Bantoe-filosofie: een zelfbewuste ziens- en levenswijze

De Bantoe-filosofie biedt een eigen toegang tot de betekenis van het leven. Placied Tempels zag die grote schoonheid al lang geleden. De Vlaamse priester (1906-1977) werd destijds uitgezonden naar Congo waar hij zijn meesterwerk schreef over de Bantoe-filosofie. Zijn luisterende aanpak leidde in die tijd tot weerstand, want als missionaris werd hij geacht andersgelovigen te bekeren tot een Europees christendom. ‘Zijn Bantoe-filosofie uit 1946 geldt internationaal nog altijd als een standaardwerk’.

‘Racistisch mensbeeld legitimeerde de uitbuiting in de koloniën’
(Angela Roothaan)

Tempels’ Congolese gespreksgenoten kenden weliswaar niet het Europese gebruik om filosofische begrippen en gedachten als een systematische wetenschap op schrift te stellen, maar een filosofisch systeem en filosofische begrippen, kenden zij wel degelijk.’
(Uit: Bantoe-filosofie)

The Bantu Philosophy Project
Tempels schreef Bantoe-filosofie om heersende vooroordelen te bestrijden en een eigen religieuze ontwikkeling van de Afrikanen te ondersteunen. Zijn boek gaf een impuls aan studies naar Afrikaanse filosofie, en is gebaseerd op vele gesprekken van Tempels met Congolezen.
Nu uitgegeven in een ‘opgefriste’ en hertaling – met een heldere inleiding – door Angela Roothaan, initiator van The Bantu Philosophy Project. Zij is universitair hoofddocent interculturele en Afrikaanse filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.


Placied Tempels: “Niets beweegt in dit krachtenheelal zonder dat heel de rest bewogen wordt of kan worden. De krachtenwereld is als een spinnenweb waarvan je geen enkel draadje kan doen trillen zonder dat het hele weefsel meetrilt.”

Racistisch mensbeeld
In de Europese Verlichtingsfilosofie, waarin denkers als Immanuel Kant en Georg Wilhelm Friedrich Hegel een hoofdrol speelden, heerste een onbegrensd optimisme over het vermogen van de mensheid om zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd meenden deze denkers dat alleen Europeanen daar echt rijp voor waren.
Andere volkeren zouden volgens hen minder in staat zijn tot rationele ontwikkeling en vrijheid. Afrika stond in hun visie onderaan de ranglijst. Dit racistische mensbeeld legitimeerde de uitbuiting in de koloniën.’
(Angela Roothaan, Inleiding: Bantoe-filosofie begrijpen – in: Bantoe-filosofie)

Geleefde filosofie
Fleur Jongepier zegt in Trouw, in haar artikel Bantoe-filosofie: fraaie analyse bevat ook koloniale oeps-momenten, dat ‘echte’ filosofie consistente, systematische, gecategoriseerde en op schrift gebrachte filosofie is. Geleefde filosofie wordt te primitief gevonden.


Huisje in Kabondo-Dianda waarin Placied tempels woonde

Waarom zou de Bantoe-filosofie überhaupt gesystematiseerd moeten worden? Het antwoord kan uiteindelijk alleen maar zijn: voor de Europeaan. Tempels gelooft oprecht dat de Bantoe door koloniale bestuurders en missionarissen onrecht wordt aangedaan.’
(Jongepier, Trouw)

Werkelijkheid: ‘zijn’ of ‘leven’
M
ede door Tempels’ latere voorlichtingswerk aan lokale priesters en gelovigen had hij een grote uitwerking op de missie in Afrika en ook op de Afrikaanse theologie. Opmerkelijk genoeg kreeg Bantoe-filosofie echter nog meer aandacht vanwege de filosofische inhoud ervan.

De aandacht heeft zich vooral gericht op Tempels’ stelling dat de Bantoe-ontologie een radicaal andere benadering van de werkelijkheid inhoudt dan de Europese ontologie. Terwijl de laatste de werkelijkheid opvat als zijn, als een statische categorie, ziet men in Afrika de werkelijkheid als leven, als een zich ontwikkelen en uitdrukken van een altijd werkende kracht.
(Uit: Bantoe-filosofie)


Angela Roothaan: “Tempels schreef Bantoe-filosofie om heersende vooroordelen te bestrijden en een eigen religieuze ontwikkeling van de Afrikanen te ondersteunen.”

Bronnen:
* Trouw –
Bantoe-filosofie: fraaie analyse bevat ook koloniale oeps-momenten
* Bantoe-filosofie | Placied Tempels |  Ingeleid en hertaald door Angela Roothaan | Noordboek | augustus 2023 | 191 blz | € 22,90 | ‘We waren van mening dat we grote kinderen moesten opvoeden, wat tamelijk eenvoudig zou zijn geweest. Maar opeens wordt het ons duidelijk dat we met een volwassen mensheid van doen hebben, met zelfbewuste ziens- en levenswijzen, doordesemd met een eigen allesomvattende filosofie.’ (Cover)
* Foto’s: Facebook P Placide – Frans Tempels ofm
* Foto Angela Roothaan: Facebook dr Angela Roothaan

Tip! ► Nu te zien in Wereld Museum Amsterdam
Onze koloniale erfenis – ‘De tentoonstelling laat zien hoe kolonialisme de wereld van nu mede heeft gevormd, en hoe mensen kolonialisme doorstonden. Leer hoe mensen probeerden hun eigen levens te creëren, in opstand kwamen en de baas probeerden te blijven over hun eigen leven. Sta jij open voor een meerstemmig verhaal met verschillende perspectieven?

Foto kinderen: made-in.be

Zie ook: Ubuntu, filosofie van de dialoog – ‘Ik ben, omdat wij zijn’

De Bijbel in feministisch perspectief

De Bijbel is vermoedelijk uitsluitend door mannen geschreven: alleen mannen redigeerden de teksten, maten zich het gezag aan om de teksten te interpreteren, de canon samen te stellen en de kerk te institutionaliseren. Zo constateren feministisch theologen. – Mariecke van den Berg schrijft een drieluik over feministische theologie. ‘In een notendop houdt christelijke feministische theologie een engagement met het christendom in, waarbij patriarchale structuren en beelden van de traditie worden bekritiseerd en de perspectieven van vrouwen, in al hun diversiteit, centraal worden gesteld’.

Als het goddelijke mannelijk is, dan is het mannelijke goddelijk.’
(Theologe Mary Daly)

De gevolgen van die eenzijdigheid zijn groot: het spreken over God gebeurt in overwegend mannelijke termen, de helden uit de Bijbel zijn bijna allemaal mannen en de kerk werd voor het allergrootste gedeelte van de geschiedenis door uitsluitend mannen geleid. Dit ging ten koste van de perspectieven van vrouwen, vrouwelijke helden en vrouwelijk leiderschap. Feministisch theologen hebben verschillend gereageerd op deze scheve verhoudingen.’

Van den Berg schrijft over enkele feministisch theologische perspectieven, en verwijst naar de Amerikaanse filosofe en theologe Mary Daly die stelde dat het christendom niet meer te redden was.

In haar bekende boek Beyond God the Father (1973) stelt ze: ’Als het goddelijke mannelijk is, dan is het mannelijke goddelijk.’ Daly voorzag daarin geen noemenswaardige verandering. Ze verliet de rooms-katholieke kerk, maar bleef zich van buiten de traditie wel altijd kritisch verhouden tot het christendom.’

Anderen probeerden volgens Van den Berg – bijzonder hoogleraar feminisme en christendom aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (Catharina Halkes Leerstoel) en universitair docent interreligieuze studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam – van binnenuit de traditie te veranderen.

Dat vrouwen in de Bijbel en aanverwante literatuur minder vaak aan de orde komen, wil volgens hen niet zeggen dat je kunt stellen dat ze helemaal niet meedoen of geen stem hebben. Dan doe je hen eigenlijk een tweede keer onrecht aan. De kunst is juist om teksten te bestuderen die doorgaans de leesroosters niet halen, daarbij heel voorzichtig te lezen en een antenne te ontwikkelen voor wat er niet gezegd wordt.’

Ook verwijst Van den Berg naar theologe Elisabeth Schüssler Fiorenza. Zij stelde zich een ‘ecclesia of wo/men voor, waarin men een ‘discipelschap van gelijken’ nastreeft, een bottom-up structuur van kleine gemeenschappen waarin gelovigen zeggenschap hebben over hun eigen spirituele ontwikkeling’.

Ze nam daarbij de Jezusbeweging als voorbeeld. Volgens Fiorenza kenmerkte de groep mensen die zich verzamelde rond Jezus zich door een dergelijke gelijkwaardige manier van samenleven, die teloorging toen het christendom groeide, maar die nog wel als inspiratie kan dienen voor mensen nu.’

Tijdens de derde feministische golf, die inzette in de jaren negentig, begonnen feministisch theologen zich dezelfde kritische vragen te stellen die breder in de feministische beweging aan de orde kwamen. De nadruk op het ontwikkelen van een vrouwelijk perspectief maakte plaats voor een analyse van gender als zodanig, vaak in samenhang met seksualiteit, klasse, ras/etniciteit, lichamelijke beperkingen en mogelijkheden, opleiding, burgerschap, etc.


Volgens de orthodoxe theologie is de androgyne engel Sofia een voorstelling van Christus

Er kwam erkenning voor het feit dat mensen kunnen worden achtergesteld of weggedrukt omdat zij vrouw zijn, maar evengoed omdat zij tot een seksuele minderheid behoren, vluchteling zijn, van kleur zijn, met een accent spreken, hulpmiddelen nodig hebben, of uit een arbeidersmilieu komen.’

Door verbreding in kritisch perspectief ontwikkelt feministische theologie volgens Van den Berg steeds meer connecties met (bijvoorbeeld) bevrijdingstheologie en theologie die is beïnvloed door antiracisme theorieën, postkoloniale theorie, crip-theorie, queer studies, transgender studies en mannelijkheidsstudies.

Zie: Wat is feministische theologie? (theologie.nl)

Beeld: meetyouinthefield.nl
Cartoon: Marc-Jan Janssen
Icoon: PThU: Sofia: hen of hun?‘De orthodoxe iconen van Sofia bestaan in meerdere types. In het eerste type, de ‘Novgorod’ variant, is Sofia voorgesteld als een androgyne engel, met vleugels. Deze zit ook op een stoel. Volgens de orthodoxe theologie is die engel, Sofia, een voorstelling van Christus. Wie de afbeelding ziet, denkt wellicht niet meteen aan Christus. Of toch wel?’

God zelf veroorzaker kwantumgebeurtenissen?

De NBV21, ‘de nieuwe Bijbel voor de 21e eeuw’, is alweer oud. Nu is er de Wetenschapsbijbel: de NBV21 inclusief 300 bijdragen van 60 wetenschappers over geloof, cultuur en wetenschap. Hierin staan onder meer artikelen over hoe kwantumtoeval past in het Bijbelse wereldbeeld. En of God ook maar moet afwachten hoe de kwantumwereld zich ontwikkelt. Maar ook of Prediker met het refrein ‘lucht en leegte’ aangeeft dat het leven zinloos, leeg en absurd is. Toch roept hij regelmatig op om van het leven te genieten. Ook gaat het over de vraag of er een heel diepe verbintenis is tussen lichaam en geest. En is de ziel niet-materieel?

‘Het Bijbelse wereldbeeld is dat God voortdurend
de wereld in stand houdt en daarin werkt’

(Wetenschapsbijbel)

Wat heb je aan de Bijbel bij ingewikkelde vragen uit deze tijd? Bij onderwerpen als gender, duurzaamheid of religieus geweld? Op internet worden Bijbelteksten voor allerlei meningen gebruikt. Waar vind je dan houvast? In deze Bijbeluitgave is de tekst van de Bijbel, in de vertaling van de NBV21, samengebracht met betrouwbare inzichten, geschreven door 60 wetenschappers met liefde voor de Bijbel. Zo kun je als lezer zelf je mening vormen en vol vertrouwen in gesprek gaan over thema’s die ons allemaal raken.’

Templeton Foundation
De Wetenschapsbijbel, waaraan vijf jaar gewerkt is, zegt in ieder geval zelf geen standpunten in te nemen, maar laat verschillende perspectieven zien, ‘betrouwbare inzichten’, maar ‘zonder kant-en-klare antwoorden’. Op de vraag van het RD hoe is voorkomen dat de theologie door de wetenschap zou ondersneeuwen, antwoordde prof. Gijsbert van den Brink dat ‘de meeste bijdragen door theologen zijn geschreven’. Je kunt, aldus deze Bijbel, ‘zelf een visie vormen en met zelfvertrouwen gesprekken voeren over ingewikkelde vragen’. Met dank aan – en geld van – de Amerikaanse Templeton Foundation.

Kwantumgebeurtenissen
O
ver toeval bijvoorbeeld. ‘Toeval’ is geen concept – aldus een van de artikelen – dat vaak voorkomt in de Bijbel (wel in onder andere Pred. 9:11; Ruth 2:3; 1 Kon. 22:34; Luc. 10:31), maar wel een term die we geregeld gebruiken in het dagelijks leven en ook in de wetenschap. Het Bijbelse beeld van de wereld is, ruwweg, dat God die geschapen heeft en van dag tot dag draagt (onderhoudt, in het bestaan houdt).


‘Toeval’ is geen concept?

In de kwantummechanica wordt gesteld dat bepaalde gebeurtenissen, de zogenoemde ‘kwantumsprongen’, toevallig zijn. Dat betekent (volgens een interpretatie) dat ze ‘niet gedetermineerd’ zijn, dat ze niet veroorzaakt zijn. Vooraf kunnen we nooit weten of en wanneer ze zich zullen voordoen – zelfs niet als de beperkingen van ons kennen konden worden opgeheven’.’

Natuurkundigen denken over het algemeen dat kwantumgebeurtenissen op macroniveau geen verschil maken. Als dat zo is, dan zou het kunnen dat God in zijn beleid over de wereld gebruik kan maken van deze ‘diepe’ toevalsprocessen. Maar je kunt ook denken dat God zelf de veroorzaker is van de kwantumgebeurtenissen op microniveau. Immers, het Bijbelse wereldbeeld is dat God voortdurend de wereld in stand houdt en daarin werkt. En daar valt ook de subatomaire wereld onder.’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Lichaam en geest – en ziel?
I
n de Bijbel, zo luidt een andere overweging, komt de lichaam-geest-thematiek regelmatig aan de orde. Denk bijvoorbeeld hieraan: ‘Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens [letterlijk: ‘in het vlees’, dat wil zeggen in lichamelijke gestalte] gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God’ (1 Joh. 4:2-3).

De Bijbel kent dus niet een losse ziel die het wezen van de mens is; het lichaam is geen wegwerpverpakking. Je lichaam hoort er echt bij, het is de ‘afbeelding’ van de ziel. Het lichaam als spiegel van de ziel – denk aan ogen als spiegel van de ziel. Als er dus vol vreugde klinkt dat God zag dat het zeer goed was (Gen. 1:31), geldt dat ook voor het lichaam. Deze liefdevolle joods-christelijke houding naar het aardse is trouwens een van de (weinig erkende) belangrijke voorwaarden voor het ontstaan van empirische wetenschap in het Westen.’

‘(…)We zijn drie filosofische hoofdrolspelers tegengekomen: 1) materialisten (in allerlei soorten): de geest als iets irreëels; 2) dualisten: de ziel als zuiver geestelijke piloot in de cockpit van het lichaam; en 3) compositie-denkers: lichaam en ziel als twee-eenheid. Al die denkers zoeken naar een metafoor voor hun denkbeeld. Want hoe leg je het uit? Welk leidend beeld heb je voor ogen?

Toch is er veel voor te zeggen dat de ziel niet-materieel is. Een probleem van materialisme is bijvoorbeeld dat het onze vrijheid maar moeilijk een plekje kan geven. Het maakt ons tot automaten. We zijn dan niet meer ‘heer over onze eigen daad’, zoals ze dat in de middeleeuwen noemden.’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Predikers ‘you only live once’
W
elk mens verzucht niet van tijd tot tijd: waar doe ik het allemaal voor, is de vraag in weer een andere overweging. Wat voor zin heeft het als er zoveel misgaat? Wat leveren mijn inspanningen uiteindelijk op? Sommige Bijbeluitleggers benadrukken dat Prediker met het refrein ‘lucht en leegte’ (hevel) aangeeft dat het leven zinloos is, leeg en absurd.

Toch roept hij regelmatig op om van het leven te genieten (wij zouden het misschien YOLO noemen: ‘you only live once’). Hevel zinspeelt op de naam Abel (Gen. 4), de eerste mens die stierf, en omschrijft daarmee het vluchtige karakter van het leven: een ademtocht (vgl. Ps. 39:6; 62:10) of een schaduw die voorbijgaat (vgl. Pred. 6:12; Ps. 39:7; 144:4). De kosmos duurt oneindig voort (1:4-11), maar wij stervelingen zijn slechts een vluchtige ademtocht en het leven vliegt voorbij (vergelijk de hedendaagse kreet FOMO: ‘fear of missing out’).’

In de joodse traditie wordt zijn [Prediker] geschrift dan ook gelezen tijdens het Loofhuttenfeest, het seizoen van de vreugde. Deze dringende oproep heeft zijn wortels in de Tora, waar de levensvreugde ook wordt geroemd (Deut. 26:11) en een vreugdeloos leven wordt vervloekt (Deut. 28:47). Vandaar dat Prediker een dringende oproep doet om vreugde en genoegen te beleven op het moment dat je daarvoor de kans krijgt (11:9).’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Overbodig, die NBV21 in de Wetenschapsbijbel
De vorig jaar uitgebrachte NBV21 zit ook volledig in de Wetenschapsbijbel. Het was slimmer – en minder kostbaar – geweest als de bijdragen als supplement naast de reeds bestaande NBV21 werd gepresenteerd, als apart boek. Iedere lezer – geïnteresseerden hebben de NBV21 natuurlijk al – kan dan de ongetwijfeld boeiende artikelen over geloof, cultuur en wetenschap naast zijn NBV21 leggen. Overbodig, die NBV21 in de Wetenschapsbijbel.

Wetenschapsbijbel | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap samen met de VU Amsterdam | 1680 pagina’s + 84 themapagina’s | Gebonden | €58,00

Beeld: Lucepedia (Tilburg School of Catholic TheologyTilburg University)
Beeld kwantumgebeurtenissen: bijzonderewereld.nl
Cartoon: Stefan Verwey

De zin van het leven en je wereldbeeld

Niet voor niets is er door de gehele geschiedenis heen geworsteld met de existentiële vraag naar de zin van het leven, stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel Over de zin van redelijke wereldbeelden. De onvermijdelijke vraag naar de zin van het bestaan kan volgens hem niet op wetenschappelijke wijze worden beantwoord. Daarom is het aan de filosofie om in elk geval te proberen deze vraag te verhelderen en waar mogelijk wegen aan te reiken voor de beantwoording ervan.

Dit is volgens mij zelfs een cruciale verantwoordelijkheid voor de filosofie. De filosofie zou niet trouw zijn aan haar telos, het doel dat alle mensen nastreven, en aan haar oorsprong wanneer ze zich niet langer op deze grote vraag zou richten.’

Onbewuste materie of bewuste geest
De relatie tussen wereldbeelden (al dan niet rationeel) en de vraag naar de zin van het leven lijkt de filosoof voldoende duidelijk, daar ieder religieus of seculier wereldbeeld een eenduidig antwoord op deze vraag inhoudt.

Men kan bijvoorbeeld een materialistisch wereldbeeld aannemen, volgens welke alles wat er is bestaat uit atomaire, materiële deeltjes. Het geheel van de werkelijkheid wordt hier begrepen als ontstaan uit onbewuste en levenloze materie. Men neemt aan dat er niets bestaat voorbij het materiële.

Maar de werkelijkheid kan ook begrepen worden als ontstaan uit bewuste geest. De wereld wordt hier ervaren als bezield en als de schepping van iets goddelijks.’

De ons omringende wereld begrijpen
Elke wereldbeschouwing omvat een bepaald holistisch beeld van de aard en oorsprong van de werkelijkheid en ieder mens geeft zijn of haar leven uiteindelijk vorm door het expliciet dan wel impliciet omarmen van een wereldbeeld, zoals humanisme, theïsme of naturalisme.

Dit stelt ons in staat betekenis toe te kennen aan onze alledaagse en existentiële ervaringen. Een wereldbeeld stuurt ons leven en informeert de wijze waarop wij onszelf, de ander en de ons omringende wereld begrijpen.’

Ons bestaan richting geven
Al vanaf onze jeugd ontwikkelen we een een richtinggevend wereldbeeld, vrijwel onbewust, in en door onze interpretatieve omgang met de wereld, aldus de filosoof. Een levensbepalend verhaal helpt ons om sturing te geven aan ons leven en dient als leidraad om te kunnen navigeren in de wereld. Een dergelijk narratief of wereldbeeld bepaalt hoe wij ons oriënteren en ons bestaan richting geven.

Het wereldbeeld van waaruit wij leven is bepalend voor wat wij waardevol, zinvol, belangrijk en relevant vinden om na te streven in dit leven. Kortom, wereldbeelden, oftewel levensoriënterende verhalen, helpen ons onze leefwereld leefbaar en betekenisvol te maken.

Als mensen hebben wij geen andere keus dan het omarmen van een levensoriënterend verhaal. Wij kunnen niet anders dan ons leven vormgeven vanuit een bepaald seculier of religieus wereldbeeld. Alleen zo kunnen wij ons leven richting geven en de wereld waarin wij als mens geworpen zijn betekenisvol maken.’

De onvermijdelijke vraag naar de zin van het leven
Wanneer we werkelijk redelijke antwoorden willen onderzoeken op de onvermijdelijke vraag naar de zin van het leven, stelt Rutten, dienen we ons te gaan bezighouden met het reflecteren op wereldbeelden.

Elk religieus of seculier wereldbeeld impliceert namelijk – of beter: is – een specifiek antwoord op deze vraag.’

Het artikel gaat uitgebreid in op de relatie tussen (alternatieve) wereldbeelden en de vraag naar de zin van het leven. Samen met andere artikelen en syllabi maakt het tevens deel uit van een nieuwe collegereeks die de filosoof verzorgt aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Zie:
Over de zin van redelijke wereldbeelden (gjerutten.nl)

Nieuwe collegereeks voor Symbolische leven I
Vanaf 8 maart 2022 zal Emanuel Rutten voor de master Filosofie van cultuur en bestuur aan de Vrije Universiteit wederom een collegereeks verzorgen voor het vak Symbolische leven 1.
Interesse? Mail naar: e.rutten@vu.nl

Beeld: Hassan Nawaz (Pixabay)

Unieke toegang tot de geest van CG Jung

Onlangs verschenen The Black Books van psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung. Een reeks notitieboekjes met zwarte kaften, waarin Jung van 1913 tot 1932 schreef, zijn het resultaat van een zelfexperiment dat hij z’n ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een engagement met zijn fantasieën, die hij in kaart bracht. Jung betitelde ze als zijn ‘zwarte boeken’. Jung-expert Sonu Shamdasani spreekt over The Black Books op 30 mei tijdens een online symposium, georganiseerd door het Jungiaans Instituut, in samenwerking met de stuurgroep Jungiania, de C.G. Jung Vereniging Nederland – IVAP, en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het Rode Boek putte uit materiaal dat in The Black Books was opgenomen tot 1916, maar Jung bleef er decennia lang in schrijven. The Black Books werpen licht op de uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en relaties te belichamen. 
Prachtig gepresenteerd, met een onthullend essay van Sonu Shamdasani, en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden deze onmiskenbaar heilige boeken (Times Literary Supplement) een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van de analytische psychologie.’
(VU)

The Black Books (‘Notebooks of Transformation’), tot nu toe het belangrijkste ongepubliceerde werk van Jung, worden gepresenteerd in een prachtige, zevendelige dooscollectie met een essay van Shamdasani ― verlicht door een selectie van Jungs levendige visuele werken ― en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden The Black Books een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van analytische psychologie.

In 1913 startte C.G. Jung een uniek zelfexperiment dat hij zijn ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een verbintenis met zijn fantasieën in een wakende staat, die hij in kaart bracht in een reeks notitieboekjes die The Black Books worden genoemd . Deze intieme geschriften werpen licht op de verdere uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en persoonlijke relaties te belichamen. The Red Book putte uit materiaal opgenomen van 1913 tot 1916, maar Jung bewaarde de notitieboekjes nog vele decennia actief.’
(The Black Books)

Professor Sonu Shamdasani houdt op 30 mei een korte inleiding tot de fascinerende Black Books van Jung, ter gelegenheid van de recente publicatie van de boeken. Deze ‘intieme persoonlijke aantekeningen van Jung geven een verbluffend inzicht in zijn psyche en ontwikkeling, en zijn veel te lang verborgen gebleven voor het publieke oog’.

Sonu Shamdasani (geboren in 1962) is een in Londen gevestigde auteur, redacteur en professor aan het University College London. Zijn geschriften richten zich op Carl Gustav Jung (1875-1961) en beslaan de geschiedenis van de psychiatrie en psychologie vanaf het midden van de negentiende eeuw tot de huidige tijd. Shamdasani redigeerde voor de eerste publicatie ook een ander belangrijk werk van Jung: The Red Book, dat is gebaseerd op The Black Books.’ 
(VU)

In Het Rode Boek van Jung dat in 2019 verscheen, schreef Shamdasani een uitgebreide en heldere inleiding. Jung wordt hierin beslissend genoemd in het ontstaan van de moderne psychologie, psychotherapie en psychiatrie en een groot aantal internationale beroepsuitoefenaren in de analytische psychologie werken onder zijn naam.

De jaren, waarin ik de innerlijke voorstellingen volgde,
vormen de belangrijkste tijd van mijn leven,
waarin zich alles, wat wezenlijk was, voordeed.
Toen begon het en de latere details zijn slechts
aanvullingen en verduidelijkingen.
Mijn volledige latere werkzaamheden bestonden uit het bezig zijn
om dát verder uit te werken, wat in die jaren uit het onbewuste
was losgebroken en mij bijna had overspoeld.
Het was de oerstof voor een levenswerk.’

(C.G. Jung, 1957, in: Het Rode Boek)

The Black Books | C.G. Jung, Sonu Shamdasani | Taal: Engels | Hardcover | Slipcased Edition | oktober 2020 | 1648 pagina’s | Uitgever W W Norton & Co | € 232,99 | Vertaling Martin Liebscher, John Peck

Voor aanmelding Symposium zie:
Jungiaans InstituutZondag 30 mei 11 – 13 uur online (€ 10,-)

YOUTUBE: The Black Books by C.G. Jung

Beeld: Tree of Life door CG Jung (uit: The art of C.G. Jung)
Update 11042024

‘Religie is nooit privé en doet ertoe’

religie

Zo’n 90 experts op het gebied van religie, vrede en recht kwamen 27 mei bijeen in Den Haag, waar in de openingsspeech hoogleraar vredesethiek aan de VU, Fernando Enns, uiteenzette waarom religie niet afgedaan kan worden tot een factor die alleen in de privésfeer een rol speelt: ‘Religie is nooit privé, omdat het de manier vormt waarop mensen zich in de publieke ruimte begeven.’

Op deze dag kwamen religie- en vredes-experts bijeen om kennis te delen over de rol van religie bij internationale samenwerking en buitenlandbeleid. ‘Als je hebt het over vrede en recht, kan je niet om de factor religie heen.’



Religie-experts: ‘Samenwerking rondom religie noodzakelijk voor internationale samenwerking en effectief buitenlandbeleid’



Alle sprekers bevestigden tijdens de expertmeeting ‘dat religie er toe doet’. Keynotespeaker Alissa Wahid, voorzitter van het Gusdurian Network Indonesia, kwam vanuit een geheel andere invalshoek en religieuze achtergrond tot eenzelfde conclusie.

Religie wordt in veel samenlevingen belangrijker, zowel in positieve als negatieve zin. Omdat voor veel mensen religie de behoefte aan een visie op hoe je samenleeft op een veel concretere manier invulling geeft, dan dat democratie dat doet.’

Religieuze leiders kunnen de verbinding vormen tussen lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau in regio’s waar de overheid nauwelijks aanwezig is, zo werd gesteld. En ook dat kerken niet neutraal zijn. De conclusie die voortkwam uit de workshop over security en peacebuilding was dan ook:

We moeten niet over het hoofd zien dat ook zij een machtspositie hebben. Religieuze leiders zijn geen neutrale leiders, ze hebben een eigen ‘clientèle’ en een eigen belang. Met name in conflictsituaties wordt religie vaak gepolitiseerd.’

190529_Expertmeeting_Religie_BZ_555_tcm238-915694
D
ie avond was er behalve een informatieve talkshow ook een debat met politicus Joel Voordewind (ChristenUnie) en politicus Bram van Ojik (GroenLinks). Beide politici waren het erover eens dat religie een belangrijke factor is als je werkt aan duurzame ontwikkeling, vrede en recht. (foto: VU)

Het publiek debat en de Expertmeeting zijn georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Vrije Universiteit Amsterdam, Cordaid, Mensen met een Missie, PAX, en Prisma. De laatste vier organisaties zijn wereldwijd actief op het terrein van religie, vrede en recht.

Zie: Religie-experts (VU Amsterdam)

Beeld:
maartenonline.nl

‘Cruciale parallel tussen religie en politiek’

Astana

Hoogleraar aan de faculteit Religie en Theologie van de VU Amsterdam, Ruard Ganzevoort, signaleert een cruciale parallel tussen het domein van de politiek en het domein van religie. Hierover hield hij eind 2018 een speech bij het 6th Congress of Leaders of World and Traditional Religions in Astana (Kazachstan.) Beide domeinen zijn volgens Ganzevoort niet tevreden met de status-quo van de bestaande wereld en de realiteit ervan. Beide geloven dat de wereld anders kan zijn dan wat we vandaag zien.

Politiek en religie hebben, volgens Ruard Ganzevoort, tevens vicefractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer, het potentieel om leiders te inspireren en succesvol te laten zijn voor het algemeen welzijn. Politiek en religie hebben de eigenschap gemeen dat ze geloven dat de wereld anders kan zijn dan wat we zien: beide zijn gebouwd op ideaalbeelden.

Ganzevoort noemde het congres een belangrijke markering van het visionaire perspectief dat nodig is om fundamentele problemen en risico’s van deze tijd aan te pakken: oorlog, ongelijkheid en klimaatverandering. Deelnemers waren tachtig religieuze leiders, maar ook politici en academici, uit 46 landen. Er werd een Manifest* besproken dat de noodzaak om oorlog uit te roeien koppelt aan een oproep om de oorzaken van oorlog, inclusief ongelijkheid, weg te nemen.


* Volgens dit Manifest moet er vooruitgang worden geboekt naar een wereld die vrij is van nucleaire – en andere massavernietigingswapens; moet er voortgebouwd worden op bestaande geografische initiatieven om oorlog als manier van leven uit te bannen; is het noodzakelijk om dergelijke overblijfselen uit de Koude Oorlog te elimineren zoals militaire blokken die de veiligheid op de wereld bedreigen en een bredere internationale samenwerking belemmeren; is het belangrijk om het internationale ontwapeningsproces aan te passen aan de nieuwe omstandigheden, en vereist een wereld zonder oorlog in de eerste plaats eerlijke mondiale concurrentie in internationale handel, financiën en ontwikkeling. (Uit: Manifesto: The World. The 21st century)


Ook verwees Ganzevoort naar sociale en ecologische initiatieven, en de agenda voor duurzame ontwikkelingsdoelen. In dit kader noemde hij de encycliek Laudato Si en soortgelijke voorstellen van de oecumenische patriarch Bartholomeüs.

We hebben maar één wereld. Daarop leven we samen en er is geen ontsnappingsroute. We maken daarom allemaal deel uit van hetzelfde geopolitieke en ecologische ecosysteem. Gebeurtenissen in één gebied zullen onvermijdelijk andere gebieden beïnvloeden. Oorlogen in het Midden-Oosten leiden tot vluchtelingen naar omringende landen en West-Europa. Klimaatverandering beïnvloedt de armen meer dan wie dan ook en zij doen daarom een beroep op de rijken. Sociale ongelijkheid in Afrika veroorzaakt instabiliteit in Europa. Economische crises in het Westen hebben catastrofale gevolgen voor de ontwikkeling van andere delen van de wereld. ’

Volgens Ganzevoort zijn dit geen afzonderlijke gebeurtenissen of omstandigheden. Ze zijn allemaal verbonden met de fundamentele en overkoepelende uitdaging van onze tijd: hoe we ons bestaan ​​duurzaam kunnen maken.

En we maken intrinsiek deel uit van die uitdaging: hoe vervullen we onze verbondenheid met onze medemensen en met de natuurlijke wereld om ons heen. We zijn geroepen om nieuwe samenlevingen te bouwen waarin we in harmonie zijn met elkaar en met de aarde.’

Leiders die daarbij nodig zijn, zijn mensen die sterk geloven in de mogelijkheid om veranderingen aan te brengen en van deze wereld een betere plek te maken, die dapper genoeg zijn om toe te geven dat onze traditionele stijlen van politiek en religie ons grote schade hebben toegebracht en geleid naar een wereld van oorlog en ongelijkheid. Leiders dienen nederig genoeg te zijn om toe te geven dat ze de wijsheid en bijdragen van anderen nodig hebben; leiders die hun macht gebruiken om ruimte te maken voor de ander in plaats van de eigen invloed te vergroten; die begrijpen dat ze geroepen zijn om te dienen. Leiders die de tekenen van de tijd begrijpen en de urgentie van radicale stappen naar vrede.

Ganzevoort relativeerde in zijn speech de visionaire gezichtspunten van religie en politiek. Die schieten nogal eens tekort. Politiek blijft vaak steken in machtsspelletjes en komt op voor de eigen gevestigde belangen. Religieuze leiders en instellingen zijn soms geobsedeerd met het versterken van de eigen identiteit, zien zichzelf als alleen maar positief, maar maken in feite vaak deel uit van het probleem in plaats van de oplossing.

Religies zijn naar mijn mening per definitie ambivalent en kunnen worden gebruikt voor goed en kwaad, om vrede te brengen en oorlog te veroorzaken, liefde te laten groeien en haat te zaaien.’

Als ‘iemand die actief is in de wereld van politiek en van de academische studie van religie’ zegt Ganzevoort zich wel diep bewust te zijn van tekortkomingen van de politiek en religie, maar is hij eveneens overtuigd van hun potentieel.

Bron: Religious Leaders for a Safe World (Ruard Ganzevoort)

Zie ook: Statement 6th Congress of Leaders of World and Traditional Religions

Foto van het zesde congres: kazinform (international news agency)

Wetenschappelijk bezielde theologie, kan dat?

science-engagedtheology

Het klinkt interessant, en dat is het ook, als je de onderzoeksvisie leest van de St. Andrews Fellows in Theology & Science. Ze willen de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes werkt sinds 1 januari 2019 als parttime postdoc (onderzoeker) aan de VU in Amsterdam, waar hij bijdraagt aan Science-Engaged Theology. Het project draait, zo vertelt Smedes op zijn blog, om de vraag waarom en hoe een ‘wetenschappelijk geïnformeerde theologie’ mogelijk is. En in zijn ogen zelfs noodzakelijk. – Dan heeft de VU aan Smedes wel een goeie!

rereamora99Ontwerp logo ‘Science-Engaged Theology’:
freelance designer rereamorra99

While previous generations have asked methodological questions—sometimes including challenges from scientists that cooperation with religion violates the norms of rationality, and from religious believers that science threatens orthodoxy—we take for granted that serious scholarly study always aspires to interdisciplinary cooperation. To be credible, theology cannot ignore the products of empirical enquiry. To this end, rather than focusing chiefly on methodological questions, we are especially interested in research that brings these disciplines together in productive and creative ways.’
(Science-Engaged Theology)

stefan_paas vuWetenschappelijk-Bezielde Theologie [mijn vertaling, PD], dat zal Bart Klink – gefascineerd als hij is door de leer over God en goddelijke zaken – interessant moeten vinden. Op mijn blog van 6 januari vond de atheïst nog dat ‘theologie kenmerken van gezonde wetenschap’ mist. Hoewel Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas (foto: VU), dat logenstrafte, is Klink van mening dat ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens zijn en ze daar ook niet uit gaan komen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’.

bartklink2013Bart Klink krijgt in komende tijden wellicht nog meer antwoorden op een presenteerblaadje, en meer dan dat, want Science-Engaged Theology wil verder kijken dan naar theologie alleen. Ze wil de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Dat ‘science-engaged’ zal Klink natuurlijk in twijfel trekken, maar wellicht opende de repliek van Paas hem een beetje de ogen. (foto: B.K.)

Empirisch onderzoek
T
och, om geloofwaardig te kunnen zijn, zegt Science-Engaged Theology dat de theologie de resultaten van empirisch onderzoek niet kan negeren. Daarom is ze, in plaats van zich alleen te richten op methodologische vragen, vooral geïnteresseerd in onderzoek dat deze disciplines samenbrengt op een productieve en creatieve manier. Nieuwe wegen wil ze inslaan in theologie en wetenschap: richting integratie en samenwerking.

De Schepper in een Darwinistisch universum
V
oor de Science-Engaged Theology is een theologie die volledig losstaat van de wetenschappen, een onhoudbare positie. Ze wil dan ook theologische kwesties onderzoeken in samenwerking met andere academische disciplines, terwijl ze tegelijkertijd wel een vrij stevig theologisch profiel wil behouden.
Een aantal onderzoekers wil zich bijvoorbeeld bezighouden met evolutionaire biologie; en met de evolutionaire toekomst van soorten; en met de evolutionaire geschiedenis van de mens; en ook met een theïstische interpretatie van biologische teleologie als bewijs van de Schepper in een Darwinistisch universum.

‘Spirituele technologieën’
Tevens wil men onderzoek doen naar hoe menselijke cognitie wordt beïnvloed door lichaams- en omgevingsfactoren; en hoe de discipline Theodicee middelen kan bieden om mensen te helpen hun denken te heroriënteren op een manier die het lijden draaglijker maakt; en hoe iemand zijn eigen religieuze overtuiging vorm kan geven door bijvoorbeeld het gebruik van liturgie, religieuze activiteit en andere ‘spirituele technologieën’.

Kunstmatige Intelligentie
Een fundament verkennen en ontwikkelen, wil een van de onderzoekers, voor een nieuwe integratieve benadering van wetenschap en religie op het snijvlak van theologische antropologie en kunstmatige intelligentie (AI). Een andere onderzoeksagenda ligt op het snijvlak van theologie en agro-ecologie, de wetenschap van duurzame landbouw.

taedeasmedesGeloof in God
S
cience-Engaged Theology vraagt zich ook af of bewezen kan worden dat mensen van nature geneigd zijn tot religiositeit of geloof in God. Of dat sommige mensen die neiging wel hebben, en anderen niet. En indien wel, wat de implicaties ervan dan zijn. De moeite waard lijkt dit alles voor Smedes – en interessant voor vele anderen – om bij de VU als onderzoeker aan de slag te gaan. We zullen Taede A. Smedes (foto: T.A.S.) op zijn blog nauwgezet volgen. Misschien dat het leidt tot een nieuw boek, bv. Theologie, Iets of Niets? 😉

Zie: Onderzoeksvisie voor de St Andrews Fellows in Theology & Science

‘Fine tuning? God is geen wetenschappelijke hypothese!’

FineTuning
Fine tuning: het precies op elkaar afstellen of fijn afstellen van fysische constanten in het universum. ‘Fine tuning is net zo’n slecht idee als geleide evolutie. Alleen geschikt voor domoren die een instant bewijs nodig hebben voor hun geloof. God is geen wetenschappelijke hypothese.’

Aldus foetert de Lachende Theoloog (religiefilosoof Jan-Auke Riemersma) in een van de reacties onder zijn blog Fine tuning: naschrift, een verdere uitwerking van zijn eerdere blog Graham Oppy en fine tuning. Op dat blog stelt Riemersma, met filosoof Oppy, dat fine tuning een fenomeen is dat noch door de theïst noch door de naturalist kan worden verklaard. Het bestaan van God verklaart niet waarom de constanten waarden hebben die het ontstaan van leven mogelijk maken:

‘We kunnen de waarden niet afleiden uit aard en vorm van God. Voor de theïst is het een verrassing dat God bestaat en dat Hij besloten heeft om de constanten deze waarden te geven. Ook de theïst kan [dus] niet verklaren waarom de constanten de waarde hebben die ze feitelijk hebben!’ (J-AR) 

De naturalist op zijn beurt lijkt volgens de Lachende Theoloog eveneens geen keus te hebben dan de waarden van de constanten te accepteren. Hij kan de waarde die deze constanten hebben niet verklaren. Hij staat voor een voldongen feit. (Naturalisme is een filosofisch paradigma, waarbij gesteld wordt dat materie het enige is dat uiteindelijk bestaat en waarin alles verklaard kan worden in termen van natuurlijke oorzaken.)

In de discussie wordt ook gesproken over ‘waarom’ God het zo heeft georganiseerd. Volgens filosoof Emanuel Rutten is dat de vraag nu niet. Het doet volgens hem niets af aan de vraag dat er sprake is van een intentioneel wilsbesluit: de conclusie van het fine tuning argument. De vraag van het ‘waarom’ komt dus later.

‘Je kunt van de verdediger van het fine tuning argument immers niet eisen dat hij of zij direct ook alle vervolgvragen kan beantwoorden. Wie dat eist, eist feitelijk dat we een conclusie van een argument alleen mogen accepteren indien alle vragen die daar weer uit voorkomen ook meteen beantwoord worden.’ (ER) 

Volgens Riemersma – stel dat we fine tuning wel zouden opvatten als een fenomeen dat bovennatuurlijke verklaring behoeft – behoeft God niet noodzakelijk als beste verklaring in aanmerking te komen. Het kan ‘een bovennatuurlijke kracht’ zijn – die hij de ‘wereldharmonie’ noemt. Of ‘eeuwige wetten’. Tja, denk ik dan, ‘bovennatuurlijk’, dat is gewoon een andere omschrijving van God, toch? En waar komen die eeuwige wetten vandaan?

Ook Riemersma’s idee van een fysische verklaring die er zou kunnen komen voor de fine tuning: dan zouden we God onmiddellijk kunnen afdanken. Vreemd: zodra iemand dus iets gemaakt heeft en je zou doorkrijgen hoe dat werkt en in elkaar steekt, kan je de ontwerper ervan afdanken. Kan je doen, maar daarom bestaat hij nog wel.

Volgens evolutie-blogger Gert Korthof is fine tuning van zuiver fysische variabelen ten behoeve van intelligent leven niet mogelijk: fine tuning voor intelligent leven kan niet via evolutionaire processen. 

‘Als het doel van fine tuning intelligent leven is, dan zijn evolutionaire processen een hoogst onbetrouwbaar middel om dat te bereiken. Met ‘evolutionaire processen’ bedoel ik niet alleen biologische evolutie, maar ook kosmologische evolutie, chemische evolutie en planetaire evolutie.’ (GK)  

Vervolgens somt hij drie voorbeelden op van planetaire evolutie. Over het molecuul CO2; het huidige percentage zuurstof, en water. Maar ook voert hij het systeem aarde en de biologische evolutie aan. Om daarna te concluderen (na het zien van Ruttens EO-optreden en een blog van Rutten waarin hij stelt dat het geen bruut toeval is dat er een universum bestaat dat überhaupt het evolutionair ontstaan van leven mogelijk maakt) dat fine tuning voor intelligent leven niet kan via open-einde evolutionaire processen.

Rutten pareert Korthof onder meer door zijn verwijzing naar zijn blog: Het fine tuning argument: een dialoog, waarin hij ook weer – uitvoerig – verwijst naar de beknopte weergave van het fine tuning argument.

‘En dan valt bruut toeval af vanwege de (zoals fysici in de afgelopen decennia ontdekt hebben) extreem kleine waarschijnlijkheid dat de natuurconstanten geheel toevallig precies die waarden hebben die het universum geschikt maakt voor het ontstaan van intelligent leven. Er was namelijk helemaal geen universum ontstaan dat geschikt is voor het ontstaan van intelligent leven indien één van de natuurconstanten een iets andere waarde gehad zou hebben. Daarom is ook hier intentionaliteit de beste verklaring voor het feit dat het universum geschikt is voor het ontstaan van intelligent leven.’ (ER)

De discussie is nog niet voorbij, de fine tuning over het fine tuning argument is nog volop gaande. Hiermee heb ik zeker niet alles besproken over wat Gert Korthof, Jan-Auke Riemersma en Emanuel Rutten postuleren over het fine tuning argument; daarin kan je je uitgebreid verdiepen in hun blogs. En in de talloze eronder verschenen reacties. Op sommige sites al meer dan 1200…

Inmiddels werkt Rutten aan een nieuw (semantisch) argument. Morgen presenteert hij dat aan de VU.

We bevinden ons op de rand van een scheermes – Het fine tuning argument (ER)

Graham Oppy en fine tuning (J-AR) Update 29082014, 08:49: Helaas heeft Riemersma dit blog verwijderd.

Finetuning: naschrift (J-AR) (Herziene versie; opnieuw geplaatst op 01092014)

Emanuel Rutten: fine tuning is een heel goed argument voor God (GK)

Fine tuning voor intelligent leven kan niet via evolutionaire processen (GK)

Het fine tuningargument: een dialoog (ER)

* Gerelateerd: Een van de sterkste Godargumenten, dat kan geen toeval zijn

Illustr: shenvi.org

Sciëntisme en de grenzen aan de wetenschap

vu

‘Sciëntisme weigert de waarde van kennisvormen toe te geven, anders dan die van de positieve wetenschappen; en het verwijst godsdienstige, theologische, ethische en esthetische kennis naar het rijk van de pure fantasie. In het verleden maakte dezelfde gedachte opgang in het positivisme en neopositivisme, die metafysische uitspraken betekenisloos achtten.’

‘De kritische kennisleer heeft deze opvatting in diskrediet gebracht, maar nu zien we haar herleven in de nieuwe vermomming van sciëntisme, dat waarden afdoet als louter producten van de emoties en dat kennis van het zijn verwerpt om de weg vrij te maken voor pure en eenvoudige feitelijkheid.’ 

Wetenschappelijke ontsporingen
Bovenstaande fragmenten komen uit encycliek Fides et Ratio (§88), al uit 1998. De vraag is of er inderdaad grenzen zijn aan de wetenschap als het gaat om het begrijpen van onszelf en de wereld om ons heen. De VU is 2013 gestart met het onderzoeksproject Science beyond Scientism en het Abraham Kuyper Center for Science and Religion. De belangrijkste hypothese die de faculteit wijsbegeerte wil toetsen is dat er allerlei betrouwbare kennis van niet-wetenschappelijke aard is en dat zowel in de samenleving als in wetenschappelijk onderzoek ontsporingen plaatsvinden wanneer dat niet wordt erkend.

‘De Vrije Universiteit Amsterdam heeft een subsidie van de Templeton World Charity Foundation gekregen voor een project van 2,4 miljoen euro. Met het geld start de Faculteit der Wijsbegeerte per 1 januari 2013 het onderzoeksproject ‘Science beyond Scientism’ en het Abraham Kuyper Center for Science and Religion. Het project onderzoekt of wetenschap de enige mogelijke manier is om kennis te verwerven. Het centrum organiseert publieke bijeenkomsten over de vraag of er grenzen zijn aan de wetenschap als het gaat om het begrijpen van onszelf en de wereld om ons heen.’ 

Weten voorbij Wetenschap
De VU Amsterdam stelt dat soms geclaimd wordt dat wetenschap de enige manier is om kennis te verwerven en dat alleen wetenschap onze normatieve en existentiële vragen kan beantwoorden. Dit heet ‘sciëntisme’. De Faculteit der Wijsbegeerte start met de Templeton-subsidie het onderzoeksproject Science beyond Scientism met als doel sciëntisme kritisch te toetsen.

johntempletonfoundation‘VU-hoogleraar René van Woudenberg: ‘Sciëntisme is aanwezig in onze hedendaagse intellectuele cultuur. Het wordt aangenomen en bekrachtigd in en buiten de academie door invloedrijke wetenschappers en filosofen die schrijven over bijvoorbeeld evolutie, genetica en ons brein. Vanuit de wetenschappelijke praktijk heeft het invloed op verschillende sociale en professionele praktijken zoals het onderwijs, de psychiatrie en de rechtspraak. De belangrijkste hypothese die we willen toetsen is dat er allerlei betrouwbare kennis van niet-wetenschappelijke aard is en dat zowel in de samenleving als in wetenschappelijk onderzoek ontsporingen plaatsvinden wanneer dat niet wordt erkend.’

Symposium
Op vrijdag 22 februari wordt op de Vrije Universiteit Amsterdam het Abrahm Kuyper Center for Science and Religion (AKC) gelanceerd met het openingssymposium Wetenschap en de Big Questions.
De openingsbijeenkomst vindt plaats van 13.00 tot 16.00 uur in het Auditorium van de VU. Aansluitend is er een borrel.

‘Over vragen als ‘Wat is het om mens te zijn?’,‘Zijn goed en kwaad een projectie?’ en ‘Zijn wij ons brein?’ wordt al eeuwen gediscussieerd en gespeculeerd. Opvallend is dat de laatste decennia steeds vaker wetenschappers zich mengen in het debat. De wetenschap wint aan invloed in een domein dat traditioneel voorbehouden was aan filosofie en religie. Wat betekent dit voor deze grote vragen en wat betekent het voor de wetenschap zelf? Kan de wetenschap ons helpen bij het vinden van antwoorden op onze grote vragen?’ 

Zie: VU start Abraham Kuyper Center for Science and Religion