Het absolute begin van het universum


Het universum heeft een absoluut begin gehad. Promovendus aan de VU Emanuel Rutten heeft een a priori argument voor de these dat het universum een absoluut begin heeft gehad. Het argument is a priori in de zin dat het geen beroep doet op de resultaten van de positieve vakwetenschappen, zoals de fysica of kosmologie. Het bestaat uit twee premissen:

1. Het is onmogelijk dat er op hetzelfde moment oneindig veel objecten bestaan. 2. Als het onmogelijk is dat er op hetzelfde moment oneindig veel objecten bestaan, dan is het ook onmogelijk dat op enig moment een oneindige tijdsduur verstreken is.

Filosoof Rutten legt vervolgens uit dat uit beide premissen volgt dat het onmogelijk is dat op enig moment een oneindige tijdsduur verstreken is en dat het universum een eindige tijdsduur geleden moet zijn ontstaan, waaruit volgt dat het universum is begonnen te bestaan: zij heeft een absoluut begin gehad.

Het universum is een eindige tijdsduur geleden tot aanzijn gekomen. Deze conclusie is niet zonder theologische significantie. Zo verklaarde Stephen Hawking nog begin dit jaar, vlak voor een conferentie voor kosmologen in Cambridge, het volgende: ‘A point of creation would be a place where science broke down. One would have to appeal to religion and the hand of God…’

Hawking vervolgt op zijn eigen site: ‘…om te bepalen hoe het heelal zou beginnen.’ – En dan zijn we weer terug bij mijn vorige blog waarin hoogleraar sterrenkunde Heino Falcke verklaarde dat de oerknal nooit de oorsprong kan zijn. ‘Er was al iets. God is groter dan alles wat wij in kaart hebben gebracht en Hij houdt alles ‘in control’.’ – Hopelijk houdt God dan ook het einde ‘in control’, want alles wat begint, zal ook ooit eindigen.

Emanuel behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. De laatste twee met het judicium cum laude. Begin 2010 begon Emanuel aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte bij Prof. Dr. R. van Woudenberg.
Het werkterrein van Emanuel betreft primair ontologie, epistemologie en esthetiek. De titel van zijn dissertatie luidt: ‘A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism’.

Zie: Een a priori argument voor de these dat het universum een absoluut begin heeft gehad (Emanuel Rutten)

en: My life in psysics (Stephen Hawking)

Foto heelal: Miniem stukje van de zichtbare hemel uitvergroot door de Hubble ruimtetelescoop (Nasa & ESA, 2004). Bijna ieder ellipsvormig puntje is een afzonderlijk sterrenstelsel met elk circa 100 miljard sterren. Alleen de weinige exact ronde puntjes zijn sterren van onze eigen melkweg die op de voorgrond staan. In iedere willekeurige richting ziet men ongeveer het zelfde beeld: een heelal gevuld met miljarden sterrenstelsels.  (NASA and the European Space Agency)

Foto: Emanuel Rutten (pd)

Ons universum is eerder ontworpen dan ‘natuurlijk’ gecreëerd


De discussie of het universum al dan niet een schepper heeft, en wie dat dan zou kunnen zijn, is een van de oudste in de menselijke geschiedenis. Onder de verschillende argumenten van gelovigen en sceptici is één mogelijkheid zo goed als genegeerd gebleven: de theorie dat het universum – met apparatuur die niet zo verschillend is dan welke de huidige wetenschappers beschikbaar hebben – door mensen als wijzelf gecreëerd werd.

Is ons heelal een intelligent ontwerp dat gecreëerd werd door een architect die de wetten van de natuurkunde in ons universum en alle aspecten van het leven op aarde beheerst? Of volstaan alle natuurlijke processen die op aarde heersen en die leven mogelijk maakten – met onder meer evolutie door natuurlijke selectie – om een verklaring te geven van hoe we er vandaag zijn? 

John Gribbin, een Britse wetenschapper en auteur van tientallen wetenschappelijke boeken – best gekend van ‘In Search of Schrödinger’s Cat’, zegt dat de schepper van het universum dichter bij mensen dan bij goden staat.

Er is enige ruimte om te spelen met de gedachte dat het heelal als een geheel ontworpen is. De moderne natuurwetenschap stelt immers dat ons heelal er eentje van vele is, een deel van een multiversum waar de verschillende regionen van ruimte en tijd verschillende eigenschappen kunnen hebben. Maar als ons universum door een technisch geavanceerde beschaving in een ander universum gecreëerd werd, dan kan de beschaving enkel verantwoordelijk geweest zijn voor de Big Bang, en verder niets.

Zie: Het universum als intelligent ontwerp (Grenswetenschap)

Illustr: posters.nl

Pinksteren in een gefinetuned universum


En weer bestaat waarschijnlijk God. ‘Er is een fysisch universum dat wordt geregeerd door een relatief beperkt aantal uniforme, stabiele en eenvoudige natuurwetten. Dit fysisch universum is gefinetuned voor het ontstaan van bewuste vrije wezens, die door dit bewustzijn in staat zijn tot het voelen van pijn en plezier, verdriet en geluk…

‘Weinig wetenschap verwijdert van God, veel wetenschap brengt tot Hem terug’
(Francis Bacon, pionier van de wetenschappelijke methode)

…en die dankzij ‘het relatief beperkt aantal universele, betrouwbare en simpele wetten eveneens de onmiddellijke gevolgen van hun concrete handelen in de wereld kunnen voorspellen, zodat zij, omdat ze tevens vrij zijn, in staat zijn tot het maken van moreel significante keuzes tussen het pijn doen of juist gelukkig(er) maken van elkaar.’

Pinkstergedachte
Een mooie Pinkstergedachte zou dit kunnen zijn. Bovenstaande werd onlangs uitgesproken door de Engelse godsdienstfilosoof en emeritus hoogleraar van de universiteit van Oxford, Richard Swinburne, tijdens zijn debat met filosoof en universiteitshoogleraar (Utrecht) Herman Philipse, geciteerd en verder verklaard door filosoof Emanuel Rutten in ‘Swinburne’s probabilistische case voor theïsme’.

Met ‘wezens’ doelt Swinburne op de mens. De ‘hypothese H’ van Swinburne is waarschijnlijk waar en dus (en weer) bestaat waarschijnlijk God.

‘Er is een noodzakelijkerwijs eeuwig, almachtig, alwetend en perfect vrij wezen (dat volgens Swinburne om deze redenen niet anders dan algoed kan zijn) dat bovendien enkelvoudig is.’
(Emanuel Rutten)



Richard Swinburne, 91 jaar

Fysisch universum noodzakelijk
Terug naar Pinksteren zelf. De kerk viert dan de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen. Met de Heilige Geest wordt bedoeld God Zelf in Zijn werkzame kracht.

‘Een algoed wezen (dat zelf onmogelijk anders dan het goede kan doen) zal dus wezens willen voortbrengen die over dit waardevolle vermogen beschikken. Maar dan dienen deze wezens wel een fysiek lichaam te hebben om moreel significante handelingen te kunnen verrichten, waardoor een fysisch universum noodzakelijk is.
Bovendien dienen ze over bewustzijn te beschikken om ook de positieve en negatieve effecten van deze handelingen te kunnen voelen’.
(Richard Swinburne)

Richard Swinburne
Nog even verder stilstaan bij Pinksteren. De kerk legt dit feest uit in de zin dat zendelingen tot in de verste hoeken van de wereld moeten vertellen over Jezus. In deze nieuwe tijd zouden we ook de gedachte van Swinburne kunnen verspreiden. Jezus zou het trouwens absoluut met hem eens zijn geweest wat betreft het in alle vrijheid maken van een keuze elkaar pijn te doen of elkaar gelukkig(er) te maken. Natuurlijk vindt Jezus dat. Veel religies verspreiden immers de Gulden Regel: ‘Behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden,’ of anders geformuleerd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet’.

De geest van God
De geest van God wil via de mens volkomen gestalte krijgen, de mens kan zich op Hem ook ‘finetunen’. Zijn geest lijkt mij overal in de mens aanwezig en uit zich in alle mooie dingen waartoe de mens in staat is. Eigenlijk is het altijd Pinksteren. Het proces van finetunen gaat door.

‘Zonder een algoed wezen dat de intentie en mogelijkheid heeft om wezens te scheppen die moreel significant kunnen kiezen tussen goed en kwaad is het erg onwaarschijnlijk dat er een fysisch universum bestaat dat is gefinetuned voor het ontstaan van dergelijke wezens.’
(Richard Swinburne)


Francis Bacon (1561-1626)

Dichter bij God
De geest van God vind je vooral terug in de wetenschap die alle wonderen van deze wereld bestudeert en begrijpelijk wil maken. (En daardoor niet minder wonderlijk.) De mens op zich is al een wonder. Bij ieder nieuw begrijpen van wat er zich in ons universum afspeelt, komen we weer een stukje dichter bij God. Het is zoals de pionier van de wetenschappelijke methode, Francis Bacon (1561–1626), al zei: ‘Weinig wetenschap verwijdert van God, veel wetenschap brengt tot Hem terug.’

Bron: Swinburne’s probabilistische case voor theïsme

Illustr: bewusstseinssprung2012.blogspot.com
Foto Richard Swinburne: University of Oxford, Oriel College, geb. 1934
Portret Francis Bacon: Historiek
Update: mei 2026 (Lay-out, links, foto’s, taalcorrectie)