God, zingeving en verbondenheid

‘Er is een besef dat alles anders moet. Er leeft een ongelooflijk gevoel van urgentie, dat er een opeenstapeling is van gigantische problemen, van het klimaat tot de verharding van de samenleving en kapitaalongelijkheid. Maar voor we het anders gaan doen, hebben mensen tijd nodig. We gaan eerst door een soort rouwproces, de toon verandert echt met de week. Maar ik heb nog niemand gesproken die terug wil naar hoe het voor de coronacrisis was.’ Politicoloog Mounir Samuel zegt dit vol passie in de Volkskrant. Deze passie is ook gloedvol te horen in De Ongelooflijke Podcast bij NPORadio1.

S
amuel maakt zich daarin zorgen over maatschappij, waarin mensen zich steeds verder terug trekken in bubbels. Zelf probeert hij met iedereen échte gesprekken te voeren, ook over zingeving en geloof. Podcast 44 gaat over geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken. ‘De grootste crisis is de geestelijke armoede’.

De publicist ergert zich aan identiteitspolitiek, omdat het afleid van belangrijkere discussies, vindt hij. ‘Zo lang we met elkaar aan het soebatten zijn over gender, kleur en andere zaken – hoe belangrijk ook – staan we niet samen collectief te vechten tegen de echte, grote problemen, zoals het klimaat en Big Tech die ons hele leven infiltreren.

In zijn boek Noodzakelijke gesprekken praat hij vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is.

Ik wilde naar een dieper gesprek over God, zingeving en verbondenheid. Het coronavirus werkt als een soort snelkookpan voor de grote thema’s van deze tijd. Het legt bloot wat we al jaren doen. De gesprekken gaan over de vragen die we onszelf moeten stellen op weg naar een nieuwe wereld, zodat we niet teruggaan naar business as usual.’
(de Volkskrant)

Mounir Samuel omschrijft zichzelf als een ‘Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde, transgender man van kleur’. Hij is politicoloog, publicist, theatermaker, Midden-Oostencorrespondent en presentator van het tv-programma De Nieuwe Wereld. Naast schrijver en journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer, is hij ook adviseur ‘diversvaardigheid’, en beweegt zich in zijn werk en leven soepel over de scheidslijnen van politiek, geografie, media, cultuur, taal, religie en gender.

De begrippen buitelen over elkaar heen als je Mounir goed wil omschrijven, mede daarom noemt hij zichzelf ‘het failliet van het identiteitsdenken’. Wat bedoelt hij daarmee? En wat voor rol spelen God en geloof in zijn tumultueuze leven?
Mounir schreef middenin de coronacrisis het boek
Noodzakelijke Gesprekken, waarin hij 15 mensen interviewt over de grote vragen van deze tijd. Maar dit keer is hij zelf aan de beurt. Journalist David Boogerd en theoloog Stefan Paas praten met Mounir Samuel over geloof, twijfels, geestelijke armoede en één identiteit die alles overstijgt.’
(De Ongelooflijke Podcast)

Noodzakelijke gesprekken – reflecties op een nieuwe wereld | Mounir Samuel | Essaybundel | Uitgeverij Jurgen Maas | December 2020 | €19.95 | 240 blz. |
Noodzakelijke gesprekken bevat vijftien spraakmakende interviews over de grote vragen van deze tijd. Daarin gaat Mounir geen ongemakkelijk thema of maatschappelijke uitdaging uit de weg. Of het nu leven in quarantaine, de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, de zorg, het onderwijs, God en religie, politieke representatie, feminisme, intimiteit, depressie, het ouderschap of de verwerking van verlies betreft. Met een scherpe pen destilleert Mounir samen met zijn gesprekspartners een nieuwe wereld.’ (Cover)

Luister: #44 – Geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken met Mounir Samuel en Stefan Paas (De Ongelooflijke Podcast – NPORadio1) ‘Geestelijke armoede is de grootste pandemie.’
‘Nederlandse christenen moeten niet zo verlegen doen over hun geloof. Het verbaast schrijver en journalist Mounir Samuel regelmatig dat veel gelovigen nauwelijks durven te praten over hun religie, terwijl er juist veel behoefte is aan zingeving, denkt hij. Zelf heeft hij er geen last van: “Ik kan niet niét over God praten”, zegt hij in De Ongelooflijke Podcast.’

Beeld: wp.johannescentrum.nl

‘Dit is het tijdperk van de tirannie van het NU’

‘Wij hebben allemaal een ‘marshallowbrein’, oftewel een brein dat gefixeerd kan zijn op kortetermijnverlangens en -beloningen. Maar we hebben ook een ‘eikelbrein’, dat ons in staat stelt ons een beeld te vormen van een verre toekomst en naar langetermijndoelen toe te werken.’ De wisselwerking tussen deze twee tijdzones in ons hoofd verklaart voor een groot deel waarom we anders zijn dan de andere levende schepsels, zegt Roman Krznaric in zijn essay De vooruitkijkende Samaritaan in De Groene Amsterdammer. Hierover schrijft de filosoof en cultuurhistoricus ook in zijn nieuwe boek De goede voorouder. ‘Langetermijndenken voor een kortetermijnwereld’.

Onze cultuur van onmiddellijke bevrediging maakt dat we ons te buiten gaan aan fastfood, snelvuurberichten en de ‘Nu kopen’-knop. ‘De grote ironie van onze tijd’, schrijft antropologe Mary Catherine Bateson, ‘is dat we langer leven maar korter denken.’ Dit is het tijdperk van de tirannie van het nu.’
(Krznaric)

Het eikelbrein figureert bijna letterlijk in Jean Giono’s De man die bomen plantte, het verhaal van een herder die elke dag tijdens het hoeden van zijn schapen eikeltjes in de grond stopt en zo na enkele decennia een enorm eikenbos heeft aangelegd. Naar dit verhaal verwijst Krznaric in De goede voorouder en volgens hem oefent dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit. Niettemin, en ondanks dat we wel degelijk in staat zijn tot langetermijndenken, legt de samenleving constant de nadruk op ons inherente kortetermijndenken.

Overheden zetten liever meer criminelen achter de tralies dan dat ze de onderliggende sociaal-economische oorzaken van de criminaliteit aanpakken. Of gaan door met het subsidiëren van de kolenindustrie in plaats van de overgang naar duurzame energiebronnen te ondersteunen. Of kiezen bij een bankencrisis eerder voor een forse geldinjectie dan voor een structurele hervorming van het financiële stelsel. Of laten na te investeren in preventieve gezondheidszorg, het bestrijden van kinderarmoede en het bevorderen van sociale woningbouw. En ga zo maar door.’
(Krznaric)

Volgens Krznaric gaan de grote problemen van onze tijd allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Er bestaat een volgens de filosoof een reële kans dat de mensheid pas ontwaakt uit haar kortetermijnslaap als ze getroffen wordt door een kolossale ramp, en tegen die tijd is het misschien al te laat om onze koers nog te verleggen en niet, zoals de Romeinen en de Maya’s, recht op onze vernietiging af te stevenen.

Geen enkele groep kan in zijn eentje een langetermijnrevolutie van de menselijke geest bewerkstelligen. Maar in goede onderlinge samenwerking – en indien beoefend door een kritieke massa mensen en organisaties – zou uit hun synergie een nieuw tijdperk van langetermijndenken kunnen ontstaan.‘
(Krznaric)

In plaats van te denken in termen van seconden, dagen en maanden, zou volgens de filosoof onze tijdshorizon decennia, eeuwen en millennia moeten omvatten. Alleen dan zouden we de toekomstige generaties echt kunnen respecteren en eren.

Politici kunnen amper verder kijken dan de volgende verkiezing of de laatste opiniepeiling of tweet. Bedrijven zijn slaven van het volgende kwartaalverslag en de voortdurende druk om de waarde van het aandeel op te krikken. Markten pieken en storten in elkaar wanneer de door supersnelle algoritmen gedreven speculatieve bubbels barsten. Landen schuiven aan bij internationale onderhandelingen en ruziën over kortetermijnbelangen terwijl de planeet in brand staat en bedreigde planten en dieren uitsterven.’
(Krznaric)

Dit is niet het slotstuk van het verhaal van de mensheid, stelt Krznaric. Volgens de filosoof zijn we veeleer aanbeland bij een potentieel keerpunt in de geschiedenis, waar verschillende krachten zich beginnen te verenigen tot een wereldwijde beweging die ons wil verlossen van onze verslaving aan de onvoltooid tegenwoordige tijd en een nieuw tijdperk van langetermijndenken wil smeden.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden.’
(Uit: De goede voorouder)

Bronnen:
* De vooruitkijkende Samaritaan (De Groene Amsterdammer)
* De goede voorouder | Roman Krznaric | Paperback | € 22,99 | Uitgeverij ten Have | ‘Als je zijn boek leest, zullen de kinderen van jouw kinderen je daar dankbaar voor zijn.’ (The Edge, U2)

Beeld: Markus SpiskeMeisjes houden een bord vast bij protest in Neurenberg, 9/20/2019. (nl.civocracy.com)

Jeruzalem: leven te midden van religieuze fanatici

Het eerste jaar dat je hier woont, haat je de Israëli’s, het tweede jaar haat je de Palestijnen en het derde jaar haat je ze allebei. Het vierde jaar ga je jezelf haten. – Dit zegt Arabist Anna Krijger in haar boek Hipsters, baarden, martelaren. Die uitspraak hoorde zij van een expat, nu geciteerd in het artikel van Merijn de Boer: Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa, in De Groene Amsterdammer van 17 december. Krijger woonde in die tijd in zowel Israël als de Palestijns gebieden. De Boer: ‘Als je als buitenstaander in Jeruzalem woont, kun je het beste begrip blijven houden voor beide partijen. Maar dat is soms lastig. Want zelfs ik krijg weleens iets van de politiek mee. En als twee groepen elkaar naar het leven staan, ontstaat er de neiging om partij te kiezen.’

Pray not for Arab or Jew
For Palestinian or Israeli
Pray rather for ourselves
That we might not divide
Them in our prayers but
Keep them both together
In our hearts.

Uit een gebed van een Palestijnse christen, gevonden in de St. George Kathedraal in Jeruzalem.
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

De Boer ervaarde het als een bevrijding toen hij die neiging kwijt was. Nog altijd koestert hij de eerste weken na zijn aankomst in Jeruzalem, toen alles nog nieuw en exotisch was.

Maar nu we bijna weer weggaan, besef ik dat deze laatste periode minstens zo waardevol is. Ik leef inmiddels niet meer alleen in Oost maar ook in West. Ik ervaar de rijkdom van het leven in een stad waar twee culturen samenkomen.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De auteur beschrijft een bijzondere en vredelievende scène, als hij onderweg is: midden op een kruispunt stopte een auto waaruit een Arabische bestuurder stapte die in nood was. Hij denkt er nog vaak aan terug.

Hij kreeg, leek het, geen lucht. Uit de auto naast me snelde een dwergachtige man toe, met een keppel op zijn hoofd, een pistool onder zijn riem en de draden van zijn tsietsiet wapperend in de wind. De jood bood de Arabier succesvol hulp. En werd uitvoerig bedankt. De man stapte weer achter het stuur en het incident was voorbij. Het kruispunt werd heroverd door het voortrazende, toeterende verkeer.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De Boer vertelt dat dat pistool onder de riem geen uitzonderlijk beeld is in Jeruzalem.

Het is enigszins treurig hoe snel je blijkbaar gewend kunt raken aan al die wapens om je heen. Als ik in de tram zit en mijn ogen laat ronddwalen, tel ik er altijd wel een stuk of acht, negen, de helft gedragen door mannen in burger. Je hoeft in Israël maar een blauwe maandag vrijwilligerswerk bij de politie te hebben gedaan of je krijgt al een wapenvergunning.
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Het is bij De Boer niet zo gegaan dat hij het eerste jaar de Israëliërs haatte en het tweede jaar de Palestijnen, maar iets soortgelijks heeft hij wel ervaren: in het eerste jaar voelde hij vooral sympathie voor de Palestijnse cultuur, in het tweede jaar verschoof zijn interesse naar de Israëlische.

En daarna gebeurde er iets wezenlijk anders dan wat de expat aan Anna Krijger vertelde, en het overkwam me niet pas na twee jaar, maar al eerder: in plaats van dat ik zowel de Palestijnen als de Israëliërs ging haten, voelde ik juist steeds meer sympathie voor hen allebei – en dat voelde (…) als een verlossing.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Toch stemt De Boer het leven in Jeruzalem, en in Israël, uiteindelijk treurig. Door zijn ervaringen weet De Boer één ding zeker, zegt hij en dat heeft alles te maken met de politieke situatie in Jeruzalem en in Israël, die zo uitzichtloos en treurig makend is dat een mens maar beter niet te lang in die stad kan wonen.

Ook kan het onmogelijk goed zijn voor je geestelijk welzijn om voortdurend tussen de religieuze fanatici te leven. Na twee jaar in Jeruzalem weet ik in ieder geval één ding heel zeker: religie is niets voor mij.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Anna Krijger bezocht soms een familie, Joods of Palestijns. In haar boek vertelt zij over een familie die een dierbare verloor aan een gewelddadige dood. De Palestijn Mu’ataz schoot de ultranationalistische kolonist Yehuda Glick neer, die zwaar gewond raakte maar de aanslag overleefde. Een Israëlitisch arrestatieteam drong de volgende dag het huis van Mu’ataz binnen en schoot hem dood. Hierover spreekt Krijger met de vader van Mu’ataz. Zij vraagt of zijn zoon achter de aanslag zat. Hij antwoordt dat hij niet verbaasd zou zijn. Laconiek is vervolgens zijn retorische wedervraag.

Vader Ibrahim: ‘Wij zijn geen terroristen. Maar bezetting vraagt om verzet, dat begrijpt toch iedereen?’
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

Bronnen:
* De ervaringen van Merijn de Boer in Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa. (De Groene Amsterdammer, 16 december 2020)
* Hipsters, baarden, martelaren | Anna Krijger | Querido | Paperback | 9789021407807 | oktober 2017 | 256 pagina’s | € 20,99 | E-book € 10,99

Beeld: neufal54 (Pixabay)

‘Geloof en ongeloof dichter bij elkaar’

appearance-atmosphere-bright-sadness-candle-cathedral-1422793-pxhere.com (1)

Gelooft de Nederlander – wonend in ons door de paus uitgeroepen zendingsgebied, want officieel een heidens land – nog ergens in? De Groene Amsterdammer spreekt van mensen die niet tot een religieuze groepering behoren. Meer dan de helft blijkt dat te zijn. Dat zegt echter niets over geloof. ‘Het begint allemaal met de vraag: wat is religie? Wetenschappers wereldwijd zijn er nooit in geslaagd om het eens te worden over een definitie,’ zegt journalist Yvonne Zonderop in Scientias. In De Groene Amsterdammer zegt Yolande Jansen dat ‘ongelovig’ een term is die vooral vanuit een religieus perspectief betekenis heeft, maar die niets zegt over wat voor niet-gelovige mensen betekenis aan het leven geeft. 

Ongeloof definieert wat je niet bent
J
ansen is bijzonder hoogleraar voor de humanistische Socrates Stichting aan de VU en hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij vindt ongeloof een kale term die definieert wat je niet bent.

Het is haar overtuiging dat ongelovigen net zo goed als gelovigen steeds meer bezig zijn met levensvragen en dat dat meer zichtbaar wordt dankzij sociale media en instituties zoals humanistische geestelijke verzorging. Religie speelt op andere manieren juist wel een nieuwe rol in de samenleving, die je niet met een onderzoek naar ‘secularisatie’ of ongelovigheid zichtbaar kunt maken.’

Open mind
D
e tegenstelling uit de Verlichting, tussen geloof en wetenschap, is aan het verschuiven, stelt Jansen, daar aan beide zijden van het spectrum van ‘weten’ en ‘geloven’ mensen te vinden zijn die vooral gegrepen zijn door hun eigen waarheid en de onwaarheid van de anderen. De hoogleraar komt meer en meer mensen tegen die met een open mind naar problemen kijken en die uit verschillende bronnen putten.

Onder de gelovigen zijn dat de mensen die nu het coronavirus als een straf van god zien of ‘een streek van de duivel’. Maar ook aan de kant van de wetenschap zitten mensen die alles graag tot één ware basisoorzaak terugbrengen: atomen, genen, of bijvoorbeeld algoritmen.

Daartegenover staan wetenschappers en religieuzen die zich niet in dat soort algemene en brede waarheidsclaims herkennen en die met elkaar willen samenwerken en elkaar beter willen begrijpen, die zien dat zowel de wetenschappen als religies altijd onvolledige manieren zullen zijn om verschijnselen in de wereld om ons heen zo goed mogelijk te begrijpen en te waarderen.’

Andere verschillen dan religieuze
J
ansen verwacht dat geloof en ongeloof in de toekomst wel eens dichter bij elkaar kunnen komen te liggen.

Mensen komen erachter dat ze wel degelijk wat van elkaar kunnen leren en dat andere verschillen dan religieuze, zoals op het gebied van racisme, gender, absurde verschillen tussen arm en rijk, maar ook de opwarming van de aarde en mensenrechten, een stuk belangrijker zijn.’

Zie: Samenleving: De Nederlander in 2050 (De Groene Amsterdammer, 23042020)

Foto: Dmitri Leiciu  (PxHere)