Jeruzalem: leven te midden van religieuze fanatici

Het eerste jaar dat je hier woont, haat je de Israëli’s, het tweede jaar haat je de Palestijnen en het derde jaar haat je ze allebei. Het vierde jaar ga je jezelf haten. – Dit zegt Arabist Anna Krijger in haar boek Hipsters, baarden, martelaren. Die uitspraak hoorde zij van een expat, nu geciteerd in het artikel van Merijn de Boer: Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa, in De Groene Amsterdammer van 17 december. Krijger woonde in die tijd in zowel Israël als de Palestijns gebieden. De Boer: ‘Als je als buitenstaander in Jeruzalem woont, kun je het beste begrip blijven houden voor beide partijen. Maar dat is soms lastig. Want zelfs ik krijg weleens iets van de politiek mee. En als twee groepen elkaar naar het leven staan, ontstaat er de neiging om partij te kiezen.’

Pray not for Arab or Jew
For Palestinian or Israeli
Pray rather for ourselves
That we might not divide
Them in our prayers but
Keep them both together
In our hearts.

Uit een gebed van een Palestijnse christen, gevonden in de St. George Kathedraal in Jeruzalem.
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

De Boer ervaarde het als een bevrijding toen hij die neiging kwijt was. Nog altijd koestert hij de eerste weken na zijn aankomst in Jeruzalem, toen alles nog nieuw en exotisch was.

Maar nu we bijna weer weggaan, besef ik dat deze laatste periode minstens zo waardevol is. Ik leef inmiddels niet meer alleen in Oost maar ook in West. Ik ervaar de rijkdom van het leven in een stad waar twee culturen samenkomen.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De auteur beschrijft een bijzondere en vredelievende scène, als hij onderweg is: midden op een kruispunt stopte een auto waaruit een Arabische bestuurder stapte die in nood was. Hij denkt er nog vaak aan terug.

Hij kreeg, leek het, geen lucht. Uit de auto naast me snelde een dwergachtige man toe, met een keppel op zijn hoofd, een pistool onder zijn riem en de draden van zijn tsietsiet wapperend in de wind. De jood bood de Arabier succesvol hulp. En werd uitvoerig bedankt. De man stapte weer achter het stuur en het incident was voorbij. Het kruispunt werd heroverd door het voortrazende, toeterende verkeer.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De Boer vertelt dat dat pistool onder de riem geen uitzonderlijk beeld is in Jeruzalem.

Het is enigszins treurig hoe snel je blijkbaar gewend kunt raken aan al die wapens om je heen. Als ik in de tram zit en mijn ogen laat ronddwalen, tel ik er altijd wel een stuk of acht, negen, de helft gedragen door mannen in burger. Je hoeft in Israël maar een blauwe maandag vrijwilligerswerk bij de politie te hebben gedaan of je krijgt al een wapenvergunning.
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Het is bij De Boer niet zo gegaan dat hij het eerste jaar de Israëliërs haatte en het tweede jaar de Palestijnen, maar iets soortgelijks heeft hij wel ervaren: in het eerste jaar voelde hij vooral sympathie voor de Palestijnse cultuur, in het tweede jaar verschoof zijn interesse naar de Israëlische.

En daarna gebeurde er iets wezenlijk anders dan wat de expat aan Anna Krijger vertelde, en het overkwam me niet pas na twee jaar, maar al eerder: in plaats van dat ik zowel de Palestijnen als de Israëliërs ging haten, voelde ik juist steeds meer sympathie voor hen allebei – en dat voelde (…) als een verlossing.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Toch stemt De Boer het leven in Jeruzalem, en in Israël, uiteindelijk treurig. Door zijn ervaringen weet De Boer één ding zeker, zegt hij en dat heeft alles te maken met de politieke situatie in Jeruzalem en in Israël, die zo uitzichtloos en treurig makend is dat een mens maar beter niet te lang in die stad kan wonen.

Ook kan het onmogelijk goed zijn voor je geestelijk welzijn om voortdurend tussen de religieuze fanatici te leven. Na twee jaar in Jeruzalem weet ik in ieder geval één ding heel zeker: religie is niets voor mij.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Anna Krijger bezocht soms een familie, Joods of Palestijns. In haar boek vertelt zij over een familie die een dierbare verloor aan een gewelddadige dood. De Palestijn Mu’ataz schoot de ultranationalistische kolonist Yehuda Glick neer, die zwaar gewond raakte maar de aanslag overleefde. Een Israëlitisch arrestatieteam drong de volgende dag het huis van Mu’ataz binnen en schoot hem dood. Hierover spreekt Krijger met de vader van Mu’ataz. Zij vraagt of zijn zoon achter de aanslag zat. Hij antwoordt dat hij niet verbaasd zou zijn. Laconiek is vervolgens zijn retorische wedervraag.

Vader Ibrahim: ‘Wij zijn geen terroristen. Maar bezetting vraagt om verzet, dat begrijpt toch iedereen?’
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

Bronnen:
* De ervaringen van Merijn de Boer in Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa. (De Groene Amsterdammer, 16 december 2020)
* Hipsters, baarden, martelaren | Anna Krijger | Querido | Paperback | 9789021407807 | oktober 2017 | 256 pagina’s | € 20,99 | E-book € 10,99

Beeld: neufal54 (Pixabay)

About Paul Delfgaauw

Paul Delfgaauw is freelance tekstschrijver voor de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht. Opleiding Religiestudies – richting Media & Cultuur (2014 – 2019) – aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (eindexamenscriptie: ‘Het draagbare Joodse vaderland’), verkent sinds jaar en dag de gebieden via zijn blog Goden en Mensen religie en filosofie.

Reacties welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.