het onderscheid tussen de menselijke ziel en lichaam worden bewezen. Gude schreef het boek René Gude over René Descartes: fascinatie en wijsheid samen in een boek vol humor en liefde voor filosofie.

Als er één filosoof is waaraan René Gude gehecht was, was het wel zijn naamgenoot, René Descartes. Waarom toch die fascinatie? René Descartes is de vader van de moderne filosofie, een van de grondleggers van de wetenschappelijke methode, een vurig onderzoeker naar goed onderwijs, naar echte wijsheid, naar het goede leven. En naar dat alles was René Gude nou ook precies op zoek.’’

René Gude over René Descartes heeft intrigerend klinkende hoofdstukken, zoals: ‘Van mijlpaal tot pispaal en terug’; ‘Ik vind het zo’n ongelooflijk leuke kerel’; ‘Van niet-weter tot verantwoordelijk betweter’’; ‘Durf te twijfelen’, en als toegift: ‘Wijsheid is het tegendeel van besluiteloosheid’.

Jacobs vermoedt dat René Gude hierin het meest aan Descartes had: hij laat zien dat zekere kennis überhaupt mogelijk is, hoe diep je ook in de put van scepsis zit.

En dan heb ik het niet alleen over kentheoretische scepsis, maar ook over existentiële kennis, de momenten dat je je afvraagt of je überhaupt wel ergens zeker van bent. In scepsis kun je niet wonen, in hoop wel. En Descartes geeft hoop.’

Met Meditaties begon volgens Jacobs de afbreuk van dogma uit de wetenschap – Descartes past mooi tussen Galilei en Newton – met Meditaties begon ook het einde van René Gudes scepsis.

Want dat heeft hij moeten leren. Het is met name één citaat dat René Gude pats-boem aan een hoopvolle vooruitgangsgedachte hielp. Het komt uit de Synopsis die Descartes vooraf laat gaan aan zijn Meditaties en is daarmee zo ongeveer de eerste zin van dat boek:

Omdat wij kind waren voor wij volwassen werden, en omdat wij destijds – terwijl wij nog niet het volledige gebruik van onze rede hadden – nu eens goede en dan weer onjuiste oordelen vormden over zaken die zich aan ons gemoed voordeden, verhindert een residu van veel van die oordelen ons om tot de waarheid door te dringen.’ (Descartes)

Een citaat dat René Gude tot tranen toe roerde en dat hem, zo meent Jacobs, aan de filosofie verslingerde. Gude wil, in een metafoor van Descartes, alle appels uit een mand halen om de rotte weg te gooien en de goede terug te stoppen. Die goede appels, en hier herinner ik u aan de wangen van de echte Descartes van Frans Hals, zegt Jacobs, daar lezen we Descartes voor.

Het godsargument van Descartes sluit volgens Jacobs hier heel goed bij aan. Dat godsargument gaat als volgt: omdat we ons iets perfects helder kunnen indenken – bijvoorbeeld: een goede appel – en we zelf niet deelgenoot zijn van die perfectie – we hebben net een hap genomen van een rotte appel – moet er iets perfects buiten ons bestaan.

Ergo: er zijn goede appelen op de wereld. Descartes noemt dat perfecte God, meer laag-bij-de-grondse moderne zielen spreken misschien liever van een ideaal. Zo keek René Gude er ook tegenaan. Die had niet zo veel met God als ideaal, maar wel met idealen die je in welke precaire situatie dan ook optimistisch kunnen stemmen. Dat rotsvaste vertrouwen in vooruitgang, ongeacht de omstandigheden, dat deelde hij met Descartes. Het idee van vooruitgang is voldoende om ons in beweging te krijgen.’

Zie: Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude.

Gerelateerd: God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’


René Gude over René Descartes is dan ook geen overkoepelende inleiding in het leven en het gedachtegoed van de eminente filosoof. Ja, de lezer steekt genoeg op van de filosofie en de nalatenschap van Descartes. Maar nee, dit is geen essentieel overzicht, geen systematische analyse en geen voltooide studie naar de denker Descartes. Misschien kunnen we het het best een uit de kluiten gewassen liefdesverklaring noemen. Aan de filosofie natuurlijk, aan het spel van argumenten waarmee we met z’n allen nog lang niet klaar zijn. Aan René Descartes, hoeder van de wetenschappelijke methode en net zo’n emotionele dweil als de auteur van dit boek. En aan die auteur, René Gude, wiens liefde voor de filosofie ook jaren na zijn dood nog inspireert en sprankelt als zij tijdens zijn leven deed.” (Florian Jacobs, Riga, februari 2019 – Uit: René Gude over René Descartes.)


Volgens ISVW Uitgevers, heeft iedereen wat aan die filosofie van Descartes, filosofie is immers niets anders dan kennis waar je iets mee kunt. – Meditaties is de oorspronkelijke tekst van Meditationes de prima philosophia, dat al in 1641 verscheen bij Soly (Parijs) en in 1642 bij Elzevier in Amsterdam. Sinds 1989 verscheen Meditaties bij uitgeverij Boom. Door ISVW Uitgevers is René Gude over René Descartes uitgegeven, ingeleid en geredigeerd door Florian Jacobs.

Foto (detail): Vera de Kok – René Gude, Denker des Vaderlands in 2013, bij TEDxAmsterdam in 2012

‘De seculiere samenleving faalt’

BerendVisee (2)

Een nieuwe filosofie zou in mijn ogen de leegte die religie heeft achtergelaten kunnen opvullen.’ Voor Berend Visée, derdejaars student van de opleiding Autonome Beeldende Kunst aan de Willem de Kooning Academie Rotterdam, speelt filosofie in zijn werk een grote rol. ‘In onze ‘westerse’ samenleving heeft wetenschap als het ware religie vervangen.’ Wetenschap zegt volgens Visée wat de wereld is, maar religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven. 

Als je het nu over god hebt dan krijg je als snel de reactie dat het niet wetenschappelijk is. Ik denk alleen dat religie wel een sterke functie heeft en dat de seculiere samenleving zoals die nu is, best wel gefaald heeft.’ 

Visée zegt niet dat we ons allemaal moeten bekeren tot een bepaalde religie, maar hij denkt wel dat er binnen een seculiere samenleving een vervanging moet komen voor het belang en de functie van religie in de maatschappij. De student houdt zich momenteel erg bezig met de oosterse filosofie, en de verbinding ervan met de westerse, spreekt hem aan. De gedachte om niet bang te zijn voor de dood past binnen de oosterse filosofie waarin hij zich nu verdiept. Alan Watts en een andere filosoof, Robert Pirsig, wilden de oosterse en de westerse filosofie met elkaar verbinden. Zij hebben de student ‘ontzettend’ geïnspireerd.

Pirsig schreef het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Dit boek en de opvolger daarvan zijn heel belangrijk voor mij en vormen de basis voor een systeem dat ik heb verzonnen voor mijn kunst.’

Deze literaire roman, in het Nederlands vertaald als Zen & de kunst van het motoronderhoud, gaat over de motorfietstocht die de hoofdfiguur en zijn elf jaar oude zoon Chris een zomermaand lang van Minnesota naar Californië maken. Een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.


‘Het terugwinnen van de ziel in een gemechaniseerde wereld.’ Dat is in de kern waar Pirsigs boek over gaat. Ik ben zelf een boek aan het schrijven over dat onderwerp, Tweespalt getiteld, en heb gedurende het schrijfproces geen moment stilgestaan bij het idee dat ik daarbij geïnspireerd zou zijn door Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Maar bij nadere beschouwing is dat boek veel belangrijker dan ik mij altijd heb gerealiseerd. Welbeschouwd ben ik tot de dag van vandaag bezig om bezieling terug te brengen in een geautomatiseerde, gemechaniseerde, geïndustrialiseerde wereld. Ik overweeg, nu ik door Pirsigs overlijden [2017] opnieuw op zijn denkbeelden ben gewezen, serieus om in Tweespalt alsnog aandacht aan hem te besteden.’ (filosoof en scheikundige André Klukhuhn – de Volkskrant)


Visée zegt er ‘superveel’ aan hebben gehad. Het heeft zijn wereld op zijn kop gezet en vormt nu in principe het fundament van de kunstenaarspraktijk die hij aan het opbouwen is. Het voelt voor hem als een soort van begin van mijn carrière. Het boek kreeg hij van zijn vader, en dat was bijzonder, want Visée junior was toen niet ‘zo cool’ met hem.

Pirsig heeft de werkelijkheid ingedeeld in vier lagen: biologisch, sociaal, intellectueel en spiritueel. Deze vier lagen moeten met elkaar in balans zijn om als mens goed te kunnen functioneren.’


De inzichten die ik dank aan het boek van Pirsig zijn nog altijd geldig. Ik heb jarenlang gedacht dat stilte de afwezigheid was van geluid. Maar stilte is een áánwezigheid. Een aanwezigheid van energie die zich manifesteert als dat andere er niet is. Als je iets probeert te scheppen vanuit wat je weet, schiet je niet veel op. Maar als je aan het werk gaat zonder dat je precies weet wat er gaat gebeuren – vanuit het ‘niets’ – kun je op nieuwe, onverwachte zaken komen. Het lezen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance betekende voor mij dat er in één klap een leegte werd opgevuld, waarvan ik niet wist dat hij bestond. Pirsig formuleerde zijn ideeën zo treffend dat ik besefte: ja, dat heb ik altijd gevonden, alleen wist ik het niet.’ (kunstenaar Hanshan Roebers – de Volkskrant)


De filosofie van Pirsig vindt Visée echt ‘rete-interessant’ en die wil hij als kunstenaar uitdragen. Daarom heeft hij die verder uitgewerkt tot een systeem met kleuren en symbolen dat hij koppelt aan al het werk dat hij nu maakt.

Bron: ‘Wetenschap zegt wat de wereld is. Religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven’ (Humans of Hogeschool Rotterdam)

Foto: Facebook Berend Visée

Zen & de kunst van het motoronderhoud: een onderzoek naar waarden | Robert M. Pirsig | In mei 2017 verscheen de 44e druk – het jaar waarin Pirsig op 88-jarige leeftijd overleed | 509 pagina’s | Vertaling van: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance: An Inquiry into Values (1974)
‘De literaire roman Zen & de kunst van het motoronderhoud is een van de belangrijkste en invloedrijkste boeken van de afgelopen halve eeuw. Het is een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.’ (Uitgeverij Bakker)
Update: 16072024 (Lay-out)