‘Klimaatverandering bedreigt zelfregulerend systeem aarde’

Gaia-Theorie

James Lovelock publiceerde in 1974 de Gaia-hypothese. De milieukundige en ‘vader van moeder aarde’ beschrijft hierin hoe het allervroegste leven op aarde ‘al snel controle over het planetaire milieu verwierf’. De holistisch wetenschapper stelt dat de aarde op die manier één groot zelfregulerend systeem werd. ‘Gaia’, aldus Lovelock, ‘reguleert zichzelf zodat de omstandigheden in stand blijven om het leven te doen voortbestaan’.

Daisy world
‘Stel je voor dat je een wereld hebt waarin helemaal geen leven is behalve twee typen zaden: van donkere en van lichte bloemen
(daisies)
. De zon schijnt erop en het wordt warmer. Het bereikt een punt waarop de donkere zaden voldoende energie uit licht opvangen om te kunnen ontkiemen. Ze beginnen meer zaden te produceren, die weer ontkiemen en al snel nemen ze de hele planeet over. Doordat de donkere bloemen warmte absorberen stijgt de temperatuur en nu kunnen ook de zaden ontkiemen. Wanneer ook die beginnen te bloeien, koelen ze de planeet juist, door de weerkaatsing van het zonlicht. Zo ontstaat er een evenwicht dat de omstandigheden binnen bepaalde grenzen houdt.’

Maar er zit een grens aan de mate waarin Gaia zichzelf kan reguleren. ‘Warmt de aarde te ver op, dan komt het evenwicht in gevaar.’ Volgens Jop de Vrieze, in De Groene, lijken de desastreuze gevolgen van klimaatverandering, waarover Lovelock in zijn bestseller Revenge of Gaia (2006) schreef, nu dan eindelijk te zijn doorgedrongen.

Gaia-theorie
‘De aarde en de atmosfeer en alle levende organismen die zich daar bevinden vormen samen een geheel dat zijn compositie reguleert zodat er leven op kan voortbestaan. Een superorganisme, noemt Lovelock dat. Door deze zelfregulering blijven onder meer de temperatuur van de lucht en de oceanen en de concentraties van gassen in de atmosfeer binnen een bepaalde bandbreedte, zodat de chemische en biologische kringlopen van levende organismen kunnen blijven bestaan.’

Lovelock noemt het erg bijzonder dat we bijvoorbeeld zo’n laag gehalte aan koolstofdioxide in onze atmosfeer hebben, vergeleken met andere planeten. Hij zegt dat dat nodig is om het leven in stand te houden. En zonder datzelfde leven zou het ook niet langer in stand worden gehouden. ‘Met veel meer CO2 is het veel te heet voor levende wezens’.

Volgens wetenschapsfilosoof Michael Ruse is de discussie over de Gaia-hypothese er typisch een over het grensvlak tussen wetenschap en pseudowetenschap en tussen wetenschap en religie.

Angst
‘Die grensvlakken, benadrukt Ruse, zijn niet hard en objectief. In zijn boek beschrijft hij hoe met name de biologen over Lovelock heen vielen. Prominente wetenschappers als geneticus Richard Dawkins, John Maynard Smith en Stephen J. Gould spraken zich fel uit tegen het idee van een zichzelf regulerende aarde. De reden, volgens Ruse? Angst. ‘Zij voelden zich destijds al bedreigd, doordat ze sinds de jaren vijftig al met allerlei pseudowetenschap te maken kregen. Toen het algemene publiek de Gaia-hypothese begon te omarmen, trokken de wetenschappers hun handen er vanaf.’

Sebastien Dutreuil, een Franse geowetenschapper en filosoof die in 2016 op de Gaia-hypothese promoveerde aan de Universiteit van Parijs, ziet Gaia onder meer als een filosofie van wat het leven inhoudt, wat aarde is, wat vervuiling is en wat we hiermee aan moeten als mensheid.

Invloed
‘Je zou de Gaia-hypothese dus kunnen zien als een reflectie op de invloed die wij op de aarde uitoefenen. Dat is ook waarom de Gaia-theorie zo prominent is geworden.’

Zie: Vader van Moeder Aarde (Jop de Vrieze, De Groene Amsterdammer, 18 maart 2020)

Zie ook: In gesprek met James Lovelock, de profeet van moeder aarde (NRC, Gemma Venhuizen, 20 maart 2020)

Beeld: Mark Stevenson (rbb-online.de)

‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’

Jan_Baptist_Weenix_-_Portrait_of_René_Descartes

Een opgewekte en verlichte blik op de wereldgeschiedenis. Je moet maar durven. Experimenteel psycholoog Steven Pinker durft, en blikte op die manier ook al in Ons betere ik. Hij vervolgt dit met Verlichting nu. ‘Hij beargumenteert dat de gezondheid van de wereldburger in de loop der eeuwen is verbeterd, dat zijn welvaart is gestegen, dat hij niet alleen een vrediger en veiliger leven leidt, maar ook een leven dat gelukkiger is en emancipatorisch en in algemeen kwalitatieve zin op een hoger plan is beland,’ zegt Jabik Veenbaas in iFilosofie. Volgens De Groene Amsterdammer is Verlichting nu een meeslepende must read: ‘Met rationaliteit en humanisme strijdt Steven Pinker tegen een contraverlichting van populisten en ‘progressofoben’.  

Volgens Pinker zelf lijkt het nu misschien geen uitgelezen moment om een boek te publiceren over de historische tendens van vooruitgang en de oorzaken daarvan, want op het moment van schrijven wordt het land waar hij woont (Boston, Amerika) geleid door mensen met een duistere visie op het heden:

Moeders en kinderen die vastzitten in armoede (…), een onderwijssysteem dat onze jonge en prachtige scholieren en studenten alle kennis onthoudt (…) en de misdaad, en de bendes, en de drugs die té veel levens hebben geëist.’ We zijn in een ‘regelrechte oorlog’ verwikkeld die ‘zich steeds verder uitzaait’. De schuld van die nachtmerrie kan worden gelegd bij een ‘mondiale machtsstructuur’ die ‘de onderliggende geestelijke en morele fundamenten van het christendom heeft uitgehold’. (Uit: Verlichting nu)

Hij heeft het in Verlichting nu niet over Trump, maar zegt wel dat de ideeën die de voedingsbodem voor Trumps verkiezing vormden, breed gedeeld worden door intellectuelen en leken, zowel linkse als rechtse. Als enkele van die ideeën noemt Pinker pessimisme over de koers van de wereld, cynisme over de instituties van de moderniteit en het onvermogen een hoger doel te bedenken anders dan religie. Hier wil hij wat tegenover stellen.

Verlichting nu
I
n zijn boek vertelt Pinker over de boeiendste vraag die hij ooit heeft moeten beantwoorden. Deze werd gesteld na een lezing waarin Pinker de gangbare wetenschappelijke opvatting uitlegde over de menselijke psyche die uit patronen van activiteit in het hersenweefsel bestaat. Een studente in het publiek vroeg toen: ‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’
Alleen al door die vraag te stellen vond Pinker dat zij op zoek is naar rédenen voor haar overtuigingen, wat betekent dat ze rede gebruikt om te ontdekken en te rechtvaardigen wat voor haar belangrijk is. ‘En er zijn heel veel redenen om te leven!’ zo vervolgt hij zijn boek. En somt ze daarin ook op.

Ook zegt Pinker een andere kijk op de wereld te presenteren, gebaseerd op feiten en geïnspireerd door de idealen van de Verlichting: rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang. Hij wil aantonen dat Verlichtingsidealen tijdloos zijn, en dat ze nog nooit zo relevant zijn geweest als nu. Veenbaas is kritisch in zijn recensie, en stelt dat de Verlichting waarover Pinker zo jubelt ook een periode was van geestelijke twijfel:

Het door de opgang van de wetenschap geïnspireerde elan vond zijn keerzijde in de twijfel aan alle niet-wetenschappelijke manieren van kennen – niet alleen aan het hyperrationalisme van denkers als Descartes en Spinoza, maar ook aan het geloof der vaderen – en daarmee in de angst voor de geestelijke leegte. (…) De Verlichting was een periode van ontbolstering, maar ook van ontworteling. En juist in onze tijd, waarin het gevoel van ontworteld zijn bij veel mensen groter is dan ooit, als gevolg van toegenomen mobiliteit, mondialisering, secularisatie, dienen we pogingen te ondernemen die ontworteling te begrijpen.’

stevenpinker

Steven Pinker (foto: nationalreview) heeft wel een waakzaam oog voor de beschavingswinst die we hebben geboekt, die inderdaad te vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zegt Veenbaas, maar hij gaat te krampachtig om met de schaduwzijden. Volgens Ralph Bodelier, in De Groene Amsterdammer, is Pinker een missionaris, een kruisvaarder ter verdediging van rede, wetenschap en humanisme:

En in een tijd dat het wantrouwen daarin sterk toeneemt, is dat een kwestie van hard werken. ‘Hoop te houden in onze wereld doet zowel een zwaar beroep op onze intelligentie als op onze energie’, schreef de Britse filosoof Bertrand Russell in zijn autobiografie. ‘Bij degenen die wanhopen, is het doorgaans de energie die ontbreekt.’

Bronnen:
* Hij die hoopt… (De Groene Amsterdammer)
* iFilosofie 

Verlichting nu – een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang | Steven Pinker | ISBN 9789045026497 | 696 pag. | Hardback | Vertaling Ralph van der Aa | oktober 2018 | € 49,99

Beeld: 
René Descartes legde met zijn uitspraak ‘Cogito ergo sum’ het fundament voor de Verlichting. Hij was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. (Portret: Jan Baptist Weenix, Nederlands kunstschilder uit de 17e eeuw, gemaakt in 1647/1649. (Centraal Museum Utrecht)

‘Religie bood een denkrichting. Wetenschap niet.’

homodeus

‘We kunnen atomen splitsen, menselijke cellen kweken in varkens en sterrenstelsels ontdekken, maar het brengt ons geen stap dichter bij het enigma des levens. Zelfs het slimste algoritme kan hier geen antwoord op kan geven.’ Jaap Tielbeke, van De Groene Amsterdammer: ‘Ooit boden religies en ideologieën houvast, maar in een volstrekt onttoverde wereld missen we een gemeenschappelijke horizon.’

Tielbeke bespreekt de op 23 februari te verschijnen Nederlandse vertaling van Homo Deus, van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. En wat dat uitblijven van een antwoord van het slimste algoritme betreft, verwijst Tielbeke in zijn artikel De betekenis van het leven naar een scène uit de sciencefictionklassier A Hitchhiker’s Guide to the Galaxy:

waarin de computer Deep Thought wordt gevraagd naar het ‘antwoord op de ultieme vraag over het Leven, het Universum en Alles’. Na 7,5 miljoen jaar rekenen komt Deep Thought met een antwoord: ‘42’.’

Een onbeantwoorde vraag is nog steeds: wat is de betekenis van het leven? Religie bood een denkrichting, maar de wetenschap niet. Vroeger konden we onze blik nog tot de hemel richten, maar sinds de dood van God zijn we voor dit soort brandende vragen op onszelf gericht. Een overtuigd ‘tegenverhaal’ wordt gemist.

Homo Deus ziet echter een nieuwe religie: het dataïsme, de alwetendheid van Big Data en de kracht van algoritmen, met als tempel Silicon Valley, waar de hogepriesters van het geloof in technische vooruitgang in hoog tempo bezig zijn om de mens goddelijke kwaliteiten te verschaffen.

Nieuwe levensvormen scheppen, op afstand communiceren, zich verplaatsen met hoge snelheden en het eeuwige leven leiden: in het verleden waren dit soort ‘supervermogens’ enkel voorbehouden aan goden. Maar inmiddels leven we in het tijdperk van de Homo Deus, de mens-god.’

We grijpen volgens Tielbeke dus niet langer naar mythes of goden, maar naar wetenschappelijke instrumenten en nieuwe technologieën. Maar, zo stelt hij kritisch naar Harari, voor een christen is God geen fictie, voor een gelovige is Hij een absolute waarheid.

Net zoals voor een hardcore kapitalist de wet van de onzichtbare hand even onbetwistbaar is als de wet van de zwaartekracht. Of zoals de communist heilig gelooft in de klasseloze maatschappij. Zulke verhalen kunnen enkel als bindmiddel fungeren zolang ze hun eigen fictieve gehalte ontkennen.’

Volgens Tielbeke gaat Homo Deus verder waar die eerste bestseller (Sapiens) eindigde. De mens is zo machtig geworden dat we God naar de kroon steken, maar eigenlijk hebben we geen flauw idee wat we met al die macht aan moeten.

Hongersnoden zijn nagenoeg de wereld uit geholpen, oorlogen worden steeds zeldzamer en iedere generatie leeft langer en gezonder dan de vorige. Luilekkerland ligt om de hoek, maar wat nu? Een nieuwe horizon ontbreekt, schrijft Harari: ‘Als brandweerlieden in een wereld zonder vuur, zo moet de mensheid zich in de 21ste eeuw een unieke nieuwe vraag stellen: wat gaan we nu met onszelf aanvangen?’

We zijn mensen aan het upgraden tot goden, is de mening van Harari, want hoe gaan we om met technologie waarmee we nieuw leven kunnen ontwerpen alsof het een bouwpakket is? En wat als de dood, de grote gelijkmaker, straks niet langer onvermijdelijk is? Door dit soort vragen in historisch perspectief te plaatsen laat Harari volgens Tielbeke zien hoe ingrijpend de revolutie is waarvan we aan de vooravond staan.

Als grote blinde vlek van de wetenschap noemt Harari ‘gelukkig zijn’, en hebben academici de geschiedenis van vrijwel alles onderzocht – politiek, economie, seksualiteit, voedsel – maar zelden de vraag gesteld welk effect dit heeft op het menselijk geluk: dat is de grootste lacune in ons begrip van de geschiedenis.

Met de opkomst van het individualisme en de teloorgang van de collectieve ideologieën is geluk misschien wel onze opperste waarde geworden.’

Harari vraagt zich ook af wat als kunstmatige intelligentie aan de menselijke controle ontsnapt en zich als een Monster van Frankenstein tegen haar schepper keert? Wat als Google en Facebook ons leven volledig beheersen, of we langzaam afglijden naar een orwelliaanse politiestaat?

De grote verdienste van Harari is dat hij al deze inzichten samenbrengt en integreert in een alomvattende geschiedenis, waardoor de boodschap stevig aankomt. We staan op de drempel van een compleet nieuwe fase in de evolutie. En er is geen enkele garantie dat die er rooskleurig uit zal zien.’

Zie: De betekenis van het leven (De Groene Amsterdammer)

Yuval Noah Harari doceert geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Sapiens, zijn kleine geschiedenis van de mensheid, werd in veertig landen vertaald. Wereldwijd werden er meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht. Homo Deus is het meesterlijke vervolg.

‘Homo Deus – Op onnavolgbare wijze beschrijft Yuval Noah Harari in zijn bestseller Sapiens 70.000 jaar menselijke evolutie, maar met Homo Deus richt hij zich op de toekomst. Met zijn kenmerkende vermenging van wetenschap, geschiedenis en filosofie onderzoekt Harari de dromen en nachtmerries van de eenentwintigste eeuw – van onsterfelijkheid tot kunstmatig leven. Hij stelt fundamentele vragen: Waar gaan we naartoe? Hoe beschermen we onze kwetsbare wereld tegen onze eigen verwoestende krachten? En als we in staat zijn door technologische vooruitgang ons lichaam en onze geest te verbeteren, wat gebeurt er dan met de mensen die zich niet laten upgraden? Wat voor sociale gevolgen zal deze tweedeling hebben? Volgens Harari is het essentieel om meer te begrijpen van de technologische revoluties om ons heen, anders hebben we geen invloed op de koers van onze toekomst. Dit is de volgende stap in onze evolutie. Dit is Homo Deus. Met een voorwoord van Bas Heijne.’ (Uitgeverij Thomas Rap)

‘Eerst waren er heel veel goden, en toen maar Eentje’

Avatars_of_Vishnu
‘Maar was die God er nu eerst, of hebben de mensen hem verzonnen? Typisch zo’n vraag waar ik me vroeger heel druk over kon maken (het moest en zou een verzinsel zijn) en waarvan ik nu denk: het maakt niet veel uit. Diep gevoelde overtuigingen worden reëel in hun effecten. De mensen die God bedachten, werden, terwijl ze daar mee bezig waren, ook weer uitgevonden door die God. Verzinsels kunnen waar worden.’ Dit schrijft filosoof Stephan Sanders aan journalist Yvonne Zonderop in de briefwisseling Geloofsbrieven van twijfelaars in de Groene Amsterdammer.

In De Groene Amsterdammer staat dat Stephan Sanders denkt dat hij gelovig is. Samen met Yvonne Zonderop gaat hij per brief op zoek naar wat die hang naar het religieuze nu eigenlijk is. ‘Ik wil alleen geloven als ik niet per se hoef te geloven.’ De briefwisseling is vorig jaar november gestart en duikt af en toe op in het opinieblad.

Ik kan er maar niet over uit dat mensen, zoveel duizenden jaren geleden, zich een God uit de grond hebben gestampt. Eerst heel veel goden, en toen maar Eentje, waarmee dankzij de joden het monotheïsme was geboren. Die ene God is voor mij van belang, omdat daarmee ook één (1) geweten werd geschapen. Je kunt met je gewetensbezwaren niet meer shoppen langs verschillende goden, net zo lang tot je vindt wat je belieft; er is er maar één toetssteen waaraan je je moraal en gedrag kunt toetsen. De geboorte van het ene, ondeelbare geweten, dat mogen de joden op hun naam zetten.’ (Sanders)

Sanders heeft lang niets van zich laten horen, omdat hij aan het dubben was.

Dat zal de rest van mijn leven wel doorgaan. Maar zo’n onwrikbaar geloof in God dat nooit eens wankelt, is dat niet de uiterste blasfemie? In die zin ben ik heel religieus.’ (Sanders)

Het wachten is nu weer op Zonderop. Zij reageerde in eerste instantie op Sanders die in Vrij Nederland schreef dat hij denkt dat hij gelovig is. Sanders, door Zonderop een vrijdenkend en weldenkend boegbeeld genoemd, is volgens haar – tegen de  officiële stroom in – religieus aan het worden. En raakte bij haar een gevoelige snaar. Ze wilde het graag onderzoeken, in een briefwisseling met Sanders, hoe lastig ook. Want, schrijft ze, schrijven over geloven is als glibberen op het ijs: geloof, de kerk, de bijbel, probeer het maar eens te ontwarren.

Over de vraag of het bestaan van God te bewijzen valt, wordt, liefst wetenschappelijk, serieus debat gevoerd. Maar waar wordt de beleving erkend? Ook daarom vond ik jouw ‘bekentenis’ zo mooi. De vraag of God dood is of toch bestaat, vind ik steeds trivialer, schrijf je. Het gaat om willen of niet willen geloven. Dat lijkt mij helemaal waar.’ (Zonderop)

Geloven of niet is voor mij een kwestie van denken, net zo goed als willen. Dat is meer protestants dan katholiek, zo begrijp ik. Het reflecteert mijn leven nu, niet de relicten uit mijn jeugd. Wel de hoop en wel vertrouwen voelen, zonder te zeggen: ik geef mij over. Wat denk je, geloof ik dan al?’ (Zonderop)

Sanders schrijft terug en probeert een antwoord te formuleren. Hij vindt het een mooie laatste zin van haar en verwondert zich over haar reactie als zij eerst schrijft ‘wel de hoop en vertrouwen te voelen’ zonder dat zij wil spreken van overgave, en dan hem nota bene vraagt: ‘Wat denk je, geloof ik dan al?’ Uiteindelijk zegt hij:

Ik ben geneigd, Yvonne, te zeggen: ‘Ja, jij gelooft.’ Jij bent bezig met geloven, en dat is het. Dit twijfelen, ineens denken: ‘Laat ik gvd stoppen met die onzin’, om daarna toch weer tegen heug en meug te moeten constateren dat het Evangelie van het Niets je te mager is. Te resoluut ook, te stellig. ‘In geval van twijfel, grijp naar het iets’, heb ik mijzelf de laatste jaren geleerd. Nee, dat betekent in mijn geval niet het ‘ietsisime’, waar oud-columnist Plasterk zo fijntjes gehakt van heeft gemaakt – geheel ten onrechte, vind ik inmiddels: iets­isme lijkt me heel wat realistischer dan het nietsisme, waarin bijvoorbeeld Heidegger zo uitblonk, en waarvan de filosoof Carnap dan weer filosofisch gehaktbrood maakte. Zeker van het Niets dat ook nog eens kan ‘Nietsen’. Daarbij is geloven in God: appeltje, eitje.’ (Sanders)

Zie: ‘In geval van twijfel, grijp naar het iets’ – Briefwisseling – Geloofsbrieven van weifelaars (De Groene Amsterdammer)

Foto: Vishvarupa (Sanskriet voor ‘die met alle/vele vormen/kleuren’) was in de oudste Indiase mythologie een kosmogone godheid, die aan de oorsprong van de schepping ligt en deze ook weer kan absorberen. (flickr.com –  Steve Jurvetson) – In India verdrong uiteindelijk de allerhoogste Brahman de vele goden uit de veda’s. (PD)