‘Dit is het tijdperk van de tirannie van het NU’

‘Wij hebben allemaal een ‘marshallowbrein’, oftewel een brein dat gefixeerd kan zijn op kortetermijnverlangens en -beloningen. Maar we hebben ook een ‘eikelbrein’, dat ons in staat stelt ons een beeld te vormen van een verre toekomst en naar langetermijndoelen toe te werken.’ De wisselwerking tussen deze twee tijdzones in ons hoofd verklaart voor een groot deel waarom we anders zijn dan de andere levende schepsels, zegt Roman Krznaric in zijn essay De vooruitkijkende Samaritaan in De Groene Amsterdammer. Hierover schrijft de filosoof en cultuurhistoricus ook in zijn nieuwe boek De goede voorouder. ‘Langetermijndenken voor een kortetermijnwereld’.

Onze cultuur van onmiddellijke bevrediging maakt dat we ons te buiten gaan aan fastfood, snelvuurberichten en de ‘Nu kopen’-knop. ‘De grote ironie van onze tijd’, schrijft antropologe Mary Catherine Bateson, ‘is dat we langer leven maar korter denken.’ Dit is het tijdperk van de tirannie van het nu.’
(Krznaric)

Het eikelbrein figureert bijna letterlijk in Jean Giono’s De man die bomen plantte, het verhaal van een herder die elke dag tijdens het hoeden van zijn schapen eikeltjes in de grond stopt en zo na enkele decennia een enorm eikenbos heeft aangelegd. Naar dit verhaal verwijst Krznaric in De goede voorouder en volgens hem oefent dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit. Niettemin, en ondanks dat we wel degelijk in staat zijn tot langetermijndenken, legt de samenleving constant de nadruk op ons inherente kortetermijndenken.

Overheden zetten liever meer criminelen achter de tralies dan dat ze de onderliggende sociaal-economische oorzaken van de criminaliteit aanpakken. Of gaan door met het subsidiëren van de kolenindustrie in plaats van de overgang naar duurzame energiebronnen te ondersteunen. Of kiezen bij een bankencrisis eerder voor een forse geldinjectie dan voor een structurele hervorming van het financiële stelsel. Of laten na te investeren in preventieve gezondheidszorg, het bestrijden van kinderarmoede en het bevorderen van sociale woningbouw. En ga zo maar door.’
(Krznaric)

Volgens Krznaric gaan de grote problemen van onze tijd allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Er bestaat een volgens de filosoof een reële kans dat de mensheid pas ontwaakt uit haar kortetermijnslaap als ze getroffen wordt door een kolossale ramp, en tegen die tijd is het misschien al te laat om onze koers nog te verleggen en niet, zoals de Romeinen en de Maya’s, recht op onze vernietiging af te stevenen.

Geen enkele groep kan in zijn eentje een langetermijnrevolutie van de menselijke geest bewerkstelligen. Maar in goede onderlinge samenwerking – en indien beoefend door een kritieke massa mensen en organisaties – zou uit hun synergie een nieuw tijdperk van langetermijndenken kunnen ontstaan.‘
(Krznaric)

In plaats van te denken in termen van seconden, dagen en maanden, zou volgens de filosoof onze tijdshorizon decennia, eeuwen en millennia moeten omvatten. Alleen dan zouden we de toekomstige generaties echt kunnen respecteren en eren.

Politici kunnen amper verder kijken dan de volgende verkiezing of de laatste opiniepeiling of tweet. Bedrijven zijn slaven van het volgende kwartaalverslag en de voortdurende druk om de waarde van het aandeel op te krikken. Markten pieken en storten in elkaar wanneer de door supersnelle algoritmen gedreven speculatieve bubbels barsten. Landen schuiven aan bij internationale onderhandelingen en ruziën over kortetermijnbelangen terwijl de planeet in brand staat en bedreigde planten en dieren uitsterven.’
(Krznaric)

Dit is niet het slotstuk van het verhaal van de mensheid, stelt Krznaric. Volgens de filosoof zijn we veeleer aanbeland bij een potentieel keerpunt in de geschiedenis, waar verschillende krachten zich beginnen te verenigen tot een wereldwijde beweging die ons wil verlossen van onze verslaving aan de onvoltooid tegenwoordige tijd en een nieuw tijdperk van langetermijndenken wil smeden.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden.’
(Uit: De goede voorouder)

Bronnen:
* De vooruitkijkende Samaritaan (De Groene Amsterdammer)
* De goede voorouder | Roman Krznaric | Paperback | € 22,99 | Uitgeverij ten Have | ‘Als je zijn boek leest, zullen de kinderen van jouw kinderen je daar dankbaar voor zijn.’ (The Edge, U2)

Beeld: Markus SpiskeMeisjes houden een bord vast bij protest in Neurenberg, 9/20/2019. (nl.civocracy.com)

Jeruzalem: leven te midden van religieuze fanatici

Het eerste jaar dat je hier woont, haat je de Israëli’s, het tweede jaar haat je de Palestijnen en het derde jaar haat je ze allebei. Het vierde jaar ga je jezelf haten. – Dit zegt Arabist Anna Krijger in haar boek Hipsters, baarden, martelaren. Die uitspraak hoorde zij van een expat, nu geciteerd in het artikel van Merijn de Boer: Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa, in De Groene Amsterdammer van 17 december. Krijger woonde in die tijd in zowel Israël als de Palestijns gebieden. De Boer: ‘Als je als buitenstaander in Jeruzalem woont, kun je het beste begrip blijven houden voor beide partijen. Maar dat is soms lastig. Want zelfs ik krijg weleens iets van de politiek mee. En als twee groepen elkaar naar het leven staan, ontstaat er de neiging om partij te kiezen.’

Pray not for Arab or Jew
For Palestinian or Israeli
Pray rather for ourselves
That we might not divide
Them in our prayers but
Keep them both together
In our hearts.

Uit een gebed van een Palestijnse christen, gevonden in de St. George Kathedraal in Jeruzalem.
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

De Boer ervaarde het als een bevrijding toen hij die neiging kwijt was. Nog altijd koestert hij de eerste weken na zijn aankomst in Jeruzalem, toen alles nog nieuw en exotisch was.

Maar nu we bijna weer weggaan, besef ik dat deze laatste periode minstens zo waardevol is. Ik leef inmiddels niet meer alleen in Oost maar ook in West. Ik ervaar de rijkdom van het leven in een stad waar twee culturen samenkomen.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De auteur beschrijft een bijzondere en vredelievende scène, als hij onderweg is: midden op een kruispunt stopte een auto waaruit een Arabische bestuurder stapte die in nood was. Hij denkt er nog vaak aan terug.

Hij kreeg, leek het, geen lucht. Uit de auto naast me snelde een dwergachtige man toe, met een keppel op zijn hoofd, een pistool onder zijn riem en de draden van zijn tsietsiet wapperend in de wind. De jood bood de Arabier succesvol hulp. En werd uitvoerig bedankt. De man stapte weer achter het stuur en het incident was voorbij. Het kruispunt werd heroverd door het voortrazende, toeterende verkeer.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De Boer vertelt dat dat pistool onder de riem geen uitzonderlijk beeld is in Jeruzalem.

Het is enigszins treurig hoe snel je blijkbaar gewend kunt raken aan al die wapens om je heen. Als ik in de tram zit en mijn ogen laat ronddwalen, tel ik er altijd wel een stuk of acht, negen, de helft gedragen door mannen in burger. Je hoeft in Israël maar een blauwe maandag vrijwilligerswerk bij de politie te hebben gedaan of je krijgt al een wapenvergunning.
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Het is bij De Boer niet zo gegaan dat hij het eerste jaar de Israëliërs haatte en het tweede jaar de Palestijnen, maar iets soortgelijks heeft hij wel ervaren: in het eerste jaar voelde hij vooral sympathie voor de Palestijnse cultuur, in het tweede jaar verschoof zijn interesse naar de Israëlische.

En daarna gebeurde er iets wezenlijk anders dan wat de expat aan Anna Krijger vertelde, en het overkwam me niet pas na twee jaar, maar al eerder: in plaats van dat ik zowel de Palestijnen als de Israëliërs ging haten, voelde ik juist steeds meer sympathie voor hen allebei – en dat voelde (…) als een verlossing.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Toch stemt De Boer het leven in Jeruzalem, en in Israël, uiteindelijk treurig. Door zijn ervaringen weet De Boer één ding zeker, zegt hij en dat heeft alles te maken met de politieke situatie in Jeruzalem en in Israël, die zo uitzichtloos en treurig makend is dat een mens maar beter niet te lang in die stad kan wonen.

Ook kan het onmogelijk goed zijn voor je geestelijk welzijn om voortdurend tussen de religieuze fanatici te leven. Na twee jaar in Jeruzalem weet ik in ieder geval één ding heel zeker: religie is niets voor mij.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Anna Krijger bezocht soms een familie, Joods of Palestijns. In haar boek vertelt zij over een familie die een dierbare verloor aan een gewelddadige dood. De Palestijn Mu’ataz schoot de ultranationalistische kolonist Yehuda Glick neer, die zwaar gewond raakte maar de aanslag overleefde. Een Israëlitisch arrestatieteam drong de volgende dag het huis van Mu’ataz binnen en schoot hem dood. Hierover spreekt Krijger met de vader van Mu’ataz. Zij vraagt of zijn zoon achter de aanslag zat. Hij antwoordt dat hij niet verbaasd zou zijn. Laconiek is vervolgens zijn retorische wedervraag.

Vader Ibrahim: ‘Wij zijn geen terroristen. Maar bezetting vraagt om verzet, dat begrijpt toch iedereen?’
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

Bronnen:
* De ervaringen van Merijn de Boer in Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa. (De Groene Amsterdammer, 16 december 2020)
* Hipsters, baarden, martelaren | Anna Krijger | Querido | Paperback | 9789021407807 | oktober 2017 | 256 pagina’s | € 20,99 | E-book € 10,99

Beeld: neufal54 (Pixabay)

‘Geloof en ongeloof dichter bij elkaar’

appearance-atmosphere-bright-sadness-candle-cathedral-1422793-pxhere.com (1)

Gelooft de Nederlander – wonend in ons door de paus uitgeroepen zendingsgebied, want officieel een heidens land – nog ergens in? De Groene Amsterdammer spreekt van mensen die niet tot een religieuze groepering behoren. Meer dan de helft blijkt dat te zijn. Dat zegt echter niets over geloof. ‘Het begint allemaal met de vraag: wat is religie? Wetenschappers wereldwijd zijn er nooit in geslaagd om het eens te worden over een definitie,’ zegt journalist Yvonne Zonderop in Scientias. In De Groene Amsterdammer zegt Yolande Jansen dat ‘ongelovig’ een term is die vooral vanuit een religieus perspectief betekenis heeft, maar die niets zegt over wat voor niet-gelovige mensen betekenis aan het leven geeft. 

Ongeloof definieert wat je niet bent
J
ansen is bijzonder hoogleraar voor de humanistische Socrates Stichting aan de VU en hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij vindt ongeloof een kale term die definieert wat je niet bent.

Het is haar overtuiging dat ongelovigen net zo goed als gelovigen steeds meer bezig zijn met levensvragen en dat dat meer zichtbaar wordt dankzij sociale media en instituties zoals humanistische geestelijke verzorging. Religie speelt op andere manieren juist wel een nieuwe rol in de samenleving, die je niet met een onderzoek naar ‘secularisatie’ of ongelovigheid zichtbaar kunt maken.’

Open mind
D
e tegenstelling uit de Verlichting, tussen geloof en wetenschap, is aan het verschuiven, stelt Jansen, daar aan beide zijden van het spectrum van ‘weten’ en ‘geloven’ mensen te vinden zijn die vooral gegrepen zijn door hun eigen waarheid en de onwaarheid van de anderen. De hoogleraar komt meer en meer mensen tegen die met een open mind naar problemen kijken en die uit verschillende bronnen putten.

Onder de gelovigen zijn dat de mensen die nu het coronavirus als een straf van god zien of ‘een streek van de duivel’. Maar ook aan de kant van de wetenschap zitten mensen die alles graag tot één ware basisoorzaak terugbrengen: atomen, genen, of bijvoorbeeld algoritmen.

Daartegenover staan wetenschappers en religieuzen die zich niet in dat soort algemene en brede waarheidsclaims herkennen en die met elkaar willen samenwerken en elkaar beter willen begrijpen, die zien dat zowel de wetenschappen als religies altijd onvolledige manieren zullen zijn om verschijnselen in de wereld om ons heen zo goed mogelijk te begrijpen en te waarderen.’

Andere verschillen dan religieuze
J
ansen verwacht dat geloof en ongeloof in de toekomst wel eens dichter bij elkaar kunnen komen te liggen.

Mensen komen erachter dat ze wel degelijk wat van elkaar kunnen leren en dat andere verschillen dan religieuze, zoals op het gebied van racisme, gender, absurde verschillen tussen arm en rijk, maar ook de opwarming van de aarde en mensenrechten, een stuk belangrijker zijn.’

Zie: Samenleving: De Nederlander in 2050 (De Groene Amsterdammer, 23042020)

Foto: Dmitri Leiciu  (PxHere)

Het revolutionaire van christelijke waarden

passion-congerdesign-pixabay

De Britse historicus Tom Holland zegt in zijn pas vertaalde boek Heerschappij, dat we ons vaak niet realiseren hoe christelijk we met z’n allen zijn. Holland verwijst naar de Canadese socioloog Charles Taylor die in Een seculiere tijd stelt dat het wetenschappelijk wereldbeeld, zelfs het idee van seculariteit, pas mogelijk werd door de kerstening(!) van de maatschappij. In De Groene Amsterdammer schrijft historicus en onderzoeker Frank Mulder een interessant artikel over de toekomst van het christendom. ‘Irrelevante dingen gaan naar de rommelmarkt, het geleefde geloof blijft over.’

De heidense kosmos vol was van gevaarlijke en grillige machten. Pas toen door het geloof in een goede god die machten en angsten werden overwonnen, ontstond ruimte voor vrij denken, ontstond de mogelijkheid tot vrij kiezen, ja zelfs tot een reëel geleefd atheïsme.’

Gelijkwaardigheid van alle mensen
I
n een meeslepend betoog, zo vertelt Mulder, onderzoekt Holland van Athene tot de #MeToo-beweging, de wortels van onze humanistische waarden, zoals universaliteit en gelijkwaardigheid van alle mensen. Die waarden zijn niet uit de lucht komen vallen en ook niet pas tijdens de Verlichting bedacht. Maar waar komen ze vandaan?

Als kenner van de Grieken en Romeinen weet Holland als geen ander dat naastenliefde en gelijkheid daar geen deugden waren. Men streefde naar status en onderwerping, de goden zowel als de mensen. Dat opstandige slaven gekruisigd mochten worden en dat vrouwen zich gewillig moesten geven aan de man was common sense.

Tot zijn eigen verbazing ontdekt Holland dat deze pijlers van de antieke wereld pas omver gingen toen een kleine joodse sekte begon te verkondigen dat één van die gekruisigden God zelf was. Dat hij alle geweld en vernedering in zich had opgenomen om een nieuw volk te scheppen waar man en vrouw, jood en Griek, slaaf en vrije, Romein en barbaar, gelijk zouden zijn.’

Universeel geloof
V
olgens Holland, aldus Mulder, is dit de eerste keer dat er een werkelijk universeel geloof ontstaat waar iedereen bij mag horen.

Dat werd heus niet netjes nagevolgd door iedereen, ook door gelovigen niet, maar het zaad was gezaaid en de opmars van dit idee door de wereldgeschiedenis was onstuitbaar. Holland is er zelf vooral verbaasd over dat hij dit in zijn hele carrière over het hoofd heeft gezien. Het komt, zegt hij, doordat we zo zijn omgeven door christelijke waarden dat we niet meer zien hoe revolutionair ze zijn, hoe vreemd.’

heerschappij

Vrije, open samenleving
I
n het artikel Christendom: Geloven over twintig jaar – Een nieuwe familie, in De Groene Amsterdammer, geeft Mulder onder meer ook een boeiende impressie van (de toekomst van het christelijk geloof in) het Utrechtse Overvecht – misschien wel van cruciaal belang voor iedereen die een vrije, open samenleving een warm hart toedraagt.

De katholieke priester van Overvecht is al op leeftijd, maar fietst kwiek de hele wijk door, op sandalen, met een witte boord en een kruisje om zijn nek. Hij overlegt met de gemeente, heeft een kennismaking in de moskee en bezoekt iemand in een verzorgingstehuis, overal waar hij kan bijdragen aan verbondenheid. Hij lijkt er niet onder te lijden dat de traditionele kerk uitsterft. ‘Veel kerkgangers zijn verdrietig als een kerk moet sluiten, want ze waren eraan gehecht. Maar waren ze ook gehecht aan God? Voor een groot deel gaat het om een cultuurchristendom waar mensen naar de kerk gaan voor de gemeenschap.’ Dus of het erg veel zegt, de kerkverlatingscijfers?’

Zie: Christendom: Geloven over twintig jaar – Een nieuwe familie (De Groene Amsterdammer)

Heerschappij – hoe het christendom het Westen vormde | Tom Holland | Uitgeverij : Athenaeum | ISBN : 9789025305673 | Pagina’s: 640 | februari 2020 | Hardcover € 29,99 | E-book € 16,99

Luisteren: De Ongelooflijke Podcast: Tom Holland over hoe het christendom het Westen vormde

Beeld: congerdesign – Pixabay

‘Klimaatverandering bedreigt zelfregulerend systeem aarde’

UITGELICHT – James Lovelock publiceerde in 1974 de Gaia-hypothese. De milieukundige en ‘vader van moeder aarde’ beschrijft hierin hoe het allervroegste leven op aarde ‘al snel controle over het planetaire milieu verwierf’. De holistisch wetenschapper stelt dat de aarde op die manier één groot zelfregulerend systeem werd. ‘Gaia’, aldus Lovelock, ‘reguleert zichzelf zodat de omstandigheden in stand blijven om het leven te doen voortbestaan’.

‘Je zou de Gaia-hypothese kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden’
(Geowetenschapper en filosoof Sebastien Dutreuil, in 2016 gepromoveerd
(Universiteit Parijs) op de Gaia-hypothese)

Daisy world
‘Stel je voor dat je een wereld hebt waarin helemaal geen leven is behalve twee typen zaden: van donkere en van lichte bloemen (daisies). De zon schijnt erop en het wordt warmer. Het bereikt een punt waarop de donkere zaden voldoende energie uit licht opvangen om te kunnen ontkiemen. Ze beginnen meer zaden te produceren, die weer ontkiemen en al snel nemen ze de hele planeet over.
Doordat de donkere bloemen warmte absorberen stijgt de temperatuur en nu kunnen ook de zaden ontkiemen. Wanneer ook die beginnen te bloeien, koelen ze de planeet juist, door de weerkaatsing van het zonlicht. Zo ontstaat er een evenwicht dat de omstandigheden binnen bepaalde grenzen houdt.’

Maar er zit een grens aan de mate waarin Gaia zichzelf kan reguleren. ‘Warmt de aarde te ver op, dan komt het evenwicht in gevaar.’ Volgens Jop de Vrieze, in De Groene, lijken de desastreuze gevolgen van klimaatverandering, waarover Lovelock in zijn bestseller Revenge of Gaia (2006) schreef, nu dan eindelijk te zijn doorgedrongen.

Gaia-theorie
‘De aarde en de atmosfeer en alle levende organismen die zich daar bevinden vormen samen een geheel dat zijn compositie reguleert zodat er leven op kan voortbestaan. Een superorganisme, noemt Lovelock dat. Door deze zelfregulering blijven onder meer de temperatuur van de lucht en de oceanen en de concentraties van gassen in de atmosfeer binnen een bepaalde bandbreedte, zodat de chemische en biologische kringlopen van levende organismen kunnen blijven bestaan.’

Lovelock noemt het erg bijzonder dat we bijvoorbeeld zo’n laag gehalte aan koolstofdioxide in onze atmosfeer hebben, vergeleken met andere planeten. Hij zegt dat dat nodig is om het leven in stand te houden. En zonder datzelfde leven zou het ook niet langer in stand worden gehouden. ‘Met veel meer CO2 is het veel te heet voor levende wezens’.

Volgens wetenschapsfilosoof Michael Ruse is de discussie over de Gaia-hypothese er typisch een over het grensvlak tussen wetenschap en pseudowetenschap en tussen wetenschap en religie.

Angst
‘Die grensvlakken, benadrukt Ruse, zijn niet hard en objectief. In zijn boek beschrijft hij hoe met name de biologen over Lovelock heen vielen. Prominente wetenschappers als geneticus Richard Dawkins, John Maynard Smith en Stephen J. Gould spraken zich fel uit tegen het idee van een zichzelf regulerende aarde.
De reden, volgens Ruse? Angst. ‘Zij voelden zich destijds al bedreigd, doordat ze sinds de jaren vijftig al met allerlei pseudowetenschap te maken kregen. Toen het algemene publiek de Gaia-hypothese begon te omarmen, trokken de wetenschappers hun handen er vanaf.’

Sebastien Dutreuil, een Franse geowetenschapper en filosoof die in 2016 op de Gaia-hypothese promoveerde aan de Universiteit van Parijs, ziet Gaia onder meer als een filosofie van wat het leven inhoudt, wat aarde is, wat vervuiling is en wat we hiermee aan moeten als mensheid.

Invloed
‘Je zou de Gaia-hypothese dus kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden.’

Zie: Vader van Moeder Aarde (Jop de Vrieze, De Groene Amsterdammer, 18 maart 2020)

Zie ook: In gesprek met James Lovelock, de profeet van moeder aarde (NRC, Gemma Venhuizen, 20 maart 2020)

Beeld: Mark Stevenson (rbb-online.de)
Update 06052024 / oktober 2025: lay-out

‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’

Jan_Baptist_Weenix_-_Portrait_of_René_Descartes

Een opgewekte en verlichte blik op de wereldgeschiedenis. Je moet maar durven. Experimenteel psycholoog Steven Pinker durft, en blikte op die manier ook al in Ons betere ik. Hij vervolgt dit met Verlichting nu. ‘Hij beargumenteert dat de gezondheid van de wereldburger in de loop der eeuwen is verbeterd, dat zijn welvaart is gestegen, dat hij niet alleen een vrediger en veiliger leven leidt, maar ook een leven dat gelukkiger is en emancipatorisch en in algemeen kwalitatieve zin op een hoger plan is beland,’ zegt Jabik Veenbaas in iFilosofie. Volgens De Groene Amsterdammer is Verlichting nu een meeslepende must read: ‘Met rationaliteit en humanisme strijdt Steven Pinker tegen een contraverlichting van populisten en ‘progressofoben’.  

Volgens Pinker zelf lijkt het nu misschien geen uitgelezen moment om een boek te publiceren over de historische tendens van vooruitgang en de oorzaken daarvan, want op het moment van schrijven wordt het land waar hij woont (Boston, Amerika) geleid door mensen met een duistere visie op het heden:

Moeders en kinderen die vastzitten in armoede (…), een onderwijssysteem dat onze jonge en prachtige scholieren en studenten alle kennis onthoudt (…) en de misdaad, en de bendes, en de drugs die té veel levens hebben geëist.’ We zijn in een ‘regelrechte oorlog’ verwikkeld die ‘zich steeds verder uitzaait’. De schuld van die nachtmerrie kan worden gelegd bij een ‘mondiale machtsstructuur’ die ‘de onderliggende geestelijke en morele fundamenten van het christendom heeft uitgehold’. (Uit: Verlichting nu)

Hij heeft het in Verlichting nu niet over Trump, maar zegt wel dat de ideeën die de voedingsbodem voor Trumps verkiezing vormden, breed gedeeld worden door intellectuelen en leken, zowel linkse als rechtse. Als enkele van die ideeën noemt Pinker pessimisme over de koers van de wereld, cynisme over de instituties van de moderniteit en het onvermogen een hoger doel te bedenken anders dan religie. Hier wil hij wat tegenover stellen.

Verlichting nu
I
n zijn boek vertelt Pinker over de boeiendste vraag die hij ooit heeft moeten beantwoorden. Deze werd gesteld na een lezing waarin Pinker de gangbare wetenschappelijke opvatting uitlegde over de menselijke psyche die uit patronen van activiteit in het hersenweefsel bestaat. Een studente in het publiek vroeg toen: ‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’
Alleen al door die vraag te stellen vond Pinker dat zij op zoek is naar rédenen voor haar overtuigingen, wat betekent dat ze rede gebruikt om te ontdekken en te rechtvaardigen wat voor haar belangrijk is. ‘En er zijn heel veel redenen om te leven!’ zo vervolgt hij zijn boek. En somt ze daarin ook op.

Ook zegt Pinker een andere kijk op de wereld te presenteren, gebaseerd op feiten en geïnspireerd door de idealen van de Verlichting: rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang. Hij wil aantonen dat Verlichtingsidealen tijdloos zijn, en dat ze nog nooit zo relevant zijn geweest als nu. Veenbaas is kritisch in zijn recensie, en stelt dat de Verlichting waarover Pinker zo jubelt ook een periode was van geestelijke twijfel:

Het door de opgang van de wetenschap geïnspireerde elan vond zijn keerzijde in de twijfel aan alle niet-wetenschappelijke manieren van kennen – niet alleen aan het hyperrationalisme van denkers als Descartes en Spinoza, maar ook aan het geloof der vaderen – en daarmee in de angst voor de geestelijke leegte. (…) De Verlichting was een periode van ontbolstering, maar ook van ontworteling. En juist in onze tijd, waarin het gevoel van ontworteld zijn bij veel mensen groter is dan ooit, als gevolg van toegenomen mobiliteit, mondialisering, secularisatie, dienen we pogingen te ondernemen die ontworteling te begrijpen.’

stevenpinker

Steven Pinker (foto: nationalreview) heeft wel een waakzaam oog voor de beschavingswinst die we hebben geboekt, die inderdaad te vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zegt Veenbaas, maar hij gaat te krampachtig om met de schaduwzijden. Volgens Ralph Bodelier, in De Groene Amsterdammer, is Pinker een missionaris, een kruisvaarder ter verdediging van rede, wetenschap en humanisme:

En in een tijd dat het wantrouwen daarin sterk toeneemt, is dat een kwestie van hard werken. ‘Hoop te houden in onze wereld doet zowel een zwaar beroep op onze intelligentie als op onze energie’, schreef de Britse filosoof Bertrand Russell in zijn autobiografie. ‘Bij degenen die wanhopen, is het doorgaans de energie die ontbreekt.’

Bronnen:
* Hij die hoopt… (De Groene Amsterdammer)
* iFilosofie 

Verlichting nu – een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang | Steven Pinker | ISBN 9789045026497 | 696 pag. | Hardback | Vertaling Ralph van der Aa | oktober 2018 | € 49,99

Beeld: 
René Descartes legde met zijn uitspraak ‘Cogito ergo sum’ het fundament voor de Verlichting. Hij was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. (Portret: Jan Baptist Weenix, Nederlands kunstschilder uit de 17e eeuw, gemaakt in 1647/1649. (Centraal Museum Utrecht)