De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

Religies handje geholpen door een psychedelisch drankje?

Psychedelica konden religies weleens een kickstart hebben gegeven. Archeoloog en classicus Brian Muraresku wordt geïnterviewd door Wouter van Noort in het artikel Gaven psychedelica religies een kickstart? in NRC. Muraresku beschrijft in The Immortality Key een speurtocht naar psychedelische invloeden in het vroege christendom: wat als de visioenen en spirituele ideeën uit die religie een handje zijn geholpen door een psychedelisch drankje? De NRC over medicinale planten en paddenstoelen, religieuze ceremonies, communiewijn als psychedelisch brouwsel, psychedelische eucharistie, lsd en bilzekruid.

De meest invloedrijke religieuze historicus van de 20e eeuw, Huston Smith, noemde het ooit het ‘best bewaarde geheim’ in de geschiedenis. Gebruikten de oude Grieken drugs om God te vinden? En hebben de eerste christenen dezelfde, geheime traditie geërfd? Een grondige kennis van visionaire planten, kruiden en schimmels die van de ene generatie op de andere is overgegaan, sinds het stenen tijdperk?’
(Uit: Podcast over The Immortality Key door The Joe Rogan Experience)

Bezoekers van de oude Griekse tempel van Eleusis die van 1500 voor Christus tot het jaar 400 na Christus bestond, moesten een pelgrimstocht afleggen en kregen daarna een ‘magische drank’ te drinken: kykeon.

Uit historische bronnen is bekend dat dit een nogal apart drankje was. ‘Onthullende, prachtige visioenen kregen mensen die dit drankje dronken,’ zegt hij. ‘Ze kwamen in een alternatieve staat terecht die ze in onsterfelijken zou veranderen. Dus je kwam er aan als gewoon mens, en vertrok met de overtuiging dat je onsterfelijk was.’
(NRC)

Over psychedelische middelen is veel wetenschappelijk bewijs, aldus Van Noort, dat ze mensen minder bang maken voor hun eigen sterfelijkheid. Bij studies naar terminale patiënten blijkt bijvoorbeeld dat zij meetbaar minder bang zijn voor de dood na gebruik van lsd of paddo’s.

Een bekend verschijnsel tijdens een trip is bijvoorbeeld ‘ego-dood’, het ervaren dat je ego helemaal oplost in het heelal. Dat kan levensecht aanvoelen.’
(NRC)

Volgens Muraresku is er een aanwijzing dat psychedelische rituelen een grotere rol hebben gespeeld in het ontstaan van religieuze tradities dan tot nu toe algemeen wordt aangenomen. En de link met het oude Griekenland en het vroege christendom is volgens hem extra interessant, juist omdat het de ‘incubator van westerse beschaving’ was.

Het was de plek waar democratie, filosofie, theater en andere kunsten werden bedacht.’
(NRC)

Muraresku zegt niet dat religie en beschaving allemaal uitvloeisels zijn van psychedelica, dat zou volgens hem veel te ver gaan.

Er zijn allerlei andere rituelen die door de menselijke geschiedenis heen van spirituele betekenis zijn geweest.’ Van gezamenlijk zingen tot offerrituelen, meditatie, vasten, slaapdeprivatie: andere zaken die mensen in een veranderde staat van bewustzijn kunnen brengen. ‘Het lijkt er alleen wel steeds sterker op dat psychedelica óók al vele duizenden jaren in die universele spirituele gereedschapskist zitten.’
(NRC)

Zie: Gaven psychedelica religies een kickstart? (NRC, 15 april 2021)

The Immortality Key | Brian Muraresku | St. Martin’s Press | St. Martin’s Publishing Group | 29/09/2020 | ISBN: 9781250207142 | 480 pagina’s |
‘Ik ben een atheïst, ik geloof niet dat er een God is, maar toen begon ik deze liefde te voelen. Gewoon overweldigende, allesomvattende liefde.’ Er valt een lange stilte. ‘En de manier waarop ik het beschrijf, is baden in Gods liefde,’ vervolgt Dinah Bazer met krakende stem, ‘want ik vind geen andere manier om het te beschrijven. Ik voelde dat ik erbij hoorde, dat ik een deel van alles was en het recht had hier te zijn. Hoe kan ik het anders omschrijven? Misschien hoe de liefde van je moeder voelde toen je een baby was. Dit gevoel van liefde doordrenkte de hele ervaring.’
(Dinah Bazer in: The Immortality Key)


Luisteren: Podcast #1543 – Brian Muraresku & Graham Hancock The Joe Rogan Experience

Beeld: mo.be

Voor de God van Abraham toch plaats op Arabische grond

Eigenlijk was er geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis. – Rond 600 waren er al heel wat Arabische joden en Arabische christenen te vinden, van het noorden tot in het diepe zuiden. En in die tijd bracht Mohammed de Hanifiya naar Medina. Hanifiya is de godsdienst van Abraham. De ‘Haniefen’ waren aanhangers van dezelfde God als die van de Joden en christenen, maar hielden zich bewust afzijdig van die twee godsdiensten.

De Arabieren stamden af van Ismaël, de zoon van Abraham (zo stond het in de Bijbel) en dus moesten de Arabieren, als afstammelingen van Abraham, de God van Abraham vereren en wel op de manier zoals Abraham dat had gedaan – volgens hen anders dan hoe de Joden en christenen dat deden.’

Mohammed omschreef het ware geloof als ‘de milde Hanifiya’. De Koran weerspiegelt dit zoeken naar het gematigde, voor velen aanvaardbare midden. De ware religie, zoals door God geopenbaard, aldus Marcel Hulspas in zijn boek Mohammed en het ontstaan van de islam, is een combinatie van al het waardevolle uit de joodse, christelijke en Mekkaanse religieuze tradities.

Hij [Mohammed] betrok het woord Hanief uitsluitend op zichzelf, en de enige echte Hanifiya was zijn eigen boodschap. Dat blijkt overigens ook uit de Koran, waarin uitsluitend Mohammed en Abraham zo worden aangeduid.’

De Haniefen meenden dat de Arabieren ‘terug naar Abraham’ moesten. Dat betekent dat ze dezelfde God moesten vereren als de Joden en de christenen, maar ze hoefden zich daarbij niets aan te trekken van wat die twee stromingen naderhand van God opgelegd hadden gekregen of wat ze zelf hadden toegevoegd.

Dat ‘terug naar Abraham’ had een groot nadeel. Abraham had weliswaar tijdens zijn leven verschillende heiligdommen gesticht, om God ter plaatse te kunnen vereren en hem offers te brengen, maar geen van deze heiligdommen lag echter in Arabië. De klacht dat de Haniefen niet wisten hoe ze God moesten vereren betekende wellicht simpelweg: ze hadden geen Arabisch heiligdom. Er was geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis.

De Haniefen konden dus geen éigen’ Arabisch heiligdom aanwijzen. Joden, christenen en Arabieren kwamen regelmatig bijeen bij de ‘Eik van Mamre’, waar Abraham met drie engelen zou hebben gesproken, om gezamenlijk Abraham te vereren, maar die eik stond niét in Arabië.*

De Haniefen konden uiteindelijk toch een Arabisch heiligdom aanwijzen: ‘hun’ Mekka en de Kaäba waren immers gesticht door Abraham. De Kaäba (‘het gewijde Huis’), het enige echte heiligdom van God in het hart van Mekka, zou inderdaad gebouwd zijn door Abraham, of, nóg ouder: door God zelf. Dus dáár konden zij God op de juiste wijze vereren.

* De ‘Eik van Mamre’ staat in de buurt van Hebron, op de Westelijke Jordaanoever.

Bronnen:
* Wel de God maar niet die steen
(Marcel Hulspas) (Update 09.45 uur: o.a. link hersteld)
* Mohammed en het ontstaan van de islam
| Marcel Hulspas | 640 p. | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 2015 | € 19,99

Foto: Mohamed Hassan (PxHere)

De profeet en de buitenaardse wezens

2Doc – Documentairefilm VPRO – Na een vermeende ontmoeting met buitenaardse wezens wordt de Franse voormalig autoracejournalist Claude Vorilhon (1946) de grondlegger en leider van ’s werelds grootste UFO-religie: het Raëlisme. De Israëlische regisseur Yoav Shamir ontvangt een mysterieuze uitnodiging van deze moderne profeet, die inmiddels door het leven gaat als Raël. Shamir gaat erop in en daarmee begint een zoektocht naar het verschil tussen een sekte en religie.

Het verhaal van Raël en zijn ambitieuze pogingen om nieuwe gebieden te betreden op zoek naar loyale volgelingen, werpt licht op de vele thema’s en vragen die religie en geloof blootleggen. Wat is het verschil tussen een sekte en een religie?

Waarom accepteren we het Bijbelse verhaal van een man die een conversatie heeft met een brandende struik wél en hebben we moeite met het verhaal van een man die een voorspelling ontvangt van buitenaardse wezens?

Regisseur Yoav Shamir vraagt vooraanstaand godsdiensthistoricus, professor Daniel Boyarin, om zijn mentor te zijn tijdens zijn zoektocht. De reis brengt Shamir naar het huis van Raël in Okinawa, naar zijn geboorteplaats in Frankrijk, naar zijn ziekenhuis in Burkina Faso en de groeiende Raëliaanse gemeenschappen wereldwijd. 

Yoav Shamir groeide op in Israël, de geboorteplaats van enkele beroemde profeten. Op jonge leeftijd raakte hij al gefascineerd door de verhalen en wonderen van een almachtige god, engelen, hemel en hel. Later raakt hij geïntrigeerd door wat er achter de schermen van religies gebeurt. Hoe worden religies gevormd? Wat maakt een man tot een profeet? Wat is er nodig om van mensen volgers te maken? Op een dag krijgt hij een uitnodiging om eregids te worden van de Raëliaanse beweging.

Raël had het werk van Shamir gezien en wilde hem een onderscheiding overhandigen. Shamir had nog nooit van Raël gehoord, maar reist af om zijn onderscheiding op te halen. Hij krijgt een warm welkom. Raël is ervan overtuigd dat Shamir deel uitmaakt van een groter plan. Hij vertelt dat hij heeft gedroomd dat zijn verhaal zal worden verteld in een film: ‘Iets tussen Star Wars en de Bijbel en de tien geboden.’

Regie: Yoav Shamir

Zie: 2Doc: The Prophet and the Space Aliens, 6 mei, 23.30 uur bij VPRO op NPO 2

Bron: VPRO Persinformatie

Beeld: Still uit The Prophet and the Space Aliens © VPRO

‘Intelligentie speelde rol bij ontstaan leven’

Ontdekkingen in de moleculaire biologie onthullen de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven en suggereren het werk van een meesterprogrammeur. – Dit stelt wetenschapsfilosoof Stephen C. Meyer, van het Centrum voor Wetenschap en Cultuur van het Discovery Institute in Seattle, in het artikel Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God, in The Federalist, van 2 april 2021. ‘Het idee dat God het universum heeft geschapen is tegenwoordig een respectabele hypothese, meer dan ooit in de afgelopen eeuw.

Voormalig geofysicus Meyer zag eerder af van pogingen om vragen te beantwoorden over ‘wie’ het leven zou hebben ontworpen. In zijn in maart 2021 verschenen boek Return of the God Hypothesis geeft hij nu antwoord op misschien wel het ultieme mysterie van het universum. Daarbij onthult hij volgens uitgeverij Harperone ‘een verbluffende conclusie: de gegevens ondersteunen niet alleen het bestaan ​​van een of andere intelligente ontwerper, maar ook het bestaan ​​van een persoonlijke God’. 

De ontdekking van informatie – en een complex systeem voor het verzenden en verwerken van informatie – in elke levende cel, levert dus sterke gronden op om aan te nemen dat intelligentie een rol speelde bij het ontstaan ​​van het leven. Zoals informatietheoreticus Henry Quastler opmerkte, ‘komt informatie gewoonlijk voort uit bewuste activiteit’.

Meyer bestrijdt de strikt materialistische visie op de werkelijkheid, zoals dat ‘het universum precies de eigenschappen heeft die we zouden mogen verwachten als er in wezen geen ontwerp, geen doel is… niets dan blinde, meedogenloze onverschilligheid’. De wetenschapsfilosoof stelt dat drie belangrijke ontdekkingen in de afgelopen eeuw in tegenspraak zijn met de voorspellingen van wetenschappelijke atheïsten en juist in een duidelijk theïstische richting wijzen.

Ten eerste hebben kosmologen ontdekt dat het fysieke universum waarschijnlijk een begin had, in tegenstelling tot de verwachtingen van wetenschappelijke materialisten die het materiële universum al lang als eeuwig en op zichzelf bestaand hadden afgeschilderd (en daarom geen externe schepper nodig hadden).

Als tweede ontdekking noemt Meyer natuurkundigen die ontdekt hebben dat we in een soort ‘Goudlokje-universum’ leven. Hij bedoelt hiermee: precies goed.

Sinds de jaren zestig hebben natuurkundigen inderdaad vastgesteld dat de fundamentele fysische wetten en parameters van ons universum tegen alle verwachtingen in nauwkeurig zijn afgestemd om ons universum geschikt te maken voor leven.’ 

Als derde noemt Meyer ontdekkingen in de moleculaire biologie die de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven onthuld, wat volgens hem het werk van een meesterprogrammeur suggereert. Hij stelt dat we over het algemeen weten dat informatie – of deze nu in hiërogliefen is gegraveerd, in een boek is geschreven of in radiosignalen is gecodeerd – altijd afkomstig is van een intelligente bron.

Nadat James Watson en Francis Crick in 1953 de structuur van het DNA-molecuul hadden opgehelderd, ontwikkelde Crick zijn beroemde ‘sequentiehypothese’. Daarin stelde Crick dat de chemische bestanddelen in DNA functioneren als letters in een geschreven taal of digitale symbolen in een computercode.’

Meyer beargumenteert in zijn boek Return of the God Hypothesis dat recente wetenschappelijke ontdekkingen over biologische en kosmologische oorsprong beslist theïstische implicaties hebben, wat suggereert dat populaire wetenschappelijke rapporten over de dood van God misschien sterk zijn overdreven.

Zie: Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God (The Federalist)

Return of the God hypothesis | Three scientific discoveries that reveal the mind behind the universe | Stephen C. Meyer | E-book | 9780062071521 | maart 2021 | Adobe ePub | € 16,99 |
Stephen C. Meyer stelt dat theïsme – met zijn bevestiging van een transcendente, intelligente en actieve schepper – het beste het bewijs verklaart dat we hebben met betrekking tot biologische en kosmologische oorsprong.’ (Uitgeverij Harperone)

Beeld: Detail cover
Mystery of life’s origin (evolutionnews.org)

De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

De ziel is een ‘gevoelig instrument waarmee we betekenis zoeken, vinden en aflezen. Vanwege deze gevoeligheid is de ziel gemakkelijk beïnvloedbaar en soms de weg kwijt. En er zijn vele kapers op de kust om de ziel te manipuleren; we moeten oppassen voor ‘zielzuigers’.’ – Duidelijke taal van filosoof en theoloog Govert Buijs in zijn online-college Eerherstel voor de ziel. Hij zegt ook ‘dat de ziel ons is gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, en waar we goed voor moeten zorgen.’ De ziel ontsluierd, althans, herontdekt.

Prof. dr. Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, gaf een online-college met als thema Eerherstel voor de ziel. Hij schrijft een boek over dit onderwerp dat november 2021 onder dezelfde titel verschijnt.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’

Bovenstaand citaat is van redacteur Erdee Media groep, Huib de Vries, in het RD. Hij schrijft over De herontdekking van de ziel, en verwijst onder meer naar Buijs. Volgens Buijs kan je alles rationeel en materieel willen verklaren, maar laat de wijze waarop we het leven ervaren zich niet verdringen:

De afwijzing van religie ging samen met de opkomst van ideologieën als nieuwe zielsfenomenen. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de New-Agebeweging op. Nu neemt ook binnen de kerk de aandacht voor spiritualiteit weer toe. De mens hééft een innerlijk met existentiële vragen en zoekt naar zin en betekenis. Dat is voor mij het essentiële van de ziel.’

Buijs kan zich, aldus De Vries, niet vinden in de opvatting dat het ontstaan van de mens door evolutie de ziel buitenspel zet. Waar in dat evolutionaire proces de ziel ontstond, vindt hij niet relevant:

Het gaat erom dat de mens ergens in dat traject een existentiële dimensie ontwikkelde die hem bewust maakt van een Partner die hem innerlijk aanspreekt. Kennelijk is Iemand of Iets op metafysische wijze bezig geweest om voor zichzelf een partner in het leven te roepen.’

De ziel is ons gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, zegt Buijs, en we moeten er goed voor zorgen. We worden volgens de filosoof en theoloog niet alleen heen en weer getrokken door zaken van buitenaf, maar ook door innerlijke stemmen. Echter, door de gevoeligheid van de ziel zijn er veel kapers op de kust om haar te manipuleren:

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’

De Bijbel kunnen we zien als oefenboek waarmee we de ziel kunnen opporren. Buijs doelt daarmee op het herkennen van verschillende troostgestalten, zoals de liefde van anderen, de natuur, schoonheid en kunst, wendingen in ons leven of nieuwe gemeenschapsvormen. Achter deze troostgestalten zit de verborgen bron van zegen, zegt hij. Die bron is God, de altijd meereizende, troostende en corrigerende God.

In deze wereld verschijnt er een nieuwe taal: ‘vriendschap’, ‘partner’, ‘verbond’. Dit zijn allemaal zegenwoorden. Het strookt ook met een universele ervaring: de ziel groeit niet door onderdrukking, maar door de ervaring gezien, gewaardeerd en erkend te worden.’

Zie:
* Online-college Eerherstel voor de ziel (YouTube, 15 februari 2021)
*
De herontdekking van de ziel (Huib de Vries, RD, 23 maart 2021)
*
Prof. Govert Buijs: Bijbel oefenboek voor de ziel (RD, 29 januari 2021)

Eerherstel voor de ziel | Govert Buijs | November 2021 | ISBN 9789024432639 | 192 blz. | € 20,00

Beeld: Gerhard G. (Pixabay)

God als ‘de gebeurtenis’

De Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof John Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus. Hij denkt dat er iets aan de hand is in de naam van God, wat hij in navolging van de Franse filosoof Jacques Derrida ‘de gebeurtenis’ noemt. Caputo is één van de grote inspiratiebronnen van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij twitterde al lang van tevoren trots rond dat hij zijn ‘idool’ mocht interviewen. Toen verklapte hij nog niet wie dat was. Op zijn website is nu zijn complete Interview met John Caputo te vinden.

De gebeurtenis’ die plaatsvindt in de naam van God. En ik neem dat heel serieus, maar ik denk dat het mythologisch is om God ergens met een wezen te identificeren.’

In dit blog beperk ik me tot wat Caputo over God vertelt. Hij haalt dan vaak anderen aan, zoals Husserl, Tillich, Marion, Heidegger, Kierkegaard en Derrida. Voor het volledige interview verwijs ik graag naar Smedes. Hij gaat in zijn (Engelstalige) interview ook uitgebreid in op religie (het christendom) in de VS, Trump, Republikeinen en Democraten.

Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus, zegt hij zelf, en denkt dus dat het mythologisch is om God met een wezen te identificeren.

Dus nee, ik geloof niet dat er ergens een wezen is, een opperwezen, dat beantwoordt aan de naam van God. Ik denk dat dat mythologisch denken is. Maar ik denk niet dat dit het einde van de theologie is, het is het begin! Van radicale theologie.’

God wordt door Caputo ook ‘de grond van het zijn’ genoemd, zoals Tillich God beschrijft. God als wezen van zijn, zichzelf zijn. Maar we hebben geen toegang tot de diepten van het zijn, zegt Caputo. Mensen vragen hem weleens waarom hij over God blijft praten, waarom hij niet gewoon zegt wat hem bezighoudt?

Eigenlijk was hij vooral met (klassieke) filosofie bezig, maar ‘de onderliggende theologische dingen die me altijd hadden geïnteresseerd, kwamen weer naar boven’.

Maar ik heb het niet gekozen, het heeft mij gekozen.’

Caputo noemt God ook ‘de onvoorwaardelijke’, eveneens naar Tillich. Smedes vraagt hem of het uitmaakt hoe je God noemt. Als je spreekt over ‘het onvoorwaardelijke’, zo stelt Smedes, dan is dat een soort filosofisch, abstract concept, terwijl het woord ‘God’ voor veel mensen een aura van relationaliteit om zich heen heeft. Je kunt geen relatie hebben met het onvoorwaardelijke.

Als ik spreek over het onvoorwaardelijke, verwijs ik naar wat Tillich erover zegt. Hij zegt dat God het onvoorwaardelijke is, maar het onvoorwaardelijke is niet God. Dus God is een van de manieren waarop we het onvoorwaardelijke noemen, maar het onvoorwaardelijke zelf zit daar gewoon en de namen stuiteren erop.’ 

Je hebt geen naam voor wat wij het onvoorwaardelijke noemen, zegt Caputo, want zodra je een naam hebt, omschrijf je die met een bepaalde reeks voorwaarden, van toevallige, historische constructies, of ze nu literair, filosofisch, theologisch of wetenschappelijk zijn. Je bent dan begonnen het te interpreteren, het te interpreteren, wat belangrijk is.

Sommige manieren van interpreteren zijn zorgzamer, beminnelijker of liefdevoller dan andere.’

Caputo heeft het over Kierkegaard die in het Naschrift Johannes Climacus laat zeggen: ‘De naam van God is de naam van iets om te doen’. Het betekent, volgens Caputo, hoe de wereld eruit zou zien als hij geregeerd zou worden door God in plaats van door de machten en overheden. Maar, vervolgt Caputo, iets verderop: het zegt: ik praat tegen jou! Laat dit gebeuren! Het koninkrijk van God hangt af van jou, van mij.

God is een roeping die zichzelf blijft aandringen op ons, en zichzelf blijft aandringen in ons leven, en het is aan ons om die te laten bestaan.’

Zie: Interview met John Caputo (Taede Smedes, 23 maart 2021)

Beeld: Stefan Keller (Pixabay)

Nabij-de-doodverhalen blijven fascineren

Morgen verschijnt Daarna, de vertaling van After, dat twee weken eerder verscheen, geschreven door psychiater dr. Bruce Greyson, over wat nabij-de-doodervaringen onthullen over het leven en ons bewustzijn. De betere Belgische titel luidt: Hierna. De Britse nieuws- en mediawebsite The Guardian schreef er 7 maart jl. over in het artikel What do near-death experiences mean, and why do they fascinate us? Over wat er gebeurt als we sterven, en hoe we moeten kiezen om te leven. ‘Zijn dit de laatste momenten van bewustzijn? Of de beginmomenten van het hiernamaals?’

Hij kon ‘horen en zien als nooit tevoren’, herinnerde hij zich later. En ondanks dat hij onder water vastzat, voelde hij zich kalm en op zijn gemak. Hij herinnerde zich dat hij dacht dat zijn zintuigen vóór dit moment op de een of andere manier afgestompt moesten zijn, want pas nu kon hij de wereld volledig begrijpen, misschien zelfs de ware betekenis van het universum.‘

Het lijkt Greyson zeer waarschijnlijk dat de geest op de een of andere manier gescheiden is van de hersenen, en als dat waar is, kan hij misschien functioneren als de hersenen afsterven. 

Dan voegt hij eraan toe: ‘Maar als de geest er niet in de hersenen is, waar is die dan wel? En wat is het?’

Greyson is nu 74, aldus The Guardian. In de loop der jaren heeft hij honderden nabij-de-doodervaringen verzameld van mensen die, op de hoogte van zijn onderzoek, hun verhalen vrijwillig hebben aangeboden. In de jaren tachtig ontwikkelde hij een enquête, de Greyson Scale, om NDE-onderzoek te formaliseren. Die is in meer dan 20 talen vertaald en nog steeds in gebruik. Greyson presenteert zijn onderzoek in een nieuw boek, After

Wetenschap is van nature altijd werk in uitvoering. Ongedacht hoe goed gefundeerd we denken dat ons wereldbeeld is, we moeten bereid zijn om het opnieuw onder het licht te houden als er door nieuw bewijs twijfels ontstaan. Een van de vruchten van die open houding is waardering voor zaken die we niet kunnen verklaren. Het onderzoeken van dingen die bij onze vooropgezette ideeën passen, helpt ons om de finesses beter te begrijpen. Maar onderzoek naar dingen die niet bij onze vooropgezette ideeën passen, leidt vaak tot doorbraken in de wetenschap.’
(Uit: Daarna)

In The Guardian zegt de psychiater opgegroeid te zijn zonder enige spirituele achtergrond en nog steeds niet zeker weet of hij begrijpt wat ‘spiritueel’ precies wil zeggen. Nu is hij is ervan overtuigd, na 40, 50 jaar als psychiater te hebben gewerkt, dat er meer in het leven is dan alleen ons fysieke lichaam. 

Ik erken dat er een niet-fysiek deel van ons is. Is dat geestelijk? Ik weet het niet zeker. Spiritualiteit houdt meestal een zoektocht in naar iets groters dan jezelf, naar betekenis en doel in het universum. Nou, dat heb ik zeker.’

In Het geheim van Elysion is ook een artikel opgenomen van Greyson: Met de dood in de ogen. Hierin schrijft de psychiater over NDE’s, psychologische en emotionele stoornissen. Hierin vertelt hij onder meer dat hij het verrassend vond dat van degenen die bijna waren te komen overlijden en die een NDE hadden gehad, minder psychisch leed vermeldden dan zij die geen NDE hadden gehad.

Met andere woorden, het bewijsmateriaal duidt erop dat een NDE in feite enige bescherming biedt tegen psychisch lijden, nadat iemand de dood in de ogen heeft gekeken.’
(Uit: Het geheim van Elysion, blz. 152)

Zie: What do near-death experiences mean, and why do they fascinate us? (The Guardian, 7 maart 2021)

After
| Bruce Greyson | Uitgever: Transworld Publishers Ltd | ISBN 9781787634626 | 11 maart 2021 | 272 pagina’s | Hardcover € 16,99 

Daarna | Bruce Greyson | Spectrum | 304 pagina’s | Paperback € 20,99 |
‘Als arts zonder religieuze overtuiging benadert hij nabij-de-doodervaringen vanuit een wetenschappelijk perspectief. Greyson laat zien aan de hand van verhalen van zijn patiënten hoe wetenschappelijke onthullingen over het sterfproces een alternatieve theorie kunnen ondersteunen. Sterven zou de drempel kunnen zijn tussen de ene vorm van bewustzijn en de andere – geen einde maar een overgang.’ (Cover)

Hierna | Bruce Greyson | Unieboek / Het Spectrum | 288 pagina ‘s | € 20,99

Het geheim van Elysion | Uitgeverij Van Warven | Redactie: Rudolf H. Smit / Rinus van Warven | 3 september 2020 | ISBN 978 94 93175 44 0 | NUR 728 | € 32,50