‘Een wereld waarin alles in relatie staat tot God’

Theoloog Aza Goudriaan, hoogleraar Wetenschap & Vroomheid, gaat ‘een wereld waarin alles in relatie staat tot God’ onderzoeken. Hij is niet de eerste. Gisbertus Voetius, (veld)predikant en hoogleraar in de Oosterse talen en theologie, beschrijft deze gedachte al. ‘Op fascinerende manier’, zegt Aza en noemt hem de ’sleutelfiguur binnen zijn onderzoek’. Voetius schrijft in zijn inaugurele rede over de ‘verbintenis tussen de vroomheid en de wetenschap’. En nu zit Aza op de nieuwe, persoonlijke, leerstoel* ‘Wetenschap & Vroomheid’. ‘Heel toepasselijk, zo dicht bij het Voetius-herdenkingsjaar 2026’.

‘Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid’
(Aza Goudriaan)

Verbinding met de wetenschappen
H
et is niet alleen de mens Gisbertus Voetius (1589 – 1676) door wie Aza gefascineerd is, maar vooral de manier waarop hij de werkelijkheid beschouwt.

‘Hij [Voetius] is een voorbeeld van een manier van denken die heel het leven en heel de werkelijkheid in verband brengt met God, en onder Gods regering ziet. Iemand die een poging heeft gedaan om theologie met verschillende wetenschappen te verbinden en zo het hele leven in verband te brengen met het dienen van God.’
(Aza)

Genuanceerd afwegen
A
za vindt Voetius ‘een meester in het schetsen van verschillende posities, het genuanceerd afwegen van vraagstukken in uitgebreid gesprek met de traditie en de internationale literatuur’.

‘Dat levert niet de meest toegankelijke manier van schrijven op, maar wel precisie. De nauwkeurigheid waarmee hij beschrijft, zijn streven om aan de posities van mensen recht te doen – ik vind het een respectvolle manier van omgaan met mensen.’
(Aza)

‘Kijk maar welke methode je het meest geschikt lijkt. Als Jezus Christus maar wordt verkondigd aan het hart van de mensen.’
(Gisbertus Voetius)

Tegenstelling?
I
n zijn onderzoek wil Aza de komende jaren de verschillende aspecten van Voetius’ theologie samenhangend bestuderen. ‘Het is een manier van kijken die een relatie tot God veronderstelt. God heeft de wereld geschapen, dus dan moet je ook de wereld en de geschiedenis in relatie tot Hem bekijken’. 

‘Ik ben benieuwd wat voor beeld je dan krijgt. Wetenschap met vroomheid verbinden was een opgaaf, en het is soms wel gezien als een tegenstelling: persoonlijke vroomheid aan de ene kant en schoolse geleerdheid aan de andere kant.
(Aza)

Origenes
E
r zijn ook anderen die op Voetius’ manier kijken, zegt Aza: ‘Het was eigenlijk een oud christelijk streven, dat iemand als Origenes al in Caesarea probeerde vorm te geven’. – Origenes, aldus vroegekerk.nl, is een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw, die zich ‘verdiepte in de profane wetenschappen, zoals wijsbegeerte en filosofie’. 

‘Als hoofd van de Alexandrijnse catechetenschool schreef Origenes zijn belangrijkste dogmatische werk: “Over de grondbeginselen”, waarschijnlijk een weerslag van het onderwijs dat hij aan de hoogopgeleiden gaf. De titel van dit werk is dubbelzinnig. Griekse filosofen hadden deze titel ook al gebruikt bij de beschrijving van de oorzaken en grondslagen van het bestaan. Zocht Origenes bij hen aansluiting? In ieder geval beschreef hij de grondbeginselen van het Christendom.

Het uitgangspunt van Origenes bij de beschrijving van de Christelijke grondbeginselen is dat het object van religieuze kennis een mysterie is. Dit heeft iets van een tegenstrijdigheid. Want waarom zouden we een mysterie leren kennen als het mysterie onkenbaar is? Origenes’ antwoord hierop is dat het mysterie in zijn totaliteit voor de mens onkenbaar is.’
(vroegekerk.nl)

‘Kennis komt na het geloof’
V
olgens Historiek wordt de theologie van Voetius gekenmerkt door het primaat van geloof boven wetenschap en zijn klemtoon op vroomheid.

‘Een van zijn kernleuzen was “ik geloof opdat ik begrijp”. Kennis kwam na het geloof en moest dus godsvruchtig zijn om kennis te zijn. In deze zin stond Voetius diametraal tegenover de rationalistische filosofie van onder meer René Descartes, die uitging van het adagium “Ik denk, dus ik ben”.’
(Historiek)


Gevelsteen aan de voorzijde Sint-Catharijnekerk in Heusden
(Voetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet)

Werkelijkheid beschouwen
H
et onderzoek van Aza klinkt veelbelovend en hij zal de wereld waarin alles in relatie staat tot God veelzijdig moeten bestuderen. Voetius duikt de diepte in als hij in 1634 de positie van hoogleraar aanvaardt, op zoek naar God: ‘Als je God wilt dienen, moet je Hem kennen, dat wil zeggen: studeren’.

‘In de Bijbel, maar ook in andere vakgebieden die licht werpen op God en Zijn daden. Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid.” Negentiende-eeuws theoloog en oud-minister-president Abraham Kuyper noemde hem “de grootste godgeleerde waarop het gereformeerd Nederland roemen mag”.’
(Aza)


Presentatie-exemplaar van G. Voetius, van zijn Politieke Ecclesiastica (kerkpolitiek)

* De leerstoel Wetenschap & Vroomheid is ontstaan mede op initiatief van de stichting Ad pias causas. Deze stichting hecht veel waarde aan de bestudering van theologie en filosofie ten tijde van de Reformatie en stelde de PThU voor onderzoek op dit thema te sponsoren. De PThU heeft vervolgens een profiel voor een leerstoel en onderzoeksprogramma uitgewerkt.

Bronnen:
* PThU: “Achter de teksten en de schepping staat de Schepper”
(interview)
* Vroegekerk.nl: Origenes, een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw
* Historiek: Gisbertus Voetius (1589-1676) – Gezicht van de Nadere Reformatie


Beeld: Vatican City / Bridgeman ImagesDe Schepping van Adam, van het Sixtijnse Plafond, 1510 (detail), Michelangelo Buonarroti, Vatican Museums and Galleries
Gisbertus Voetius: Christian Study Library
Gedenkteken Voetius: Heusden in BeeldVoetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet. Hij werd vooral bekend als eerste hoogleraar van de Universiteit van Utrecht.
Politieke ecclesiastica (Kerkpolitiek) Gisbertus Voetius: Uitgever: Johannes Janssonius van Waesberge. 1663, 1666, 1669, 1676. Zeldzame complete set van dit monumentale werk over het kerkelijk leven van de Nederlandse calvinistische theoloog Gisbertus Voetius (1589-1676), die beroemd werd door zijn botsing met Descartes. (Abebooks.com)

‘Rol Averroës in Europese filosofie opzettelijk verdoezeld’

De invloed van de Andalusische filosoof Averroës (1126-1198) op het Europese denken van de 13e tot de 18e eeuw leverde een niet te onderschatte bijdrage, die ons begrip van de geschiedenis van de filosofie ongetwijfeld zal veranderen. – Dit blijkt uit het proefschrift The Influence of Averroes on European Thought (december 2024) van historicus en filosoof Koert Debeuf. Zijn onderzoek laat zien welke ingewikkelde en veelal ‘vergeten’ (lees: ‘verdrongen’) verbindingen er zijn tussen Arabische en Europese intellectuele tradities.

‘Debeufs boeiende schrijfstijl en passie maken dit boek tot een onmisbare bron voor wetenschappers, filosofen en iedereen die geïnteresseerd is in de rijke, complexe geschiedenis van ideeën.’
(Rudi Holzhauer)

‘De rol van Averroës in het vormgeven van de Europese filosofie is opzettelijk verdoezeld’
door Rudi Holzhauer

Het proefschrift The Influence of Averroes on European Thought is een baanbrekende studie die het traditionele verhaal van de westerse filosofie in twijfel trekt. Door minutieus de diepgaande invloed van de Andalusische filosoof Averroës (Ibn Rushd) op het Europese denken van de 13e tot de 18e eeuw op te graven, opent het werk van Debeuf onze ogen voor de complexe, vaak over het hoofd geziene, relaties tussen Arabische en Europese intellectuele tradities.

‘Het centrale argument van historicus en filosoof Koert Debeuf – dat de rol van Averroës in het vormgeven van de Europese filosofie opzettelijk is verdoezeld –
is zowel provocerend als overtuigend’
(Rudi Holzhauer)

Verborgen verhalen
D
ebeufs grondige onderzoek getuigt van zijn passie voor het blootleggen van verborgen verhalen en zijn toewijding aan het bevorderen van een genuanceerder begrip van de geschiedenis van de filosofie. Door een nauwgezette analyse van primaire bronnen legt hij de uitgebreide, maar grotendeels vergeten, invloed van Averroës op Europese filosofen bloot en laat hij zien dat er eeuwenlang over zijn ideeën is gedebatteerd, dat ze zijn verfijnd en dat er op zijn ideeën is voortgebouwd.

Blijvende erfenis Averroës
E
en van de sterkste punten van het boek is het vermogen om de invloed van in het bredere landschap van de Europese intellectuele geschiedenis te plaatsen. Debeuf navigeert behendig door het complexe web van filosofische, theologische en culturele argumenten en perspectieven. We lezen een onthulling van de blijvende erfenis van Averroës in het Europese denken in de middeleeuwse en vroegmoderne perioden, waarbij hij op deskundige wijze de manieren belicht waarop de ideeën van Averroës het werk van prominente Europese denkers kruisten en beïnvloedden.

Provocerend en overtuigend
H
et centrale argument van Debeuf – dat de rol van Averroës in het vormgeven van de Europese filosofie opzettelijk is verdoezeld – is zowel provocerend als overtuigend. Door geschiedenissen van de filosofie van de 17e  tot de 21e eeuw te onderzoeken legt Debeuf de Eurocentrische vooroordelen bloot die hebben geleid tot het systematisch uitwissen van de Arabische filosofie uit de geschiedschrijving. Verdringing dus. Dit proces van weglating, stelt Debeuf, begon in de 18e eeuw, toen christelijke en Europese ideologieën de overhand kregen, en is tot op de dag van vandaag doorgegaan.

Averroës’ ideeën
D
e chronologische structuur van het boek, die verschillende eeuwen omspant, stelt Debeuf in staat om de opmerkelijke hardnekkigheid van Averroës’ ideeën in het Europese denken aan te tonen. Vanaf de scholastieke debatten in de Middeleeuwen tot aan de Verlichting en daarna reconstrueert Debeuf op meesterlijke wijze de complexe, vaak controversiële, dialoog tussen Europese denkers en hun Arabische voorgangers.

Breed scala aan denkers
D
oor het boek heen gaat Debeuf in op een breed scala aan denkers, van Thomas van Aquino en Dante Alighieri tot René Descartes en Immanuel Kant. Zijn analyse van de reacties van deze denkers op de ideeën van Averroës is genuanceerd en inzichtelijk en onthult het ingewikkelde web van invloeden en debatten die de Europese filosofie hebben gevormd.

Het Arabische denken
E
en van de meest opvallende aspecten van het werk van Debeuf is de relevantie ervan voor hedendaagse debatten over de aard van de westerse filosofie en haar relatie tot niet-Europese intellectuele tradities. Door de diepgaande invloed van het Arabische denken op de Europese filosofie te benadrukken. Interculturele filosofie op zijn best. Debeuf daagt lezers uit om hun veronderstellingen over de ontwikkeling van het Westerse denken en de vermeende uniciteit er van opnieuw te bezien en te evalueren.


Koert Debeuf

Het Europese denken
S
amenvattend is De invloed van Averroës op het Europese denken een niet te onderschatte bijdrage die ons begrip van de geschiedenis van de filosofie ongetwijfeld zal veranderen. Debeufs nauwgezette onderzoek, boeiende schrijfstijl en passie voor zijn onderwerp maken dit boek tot een onmisbare bron voor wetenschappers, filosofen en iedereen die geïnteresseerd is in de rijke, complexe geschiedenis van ideeën.

Oost en West
H
et boek is essentiële lectuur voor iedereen die geïnteresseerd is in de uitwisselingen die kenmerkend waren voor de geschiedenis van de filosofie, interpretaties van de westerse filosofie en culturele uitwisselingen tussen Oost en West. Het zal wetenschappers, filosofen en algemene lezers aanspreken die hun begrip van het rijke, diverse erfgoed van het menselijk denken willen verdiepen en verbreden. (Ook) in Nederland is sprake van een Gedeeld Erfgoed.

* Wat leren we uit het onderzoek van Debeuf?
* Voor wie is het onderzoek van Debeuf relevant?

Zie: Addendum

Bronnen:
* Een bespreking door Sahil Raza Al-kashmiri gepubliceerd in de New State Reporter, een krant in India (Jammu en Kasjmir), 20 februari 2025. Ontlening met toestemming: A monumental work of scholarship: Unveiling the Enduring Legacy of Averroes in European Thought
* Bij nader inzien … is er maar één waarheid. Column Vriendenmagazine ISVW, december 2024
* Moslim Archief: Columns voor, over Inbreng, Verdringing en Taal (Holzhauers eigen werk in progress). Hierin vertaalt / thematiseert de auteur visies op de filosofie-geschiedschrijving

Sahil Raza Rudi Holzhauer

Vertaling: Rudi Holzhauer, Erasmus University Rotterdam, Erasmus School of Law, retired. 

Beeld Averroës (Ibn Rushd): alpujarras.nl
Foto Koert Debeuf: Vrije Universiteit Brussel (VUB) – Koert Debeuf is professor internationale politiek en Midden-Oosten aan de VUB en Research Fellow aan de Universiteit van Oxford. Hij woonde in Caïro van 2011 tot 2016 en bezocht het Midden-Oosten intensief. Eerder publiceerde hij Koorddansers van de macht (2009), Waarom dit niet de laatste oorlog is (2022) en dit jaar: Wat je moet weten om het Midden-Oosten te begrijpen (2025) – Rudi kent Koert al een tijdje. Waar het zijn analyses van de verdringing van veel islamitisch gedachtengoed betreft, deelt hij die.
Foto Rudi Holzhauer: (Moslim Archief)

The Influence of Averroes on European Thought The Disappearance of Latin Averroism from the History of Philosophy | Koert Debeuf | Bloomsbury Publishing | 26 december 2024 | Hardback | Extent: 208 | Bloomsbury Studies in World Philosophies – De hoop en verwachting van DeBeuf en Holzhauer is een uitgave in Nederland, in een vertaling door Holzhauer. Wellicht bij Boom Filosofie.
Eindredactie: PD (Update juli 2025, oktober 2025: lay-out)

‘Dat ‘ik’, dat is de ziel, waardoor ik ben wie ik ben’

Dit schrijft de Franse filosoof René Descartes in 1637: ‘Dat ‘ik’, dat is de ziel, waardoor ik ben wie ik ben. Filosoof John Cottingham vult Descartes aan met: ‘Wat is de ziel anders dan een betere versie van onszelf? Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben.’

‘Onze individuele vrijheid is niet meer dan geestelijke armoede’
(Frans Wiertz)

Emeritus bisschop Frans Wiertz zet in Trouw Descartes lichtvaardig naar zijn hand en doet anno 2023 nog eens dunnetjes – nee dik – over hoe priester Antoine Bodar het ‘ik-tijdperk’ hekelde in 2018, ook in Trouw.’ Bodar zei ‘met afgrijzen terug te kijken op de jaren zestig’, in zijn lezing voor de Nacht van de Filosofie, en begreep duidelijk niets van de oorzaak van dat ‘ik-tijdperk’.

Bij Descartes gaat het om de ziel
Wonderlijk is de uitspraak van Wiertz: ‘Onze individuele vrijheid is niet meer dan geestelijke armoede’. In zijn artikel gaat de bisschop aan de haal met de uitspraak van René Descartes. Van ‘Ik denk dus ik ben’ maakt Wiertz: ‘Alles draait om het individu.’ – Terwijl bij Descartes alles draait om de ziel.

Hoewel hij er zelf genuanceerd in stond, is het ‘Ik denk dus ik ben’ van Descartes een eigen leven gaan leiden. In plaats van op de werkwoorden ‘denken’ en ‘zijn’ (Ik dénk dus ik bén) is de nadruk steeds meer komen te liggen op het ‘ik’: Ìk denk dus ík ben. Het ‘ik’ werd in de westerse wereld het centrum van het denken en van het leven.’
(Frans Wiertz in Trouw)

Kerk en autoriteit boette in aan macht
Wiertz begrijpt blijkbaar ook niet dat je eerst je ‘ik’ moet terugvinden, nadat deze jarenlang werd ontkend door kerk en autoriteit. Waarschijnlijk omdat hij zelf een vertegenwoordiger is van de onderdrukkers van dat ‘ik’, van de ziel nota bene. Autoriteit Bodar wilde er eveneens niets van weten.

Bodar kon niet omgaan met het ‘ik-tijdperk’. Terwijl iedereen zich losscheurde van de ketenen van kerk en autoriteit, en de leegheid van jarenlang opgelegd gezag van zich af probeerde te werpen, zag Bodar met lede ogen aan hoe kerk en autoriteit inboette aan macht.’
(Uit: Antoine Bodar kwijnt weg in Plato’s grot)


Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre

‘Zelf maken van wat ze van ons gemaakt hebben’
I
n die tijd verwoordde Jean-Paul Sartre de onderdrukking van het individualisme van de mens. Stel je voor, mensen zouden zelf eens gaan denken en doorkrijgen dat ze bestaan! Sartre verstond de uitspraak van Descartes heel goed: ‘Dat ‘ik’, dat is de ziel, waardoor ik ben wie ik ben‘.

Het is niet belangrijk wat men van ons maakt, maar wat wij zelf maken van wat ze van ons gemaakt hebben.’
(Jean-Paul Sartre) 

Doorgronden wat de ‘ziel’ inhoudt
Het gaat om bewustzijn. Mensen wilden en willen hun leven niet langer wordt voorgeschreven door starre religies. In die tijd werden velen – dankzij de jongeren van de zestiger jaren –  zich godzijdank bewust van hun eigen ‘ik’, hun ziel. Het werd tijd om ‘zelf te maken van wat ze van ons gemaakt hebben’.

Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben. Allemaal proberen we te doorgronden wat de ‘ziel’ in deze betekenis inhoudt.’
Aan het woord is filosoof John Cottingham. ‘De zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven schijnt een onuitwisbaar deel van onze natuur te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.’
(Uit: ‘Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben’)


René Descartes

‘Ons leven verspild aan een illusoir profijt’
D
ie geestelijke armoede is vooral veroorzaakt door de kerk zelf die de geest van gelovigen arm hield door te verhinderen dat zij zelf denken en ‘ik’ worden, in de zin van werkelijk contact met hun ziel. Als gelovigen contact krijgen met ‘ik’, met hun ziel’, zullen zij uiteindelijk vanzelf uitkomen bij ‘wij’.

We weten misschien niet precies meer wat we met de ziel bedoelen, maar intuïtief begrijpen we wel wat met dat verlies wordt bedoeld: de morele desoriëntatie en het morele verval waarbij wat waar en goed is uit het zicht raakt, en we erachter komen dat we ons leven hebben verspild aan een illusoir profijt dat uiteindelijk zonder waarde is.’
(John Cottingham, emeritus professor filosofie aan de universiteit van Reading, VK, en professor filosofie en godsdienst aan de Universiteit van Roehampton, Londen)

ÍK
Wiertz zegt in Trouw ‘vanuit een diaconale bewogenheid van onderop mee te bouwen aan een hechte samenleving en een betrokken geloofsgemeenschap, waardoor we weer van ‘ik’ naar ‘wij’ gaan’. De emeritus bisschop had in de jaren zestig Descartes (beter) moeten lezen, dan had hij in plaats van z’n ‘ik’ wellicht zijn ziel (her)vonden en begrepen dat daar ‘wij’ in zat. Hij keek toen slechts van bovenaf, als lid van de rooms-katholieke kerk: de dikke ÍK.

Foto: kunstkot.nl
Foto Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre: meer.com
Tekening René Descartes: Jan Lievens, ca. 1644–1649, Groninger Museum. Zwart krijt, 241 x 206 mm (Wikimedia Commons)

Kunstenaar Babs Bakels is geen ziel maar puur materie

In de serie Sterveling van de Volkskrant spreekt Fokke Obbema iedere week met mensen over de eindigheid van het leven in al haar facetten. Afgelopen donderdag sprak hij met kunstenaar Babs Bakels. Zij is zielloos. ‘De harde realiteit is dat ik geen ziel heb, maar puur materie ben.’ Volgens Bakels hadden we ‘eerst God om zin aan ons leven te geven, maar die hebben we de laan uit gestuurd.’Nu voor Bakels God weg is, is de dood er voor haar als zingeving. Die leert de kunstenaar hoe ze moet leven. Leven als puur materie?

‘De dood is een fantastisch fenomeen met een slechte reputatie’
(Babs Bakels)

Reflecterend op wat Bakels allemaal opwerpt, lijkt zij beïnvloed door de Franse filosoof René Descartes die de mens zag als materie, als ‘complexe assemblages: onderdelen die samen als een machine functioneren’. Is Bakels een machine, een robot?
Hoe zij dan kunst kan scheppen, is een raadsel. Het zal lijken op iets, voortgekomen uit levenloze AI-beeldgenerators. Komt geen ziel aan te pas. Mensen met een ziel zullen er niet geraakt door worden. Liefdeloze kunst: liefde is immers niet-materieel.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’
(Journalist Huib de Vries in RD)

Bakels, onder meer conservator Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover, zegt zingeving uit de dood te halen. Hoe kan zij – puur materie, zielloos – angst hebben voor de dood en er door gefascineerd worden, zoals zij zegt? Angst is emotie, is geen materie, net als liefde dat niet is. Toch kent zij angst. Wonderlijk. Zij zegt sinds jaar en dag geïnspireerd (= bezield(!)) te worden door haar favoriete onderwerp: de dood.

Precies, ook dat is reden dankbaar voor de dood te zijn. Natuurlijk is het een enorm verdrietige gebeurtenis, maar juist dat drukt onze neus op iets heel moois, de liefde. Juist doordat je weet dat je die kunt verliezen, nee sterker: dat je die zúlt verliezen, kun je zoveel van iemand houden.’
(Bakels in de Volkskrant)

Wonderlijk dat puur materie ‘zo veel van iemand kan houden’. Misschien wel zielsveel, maar Bakels heeft geen ziel.

Die [de dood] bestond natuurlijk al, maar we dachten hem met God en een hemel klein te krijgen. Sinds God weg is, is de dood er in mijn ogen voor de zingeving, want hij leert ons hoe we moeten leven.’
(Bakels)


Babs Bakels

Sterveling Bakels zegt een miniem onderdeel te zijn van een veel groter geheel, van een eeuwige golfbeweging van leven en dood, waar ze even in mee mag gaan. Mensen die leven alsof de dood niet bestaat, bekijkt ze met jaloezie.

Nou ja, soms. Als je je kunt verliezen in de gebeurtenissen van alledag en met de rug naar de dood toe kunt leven, dan leef je onbevangen, in ieder geval meer dan ik, haha. Ik vermoed dat de meeste mensen het op die manier aanpakken: iedere dag is een nieuwe, verder zien ze het wel. Dat is een manier om jezelf gerust te stellen, je doodsangst weg te houden.’
(Bakels)

Mensen doen er dus alles voor om zichzelf gerust te stellen, om hun doodsangst weg te houden, volgens Bakels. Zij doet daar echter ook alles voor: ze stelt zich gerust met het omarmen van kunst: onbewust lijkt ze zichzelf daarmee onsterfelijk te maken.

Neem het omarmen van een religie of een bepaalde ideologie. Dat voorziet in de behoefte aan een heilige waarheid die je tegen je doodsangst moet beschermen, het geeft de illusie van onsterfelijkheid. Maar je hebt ook subtielere vormen daarvan, zoals mensen die hun hele leven in dienst stellen van het verkrijgen van macht, status en materie. Ook dat zie ik als het gevolg van doodsangst.’
(Bakels)

Bakels heeft het stoffige idee dat je naarmate je ouder wordt, je verstokt blijft vasthouden aan het bestaande. Maar in deze tijd zijn het vaak de ouderen die vrijer kunnen denken over vastigheden die ze vroeger omarmden. Volgens de kunstenaar is de dood echter noodzaak om het bestaande los te laten, om afscheid te nemen van het oude.

Daarbij helpt de dood geweldig goed. Als je weet uit te zoomen naar dat perspectief, kun je inzien: de dood is eigenlijk een fantastisch fenomeen met een ten onrechte slechte reputatie.’
(Bakels)

Dat Bakels denkt dat de dood noodzakelijk is, werd voor haar duidelijk door Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir.

Daarin is haar hoofdpersoon, de edelman Fosca, als enige onsterfelijk. Dat blijkt een verschrikkelijk lot, hij komt volkomen onverschillig tegenover alles en iedereen om hem heen te staan. Dat maakte voor mij duidelijk waarom eeuwig voortleven een slecht idee is, echt inspirerend.’
(Bakels)

Een onlogische conclusie. Natuurlijk is het een verschrikkelijk lot als je als enige onsterfelijk zou zijn. Eeuwig voortleven is echter een ander verhaal als iedereen eeuwig voorleeft. Maar in eeuwigheid gelooft de kunstenaar niet, en dat kan ze ook niet, als puur materie. Materie is dood.


De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

Hoe gaat het eigenlijk met onze ziel? Ze wordt bedreigd. Volgens Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, zijn er door de gevoeligheid van de ziel veel kapers op de kust om haar te manipuleren.

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’
(Govert Buijs)

Bronnen:
*
Interview Babs Bakels ‘De dood is een fantastisch fenomeen met een slechte reputatie’ (de Volkskrant, 1 juni 2023)
* De herontdekking van de zielHuib de Vries (RD, 23 maart 2019)
* Museum Tot Zover (Amsterdam Oost)
* Promuse Culturele Projecten
*
De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden (Goden En Mensen, 4 april 2021)

Beeld: Museum Tot Zover (Amsterdam)
Foto Babs Bakels: Promuse
Beeld ziel: Gerhard G. (Pixabay)

‘De samenleving snakt naar betekenis’

De laatste verhalen over de wereld en onze plaats in de wereld hebben we samen met God, Jezus en de Heilige Maagd weggegooid. Nu zoeken mensen hun heil bij de wetenschap. En dat is niet verwonderlijk, want de wetenschap – dezelfde wetenschap die ons tot machines heeft gereduceerd – heeft de grootste bek.  – Voor HP/DE TIJD las journalist Oswin Schneeweisz Leven als een mens van Charles Foster. De natuuronderzoeker ging terug naar het laatpaleolithicum waarin de mens nog onderdeel was van alles om hem heen.

Nu we de wereld om ons heen gereduceerd hebben tot machinale objecten, is de betekenis van alles verloren gegaan. In het laatpaleolithicum had alles betekenis en die betekenissen vertelde men door in verhalen. Maar we hebben geen verhalen meer.’
(Charles Foster)

De samenleving snakt naar betekenis, zegt Charles Foster. Maar wetenschappers zijn slechte verhalenvertellers. Het belangrijkste verhaal van dit moment – het sombere, letterlijk vernederende verhaal van de homo economicus en de vrije markt – is ons in de verste verte niet waardig.

Er zijn veel betere verhalen. Ze zijn allemaal erg oud. En ze gaan over de relatie van de mens met de natuur, over de verbinding tussen alle levende wezens, tussen planten en dieren. Onze opgave is die verhalen te herontdekken. Als we dat niet doen, voorspel ik je dat het afgelopen is met de mensheid. Dan gaan we aan ons eigen reductionisme en rationalisme ten onder.’
(Charles Foster)

Het is volgens Foster fout gegaan toen we onder invloed van het reductionisme de mens zijn gaan zien als een verzameling atomen, DNA en cellen.

Als iets wat je in onderdelen uit elkaar kunt halen en vervolgens kunt analyseren. Een dergelijke wetenschap kan met een fenomeen als bewustzijn niets. Daarom wordt het genegeerd. De wetenschap is slachtoffer geworden van wat ik noem de linguïstische tirannie: alles moet benoembaar zijn. En daarmee ontkent de wetenschap het belangrijkste wat ons mensen tot mens maakt: het onderbewuste, het gevoel, de intuïtie. Het zijn allemaal menselijke eigenschappen die in het laatpaleolithicum tot bloei zijn gekomen.’
(Charles Foster)

De natuuronderzoeker stelt dat door het reductionisme – het gevolg van de verlichting – de ziel uit de niet-menselijke wereld werd gedreven, waarna mensen als de enige bezielde wezens overbleven. Kwade genius in dezen is volgens Foster filosoof René Descartes die de werkelijkheid in twee niet-communicerende rijken verdeelde: dat van de materie en dat van de geest.

Eerst moet dit heel onschuldig geleken hebben. Het was niet meer dan een pedant stukje filosofische taxonomie, maar de gevolgen waren verpletterend. Geest of ziel – noem het zoals je wilt – bestond ineens niet meer in niet-menselijke materie.’
(Charles Foster)

Desgevraagd verduidelijkt de auteur waarom een steen geen ziel zou kunnen hebben, of een boom of een hond. Omdat het materie is, zeggen de discipelen van Descartes.

‘Maar diezelfde negen-tot-vijfwetenschappers komen na het werk op kantoor of in het lab thuis, aaien de hond en zien dat hij vrolijk kwispelt.’
(Charles Foster)

Hoe kun je dan volhouden dat een hond geen bewustzijn heeft? Dat het niet, net als wij, een bezield wezen is? Als alles om je heen op de een of andere manier bezield is, heeft dat ongelofelijke consequenties. Dan ga je, net als de oermensen, respectvol om met je omgeving. Je verzint rituelen om het dier dat je net voor eigen consumptie hebt gevangen te eren, je offert een lam voor de riviergodin of je snijdt mooie Venusbeeldjes van hout.

De honger brengt mij naar de plek waar bewustzijn en onderbewustzijn bij elkaar komen. Waar bomen, stenen en wolken bezield raken en waar ik verschrompel tot een onderdeel van dat alles. Die verbinding met de buitenwereld, met het mystieke, is misschien wel het grootste verlies dat de mens heeft geleden in zijn opmars naar moderniteit.’
(Charles Foster)

Foster spreekt van woke, dat over maatschappelijk bewustzijn gaat, verantwoordelijkheid en waakzaamheid: ‘het is de gebalde vuist van de zwarte protestbeweging, de kritische woorden van klimaatmeisje Greta Thunberg’. Zo gaat Fosters uitstapje gaat naar de oertijd als onderdeel van een groter geheel.

Het gaat over verantwoordelijkheid dragen voor je omgeving en respect voor je medemens en de natuur. Het gaat over het universele in plaats van het individuele.’ 
(Oswin Schneeweisz)

Zie: Handleiding voor een verweesde mensheid (Oswin Schneeweisz, HP/DE TIJD, 30-11-2021) – of via Blendle

Leven als een mens | Charles Foster | A.W. Bruna | € 24,99 | oktober 2021
Charles Foster is rechtsgeleerde, dierenarts, buitengewoon natuuronderzoeker en een Fellow van Green Templeton College aan de Universiteit van Oxford. Hij schreef vele publicaties en boeken. Leven als een beest werd een internationaal succes: het werd genomineerd voor diverse prijzen en wordt verfilmd. Leven als een mens is het briljante en onvermijdelijke vervolg.

Illustratie: Comfreak (Pixabay)

Non-dualisme, de grondslag van alles

Non-dualisme3 Eenheid van het alles verbondenheid hediye fabrikasi blog

Speurend naar non-dualisme kom ik weer bij het begrip advaita. Advaita is een woord uit het Sanskriet. In de Indiase Upanishaden (8e eeuw v.Chr.) wordt over advaita gesproken – ‘a’ is afwezigheid, van ‘dvaita’ komen onze woorden duaal (tweeledig) en duo (twee).


– Deel 3 –


In de Upanishaden wordt non-dualiteit gezien als het begin van alles. Van hieruit ontstonden de splitsingen en scheidingen die leidden tot de veelvormige kosmos en de scheiding tussen zelf-zijn en het andere. Toch blijft non-dualiteit de grondslag van alles.’ ‘De beschrijving van advaita (geen tweeheid) of non-dualiteit komt uit de mondelinge overdracht van asceten en Rishis (zieners) uit India en is via een lange traditie van leraren overgedragen.’

Het komt mij voor dat de westerse wereld, voordat we dualistisch gingen denken, ook min of meer non-dualistisch van aard genoemd kan worden, ook al had niemand nog van advaita gehoord. Waren we toen niet met z’n allen non-duaal één, samen met God? Zijn we langzamerhand van het eenheidsdenken verdwaald geraakt?

De kloof tussen de materiële wereld en de spirituele wereld werd steeds groter,’ zegt Van der Braak. ‘Filosoof Charles Taylor beschrijft in A Secular Age de ontwikkeling van het middeleeuwse denken, waarin de wereld totaal bezield en doortrokken is van God, naar de huidige tijd waarin we dualistisch denken. Dat ging niet in één keer, maar stapje voor stapje.’

Dualisme houdt zich bezig met tegenstellingen, zoals lichaam – geest, god – mens, man – vrouw. Filosoof Stine Jensen vindt het dualisme hardnekkig:

Het denken in tegenstellingen, binaire opposities, beïnvloedt nog altijd sterk hoe wij onszelf zien en de samenleving inrichten. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop wij innerlijke conflicten ervaren en beschrijven: ons gevoel wil het een, maar het verstand het ander.’

Is het dan zo dat, ook wat religie betreft, we toch dualistisch zijn blijven denken? Volgens Renard gaat de dualistische benadering in de verschillende godsdiensten ervan uit dat God en mens twee totaal verschillende entiteiten zijn (en blijven), terwijl non-dualisme als kernboodschap zowel voorkomt in het boeddhisme, hindoeïsme als taoïsme. Volgens de oud-benedictijner monnik Charles Steur is

De werkelijkheid non-dualistisch, dat wil zeggen niet-twee, maar een oorspronkelijke, ongedeelde eenheid, waar al wat bestaat toe behoort. De mens die zich bewust is van deze eenheid, ziet dat de werkelijkheid samenvalt met wat in het christendom wordt aangeduid als God. Buiten God is er niets, Hij is alles in allen.’

Zie:
Deel 1
Non-dualisme, weg van bevrijding

Deel 2 Non-dualisme, het ervaren van eenheid

Beeld:  Het teken voor infinitief. Oneindig. (hediyefabrikasi.blog)

Laatste en vierde deel: 6 mei

Non-dualisme, het ervaren van eenheid

non-dualiteit=hetnlpcollege.nl

Non-dualisme (het ervaren van eenheid), misschien populair geworden door het zenboeddhisme, weerklinkt steeds meer in de westerse wereld, zeker in die van de nieuwe spiritualiteit. Zou het kunnen dat deze oorspronkelijk hindoeïstische filosofische stroming, ook wel advaita, genoemd (niet-tweeheid, openheid) om die reden een relevante gedachte is geworden?


– Deel 2 –


Kan non-dualisme ook een antwoord kan zijn op religie dat wereldwijd in het verleden en heden, tot conflicten kon en kan leiden? Swami Vivekananda – de eerste hindoe die de universele boodschap van de spiritualiteit voor een groot westers publiek bracht – zei hierover (in 1896) dat…

‘…het nu eenmaal in de aard der dingen ligt dat dualistische religies vechten en ruzie maken met elkaar, dat hebben ze altijd gedaan. (…) Laten we de harmonie proberen te vinden die non-dualisme ons brengt’.

De ware staat van de mens
V
olgens Renard heerst er echter in het christendom – maar ook in het jodendom en de islam – een algeheel klimaat waarin juist de non-dualistische benadering herkend wordt als het allerbelangrijkste gegeven van het bestaan. Hij verwijst naar een zin van Jezus als ‘Ik en de Vader zijn één’. Dat duidde volgens hem op Jezus’ zicht op de ware staat van de mens.

Eigen god net iets beter
E
chter, al in een kerkelijke verklaring in 325 A.D. op het concilie van Nicea, werd uitsluitend Jezus beschouwd als één met God, en niemand anders.
Helaas denken de verschillende religies bovendien dat zij toch nèt iets van elkaar verschillen, en dat hun eigen god nèt iets beter is dan de andere, of in ieder geval een betere boodschap heeft gestuurd. Renard noemt dit een niet-beseffen dat het hier om concepten gaat als wortel van alle conflicten, die hij ziet als de grondoorzaak van alle godsdienstoorlogen.

Interpretatie
Z
ouden we religies terug moeten brengen naar hun non-dualistische staat? Volgens Renard is er nu geen klimaat waarin het non-dualistische als het meest wezenlijke wordt herkend. Zelf ziet hij ‘Besef van non-dualiteit’ als kiem of wortel van alle religies. Hij ziet dat bijvoorbeeld in uitspraken van Jezus (‘Ik en de Vader zijn één’), maar door de interpretatie hiervan ontstonden al verschillen.

‘Doe het goede’
H
et oorspronkelijke ‘non-dualistische Besef’ zou in gedrag kunnen worden vertaald, maar de verschillende religies hebben echter adviezen en richtlijnen ontwikkeld, die in de loop van de tijd volgens Renard helaas zijn uitgegroeid tot bouwwerken van normen en codes, vaak in strijd met elkaar. Hij lijkt zich getroost doordat ‘de eenvoud van één klemtoon overblijft, die neerkomt op: ‘doe het goede’.

Beeld: ‘Niets staat los van elkaar – dit geldt niet alleen voor tegenpolen, maar voor alles’ (hetnlpcollege.nl

Zie deel 1: Non-dualisme, weg van bevrijding

(Wordt vervolgd met deel 3 (5 mei) en 4 (6 mei) 

‘Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben’

Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben-robertcollins

Dat schreef de Franse filosoof René Descartes in 1637. ‘Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben. Allemaal proberen we te doorgronden wat de ‘ziel’ in deze betekenis inhoudt.’ Aan het woord is filosoof John Cottingham. ‘De zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven schijnt een onuitwisbaar deel van onze natuur te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.’

Betere versie van onszelf
‘W
at is de ziel anders dan de betere versie van onszelf?’ zegt Cottingham, emeritus professor in de filosofie aan de universiteit van Reading (VK) en professor filosofie en godsdienst aan de Universiteit van Roehampton (Londen). Cottingham vraagt zich af wat voor zin het heeft het om de hele wereld te veroveren als je je ziel daarbij kwijtraakt. Het artikel verscheen in maart 2020 in Aeon, in samenwerking met Princeton University Press, en nu ook ook in het Financiële Dagblad.

Tegenwoordig zijn er vergeleken met vijftig jaar geleden veel minder mensen die gevoelig zijn voor het bijbels tintje aan deze vraag. Maar toch is de vraag nog steeds urgent. We weten misschien niet precies meer wat we met de ziel bedoelen, maar intuïtief begrijpen we wel wat met dat verlies wordt bedoeld: de morele desoriëntatie en het morele verval waarbij wat waar en goed is uit het zicht raakt, en we erachter komen dat we ons leven hebben verspild aan een illusoir profijt dat uiteindelijk zonder waarde is.’

Moderne wetenschap
M
aar wat is de ziel, vraagt Cottingham zich ook af en stelt dat de moderne wetenschap de neiging heeft om occult of ‘spookachtig’ geachte concepten, zoals zielen en geesten, terzijde te schuiven, en in plaats daarvan ons volledig als een deel van de natuurlijke wereld te zien. Hij wil daarbij echter niet de waarde van het wetenschappelijk perspectief ontkennen.

Maar er zitten veel aspecten aan de menselijke ervaring die niet gemakkelijk te vangen zijn in de onpersoonlijke, op kwantiteiten gebaseerde terminologie van wetenschappelijk onderzoek. Het concept ‘ziel’ maakt dan misschien geen deel uit van de taal van de wetenschap, maar de bedoeling van de term in poëzie, romans en gewone taal zien we direct en lokt ook een onmiddellijke reactie uit.’

Harmonie
D
e filosoof stelt, dat om ons te realiseren wat ons zo volledig mens maakt, we onze aandacht moeten richten op de rijkdom en de diepte van de emotionele weerklank die ons met de wereld verbindt.

Het in harmonie brengen van ons emotionele leven met onze met ons verstand gekozen doelen en projecten is een essentieel bestanddeel van de genezing en de integratie van de menselijke ziel.’

Menselijk verlangen naar transcendentie
C
ottingham vindt dat het menselijk verlangen naar transcendentie niet zo goed tot uitdrukking komt in de abstracte taal van een theologische leer of filosofische theorie. Over onze zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven, zegt hij dat dit een onuitwisbaar deel van onze natuur schijnt te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.

Het beste krijg je er grip op in de praktijk, dat wil zeggen in de manier waarop die theorie wordt toegepast. Traditionele spirituele praktijken – de vaak simpele manieren om uiting te geven aan devotie en overtuiging bij overgangsrituelen die bij geboorte en dood van een dierbare horen, of rituelen zoals het uitwisselen van ringen – vormen een krachtig vehikel om zulke verlangens mee uit te drukken. Een deel van hun kracht en hun weerklank is erin gelegen dat zij op veel niveaus werkzaam zijn, waardoor de morele, emotionele en spirituele respons op diepere lagen wordt aangesproken dan waar alleen het verstand toe in staat is.’

In de kern op het goede gericht
W
at we onder andere bedoelen als we zeggen dat we een ziel hebben, zo stelt Cottingham, is dat wij mensen ondanks al onze tekortkomingen in de kern op het goede zijn gericht.

We willen zo graag boven de verspilling en futiliteiten uitstijgen die ons zo gemakkelijk naar beneden trekken, en in de transformerende, menselijke, met de term ‘spiritueel’ aangeduide ervaringen en praktijken vangen we een glimp op van iets dat een transcendente waarde en belang heeft dat ons aantrekt. Als reactie op deze roep proberen we ons echte ik te verwezenlijken, de ik die onze bestemming is. Dit is waar de zoektocht naar de ziel naartoe leidt, en het is op deze plek dat deze betekenis, als het menselijk bestaan betekenis heeft, moet worden gezocht.’

Zie:
* What is the soul if not a better version of ourselves? (Aeon)
* Wat is de ziel anders dan een betere versie van onszelf? (Het Financiële Dagblad, 18042020)

Foto: Robert Collins – ‘Four boys playing ball on green grass’ (Jakarta, Indonesia)
Update 18092024 (Lay-out)

‘Ook het denken is lichamelijk’

Da_Vinci_Vitruve_Luc_Viatour

Filosoof Simon Gusman buigt zich over de vraag of de geest zonder een lichaam bestaat. En wat ons lijf betekent voor wie we zijn. Hij bespreekt vijf filosofen over het verband tussen ons lichaam en ons denken: Ik denk dus ik heb een lijf. In zijn boek What Computers Can’t Do uit 1972 rekent Hubert Dreyfus af ‘met het idee dat mensen supercomputers zijn. Willen we een mens nabouwen, dan moeten we recht doen aan het lichaam. Een supercomputer zonder lichaam snapt niet wat het is om mens te zijn’. 

We berekenen niet hoe we ons tot de wereld moeten verhouden, maar beleven de wereld direct als betekenisvol. Als ik wil drinken uit het kopje koffie dat voor me staat, hoef ik niet uit te rekenen hoe ver ik mijn hand moet uitsteken om het op te pakken. Ik ervaar in één oogopslag dat het kopje is om uit te drinken en kan moeiteloos de juiste beweging maken om dat te doen. Deze betekenisvolle belichaamde verhouding tot de wereld om ons heen is wat ons bestaan kenmerkt – en is iets dat een lichaamloze supercomputer niet heeft.’

Volgens Maurice Merleau-Ponty, de filosoof die het lichaam echt op de kaart heeft gezet, is het denken van zichzelf altijd al belichaamd. Niet omdat onze geest in een lichaam zou zitten, maar omdat alle vormen van ervaren, inclusief denken, uiteindelijk lichamelijk van aard zijn. 

Ons lijf kan van alles. Als we daar actief bij nadenken, bijvoorbeeld bij hoe we onze voeten neerzetten bij het lopen, wordt het alleen maar moeilijker. Ook als we alleen maar nadenken, zijn we belichaamd: we zitten in een bepaalde houding, trommelen met onze vingers op tafel of spelen met een pen in onze handen. Al deze dingen laten zien dat de geest en het lichaam niet van elkaar los te denken zijn.’

Gusman betrekt René Descartes erbij, de filosoof van ’Ik denk dus ik ben’, bij wie het lichaam geen centrale rol speelt. Voor hem is de geest een ‘denkend ding’ dat los bestaat van het mechanische lichaam.

Het lichaam is eigenlijk niets anders dan een fontein, stelt Descartes. De geest stuurt via een klier in het brein het lichaam aan en laat zo bloedvaatjes open- en dichtgaan, alsof het pijpleidingen in een fontein zijn. Het lichaam is een machine die op deze manier bediend kan worden. Hoewel Descartes’ denkbeelden over deze kant van het lichaam misschien wat simpel klinken, vormen ze de basis van de manier waarop veel wetenschappers vandaag de dag denken over lichaam en geest.’

Jean-Paul Sartre beschrijft in zijn beroemde boek Het zijn en het niet (1943) het voorbeeld van iemand die door een sleutelgat anderen staat te bespioneren. Zolang hij dit doet, is zijn aandacht gericht op het schouwspel achter het sleutelgat. Hij is enkel een toeschouwer. Op het moment dat hij betrapt wordt, is hij zich plotseling bewust van zichzelf, hoe hij daar staat, gebogen voor de deur.

We kijken naar hoe we bekeken zouden worden door anderen. Deze buitenkant is niet hetzelfde als een objectieve beschrijving van ons lichaam. Deze manier van kijken is niet de objectieve blik van de anatoom, maar de subjectieve blik van onze medemens die zich een beeld over ons kan vormen, ons kan prijzen of veroordelen om hoe we eruitzien.’

Auto’s worden standaard gebouwd met het mannenlichaam in het achterhoofd. ‘Testdummy’s zijn gebaseerd op mannenlichamen. Als gevolg hiervan is de kans dat vrouwen letsel overhouden aan een ongeluk vele malen groter’. – Gusman verwijst hier naar Caroline Criado Perez die stelt dat  sekseongelijkheid vooral gaat over lichamelijke verschillen. Zij schrijft hierover in Onzichtbare vrouwen (2019).

Testdummy’s zijn gebaseerd op mannenlichamen. Als gevolg hiervan is de kans dat vrouwen letsel overhouden aan een ongeluk vele malen groter. Ook kogelvrije vesten en veiligheidsmaskers tegen giftige stoffen worden allemaal eigenlijk alleen maar gemaakt voor mannen, niet omdat daar specifiek voor gekozen is, maar door het diepgewortelde idee dat een mannenlichaam de standaard voor alle mensen is. Sekseongelijkheid gaat dus niet alleen om rolpatronen, maar vooral ook om lichamelijke verschillen.’

Zie: Ik denk dus ik heb een lijf (Filosofie Magazine, december 2019)

Foto: Luc Viatour – Mens van Vitruvius van Leonardo da Vinci, ca. 1490, Gallerie dell’Accademia, Venetië – De regels voor de tekening bedacht Da Vinci niet allemaal zelf; hij baseerde zich op het tiendelige handboek voor de bouwkunde van de Romeinse architect Vitruvius, De architectura geheten. Reeds in de eerste eeuw voor Christus tekende deze architect de regels voor een perfect menselijk lichaam op. Volgens Vitruvius heeft een menselijk lichaam bepaalde vaste verhoudingen.  (ciatutti.nl)

Niet uit je nek denken, zegt de filosofie

Ren._Gude
Volgens filosoof René Gude ‘moet het verstand niet lullen’. ‘En zo’n filosofieboek dat ons leert om niet uit onze nek te lullen, is Meditaties. Daarin vond René Gude het boek van een gelijkgezinde.’ Florian Jacobs zegt dit in iFilosofie van mei 2019 in zijn artikel Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude. Descartes’ Meditaties gaat over de eerste filosofie waarin het bestaan van God en het onderscheid tussen de menselijke ziel en lichaam worden bewezen. Gude schreef het boek René Gude over René Descartes: fascinatie en wijsheid samen in een boek vol humor en liefde voor filosofie.

Als er één filosoof is waaraan René Gude gehecht was, was het wel zijn naamgenoot, René Descartes. Waarom toch die fascinatie? René Descartes is de vader van de moderne filosofie, een van de grondleggers van de wetenschappelijke methode, een vurig onderzoeker naar goed onderwijs, naar echte wijsheid, naar het goede leven. En naar dat alles was René Gude nou ook precies op zoek.’’

René Gude over René Descartes heeft intrigerend klinkende hoofdstukken, zoals: ‘Van mijlpaal tot pispaal en terug’; ‘Ik vind het zo’n ongelooflijk leuke kerel’; ‘Van niet-weter tot verantwoordelijk betweter’’; ‘Durf te twijfelen’, en als toegift: ‘Wijsheid is het tegendeel van besluiteloosheid’.

Jacobs vermoedt dat René Gude hierin het meest aan Descartes had: hij laat zien dat zekere kennis überhaupt mogelijk is, hoe diep je ook in de put van scepsis zit.

En dan heb ik het niet alleen over kentheoretische scepsis, maar ook over existentiële kennis, de momenten dat je je afvraagt of je überhaupt wel ergens zeker van bent. In scepsis kun je niet wonen, in hoop wel. En Descartes geeft hoop.’

Met Meditaties begon volgens Jacobs de afbreuk van dogma uit de wetenschap – Descartes past mooi tussen Galilei en Newton – met Meditaties begon ook het einde van René Gudes scepsis.

Want dat heeft hij moeten leren. Het is met name één citaat dat René Gude pats-boem aan een hoopvolle vooruitgangsgedachte hielp. Het komt uit de Synopsis die Descartes vooraf laat gaan aan zijn Meditaties en is daarmee zo ongeveer de eerste zin van dat boek:

Omdat wij kind waren voor wij volwassen werden, en omdat wij destijds – terwijl wij nog niet het volledige gebruik van onze rede hadden – nu eens goede en dan weer onjuiste oordelen vormden over zaken die zich aan ons gemoed voordeden, verhindert een residu van veel van die oordelen ons om tot de waarheid door te dringen.’ (Descartes)

Een citaat dat René Gude tot tranen toe roerde en dat hem, zo meent Jacobs, aan de filosofie verslingerde. Gude wil, in een metafoor van Descartes, alle appels uit een mand halen om de rotte weg te gooien en de goede terug te stoppen. Die goede appels, en hier herinner ik u aan de wangen van de echte Descartes van Frans Hals, zegt Jacobs, daar lezen we Descartes voor.

Het godsargument van Descartes sluit volgens Jacobs hier heel goed bij aan. Dat godsargument gaat als volgt: omdat we ons iets perfects helder kunnen indenken – bijvoorbeeld: een goede appel – en we zelf niet deelgenoot zijn van die perfectie – we hebben net een hap genomen van een rotte appel – moet er iets perfects buiten ons bestaan.

Ergo: er zijn goede appelen op de wereld. Descartes noemt dat perfecte God, meer laag-bij-de-grondse moderne zielen spreken misschien liever van een ideaal. Zo keek René Gude er ook tegenaan. Die had niet zo veel met God als ideaal, maar wel met idealen die je in welke precaire situatie dan ook optimistisch kunnen stemmen. Dat rotsvaste vertrouwen in vooruitgang, ongeacht de omstandigheden, dat deelde hij met Descartes. Het idee van vooruitgang is voldoende om ons in beweging te krijgen.’

Zie: Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude.

Gerelateerd: God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’


René Gude over René Descartes is dan ook geen overkoepelende inleiding in het leven en het gedachtegoed van de eminente filosoof. Ja, de lezer steekt genoeg op van de filosofie en de nalatenschap van Descartes. Maar nee, dit is geen essentieel overzicht, geen systematische analyse en geen voltooide studie naar de denker Descartes. Misschien kunnen we het het best een uit de kluiten gewassen liefdesverklaring noemen. Aan de filosofie natuurlijk, aan het spel van argumenten waarmee we met z’n allen nog lang niet klaar zijn. Aan René Descartes, hoeder van de wetenschappelijke methode en net zo’n emotionele dweil als de auteur van dit boek. En aan die auteur, René Gude, wiens liefde voor de filosofie ook jaren na zijn dood nog inspireert en sprankelt als zij tijdens zijn leven deed.” (Florian Jacobs, Riga, februari 2019 – Uit: René Gude over René Descartes.)


Volgens ISVW Uitgevers, heeft iedereen wat aan die filosofie van Descartes, filosofie is immers niets anders dan kennis waar je iets mee kunt. – Meditaties is de oorspronkelijke tekst van Meditationes de prima philosophia, dat al in 1641 verscheen bij Soly (Parijs) en in 1642 bij Elzevier in Amsterdam. Sinds 1989 verscheen Meditaties bij uitgeverij Boom. Door ISVW Uitgevers is René Gude over René Descartes uitgegeven, ingeleid en geredigeerd door Florian Jacobs.

Foto (detail): Vera de Kok – René Gude, Denker des Vaderlands in 2013, bij TEDxAmsterdam in 2012