Pleidooi voor inclusief christendom

bergredeKarolyFerenczy (1)

‘Een christendom dat niet meteen roept dat je eerst echt moet geloven voor je erbij hoort,’ zegt filosoof en docent journalistiek Karel Smouter als hij de documentaire Leaving my father’s faith en de film Heretic: The movie bekijkt en terstond weer begint te dromen over een nieuw soort christendom. ‘De beweging rondom Jezus werd onderweg op een of andere manier gekaapt’, zo haalt Smouter bestseller-theoloog Rob Bell aan. ‘Het is tijd om het christendom terug te claimen.’

Bell is volgens Smouter de leidsman geworden van vele duizenden Amerikanen die zich niet langer kunnen vinden in een tribaal soort evangelicalisme dat zijn ziel aan de Republikeinse Partij van Trump verkocht heeft, maar nog altijd een soort religieus verlangen bij zichzelf ontwaren.

Die eigenlijk helemaal niet weg willen, omdat ze ergens het gevoel hebben dat ze helemaal nog niet klaar zijn met het verhaal van Jezus, die naar de aarde kwam om Gods liefde aan de mensheid te openbaren.’

Smouter zet de site dogmavrij.nl – waarin volgens hem een gitzwart beeld van religie wordt getoond, gevoed door de hardhandige confrontatie met de uitsluitingsmechanismen die nu eenmaal horen bij orthodox christendom – tegenover Franca Treur voor wie een permanente campagne wordt gevoerd om haar terug te winnen voor de club.

Het traditionele script schrijft voor dat Bell verbitterd afhaakt en vanuit zijn nieuwe woonplek, Los Angeles, boze blogs en boeken schrijft over alles wat hem is aangedaan. Maar Bell doet iets bijzonders: hij blijft geloven. En hij blijft preken. Niet langer in kerken, maar in theaters en via blogs, boeken en zijn RobCast, een veelbeluisterde online radioshow.’

Volgens Bell vragen deze tijden om het besef dat het christelijke verhaal tribalisme overstijgt. Dat de hele mensheid sámen één tribe is. Hij voert een pleidooi voor kerken waar belonging voorafgaat aan behaving en believing. Duidelijk geen kerk waar de volgorde nog andersom is: ‘geloofsverlies’ leidt in zo’n scenario bijna automatisch tot kerkverlating.

Zeker, er zijn groepsleden die zich intussen atheïst noemen, zegt Smouter, maar ook zij houden zich in werk en leven bezig met het sublieme, bijvoorbeeld in de kunsten. Of ze jagen hun droom van een rechtvaardiger wereld na met belangrijke journalistieke projecten.

En de uitgesproken gelovigen? Die bedienen zich wellicht van een andere taal dan de twijfelaars en de afhakers. Maar als er iets in onze levens gebeurt, verstaan we elkaar nog altijd uitstekend. Onze appgroep is op zulke dagen een levendig meeleefmechanisme waarin we elk in eigen woorden om elkaar heen staan. We zijn anders gaan denken over de inhoud van ons geloof, maar stuk voor stuk zijn we geïnfecteerd door de concepten die in het christelijk geloof centraal staan.’

Smouter zegt dat ze vooral hun menselijkheid met elkaar delen. Hijzelf bezoekt nog regelmatig een kerk – waar hij zich elke keer weer diep verbonden voelt met de tweeduizend jaar durende zoektocht in het voetspoor van Jezus, naar wat het nu betekent een mens te zijn op aarde. En als ze hem vragen of hij nog gelooft, antwoordt hij in een snedige bui: ‘Ja, gisteren nog, toen ik langs de IJssel liep’. Of hij zegt tegen zo’n vragensteller: ‘Het ligt er maar net aan wat je bedoelt’. Hij zegt al lang niet meer ja en amen tegen de exclusivistische pretentie van het christelijk geloof, dat het ‘ja’ zeggen tegen een aantal geloofsaannames de weg tot behoud is.

Al is het maar omdat elke geloofsuitspraak per definitie een momentopname is. Wat mij bovendien zo tegenstaat aan de vraag of ik ‘nog geloof’, is de aanname die daaronder ligt: dat geloofsverandering altijd tot minder geloof zou leiden. Dat je op een hellend vlak terecht zou komen. Terwijl zo’n hellend vlak, in de woorden van Rachel Held Evans, een paar jaar geleden in dit tijdschrift [De Nieuwe Koers], evengoed tot mooiere vergezichten kan leiden.’

Het zijn bij uitstek tijden voor een geloof dat stammen en groepen overstijgt, vindt Smouter, een christendom, dat zijn universele pretenties opnieuw leert omarmen. Een inclusief christendom in plaats van een christendom uitsluitend voor christenen.

Laat christenen zich nu eens bezighouden met wat het betekent mens te zijn, in plaats van christen, vindt de filosoof, dat ze daar vanuit de wijsheid en traditie waarin ze opereren als het ware experts in zijn. Wie goed om zich heen kijkt, ziet bovendien mensen allerlei schatten uit de christelijke traditie opdelven, oppoetsen en van nieuwe glans voorzien.

Zou het mogelijk zijn om in het postchristelijke tijdperk waarin we nu beland zijn het radicale idee aan de basis van het christendom – dat het niet goed is dat de mens alleen is, dat er gemeenschap nodig is, en dat we niet zonder hoop, liefde, dankbaarheid en vergeving kunnen – buiten het ‘christendom’ om te behouden? Dat we, terwijl de kerk zoals we die kennen langzaam ten onder gaat, een nieuw soort christendom zien verrijzen?’

Zie: Wie zijn geloof verliest, hoeft de kerk niet uit (De Nieuwe Koers, mei 2018)

Beeld: Bergrede (1896) door Károly Ferenczy – In de Bergrede geeft Jezus in zeer concrete, radicale en pakkende woorden ‘geestelijke en zedelijke’ waarden door. Het is deze Bergrede die in de geschiedenis gewerkt heeft, gewetens heeft gewekt en verontrust, mensen bemoedigd heeft en wanhopig gemaakt heeft. Het is deze Bergrede, die onafscheidelijk met de gestalte van Jezus Christus verbonden blijft, zoals Hij door ons gekend wordt, door Zijn belijders zowel als door degenen die Hem verwerpen. (jesusinsite.wordpress.com)

Spinoza in gesprek met Jezus

Niemand heeft zich op zo’n zelfde manier als Jezus over God uitgelaten als Spinoza, stelt theoloog Jan Knol in de onlangs uitgebrachte vierde druk van Spinoza – uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen. Over Spinoza wordt wel gezegd dat de kennismaking met hem van beslissende invloed kan zijn op je leven. In dit boek illustreert Knol aan de hand Spinoza’s gelijkenissen en voorbeelden Spinoza’s gedachtegoed in begrijpelijke taal en blijft daarbij dicht bij diens tekst. 

‘Het traditionele geloof is voor velen geen weg meer, maar er is wel behoefte aan een nieuwe oriëntatie. Spinoza’s filosofie kan daarin uitstekend voorzien’
(Jan Knol)

Jan Knol (1946-2016) introduceert in het laatste deel van dit boek – en alleen hierover gaat dit blog – de gesprekspartners Jezus en Spinoza, van wie hij zegt dat hun leven en denken frappant op elkaar lijken. Bovenal zijn beiden vol van Gods Geest. Maar ook de verschillen tussen hen steekt hij niet onder stoelen of banken.

Bron van het leven
In deze samenspraak zegt Spinoza dat er steeds minder mensen naar de kerk van Jezus komen, waarop Jezus antwoordt dat toe te juichen als dat beter is voor hen, maar als er daardoor minder contact met de bron van het leven is [God], dan niet. Ook zegt hij dat hij God aan de mensen voorstelt als een vader die liefde en zorg aan zijn kinderen geeft. Spinoza zegt hierop dat dat dat nu juist is wat velen tegenwoordig niet meer zo kunnen volgen.

‘God als een menselijk persoon ergens boven in de lucht, met ogen die ons zien, met oren die ons horen, met een stem die tot ons spreekt, en die ons beloont voor het goede en bestraft voor het kwade.’ (Spinoza)

God is alles
Jezus maakt duidelijk dat hij eigenlijk sprak over God als geest, maar de meeste mensen hem beter begrepen als hij over God als ‘Onze Vader in de hemel’ sprak. Hij vraagt aan Spinoza hoe hij God dan zou omschrijven.

‘God is alles. God valt samen met het universum dat onbegrensd, eeuwig, perfect en energiek is. Eigenlijk bestaat alleen God. God drukt zich uit in alles wat is. Zoals de oceaan zich uitdrukt in talloze grote en kleine golven. Daarom is alles ook een eenheid en niet die verscheidenheid van duizend en één dingen zoals vaak gedacht wordt.’ (Spinoza)

Een persoonlijk God
Dat vindt Jezus vaag klinken. Een persoonlijke God vindt hij toch wat warmer aan doen.

Vooral als mensen in nood door niemand meer geholpen kunnen worden, hebben ze het nodig dat ze tot iemand daarboven hun hart kunnen uitstorten. Of niet dan?’ (Jezus)

Spinoza

Gods Geest
Spinoza vindt dat Jezus God ‘hem’, dus een persoon, blijft noemen. Zelf ziet de filosoof het meer zo dat er één eindeloze, eeuwige substantie is, namelijk God of de natuur, die twee aspecten heeft, materie en geest. Alles en iedereen heeft volgens hem daar deel aan: ons lichaam maakt deel uit van het materiële aspect van God en onze geest van het geestelijke aspect van God.

‘Omdat onze geest deel heeft aan Gods Geest, kunnen we rechtstreeks iets van God weten zonder hulp van profeten, heilige boeken, tempels of andere vormen van openbaring.’ (Spinoza)

In stilte met God
Jezus zegt hierop dat hij begrijpt wat Spinoza bedoelt en vertelt dat hij bij zijn rondwandeling als rabbi door Israël de dag al vroeg begon, liefst alleen in de woestijn, in de stilte met God.

‘Daar had mijn geest verbinding met Gods Geest. Daaruit putte ik alle energie om de verdere dag mensen te genezen, vergeven en weer op weg te helpen.’ (Jezus)


Jan Knol

Krachtbron
Spinoza verbaast zich erover dat christenen, die zich naar Jezus noemen, het daar zo weinig over hebben.

‘In hun belijdenis is niks over dat gebruikelijke contact tussen God en jou te lezen. Terwijl dat toch de krachtbron is van waaruit alles moet gebeuren.’ (Spinoza)

‘Stukje van Gods Geest’
Jezus en Spinoza bespreken in de laatste veertig bladzijden van genoemd boek verder van alles, over onder meer hel en duivel, zonde, de vrije wil, over de menselijke geest die slechts een stukje van Gods Geest is. Maar ook over heiligdommen en rituelen, de Messias, heilige boeken, wonderen, bidden, het eeuwig leven en verzoening. Het valt op dat ze beiden regelmatig naar de Bijbel verwijzen en hieruit citeren.

Spinoza | Jan Knol | Uitgeverij Wereldbibliotheek | ISBN10 9028421947 | ISBN13 9789028421943 | 208 pagina’s | Vierde druk 2018 | € 14,50 | E-book € 4,99 | ‘Knol geeft tevens een kleine schets van Spinoza’s leven en in een fictieve samenspraak van Spinoza en Jezus maakt hij contrasten en overeenkomsten tussen Spinoza’s denken en het christendom goed helder. Dit boek is geschikt als inleiding in Spinoza’s filosofie voor een zeer breed lezerspubliek. Bovendien kan het de komende jaren goed dienst doen als aanvulling bij de filosofielessen over religie op het vwo.’ (Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes)

Beeld: Wereldbibliotheek – Detail cover Spinoza’s intuïtie (Jan Knol)
Foto Jan Kol (2015): Filosofie Magazine (Kick Smeets)
Update: december 2025 (lay-out, foto Jan Knol)

Telkens opnieuw beginnen met Jezus

In de vrijzinnige lezing ‘Opnieuw beginnen – Radicale theologie tussen vrijzinnigheid en orthodoxie’ houdt theoloog Frits de Lange een pleidooi voor een Jezus voor a/theïsten, voor mensen die niet in een bovennatuurlijk mensachtig Opperwezen geloven, die naar zijn believen ingrijpt in deze wereld. Een Jezus voor religielozen, randkerkelijken en leden van de ‘Kerkelijke Alumnivereniging’. ‘De God van het theïsme is misschien dood, maar Jezus leeft.’

Christelijk geloof is een eindeloze her-neming, een her-haling van wat ooit begon in en rond deze mens Jezus. Een voortdurend bij hem opnieuw beginnen. Dit is dan voor mij vrijzinnig christendom: een geloof dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf’


Op zoek naar de mens Jezus, geholpen door het kritische onderzoek van de moderne Bijbelwetenschap. We weten niet zo gek veel van de historische Jezus, maar genoeg om mateloos door hem geboeid te raken. Zijn parabels en aforismen intrigeren en choqueren. Zijn radicale ethiek confronteert ons met onszelf. Zijn wijsheid inspireert ons.
Deze joodse rabbi bedreef filosofie zoals de Griekse Cynici dat deden: wijsheid in de vorm van een performance. We proberen we een scherper beeld te krijgen van Jezus van Nazareth als denker en doener. 
(Jezus – de filosoof | Frits de Lange)


De Lange stelt dat volgens Bonhoeffer het christendom om Jezus draaide, en is de kerk, hoe je het wendt of keert, in beginsel een Jezusbeweging die eventueel zonder religie kan, maar niet zonder Jezus. De theoloog houdt het bij Bonhoeffers vraag naar hoe Christus heer kan worden van religielozen. Zijn stelling is dat Christendom, orthodox dan wel vrijzinnig, alleen recht van bestaan heeft als Jezusbeweging.

Christelijk geloof is een eindeloze her-neming, een her-haling van wat ooit begon in en rond deze mens Jezus. Een voortdurend bij hem opnieuw beginnen. Dit is dan voor mij vrijzinnig christendom: een geloof dat niet gebonden is aan het dogma, maar zich alleen laat binden door de geest van Jezus zelf.’

De afstand tot Jezus – De Lange betrekt ook Albert Schweitzer in zijn betoog –  is historisch onoverbrugbaar, maar de ‘geest van Jezus’ is blijkbaar present en spreekt hem direct aan. ‘Jezus leeft’ als jij bereid bent net als hij je leven weg te geven voor het Rijk van God. Om de ‘bijzondere denker’ Jezus te kennen en te begrijpen heb je geen geleerdheid nodig, alleen de hartstocht voor het Rijk van God.

De historische Jezus confronteert Schweitzer met het dwaze verlangen naar de onmogelijke hoop dat het morgen met deze wereld beter gaat. En de liefde voor al wat leeft als de uitdrukking daarvan. Jezus geloofde echt dat God zelf tussenbeide zou komen om het Rijk te realiseren; daarin vergiste hij zich. Daarin was hij nog een traditionele theïst die hoopte op goddelijke interventie. Wij beseffen nu dat we het zelf naderbij moeten brengen.’

Je kunt alleen de echte Jezus ontmoeten, ontdekte Schweitzer, als je je bewust bent van zijn radicale vreemdheid, waarin hij zich aan je begrip onttrekt – en dat alleen door hem te laten terugkeren tot zijn eigen geschiedenis hij deelgenoot kan worden van de jouwe.

Laat christelijk geloof telkens opnieuw beginnen bij en met Jezus van Nazareth (of bij wat we van hem weten) en ga dan na of je gehoor wil geven aan het appel dat deze Jezus op je doet.’

Volgens De Lange hebben kerkelijke theologen niet langer het monopolie op de betekenis van Jezus: in het post-christelijk tijdperk raken ook seculiere onderzoekers en historici in hem geïnteresseerd.

‘Ook al weten we niet wie hij precies was, we kunnen toch relatief zeker zijn van de soort van dingen die hij zei, het soort handelingen die hij verrichtte, de soort persoon die hij was.’

jezus.als.cynisch.filosoof


Jezus, gekleed en gepositioneerd als cynisch filosoof (Museo Nazionale Romana) – (FdL)

De Lange verwijst naar Robert Funk van het Jesus Seminar die de hele christelijke traditie tot nu toe eigenlijk ziet als een geschiedenis van verval, waarin de radicaliteit van Jezus constant is afgezwakt, tegenstemmen zijn gesmoord en afwijkende visies verketterd.

Wie zijn leven verliest omwille van het Rijk van God die zal het behouden’ – als dat de radicale levenswet is die Jezus praktiseerde, dan zijn veel mensen trouw aan hem geweest, binnen en buiten de christelijke traditie, bewust of onbewust.’

En religie is daarvoor geen voorwaarde; sterker nog: zij kan je ernstig daarbij hinderen, aldus De Lange. Godsdienst kan een geleider zijn naar de geest van Jezus, maar kan de ontmoeting met hem ook onmogelijk maken. De historische Jezus vraagt om permanente religiekritiek.

Wat de opbrengst van historisch onderzoek over de mens Jezus voor ons betekent, is aan jou en mij – en niet aan de historicus, zegt De Lange, maar evenmin aan de theoloog.

Het ergste wat je immers met de radicale vreemdheid van Jezus kunt doen is haar onschadelijk maken in een leer over Christus, een christo-logie. Als we toch niet aan theologie kunnen ontkomen – en ik doe de hele tijd hier al niks anders – laat het dan een apofatische christologie zijn, een die begint en eindigt met zwijgen.
De herinnering aan Jezus kan nooit een levensbeschouwing, leer, traditie of religie worden, zonder dat ze het gevaar loopt dat ze wordt afgeplat, versimpeld, gedomesticeerd – verraden. Elke keer als dat gebeurt, wordt het tijd om weer opnieuw te beginnen.’

Zie: Opnieuw beginnen. De Vrijzinnige Lezing, 16 maart 2018 (Uitgebreide versie)
Beeld: © Grey Olsen
Update 20122024 (Layout, links)

‘Jezus is bovenal een mythe’

jezus.rembrandt

‘Het christendom is een godsdienst, zoals andere en ook anders dan andere. Het heeft allereerst de kenmerken van alle godsdiensten: centraal staan mythen en riten.’ Dit schreef theoloog en filosoof Arne Jonges in zijn essay Redelijk geloven. Hierin stelt hij dat het meest wezenlijke van religie – of zou moeten zijn – is dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen.

Op 20 februari verscheen het nieuwste boek van Arne Jonges: Angst voor de mythe, waarin hij duidelijk wil maken dat we geen historische gegevens hebben over Jezus. De man uit Nazareth is bovenal een mythe.’ (VrijZinnig, maart 2018, tijdschrift van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP)

Jonges stelt dat het niet zo’n zin heeft om op zoek te gaan naar de historische Jezus, daar ieder Jezusbeeld niet meer zal blijken te zijn dan een creatie van de onderzoeker.

Maakt dit alles de betekenis van de verhalen minder belangrijk? ‘Nee’, zegt Arne Jonges. ‘Historische feiten hebben geen enkele relatie met geloofsfeiten.’ Als we tot ons door laten dringen dat de mythe over het heden en de toekomst gaat wordt de boodschap van de verhalen steeds actueler: van groot belang voor de mens van vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Gedurende eeuwen gold in onze wereld als definitie van een mythe ‘een verzonnen godsdienstig verhaal’. De Bijbelse verhalen golden echter als ‘echt’ in tegenstelling tot de mythen van andere godsdiensten. Door het ontstaan van het ‘historisch besef’ en de kritiek van de wetenschappen is men kritisch gaan kijken naar die verhalen: ‘Is dat wel zo?’.’

Noch de ‘echte’ Jezus, noch Petrus, noch Paulus kennen wij als personen; zij figureren in een mythische setting. Voor begrip van de teksten geldt: Niet het historische is van primair belang maar het mythische. Dit was al in de dertiger jaren de positie van Van den Bergh van Eijsinga in diens boek Leeft Jezus of heeft hij alleen maar geleefd?. De discussie die volgde ging echter vooral over de historiciteit…’ (Uit: Redelijk geloven)

Ook stelt Jonges in het essay dat er evenmin één beeld is van Jezus van Nazareth; we hebben verschillende geloofsuitingen over hem.

De Geschriften bevatten geen informatie over ‘bovennatuurlijke zaken’, ze tonen ons de neerslag van geloofsuitingen. Dit meervoud moeten we in stand houden en niet door een rationele gewelddaad tot een eenheid proberen om te vormen.’ (Uit: Redelijk geloven)

Volgens Jonges gaat het om geloofsuitingen van mensen, dus van de mensen die aan de wieg hebben gestaan en ook van hen gedurende eeuwen met verhalen van het christendom hebben geleefd.

Ze hebben geïnterpreteerd, gedachten toegevoegd, sommige geaccentueerd en andere buiten beschouwing gelaten. Cultuurelementen en folklore werden ermee verweven en zo kreeg het christendom op verschillende plaatsen ook een ander karakter.’ (Uit: Redelijk geloven)

angstvoordemythe
D
e echte Jezus, stelt Jonges in zijn nieuwste boek, vind je in het mythische verhaal en in de levende godsdienst. De mythe is de wieg van ons weten, want mensen zijn vertellende wezens. Een mythe is niet zomaar verzonnen. Mythes zijn verhalen die een leefbare wereld creëren.

In het boek Angst voor de mythe betoogt Arne Jonges dat in de Bijbel het ‘historische’ niet zozeer van belang is, maar het mythische. Het zijn de creatieve en inspirerende mythes, die een groep mensen tot een volk maken. De mythe gaat over vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Angst voorde mythe | dr. Arne Jonges | ISBN: 9789492421463 | 80 blz. | maart 2018 | paperback / gebrocheerd | € 12,95 

Zie: VrijZinnig – maart 2018

Beeld: Jezus door Rembrandt – (bijbelin1000seconden.be)

Jezus, mens onder de mensen

jezuseenmensenleven

‘De Bijbel is geen ethisch, geografisch of historisch handboek, maar een worsteling met de zin van het bestaan. Prachtig! God is niet op afroep beschikbaar. Prediker weet het uiteindelijk ook niet meer. Hij komt op het volgende uit: ‘Drink een goed glas wijn, geniet van het leven. En zet je in voor gerechtigheid.’ Aldus Cees den Heyer, ooit hoogleraar aan de theologische universiteit van Kampen. Hij voltooide onlangs zijn boek Jezus, een mensenleven. Het wordt 16 december in de Lutherse kerk in Kampen gepresenteerd.

Bovenstaand citaat sprak Den Heyer al in 2006 uit bij Het Vermoeden. Hij vertelde toen ook dat hij aan de Bijbel – naast een heleboel andere inspirerende teksten – graag het Thomasevangelie zou willen toevoegen, en dan met name vanwege de boodschap dat het eeuwig leven niet bestaat, maar dat het leven in het hier en nu is. ‘Het Koninkrijk van God is onder ons, alleen de mensen zien het niet.’


Het is algemeen bekend dat de voormalige hoogleraar de dogmatische leer rondom Jezus heeft afgezworen. In zijn nieuwe boek wil hij op minutieuze wijze de vele gezichten van Jezus beschrijven. In het ruim 600 pagina’s tellende boek gaat hij er velen langs: van de bronnen die iets over de man van Nazareth vertellen, via de dogma’s die daarop ontstonden naar vrijzinnige theologen die het oude Jezusbeeld aan stukken braken. (VVP)


Nu is er dus Jezus, een mensenleven. Volgens boekhandel Paagman heeft Den Heyer afscheid genomen van klassieke dogma’s. In het persoonlijk nawoord in Jezus, een mensenleven schrijft hij onder meer dat Jezus geen godenzoon is geweest.

Jezus was een mens van vlees en bloed, ‘een mens onder de mensen’, een mens die door zijn doen en laten de aandacht trok, een charismatische persoonlijkheid die indruk maakte op zijn tijdgenoten en volgelingen. Een man die pas veel later een mythische status kreeg.’ (Den Heyer)

Zijn uitgever, Rinus van Warven, is ervan overtuigd dat Den Heyer met dit boek een spraakmakend historisch monument heeft neergezet: het resultaat van een levenslange fascinatie voor het onderzoek naar de betekenis van het leven van Jezus van Nazareth.

Het gedachtegoed dat Jezus een mens onder de mensen was, begint steeds meer aan betekenis te winnen. Dat maakt Jezus zo’n fascinerende figuur. (…) Den Heyer zet alle beelden die de afgelopen tweeduizend jaar over Jezus de revue zijn gepasseerd op een rij: van Jezus als godenzoon, Jezus als mens onder de mensen en Jezus als revolutionaire oproerkraaier.’

Fred Sollie schrijft in zijn artikel dat Jezus, een mensenleven het reisverslag is van een persoonlijke zoektocht, waarin voor Den Heyer duidelijk is geworden dat zijn visie op de man uit Nazareth gaandeweg fundamenteel is veranderd, afscheid heeft genomen van klassieke dogma’s en de weg terug volgt naar de bronnen, naar de Bijbel en naar de theologische traditie.


‘Ik heb nooit gesnapt waar het om ging. Dankzij Den Heyer begrijp ik het nu beter. Ik ben zelfs anders tegen mijn eigen ongelovigheid aan gaan kijken. Het gaat om bevrijding, vrede en liefde. Het kostte wat moeite om me door zo’n dikke pil heen te lezen, maar voor mijn proces was alle inspanning de moeite waard.’ (Een niet-gelovige meelezer van het manuscript)


Jezus, een mensenleven | Dr. Cees den Heyer | Uitgeverij Van Warven | ISBN 9789492421395 | december 2017 | Blz. 606 | € 32,50
In Jezus, een mensenleven volgt Den Heyer de weg terug naar de bronnen, naar de bijbel en naar de theologische traditie. In zijn zoektocht staat de vraag centraal: hoe heeft het beeld van Jezus zich ontwikkeld in de tweeduizend jaar na zijn geboorte? Talloze beelden passeren de revue. Jezus krijgt vele ‘gezichten’.

Geloof zonder religieus vangnet

ceci est un dieu

Voor theoloog Frits de Lange, predikant en lid van de PKN, heeft het leven geen hoger doel of zin dan dit leven zelf. ‘Er is geen tweede wereld achter of boven deze, we hebben er maar een.’ Het valt op in zijn essay Religieloos christendom dat hij de woorden van Jezus aan het kruis niet begrijpt. Hij ziet slechts een stervende man, die God verwijt dat Hij er niet is. Jezus bedoelde echter met zijn woorden: ‘Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ allesbehalve dat God er niet is.

De Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), Groningen, zou toch moeten weten dat in de joodse traditie het tot op de dag van vandaag de gewoonte is om de boeken van de Pentateuch (of de Tora) aan te duiden met het eerste belangrijkste woord of regel. Ook sommige psalmen worden nog altijd naar hun eerste woorden of regel genoemd. Dan komen we er achter dat de psalm die Jezus uitsprak aan het kruis weliswaar begint in wanhoop, maar eindigt in een jubelende stemming van geloof en hoop. Het slot luidt:

Het nageslacht zal Hem dienen en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij alles heeft volbracht.’

De Lange verwijst naar Peter Rollins van de emerging church movement. Ook Rollins veronderstelt ten onrechte de godverlatenheid van Jezus en denkt dat God-die-bestaat Jezus aan zijn lot overliet. Op grond van deze verkeerde interpretatie noemt De Lange het christelijke geloof een rare, onbetrouwbare religie. Hij zegt dit in zijn essay En God sprak: Ik besta niet, in Trouw.

Het christelijk geloof ontspringt en leeft van de herinnering aan een religieus trauma. Als het een religie is, dan is het er een die voortdurend zichzelf ontkent en moet overwinnen.’

Zonder het woordje God zou De Lange niet kunnen – hij gebruikt het in woordcombinaties als Godallemachtig… – maar vraagt zich af of hij gelooft dat God bestaat. Er zijn volgens hem bijvoorbeeld niet voldoende data aanwezig om in te stemmen met het bestaan van een mensachtig Hoogste Wezen dat het universum bestuurt. Hij vindt de christelijke God er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser van het universum te zijn.

De Lange verwijst naar de vader die zijn zoontje probeerde gerust te stellen, in de buurt van theater Le Bataclan, kort na de aanslag op 13 november vorig jaar. De vader beaamde het idee van zijn zoontje dat de kaarsjes en bloemen er zijn om hen te beschermen. Waarop een glimlach om de mond van het jongetje verschijnt. Misschien is dat geloof tot zijn essentie teruggebracht, stelt De Lange, geloof in de glimlach.

Geloof is een overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoopt tegen beter weten in.’

Zie: En God sprak: Ik besta niet 

Zie ook: ‘Aan het kruis ervaarde Jezus dat er geen God is’ (VanGodenEnMensen)

Beeld: ‘The Monstrosity of Christ’: een tekening van Michelangelo met een Jezus in doodstrijd die de blik vergeefs naar de hemel wendt, en dan de tekst à la Margritte aan de voet van het kruis: Ceci est un dieu. (agreatercourage.blogspot.nl)

Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

‘Jezus’ historiciteit staat niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan’

Ruim een eeuw geleden is ook even geopperd geweest dat Jezus misschien een mythisch figuur was. In het Derde Rijk schijnen mensen te zijn geweest die liever helemaal geen Jezus hadden dan een joodse Jezus. Meer aanhang heeft de mythische Jezus in feite niet. – Dit zegt historicus Jona Lendering als reactie op de vraagtekens die mensen zetten achter het bestaan van Jezus.

‘Degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, ontkennen geen van allen Jezus’ historische bestaan’
(historicus Jona Lendering)

De ophef in de media over de historiciteit van Jezus werd afgelopen jaar nieuw leven ingeblazen door predikant Edward van der Kaaij, die vorig jaar het boek De ongemakkelijke waarheid van het christendom schreef. Volgens Lendering heeft Van der Kaaij zich bijgeschoold, maar met de verkeerde boeken: boeken waarin staat dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten en dat het christendom een afgeleide is van de Osiriscultus. Volgens Lendering kreeg Van der Kaaij te veel ruimte in Trouw die volgens hem een eeuw wetenschappelijk onderzoek genegeerd heeft.

Trouw weet blijkbaar niet dat degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, geen van allen Jezus’ historische bestaan ontkennen. De historiciteitsdiscussie is alleen actueel in het hoofd van de Trouw-redactie, van een verwarde dominee en van zijn verwarde geestverwanten.’ (Lendering)

Trouw heeft volgens Lendering een en ander proberen recht te zetten door ruimte te bieden aan theoloog Sam Janse die argumenten vóór het bestaan van Jezus’ bestaan mocht noemen.

Het probleem is dat Janse, die zeker niet zonder verdienste is, weinig weet van hedendaagse wetenschapscommunicatie. Trouw heeft niet gezocht naar iemand die met kennis van zaken én met kennis van voorlichting te werk kon gaan. Nu wordt het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen inderdaad slecht uitgelegd, maar er zijn wel een paar mensen die het kunstje verstaan. Trouw heeft die niet weten te vinden.’ (Lendering)

Wie een motief heeft om aan de historiciteit van Jezus te twijfelen, stelt Lendering, kan geen adequate informatie vinden op de plek waar een normaal mens anno vandaag de dag op zoek gaat naar informatie, online.

Daar is noch een adequaat aanbod van feitelijke informatie, noch een website waar de historisch-kritische methode wordt uitgelegd. Een aanzienlijk deel van de verwijten die wetenschappers maken aan mythicisten, komt als een boemerang terug: het mythicisme kan zijn comeback maken doordat in de geesteswetenschappen de wetenschapsvoorlichting niet met haar tijd is meegegaan.’

Volgens Lendering houdt de mythische Jezus het denkbeeld in dat Jezus geen historisch persoon is maar – net als Osiris, Dumuzi of Mithra – een mythisch figuur. Deze gedachte is al vrij oud en is in de twintigste eeuw verdwenen, zoals we ook weinig meer horen over flogiston, de holle aarde of craniometrie. Over Jezus, mythen en voorlichting schrijft de historicus uitgebreid op zijn weblog.

N.B. Over verkeerde boeken gesproken… Dit blog plaats ik als tegenhanger van het blog van gisteren. Een ander geluid. Opdat de queeste blijft: Het debat over Jezus wordt vervolgd.

Zie:
3 x Jezus: vragen en antwoorden
* Jezus, mythen en voorlichting (1)
* ‘Jezus heeft nooit bestaan’

Gerelateerd: De mythe van de mythische Jezus

Foto: © epa. Een fragment van de Dode Zeerollen in een Israëlisch onderzoeksinstituut

Update 20 01 2024, 10 12 2024 (Lay-out, foto, links)

 

‘Jezus blijft een mythe’

DoopJezus (2)

Een verslag over het symposium Het mysterie van Jezus toen… en nu? verscheen afgelopen maand in magazine Koorddanser. Waren er nieuwe inzichten over de persoon of mythe Jezus? Dat vroeg Ewald Wagenaar zich af in zijn artikel Jezus blijft een mythe. Hij gaf daarin de opvattingen weer van filosoof Tim Freke, de gnostici Jacob Slavenburg en Bram Moerland, en theoloog Tjeu van den Berk.

Volgens Wagenaar laat de online Zeitgeistfilm geen misverstand bestaan over het christelijke kerstverhaal en doet het je zelfs twijfelen aan het waarheidsgehalte in álle religies, omdat de rol van astrologie, dan wel astronomie, als onderliggend motief vaak zo evident is:

Het christelijke verhaal is een gejatte versie van een oudere religie die het weer ergens anders vandaan pikte en als je zo steeds verder in de tijd teruggaat, blijkt het ten diepste een astronomisch verhaal te zijn. Terugkeer van het licht tijdens de zonnewende, drie koningen (sterren) en een heel rijtje andere typische karakteristieken.’

Wagenaar vertelt dat Freke in zijn voordracht De ervaring van het mysterie het Jezus-mysterie als een mythe bestempelt – en toch bleven de 300 luisteraars in de Baarnse kerk zitten. Die zagen volgens Wagenaar in Jezus vermoedelijk vooral een symbool. Volgens Freke is Jezus gewoon wat we zelf zijn.

Nou is er geen enkele historische bron die het bestaan van Jezus bewijst. Zelfs de Joodse geschiedschrijver Josephus – de enige uit Jezus’ tijd die over hem schreef – bleek onbetrouwbaar. Er zijn ook zó veel meningen over Jezus dat je wel mag zeggen dat er net zo veel mensen als Jezussen zijn.’ (Freke)

Volgens Slavenburg – sprekend over Jezus in de esoterische traditie – is het huidige christendom niet gebaseerd op de leringen van de eerste christenen en bestond in het begin van het christendom de volgelingen van Jezus uit pacifistisch joods-christelijke leerlingen. Later is de toon in het christendom gezet door Rome, in taal, cultuur en sfeer van de heersers van die tijd.

Maar het niet in de officiële Bijbel opgenomen evangelie van Jacobus – de broer van Jezus – laat een heel andere Jezus zien: eentje van vlees en bloed en iemand die pas bij zijn doop de ‘Christus’ werd. Hij wist wel dat hij tot iets bijzonders geroepen was, maar in een oud geschrift van de vroege Judese christenen in Syrië staat dat bij Jezus’ doop de hemel zich opende en God sprak: ‘Heden heb ik jou verwekt’.’ (Slavenburg)

Volgens Wagenaar is de Jezus die Slavenburg ziet een gnostische en dat schuurt met het beeld in het collectieve bewustzijn van de christelijke Jezus zoals de kerk hem profileert. Van den Berk – Christus: archetype, dogma en symbool; de visie van Carl Gustav Jung – belichtte op het symposium Jezus in de archetypische oriëntatie van Jung:

Het grote mysterie is geworteld in de menselijke ziel, niet in de buitenwereld’, citeert hij Jung. De moderne mens moet van de metafysische Jezus een ervaring maken van de eigen ziel.(…) Het gaat om de numineuze ervaring die bij de beleving van religie hoort. (…) Jung zei hierover: ‘Je wordt opgenomen in het grote zelf.’

Tot hilariteit van het auditorium, aldus Wagenaar, vertelde Moerland – To be or not to be, that’s NOT the question, verhalen als dragers van betekenis – het door hemzelf aangepaste verhaal van Roodkapje die het paadje naar oma verlaat, daar Winnie de Poeh tegenkomt en samen van de honing gaan genieten:

Heeft Roodkapje bestaan of niet? Dat is geen zinvolle vraag voor het sprookje. Een verhaal hoeft helemaal niet waar te zijn om een betekenis te hebben. (…) Wat is de betekenis van Jezus, ongeacht of hij bestaan heeft? Die zit voor mij in de mystieke ervaring. (…) De aard en kwaliteit van de ervaring kenmerkt zich overal ter wereld op dezelfde manier: het ervaren van de eenheid van het al, een sterk besef van de eigen bestemming, afwezigheid van angst, tijdloos en een onderdompeling in liefde. Dat geeft de ervaarder een zeker weten, dit was wat werkelijk is.’

Zalig de mens die heeft geleden, zei Jezus. Lijden is dus deel van de werkelijkheid. In de leegte van het niet-weten is de liefde te vinden. Dat roept barmhartigheid op en – mits die geen vlucht wordt – kan dat als antwoord gelden op de uitnodiging van de Jezusmythe. Of dat wat uitmaakt? Maakt mij niet uit. Het is mijn verhaalperspectief en betekenisvol genoeg voor mij.’

Het artikel van Ewald Wagenaar staat in magazine Koorddanser, jaargang 32, nummer 335, december 2015.

Gerelateerd: Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

Illustr: 13 januari Doopfeest (Antoine Coypel, De doop van Christus, c.1690) (Pinterest)

Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

THe_Four_Zoas
Timothy Freke en Peter Gandy zien als onderzoekers van wereld- en klassieke mystiek grote overeenkomsten tussen het verhaal van Jezus en die van stervende en verrijzende heidense godmensen, zoals Osiris, Dionysus, Mithras, Adonis en Orpheus. Ze leveren bewijs voor hun stelling dat Joodse ingewijden de mythen van Osiris-Dionysus bewerkten om het verhaal te creëren van een joodse stervende en weer verrijzende godmens, Jezus de Messias. Na verloop van tijd ging men deze mythe uitleggen als een historisch feit en het christendom van de dode letter was het resultaat.

Bovenstaande komt uit een recensie van hun boek Jesus and the Lost Goddess en De mysterieuze Jezus. Volgens het theosofische Sunrise legden dogmatische christenen – die christelijke verhalen letterlijk als historisch feit opvatten – overeenkomsten met oudere heidense mythen en figuren uit als plagiaat van de duivel ‘vóór het feit’ of als de historische verwezenlijking van gebeurtenissen die in andere culturen alleen als mythe voorkomen.

Religie is een verkeerde interpretatie van mythologie’, is een favoriete definitie van religie van cultuurfilosoof Joseph Campbell, en die bestaat uit het toekennen van een historische betekenis aan symbolen die strikt genomen naar spirituele zaken verwijzen.’ (Sunrise)

timfrekebatgapSymposium
Timothy Freke
 (foto: TF) is een Engelse filosoof. Hij heeft een eredoctoraat in de wijsbegeerte en is een internationaal gerespecteerde autoriteit op het gebied van spiritualiteit. Het boek The Jesus Mysteries van hem en Peter Gandy stond in Amerika en Engeland in de top-tien bestsellerslijsten. Freke is een van de sprekers op het symposium ‘Jezus en de ‘heidense’ mysteriën, toen… en nu?’ op zaterdag 7 november in Baarn.

Er zijn daar dan ook sprekers als cultuurhistoricus Jacob Slavenburg; theoloog Tjeu van den Berk; godsdiensthistoricus Annine E.G. van der Meer en filosoof Bram Moerland.

Jacob-SlavenburgVolgens Jacob Slavenburg (foto: JS) is Jezus een tweede leven gaan leiden. Na zijn aardse bestaan zijn er verschillende tradities gevormd. De bekendste is de kerkelijke traditie. Zij formuleerde dogma’s en geloofswaarheden die slechts ten dele berustten op de christelijke teksten die opgenomen werden in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Daarnaast ontstond er een traditie waarin niet alleen de persoon van Jezus, maar bovenal zijn leringen centraal stonden.

tjeuvandenberkmeinemaTjeu Van den Berk (foto: Meinema) stelt dat de dogmatische Christus zo volmaakt en vlekkeloos is dat al het andere in hem verduisterd wordt. Voor de moderne mens is hij nog maar moeilijk invoelbaar. De archetypische Christus echter is volgens Van den Berk juist niet volmaakt maar wel volledig. Hij herbergt de duisternis, satan, hij is een paradoxaal wezen. Kan de Christus vandaag de dag nog geherinterpreteerd worden, kan hij nog wel tot symbool worden?

annineegvandermeerVolgens Annine E. G. Van der Meer (foto: AvdM) bevinden zich – naar het Evangelie van Filippus – onder de talloze vrouwen die Jezus op zijn tochten vergezellen, de drie Maria’s: Maria de Moeder, Maria de Zuster en Maria de Bruid. Het traditionele christendom hemelde de maagdelijkheid van Maria de Moeder op en het verdonkeremaande Maria de Bruid. Deze vervanging had grote gevolgen voor de visie van tweeduizend jaar christendom op lichamelijkheid, vrouw-zijn en aardse materie.

brammoerlandwikiBram Moerland (foto: wikipedia) vraagt zich onder meer af of Jezus werkelijk heeft bestaan. En hoe zinvol die vraag eigenlijk is. Jezus is volgens hem zonder twijfel de hoofdpersoon uit een aantal verhalen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Maar die verhalen lijken verdacht veel op andere en eerdere verhalen uit lang vervlogen tijden. Het ziet ernaar uit dat Marcus, de eerste zogenaamde biograaf van Jezus, kwistig leentjebuur speelde in zijn mythische Umwelt.

Symposium Gnostiek | 7 november 2015 | Baarn (nadere gegevens volgen) | 10.00 tot 17.00 uur | De dagprijs voor het symposium is € 75 of € 50 naar draagkracht | In de prijs inbegrepen zijn een eenvoudige lunch, koffie en thee | Nadere bijzonderheden zoals dagindeling, routebeschrijving, parkeren e.d. volgen | Inschrijven en informatie bij Hanneke Hoekstra: 7novsymposium@gmail.com

Illustr: De Vier Zoas uit de mythologie van William Blake. Zij vormen de vier goddelijke onderdelen van de oermens Albion, namelijk instinct & kracht, rede & traditie, liefde & passie, en inspiratie & inbeelding. (William Blake Archive)