Parels van de westerse esoterie

WesterseEsoterie2

Vier cursusavonden vanaf woensdag 16 september 2020 over De verlossing van Faust; over De Grote Ingewijden; over Het Oude Egypte, bakermat van het Jonge Christendom, en over het Evangelie van Thomas, brontekst van de gnosis. Tjeu van den Berk, Bram Moerland, Jacob Slavenburg en Hein van Dongen. Vier grote kenners van de westerse esoterie in één cursus bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht. 

De verlossing van Faust
Volgens musicus en filosoof Hein van Dongen houdt, net als andere grote literaire werken, het drama Faust ons een spiegel voor – maar ook een weg naar bevrijding uit onze situatie. Over het belang van de archetypische figuur Faust schreef Jung ooit: ‘Niet Goethe schiep Faust, maar Faust schiep Goethe’. En misschien moeten we nog verder gaan: de chronisch onvoldane heer Faust schiep ook de moderne westerse mens.

De volksverhalen van de alchemist Faust, die zijn ziel aan de Duivel verkoopt, zijn waarschijnlijk in de late middeleeuwen ontstaan. Goethe (1749-1832) verwerkte deze verhalen tot een klassiek drama. Hij heeft het grootste deel van zijn leven, met al zijn inzichten in de menselijke psyche, aan het boek gewerkt. 

De Grote Ingewijden
Cultuurhistoricus Jacob Slavenburg legt het accent van het tweede college op de evolutie van de mensheid, waarbij inwijdingen altijd een belangrijke rol hebben gespeeld: er loopt een gouden draad door de mensheidsgeschiedenis van inwijdingen. Vroeger gingen deze gepaard met veel (geheime) rituelen. In deze tijd, waarin de mensheid een grote bewustzijnssprong meemaakt heeft de inwijding een heel ander karakter. Wat kan de mens vandaag doen om tot bewustzijn te komen? Is het daarvoor nodig dat je wordt ingewijd?

De titel van het college is ontleend aan een boek van Edouard Schuré, Les grands initiés (De Grote Ingewijden) uit 1889. Het behelst de biografieën van Hermes, Jezus Christus, Krishna, Mozes, Orpheus, Pythagoras, Plato en Rama. In zijn boek behandelt Schuré onder meer onderwerpen als de mysterieuze dageraad van het prehistorische Europa.

Het Oude Egypte, bakermat van het Jonge Christendom
In dit college gaat theoloog Tjeu van den Berk terug naar de bronnen van de Nijl. De mythe van Christus blijkt een geschenk van de Nijl. Niet in het orthodoxe Jeruzalem, het klassieke Athene of het wettische Rome maar in de smeltkroes van het hermetische Alexandrië ontstonden de grote mythen van het jonge christendom. Daar ontleenden een groep niet-orthodoxe joden, zij het meestal onbewust, hun identiteit aan een drie duizend jaar oude Egyptische religie.

Hebben we ons niet eens afgevraagd waar die typisch onjoodse thema’s vandaan komen in het christendom: een drie-ene godheid, een vader die een zoon voortbrengt, een kind dat uit een maagd geboren wordt, een god die mens is, sterft, afdaalt in de onderwereld en na drie dagen verrijst? Al deze archetypische symbolen kwamen niet uit het beeldloze Judea maar uit het beeldrijke Oude Egypte. De evangelist zei het al: ‘Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen.’

Evangelie van Thomas, brontekst van de gnosis
Filosoof Bram Moerland verzorgt het vierde college. Hij zegt dat het een opzienbarende vondst in 1945 was, die van een kruik vol gnostische teksten uit de eerste eeuwen. In één keer bijna vijftig tot dan onbekende manuscripten. We kennen ze nu als de Nag Hammadi-geschriften. En daaronder trok één tekst meteen de meeste aandacht, het Evangelie van Thomas. Vrijwel meteen ontstond daarover een felle strijd. Werd Thomas geschreven lang na de teksten uit het Nieuwe Testament, als een soort vervalsing? Of is het omgekeerd, en dateert Thomas van vóór de teksten in het Nieuwe Testament? Bevat Thomas misschien zelfs het oorspronkelijke boodschap van Jezus en is het Nieuwe Testament een latere verbastering daarvan?

Dat is de arena waarbinnen zich de strijd om de datering van het Thomas evangelie afspeelt. Het belang van die datering is groot. De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk heel anders dan die van het Nieuwe Testament. In Thomas wordt niet gesproken over de kruisdood van Jezus, terwijl de kruisdood van Jezus in het traditionele kerkelijke christendom de hoofdrol speelt. Het is onmiskenbaar duidelijk dat in Thomas een geheel andere visie op de betekenis van Jezus tevoorschijn komt. Wat is die andere visie op Jezus van het Thomas evangelie?

Informatie en inschrijven: Parels van westerse esoterie (16, 23, 30 september, 7 oktober 2020) 

Beeld:
Met de klok mee: Tjeu van den Berk, Bram Moerland, Jacob Slavenburg, Hein van Dongen (Compositie: PD, foto’s: AVG)

UPDATE: 08092020

Brain Uploading als menselijke verrijzenis

Brain Uploading

Verrijzen deed Jezus beter. Met lichaam en brein vol bewustzijn voorbij de cloud naar de hemel. Met Brain Uploading kom je niet verder dan de cloud. Willen je hersens daar nog iets voorstellen dan moet wel je hele lichaam mee, want zonder lichaam kan je niet denken en verlies je je bewustzijn en persoonlijkheid. Je wordt een eeuwigdurende computer die van alles kan maar zonder bewustzijn en persoonlijkheid. Zelf ben je dus digitaal dood, niet meer dan een machine. Dit rijst op als ik VN van januari 2020 lees. Brain Uploading als menselijke verrijzenis. Bijna religieus speelt futuroloog Ray Kurzwell hiermee.


Kurzweil is de profeet van de singulariteit, de filosofie die in de nabije toekomst een eindeloos snelle technologische innovatie voorziet waarin mens en machine volledig fuseren. Levenden worden onsterfelijk, de doden worden opgewekt, om te beginnen Kurzweils vader. Al jaren bewaart hij daarom in een grote loods alle documenten, foto’s en bezittingen van Kurzweil senior. Een artificiële intelligentie (AI) die de cognitieve capaciteit van mensen ver zal overstijgen, een ‘superintelligentie’, moet al ­deze analoge data inscannen om zijn vader een digitale wederopstanding te geven.’ (Trouw)


De (joods-)christelijke cultuur lijkt nog altijd van grote invloed op sommige wetenschappers. Blijkbaar willen zij uiteindelijk eeuwig leven en als God dat (nog) niet voor ze verwerkelijkt, dan proberen ze Jezus te volgen: opstijgen naar het eeuwige leven en als dat niet naar de hemel kan, dan maar in de cloud proberen. Maar verrijzen is veel meer dan simpel Brain Uploading. Cultuursocioloog Siri Beerends schrijft over Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud.

Techmiljardairs als Mark Zuckerberg en Elon Musk zijn al jaren bezig met het ontwikkelen van interfaces om onze hersenen over te zetten op een computer. Zo zouden we eeuwig kunnen voortleven. Maar wat moeten we ons voorstellen bij een digitaal bestaan zonder einde? En wát leeft er precies voort?’ (VN)

De Braziliaanse hersenwetenschapper Miguel Nicolelis koppelde brein en machine, en hersenen onderling, en laat volgens Trouw zelfs zien dat het brein de ware schepper is van het universum. De schepper!

Alles wat zich aan ons voordoet is door het brein gecreëerd, het brein is de ‘ware schepper’. Tijd en ruimte bestaan niet als zodanig, maar zijn constructen van het brein, die onze evolutie en ons overleven mogelijk hebben gemaakt.’ (Trouw)

Volgens Beerends is een van de misvattingen dat, wanneer je iemands hersenen overzet op een digitale drager, persoonlijkheid en bewustzijn automatisch meeverhuizen.

Onder invloed van technologieën als fMRI en EEG zijn we onze identiteit steeds meer gaan ophangen aan ons brein. De theorie dat wij een klompje zenuwcellen zijn met een bewustzijn dat zich in onze hersenen bevindt, wordt vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines ontkracht.’ (VN)

Filosoof en psycholoog Pim Haselager, hoofdonderzoeker bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag en universitair hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat we tegenwoordig te neurocentrisch denken:

Ik ontken niet dat het brein een rol speelt bij alles wat ik doe, maar dat geldt ook voor mijn lichaam en mijn omgeving. Zo blijkt het metabolische systeem in ons lichaam ook cognitief heel belangrijk te zijn. We moeten niet denken dat bewustzijn, geheugen, persoonlijkheid en waarneming gelokaliseerd zijn in één onderdeel van onszelf.’ (VN)

De Amerikaanse neurowetenschapper Alva Noë weidde een heel boek aan de misvatting dat bewustzijn en persoonlijkheid in onze hersenen zouden zitten. In We zijn toch geen brein? legt Noë uit dat bewustzijn iets is wat we doen in dynamische interactie met de wereld om ons heen.

Om het leven te kunnen ervaren, zijn we afhankelijk van de samenwerking tussen hersenen, lichaam en een betekenisvolle omgeving. Zonder deze verknoping kunnen we de wereld niet bewust ervaren. Waarschijnlijk blijft er dus maar een gedeelte van je over wanneer alleen je hersenen worden overgezet op een digitale drager.’ (VN)

Volgens kunstmatige intelligentie-experts zoals David Watson worden de overeenkomsten tussen mensen en zelflerende computersystemen schromelijk overdreven.

Zowel binnen als buiten zijn vakgebied worden ten onrechte menselijke eigenschappen zoals bewustzijn, intuïtie en empathie toegedicht aan computers.’ (VN)

Aan het slot van haar artikel is Beerends zeer uitgesproken:

Voor toekomstige generaties zal het een zegen zijn dat hun bewustzijn niet gekopieerd kan worden. Dan zijn ze zich in elk geval niet bewust van hun existentiële leegte wanneer ze ronddwalen in de cloud als datamelkkoe voor een handjevol techbedrijven.’ (VN)

Bronnen o.a.:
* VN:
Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud
* Trouw: De ware schepper van onze wereld? Ons brein
* Trouw: Kunstmatige intelligentie: De nieuwe God die ons onderwerpt

Foto: Kerrie Grist looks at a real human brain being displayed as part of new exhibition at the @Bristol attraction on March 8, 2011 in Bristol, England – Matt Cardy/Getty Images

Update: 14 02 2024 (Lay-out)

Kunstmatige intelligentie is ‘alsof-intelligentie’

KunstmatigeIntelligentie-BrownMantisPixabay

Waarom computers nooit zullen denken, is de titel van een recensie door Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, over De zin van denken van filosoof Markus Gabriel. Gabriel beschouwt ons intellect als een soort zintuig dat gedachten waarneemt. Het intellect produceert dus niet actief gedachten, maar neemt passief de objectief bestaande gedachten waar. Gabriel stelt dat ons intellect een soort zintuig is dat gedachten waarneemt: een noöscoop. ‘Computers zouden nooit een dergelijk zintuig kunnen ontwikkelen.’

Het misschien meest steekhoudende argument dat Gabriel inzet tegen denkende computers, vindt Veenstra, is afkomstig van de Amerikaanse filosoof John Searle.

Searle argumenteerde dat computers nooit het karakteristieke kenmerk kunnen hebben van bewustzijn: intentionaliteit. Intentionaliteit is de eigenschap dat bewustzijn altijd bewustzijn van iets is. Bewustzijn heeft dus een relationeel karakter. Ik zie de roos, ik voel hem, ik denk aan de roos. Altijd is er een relatie tussen mijn bewustzijn en iets.’

Volgens Searle projecteren wij intentionaliteit op de computer. De computer zelf gedraagt zich weliswaar alsof hij objecten herkent, maar in werkelijkheid voert de computer blind zijn mechanische/reactieve processen uit.

Hoe ingewikkeld de programma’s ook zijn, uiteindelijk bestaat ieder programma simpelweg uit enen en nullen die de computer blind verwerkt. Sterker nog, de computer weet niet eens dat het enen en nullen aan het verwerken is. Voor de computer zijn er alleen maar impulsen waar het mechanisch/blind op reageert.’

Veenstra heeft het over miljoenen minuscule schakelaars, en miljarden elektronen, die zich een wegbanen door de chips van de computer. Maar als je wilt beargumenteren dat computers kunnen denken, dan moet je ook laten zien hoe het kan dat de blinde processen van een computer gepaard gaat met bewustzijn.

Gabriel maakt middels Searles argument duidelijk dat kunstmatige intelligentie in feite een misnomer is: om misverstanden te voorkomen zou kunstmatige intelligentie beter kunnen worden omgedoopt tot ‘alsof-intelligentie’.’

De recensent stelt dat volgens Gabriel de mens een uniek dier is en blijft; als enige begaafd met een zesde zintuig dat gedachten kan waarnemen. Tot slot stelt hij dat De zin van het denken de lezer uitdaagt en hem of haar de ammunitie geeft om zelf te gaan nadenken over ons mysterieuze en ongrijpbare vermogen om na te denken.

De zin van denken | Markus Gabriel | Vertaald door Mark Wildschut | Boom, Amsterdam | 2019. ‘Dit boek is het laatste deel van een trilogie waar ook Waarom de wereld niet bestaat en Waarom we vrij zijn als we denken deel van uitmaken. Het is zo geschreven dat het zonder kennis van beide eerdere delen begrepen kan worden. Net als die voorgangers behoort het tot een genre dat zich richt tot al diegenen die graag hun gedachten laten gaan over wijsgerige thema’s. En precies om dit proces van het denken moet het hier gaan.’ (Gabriel)

Zie: Waarom computers nooit zullen denken, in iFolosofie nr 46, het filosofietijdschrift van de ISVW, oktober 2019.

Beeld: BrownMantis (Pixabay)

‘Licht, geest, creativiteit en religie horen bij elkaar’

lichtalsdeeltjeengolftweakers.net

‘Alles wat er in het heelal voor mij bestaat, bestaat in de eerste plaats als gedachten en beelden in mijn bewustzijn.’ In Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? benadert auteur Gerrit Teule – in het deel Licht en bewustzijn – geest en bewustzijn vanuit een ongebruikelijke kant, namelijk vanuit de natuurkunde en wat die met haar experimenten ons zegt over licht. Teule zegt een ‘gulden’ middenweg te bewandelen om tot inzicht te komen. Hij legt onze ‘binnenwereld’ naast die van de ‘harde’ natuurkunde. 


Ik heb het gevoeld, een aanwezigheid die mij met vreugde beroert.
Verheven gedachten, een prachtige gewaarwording,
van iets wat veel dieper samengesmolten is.
Het licht van de ondergaande zon is zijn woning
en ook de oceaan om ons heen, en de levende lucht,
en de blauwe hemel en de geest van een mens.

(William Wordsworth)


Teule heeft het over psychomaterie: een synthese van geest en stof. (Geest, ziel en bewustzijn zijn volgens hem geen ‘bovennatuurlijke verschijnselen’ en het begrip materie verandert in ‘psychomaterie’.) De auteur begint bij ‘harde’ natuurkunde en verifieerbare of falsifieerbare theorie, maar al snel komt er een toegevoegde ‘ruimtedimensie’ bij:

Een zuiver product van de geest, dat weliswaar in veel hoofden kan bestaan en bruikbaar is, maar dat toch moeilijk verifieerbaar is. Bewijsbaarheid van deze extra ruimtedimensie, de imaginaire dimensie, met waarnemingen uit de natuur is niet mogelijk, want dimensies bestaan slechts in onze geest als ‘actieve metaforen’: onze denkconstructies die de vorming van bewustzijnsbeelden begeleiden of zelfs geheel bepalen.’

Atoomfysicus en theoloog Lawrence W. Fagg concludeerde in zijn boek Elektromagnetism and the Sacred dat licht, geest, creativiteit en religie bij elkaar horen, zo vertelt Teule, die dit boek vertaalde: Op de grens van geest en stof – Elektromagnetisme en het Heilige. Hij zegt dat Jung daar nog het numineuze aan toevoegde: het ontzagwekkende, het adembenemende, het grootse.

Er bestaat een rechtstreeks verband tussen elektronische interacties en de werking van de hersencellen en ons lichaam: elk elektro-encefalogram of elektrocardiogram bewijst dat.’

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? is geen eenvoudig boek dat je ‘even leest’ maar wel in alle rust kan bestuderen om te doorgronden hoe en waarom de auteur (boeiende en bijzondere) verbanden legt tussen ‘harde wetenschap’ en gedachten van filosofen als Pierre Teilhard de Chardin, Carl Jung, en anderen. Je komt erachter dat er in de hoofden van deze denkers gedachten speelden die later door de wetenschap min of meer bevestigd worden, of althans, zeker worden verbanden zichtbaar. Zo vertelt Teule bijvoorbeeld dat van Jung gezegd wordt dat hij langs experimentele weg het bestaan van het onbewuste aantoonde, met een nauwkeurige galvanometer.

Moderne scanonderzoeken tonen inderdaad aan, dat er in onze hersenen in elektrochemische zin veel gebeurt waar we ons niet bewust van zijn. Dat kunnen we ook aanduiden met termen als voorbewuste of het onderbewuste, of we moffelen het weg als wat elektronisch gerommel in de marge (ook te verpakken in onduidelijke termen als ‘ruis’, of ‘schuim op de hersengolven’).’  

Zijn we met ons bewustzijn überhaupt in staat datzelfde bewustzijn helemaal te doorgronden, vraag Teule zich af. Met deze principiële vraag begint volgens de auteur de kennis over de extreme elektromagnetische complexiteit en breindynamiek. De auteur verwijst weer naar Fagg die stelt dat we alle elektronische interacties in de breedste zin van het woord kunnen zien als de werking van het licht. Dit maakt Teule vervolgens uitgebreid en diepgaand duidelijk in zijn boek. Door het verband wat de auteur legt tussen geest, licht en elektronen, komt hij uiteindelijk uit bij de diepste wortels van de bewustzijnsevolutie en de psychologie: het onderwerp van zijn boek.


‘Ongeveer tien jaar, tegelijk met mijn natuurkundige werk op het gebied van kernfysica aan de Katholieke Universiteit van Amerika, studeerde ik theologie aan de George Washington Universiteit. Bij de meest interessante colleges van het programma waren er twee die gingen over de teksten van christelijke mystici. In hun werk en in de geschriften van alle religies die ik bestudeerde, had licht (een elektromagnetische straling!) een speciale plaats, niet alleen als een symbool of metafoor, maar ook als een diepe, intieme ervaring van heilige aanwezigheid.’ (Lawrence W. Fagg)


Bron: Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? Deel I Licht en bewustzijn, 1. Elektronen uit licht.

Beeld: tweakers.net – Wetenschappers maken eerste snapshot van licht als golf en deeltjesstroom (2015)

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? | De evolutie van geest, ziel en bewustzijn als een natuurlijk proces; hoe moderne natuurkunde en informatica ons leiden naar een universele en diepe psychologie | ISBN 9789461533487 | Uitgeverij Aspekt B.V. | 386 pag.

Gerelateerd:
– ‘Ga heen en komt tot bewustzijn! 
– Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?

Hebbenwijeenziel (1)

Natuurkunde is alleen maar compleet als het gaat over alles wat in de natuur bestaat, dus naast al het materiële ook het geestelijke. In het boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? haalt auteur Gerrit Teule direct Pierre Teilhard de Chardin aan die al de nadruk legde op de ‘binnenkant’ van de materie, in tegenstelling tot de ‘buitenkant’, waar de klassieke natuurkunde zich mee bezighoudt. Maar ook denkbeelden van andere ‘originele denkers en eigengereide filosofen’ als Carl Jung, Roberto Assagioli en Jean Charon betrekt de auteur erbij om met de nieuwste bevindingen over informatica en fysica een samenvattende hypothese te schrijven over de relatie tussen geest en stof.

Mensen werpen Teule soms tegen dat ze hun ‘bewustzijn toch al hebben, net als hun ziel’ en vinden de natuurkunde en informatica niet nodig om het bestaan van hun ziel te bevestigen. Maar technicus Teule laat het daar niet bij daar hij zich altijd afvraagt ‘hoe iets werkt’. Dat doet hij uitgebreid in dit boek over een ‘eonische psychologie’, waarin zeer oude oosterse gedachten uit de Upanishaden en het taoïsme, en moderne kennis over elektromagnetisme hand in hand gaan.

Mijn voorstel is dus: laten we de vragen over bewustzijn, geest en ziel eens van een heel andere kant bekijken, de kant van de elektromagnetische interactie en de daarmee nauw samenhangende bewustzijnsevolutie.’

Pierre Teilhard de Chardin (1881 – 1955) tegenkomen in dit boek is dan niet zo vreemd. Deze Franse jezuïet en paleontoloog stelde zijn ideeën over bewustzijnsevolutie en bezielde stof centraal, zoals Teule memoreert. Dat geldt ook voor de andere filosofen, van wie hij korte levensbeschrijvingen weergeeft.

Het bijzondere van Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? is, dat, als je je ervoor openstelt, gaat begrijpen hoe en waarom de auteur fysica en psychologie elkaar de hand laat geven en samen verder laat gaan ‘op het pad van psychofysica en bewustzijnsevolutie, waarin basaal elektromagnetisme een cruciale rol speelt’.

Zo ontstaat er een hypothese over ‘geestdeeltjes’ (menticles), die een deeltje- en een golfkarakter bezitten en die via non-lokale interacties tijdloos informatie aan elkaar kunnen overdragen, ongeacht de afstand.’

De auteur geeft aan dat duidelijk zal worden dat dit fraaie aanknopingspunten geeft, vooral als het gaat om gedachten over hersenwerking, het gemeenschappelijke onbewuste, de relatie tussen lichaam en geest, robots en bewustzijn, synchroniciteit, archetypen en misschien zelfs paranormaal aandoende verschijnselen als telepathie, psychokinese, bijna-doodervaringen en buitenlichamelijke waarnemingen c.q. helderziendheid.


Als de geest sinds de oerknal bezig is, zoals we in de eonische theorie laten zien, en als er in de oerknal alleen maar elementaire deeltjes bestaan (voornamelijk elektronen, lichtdeeltjes en quarks), moet daar dan ergens ook de verbinding liggen tussen geest en deze vroegste materie? Met deze vraag komen we terecht bij de ‘korreligheid’ van onze geest. Bestaat er dan zoiets als ‘elementaire geestdeeltjes’?

We kunnen hier dus op een natuurkundige manier spreken over de geestelijke ‘binnenkant’ van materie, zoals Teilhard het bedoelde. Teilhard had het over de ‘atomiciteit’ van de geest en dat leidt ook vanuit zijn filosofische standpunt tot de gedachte dat de geest bestaat uit deeltjes: geestdeeltjes, die in de loop van de evolutie steeds ‘wijzer’ worden, c.q. informatie verzamelen.’
(Teule in: Bewustzijnsevolutie en Artificial Intelligence)


Teule zegt zich niet bezig te houden met ‘lege onbenulligheden’, zoals de ‘gezichtsbepalende sociale psychologie’ dat doet met zijn (veel te) sterke nadruk op gedragspsychologie en het materialistisch gedachte brein. Psychologie verwordt tot ‘feitjesmachine van losse ditjes en datjes’, zoals prof. dr. J. J. Derksen in de NRC zegt: ‘Breinobsessie leidt tot lege onzinpsychologie’.

Ik houd mij in dit boek niet bezig met ‘lege onbenulligheden’, maar richt me op fundamentele psychologie: wat is geest en hoe beïnvloeden geest en materie elkaar? Hoe evolueerden geest en bewustzijn sinds de oerknal? Wat is onze ziel en is die ziel onvergankelijk? Is onze geest iets individueels of heeft het ook iets gemeenschappelijks? En is dat gemeenschappelijke misschien wel de essentie van het mens zijn?’

Bron: Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? ‘Een fascinerend en ideaal boek om komende herfst- en zeker ook winteravonden met verwondering en bewondering naar middernacht te brengen, zo veel als de auteur tevoorschijn tovert in bijna 400 bladzijden om duidelijk te maken ‘hoe het werkt’. Er gaat een bijzondere wereld open.’ (PD)

‘Auteur Gerrit Teule (1942) was na een opleiding als werktuigbouwkundige 27 jaar werkzaam in de ICT-branche. Vanaf 1992 werkt hij als onafhankelijk schrijver, in het bijzonder op het gebied van bewustzijnsevolutie en natuurlijk elektromagnetisme in alles wat leeft en groeit.’ (Uitgeverij Aspekt)

Beeld: Anipa Baitakova – cover (detail)

Gerelateerd: ‘Ga heen en komt tot bewustzijn!’

(Wordt z
éker vervolgd in de komende herfst- en wintermaanden…)

‘Ga heen en komt tot bewustzijn!’

20190921_150409 (1)

Bewustzijn is booming. In beweging. Vanaf de Piazza San Marco in Veneza vliegen we – na twee ‘bewustzijnslezingen’ – hoger en hoger, lichtjaren diep het heelal in. Langs sterren en planeten, gigantisch ver van ons verwijderd. Frank Vermeulen van de Volkssterrenwacht Bussloo laat op indringende wijze met films en foto’s zien hoe groot de afstanden tussen planeten, sterren en sterrenstelsels zijn. Door deze immense afstanden kijken we terug naar het verleden. En het heelal dijt intussen steeds sneller uit, zo leert de roodverschuiving ons vandaag.


‘De evolutie: een theorie, een systeem of een hypothese? Volstrekt niet; veel meer dan dat: een algemene voorwaarde waarnaar voortaan alle theorieën, alle hypothesen, alle systemen zich moeten voegen, waaraan zij moeten beantwoorden, willen zij denkbaar en waar zijn. Een licht dat alle feiten bestraalt, een curve waarmee alle lijnen moeten meegaan, dat is evolutie.’
(Pierre Teilhard de Chardin, 1881 – 1955)

Elektromagnetische kracht: ‘De verzameling van elektronen en fotonen (lichtdeeltjes) die in de natuur alles vorm geeft, informatie onthoudt en communiceert.’
(‘Thinking electrons’ – Jean Emile Charon, 1920 – 1998) 


Ademloos en nog aan het bekomen van de indrukwekkende lezingen Licht en Duisternis en Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?, ondergaat de volle, maar ruime tuinzaal van Huize Het Oosten in Bilthoven, de Tien raadsels van het heelal. Perfect georganiseerd door Bres Magazine.

Geen echte duisternis
Jaap Hiddinga – studeerde kwantumnatuurkunde en chemie – vertelt met behulp van prachtige beelden, over Licht en Duisternis. De vroege mens vereerde het Licht en had angst voor de Duisternis. Als Hiddinga het heelal bestudeert, constateert hij echter dat er geen echte duisternis bestaat, in werkelijkheid is er een zee van licht. ‘De duisternis heeft nooit bestaan’. Onze menselijke blik is zeer beperkt, onze ogen zien nog geen 1% van de werkelijkheid. Hoe het onzichtbare zichtbaar te maken, is dan de vraag. Met behulp van warmtebeeld- en hyperspectrale camera’s zien we al wat meer. Je maakt dan zichtbaar wat wij ‘normaal’ niet kunnen zien.


‘Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke.’
(Carl Jung in zijn boek Aion, 1951)

‘Toen de geest het universum schiep, doordrong zijn diepste kern al het geschapene. Het is de mens, zeldzaam onder de geschapen dingen, gegeven dit te weten.’
(Brihadaranyaka-Oepanishad) (Uit een tijd eonen geleden)*


Levenskracht
Gerrit Teule
was na een opleiding als werktuigbouwkundige, 27 jaar werkzaam in de ICT-branche. Vanaf 1992 werkt hij als natuurfilosoof en schrijver, in het bijzonder op het gebied van bewustzijnsevolutie en natuurlijk elektromagnetisme in alles wat leeft en bloeit. Zijn lezing: Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? – tevens de titel van het boek dat hij schreef – gaat over inzichten in de intensieve samenwerking van geest, ziel, brein en lichaam. Teule koppelt de praktische natuurkundige theorie van de elektromagnetische kracht aan het begrip ‘levenskracht’. Deze kracht werkt in alles wat er in de natuur gebeurt: ‘elke ontluikende bloemknop, elke celdeling in een levend lichaam, elke lichtstraal vanuit het heelal: alles is gevormd door elektromagnetische kracht’. De Franse fysicus en informaticus Jean Emile Charon legde dit fundamentele verband.

Anders gezegd: de levenskracht maakt gebruik van alle mogelijkheden die de elektronische kracht te bieden heeft: ‘het ‘goddelijke scheppingswerktuig’. (Teule)

Charon stelt, aldus Teule, dat een elektron een raakpunt is tussen twee universums: een klein universum (wat hij aanduidt met ‘eon’) en het grote universum waarin wij leven.

Deze eonen/elektronen zijn ontstaan in de eerste seconde van de oerknal. Het zijn bijna letterlijk ‘spetters uit de oerknal’.’ (Teule)

20190921_145319 (1)

Anatomie van geestdeeltjes
T
eule vertelt dat ze in de eerste seconde van de oerknal zijn ontstaan, en zegt dat het denkbaar is dat de geestdeeltjes vanuit de oerknal het heelal ingestuurd werden met een doelgerichtheid: ‘Ga heen en kom tot bewustzijn’.

Bij de oerknal werden eonen alle kanten opgestuurd, niet alleen maar in de richting van de stofwolk waar zo’n tien miljard jaar later onze zon en de aarde uit voort zouden komen. Het is daarom te verwachten dat de levenskracht overal in het heelal aanwezig is en op miljarden plaatsen heeft geleid tot levende creaturen, die verder evolueren in de richting van bewust denkende wezens.’ (Teule)

‘De Upanishaden maken deel uit van de Veda´s, de oudste heilige geschriften die de mensheid kent, afkomstig uit een tijd eonen geleden toen er op aarde slechts één religie bestond, aangeduid met de ‘spraak der Goden’. (Stichting Raja-Yoga Nederland)

Bronnen:
BRES Lezingenmiddag 21 september 2019, Bilthoven
BRES Magazine voor bewustzijn in beweging, sept/okt 2019, themanummer ‘Levenskracht’, Gerrit Teule: Levenskracht en elektromagnetisme, blz. 23 – 31.

Foto’s: PD – Van twee powerpointbeelden van de presentatie door Gerrit Teule

N.B. Dit blog vertelt slechts summier over een bijzonder informatieve lezingenmiddag vol levenskracht, levensvonk en zielevonk, elektromagnetisme, levensenergie. Nogal imponerend, velen werden meegesleept door de verhalen, foto’s en resultaten van onderzoeken waarover met veel passie en kennis verteld werd. Over de ‘levenskracht, die de fijnste, meest doordringende, onzichtbare activiteit van de natuur is, die we tot nu toe kennen’.
Een volgend blog zal dieper ingaan op het boek van Gerrit Teule: Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? – de evolutie van geest, ziel en bewustzijn als een natuurlijk proces; hoe moderne natuurkunde en informatica ons leiden naar een universele en diepe psychologie.
Update 12062024 (lay-out)

 

‘Bewustzijn grootste uitdaging voor de wetenschap’

Utrecht, 31 augustus 2019 – Pim van Lommel begint zijn lezing als opening van het studiejaar van de Academie voor Geesteswetenschappen met een citaat van de Australische bewustzijnsfilosoof David Chalmers. Van hem is de uitspraak dat bewustzijn, de subjectieve ervaring van het innerlijk zelf, een van de grootste uitdagingen is voor de wetenschap.

‘Zelfs een gedetailleerde kennis van de werking van ons brein en van de neurale samenhang met bewustzijn kan niet verklaren hoe en waarom menselijke wezens een zelfbewustzijn ervaren’

Bewustzijn en hersenfunctie
260 belangstellenden luisteren vervolgens aandachtig naar de uitgebreide en voortdurend onderbouwde uitspraken van de cardioloog die over de hele wereld lezingen houdt over bijna-doodervaringen en de relatie tussen bewustzijn en hersenfunctie.

BDE is een Spirituele Transformatieve Ervaring
V
an Lommels definitie van BDE luidt: De gemelde herinnering van alle indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand met enkele specifieke en universele elementen (zoals een tunnel, licht, levensschouw, uittreding, bewuste terugkeer in het lichaam), en meestal optredend gedurende een levensbedreigende medische situatie zoals een hartstilstand, tijdens een ernstige ziekte of coma, maar ook tijdens ernstige depressie, doodsangst of meditatie, of zonder duidelijke oorzaak.


‘Ik heb een lichaam, Ik ben bewustzijn’


Significante verschillen in transformatie na BDE
M
ensen melden geen angst meer te hebben voor de dood: geloof in, of zeker weten van voortbestaan na de dood. Een nieuw levensinzicht: compassie, onvoorwaardelijke liefde en acceptatie naar jezelf, anderen en de natuur. Toegenomen waardering en zingeving van leven, en verhoogde intuïtieve gevoeligheid.

PimVanLommel31082019UtrechtAVG (1)

Pim van Lommel

Flatline
H
et tot nu toe veronderstelde, maar nooit bewezen concept dat bewustzijn en herinneringen het product zouden zijn ván en gelokaliseerd zouden zijn ín de hersenen, moet ter discussie worden gesteld, zegt Van Lommel, ‘want hoe is het anders te verklaren dat een verruimd bewustzijn, soms met waarnemingen boven het levenloze lichaam, ervaren kan worden gedurende een periode van niet-functionerende hersenen?’ Bij een hartstilstand valt de hersenfunctie immers volledig uit, zo verklaart de cardioloog. Op een EEG (‘hersenfilmpje’) is door zuurstoftekort al na gemiddeld 10 – 20 seconden een totale uitval (‘flatline’) te zien.


‘Wat je hebt, vergaat, wat je bent, leeft verder, aan ruimte en tijd voorbij’


Waakbewustzijn
H
et verdwijnen van angst voor de dood ontstaat volgens Van Lommel door het ervaren van de continuïteit van het bewustzijn. Het volledige en eindeloze bewustzijn is volgens de cardioloog opgeslagen in, en komt voort uit een non-lokale ruimte. De hersenen produceren geen bewustzijn, maar faciliteren: ze maken het ervaren van een (waak)bewustzijn mogelijk. Ons waakbewustzijn wordt via ons lichaam ervaren, maar ons eindeloze bewustzijn zetelt dus niet in ons brein.

Meer vragen dan antwoorden
O
ver de continuïteit van ons bewustzijn vertelt Van Lommel dat er nog steeds meer vragen zijn dan antwoorden, maar dat de conclusie dat de dood, net als geboorte, waarschijnlijk slechts een overgang is naar een andere staat van bewustzijn, serieus moet worden overwogen. De dood is slechts het einde van het fysieke aspect. Bewustzijn kan blijkbaar onafhankelijk van ons lichaam worden ervaren tijdens de (omkeerbare) uitval van alle hersenfuncties.


‘Ik kan zonder mijn lichaam, maar mijn lichaam kan blijkbaar niet zonder mij’


Van Lommel vat de lezing ten slotte samen met de woorden: ‘Er zijn goede redenen om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen: het kan ook los van ons lichaam ervaren worden.’

Bron: Lezing door Pim van Lommel | Eindeloos bewustzijn – lezing over een nieuw concept over de continuïteit van ons bewustzijn, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar bijna-doodervaringen | 31 augustus 2019 | Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht 

Beeld: Cover Eindeloos bewustzijn (detail)
Foto © PD: Pim van Lommel luistert aandachtig naar vragen uit de zaal.
Update 02-03-2025 (Lay-out, foto’s)

Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (2)

ToneelgroepDeAppel

Bij Pim van Lommel draait het in zijn boeken en lezingen om de rol van bewustzijn in onze samenleving en het doorbreken van het taboe rond bijna-doodervaringen. Dat taboe is in de afgelopen tien jaar veel minder geworden, zegt hij in het voorwoord Tien jaar later… van de jubileumuitgave van Eindeloos bewustzijn (2017): Hoe Eindeloos bewustzijn zijn eigen weg zocht. Hij stelt hierin dat wetenschap vragen stellen is met een open geest en het loslaten van oude concepten en ideeën. Echter, veel bewustzijnsonderzoekers vinden bewustzijn niets anders dan materie en menen dat ons bewustzijn iets zuiver persoonlijks is.

Bewustzijn komt volgens deze wetenschappers volledig voort uit de materie waaruit onze hersenen bestaan, en zo zou ons gedrag, en onze vrije wil, dus onontkoombaar alleen het gevolg van de chemische en elektrische werking van onze zenuwcellen zijn. Nieuwe ideeën, nieuwe denkwijzen worden afgewezen omdat ze niet passen in bestaande visies en denkbeelden. Of omdat ze niet aansluiten op het huidige materialistische paradigma waarmee men is opgegroeid en waarin men is opgeleid. Maar we moeten aannames durven loslaten.’ (Pim van Lommel)

Op een sceptische website werd Van Lommel agressief aangevallen, vertelt hij, maar die boosheid laat hij bij die mensen zelf. Sceptici, zo zegt hij, hebben nu eenmaal altijd gelijk, zij staan niet open voor een wetenschappelijke en open discussie:

Zij leven vanuit hun vooroordelen en hun dogma. Zoals Albert Einstein (1879 – 1955) ooit heeft gezegd: ‘Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.’ (PvL)

Op de stelling van Van Lommel (op het voorgaande blog) dat er een postmaterialistische wetenschap komt die subjectieve ervaringen includeert, reageerde wiskundige en filosoof Emanuel Rutten via Facebook met de opmerking: ‘Mooi gezegd. De filosoof David Chalmers wees hier eind jaren negentig eveneens op. Het gaat inderdaad die kant op. Materialisme als ‘wordview’ heeft zijn langste tijd gehad.’

De acceptatie onder artsen is nog altijd vrij laag, stelt Van Lommel. Ook zij leren dat alles meetbaar moet zijn, het gaat om fysiek meetbare gegevens.

Maar we kúnnen simpelweg niet alles meten. Ons bewustzijn, en de inhoud van ons bewustzijn (gedachten, gevoelens, emoties), is niet te meten, niet te objectiveren, niet te reproduceren en niet te falsificeren.’ (PvL)

Daarom pleit cardioloog Van Lommel voor een andere benadering vanuit de wetenschap waarbij ruimte is voor subjectiviteit. Die ruimte leidt bij godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes tot de uitspraak dat veel mensen bijna-doodervaringen als religie op zich behandelen en hij vindt dat het al dan niet accepteren van Van Lommels ideeën tot een sterk ‘wij-zij’ denken leidt.

Van Lommel wordt onder degenen die een BDE hebben gehad als een soort messias behandeld. Een tamelijk onzinnige en onwetenschappelijke houding, lijkt me. Het zou een leuke eigenaardigheid zijn, als zou blijken dat bewustzijn onafhankelijk van het lichaam kan bestaan.’ (Smedes)

Smedes zei in 2008 een grootschalig onderzoek naar bijna-doodervaringen af te wachten van de Universiteit van Southampton. In zijn blog kwam hij daar echter niet meer op terug. Inmiddels is het resultaat van dat onderzoek gepubliceerd in Journal Resuscitation (2014), een interdisciplinair tijdschrift voor de verspreiding van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot acute zorggeneeskunde en cardiopulmonale reanimatie.

Artsen deden met een speciale test onderzoeken of bijna-doodervaringen van patiënten echt zijn, of alleen in hun verbeelding plaatsvinden. Volgens metro.co.uk, dat erover publiceerde, blijkt leven na de dood een reëel fenomeen, een misschien niet langer uit de lucht gegrepen term, want als het over een korte periode gaat, blijkt er wel degelijk een soort leven na de dood te bestaan. Volgens wetenschappers aan de Universiteit van Southampton blijft het bewustzijn minstens nog enkele minuten intact nadat de hersenen gestopt zijn met werken.

Het is iets dat tot voor kort onmogelijk werd geacht. De dood is een onvermijdelijk gevolg van het leven, maar onderzoekers geloven nu dat het misschien niet zo zwart-wit is. In de grootste studie rond het onderwerp ooit onderzochten ze gedurende vier jaar de bijna-doodervaringen na een hartstilstand van 2.000 mensen uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Oostenrijk. Wat blijkt? 40 procent van de mensen die de hartstilstand overleefden, beschreven een soort bewustzijn nadat ze eigenlijk al klinisch dood waren.’ (metro.co.uk)

In Journal Resuscitation zegt dr. Sam Parnia, voormalig onderzoeker aan de Southampton University, die de studie leidde:

De man beschreef alles wat er in de kamer was gebeurd, maar belangrijker nog, hij hoorde twee piepgeluiden van een machine die met tussenpozen van drie minuten geluid maakt. We konden dus bepalen hoe lang de ervaringen duurden. Hij leek heel geloofwaardig en alles wat hij zei was hem overkomen, was eigenlijk ook gebeurd.’ (Journal Resuscitation)

Parnia, nu verbonden aan de State University van New York, voegt eraan toe dat anderen beschreven dat ze zich vredig voelden, of zeiden dat de tijd versnelde of vertraagde, terwijl sommigen zeiden dat ze een licht zagen. Anderen zeiden dat ze angst voelden of dat het leek dat ze verdronken of hun lichamen door diep water werden gesleept. Van de 2.060 patiënten die in de studie werden gevolgd, overleefden 330. 140 patiënten zeiden dat ze ervaringen van uit het lichaam treden hadden. Smedes heeft dit waarschijnlijk niet gelezen, en blijft blijkbaar bij zijn laconieke overtuiging – overigens wel een mooi statement – uit 2008 dat de essentie van het menselijk bestaan te vinden is in het hier-en-nu:

Want wat we na onze dood ook mogen zijn, mens zijn we dan niet meer. Elkaar menselijk behandelen kan dus alleen hier en nu…’ (Smedes)

Foto: © Serge Ligtenberg, van het toneelstuk: Ben ik al geboren? – Toneelgroep De Appel – ‘Geïnspireerd door het onverklaarbare verschijnsel van de bijna-doodervaring. Een verschijnsel dat door het recent verschenen boek Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel in het middelpunt van de belangstelling staat.’ (2008)

Zie ook: Pim van Lommel en de cloud van bewustzijn (1)

Op 31 augustus geeft Van Lommel een – voor iedereen toegankelijke – lezing bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht.

(Wordt vervolgd: deel 3: 19 augustus)

Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

‘Mijn bestaan is voor Maarten Boudry overbodig geworden’

just_confusing_evolution_god

God heeft vandaag zo veel terrein aan de wetenschap prijsgegeven dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, stelt wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de NRC. – Een bizarre these. ‘Ooit in gesprek met Boudry vertelde ik van alles over mijn leven, over mijn studie en wat ik allemaal daardoor voor de wereld betekende,’ vertelde een beroemde wetenschapper: ‘Boudry nam toen direct afscheid van mij. Ik bestond niet meer voor hem, ik was volkomen overbodig geworden nadat hij mijn kennis en kunde tot zich had genomen. Blijkbaar was ik voor hem verworden tot een soort illusie voor gevorderden, zo veel terrein had ik blijkbaar prijsgegeven.’


Nader onderzoek wees uit dat de bewegingswetten van Newton vanzelf leiden tot een stabiel zonnestelsel, zonder noodzaak voor goddelijke bijsturing. Maar dan heeft God toch zeker eerst de boel in gang gezet, om te zorgen dat alle planeten in dezelfde richting draaien? Niet nodig. Dat gaat vanzelf bij de natuurlijke vorming van een zonnestelsel uit verdwaald sterrenstof. De oorsprong van de kosmos dan? Gewoon een kwestie van zelfontsteking, weten we inmiddels. Ruimte en tijd ontstaan uit kwantumfluctuaties in een vacuüm. Onbevattelijk voor de menselijke geest, maar de fysica klopt als een bus. (…) Als je God nergens nog voor nodig hebt in de wereld, dan kan hij net zo goed niet bestaan.* (Maarten Boudry)


In De sluipmoord op God* reageert Boudry op het prijswinnend NRC-essay God bestaat, er is bewijs** door hoogleraar Geesteswetenschappen René van Woudenberg. Boudry zegt dat God zo veel terrein prijsgegeven aan de wetenschap dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, en weinig meer is dan een vergezochte logische mogelijkheid. Dat geldt zeer zeker voor deze uitspraak van Boudry. ‘Een denkfout van jewelste’, zoals de wetenschapper dacht toen hij de weglopende Boudry peinzend nakeek en uit het verhaal verdween.


Zijn er verschijnselen die verklaard kunnen worden door het bestaan van een God te postuleren, en zou die verklaring ook de beste verklaring van die verschijnselen kunnen zijn? Ik denk dat dat kan. Neem bijvoorbeeld het verschijnsel dat de fysische werkelijkheid grote orde vertoont, dat er wetmatigheden en patronen zijn, op micro-, macro- en mesoniveau. Deze wetmatigheden en patronen laten zich wiskundig en rationeel beschrijven. Maar nu kan men, nog steeds gedreven door een geest van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, de vraag stellen of er een verklaring is voor deze ordelijkheid van de fysische wereld. Waarom is de wereld ordelijk? Waarom heeft ze deze orde? De ordelijkheid van de wereld lijkt echter zelf niet wetenschappelijk verklaard te kunnen worden. Waarom niet? Omdat wetenschappelijke verklaringen die orde wel eerst moeten veronderstellen om überhaupt iets te kunnen verklaren.** (René van Woudenberg)


De Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat een beetje filosofie tot atheïsme leidt, maar grote hoeveelheden ons terug naar God brengen. Dat geldt zeker ook voor wetenschap. Boudry heeft dus nog heel wat uit te diepen. Bacon vond trouwens dat men beter helemaal geen mening over God kan hebben dan een mening die Hem onwaardig is.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Peter Russell)

De wetenschap heeft nog zeer veel te ontdekken, en weet nog weinig raad met het bewustzijn, zo stelde de Britse natuurkundige Peter Russell, die in 1996 zag dat er voor God al helemaal geen plaats was in de natuurwetenschappen. Hij dacht wel dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen bij God zal brengen.

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ (Russell)

Boudry stelt dat de mysteriën van vandaag de wetenschappelijke doorbraken van morgen zijn. Wie weet wat er ons allemaal nog voor doorbraken te wachten staan. Dat betekent niet dat wetenschap allerlei gaten zal vullen waarin God nog zit, maar dat God door diezelfde wetenschap laat zien wat Hij allemaal voor elkaar gekregen heeft. Iets zo verbazingwekkend groots, dat geen wetenschapper dat zal kunnen vatten, laat staan evenaren. Dat gat waar God in zit, is een opening, en kosmisch groot. Hij laat zich niet verjagen. God heeft nog onmeetbaar veel terrein, nog zò vol hiaten voor wetenschappers, dat Zijn bestaan noodzakelijk is, en een logische mogelijkheid.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

** ‘In het essay ‘God bestaat, er is bewijs’, dat op 13/10 in NRC stond, schrijft filosoof René van Woudenberg dat hij de hand van God ziet in de ‘grote orde’ in de natuur, met name de talloze ‘wetmatigheden en patronen’. (NRC)

Bronnen o.a.:
* De sluipmoord op God
** God bestaat, er is bewijs

Illustr: Baloocartoons.com