Godsverduistering in gesprekken tussen gelovigen en ongelovigen

Theoloog en filosoof Rik Peels hoopt dat de tijd nu rijp is voor verdieping en dat er ‘gesprekken ontstaan die mensen daadwerkelijk iets brengen’. Hij wil bezielende gesprekken over ‘levensoriëntatie, of die nou religieus of seculier is’. Misschien zoiets als atheïst en filosoof Stine Jensen voorstaat: ‘Cultuuratheïsme, waar atheïstisch culturele bronnen als film of literatuur voor troost en zingeving kunnen zorgen.’ – Schijntroost. ‘De werkelijkheid van God verdwijnt,’ zegt godsdienstfilosoof Martin Buber.

‘Ik zal als gelovige beargumenteren dat we veel van atheïsten kunnen leren’
(Rik Peels)

Atheïsme
Het ‘belang van atheïsme’ stond 25 november 2024 centraal in deBalie in Amsterdam. Peels (met microfoon) vond het ‘eigenlijk fantastisch wat hier gebeurt’ in de bijeenkomst waar het essay Goddeloos van filosoof en atheïst Stine Jensen het licht zag.

Leven zonder God
Opvallend is dat in Leven zonder God (mei 2024) en Goddeloos (oktober 2024) elkaar overlappende, aanvullende teksten en verwijzingen zijn te vinden. Beide zitten vol atheïsme. In zijn Leven zonder God vraagt Peels zich af of er – los van de vraag of de atheïstische argumenten het bestaan van God weerleggen – misschien iets te leren valt van atheïsme.
De samenvatting ervan zegt onder meer: ‘Met deze rijke verkenning van doelbewust leven zonder God transformeert Rik Peels [hoogleraar Analytische en Interdisciplinaire Godsdienstfilosofie] het debat tussen atheïsten en gelovigen tot een streven naar een dieper begrip van elkaar’. Van elkaar? Mooi, en van God?

Eenzaamheid en ontheemding
‘Ook zien jongere generaties de seculiere samenleving steeds meer als leeg en verweesd, zonder een dieper, verbindend verhaal. Een maatschappij in crisis. Terwijl religies draaien om traditie, verworteling en gemeenschap, worden veel jongeren in deze tijd geplaagd door eenzaamheid en ontheemding.’
(Peels in: Leven zonder God)


‘De seculieren zijn in de meerderheid: je kunt tegenwoordig in Nederland prima opgroeien
zonder ooit een wat langer en diepgaander gesprek met een gelovige te hebben.’
(Rik Peels in Leven zonder God)

Religie
Jongere generaties weten vaak nagenoeg niets van religie, zegt Peels in Leven zonder God.

‘Zelfs niet de basics als: waar staat het woord ‘Tenach’ voor, wie schreven het Nieuwe Testament of hoe is de Koran volgens de overlevering ontstaan? In zo’n situatie zijn religieuze mensen interessant: groepjes in de marge die wellicht iets te melden hebben, iets waarvan we kunnen leren en wat ons kan inspireren.’
(Peels in: Leven zonder God)

Geloof
Peels heeft het met de basics over religiewetenschap of religiecultuur. Interessant misschien, maar dat is kennis, ratio. Dan gaat het niet over de relatie tot God, laat staan over een persoonlijke God. De sprong in het geloof,* (waarbij men de rede achter zich laat en zich overgeeft aan het idee God), krijgt geen kans als je interessant met elkaar discussieert over wie, wat, waar en wanneer schreef.

* Een term van ‘antifilosoof’ Søren Kierkegaard: de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en ook een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

‘Verdachtmaking en ontmenselijking’
In de Bijbel ontwaart Peels een ‘soort verdachtmaking en ontmenselijking’ waar hij zich ‘volstrekt niet prettig bij voelt’. Hij doelt op passages die zeggen dat ‘wie oprecht zoekt Hem daadwerkelijk zal vinden’. Nogal heftige woorden gebruikt Peels in Leven zonder God, een ontdekkingsreis naar de kern van het atheïsme. Hem echt vinden, vraagt nogal wat van jezelf. Sommige diehard kloosterlingen hebben Hem zelfs (nog) niet gevonden.

Dat alle atheïsten onoprecht zouden zijn, lijkt me niet geloofwaardig – in elk geval is dat een soort verdachtmaking en ontmenselijking waar ik me volstrekt niet prettig bij voel. Hoe komt het dan dat sommige atheïsten God niet vinden, hoewel ze in alle eerlijkheid naar Hem zoeken? Om een bevredigende oplossing voor dit uitdagende probleem te vinden, moeten we atheïsme eerst beter begrijpen.
(Rik Peels in: Leven zonder God)

 
‘Ik werd overvallen door een diep innerlijk weten dat er geen God is, en dat dit klopte.’
(Stine Jensen, in NRC)

Het recht om niet te geloven
Natuurlijk is het niks om ‘alleen maar te steggelen over het bestaan van God’, zoals Jensen het formuleert. – Steggelen om ongeloof is ook niet ‘gezellig en boeiend’. Jensen strijdt voor het recht om niet te geloven. Wil de hoogleraar Publieksfilosofie met ‘baldadig teder atheïsme’ de strijd aangaan met de dertien landen waar op niet-geloven de doodstraf staat? Gaat zij daar het recht om niet te geloven beschermen? Goddeloos zijn in Nederland is eenvoudig, in de Verenigde Arabische Emiraten zie ik haar nog niet op de barricaden staan. Atheïst zijn in deBalie kan vrijblijvend.

Gebrek aan levenskracht
De Oostenrijks-Israëlisch-joodse godsdienstfilosoof en Bijbelgeleerde Martin Buber (1878-1965) zou nu zeggen dat de god van de filosofen Peels en Jensen ‘alleen voor de rede toegankelijk is en door gebrek aan levenskracht alleen een bedenkelijk moreel surrogaat biedt voor de levende God’.

‘Uiteindelijk leidt de zo gevormde moderne ervaring tot de conclusie dat god dood is. Deze uitspraak van de wijsgeer Nietzsche staat niet op zichzelf, want Nietzsche ziet de afwezigheid van God als een gemis en zijn dood als een moord.’
(Martin Buber)

Godsverduistering
In Godsverduistering stelt Buber dat de afwezigheid van de ontmoeting met God en tussen de mensen onderling het gevolg is van het verlies van de werkelijkheid van God. God is een abstract idee of een ongrijpbaar iets geworden. – En dat is precies wat dreigt in de ‘bezielende gesprekken’ van Peels die wil streven naar een ‘dieper begrip voor elkaar’. Die bezieling zal van korte duur zijn. Eenzaamheid en ontheemding heeft meer nodig dan begrip. Volgens Buber blijft de mens dan toch ‘eenzaam achter met zijn gedachtespinsels’. Peels hoopt intussen dat het ‘atheïsme meer smoel krijgt’.


‘De verduistering van het Godslicht is geen uitdoven,
morgen reeds kan wat tussenbeide trad geweken zijn.’
(Martin Buber – hoopvol – in Godsverduistering)

Martin Buber
In Godsverduistering gaat Buber in op het werk van Nietzsche, Bergson, Heidegger, Sartre en Jung, die in hun filosofie gestalte gaven aan het door hem als Godsverduistering gekenmerkte karakter van de tijd waarin hij leefde (1878-1965).

Vooral is hierbij zijn aandacht en kritiek gericht op de tendens in hun werk om het goddelijke binnen het menselijke te trekken; allengs wordt ons zo uiteengezet hoever het moderne denken in zijn aanmatiging de religieuze werkelijkheid te kunnen beoordelen, de legitieme grenzen heeft overschreden.’
(Cover Godsverduistering, Collectie Labyrint, 1979)

Beeld: Naast de presentator (l.) zitten Rik Peels, Femke Lakerveld en Pooyan Tamini Arab. Deelnemers aan het gesprek in deBalie. (Foto: Ronald Bakker / RD)
Update 10 07 2025 / november 2025

Emanuel Rutten ‘sprong in het geloof’

Geloven in God is niet irrationeel, zegt filosoof Emanuel Rutten. Rationeel dus. Met rede. Kan het ook anders? Ja. Op een andere manier dan met redelijke argumenten kwam de filosoof zelf tot zijn geloof. Als Filosofie Magazine daarover doorvraagt, antwoordt hij ‘dat het voor de mensen interessanter is om over filosofie te lezen dan over het geloof van Emanuel Rutten’. – Toch is het interessant om te weten hoe Rutten ‘in het geloof sprong’. De Deense ‘antifilosoof’ Søren Kierkegaard zegt het zo: ‘Er is een sprong nodig (a leap of faith), waarbij men de rede achter zich laat en zich overgeeft aan het idee God’.

Voordat Rutten zijn rationele argumenten formuleerde, werd hij bevangen door ‘een Werkelijkheid die “niet de god van de filosofen en geleerden is” ’, zoals dit zo krachtig in Mystiek** is verwoord. De filosoof deed een existentiële ervaring op door de verwijzing van Augustinus naar de evangelisten uit de Bijbel. Rutten werd aangesproken door de persoon van Jezus en voelde: ‘Dit is het!’

De Griekse filosofen vinden dat de mens moet streven naar perfectie. Maar bij Augustinus las ik dat mensen imperfect, onvolledig en zondig zijn. Ik dacht: ‘Dit gaat over mij!’ Ik voelde me bevrijd, want ik wist dat ik imperfect ben. Er werd een bevrijdende weg gewezen: naar Jezus. Ik las over God Die mens werd in Zijn Zoon, Die onder ons leefde, maar Die we niet hebben aangenomen.’ 
(ER)

Geen rationele gedachte, maar een existentiële ervaring. Tot zijn verbijstering kwam de filosoof er later pas achter dat er ook heel logische, rationele argumenten zijn voor het bestaan van God.

Als wiskundige en filosoof vond ik het heel goede argumenten. Ik was bijna geïrriteerd dat ik ze zo laat ontdekte. Ik had het eerder willen weten! En dat terwijl ik al naar de kerk, Crossroads, ging. Ik vond dat de argumenten bekendheid moesten krijgen. Daarom ben ik erop gepromoveerd en heb ik er enkele nieuwe argumenten aan toegevoegd, waaronder het argument dat in de media zoveel aandacht kreeg.’
(Emanuel Rutten, in: Wat vooraf ging aan de Godsargumenten) 

Toch kan ‘de rede nooit het enige criterium zijn waarop je religie beoordeelt, omdat religie een existentiële kwestie is,’ zegt Rutten in Filosofie Magazine. ‘Existentieel denken is naast redelijk altijd ook waarderend en voelend.’

Religie is een bril waardoor je de wereld interpreteert, oftewel een wereldbeeld. Ieder mens heeft een wereldbeeld, gelovigen en niet-gelovigen. Je wereldbeeld helpt je om de werkelijkheid te begrijpen en betekenis te geven.’
(ER in Filosofie Magazine)


Søren Kierkegaard (beeld Maartje de Sonnaville)

Voor Kierkegaard bevindt God zich niet in een wereld buiten de onze. God zit ín ons dagelijks leven: we ervaren God van heel dichtbij. God is geen ding of persoon, maar een ervaring.’
(Genia Schönbaumsfeld, in ‘Geloven met hart en rede’, Filosofie Magazine)

Rutten sprong dus in eerste instantie in het geloof. En hoewel je dat volgens Kierkegaard niet doet door het volgen van alle stappen in een godsbewijs of godsargument, vond Rutten dat toch een logisch gevolg en ontwikkelde verschillende argumenten van ‘de filosofen en geleerden’. Marthe Kerwijk (Trouw) vindt dat de argumenten “iets treurigs hebben, want hoe rationeler het wordt om in het bestaan van God te geloven, des te abstracter wordt de God in kwestie, en des te minder één om van te houden. Het betreft de God van filosofen, niet de God van gelovigen”.’ Toch heeft Rutten een punt:

Door goede, rationele argumenten daarvoor te geven, kan geloof als een redelijke optie worden gezien, in plaats van te worden weggezet als dom, irrationeel en onzinnig. Voor gelovigen is het ook belangrijk dat hun geloof redelijk is. En filosofisch gezien wekt er niets zoveel verwondering op als de vraag naar de grondslag van het bestaan.’
(ER in Filosofie Magazine)

Filosoof Welmoed Vlieger formuleert het zo:

Geloof, hier dus nadrukkelijk niet begrepen als een ‘naïef vasthouden aan een ingebeelde God’ zoals zelfverklaarde atheïsten het nog wel eens willen duiden, maar als uitdrukking van een existentiële stap, een zelfverhouding die moed vraagt: ‘Als ik mij tot mijzelf verhoud, dan ontmoet ik als eindig-oneindig mens mijn grond. Dit is niet datgene wat ik zonder meer en in alle concreetheid ben, maar dat wat ik in diepste grond ben. En deze grond is het eeuwige.’
(Welmoed Vlieger, in God als diepste grond van het eigen innerlijk)


Emanuel Rutten

Ruttens Filosofische bijsluiter voor de godsargumenten lost volgens hem kort en bondig de belangrijkste misverstanden op over zijn rationele argumenten voor het bestaan van God. In een ‘overall-definitie’ ervan zei Rutten destijds dat zijn hele denkgang tot dusver vooralsnog te komen tot de volgende inclusieve karakterisering van God:

God is een noodzakelijk bestaand immaterieel persoon, ontwerper en schepper van de kosmos, het zijn zelf en als zodanig de grond van alle zijnden, de locus van objectieve morele waarden en verplichtingen, goed en rechtvaardig, transgressief, mysterium tremenda majestas et fascinans, ten diepste liefde, agape, eros en philia, geïncarneerd in Jezus van Nazareth, gekruisigd en opgestaan.’ 
(ER)

Bronnen:
* God bestaat en Herman Philipse was erbij (Goden en Mensen, 2012)
* Wat vooraf ging aan de Godsargumenten (Goden en Mensen, 2013)
* Mystiek (Hoe God werkt in de mens, Evelyn Underhill)
* De Woudkapel (Plek van bespiegeling, Bilthoven)
* Mystiek is de diepe essentie van het geloof
(Goden En Mensen, 2023)
* Filosoof Emanuel Rutten: ‘Geloven in God is niet irrationeel’
(Filosofie Magazine, interview over
Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God, Robin Atia, 26 februari 2024)
* God als diepste grond van het eigen innerlijk
(Goden En Mensen, 2014)
* Het godsargument openbaart de christelijke God (Goden En Mensen, 2014)

* Rutten beoefent intellectuele gymnastiek met het bestaan van God (Trouw, recensie Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God, Marthe Kerkwijk, 21 februari 2024)
* De filosofische bijsluiter (Emanuel Rutten, 2013)

** Mystiek (Evelyn Underhill). – Over dit spirituele boek gaf Jean-Jacques Suurmond op de Plek van Bespiegeling in Bilthoven een interactieve lezing en geeft daar nu ook workshops. Hij vertaalde en bewerkte Mystiek, dat als ondertitel draagt: Hoe God werkt in de mens. Bijzonder, inspirerend en toegankelijk geschreven. Aangevuld met de inzichten van tientallen moderne mystici. (‘Een prachtvertaling voor de moderne lezer.’ – Dr. Hein Blommestein)

** Mystiek – Hoe God werkt in de mens | Evelyn Underhill | Vertaald en bewerkt door Jean-Jacques Suurmond | Paperback met flappen | 496 blz. | 1e druk 2022 | (2e druk 2023) | € 32,99


Foto: tongerlo.org.
Beeld Kierkegaard: Maartje de Sonnaville (Filosofie Magazine)
Foto Emanuel Rutten: Patrick Post (VU Amsterdam, juli 2023)

‘Israël van de rivier tot de zee’

The Biblical Zionist verspreidt het Bijbelse vers From the River to the Sea, Where God said Your Land will be momenteel op het wereldwijde web. Veel joden in Israël, en ook Nederlandse kerken, vinden dat alle Palestijnen uit heel Israël moeten verdwijnen. Deuteronomium 11:24 plaatsen zij naar 2023: ‘Elk stuk grond dat u zult betreden is voor u. Uw gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de rivier de Eufraat tot aan de zee in het westen’. Ooit, zo interpreteren zij dit vers, sloot de God van Abraham een eeuwig verbond met Israël: God zou ‘al het land’ beloven. Genesis 15 en Psalmen 105 worden ook uitgelegd als ‘bewijs’.

‘Het meest voorkomende onderwerp van profetie in de hele Bijbel is het beloofde herstel van de natie Israël in deze laatste dagen’
(The Biblical Zionist)

The Biblical Zionist
D
e tekst van het vers From the River to the Sea, Where God said Your Land will be publiceert Petra van de Wetering op X. Zij verwijst ermee naar Facebook waarop The Biblical Zionist actief is. Het in de Bijbel beschreven Beloofde Land zou grotendeels samenvallen met het grondgebied van de huidige staat Israël plus de Palestijnse gebieden (de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever), de Golanhoogten en aangrenzende delen van Syrië en Jordanië.

Celebration Church
V
oorganger pastor Sebastiaan van Wessem van de joodse Celebration Church in Huizen ondersteunt die visie ook actief op X. Van Wessem is ‘global leader’ van het wereldwijde team van de KNGDM Alliantie dat ‘het goede nieuws over het Koninkrijk over de hele wereld predikt, zodat alle naties het zullen horen; en dan komt het einde’.
– Volgens ds. Ernst Leeftink is dat allemaal ‘foute retoriek en is Israël in het Oude Testament niet de staat Israël‘.

Christenen voor Israël
‘Het lijkt mij daarom ongepast om Bijbelteksten over Israël uit het Oude Testament toe te passen  op steun aan de staat en de Joodse burgers van Israël vandaag. Dan krijg je van die vreemde toepassingen zoals ‘Christenen voor Israël’ dat je een Psalm over persoonlijke geloofsvervolging uit het jaar 1000 vóór Christus gaat toepassen op de politieke situatie in Israël anno 2023.’ 
(Leeftink, cvandaag)

Het Sinaïtische Verbond
V
an de Wetering en Van Wessem staan kritiekloos achter Israël en baseren dat op interpretaties uit de Bijbel. Hiermee doelen zij op het nauwe verband tussen de geschiedenis van het Joodse volk en zijn godsdienst, het jodendom. Joden geloven in één God die meer dan 4000 jaar geleden een speciaal verbond sloot met hun voorvader Abraham. Ze waren Gods uitverkoren volk en ze beloofden aan zijn wetten te gehoorzamen.
In een van die wetten staat de verplichting, vermeldt in het Sinaïtische Verbond, dat Israël zich moet houden aan Gods regels. Zoals onder meer dat ‘de niet-Israëliet’ beschermd moet worden.


(The Biblical Zionist)

Vreemdelingen moeten worden beschermd’
O
p X bevestigt Van Wessem dat het ‘Sinaï Verbond voorwaarden stelt’: ‘Maar het verbond met Abraham was eenzijdig. God beloofde al het land (Gen. 15) ongeacht hun gehoorzaamheid’.  – Toch stelt het verbond dat ‘ongehoorzaamheid tot vloek’ kan leiden.

‘De Israëlieten horen nu bij God, daarom moeten ze leven als Gods volk. Dit betreft in de eerste plaats hun relatie met God zelf: Israël mag alleen God dienen, geen andere goden (Exodus 20:3; Deuteronomium 6:4-5). In de tweede plaats heeft het betrekking op de omgang van de Israëlieten met elkaar: sociale gerechtigheid moet centraal staan; armen, vreemdelingen en onderdrukten moeten worden beschermd (Exodus 22:21).
Israëls bestaan is afhankelijk van zijn trouw aan het verbond. Gehoorzaamheid aan Gods geboden leidt volgens Deuteronomium 28 tot zegen, ongehoorzaamheid tot vloek.’


Abraham reis van Ur naar Kanaän

‘De niet-Israëliet die bij u woont’
D
e Belgische docent Jodendom en Filosofie Dennis Baert (Universiteit Antwerpen) komt tot eveneens tot die conclusie na fenomenologisch onderzoek in de Thora.

‘God heeft met zijn volk Israël een verbond gesloten dat bestaat in het opvolgen van zijn wetten en dat als doel het universele heil van de gehele mensheid beoogt. Om dat doel te kunnen vervullen, belooft God een bepaald stuk land, Kanaän ofwel het land van Israël.
Die belofte is echter geen carte blanche. Ze geldt maar zolang Gods wetten in acht worden gehouden en het beloofde land zo wordt gebruikt dat het de universele heilsmissie dient waartoe het is gegeven [cf. Genesis 12:3b]. Dit laatste impliceert o.a. de gelijke behandeling van eenieder en gastvrijheid voor de vreemdeling [de niet-Israëliet die bij u woont, Numeri 15:16].
(Dennis Baert, Universiteit Antwerpen)

Oorlog tussen Hamas en Netanyahu
V
an Wessem en Van de Wetering vinden alles goed wat Israël doet. Zij kijken niet verder dan hùn interpretatie van de Bijbel en denken niet in oplossingen voor de ellende waar Israël en Palestijnen al sinds 1948 in verkeren. Zij staren zich blind op wat – in hun visie – de Bijbel voor heeft met Israël. En nu is het sinds 7 oktober oorlog tussen Hamas en Netanyahu.


En Hamas zegt hetzelfde… Zie: De strijd om het Nieuwe Jeruzalem

De Ongelooflijke Podcast
H
et is weldadig om na de Bijbelexegeses te luisteren naar het realistische en evenwichtige geluid in De Ongelooflijke Podcast (#168, 23 november 2023). Schrijver en antropoloog Joris Luyendijk, gespecialiseerd in de Arabische en islamitische wereld, kijkt daarin als ex-correspondent naar Israël en Hamas. De journalist vertelt wat Harald Doornbos, als ‘geharde oorlogsverslaggever’, onder meer op X plaatste:

Internationaal Gerechtshof
‘Als Israël na 7 oktober had gezegd: Dit is allemaal zeer ernstig, maar we slaan niet terug. In plaats daarvan roepen we al onze bondgenoten op om maximale druk uit te oefenen op alle leiders van Hamas; om ze uit te leveren aan het Internationaal Gerechtshof. Er moet een andere autoriteit komen in Gaza die ook al deze mensen van Hamas uitlevert die hiervoor verantwoordelijk zijn. Er komt een grote rechtszaak, de gijzelaars moeten vrij. Vervolgens komt er een politiek proces.”
(Luyendijk in De Ongelooflijke Podcast)

Netanyahu voert profetie van Jesaja uit
O
p 25 oktober sprak Netanyahu het Israëlische volk toe: samen zullen we vechten en samen zullen we overwinnen.

‘Onze oorlog tegen Hamas is een test voor de hele mensheid. Het is een strijd tussen de as Iran-Hezbollah-Hamas van het kwaad en de krachten van vrijheid en vooruitgang. Licht zal duisternis verslaan. Met vereende kracht, met een diep geloof dat we een gerechtvaardigde strijd voeren en dat Israël eeuwig zal bestaan, zullen we de profetie van Jesaja 60:18 realiseren: “Van geweld in je land wordt niets meer vernomen, noch van verwoesting en rampspoed binnen uw grenzen. Je zult je muren Redding noemen en je poorten Roem.” Samen zullen we vechten en samen zullen we overwinnen.’
(Uit link naar Allisraelsnews – Leeftink in cvandaag)

Tweestatenoplossing onmogelijk maken
I
n de podcast vervolgt Luyendijk dat iedereen helaas nee zegt, want ‘in het Midden-Oosten moet ook worden vergolden’. “En dat is precies de ‘logica’ voor de situatie waarin we nu zijn. Wat hier zo pijnlijk aan is,” aldus Luyendijk, “is dat Doornbos’ idee had kunnen werken als Netanyahu zo’n politiek proces had gewild. Maar het punt is dat Netanyahu altijd is gekozen op de belofte de tweestatenoplossing onmogelijk te maken. ‘We hebben gewoon een heel sterk land nodig,’ luidt het verweer van Netanyahu die stelt dat hij ook de Westelijke Jordaanoever moet hebben om Israël te kunnen verdedigen: ‘We worden omringd door 200 – 300 miljoen mensen en kunnen geen risico lopen in een vredesproces.’
– Daartegenover staan mensen die zeggen: “Het risico van geen vrede is nog groter.”

Beeld From The River: The Biblical Zionist
Beeld: bijbelspanorama.nl
Beeld Abrahams reis: József Molnár  (1821-1899)  Hongaarse Nationale Galerij. (wikimedia commons)
Beeld Palestine: Pinterest
Update 19-06-2025: (Lay-out, links)

Vrijmetselarij is bouwvak in geestelijke zin

INTERVIEW – De symbolische werkwijze van de vrijmetselarij is ooit afgeleid van het middeleeuwse kerkenbouw. Naar het voorbeeld van de vroegere kathedralenbouwers beoefenen vrijmetselaars nu het bouwvak in geestelijke zin. Om meer te weten over die ‘geestelijke zin’, klop ik aan bij vrijmetselaar Gé Beaufort voor een interview. Hij heeft niets geheimzinnigs over zich, komt niet over als iemand uit een sekte, zoals sommigen over de vrijmetselarij denken. Gewoon, een vriendelijke man met een zachtaardige blik die mij uitnodigend welkom heet.

‘Symbolen kunnen je helpen om je te verbinden met
het gehele complexe verhaal van mens-zijn’
(Gé Beaufort)

is weg- en waterbouwkundige die ook na zijn pensionering actief betrokken is bij de waterveiligheid in Nederland. Daarnaast werkt hij aan zichzelf, om daardoor ook weer zijn steentje bij te kunnen dragen aan de samenleving. Na een studie psychosynthese werkt hij nu verder aan zichzelf als vrijmetselaar. Zeventig jaar is hij als de vrijmetselarij op zijn pad komt. Samen met zijn vrouw Marina, die mee wil luisteren, zitten we aan een kleine tafel die direct uitnodigt tot gesprek. 

Wat is vrijmetselarij?
: “Vrijmetselarij is een wereldomspannende verbinding tussen mensen, en ik zit in een mannenvrijmetselarij. Het idee dat je deel uitmaakt van een broederschap dat de wereld omspant, is een aantrekkelijke en inspirerende gedachte. Vrijmetselaren noemen elkaar dan ook broeder of zuster. Toen ik ‘aanklopte aan de poort van de loge’ voelde ik al in het eerste contact dat ik daar ja ging zeggen tegen dingen waarvan je niet weet wat het gaat brengen – en dat is als ja zeggen tegen het leven zelf natuurlijk.”

Marina zegt eerst wat bedenkingen te hebben als Gé zich bij de broederschap wil aansluiten.
“Als Gé bij zo’n club gaat, psychosynthese of vrijmetselarij, dan werkt hij aan zijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Omdat vrijmetselarij een mannengemeenschap is, was ik bang dat hij zich zou gaan ontwikkelen in een richting waaraan ik geen deel kan hebben en Gé van mij afdrijft. Dat beeld blijkt gelukkig niet te kloppen.” – Het tegendeel gebeurt, want Marina raakt betrokken. Niet als vrijmetselaar maar bij de zorg voor de bibliotheek, het opknappen en verzorgen van het logegebouw èn bij de broeders zelf.


Bibliotheek

Mijn contact met de vrijmetselarij ontstaat door een uitnodiging van Gé om een bijeenkomst bij te wonen. Direct valt op hoe vrij de leden over zichzelf praten, dat er zorgvuldig vragen worden gesteld, open en uitnodigend. En alles wat binnen bijeenkomsten gezegd wordt blijft onder de roos. Die hangt fraai geschilderd boven de vergaderplaats. ‘Onder de roos’ betekent dat er niets naar buiten gaat: alles wat er gebeurt en wordt gezegd, blijft besloten binnen de muren.
 
Bij de voorbereiding van het interview lees ik dat bij de aanneming tot leerling een kandidaat een gelofte aflegt, op wat de ‘Drie Grote Lichten’ genoemd wordt: Bijbel, passer en winkelhaak. De Bijbel wordt bij de vrijmetselaars gezien als een boek waarin universele gedachten zijn verwoord die voor alle tijden gelden en tot steun kunnen zijn bij het zoeken van een weg naar een bepaalde levenshouding. 

Gé, klopt het dat de vrijmetselarij noch een geloof, noch een religie is, en ook geen leer kent?
“Ja en nee. Alle geloven zijn welkom, maar er ligt wel een Bijbel open. En als een moslim in wil treden en vraagt of er een Koran kan liggen, dan kan dat. Lichtsymboliek maakt eveneens deel uit van de rituelen. Feit is wel dat in Nederland de meeste mensen in een christelijke cultuur opgegroeid zijn. Ook is het zo dat mensen met hun geloof vaak in aanraking komen met de mythische wereld.”


Deze plaquette werd ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de loge in 1980 geplaatst op de plek van de oprichting van Loge Ultrajectina; nu het toegangsgebouw tot de domtoren.

En iedereen kan lid worden van de vrijmetselarij?
“Ja. In het aannemingstraject wordt wel eerst gekeken of iemand bereid en in staat is kritisch naar zijn eigen denken, gedrag en handelen te kijken. In staat is tot zelfreflectie. Het bestuur van de loge beoordeelt dat. Er is eerst een gesprek met de broeder voorlichter. Daarin krijgt degene die kandidaat wil worden de opdracht een levensbeschrijving te maken en uit te leggen waarom hij bij de vrijmetselaars wil toetreden. En dan zijn er vervolggesprekken. Een en ander is ook bedoeld om teleurstellingen te voorkomen, van beide kanten.” 

Waarin vinden vrijmetselaars elkaar?
“In het samenkomen, elkaar vrijlaten, en als individu binnen die gemeenschap je eigen leerweg te kunnen gaan. Je komt binnen als leerling en een jaar daarna word je bevorderd tot gezel, en weer een jaar later tot meester.’

Hoe gaat die weg naar ‘meester’ bij de vrijmetselarij?

“Het is zo dat bij de bevordering van leerling tot gezel leerlingen niet aanwezig mogen zijn, omdat die dat nog zelf moeten ondergaan. De gang van zaken wordt zo geheim gehouden. Zo zijn er bij meester worden geen gezellen en leerlingen bij. Je bent dan wel meester, maar blijft altijd leerling, én gezel, én meester. Het is belangrijk dat iedereen uiteindelijk zichzelf als leerling blijft zien, anders kan je niet doorgroeien.”

De leerling ondergaat het inwijdingsritueel waar iedereen bij is, in de voltallige loge. De leerling is dan de hoofdpersoon.  
“Het inwijdingsritueel interpreteer ik als een soort van hergeboorte. De rituelen vinden plaats in de tempel, ook wel werkplaats genoemd, boven in het gebouw. Rituelen zijn de inwijding, de bevorderingen tot gezel en meester. Een ander ritueel is de rouwloge als een broeder van onze loge is overleden. En de jaar-hoogtepunten: het ‘Zomer Sint Jan’ en het ‘Winter Sint Jan’.”


De tempel of werkplaats

“Het gebruik van symbolen bij de rituelen ligt vast. Toch heb ik iedere keer als ik weer eenzelfde ritueel meemaak een andere waarneming, en nieuwe beleving. Ik denk dat dat komt omdat ik zelf steeds weer anders ben en hetzelfde dus anders waarneem. Ik veronderstel dat daarin mijn groei zit en te voelen is.”

“Symboliek is in de vrijmetselarij, maar ook in de kunst en het schrijven eigenlijk een ondergewaardeerd begrip. Iets waarvan je denkt ‘hoe kan dat nou’? Iets wat een werkzaamheid heeft waar je niets van begrijpt, behalve dan dat het je iets doet. Het gaat vooral ook om meer mens te worden. Soms zeggen we ‘om een beter mens’ te worden, maar het gaat om ‘méér mens’ worden. Symbolen kunnen je helpen om je te verbinden met het gehele complexe verhaal van mens-zijn.”

In het verhaal van mens-zijn is ‘de broederschap heel belangrijk’, vult Marina aan:
“Broeders zorgen voor elkaar. Een demente broeder wordt geholpen als hij alleen woont. Er wordt ook aan de vrouwen van de broeders gedacht. Zieke broeders worden eveneens geholpen als zij dat willen. De broeders zijn sociaal met elkaar bezig.”

Aan de Bijbel ontleent de vrijmetselarij ook elementen die een belangrijke rol spelen in haar symbolen en rituelen, zoals de bouw van de tempel in Jeruzalem door koning Salomo.
Gé:
“Een van de belangrijkste symbolen is dat we met z’n allen werken aan de tot ritueel gemaakte Tempel van Salomo. Salomo wordt beschouwd als de wijze tempelbouwer.”

Als vrijmetselaar werk je aan je ‘eigen ruwe steen’, zegt Gé. Hij doet dat ook letterlijk, werkt met steen, bakt intrigerende kleiwerken, waarin hij ook zijn innerlijk legt en er zijn verhaal bij uitdrukt. Bij ‘steen’ moet ik denken aan de tijd van de kathedralenbouw en bouwgilden.

“Opdat je eigen steen past in de kathedraal. Dat is de symboliek. Je steen past in de wereldwijde broederschap.” 

 
Alles blijft onder de roos

En zo blijkt de vrijmetselarij geen wereldvreemde organisatie, maar juist een wereldwijde broederschap, waarin dus ook ‘zusters’ (de ‘weefsters’) actief zijn. Vrijmetselaars, die juist door aan zichzelf te werken er voor de wereld zijn: ze zijn er voor elkaar èn voor de samenleving. Allround ‘bouwvakkers’ die de wereld mede vorm geven.
Foto Gé Beaufort: © Bart van den Dikkenberg, redacteur van het Reformatorisch Dagblad (RD)
Andere foto’s: © 2017-2021 © Stichting Logegebouw Utrecht
Info: Vrijmetselaars in Utrecht – Open avond, gastlezing, kennismaken met Loge Ultrajectina, de oudste loge van de stad, sinds 1830.

Tip!Lezing ‘Freemasonry and Kabbalah: Cultural Exchange in Esoteric Art’ door Peter Lanchidi | Embassy of the Free Mind, Amsterdam: 7 december 2023 19.30 – 21:00 uur | Tickets: € 15 – Zoom (live stream) € 12,50 | Student € 8,50 | Taal: Engels | Peter Lanchidi is hoofddocent aan het Instituut voor Kunstgeschiedenis aan de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE) in Boedapest. Zijn proefschrift over de vrijmetselaars-kabbalistische kunst van David Rosenberg, een rabbijn van de vrijmetselaars, won de scriptieprijs van de European Society for the Study of Western Esotericism (ESSWE). Met een achtergrond in kunstgeschiedenis en esthetiek (BA) uit Boedapest en in Joodse studies (MA) uit Stockholm en Heidelberg, richt zijn onderzoek zich op het raakvlak tussen Vrijmetselarij en Kabbala in beeldmateriaal in de negentiende eeuw en de historische en culturele contexten ervan.