Drewermann bevrijdt Jezus van Bijbel en kerk

Theologische literatuur en kerk gaan veelal voorbij aan theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann. Maar wereldwijd spreekt zijn werk velen juist aan door het bevrijdend karakter ervan. Die bevrijding is duidelijk te vinden in Het geheim van Jezus van Nazaret. Bedoeld voor iedereen die een heldere toegang tot de mens Jezus zoekt. ‘Geen ijzeren waarheden maar beelden die mensen uitnodigen zichzelf en elkaar in het licht van een liefhebbende God te zien’.

‘Hoe je angst door vertrouwen kunt overwinnen is voor mij de kern van de boodschap van Jezus geworden’
(Eugen Drewermann)

Oude beelden spreken een nieuwe taal
Vertaler Bert L. van der Woude (Studiekring Drewermann Nederland) verwijst in Het geheim van Jezus van Nazaret naar het boek van de Nederlandse theoloog Okke Jager (1928-1992): Oude beelden spreken een nieuwe taal. Precies wat Drewermann nastreeft, zegt Van der Woude in het Voorwoord.

‘Met zijn kennis van dieptepsychologie en van de symbolische werkelijkheid is hij een inspirerende gids, die de beelden van het geloof opnieuw weet te duiden voor onze eigen tijd.’


Eugen Drewermann tijdens presentatie van zijn nieuwe boek Alleen door vrede, 2024

Erich Fromm Prize
Eugen Drewermann (1940) heeft een internationaal lezerspubliek. In 2007 ontving hij de Erich Fromm Prize voor zijn engagement voor de vrede. Godsdienstleraar Martin Freytag van het Remigianum gymnasium van Borken (Münsterland) was erg onder de indruk toen Drewerman in 2017 voor de middelbare scholieren een lezing gaf over Jezus van Nazaret. Dat leidde tot Het geheim van Jezus van Nazaret. 180 bladzijden lang blijf je, gefascineerd door de mens Jezus, de dialoog volgen tussen Freytag en Drewermann.

‘In Het geheim van Jezus van Nazaret is Drewermann erin geslaagd om bij de kern te blijven en zijn lezers een hart onder de riem te steken. In dit boek opent hij een ruimte van barmhartigheid in een vaak genadeloze wereld.’
(flaptekst)

Natuurwetenschappen
D
rewermann vertelt dat jonge mensen opgeleid worden in de denkvorm van natuurwetenschappen die hen binnen leidt in het wereldbeeld van de natuurwetenschappen. En dat dit haaks staat op de theologische opvatting van een God die natuurwetten buiten werking kan stellen. Zoals woord voor woord in de Bijbel staat.

‘Daarin komen we een God tegen die een wereld heeft ontworpen waarin alles doelgericht en rechtstreeks ontwikkelt tot aan een bepaald punt.’

Drieëenheid
V
olgens de auteur is de Bijbel niet geïnteresseerd in objectieve informatie: ze wil ons leven duiden en vormgeven. Dat is een heel ander niveau dan het opsommen van feiten. Godsdienstleraren echter moeten de theologie van de dogma’s, gedicteerd door de kerk, aan de leerlingen doorgeven. Zònder eigen interpretatie. Drewermann noemt als voorbeeld de ‘drie personen binnen die ene godheid’.

‘Probeer dat maar eens zonder moeite in een kinderbrein te krijgen Dat valt zelfs bij volwassenen niet mee. En als het dan uiteindelijk gelukt is, houdt men niet meer over dan een spel met woorden, die de logische ongerijmdheden van de voorgeschreven dogmatiek moeten overbruggen.’

Kerkelijke geloofsleer
A
ls kind maakt Drewermann mee dat een hele schoolklas van een klassiek gymnasium weigerde het voorgeschreven godsdienstonderwijs bij te wonen.

‘Het is duidelijk: wie begint met nadenken kan niet uit de voeten met het overgeleverde systeem van de kerkelijke geloofsleer.’

Bange kerk
D
oor zijn affiniteit met de zielzorg en psychotherapie wilde de priester zielzorger worden. Dat was destijds alleen mogelijk via een voltijds theologiestudie.

‘Ik ben priester geworden, niet om de kerk als ambachtelijk instituut te dienen maar om de boodschap van Jezus door te geven. Toen dacht ik nog dat dit binnen de kerk mogelijk zou zijn en geaccepteerd zou worden. Dat dit een vergissing was en dat de kerk juist bang is voor de boodschap van Jezus wist ik toen nog niet.’

Als priester werd Eugen Drewermann geacht de zonden van mensen te veroordelen. Toen bleek dat hij dat niet kon, kwam hij in problemen met de kerk. ‘Het grondprobleem van ons mensen is angst.’
(Trouw,2023)


Bergrede

Lichtend perspectief
J
ezus is voor Drewermann geen voorbeeld maar absoluut richtinggevend. Het geeft hem grond onder de voeten en gelooft dat hij met de Bergrede gelijk heeft en zal blijven houden. Deze overtuiging vormt het leven van de priester en ook wat hij als zin ervan begrijpt.

‘Niemand heeft zulke zinnen gesproken als Jezus: Gelukkig zijn de wenenden, de weerlozen, de armen en wie omwille van de waarheid worden vervolgd. Niemand heeft de mensen zo bij de hand genomen, en hen zelfs uit wat zij hebben misdaan, en uit hun vertwijfeling tot zichzelf teruggevoerd. Niemand heeft de mensen zo aangemoedigd om in hun eigen waardigheid te geloven tegen alle pogingen in om hen te vernederen.
Omdat dit zo is, is Jezus bij het lezen van de ochtendkrant de enige hoop, het enige lichtend perspectief en de wezenlijke grond om aan de dag te beginnen en tot in het absurde door te gaan.’  

‘Zachtjes over God’
D
e auteur bevrijdt de boodschap van Jezus van de dogmatische kerkelijke hiërarchie en Bijbel. In de mate waarin wij bij de oorspronkelijke woorden van Jezus proberen te komen, komt hij ons tegemoet, vertelt Drewermann. ‘Zelfs onder theologen zijn er maar weinigen die zich zo laten inspireren door Jezus van Nazaret’. Drewermann weet in heldere bewoordingen de beelden van het geloof opnieuw te duiden voor onze eigen tijd.

‘Wie zoals Drewermann over Jezus van Nazaret spreekt, moet het ook over God hebben. Hij doet dat op een poëtische manier en spreekt ‘zachtjes over God’, zoals de titel van één van zijn vele boeken luidt.’
(flaptekst)

Een gespannen verhouding
J
ezus en de kerk’ omschrijft Drewerman als een gespannen verhouding. In het diepgaande hoofdstuk hierover zegt hij dat Jezus juist niet heeft gedaan wat de gevestigde kerk tegenwoordig staande houdt: hij heeft geen instituut gevormd. Maar Jezus zou waarschijnlijk niet kunnen bestaan zonder een dragend systeem zoals de kerk. Iets of iemand moet toch doorgeven wie hij was en is? Structuur is nodig, of iets wat bemiddelt, een ‘brug tussen deze en gene zijde’.

‘Dat heeft Socrates gedaan. Van hem hebben we een belangrijk deel van de houding geleerd om Jezus zelf te interpreteren. (…) “Kerk” houdt in: Hoe iemand uiterlijk de dood ingaat, beslist niets over zijn leven. Maar hoe hij leeft, beslist alles voor God. God laat ons in de dood niet alleen. Op deze plaats sluit de cirkel zich tussen vertrouwen waarachtigheid.’

Kerk in Avondland
Als dat kerk is, dan hebben wij haar nodig, vervolgt Drewermann. Wanneer zij dat niet is en zichzelf in plaats van een middel te zijn tot doel verheft, verdient zij iedere vorm van kritiek.

De rots
Drewermann vertelt ook over de rots waarop de hele kerk is gebouwd, zoals in de koepel van de Sint Pietersbasiliek geschreven staat.

‘Alleen iemand die weet wie hij als mens is, kan de boodschap van Jezus doorgeven aan anderen. (…) Alleen zo laat de boodschap van Jezus zich overdragen. Daarop is zij gebaseerd. Dat is de rots, het fundament; al het andere is een spookbeeld en vervalsing.’

Het geheim van Jezus van Nazaret  | Eugen Drewermann | 2022 | Uitgeverij Van Warven | Paperback | blz. 180 | Vertaler Bert L. van der Woude (Studiekring Drewermann Nederland) | € 15,95 | E-book € 9,00 |‘In Het geheim van Jezus van Nazaret geeft Eugen Drewermann op een openhartige wijze inzicht in wat voor hem de essentie is van het christelijk geloof.’ (Van Warven) – In juni 2022 verscheen van Drewermann: God waar bent u?.

Eugen Drewermann (1940) ‘studeerde filosofie, theologie en psychoanalyse en werd in 1966 tot priester gewijd. Hij publiceerde meer dan tachtig boeken, trad op met de Dalai Lama en manifesteert zich nog steeds in het maatschappelijke debat in Duitsland en daarbuiten. Zijn kritiek op de autoritaire structuur en cultuur van de Rooms-Katholieke Kerk bracht hem in conflict met de hiërarchie, waarna hij in de jaren negentig werd geschorst als priester. In 2005 verliet hij, op zijn 65ste verjaardag, de kerk’. (Trouw, 2023)

Beeld: Honoré Daumier: Ecce Homo (omslagillustratie Het geheim van Jezus van Nazaret)
Beeld Eugene Drewermann: Studiekring Drewermann
Beeld Bergrede: Carl Heinrich Bloch 1834 – 1890 | ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (levenindekerk.nl)

Godsverduistering in gesprekken tussen gelovigen en ongelovigen

Theoloog en filosoof Rik Peels hoopt dat de tijd nu rijp is voor verdieping en dat er ‘gesprekken ontstaan die mensen daadwerkelijk iets brengen’. Hij wil bezielende gesprekken over ‘levensoriëntatie, of die nou religieus of seculier is’. Misschien zoiets als atheïst en filosoof Stine Jensen voorstaat: ‘Cultuuratheïsme, waar atheïstisch culturele bronnen als film of literatuur voor troost en zingeving kunnen zorgen.’ – Schijntroost. ‘De werkelijkheid van God verdwijnt,’ zegt godsdienstfilosoof Martin Buber.

‘Ik zal als gelovige beargumenteren dat we veel van atheïsten kunnen leren’
(Rik Peels)

Atheïsme
Het ‘belang van atheïsme’ stond 25 november 2024 centraal in deBalie in Amsterdam. Peels (met microfoon) vond het ‘eigenlijk fantastisch wat hier gebeurt’ in de bijeenkomst waar het essay Goddeloos van filosoof en atheïst Stine Jensen het licht zag.

Leven zonder God
Opvallend is dat in Leven zonder God (mei 2024) en Goddeloos (oktober 2024) elkaar overlappende, aanvullende teksten en verwijzingen zijn te vinden. Beide zitten vol atheïsme. In zijn Leven zonder God vraagt Peels zich af of er – los van de vraag of de atheïstische argumenten het bestaan van God weerleggen – misschien iets te leren valt van atheïsme.
De samenvatting ervan zegt onder meer: ‘Met deze rijke verkenning van doelbewust leven zonder God transformeert Rik Peels [hoogleraar Analytische en Interdisciplinaire Godsdienstfilosofie] het debat tussen atheïsten en gelovigen tot een streven naar een dieper begrip van elkaar’. Van elkaar? Mooi, en van God?

Eenzaamheid en ontheemding
‘Ook zien jongere generaties de seculiere samenleving steeds meer als leeg en verweesd, zonder een dieper, verbindend verhaal. Een maatschappij in crisis. Terwijl religies draaien om traditie, verworteling en gemeenschap, worden veel jongeren in deze tijd geplaagd door eenzaamheid en ontheemding.’
(Peels in: Leven zonder God)


‘De seculieren zijn in de meerderheid: je kunt tegenwoordig in Nederland prima opgroeien
zonder ooit een wat langer en diepgaander gesprek met een gelovige te hebben.’
(Rik Peels in Leven zonder God)

Religie
Jongere generaties weten vaak nagenoeg niets van religie, zegt Peels in Leven zonder God.

‘Zelfs niet de basics als: waar staat het woord ‘Tenach’ voor, wie schreven het Nieuwe Testament of hoe is de Koran volgens de overlevering ontstaan? In zo’n situatie zijn religieuze mensen interessant: groepjes in de marge die wellicht iets te melden hebben, iets waarvan we kunnen leren en wat ons kan inspireren.’
(Peels in: Leven zonder God)

Geloof
Peels heeft het met de basics over religiewetenschap of religiecultuur. Interessant misschien, maar dat is kennis, ratio. Dan gaat het niet over de relatie tot God, laat staan over een persoonlijke God. De sprong in het geloof,* (waarbij men de rede achter zich laat en zich overgeeft aan het idee God), krijgt geen kans als je interessant met elkaar discussieert over wie, wat, waar en wanneer schreef.

* Een term van ‘antifilosoof’ Søren Kierkegaard: de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en ook een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

‘Verdachtmaking en ontmenselijking’
In de Bijbel ontwaart Peels een ‘soort verdachtmaking en ontmenselijking’ waar hij zich ‘volstrekt niet prettig bij voelt’. Hij doelt op passages die zeggen dat ‘wie oprecht zoekt Hem daadwerkelijk zal vinden’. Nogal heftige woorden gebruikt Peels in Leven zonder God, een ontdekkingsreis naar de kern van het atheïsme. Hem echt vinden, vraagt nogal wat van jezelf. Sommige diehard kloosterlingen hebben Hem zelfs (nog) niet gevonden.

Dat alle atheïsten onoprecht zouden zijn, lijkt me niet geloofwaardig – in elk geval is dat een soort verdachtmaking en ontmenselijking waar ik me volstrekt niet prettig bij voel. Hoe komt het dan dat sommige atheïsten God niet vinden, hoewel ze in alle eerlijkheid naar Hem zoeken? Om een bevredigende oplossing voor dit uitdagende probleem te vinden, moeten we atheïsme eerst beter begrijpen.
(Rik Peels in: Leven zonder God)

 
‘Ik werd overvallen door een diep innerlijk weten dat er geen God is, en dat dit klopte.’
(Stine Jensen, in NRC)

Het recht om niet te geloven
Natuurlijk is het niks om ‘alleen maar te steggelen over het bestaan van God’, zoals Jensen het formuleert. – Steggelen om ongeloof is ook niet ‘gezellig en boeiend’. Jensen strijdt voor het recht om niet te geloven. Wil de hoogleraar Publieksfilosofie met ‘baldadig teder atheïsme’ de strijd aangaan met de dertien landen waar op niet-geloven de doodstraf staat? Gaat zij daar het recht om niet te geloven beschermen? Goddeloos zijn in Nederland is eenvoudig, in de Verenigde Arabische Emiraten zie ik haar nog niet op de barricaden staan. Atheïst zijn in deBalie kan vrijblijvend.

Gebrek aan levenskracht
De Oostenrijks-Israëlisch-joodse godsdienstfilosoof en Bijbelgeleerde Martin Buber (1878-1965) zou nu zeggen dat de god van de filosofen Peels en Jensen ‘alleen voor de rede toegankelijk is en door gebrek aan levenskracht alleen een bedenkelijk moreel surrogaat biedt voor de levende God’.

‘Uiteindelijk leidt de zo gevormde moderne ervaring tot de conclusie dat god dood is. Deze uitspraak van de wijsgeer Nietzsche staat niet op zichzelf, want Nietzsche ziet de afwezigheid van God als een gemis en zijn dood als een moord.’
(Martin Buber)

Godsverduistering
In Godsverduistering stelt Buber dat de afwezigheid van de ontmoeting met God en tussen de mensen onderling het gevolg is van het verlies van de werkelijkheid van God. God is een abstract idee of een ongrijpbaar iets geworden. – En dat is precies wat dreigt in de ‘bezielende gesprekken’ van Peels die wil streven naar een ‘dieper begrip voor elkaar’. Die bezieling zal van korte duur zijn. Eenzaamheid en ontheemding heeft meer nodig dan begrip. Volgens Buber blijft de mens dan toch ‘eenzaam achter met zijn gedachtespinsels’. Peels hoopt intussen dat het ‘atheïsme meer smoel krijgt’.


‘De verduistering van het Godslicht is geen uitdoven,
morgen reeds kan wat tussenbeide trad geweken zijn.’
(Martin Buber – hoopvol – in Godsverduistering)

Martin Buber
In Godsverduistering gaat Buber in op het werk van Nietzsche, Bergson, Heidegger, Sartre en Jung, die in hun filosofie gestalte gaven aan het door hem als Godsverduistering gekenmerkte karakter van de tijd waarin hij leefde (1878-1965).

Vooral is hierbij zijn aandacht en kritiek gericht op de tendens in hun werk om het goddelijke binnen het menselijke te trekken; allengs wordt ons zo uiteengezet hoever het moderne denken in zijn aanmatiging de religieuze werkelijkheid te kunnen beoordelen, de legitieme grenzen heeft overschreden.’
(Cover Godsverduistering, Collectie Labyrint, 1979)

Beeld: Naast de presentator (l.) zitten Rik Peels, Femke Lakerveld en Pooyan Tamini Arab. Deelnemers aan het gesprek in deBalie. (Foto: Ronald Bakker / RD)
Update 10 07 2025 / november 2025

Emanuel Rutten ‘sprong in het geloof’

Geloven in God is niet irrationeel, zegt filosoof Emanuel Rutten. Rationeel dus. Met rede. Kan het ook anders? Ja. Op een andere manier dan met redelijke argumenten kwam de filosoof zelf tot zijn geloof. Als Filosofie Magazine daarover doorvraagt, antwoordt hij ‘dat het voor de mensen interessanter is om over filosofie te lezen dan over het geloof van Emanuel Rutten’. – Toch is het interessant om te weten hoe Rutten ‘in het geloof sprong’. De Deense ‘antifilosoof’ Søren Kierkegaard zegt het zo: ‘Er is een sprong nodig (a leap of faith), waarbij men de rede achter zich laat en zich overgeeft aan het idee God’.

Voordat Rutten zijn rationele argumenten formuleerde, werd hij bevangen door ‘een Werkelijkheid die “niet de god van de filosofen en geleerden is” ’, zoals dit zo krachtig in Mystiek** is verwoord. De filosoof deed een existentiële ervaring op door de verwijzing van Augustinus naar de evangelisten uit de Bijbel. Rutten werd aangesproken door de persoon van Jezus en voelde: ‘Dit is het!’

De Griekse filosofen vinden dat de mens moet streven naar perfectie. Maar bij Augustinus las ik dat mensen imperfect, onvolledig en zondig zijn. Ik dacht: ‘Dit gaat over mij!’ Ik voelde me bevrijd, want ik wist dat ik imperfect ben. Er werd een bevrijdende weg gewezen: naar Jezus. Ik las over God Die mens werd in Zijn Zoon, Die onder ons leefde, maar Die we niet hebben aangenomen.’ 
(ER)

Geen rationele gedachte, maar een existentiële ervaring. Tot zijn verbijstering kwam de filosoof er later pas achter dat er ook heel logische, rationele argumenten zijn voor het bestaan van God.

Als wiskundige en filosoof vond ik het heel goede argumenten. Ik was bijna geïrriteerd dat ik ze zo laat ontdekte. Ik had het eerder willen weten! En dat terwijl ik al naar de kerk, Crossroads, ging. Ik vond dat de argumenten bekendheid moesten krijgen. Daarom ben ik erop gepromoveerd en heb ik er enkele nieuwe argumenten aan toegevoegd, waaronder het argument dat in de media zoveel aandacht kreeg.’
(Emanuel Rutten, in: Wat vooraf ging aan de Godsargumenten) 

Toch kan ‘de rede nooit het enige criterium zijn waarop je religie beoordeelt, omdat religie een existentiële kwestie is,’ zegt Rutten in Filosofie Magazine. ‘Existentieel denken is naast redelijk altijd ook waarderend en voelend.’

Religie is een bril waardoor je de wereld interpreteert, oftewel een wereldbeeld. Ieder mens heeft een wereldbeeld, gelovigen en niet-gelovigen. Je wereldbeeld helpt je om de werkelijkheid te begrijpen en betekenis te geven.’
(ER in Filosofie Magazine)


Søren Kierkegaard (beeld Maartje de Sonnaville)

Voor Kierkegaard bevindt God zich niet in een wereld buiten de onze. God zit ín ons dagelijks leven: we ervaren God van heel dichtbij. God is geen ding of persoon, maar een ervaring.’
(Genia Schönbaumsfeld, in ‘Geloven met hart en rede’, Filosofie Magazine)

Rutten sprong dus in eerste instantie in het geloof. En hoewel je dat volgens Kierkegaard niet doet door het volgen van alle stappen in een godsbewijs of godsargument, vond Rutten dat toch een logisch gevolg en ontwikkelde verschillende argumenten van ‘de filosofen en geleerden’. Marthe Kerwijk (Trouw) vindt dat de argumenten “iets treurigs hebben, want hoe rationeler het wordt om in het bestaan van God te geloven, des te abstracter wordt de God in kwestie, en des te minder één om van te houden. Het betreft de God van filosofen, niet de God van gelovigen”.’ Toch heeft Rutten een punt:

Door goede, rationele argumenten daarvoor te geven, kan geloof als een redelijke optie worden gezien, in plaats van te worden weggezet als dom, irrationeel en onzinnig. Voor gelovigen is het ook belangrijk dat hun geloof redelijk is. En filosofisch gezien wekt er niets zoveel verwondering op als de vraag naar de grondslag van het bestaan.’
(ER in Filosofie Magazine)

Filosoof Welmoed Vlieger formuleert het zo:

Geloof, hier dus nadrukkelijk niet begrepen als een ‘naïef vasthouden aan een ingebeelde God’ zoals zelfverklaarde atheïsten het nog wel eens willen duiden, maar als uitdrukking van een existentiële stap, een zelfverhouding die moed vraagt: ‘Als ik mij tot mijzelf verhoud, dan ontmoet ik als eindig-oneindig mens mijn grond. Dit is niet datgene wat ik zonder meer en in alle concreetheid ben, maar dat wat ik in diepste grond ben. En deze grond is het eeuwige.’
(Welmoed Vlieger, in God als diepste grond van het eigen innerlijk)


Emanuel Rutten

Ruttens Filosofische bijsluiter voor de godsargumenten lost volgens hem kort en bondig de belangrijkste misverstanden op over zijn rationele argumenten voor het bestaan van God. In een ‘overall-definitie’ ervan zei Rutten destijds dat zijn hele denkgang tot dusver vooralsnog te komen tot de volgende inclusieve karakterisering van God:

God is een noodzakelijk bestaand immaterieel persoon, ontwerper en schepper van de kosmos, het zijn zelf en als zodanig de grond van alle zijnden, de locus van objectieve morele waarden en verplichtingen, goed en rechtvaardig, transgressief, mysterium tremenda majestas et fascinans, ten diepste liefde, agape, eros en philia, geïncarneerd in Jezus van Nazareth, gekruisigd en opgestaan.’ 
(ER)

Bronnen:
* God bestaat en Herman Philipse was erbij (Goden en Mensen, 2012)
* Wat vooraf ging aan de Godsargumenten (Goden en Mensen, 2013)
* Mystiek (Hoe God werkt in de mens, Evelyn Underhill)
* De Woudkapel (Plek van bespiegeling, Bilthoven)
* Mystiek is de diepe essentie van het geloof
(Goden En Mensen, 2023)
* Filosoof Emanuel Rutten: ‘Geloven in God is niet irrationeel’
(Filosofie Magazine, interview over
Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God, Robin Atia, 26 februari 2024)
* God als diepste grond van het eigen innerlijk
(Goden En Mensen, 2014)
* Het godsargument openbaart de christelijke God (Goden En Mensen, 2014)

* Rutten beoefent intellectuele gymnastiek met het bestaan van God (Trouw, recensie Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God, Marthe Kerkwijk, 21 februari 2024)
* De filosofische bijsluiter (Emanuel Rutten, 2013)

** Mystiek (Evelyn Underhill). – Over dit spirituele boek gaf Jean-Jacques Suurmond op de Plek van Bespiegeling in Bilthoven een interactieve lezing en geeft daar nu ook workshops. Hij vertaalde en bewerkte Mystiek, dat als ondertitel draagt: Hoe God werkt in de mens. Bijzonder, inspirerend en toegankelijk geschreven. Aangevuld met de inzichten van tientallen moderne mystici. (‘Een prachtvertaling voor de moderne lezer.’ – Dr. Hein Blommestein)

** Mystiek – Hoe God werkt in de mens | Evelyn Underhill | Vertaald en bewerkt door Jean-Jacques Suurmond | Paperback met flappen | 496 blz. | 1e druk 2022 | (2e druk 2023) | € 32,99


Foto: tongerlo.org.
Beeld Kierkegaard: Maartje de Sonnaville (Filosofie Magazine)
Foto Emanuel Rutten: Patrick Post (VU Amsterdam, juli 2023)