Ook ‘versnelde evolutie’ doet God niet verbleken

evolutie
‘Evolutie, ook versnelde evolutie, toont op geen enkele manier aan dat er geen sprake zou zijn van een intelligente ontwerper of ‘schepping’.’ Dit stelt oud-leraar Vincent Kemme, bij Biofides, website voor de dialoog tussen biologie en geloof. Hij neemt hiermee stelling tegen een artikel in Trouw dat stelt dat biologen met de oplossing voor het Darwin Dilemma creationisten de wind uit de zeilen nemen.

‘In de eerste plaats is er een ongelukkige vergissing in de kop boven het artikel: met spreekt van ‘creationisten’ terwijl het in het artikel blijkt te gaan om de wind uit de zeilen nemen van aanhangers van ‘Intelligent Design’ (ID). Voor mij zijn dat niet dezelfde mensen.’ 

‘God is niet materieel maar pure geest, ‘buiten’ tijd en ruimte.’ Kemme behoort noch tot de groep creationisten, noch die van Intelligent Design. Die laatste groep wil ‘intelligent ontwerp’ wetenschappelijk aantonen, alsof God en zijn bestaan, zijn werkwijze, wiskundig en biologisch aan te tonen is.

‘God is de geheel Andere, die zich niet wil laten bewijzen op die manier: hij wil in vrijheid en in geloof erkend worden maar niet doordat zijn bestaan en zijn scheppende werkzaamheid ‘bewezen’ wordt. Biologen kunnen alleen zaken binnen het kader van de levende materie in tijd en ruimte aantonen. God is niet materieel maar pure geest, ‘buiten’ tijd en ruimte.’ 

Kemme stelt dat evolutie een volstrekt natuurlijk gebeuren is en dat het feit dat nu aangetoond lijkt dat de Cambrische explosie gewoon evolutie is maar dan tijdelijk vijf maal sneller dan normaal weinig aan de zaak verandert: evolutie is voor zover Kemme kan nagaan waar. Evolutie, ook versnelde evolutie, toont volgens hem op geen enkele manier aan dat er geen sprake zou zijn van een intelligente ontwerper of van ‘schepping’.

Kemme stelt dat de bevinding van de Australiërs inderdaad bepaalde groepen van mensen de wind uit te zeilen lijken te nemen: ja, mensen die er te simpele, irrationele tot bizarre gedachten op na houden over het wezen en de werkwijze van God de schepper, van een intelligente ontwerper, bij evolutie.

‘Die mensen komen we onder katholieken maar meer nog onder protestanten tegen. Trouw is vanouds een protestants dagblad en richt zich vooral tot dat publiek. In de Reformatie is mijns inziens de relatie wetenschap en geloof echter niet zo goed overdacht als in de katholieke wereld en doen zich misverstanden omtrent ‘creationisme’ en ‘ID’ meer voor dan in de katholieke wereld. In de katholieke visie helpt wetenschap gelovigen hun denken over God en schepping te verbeteren, zo goed als de theologie en christelijke filosofie wetenschappers helpt hun kijk op de mogelijkheden en beperkingen van de wetenschap te verbeteren. Zo komen we gezamenlijk dichter bij de waarheid en de waarheid is van God én wetenschappelijk verdedigbaar.’

vincentkemmeBiofides is een initiatief van Vincent Kemme, een Nederlandse oud-leraar biologie in België. Na zijn ommekeer tijdens zijn studie in Nederland van een agnostisch naar een katholiek christelijk geloofsleven, een loopbaan deels in de ‘nieuwe evangelisatie’ en deels in het onderwijs, na aanvullende studies theologie en filosofie besloot hij zijn leven te wijden aan de verheldering van de relatie tussen biologische wetenschap en geloof. Door een wetenschappelijke, filosofische en theologische reflectie is het mogelijk tot redelijke en positieve conclusies te komen omtrent het leven. Deze conclusies kunnen zuiver filosofisch zijn als ook ethisch van aard.

Zie: De oplossing van Darwins Dilemma, creationisme en ID 

en: Biologen nemen met oplossing voor Darwin Dilemma creationisten wind uit de zeilen

Illustr: CIP.nl

Hoe een immateriële geest een materieel lichaam in beweging zet

fabre_brein2
‘De geest kan los staan van ons lichaam.’ Volgens de zwaartekrachttheorie van Newton trekken de zon en de aarde elkaar op afstand aan. Newton kon op geen enkele manier ook maar bij benadering duidelijk maken hoe deze werking op afstand precies in haar werk gaat. Dit vormde geen onoverkomelijk bezwaar tegen de acceptatie ervan.

‘In de moderne fysica worden talloze onvoorstelbare conclusies getrokken, zoals elementaire deeltjes die op enorme afstand met elkaar verstrengeld zijn, deeltjes die ontstaan uit een absoluut vacuüm, deeltjes die terug in de tijd reizen, deeltjes die ook golf zijn, enzovoort. De ondoorgrondelijkheid van dit alles vormt echter geen reden om deze conclusies als onzinnig te verwerpen. En dat is maar goed ook, want de theorieën die fysici ontwikkelen worden de laatste decennia alleen nog maar onbevattelijker.’ 

erFilosoof Emanuel Rutten, onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, geeft bovenstaande voorbeelden in zijn artikel Dualisme van materie en geest zo gek nog niet in Wijsgerige reflecties waarin hij stelt dat de geest niet samenvalt met het brein.

‘Hij bestaat er los van en staat ermee in een onderlinge wisselwerking. (…) Het zou volkomen onduidelijk zou zijn hoe een geest een wisselwerking zou kunnen aangaan met de hersenen. ‘Hoe kan een immateriële geest een materieel lichaam in beweging zetten?’ 

De eerste reactie van Rutten hierop is dat de geest het lichaam natuurlijk niet beweegt op dezelfde manier als waarop bijvoorbeeld materiële dingen, zoals botsende biljartballen, elkaars beweging veroorzaken. Er moet sprake zijn van een ander soort oorzakelijkheid, namelijk mentale veroorzaking.
Rutten vraagt zich verder af wat de argumenten zijn voor de opvatting dat onze geest identiek is aan ons brein, daar er vaak wordt gewezen op het principe van de ‘oorzakelijke geslotenheid’ van de fysische natuur.

‘Alle materiële gevolgen zouden slechts materiële oorzaken hebben. Wil onze geest iets materieels kunnen veroorzaken, dan moet ze dus zelf materieel zijn. De geest is daarom niets anders dan ons brein. Genoemd principe volgt echter niet uit modern natuurkundig onderzoek en wordt er evenmin door verondersteld. Het is vooral een metafysische overtuiging van materialisten. Een dualist hoeft het niet te accepteren.’ 

Er is volgens Rutten een goede reden om te denken dat mentale ervaringen inderdaad niet identiek zijn aan neurale processen in de hersenen.

‘Wij kennen onze mentale gewaarwordingen alleen van binnenuit, vanuit het eerstepersoonsperspectief. Het zijn innerlijke, subjectieve ervaringen en dus van een heel andere orde dan groepjes vurende neuronen. Zo hebben ervaringen geen massa of volume, en hebben neuronen geen gevoel. Daarom zijn mentale gewaarwordingen niet hetzelfde als de neurale processen die zich in ons brein afspelen. De geest is ongelijk aan het brein omdat hij van een andere aard is. En dit is precies wat de dualist beweert.’ 

Zie: Dualisme van materie en geest zo gek nog niet (Emanuel Rutten)

Illustr: Johan Sanctorum op Alphavillle: ‘Onlangs openbaarde kunstenaar Jan Fabre dat we na zijn dood zijn brein kunnen bewonderen, als middelpunt van een postume installatie. ‘Ik kijk ook graag naar mijn hersenen. In scans en in sculpturen,’ aldus de cultartiest. Grappig en pathetisch tegelijk: een hoofdarbeider die onder de schedelpan gaat kijken, om te zien waar al dat moois vandaan komt. Niets kan schoner zijn, dan dat wat schoonheid produceert.
Toch vermoed ik achter deze extreme uiting van ijdelheid een vorm van perplexiteit: hoe hebben die hersenen dat klaargespeeld? De gearriveerde meester-kunstenaar beseft plots dat hij nooit dat zal beheersen wat hem tot de creatie dreef. Gevoelens van ontzag, (zelf)liefde, maar misschien ook van (zelf)haat en afkeer komen boven in deze confrontatie.
Dat wat men doorgaans inspiratie noemt (letterlijk: ‘de geest die binnentreedt’, zoals in het Pinksterwonder), blijkt nu wat gesuis van neuronen in een gesloten circuit. Met het kunstwerk als onbeheersbaar, flatulair neveneffect.’

De evolutietheorie kan het ontstaan van leven niet verklaren

ThomasNagel
‘Waar komt het leven eigenlijk vandaan? Want met de oorsprong van de soorten beginnen we in hoofdstuk twee van de geschiedenis van het leven op aarde. Hoofdstuk één (van On the Origine of Species, PD) is nog altijd niet geschreven.’ Aldus filosoof Bert Keizer in zijn artikel Oorsprong in het digitale Filosofie Magazine.

Keizer reageert op het boek Mind and Cosmos – Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature is Almost Certainly False waarin de schrijver, filosoof en atheïst Thomas Nagel zich afvraagt of de huidige chemie en fysica het spontane ontstaan van leven, gebaseerd op zichzelf reproducerende macromoleculen, kunnen verklaren. En als het antwoord ja is, waarom we dat dan niet doen. Nagel denkt dat het antwoord nee is.

‘Geestelijk leven is volgens Nagel niet iets dat halverwege de geschiedenis van het leven ontstond, zeg maar ergens tussen de mieren en de reptielen, nee, het is een aspect van levende wezens dat we vanaf de primitiefste bacterie aanwezig moeten achten. Misschien is geest zelfs net zo fundamenteel als ruimte en tijd. Dit kan ik niet helemaal meer volgen, maar na lezing van het boek had ik het prettige gevoel dat je soms krijgt bij filosofie, dat de ramen weer even helemaal schoongemaakt zijn. De evolutietheorie kan het ontstaan van leven niet verklaren. Fysici en biochemici denken te makkelijk dat zij dat klusje wél kunnen klaren. En wat de geest betreft: hoe waarschijnlijk is het dat die ergens halverwege aan het leven werd toegevoegd?’ 

Carel Peeters schreef eerder dit jaar in Vrij Nederland dat het volgens hem op neerkomt dat Nagel bedoelt dat er ten aanzien van het onderzoeken van het bewustzijn een paradigmawisseling plaats moet hebben.

‘Er moet met hele andere, frisse ogen (‘reconceived’) naar gekeken worden. Het moet eerder gezocht worden in wat schijnbaar onwaarschijnlijk is, zoals elektromagnetische velden ooit ongeloofwaardig waren, of radiogolven, of de kwantummechanica nog steeds is (voorbeelden die H. Allen Orr geeft). Nagel zoekt het in de natuur zelf. Zijn hypothese is dat er van een ‘natural teleology’ sprake zou kunnen zijn: geen mechanische, maar doelgerichte (teleologische) natuurwetten die voor complexe organismen en bewustzijn zouden zorgen.’ 

Nagel zegt volgens Peeters dat de materialistische benadering van het leven fundamenteel ‘incompleet’ is, aangezien ze geen goede verklaring heeft voor het bewustzijn, voor betekenis en voor het ontstaan van waarden, en… dat creationisten denken dat Nagel misschien aan hun kant staat.

‘Maar Nagel is een atheïst die een verklaring zoekt zonder God erbij te hoeven halen.’ 

Zie: Oorsprong (Bert Keizer) 

en: Naar een nieuw paradigma voor het brein (Carel Peeters)

Foto: Thomas Nagel (Wikicommons)

Thomas_Nagel_Mind_and_CosmosMind and Cosmos | Thomas Nagel | Oxford University Press Inc | ISBN 9780199919758 | € 24,95

Thomas Nagel is een Amerikaans filosoof. Hij is hoogleraar rechten en filosofie aan de New York University. Zijn publicaties gaan vooral over de filosofie van de geest, politieke filosofie en de ethiek. (Wikipedia)


You Tube: Professor William Lane Craig PhD, Amerikaans filosoof en theoloog, spreekt in onderstaande Religion-Philosophy You Tube Video over het materialistische probleem met de menselijke geest, in het licht van Eben Alexander’s Bewijs van de  Hemel en over het boek Mind and Cosmos: Mind and Cosmos: Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature Is Almost Certainly False van de atheïst Thomas Nagel. (Biofides)

Christendom geen vlucht in wereldvreemd ascetisme

DSCF1536
‘Het christendom is vooral in het leven geïnteresseerd.’ Dus niet, zoals regelmatige beweringen stellen, ‘een vlucht in een onthecht wereldvreemd ascetisme’. Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel Is het christendom een vorm van wereldverzaking? Hij stelt dit met behulp van criteria uit de hermeneutische wetenschappen voor tekstinterpretatie. ‘Deze criteria helpen ons om een verantwoord onderscheid te maken tussen meer en minder geslaagde tekstinterpretaties.’

‘Het christendom, zoals dat uit de Bijbel naar voren komt, verzet zich juist tegen de gedachte dat de stoffelijke zijde van de werkelijkheid minderwaardig is. En dit ligt zelfs voor de hand. Volgens het christendom heeft immers alles in de kosmos, zowel de geest als de materie, God als uiteindelijke oorsprong. En in Genesis lezen we dat God, nadat de schepping van wereld en mens voltooid was, zag dat heel de schepping goed is. Hieruit volgt dat het materiële niet als inferieur gezien kan worden.’

In het artikel gaat Rutten in tegen de bewering dat het christendom een ascetische vlucht betreft uit ons alledaags bestaan en zich af zou keren van de concrete materiële ervaringswereld. Hij doet dat aan de hand van vele teksten uit de Bijbel – primair houdt hij zich bezig met de centrale grondmotieven ervan: wat willen de Bijbelverhalen werkelijk zeggen?

Rutten brengt Jezus regelmatig voor het voetlicht en bespreekt onder meer Zijn aanvullen van een wijnvoorraad, Zijn kritiek op de sabbat: ‘De sabbat is gemaakt voor de mens, de mens niet voor de sabbat.’ Zijn wonderbaarlijke genezingen: Hij is gericht op de gehele mens, zowel op zijn ziel als op zijn lichaam. Jezus stond met Zijn stoffelijk lichaam op, dat zou niet passen bij een religie die het materiële als minderwaardig beschouwt. Ook haalt Rutten het Hooglied aan, ook niet verenigbaar met een ascetische loochening van het aardse.

‘De centrale gedachte van de Bijbel staat dan ook haaks op een gespleten visie op de kosmos. Het past niet bij Bijbelse verhalen om uit te gaan van twee verschillende sectoren van de schepping, namelijk enerzijds een ontaard profaan gebied van de materie, het lichaam en de hartstochten waar God niets mee te maken zou willen hebben, en anderzijds een geestelijk contemplatief domein waar men God waarlijk kan dienen. Een dergelijke dichotomie, met bijbehorend pessimisme ten aanzien van het materiële en zinnelijke, is het christendom volkomen vreemd.’ 

Kierkegaard wordt aangehaald: ‘Is dan alleen de rede gedoopt, zijn de hartstochten heidenen?’ De rede staat hier volgens Rutten voor de contemplatieve geestelijke sfeer, terwijl de hartstochten verwijzen naar het aardse, het zinnelijke, het lichamelijke. Inderdaad, natuurlijk zijn ook de hartstochten gedoopt.

‘Het christendom is dan ook niet alleen maar in het geestelijke geïnteresseerd. Zij omarmt ook het aardse. De hele mens, lichaam en geest, is voor het christendom van belang.’ 

Zie: Is het christendom een vorm van wereldverzaking?

Foto: PD – Engel met gsm op het dak van de Sint Janskathedraal Den Bosch

De Bijbel? Het Wilhelmus nemen we ook niet letterlijk

bijbelflickrcom

‘Als het Nederlands elftal voor de finale tegen Spanje zingt ‘de koning van Hispanje heb ik altijd geëerd’, dan vraagt niemand zich af of ze dat letterlijk menen. De functie van die tekst – verbondenheid uitdrukken – valt niet samen met wat er woordelijk staat. Voor de Bijbel geldt hetzelfde.’ Dat zegt Bijbelwetenschapper Arie Zwiep in een interview met journalist Anton de Wit, in Volzin.

‘Want er staan natuurlijk allerlei dingen in die Bijbel waar je als lezer moeite mee kunt hebben. Geweldteksten bijvoorbeeld vind ik echt een probleem. De kinderhoofden die tegen de rotsen worden stukgeslagen, de gruwelijke verkrachtingsscènes, hele volkeren die weggevaagd worden. En het is niet eens zo dat het enkel mensen zijn die elkaar de gruwelijkste dingen aandoen… Nee, het wordt ook nog eens toegeschreven aan God zelf. Voor een gelovige is dat een probleem. Hoe moet je je aan zo’n God toevertrouwen?’ 

Volgens Zwiep heeft men eeuwenlang gezegd dat het uitroeien van hele volkeren voor het afrekenen met de zonde staat. Maar daarmee hebben ze de tekst onschadelijk gemaakt: ‘Dat vind ik allemaal veel te gemakkelijk’. Volgens Volzin bewandelt Bijbelwetenschapper Arie Zwiep de gulden middenweg. Fundamentalisten doen geen recht aan de lezers van de Bijbel en vrijzinnigen doen geen recht aan het boek.

‘Het is belangrijk je te realiseren dat de mensen daar beschreven worden zoals ze zijn, met al hun gewelddadigheid en doortraptheid. In dat opzicht is de Bijbel een boek uit het leven gegrepen, het verbloemt de rauwe werkelijkheid niet, het geeft geen rooskleurig beeld van wie wij als mensen zijn. Maar dat is niet het enige wat er staat. Er wordt ook nog beschreven dat er een uitweg is, dat er heil is, dat we de situatie kunnen veranderen. Dat is een rode draad in de Bijbel, waar we ook oog voor moeten hebben: uiteindelijk gaat het in de Bijbel om goed nieuws. En dan kunnen we met recht zeggen: de ene passage – bijvoorbeeld de Bergrede – is belangrijker dan de andere. Het is net als met het eten van vis: de vis moet je eten, de graten moet je laten liggen.’ 

Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Israël of van het christendom van de eerste eeuw, kun je beter een geschiedenisboek lezen, vindt Zwiep.

‘Je leest de Bijbel omdat die iets met zingeving te maken heeft, met God, met hoe jij zelf in het leven staat en wat werkelijk belangrijk is. Of om überhaupt iets te begrijpen van de wereld nu. En misschien zelfs om die wereld een beetje beter te maken… Overal om je heen zie je trouwens nog Bijbelse sporen: in onze taal, onze rechtsspraak, onze politiek. Als je het journaal kijkt moet je eens gaan turven hoeveel Bijbelse uitdrukkingen er gebruikt worden. Je kunt de Bijbel niet wegdenken uit onze cultuur.’  

Zie: ‘Er bestaat geen definitieve uitleg’  (Volzin)

Foto flickr.com: Stilleven met Bijbel, Vincent van Gogh (1885) Centraal in dit werk plaatste Van Gogh de lijvige Statenbijbel van zijn kort daarvoor overleden vader, die als dominee een streng christelijk leven leidde. Daarnaast zette hij de eigentijdse, realistische roman La joie de vivre van de Franse schrijver Emile Zola, als een soort ‘bijbel’ van het moderne leven. Met dit contrast lijkt Van Gogh zijn kritische houding tegenover de opvattingen van zijn vader en diens generatie te illustreren.’ (Van Gogh Museum)

Arie Zwiep (2)_tcm60-103493In zijn professionele leven streeft Arie Zwiep (foto: VU) grondigheid na. Onlangs publiceerde de Bijbelwetenschapper het tweede deel van een twee vuisten dikke historische inleiding in de Bijbelse hermeneutiek, getiteld Tussen tekst en lezer. Diezelfde grondigheid brengt hij ook zijn studenten aan de Vrije Universiteit Amsterdam bij. De onderste steen moet boven bij het bestuderen en interpreteren van de Bijbel. (Volzin)