Kleingeestig hoofdredactioneel commentaar Reformatorisch Dagblad

thinkers_cartoon

In een hoofdredactioneel commentaar stelt het Reformatorisch Dagblad – naar aanleiding van een initiatiefwet van D’66 – dat ‘onze hele bevolking gedwongen wordt hetzelfde te denken over het seksuele gedrag’. Wel vindt de redactie het goed dat een leerkracht voor de klas zegt dat de Bijbel een homohuwelijk verbiedt. Moet iedereen hetzelfde als de Bijbel geloven?

‘Waar het om gaat, is of scholen de vrijheid mogen hebben om van hun medewerkers te vragen in leer en leven de levensvisie uit te dragen die de school voorstaat. Leerlingen verwachten dat ook. Het kan toch niet zo zijn dat een leerkracht voor de klas beweert dat de Bijbel een homohuwelijk verbiedt en een opmerkzaam kind de vinger opsteekt en zegt: „Maar meester, u bent toch ook getrouwd met uw vriend?” Elke opvoeder weet dat dit bij kinderen grote verwarring oproept.’ (RD)

Zo’n leerkracht dient zich didactisch bij te laten scholen zodat hij opmerkzame kinderen een adequaat antwoord kan geven. Hij kan bijvoorbeeld zeggen dat er mensen zijn die volgens de Bijbel willen leven en daarom een homohuwelijk afkeuren. Maar dat er anderen zijn die niet volgens de Bijbel willen leven – of deze minder orthodox uitleggen – en een homohuwelijk goedkeuren. Dat is pas èchte vrijheid van godsdienst: uitleggen dat mensen verschillend kunnen denken over godsdienst, of niet in God geloven.

‘Er zijn evenzeer voorbeelden dat homo’s zich op bijvoorbeeld reformatorische scholen veilig voelen.’ (RD)

rd2
Bovenstaande zin komt ook van de hoofdredactie. Het bestaat niet dat een homo zich op een reformatorische school veilig kan voelen. Stel dat zijn vriend hem spontaan komt ophalen uit school en hem als begroeting omhelst of een kus geeft? Hij wordt op staande voet ontslagen. Hij moet dus huichelen in naam van God. Zijn collega’s zullen hem bovendien hooguit gedogen, maar nimmer accepteren als zij werkelijk de orthodox-Bijbelse visie onderschrijven. De situatie op zo’n school is bovenmatig huichelachtig. Jezus houdt niet van huichelaars.

Zo’n leraar kan natuurlijk nooit zichzelf zijn op zo’n orthodox-Bijbelse school, laat staan dat hij zich veilig kan voelen: hij zal immers juist en voortdurend het onvrije van godsdienst ervaren.

‘Natuurlijk zal een aantal indieners zeggen dat je dergelijke standpunten op grond van de Bijbel helemaal niet meer mag verkondigen. Maar dat betekent dan dat zij niet alleen de vrijheid van onderwijs inperken maar ook die van godsdienst. Laten ze dat dan tenminste eerlijk zeggen.’ (RD)

Iedereen mag uiteraard altijd standpunten op grond van de Bijbel verkondigen. Maar laten we inzien dat er ook andere standpunten zijn. En die mogen, moeten zelfs, eveneens aan de orde komen, wil je kinderen niet indoctrineren. Als je lesgeeft op school, verkondig je zeer vele standpunten. Die staan soms haaks op elkaar. Er is in de wereld meer dan de Bijbel. Of mogen orthodox-Bijbelse kinderen dat niet weten en moeten zij wereldvreemd opgevoed worden? Dan beperk je ook nog de vrijheid van onderwijs.

Zie: Commentaar: Initiatiefwet D66 tast vrijheid van godsdienst aan
Illustr: kijk-op-actua.blogspot.com

‘God is groter dan Koran of Bijbel’

Belluno Vatikan Karol Wojtyla Pope John Paul II kisses the Koran of Islam_Johannes  8_32
‘Dus vinden we Gods geest per definitie ook in anderen.’ Dit zegt Enis Odaci, oprichter van de islamitische denktank Humanislam. ‘Humanislam staat voor humanisme in de islam. De mens vormt voor mij het begin-, middel- en eindpunt van de godsdienst. Ik geloof in iets goddelijks. Iets goddelijks kan leiden tot humaan handelen. Ik wil nadenken over het geloof in dienst van de samenleving. Dat is voor mij de waarde van het geloof.’

Moslim Odaci vindt de boodschap van Bin Laden nergens in de Koran. Dat wist hij natuurlijk al, maar toch is hij de Koran beter gaan lezen na de dag dat twee vliegtuigen met moslimterroristen zich in de Twin Towers boorden. Na die dag moest hij ook antwoord geven op vragen over zijn geloof. 

‘Wat Odaci betreft gaat de discussie tussen gelovigen en ongelovigen, en tussen gelovigen onderling, niet om het verdedigen van de waarheid en geloofsdogma’s. ‘Ik wil weten van jou als christen, waarom het geloof zin geeft aan jouw leven. Ik wil ook weten hoe niet-gelovigen zin geven aan hun leven. Op mijn beurt wil ik ook vertellen wat het geloof voor mij betekent. Doe je dat, dan kom je erachter dat we het allebei hebben over vrede en rechtvaardigheid, over universele waarden. Alleen op die manier komen we uit het verstikkende wij-zij-denken.’ 

Volgens Trouw – waarin genoemd interview (8 oktober jl.) staat en ook te vinden is bij Koetsveld & Odaci – laat Enis Odaci (foto: K&O) zich niet graag in het keurslijf van geloofsdogma’s dwingen. Dat helpt hem als hij met wantrouwen ontvangen wordt in kerken waar hij over de islam vertelt.

moslim-zonder-lange-tenen1‘Enis zegt: ‘Hoe sla je een brug tussen mensen met verschillende opvattingen? Daarmee houd ik mij bezig. Als je alleen zegt – dit geloof ik, punt – dan blijf je bij dogma’s, bij waarheidsclaims. Dan is het niet zo vreemd dat je er samen niet uitkomt.’ 

Volgens Odaci moeten handen en voeten geven aan de grondgedachte dat er één Geest is die ons allemaal het leven inblaast. Ik zeg min of meer hetzelfde: er is één God die de bron is van alles.

‘Dat maakt dat de mensen in hun diverse geestelijke en lichamelijke uitdossingen op een existentiële manier met elkaar verbonden zijn. God is echt groter dan Koran of Bijbel, dus we vinden Gods geest per definitie ook in anderen.’ 

Zie: Moslim zonder lange tenen

Foto: Paus Joannes Paulus II kust de Koran, 14 mei 1999. (state-union.us)

De Bijbel? Het Wilhelmus nemen we ook niet letterlijk

bijbelflickrcom

‘Als het Nederlands elftal voor de finale tegen Spanje zingt ‘de koning van Hispanje heb ik altijd geëerd’, dan vraagt niemand zich af of ze dat letterlijk menen. De functie van die tekst – verbondenheid uitdrukken – valt niet samen met wat er woordelijk staat. Voor de Bijbel geldt hetzelfde.’ Dat zegt Bijbelwetenschapper Arie Zwiep in een interview met journalist Anton de Wit, in Volzin.

‘Want er staan natuurlijk allerlei dingen in die Bijbel waar je als lezer moeite mee kunt hebben. Geweldteksten bijvoorbeeld vind ik echt een probleem. De kinderhoofden die tegen de rotsen worden stukgeslagen, de gruwelijke verkrachtingsscènes, hele volkeren die weggevaagd worden. En het is niet eens zo dat het enkel mensen zijn die elkaar de gruwelijkste dingen aandoen… Nee, het wordt ook nog eens toegeschreven aan God zelf. Voor een gelovige is dat een probleem. Hoe moet je je aan zo’n God toevertrouwen?’ 

Volgens Zwiep heeft men eeuwenlang gezegd dat het uitroeien van hele volkeren voor het afrekenen met de zonde staat. Maar daarmee hebben ze de tekst onschadelijk gemaakt: ‘Dat vind ik allemaal veel te gemakkelijk’. Volgens Volzin bewandelt Bijbelwetenschapper Arie Zwiep de gulden middenweg. Fundamentalisten doen geen recht aan de lezers van de Bijbel en vrijzinnigen doen geen recht aan het boek.

‘Het is belangrijk je te realiseren dat de mensen daar beschreven worden zoals ze zijn, met al hun gewelddadigheid en doortraptheid. In dat opzicht is de Bijbel een boek uit het leven gegrepen, het verbloemt de rauwe werkelijkheid niet, het geeft geen rooskleurig beeld van wie wij als mensen zijn. Maar dat is niet het enige wat er staat. Er wordt ook nog beschreven dat er een uitweg is, dat er heil is, dat we de situatie kunnen veranderen. Dat is een rode draad in de Bijbel, waar we ook oog voor moeten hebben: uiteindelijk gaat het in de Bijbel om goed nieuws. En dan kunnen we met recht zeggen: de ene passage – bijvoorbeeld de Bergrede – is belangrijker dan de andere. Het is net als met het eten van vis: de vis moet je eten, de graten moet je laten liggen.’ 

Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Israël of van het christendom van de eerste eeuw, kun je beter een geschiedenisboek lezen, vindt Zwiep.

‘Je leest de Bijbel omdat die iets met zingeving te maken heeft, met God, met hoe jij zelf in het leven staat en wat werkelijk belangrijk is. Of om überhaupt iets te begrijpen van de wereld nu. En misschien zelfs om die wereld een beetje beter te maken… Overal om je heen zie je trouwens nog Bijbelse sporen: in onze taal, onze rechtsspraak, onze politiek. Als je het journaal kijkt moet je eens gaan turven hoeveel Bijbelse uitdrukkingen er gebruikt worden. Je kunt de Bijbel niet wegdenken uit onze cultuur.’  

Zie: ‘Er bestaat geen definitieve uitleg’  (Volzin)

Foto flickr.com: Stilleven met Bijbel, Vincent van Gogh (1885) Centraal in dit werk plaatste Van Gogh de lijvige Statenbijbel van zijn kort daarvoor overleden vader, die als dominee een streng christelijk leven leidde. Daarnaast zette hij de eigentijdse, realistische roman La joie de vivre van de Franse schrijver Emile Zola, als een soort ‘bijbel’ van het moderne leven. Met dit contrast lijkt Van Gogh zijn kritische houding tegenover de opvattingen van zijn vader en diens generatie te illustreren.’ (Van Gogh Museum)

Arie Zwiep (2)_tcm60-103493In zijn professionele leven streeft Arie Zwiep (foto: VU) grondigheid na. Onlangs publiceerde de Bijbelwetenschapper het tweede deel van een twee vuisten dikke historische inleiding in de Bijbelse hermeneutiek, getiteld Tussen tekst en lezer. Diezelfde grondigheid brengt hij ook zijn studenten aan de Vrije Universiteit Amsterdam bij. De onderste steen moet boven bij het bestuderen en interpreteren van de Bijbel. (Volzin)