De verloren wijsheid uit religies

Karen Armstrong2017FPA

Eind deze maand verschijnt van Karen Armstrong: De verloren kunst van de heilige geschriften. Op 2 juli in Amsterdam geeft zij de lezing De verloren wijsheid uit religies in de Oude Lutherse Kerk. Volgens Armstrong schiet de uitleg van heilige geschriften tegenwoordig flink tekort. Arrogantie, intolerantie en ook geweld worden gerechtvaardigd door naar deze teksten te wijzen. ‘De Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden’. Armstrong stelt dat dit ver af staat van hoe de teksten ooit bedoeld waren.

De heilige geschriften waren altijd een middel voor mensen om hun materiële bestaan te ontstijgen en in aanraking te komen met het goddelijke. In onze seculiere samenleving hebben de teksten deze unieke functie verloren om een meer praktische toepassing te krijgen: de Bijbel wordt gebruikt om homoseksualiteit en anticonceptie te veroordelen, de Koran dient om oorlog en terrorisme te rechtvaardigen en met behulp van de Thora wordt beslag gelegd op leefgebieden.

Karen Armstrong signaleert ten opzichte van de heilige geschriften een groot onbegrip, wat volgens haar de hoofdoorzaak is van de huidige religieuze geschillen in de wereld. Weloverwogen en deskundig pleit ze voor een terugkeer naar de oude interpretatie van de religieuze teksten als basis van een betekenisvol en empathisch wereldbeeld. Armstrong wijst ons de weg bij het beteugelen van de arrogantie, de intolerantie en het geweld die het gevolg zijn van de gebrekkige hedendaagse uitleg van de heilige geschriften.’ (Samenvatting: De Bezige Bij)

Karen Armstrong (1944) is een van de meest geliefde auteurs op het gebied van religie. Nadat ze zeven jaar als non in een klooster woonde, verliet ze de orde om Engels te studeren in Oxford. Armstrongs oeuvre omvat bestsellers als Een geschiedenis van God (1993)De strijd om God (2001)Islam (2004)De wenteltrap (2003), Compassie (2011) en In naam van God (2014).

Gevaarlijk? Achterhaald? Onderdrukkend? Dit is hoe we tegenwoordig vaak denken over religieuze teksten. Maar op 2 juli wijst de beroemde historica Karen Armstrong ons op de oorspronkelijke betekenis van de teksten. Kom erachter welke levenswijsheid te vinden is in heilige geschriften als de Bijbel, Koran en Thora.’ (The School of Life)

Lost art of Scripture | Karen Armstrong |2 July 2019 | 20:00 – 21:30 uur | Tickets €35,- via The School of Life | Voertaal: Engels

De verloren kunst van de heilige geschriften | Karen Armstrong | Verschijnt 27 juni | Luxe paperback| 496 pag. | €29,99 | ISBN: 978 94 031 6630 8 | E-book: € 14,99 | Oorspronkelijke titel: The Lost Art of Scripture | Vertaling: Bep Fontijn, Carola Kloos, Albert Witteveen

Gerelateerd: De verloren kunst van de heilige geschriften

Beeld: Karen Armstrong, 2017 Prinses van Asturië Award voor sociale wetenschappen, tijdens haar ontmoeting in de bibliotheek van het historische gebouw van de universiteit van Oviedo (Spanje). © FPA | Daniel Mora

Atheïst roept de échte God aan

even-better-than-knowing-god-s-name-hddpdv5i-desiringgod.org

Volgens Bart Klink, van De Atheïst, zijn ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens en gaan ze daar ook niet uitkomen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’. Hij schrijft hierover in zijn blog Wil de échte God alstublieft opstaan, en verzoekt de Eeuwige eens wat duidelijkheid te verschaffen, ‘omdat de theologen na vele eeuwen nog geen stap verder zijn’. – Curieus, een atheïst, gefascineerd door de Bijbel en theologie, die een beroep doet op iemand die niet bestaat, en dan ook nog roept om de ‘échte’.

Valt het de Nieuwe Atheïsten dan werkelijk te verwijten dat zij bekritiseren wat miljoenen gewone gelovigen geloven, in plaats van wat een handjevol theologen beweert? Daarnaast heeft dit geloof van het gewone volk veel meer invloed op de wereldse gang van zaken, en die is lang niet altijd positief (godsdienstoorlogen, religieus terrorisme, homo-intolerantie, creationisme enz.).’ (Bart Klink)

Dat het ‘gewone volk’ hiervan de schuld krijgt is nogal een bewering. Onder het ‘gewone volk’ vind je nu net niet de oorlogsstichters, terroristen, homo-‘intoleranten’ en creationisten. De ‘gewone’ gelovige is doorgaans vredelievend en wil samenleven en -wonen met andere gelovigen en ook met niet-gelovigen. Klink ziet extremisten blijkbaar als ‘gewoon volk’ en dan kan ik me indenken dat hij alleen maar in atheïsme gelooft, want overal om hem heen zijn ‘gewone’ gelovigen, miljoenen, miljarden.

Theologie is ook wel eens vergeleken met tennissen zonder net, maar volgens mij is het nog erger. Het is niet eens duidelijk of je wel een racket hoeft te gebruiken (rationeel te argumenteren) of zelfs maar binnen de lijnen hoeft te spelen (überhaupt dingen kunt zeggen die onwaar zijn). Sommigen menen zelfs dat we niet eens wat over de bal kunnen zeggen. Toch beweren ze allemaal hetzelfde spel te spelen. De criticus die dit schouwspel vanaf een afstand gadeslaat en zich afvraagt of de spelers niet gewoon maar wat in de lucht aan het slaan zijn, wordt verweten dat hij dit gesofisticeerde spel niet begrijpt.’ (Bart Klink)

Theoloog des Vaderlands Stefan Paas – op 30 december 2018 nog bij Het Vermoeden (waarin de ambassadeur van de theologie in Nederland op een heel zuivere manier, als een ‘gewone’ gelovige, over zijn geloof vertelt aan Marleen Stelling) – reageert op de site Geloof & Wetenschap op Klinks artikel. Paas zegt het absurd te vinden dat Klink wetenschappen verdacht maakt door te stellen dat ze ‘gekenmerkt worden door veel debat, of omdat ze met moeilijke vragen bezig zijn’.

De fundamentele theologische onenigheid is niet alleen een probleem op zichzelf, ze duidt op een nog groter onderliggend probleem: hoe kunnen we weten welke uitspraken over God of het goddelijke waar zijn? Er is geen toetsingscriterium waarover theologen het eens kunnen worden, geen gedeelde onderzoekmethode. Er is ook geen gedeelde en gevalideerde kenmethode die ons betrouwbare informatie over het goddelijke kan leveren. Theologen doen allerlei uitspraken over God, maar van geen van die uitspraken kan gecontroleerd worden of ze kloppen, met een wildgroei aan speculaties tot gevolg. Hoe kunnen we dan ook maar iets zeggen over God?’ (Bart Klink)

Volgens Klink, ook gefascineerd door atheïstische filosofen zoals Etienne (Over God) Vermeersch en Herman (God in the Age of Science?) Philipse, zijn theologen ‘het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens over God’. Integendeel, zegt Stefan (God bewijzen) Paas, theologen zijn het vaak genoeg eens, ook over God. Het is volgens hem best mogelijk om, in de context van een filosofische of theologische discussie, afspraken te maken over de definities die gehanteerd worden.

Zo kunnen we ook prima een zinvol gesprek voeren over God. De geschiedenis laat dat ook zien. Rond grote woorden zoals ‘God’ vormen zich tradities waarin mensen gedeelde opvattingen hebben over de betekenis van die begrippen. De historische realiteit is dat onder theologen en in religieuze tradities wel degelijk vormen van overeenstemming zijn bereikt. In de christelijke traditie zijn die bijvoorbeeld opgeslagen in credo’s, waarvan sommige zelfs oecumenisch ofwel universeel erkend zijn. Kom daar eens om in de filosofie bijvoorbeeld.’ (Stefan Paas)

rightgodsuchanek.name

Klinks claim dat theologen niet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims (over God) getoetst kunnen worden’ wordt door Paas gelogenstraft, want theologen spreken over God op basis van ‘ruwe data’ die ze vinden in geschriften zoals de Bijbel en de Koran, en op basis van wat hierover in een lange traditie is geschreven.

Zij verwerken die data, zetten die in een theoretisch kader, brengen dit in relatie tot andere bronnen van kennis, en komen zo tot voorstellen hoe vandaag verantwoord gesproken kan worden over God. Zij doen dat volgens transparante en rationele methoden, doorgaans tekstanalyse en filosofische reflectie. Daarbij zijn zij in gesprek met theorieën en inzichten uit andere wetenschappen, doorgaans literatuurwetenschap, historiografie, sociale wetenschappen, en filosofie. Maar vaak ook met natuurwetenschappen. Aan dit alles is niets esoterisch of geheimzinnigs.’ (Stefan Paas)

Paas is benieuwd op welke wetenschap Klinks eigen criteria voor wetenschappelijkheid zijn gebaseerd, daar de atheïst in de langere versie van zijn artikel op zijn weblog over filosofie zegt: ‘Voor wie meent dat filosofen zonder een beroep te hoeven doen op de wetenschap kunnen bepalen hoe de wereld in elkaar zit, geldt mijn kritiek inderdaad ook’.

Klinks benadering is, zo te zien, van het tweede soort: deductief. Een ‘gezonde’ wetenschap moet leiden tot consensus onder de beoefenaren, en zij moet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden’ en toetsingscriteria. En de ‘betrouwbaarheid’ van die methoden en criteria lijkt weer in hoge mate afhankelijk van de vraag of zij consensus produceren (de cirkelredenering in het betoog is nogal opzichtig.)’ (Stefan Paas)

De universiteit lijkt Paas bij uitstek de plek waar de mensheid haar belangrijkste vragen bespreekt, ook vragen over hoe een bedrijf menswaardig wordt geleid, wat het goede leven is en wat het betekent om ‘God’ te zeggen en in God te geloven.

Dat de ene discipline tot meer consensus leidt of tot meer economisch gewin dan de andere, dat zal waar wezen. Sommige vragen zijn nu eenmaal moeilijker dan andere. ‘Het begrijpen van kernfysica is kinderspel vergeleken met het begrijpen van kinderspel’ (Niels Bohr). (Stefan Paas)

Zie:

* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Geloof & Wetenschap)
* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Langere versie – De Atheïst)
* Theologie als wetenschap: respons op Bart Klink (Geloof & Wetenschap)

Beeld: desiringgod.org

Jesaja’s dubbelrol in Händels Messiah

Messiah2018-2_b20

Na het juichende en tegelijk ontroerende Halleluja in Händels ‘Grand Musical’ Messiah – uitgelicht in subtiele Rembrandtiaanse kleurschakeringen en bij de finale klanken ervan stralend wit – leidt dit voorstelbaar tot een open doekje in de Grote Kerk van Den Haag. Lichtcomponist Teus van der Stelt verheft het Halleluja tot extra grote hoogte. The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands zingt en speelt met Messiah de sterren van de hemel – onder leiding van een ronduit swingende dirigent Pieter Jan Leusink. Al ‘schaatsend en twistend’ haalt hij alle klankkleuren op zijn mooist uit zijn ploeg. Zijn lange grijze krullen deinen mee in alle mogelijke – en bijna onmogelijke ritmes – die Leusinks handen in alle toonaarden aangeven. Als toegift laat de artistiek leider het Halleluja nogmaals de oren van het dankbare publiek strelen.

Continuo
Grand Musical’ mag ik eigenlijk niet zeggen. Maar zo wordt Händels Messiah wel aangekondigd bij de première op 13 april 1742 in Dublin, door de componist zelf gedirigeerd. Net als in 1742 bestaat het koor vandaag uit 16 zangers, onder wie nu sopraan Olga Zinovieva en tenor Martinus Leusink. Het orkest – dat authentieke instrumenten uit Händels tijd bespeelt – bestaat uit strijkers, continuo, trompet en pauken. De continuo – kistorgel – klinkt authentiek doordat het een ‘transpositieklaver’ bezit, zo leert de informatie bij de CD, opgenomen in de Grote Kerk in Elburg (2013.) Het kistorgel ziet er inderdaad uit als een – zware rechthoekige – kist, compleet met de noodzakelijke transportwielen.

Händels Messiah is geen specifieke kerkmuziek maar meer een combinatie tussen vermaak en een kerkdienst. In het begin werd het werk alleen in theaters en concertzalen uitgevoerd en aangekondigd als ‘Grand Musical’. (messiahhandel.nl)

Godslasterlijk
In Londen wordt de benaming ‘Grand Musical’ als godslasterlijk bestempeld als er ook uitvoeringen worden gegeven – vanaf 1750 – in kerken. De kerkelijke gemeenschap dwingt Händel Messiah aan te kondigen als ‘een nieuw sacraal oratorium’.

‘De hemel en God’
Messiah is zeker niet godslasterlijk, maar over welke messias hebben we het eigenlijk in dit ‘ultieme kerstoratorium’, waarvan Händel zei: ‘Ik geloof dat ik de hemel en God voor me heb gezien’. Hij sprak dit geëmotioneerd uit, met tranen in de ogen, nadat hij het tweede deel van zijn Messiah had voltooid.

Dubbelrol Jesaja
De ‘koninklijke profeet’ Jesaja lijkt in Messiah een dubbelrol te spelen. Hij verwijst eerst naar een koning die in de toekomst Israël vrede en redding zal brengen, en later profetisch naar Jezus van Nazareth. De Tenach (de Joodse Bijbel) spreekt echter van een messias als een toekomstige koning die de Joden van Palestina zal verenigen. Zijn komst zal ook de eindtijd aankondigen. Voor Jesaja is Jahweh groot en machtig, de Heilige van Israël.

‘Kind dat ons is geboren’
Messiah begint met ‘Sinfony’ en direct daarna klinkt een spraakzang van Jesaja: ‘Troost, troost mijn volk, zegt uw God…’ Jesaja betekent: ‘God is mijn redding’. De profeet leefde rond 750 v.Chr. In zijn boek staan teksten die door de joden als Messiaans worden gezien, en profetisch naar de toekomst verwijzen. Die gaan niet over Jezus – want niet geaccepteerd door de joden – maar over een toekomstige joodse koning of priester en eerder ‘gezalfde’ genoemd dan messias. Als (toekomstige) naam die gegeven zal worden, sprak Jesaja van ‘Wonderbaar’, ‘Raadsman’, ‘De machtige God’, ‘De Eeuwige Vader’ en ‘Vredesvorst’, ‘Heer’, ‘Jahweh’, en uiteindelijk over een ‘Kind dat ons is geboren’ en een ‘Zoon aan ons gegeven’.

Messiah2018_90d

Jezus’ wederkomst
Het eerste deel van Messiah bestaat voor de helft uit liederen en spraakzangen uit teksten van Jesaja. Dit kerstoratorium gaat heel concreet over het leven van Jezus van Nazareth; bezingt de aankondiging van de komst en de geboorte van Jezus; Zijn kruisiging en opstanding en de episode van de hemelvaart. Het laatste deel gaat over de betekenis van dit alles voor de gelovigen. Messiah gaat ook over Jezus’ wederkomst en heerschappij. In het (christelijke) Nieuwe Testament is Jesaja ook weer terug te vinden, en dan alleen in citaten, met profetieën over de komst van… de Messias (Jezus.)

Het ‘verboden hoofdstuk’ Jesaja 53
Jezus werd zo’n 750 jaar na Jesaja geboren. In Messiah wordt Mattheüs aangehaald als profetie voor Christus’ geboorte. In deel 2 van Messiah – in Jesaja 53 – zegt de profeet ‘de HEER heeft op Hem gelegd ons de ongerechtigheid van ons allen’. ‘Hem’ lijkt dan sterk naar Jezus te verwijzen. Dat lijkt dan wel een nadere specificatie van zijn eerdere profetie. Sla er Jesaja 53 maar op na en zie dit ‘verboden hoofdstuk’ in de Tenach. Het is niet echt verboden, maar werd weggelaten op het leesrooster, volgens de christelijke site CIP. Veel Joden kijken daar van op.

Jahweh
In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda (740 v.Chr.) wordt Jesaja geroepen tot het profetenambt. En als Achaz in 736 v.Chr. de nieuwe koning wordt, vallen de koningen Resin (Syrië) en Pekach (Israël) Juda aan. Achaz besluit daarop de hulp van Assyrië in te roepen. Dan betreedt Jesaja het politieke toneel en spreekt Achaz moed in, en zegt dat de koning zijn vertrouwen uitsluitend moet stellen op Jahweh (God): de Heilige van Israël – en niet op bondgenootschappen met andere staten.

Messiasverwachting
Sommige bronnen stellen dat in het Oude Testament er een Messiasverwachting gewekt wordt die sterk leeft in de harten van de joden, en dat die verwachting goed aansluit op de beloften van de profeten. Jezus, zo wordt gezegd, spreekt deze verwachting ook nooit tegen, maar zou ook geen ‘ja’ gezegd hebben op de vraag of Hij de Messias is; dat Jesaja uiteindelijk op Hem gedoeld heeft.

TheJewishAnnotatedNewTestament

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament
Maar de onderzoeken gaan wereldwijd door, de discussie ook. In dit kader is het interessant dat in 2011 het boek The Jewish Annotated New Testament verscheen, waarin staat dat er nooit een editie van het Nieuwe Testament verschenen is, gericht op de Joodse achtergrond en de cultuur waaruit het groeide. Tot dit boek dan. In 2017 verscheen een tweede editie, grondig herzien en sterk uitgebreid, met nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament werd voor het eerst gepubliceerd in 2011 en was een baanbrekend werk dat de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament onder de aandacht bracht van studenten, geestelijken en algemene lezers. In deze nieuwe editie brengen tachtig Joodse geleerden een ongeëvenaarde studie samen om een nieuw licht op de tekst te werpen. Deze grondig herziene en sterk uitgebreide tweede editie [2017] levert nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.’ (amazon.com)

Dode Zeerollen
Oudheidkundige Jona Lendering schrijft over editie 2011 op zijn blog Het joodse Nieuwe Testament dat er teksten bestaan die door de joodse en christelijke religieuze autoriteiten zijn afgewezen, maar dat deze documenten wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen laten zien. Dat geldt volgens Lendering – naast de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo – ook voor de Dode Zeerollen:

‘…ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw n.Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.’

The Jewish Annotated New Testament biedt de tekst van de christelijke geschriften (in vertaling) en eindeloze hoeveelheden aanvullende informatie. Een zeer aanbevolen boek.’ (Lendering)

Prettige en zalige kerstdagen gewenst, met of zonder Messiah, messias of Messias. (In de monotheïstische religies is er maar één God, waarschijnlijk zal er dan ook maar één Messiah zijn?) – Wie weet waar Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament nog toe leidt…

Recensie: Messiah – G.F. HÄNDEL (HWV 56) – Den Haag, Grote Kerk – 16 december 2018 – Pieter Jan Leusink dirigent

Foto’s: Lichtcomposities door Teus van der SteltPD (N.B. Fotograferen tijdens Messiah is verboden)

God, ik, en de Bijbel anno nu

godenik (1)

‘Het is de uitdaging van het progressieve christendom om Bijbelverhalen opnieuw te ontdekken en van betekenis te laten zijn in deze tijd,’ zegt Brian McLaren. Dat is wat de theoloog des Twitterlands, Alain Verheij, doet in zijn nieuwe boek ‘God en ik’. Aldus website Lazarus. Daarop staat ook dat deze week God en ik verschijnt, het eerste boek van Verheij. Hij schrijft over zijn weg binnen het geloof: soms een triomftocht, soms een worsteling. En hij laat zien wat je als 21e-eeuwer nog kunt leren van die oeroude Bijbel.

De enige manier om volwassen door het leven te gaan, is de weg van de tweede naïviteit van Paul Ricœur. Accepteer de magische kant in je ziel en je heimwee naar Sinterklaas, maar erken gelijktijdig dat de realiteit geen sprookje is: het is hier geen paradijs. Het zoeken van een goede balans tussen de droom en de scepsis is een levenslange koorddans. (Lazarus)

Bij Reporters Online zegt Verheij dat het wel lijkt alsof je tegenwoordig weer gewoon over geloof mag praten – omdat religie nooit dood is geweest en de helft van Nederland nog altijd een vorm van godsgeloof heeft: stichtingen, scholen, politieke partijen, buren, evangelisten… je moet je best doen om nooit een christen tegen te komen.

Daarnaast brengt immigratie ons in contact met voorheen minder bekende vormen van geloven, met name in de vorm van moskeeën en migrantenkerken. Wereldwijd groeit het aantal gelovigen nog steeds, dus wie de mensheid wil begrijpen doet er goed aan om iets van religie te weten.’ (Reporters Online)

Verheij toog naar het hol van de seculiere leeuw – ergens aan de grachtengordel van Amsterdam – om plannen te maken voor een nieuw boek – dat vanavond gepresenteerd wordt in Rotterdam – waarin hij het mooie van de Bijbel zal laten zien aan de weldenkende 21e-eeuwer.

De nieuwe generatie zit niet meer te wachten op de vuile was van een gefrustreerde ex-gelovige. Die problematiek kennen we nu wel. De tijd is nu juist weer rijp voor een bescheiden eerherstel voor de wijsheden in de Bijbel die er nog altijd zijn, onder heel veel lagen onbegrip, historische missers, kerkelijke starheid en anti-kerkelijke allergie.’ (Reporters Online)

Seculiere manieren om al je dromen in te leveren en in de kritische fase te blijven hangen zijn er ook, zegt Verheij.

Er is een naturalistisch wereldbeeld waarin men alles voor zichzelf kan verklaren door het te reduceren tot toeval en chemische processen. Er zijn pragmatisten die de magie voor de techniek hebben verruild en geloven dat er voor alle problemen op aarde een fix of een pil kan worden uitgevonden. Ten slotte kun je het luchtkasteel uit je jeugd vervangen door een bunker van schijnveiligheid: rijkdom en comfort, ellebogenwerk en agressie, succes of verdoving. (Lazarus)

Volgens uitgeverij Atlas Contact analyseert Verheij als theoloog, schrijver en blogger onze tijd en ziet hij hoe de christelijke verhalen en gebruiken wel degelijk iets te zeggen hebben over de wereld van nu.

Zo kun je de vastentijd zien als een detox die zorgt voor meer zelfreflectie, solidariteit en een gezond lichaam en gezonde geest. Verhalen over Jezus, Job, Mozes en Petrus zetten aan tot denken over hoop, vertrouwen en volharding. Verheij is niet bang om tegen heilige huisjes te schoppen.’ (Uit: God en ik)

godenik

Persoonlijk, scherp, kritisch en een tikje ironisch schrijft Verheij volgens de uitgever over zijn weg binnen het geloof. God en ik werpt licht op levensvragen die de mens al eeuwen bezighouden – nu misschien wel meer dan ooit.

De Bijbel en het christendom hebben een enorme invloed op de westerse cultuur gehad, van de taal en het wetboek tot het collectieve levensgevoel. Dat is ook terug te zien in de kunst, of je nu in het Rijksmuseum bent of op vakantie in Italië een van de monumentale kerken daar bewondert. In songteksten van Bob Dylan en Beyonce, maar ook motieven in films en literatuur – als je even de ogen van een theoloog leent, zie je de Bijbel overal om je heen. (Uit: God en ik)

In God en ik stelt Verheij dat de Bijbel nog heel veel te melden heeft aan mensen in een ontkerkelijkt Nederland anno 2018. Daarom gaat hij steeds op zoek naar de hedendaagse relevantie van die woorden uit een andere wereld en die rituelen uit een andere tijd.

In dit boek veronderstel ik zo weinig mogelijk voorkennis, zodat het juist voor niet-ingewijden goed te volgen is. Ook ga ik je op geen enkele manier proberen te bekeren.’ (Uit: God en ik)

God en ik – Wat je als weldenkende 21e-eeuwer kunt leren van de Bijbel | Alain Verheij | Atlas Contact | ISBN 9789045035734 | 192 blz. | 11 mei 2018

Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre

UITGELICHT (2018) – De laatmiddeleeuwse theoloog, filosoof en mysticus Meister Eckhart laat God op een bijzondere manier zien, kijkt kritisch naar het instituut kerk, denkt na over de essentie van het bestaan, en zet vraagtekens zet bij kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Hoe je God God kan laten zijn in jezelf, zonder voorschriften van de kerk. Volgens Eckhart moet ‘die hogere waarheid je wel tegemoet komen’.

‘Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen’ 

‘ Achterlaten allerlei Godsbeelden’
E
ckhart wordt wel eens een van de meest briljante geesten genoemd die het Westen ooit heeft gekend. Zijn mystieke inzichten staan echter op gespannen voet met de officiële kerkelijke opvattingen over God en de essentie van het bestaan. Hij wordt gezien als iemand die het waagt de waarde van het kerkelijke gezag en de kerkelijke rituelen te kleineren. Een deel van zijn werk wordt als ketters beschouwd. Hem wordt verweten dat de mens zich amper meer hoeft te bekommeren om kerkelijke rituelen en voorschriften.

Eckhart relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar juist je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.

‘God en mens nooit gescheiden geweest’
D
e gedachte van Eckhart is dat we God slechts in fragmenten kunnen kennen en dat juist in het niet-weten de ware sterkte van het geloof steekt. Als we ons onthechten van alle door de kerk voorgeschreven hechtingen, aan zowel God als kerkelijke voorschriften, zijn we – volgens Eckhart – in staat God toe te laten die verborgen is achter God.

Eckhart staat mystieke eenwording voor, dat er vanbinnen iets gebeurt. Of liever gezegd: mystieke eenheid, want in zijn ogen gaat het erom wat ìs, want God en mens zijn in de kern nooit gescheiden geweest en zullen dat ook nooit zijn. De mysticus stelt dat de mystieke eenwording onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. Radicaler gesteld: De mens hoeft niets te doen.

‘Eckhart: ‘God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. We hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’

‘Beseffen dat men God kent en weet’
E
chter, in een van zijn preken zegt hij toch dat de mens zelf wel iets moet doen:

‘Want de mens moet in zichzelf één zijn en moet dat zoeken in zichzelf en in het ene en het verwerven in eenheid, dat wil zeggen: enkel God schouwen; en terugkomen betekent: weten en beseffen dat men God kent en weet.’

Eén goddelijk wezen
Z
elf put Eckhart zijn inspiratie uit het christendom, en dan vooral uit de Bijbel. De opponenten van Eckhart stellen niettemin dat zijn godsbeeld niet deugt. Ze stellen dat Eckhart elk onderscheid binnen God ontkent: de drie personen vormen één goddelijk wezen. Hiermee hangt ook zijn mensbeeld samen, zeggen zijn bestrijders. Zij zeggen dat er volgens hem ‘geen onderscheid tussen mens en God bestaat en dat hij naastenliefde even hoog acht als het liefhebben van God; kerkelijke voorschriften en rituelen zijn niet meer nodig. Het gezag van de religieuze leiding wordt te veel aangetast’.

Bad_Wörishofen_Meister_Eckhart_(Skulptur)_2012

Er gebeurt iets met je
E
r wordt wel gezegd dat de teksten van Eckhart moeilijk zijn en uitleg verdienen, maar ze worden ook wel ‘heel direct en aansprekelijk’ genoemd. De teksten zouden beeldend zijn, er gebeurt iets met je. Filosoof André van der Braak zegt:

‘Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen.’ 

Eeuwige mystieke kern
E
r wordt ook gesuggereerd dat het werk van Eckhart een traditie-overschrijdende, eeuwige mystieke kern raakt die het institutionele christendom overstijgt. Hij lapt de dogma’s van zijn kerk aan zijn laars en komt daardoor in conflict met de conservatieve autoriteiten van zijn kerk.

‘Als radicale vrije geest, die puur vanuit de eigen levende ervaring spreekt en getuigt, alle vaste beelden en voorstellingen achterlatend en op losse schroeven zettend, tart de mysticus steeds weer de religieuze autoriteiten van zijn eigen traditie.’

‘Ook je in jezelf verdiepen’
D
e hogere waarheid is in de Bijbel gegeven, volgens Eckhart, want die openbaart wat de mens uit zichzelf niet kan bereiken. De menselijke geest alleen is er niet toe in staat, er moet kennis van buiten komen. De gelovige die God – of het Hogere – zoekt, kan dat volgens Eckhart dus niet helemaal uit zichzelf voor elkaar krijgen. Voor hem is het christendom de basis, vooral de Bijbel. Maar dat niet alleen, want hij zegt vervolgens ook dat je je in jezelf dient te verdiepen.

‘Laat God God in je zijn.’

Ook voor de heidenen’
W
e hebben daarbij de rede nodig. Mystiekkenner Alois M. Haas en zijn voormalig student en journalist Thomas Binotto stellen dat, als de mens echt gelooft dat God in hem aanwezig is en dat Hij door en door zijn schepper is, de mens een optimisme krijgt waarin het verstandelijk werken al ingeprent is, dus ook de handelingen van de mens in de tijd met het oog op de eeuwigheid.

‘De rede is dan reeds in mij aanwezig als een goddelijke rede. Die rede is tegelijk goddelijk doordrongen en verlicht de geest – en omdat het sinds mensenheugenis zo is, geldt dat ook voor de heidenen.’ (Haas/Binotto)

Innerlijke ontvankelijkheid
E
n hoe gaan we dan om met die God in ons? Want er is geen weg, geen manier of mogelijkheid om de goddelijke werkelijkheid bewust te ervaren. Toch kunnen we deze wel in onszelf, ons bestaan, tot uitdrukking laten komen, niet door iets te doen, maar juist te laten, door leeg en ontvankelijk te zijn. Filosoof Welmoed Vlieger:

‘Haaks op de innerlijke ontvankelijkheid staat de geestelijke activiteit van het denken, ervaren, associëren, herinneren, verlangen, willen etc., kortom: het reflexieve, ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik. Want dat is waar we voortdurend mee bezig zijn: op voorhand invulling geven aan alles wat we op onze weg tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan die buurman of buurvrouw ‘die altijd zoveel praat’; aan de ‘worsteling’ van het alweer in de file moeten staan; of aan de ingesleten gedachte dat je éérst dit of dat moet doen voordat je aan de dingen waar je werkelijke energie of vreugde bij ervaart kan toekomen. En ga zo maar door.’

2012.07.12_.5082._BW_Meister_Eckhart_.Skulptur

‘Weten dat God in je werkt’
M
et Meister Eckhart kan je concluderen dat als je God God in je laat zijn, en je zelf leeg en ontvankelijk kunt zijn, je vanuit een goed gevoel, met het ‘weten’ dat God in je werkt, je inderdaad kunt ‘worden’; je ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik vorm kunt geven.

‘Ontvankelijk zijn houdt dus een radicale omdraaiing in van de wijze waarop wij ons normaal gesproken verhouden tot de dingen: van een actieve, invulling gevende gerichtheid op, naar een passieve, open ontvankelijkheid voor.’ (Vlieger)


‘Nadenken over wat je bent
‘De mensen zouden niet zo veel moeten nadenken over wat ze moeten doen; ze zouden veel meer moeten nadenken over wat zij zijn. Zouden zij goed zijn en zou hun levenswijze goed zijn, dan zouden zij licht uitstralen, en dan zou er een heerlijk licht uitgaan van al hun werken. Als je rechtvaardig bent, dan is ook wat je doet rechtvaardig. Denk niet dat je heiligheid kunt grondvesten op daden; veeleer groeit heiligheid uit de grond van je hele wezen. Want niet de daden heiligen ons, maar wij moeten de daden heiligen.’
(Meister Eckhart)


Spiritueel verbonden met God
A
ls mens tussen de mensen, misschien (ver) buiten de kerk, maar dichtbij anderen en samen met hen van de wereld een wat mooiere plek maken, ongebonden, maar spiritueel verbonden met God, die ‘onmiddellijk, spontaan en absoluut present in ons denken binnenbreekt’, dat altijd al deed en blijft doen. Dan zou het uiteindelijk toch goed moeten komen met de mens en de wereld.

Bronnen o.a:
*  ‘De Godsgeboorte bij Eckhart, Welmoed Vlieger, in de bundel De spiritualiteit van Meister Eckhart. Een Dominicaanse mysticus in een multireligieuze samenleving, Braak, A. van der (red.), Parthenon, 2014
* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meester Eckhart, Welmoed Vlieger, welmoedvlieger.nl
*    Zoek en je zult gevonden worden, Auke Jelsma
*   Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom, debezieling.nl
*   Meister Eckhart, op zoek naar de goddelijke essentie, Alois M. Haas, Thomas Binotto

N.B. Tip van Valentiniaan (uit de reacties):
* Boek met preken en traktaten van Meister Eckhart zelf: OVER GOD WIL IK ZWIJGEN.
‘Ik houd liever van de bron zelf. En niet van “over” de bron.’


Beeld: eckhart.de
Beeldhouwwerk / Boek: © Lothar Spurzem – Meister Eckhart, Bad Wörishofen, Kneippstraße.
Update 27-04-2025 (Layout)

De islam heeft toch ook zijn Luther

Ibn Taymiyya

Twee reformisten. Een in het christendom en een in de islam. ‘Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal,’ zo stelt professor in de dialoog tussen de godsdiensten Marcel Poorthuis op het Leiden Islam Blog. Hij vindt het interessant dat de twee verwante ideeën hadden. Zijn conclusie luidt dan ook dat de islamitisch geestelijke en filosoof Ibn Taymiyya de islamitische Luther is.

Sola scriptura stelt dat de Schrift (de Bijbel) de bron, norm en het fundament is van geloof en levenspraktijk. De Schrift heeft uniek gezag. De Koran evenzo, aldus Poorthuis. De schrift is de stem van God en heeft ultiem gezag, zeggen sommige bronnen.

Allereerst is daar de uitleg van de heilige Schrift. Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal. Daarbij nemen zij beide uitdrukkelijk standpunt in tegen de joodse verhalende uitlegtraditie, die centraal staat in de midrasj, de joodse uitleg van de Torah.’

Volgens Poorthuis voerde Luther een frontale aanval uit op de kerkelijke claim dat ook de traditie een heilig gezag zou bezitten, en ageerde Ibn Taymiyya (1263 – 1328) sterk tegen het gezag dat gegeven wordt aan tradities die buiten de tekst van de Koran circuleren.

Ibn Taymiyya staat volgens Poorthuis in een stroming die de zeer vele verhalen – een ‘reusachtig reservoir’ – rond de islam diepgaand wantrouwt. Taymiyya propageert terug te gaan naar de Schrift, in dit geval de Koran. Hij was de krachtigste pleitbezorger van de ‘alleen-de-Koran’ beweging, en is er geen plaats voor dubieuze handelingen waarmee de Bijbel vol zit.

De islamitisch geestelijke sluit zich aan, aldus Poorthuis, bij de corruptie-these, die stelt dat de Koran niet de corruptie (tahrif) bevat die de Bijbel wel aankleeft.

Dit idee werd door denkers vóór hem al uitgedragen, zoals Ibn Hazm (994-1064) met zijn een grootscheepse aanval op de evangeliën en op ‘joodse fabels’.’

Daarnaast zegt Poorthuis dat er nog een frappante verwantschap was in de ideeën van Luther en Ibn Taymiyya, namelijk hun weerstand tegen heiligenverering en volksdevotionele gebruiken.

Ibn Taymiyya was niet tegen het soefisme als zodanig en evenmin tegen mystiek, zoals in het verleden wel gedacht is en zoals moslimfundamentalisme vandaag de dag graag mag claimen.’

Volgens de professor aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg hield Luther ook grote opruiming onder de heiligenverering en de devotionele gebruiken van relikwieën en pelgrimages naar heilige plaatsen.

Het is jammer dat mensen als Luther en Ibn Taymiyya niet nu leven. Er is immers nog veel werk aan de winkel in het land van Bijbel en Koran. Het christendom had zijn Luther, maar een islamitische Luther zou nu erg welkom zijn. Stellingen te over om vast te nagelen op moskeedeuren.

Zie Leiden Islam Blog: Ibn Taymiyya: de islamitische Luther?

Hozen en roeien in Schepping- en Evolutieland

Storm

‘De Heere moet in actie komen!’ roepen W. de Kloe en J. Kloosterman vertwijfeld uit. Ze zijn zich ervan bewust dat oplossingen niet van menselijke actie verwacht moeten worden, maar van de Heere Zelf. Niettemin roepen zij de synodes van de tot de gereformeerde gezindte behorende kerkverbanden en de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs op ook hun verantwoording te nemen. Schepping of evolutie? De verwarring onder opvoeders, bij jongeren en in kerkelijke gemeenten vraagt volgens hen om een Bijbelgetrouwe reactie.

Sinds het verschijnen van De aarde bracht voort – inmiddels op de shortlist van het beste theologische boek van 2016/2017 –  zijn de commentaren niet van de lucht, zelfs atheïsten(!) zijn er druk mee. Gijsbert van den Brink, de schrijver van het boek, wil ‘slechts’ christenen helpen met de vraag hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan.

Hoelang kan men deze [de zogeheten wijze onwetendheid, PD] volhouden als het boek der natuur zo sterk wijst op een oude aarde met talloze levensvormen die zich erop en erin bewogen hebben? De grenslijn met ‘zich van de domme houden’, wordt dan flinterdun. En we dreigen in twee werelden te gaan leven. Bovendien: wie meent dat we het niet kunnen weten, kan ook niet uitsluiten dat het model van geleide evolutie klopt. Ook dit ”oorsprongsagnosme” kwam mij steeds meer voor als een vluchtweg.’ (Van den Brink)

De orthodox-protestantse theoloog zegt in En de aarde bracht voort geen vurig pleidooi voor evolutie te voeren, al denken sommigen dat. Hij vraagt zich alleen maar af wat het precies voor het geloof betekent wanneer de evolutietheorie juist zou zijn.


‘Opnieuw zie ik mensen in een boot waar de golven op beuken. Het zijn nu echter bekende personen. Ik zie leidinggevenden van de Evangelische Omroep. Ik zie bestuursleden van de Gereformeerde Bond. Mannen in donkere pakken van de GBS en het SGP-bestuur. Ik zie vooraanstaande predikanten en synodeleden. Hoge golven slaan over het schip, dat diep in het water ligt. Ook hier ligt, ongelooflijk, achter in de boot een man rustig te slapen. Alles gaat aan hem voorbij. Alle andere mensen aan boord roeien en hozen als bezetenen. De golven worden echter steeds hoger. Golven van secularisatie. Van jongeren die afhaken. Golven van twijfels over de vraag hoe we de Bijbel moeten lezen. Evolutie, schepping, vrouwen in het ambt en godsverduistering.’ (D. van Dijk in: Hozen en roeien)


Maar De Kloe en Kloosterman zijn voorlopig nog niet bereid onvoorwaardelijk voor de Heere te buigen of ertoe te neigen Zijn Woord aan te passen aan de stand van de wetenschap en de geest van de tijd, want met het antwoord staat of valt de orthodoxe gereformeerde leer ‘zoals door onze vaderen beleefd en beleden’.

De evolutietheorie veronderstelt een voortgaande ontwikkeling van minder goed naar steeds beter en staat dan ook in meerdere opzichten haaks op deze hoofdlijn. Gezien de verbinding van de eerste Adam met de Tweede mag de historiciteit van Genesis niet ter discussie gesteld worden. Dat betekent niet dat we precies weten hoe de schepping gegaan is. We belijden echter voor alles dat wat de Schrift zegt helemaal waar is.’ (De Kloe en Kloosterman)

Volgens de heren zijn we door de zonde aangetast en is ons instrumentarium om waarnemingen te doen beperkt en ons inzicht om gegevens te interpreteren begrensd. Ze willen desalniettemin de wetenschap inkaderen, evenwel zonder haar monddood te maken. Ze stellen zowaar ook vragen bij de creationistische benadering die meent de schepping te kunnen bewijzen. De strijd lijkt te gaan tussen Schriftgezag en de dominerende pretentie van wetenschappelijke kennis. Dat wordt dan lastig gezien het feit dat ons inzicht beperkt wordt door onze zondigheid. Desondanks zien zij uit naar een brede en positieve reactie.

Het is van wezenlijk belang dat we samen de gelederen sluiten. Er komt in korte tijd een spervuur aan wetenschappelijke argumenten op jongeren af. Wat ze nodig hebben, is een principieel kader om die argumenten op de juiste wijze te kunnen waarderen. Zodat ze vrijmoedig durven zeggen: Hier sta ik, ondanks alle vragen mag ik toch geloven dat het gegaan is zoals de Bijbel zegt.’ (De Kloe en Kloosterman)

Volgens Van den Brink moeten we leren de Bijbel beter te lezen, en hij citeert de Nederlandse Geloofsbelijdenis die zo prachtig zegt dat de waarheid boven alles gaat.

Het kan even pijn doen de waarheid te erkennen en ermee in het reine te komen. Maar omdat ze per definitie Góds waarheid is, zijn we er op de lange termijn beter mee af.’

De Kloe en Kloosterman bespeuren – in een aantal opiniebijdragen in o.a. het RD, waarin op het boek wordt gereageerd – een zekere voorzichtigheid bij de standpuntbepaling: men weegt de voors en tegens, verkent een aantal mogelijkheden en onmogelijkheden, en daar blijft het helaas bij.

En_de_aarde_bracht_voort_gijsbert_van_den_brink.boekencentrumEr zullen echter nog talloze opiniebijdragen volgen in de diverse media. Het zal mij niet verbazen als En de aarde bracht voort mede hierdoor tot het beste theologische boek van 2016/2017 zal worden uitgeroepen. Het theologische stof dat nu al opwaait! Een debat over het boek is op 22 september 2017 in het reeds volgeboekte congrescentrum De Schakel in Nijkerk, één dag voordat op de eropvolgende dag tijdens de Nacht van de Theologie het beste theologische boek bekendgemaakt wordt.

In Nijkerk zullen zeker stevige en hopelijk open theologische gesprekken tussen evolutionair theïsten, creationisten en oorsprongsagnosten plaatsvinden. Dan wordt er gesproken over hoe sterk de evolutietheorie staat; natuurlijke selectie, creatuurlijk lijden en het karakter van God; gemeenschappelijke afstamming en theologische antropologie, en evolutietheorie en heilsgeschiedenis: schepping, historische Adam, zondeval en verlossing.

Zie:
* Column: Hozen en roeien
Open brief: Adviescommissie moet handvatten geven voor voeren scheppingsdebat
Geef handvatten voor gesprek over wetenschap

Beeld: pastoralehulpverleningjongeren.nl

De Bijbel vanuit evolutionair perspectief

DevloedJeroenBosch
Het oerboek van de mens is erg boeiend. Vooral op het Oude Testament werpen de agnosten Carel Van Schaik en Kai Michel een verrassend licht. Ze zetten in elk geval meer aan het denken dan Richard Dawkins, die in zijn beschouwingen over godsdienst blijft steken in schimpscheuten.’ Dat constateert Elseviers Gerry van der List in de recensie Dagboek van de mensheid. ‘Fascinerend boek van de Nederlandse evolutiebioloog Van Schaik biedt een verrassend perspectief op de Bijbel.’

Met de Duitse wetenschapsjournalist Kai Michel schreef hij Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans), een fascinerende kijk op het boek der boeken vanuit evolutionair perspectief. Van Schaik en Michel zien in de Bijbel het ‘dagboek van de mensheid’. ‘(Van der List)

Balans stelt dat de schrijvers verrassende betekenissen ontdekken in oude, soms raadselachtige geschiedenissen en tot een nieuwe visie komen op de culturele ontwikkeling van de mens sinds het begin van onze beschaving.

Gewapend met de laatste inzichten uit de cognitiewetenschappen, de ontwikkelingsbiologie, de archeologie en de godsdienstgeschiedenis zijn biologisch antropoloog Carel van Schaik en historicus Kai Michel op reis gegaan door het boek der boeken, van de Hof van Eden tot de heuvels van Jeruzalem.’ (Uitgeverij Balans)

hetoerboekvandemensIn de inleiding van hun boek stellen de auteurs dat er meer dan duizend jaar geschreven is aan de Bijbel, dat het bijna 2000 jaar lang de lotgevallen van een groot deel van de wereldbevolking heeft bepaald en dat meer dan twee miljard mensen hem nu nog als heilige schrift vereren.

‘De evolutiewetenschappen richten zich al geruime tijd op de menselijke cultuur. Sinds enkele jaren doen ze ook onderzoek naar de aard en functie van religie. Constaterend dat geen enkele cultuur zich op enig moment zonder vormen van geloof wist te redden, kwam de afgelopen jaren interdisciplinair geloofsonderzoek op gang. En op één punt lijken de onderzoekers het eens te zijn: religiositeit hoort bij de standaarduitrusting van de mens. De aangeboren neiging om achter alles het werk van bovennatuurlijke krachten te vermoeden, is eigen aan de condition humaine.’ (Uit: Het oerboek van de mens)

Het boek houdt de chronologische volgorde van de Bijbel aan. Daarbij concentreren de auteurs zich op de centrale episodes, zodat de lezers tevens een overzicht krijgen van de belangrijkste verhalen uit de Bijbel. Zij vragen zich tegelijk af of zij nu echt als eersten een Bijbel zouden weten bloot te leggen die verborgen inzichten bevat over de evolutie van de mens.

Het ontbreekt nog altijd aan godsdiensthistorisch onderzoek vanuit evolutionair perspectief. Nog steeds heeft geen enkele evolutiewetenschapper de Bijbel grondig geanalyseerd en nagegaan of de Heilige Schrift zijn theorieën bevestigt. Vanuit antropologisch perspectief wordt hooguit een enkele afzonderlijke passage bestudeerd.’

Het boek concentreert zich vooral op het Oude Testament. Volgens Van Schaik en Michel heeft dit Bijbeldeel meer dan het Nieuwe Testament betrekking op de fundamentele verandering in het gedrag van de mens, een verandering die het verloop van de menselijke geschiedenis niet eerder en ook later nooit meer zo ingrijpend heeft bepaald.

Daarmee leggen we meteen de fundamenten voor het begrijpen van het Nieuwe Testament, dat ons met Jezus niet alleen een persoonlijkheid opleverde wiens charisma nog altijd doorwerkt, maar ook een nieuwe visie op de verborgen wetmatigheden in de wereld om ons heen.’

Aan de overige vier boeken van Mozes, die de uittocht van het volk Israël uit Egypte als thema hebben, besteden de auteurs het tweede deel.

Daar laten we zien wat een cultureel meesterwerk de wetboeken van Mozes eigenlijk zijn. Ook gaan we in op de bijzondere omstandigheden die ervoor zorgden dat hier überhaupt monotheïsme kon ontstaan. Verder beschrijven we waarom de idee dat er nog maar één God zou zijn, van wie ook nog eens geen beeld meer gemaakt mocht worden, de mens in hevige geloofsnood bracht – en nog altijd brengt.’

In het derde deel gaat het over de Nevie’iem, de Profeten, waartoe de boeken Jozua, Richteren, Samuel, Koningen en de geschriften van de profeten zelf worden gerekend.

Daarin rijzen niet alleen vragen over hemelse gerechtigheid en moraal, maar komt ook het heikele thema boven van de goddelijke macht. En draait het om het kunnen bewaren van sociale samenhang en hoe voorkomen kan worden dat het egoïsme van een enkeling de samenleving ten onder doet gaan.’

In het vierde deel, dat over de Ketoeviem gaat, stuiten de schrijvers op teksten zoals de Psalmen of het boek Job en komen zij een persoonlijk soort geloof tegen dat gelovigen ook in onze tijd ervaren, waarbij God hun gesprekspartner is.

Maar hier gaat het ook om existentiële vragen: waar komt het lijden vandaan? Wat maakt dat we bang zijn om dood te gaan? We verdenken de monotheïstische God ervan dat hij hier zelf een handje heeft geholpen door de problemen te veroorzaken waarvoor hij tegenwoordig vaak te hulp geroepen wordt.’

Het laatste deel betreft het Nieuwe Testament dat zijn speciale karakter pas echt goed kan ontvouwen tegen de achtergrond van de Hebreeuwse Bijbel. Er zijn duidelijke continuïteiten te zien, maar ook hoe de culturele evolutie in een voortdurend verrijkingsproces een verbazend wonderwerk creëerde, waarin de menselijke natuur volledig aan haar trekken komt.

Het feit dat God met Jezus van Nazareth een menselijk gezicht krijgt, speelt hierbij een wezenlijke rol. Maar daar blijft het niet bij. Van Maria tot aan de duivel, van de opstanding tot aan de Apocalyps: het Nieuwe Testament heeft veel meer achter de hand. Als een hybride religie die uiterst rijk is aan facetten zal het christendom carrière maken, maar ook tegemoet moeten komen aan de meest tegenstrijdige aanspraken.’

De auteurs stellen dat zij in essentie zeker niet uit zijn op het presenteren van een nieuwe theologische of godsdienstwetenschappelijke Bijbelinterpretatie.

Wij willen vooral laten zien wat de Bijbel verder nog allemaal te bieden heeft. We zijn er vast van overtuigd dat er een verborgen Bijbel bestaat, een die ontdekking verdient, die helpt bij het oplossen van mysterieuze vraagstukken, zoals dat van de woede van de oudtestamentische God of van het wonderlijke fenomeen dat zelfs mensen die helemaal niet in God geloven zich tot Jezus aangetrokken voelen.’

UPDATE 21 03 2016 17:16 uur: VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik
http://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2016/20-maart.html

Het oerboek van de mens | Kai Michel, Carel van Schaik | Uitgeverij Balans | 448 pagina’s | februari 2016 | ISBN: 9789460030475 (e-book, € 9,99) | 9789460030468 (paperback, € 27,50)

Zie:
Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans)
Dagboek van de mensheid (Elsevier – € 0,29 via Blendle)

Beeld: De zondvloed, Jeroen Bosch (ca. 1450–1516) – collectie.boijmans.nl

Update: Zondag NPO 1 20 maart 11.20 uur VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik over Het oerboek van de mens.

Wetenschap en creationisme kruisen de degens

crocoduck (2)

Hans Degens, universitair hoofddocent in Muscle Cell Physiology aan Manchester Metropolitan University, antwoordt op Geloof & Wetenschap op Het fundament en het faillissement van het creationisme van Dirk van der Wulp, student master wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen. De student schreef dit omdat het debat tussen aanhangers en tegenstanders van de evolutietheorie weer oplaait.

Het artikel van zijn hand luidt: Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar? Hij laat weten dat creationisten de Bijbel inderdaad zien als onfeilbare openbaringsbron en noemt dat toepasbaar op alle christenen.

Creationisten zijn er inderdaad van overtuigd dat Genesis 1 een creatio ex nihilo laat zien en geen geleidelijke ontwikkeling van het leven. (…) In weerwil van de wetenschap, maar door Goddelijke openbaring (Mattheus 16:15-17), geloven wij in de maagdelijke geboorte en wederopstanding van Jezus. ’

In weerwil van de wetenschap’. Dan zou je zeggen discussie gesloten, want het gaat hier om Goddelijke openbaring. Daar is geen wetenschap tegen gewassen. Degens verwijst vervolgens naar een radicaal citaat dat door atheïsten als wapen in de handen kan vallen.

Die Christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het Christelijk geloof te vernietigen!’

Vernietigen zelfs. Alsof je IS hoort. (Citaat uit: A. J. Mattill in Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2(Spring), p. 17, 1982.) Heftig. Degens citeert ook Lewontin, New York Review of Books, 1997. Ook niet mis. Het geeft op een andere manier te denken. Evolutionisten, aldus Degens, erkennen een tunnelvisie te hebben:

‘…wij zijn gedwongen door onze a priori acceptatie van materialistische oorzaken, een apparaat van onderzoek en een serie concepten te creëren, die een materialistische uitleg tot gevolg hebben, ongeacht hoe contra-intuïtief of raadselachtig het is voor de niet ingewijde. Inderdaad, dat materialisme is absoluut, want we kunnen geen goddelijke voet binnen de deur laten.’

Tja, dan wordt het openbaring versus materialisme. Oftewel creationisme versus wetenschap. Dat levert niet veel op en dat zie je ook als je het debat volgt. Waar leidt het toe? Van der Wulp zei al in zijn artikel:

Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme. Ook is dan het de vraag of creationisme, gezien haar bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Er hiermee is de cirkel rond. Toch is het boeiend om de (uitgebreide) discussie te volgen. Wat je ervan kunt leren is dat de wetenschap geen toereikend antwoord lijkt te hebben op het geloof in God en dat diehard gelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap (nog?) niet echt hard kunnen maken. En dan zijn er nog de weerleggingen van argumenten – plus de kritiek daar weer op – van zowel de evolutietheorie als het creationisme.

Misschien moet iedereen maar Het geheime dagboek van topnerd Tycho van Cees Dekker en Corien Oranje lezen? Om het oplaaien mee neer te laten slaan? Kinderboeken zijn soms zo verhelderend.

Zie:
* Het fundament en het faillissement van het creationisme
* Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar?
*
Het geheime dagboek van topnerd Tycho

Illustr: Crocoduck – Creationistische komedie: wat creationisten doen om de evolutietheorie te ontkrachten. Tijdens een televisiedebat in 2007 toonde creationist Kirk Cameron een afbeelding van de zogenaamde ‘Crocoduck‘. Dit fictieve dier moest een tussenvorm voorstellen tussen de krokodil en de eend. Aangezien er nooit een fossiele ‘Crocoduck‘ gevonden is, klopt de evolutietheorie niet. (scientias.nl) 

Creationistische bezwaren tegen de evolutietheorie

creationist.darwin.fish
Met creationisme wordt eigenlijk scheppingsmodel bedoeld, omdat het gaat om schepping. Of Bijbels model. Maar creationisme is zo ingeburgerd dat ‘scheppingmodellers’ zichzelf ook al creationisten noemen. Dat valt af te leiden als je de Dutch Creation Science (DCS) bestudeert. Net als het evolutiemodel, zo stelt DCS, als uitgangspunt heeft dat alles verklaarbaar moet zijn in dat evolutieraamwerk, is het uitgangspunt dat in het creatiemodel alles verklaarbaar moet zijn.

Dutch Creation Science is een organisatie die zich bezig houdt met het Bijbelse ontstaansmodel en een Bijbels geschiedenismodel. We zullen ons vooral richten op de vraag hoe het Bijbels ontstaansmodel kan functioneren in de wetenschap en hoe de wetenschap in overeenstemming gebracht kan worden met het ontstaans- en geschiedenismodel die ons beschreven wordt in de Bijbel. Omdat wij geloven in de onfeilbaarheid van Gods Woord, dat is ons uitgangspunt.’

Heel in het kort komt volgens DCS het creationisme neer op het volgende: de Bijbel is de betrouwbare bron, zowel historisch als spiritueel. De wereld is geschapen door de Schepper: God. De Schepper heeft Zijn daad verricht in 6 dagen. Dit gebeurde ongeveer 6000 jaar geleden. Een wereldwijde zondvloed heeft 4400 jaar geleden de beschaving na de schepping vernietigd. Na de vloed was er één taal. De spraak werd verward na de torenbouw van Babel. Vervolgens vond er verspreiding van de volkeren over de gehele aarde plaats.

Masterstudent wijsbegeerte Dirk van der Wulp schreef over het fundament en faillissement (je kan merken dat hij ook advocaat is) van het creationisme, en somde bij Geloof  & Wetenschap vijf kenmerken op van creationistische bezwaren tegen de evolutietheorie. De eerste luidt dat je aan de opvatting dat de Bijbel een onfeilbare openbaringsbron is niet mag tornen

omdat dit leidt tot een hellend vlak: wie de schepping in zes dagen uit Genesis niet als feitelijke dagen leest, zal onherroepelijk ook de opstanding van Jezus niet meer ‘letterlijk’ nemen, aldus vrijwel iedere creationist.’

Creationist_car
C
reationisten verschillen – als tweede kenmerk – over de vraag of creationisme als wetenschappelijk model voor de evolutietheorie is bedoeld of niet.  Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, zo stelt Van der Wulp, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme, dat het uitgangspunt is in de (natuur)wetenschappen.

Ook is het dan de vraag of creationisme, gezien haar Bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde Bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Als derde punt blijken creationisten (bewust of onbewust) niet altijd in staat de evolutietheorie goed weer te geven, hetgeen de discussie nogal eens vertroebelt. Zij brengen de oerknal en het ontstaan van het leven zelf ook in discussie.

De oerknal heeft echter niets te maken met de evolutietheorie, die immers de ontwikkeling van het leven verklaart. Ook het ontstaan van het leven zelf valt strikt genomen buiten de evolutietheorie en is het terrein van de abiogenese, de chemie en de aardwetenschappen.’

Editorial_cartoon_depicting_Charles_Darwin_as_an_ape_(1871)Creationisten  formuleren – als vierde punt – regelmatig specifieke kritiek op onderdelen van de evolutietheorie, zoals dateringsvraagstukken.

Deze kritiek is vaak sterk specialistisch, zonder dat het duidelijk is waarom zij mag gelden als wetenschappelijk aanvaardbare kennis, nu de kritiek vrijwel altijd is opgesteld door creationisten zonder wetenschappelijke scholing op het betreffende gebied én de gegeven antwoorden door de betreffende vakwetenschappers vrijwel altijd wordt betwist.’

Ten slotte, creationisten hebben de neiging retorische kunstgrepen in hun bijdragen toe te passen door valse tegenstellingen te creëren.

‘(‘Bijbelgetrouw óf niet-Bijbelgetrouw’, ‘christen óf evolutionist’, ‘christelijke wetenschap óf seculiere wetenschap’, etc.), relativistische of determinerende zinsneden in te voeren zonder deze los te laten op hun eigen claims (‘onze gedachten bepalen wat we zien’), of complotdenken (‘de evolutietheorie is een complot van atheïstische wetenschappers om het christendom te vernietigen’.) Hiermee kan een inhoudelijk debat retorisch omzeild worden, hetgeen niet de bedoeling is.’

Het artikel van Van der Wulp gaat verder in op de evolutietheorie en Bijbelvisie, en is zowel in korte vorm hier te lezen als in de volledige versie als pdf: Het fundament en faillissement van het creationisme.

Stef Heerema, een jonge aarde creationist, gespecialiseerd in zoutlagen en zoutpijlers die zich verspreid over de aarde op verscheidene plaatsen onder- of aan het aardoppervlak bevinden, zal binnenkort bij Geloof & Wetenschap reageren op Van der Wulp. De medewerker van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine wil de Bijbel graag weer terugbrengen in onderwijs en wetenschap.

Cartoon: atheistcards.com

Auto: © Amy Watts Flickr.com

Darwin: “A Venerable Orang-outang”, a caricature of Charles Darwin as an ape published in The Hornet, a satirical magazine, 1871