‘God is groter dan Koran of Bijbel’

Belluno Vatikan Karol Wojtyla Pope John Paul II kisses the Koran of Islam_Johannes  8_32
‘Dus vinden we Gods geest per definitie ook in anderen.’ Dit zegt Enis Odaci, oprichter van de islamitische denktank Humanislam. ‘Humanislam staat voor humanisme in de islam. De mens vormt voor mij het begin-, middel- en eindpunt van de godsdienst. Ik geloof in iets goddelijks. Iets goddelijks kan leiden tot humaan handelen. Ik wil nadenken over het geloof in dienst van de samenleving. Dat is voor mij de waarde van het geloof.’

Moslim Odaci vindt de boodschap van Bin Laden nergens in de Koran. Dat wist hij natuurlijk al, maar toch is hij de Koran beter gaan lezen na de dag dat twee vliegtuigen met moslimterroristen zich in de Twin Towers boorden. Na die dag moest hij ook antwoord geven op vragen over zijn geloof. 

‘Wat Odaci betreft gaat de discussie tussen gelovigen en ongelovigen, en tussen gelovigen onderling, niet om het verdedigen van de waarheid en geloofsdogma’s. ‘Ik wil weten van jou als christen, waarom het geloof zin geeft aan jouw leven. Ik wil ook weten hoe niet-gelovigen zin geven aan hun leven. Op mijn beurt wil ik ook vertellen wat het geloof voor mij betekent. Doe je dat, dan kom je erachter dat we het allebei hebben over vrede en rechtvaardigheid, over universele waarden. Alleen op die manier komen we uit het verstikkende wij-zij-denken.’ 

Volgens Trouw – waarin genoemd interview (8 oktober jl.) staat en ook te vinden is bij Koetsveld & Odaci – laat Enis Odaci (foto: K&O) zich niet graag in het keurslijf van geloofsdogma’s dwingen. Dat helpt hem als hij met wantrouwen ontvangen wordt in kerken waar hij over de islam vertelt.

moslim-zonder-lange-tenen1‘Enis zegt: ‘Hoe sla je een brug tussen mensen met verschillende opvattingen? Daarmee houd ik mij bezig. Als je alleen zegt – dit geloof ik, punt – dan blijf je bij dogma’s, bij waarheidsclaims. Dan is het niet zo vreemd dat je er samen niet uitkomt.’ 

Volgens Odaci moeten handen en voeten geven aan de grondgedachte dat er één Geest is die ons allemaal het leven inblaast. Ik zeg min of meer hetzelfde: er is één God die de bron is van alles.

‘Dat maakt dat de mensen in hun diverse geestelijke en lichamelijke uitdossingen op een existentiële manier met elkaar verbonden zijn. God is echt groter dan Koran of Bijbel, dus we vinden Gods geest per definitie ook in anderen.’ 

Zie: Moslim zonder lange tenen

Foto: Paus Joannes Paulus II kust de Koran, 14 mei 1999. (state-union.us)

Redelijke bezwaren tegen het christelijke geloof

godbewijzen
Volgens Rik Peels en Stefan Paas – in hun boek God bewijzen – is God onbegrijpelijk voor ons en kunnen wij uit het feit dat het bestaan naar, bruut en kortstondig is, niet afleiden dat God niet bestaat. Volgens theoloog Jan-Auke Riemersma moet je dan óók verklaren hoe het kan dat God onbegrijpelijk is voor de mens, maar gaan Paas en Peels niet in op deze (heikele) kwestie.

‘Gods verborgenheid en het lijden van de mens zijn toch geen onredelijke bezwaren tegen het christelijke geloof? Zelf ondervind ik de verborgenheid van God en het lijden van de mens onder het bewind van een almachtige God als een nijpend probleem: moet ik nu tegen de atheïst zeggen dat hij onredelijk is wanneer hij van mij uitleg wil voor mijn geloof in God?’ 

Riemersma geeft als voorbeeld dat mensen die aan geestesziekten lijden die de oorzaak ervan is dat mensen niet kùnnen geloven in het bestaan van God, bijvoorbeeld omdat de ziekte zulke krachtige wanen doet ontwaken in de geest van de patiënt dat er geen enkele ruimte meer is voor geloof.

‘Moet ik nu denken dat God zélf deze patiënten alle hoop heeft willen ontnemen? Is het werkelijk onredelijk dat de naturalist gelooft dat er domweg geen sprake is van enige liefde of medeleven in de schepping? Je hebt wel een erg sterk geloof in het gebruik van argumenten als je [op basis van argumenten] denkt dat de ongelovige inzake deze kwesties ‘onredelijk’ is.’ 

Over het argument van Peels en Paas dat mensen een neiging hebben om te geloven – ‘het is natuurlijk om te geloven’ – hetgeen tot een bepaalde religie kan leiden, vraagt Riemersma zich af of de atheïst dan wel of niet het recht heeft om de gelovige enige vragen te stellen over deze keuze.
De docent filosofie alias De Lachende Theoloog, ziet dan ook werkelijk niet in waarom het redelijk is om de gelovige de status van onschendbaarheid te verlenen, want je zou kunnen betogen dat een dergelijke instelling bij voorbaat antisociaal is.

delachendetheoloogJan-Auke Riemersma (foto: JR) schrijft een en ander als reactie – geen recensie – op het boek God bewijzen, onder de titel Wie heeft de bewijslast? Hij vindt dat de auteurs Paas en Peels een zeer goed werk hebben afgeleverd dat geïnteresseerden in het geloof niet ongelezen kunnen laten.

‘De schrijvers eisen echter van de ongelovige voortdurend dat deze zijn bezwaren tot in de puntjes uitwerkt. Nergens lijken ze de redelijkheid van bepaalde argumenten toe te willen geven. Het laat zich raden dat de atheïst niet in staat is om al zijn bezwaren tot achter de komma uit te werken.’ 

Zie: Wie heeft de bewijslast? (Jan-Auke Riemersma)

God bewijzen – Argumenten voor en tegen geloven | Uitgeverij Balans | Rik Peels & Stefan Paas | 280 pag. | ISBN10: 9460037240 | ISBN13: 9789460037245 | € 19,95 | Twee wetenschappers zetten hierin de argumenten voor en tegen Godsgeloof op een rij. Ze doen dat op een milde manier, zonder polemiek of bekeringsijver, al zijn ze zelf wel gelovig. Het boek is geschreven met vaart en humor en het bevat de laatste wetenschappelijke en filosofische inzichten over religie en Godsgeloof. Het is tot stand gekomen met medewerking van gelovige en niet-gelovige wetenschappers uit verschillende vakgebieden en bedoeld voor mensen die openstaan voor argumenten. (Balans)

Geloven in Dé vrijzinnigheid

boek_vrijzinnigheid (1)
‘De vrijzinnigheid staat bekend als een manier van geloven waarin iedereen zijn of haar eigen keuzes maakt: geloofsdogma’s worden afgezworen en iedereen gaat zelf op zoek naar vragen en antwoorden. Daarom wordt vaak gezegd dat de vrijzinnigheid niet met één omschrijving beschreven kan worden.’ Op een symposium zal blijken dat dit wel kan. Dat belooft duidelijk te worden door het boek Dé vrijzinnigheid, geschreven door godsdienstwetenschapper Erik Jan Tillema.

‘Zijn er bronnen van kennis waarmee we op een vrijzinnige manier kunnen spreken over God? Vaak wordt de vrijzinnigheid verweten dat zij de traditie het liefste overboord zou gooien. Dat zij met een schone en lege lei wil beginnen. Maar ik zal in dit eerste hoofdstuk aantonen dat ook vrijzinnigen niet zonder traditie kunnen in hun spreken over God. Want ook vrijzinnigen putten uit de Bijbel en uit een traditie die daarna is ontstaan: een vrijzinnige traditie.’ (Tillema in: Vrijzinnig spreken over God) 

De oorsprong van het vrijzinnige gedachtegoed ligt in de Renaissance en het Humanisme. In de overgang van de Middeleeuwen naar de nieuwe tijd. Maar nu heet vrijzinnigheid toch christelijk te zijn. Die vrijzinnige traditie brengt denkers voort als de zeer vrijzinnige dominee Klaas Hendrikse die gelooft in een God die niet bestaat. Veel vrijzinnigen stellen zelfs de vraag naar de godheid van Jezus. God kan ook nog helemaal uit het verhaal worden gehouden en dan zou de kern van de christelijke boodschap toch overblijven: liefde voor elkaar, we hebben aan elkaar genoeg.

Volgens prof. Mirjam de Baar zijn binnen de vergrijzende vrijzinnige organisaties jongeren de verbinding kwijtgeraakt met het oorspronkelijke vrijzinnige gedachtegoed. Zou Tillema een antwoord hebben voor die jongeren? Wat is eigenlijk dat ‘oorspronkelijke vrijzinnige gedachtegoed’?

erikjantillema‘Als spreken over God onmogelijk is, kunnen en moeten we dan wel spreken over God? Het is makkelijk om hier een negatief antwoord op te geven, maar de mens heeft altijd de neiging en behoefte gehad om datgene wat we niet kunnen bevatten, onder woorden te brengen. We wíllen spreken over God, om maar te kunnen spreken. Zwijgen over God geeft geen voldoening.’ (Tillema in: Vrijzinnig spreken over God)

Volgens de publicatie Vrijzinnig spreken over God van Erik Jan Tillema (foto: Bureau Deus), is de Protestantse Kerk een pluriforme kerk en kunnen orthodoxen en zeer vrijzinnigen elkaar vinden in een veelvoud van koersen. Dat zal de definitie van vrijzinnigheid als één omschrijving niet gemakkelijk maken. Kan met zo veel richtingen er toch één (dé!) vrijzinnigheid zijn? Je moet – en dat is al één beperking – in ieder geval al wel geworteld zijn in het christendom om je vrijzinnig te kunnen noemen. Vrijzinnigheid in gebondenheid?

Volgens de VVP is vrijzinnigheid open naar de cultuur en gericht op de menselijkheid. Dat is een brede definitie. Je kunt jezelf dan ook vrijzinnig noemen als je niet put uit christelijke wortels, maar uit bijvoorbeeld humanistische – of islamwortels. Dat zijn ook mensen met een andere opvatting, mensen die al dan niet belijdend geloven, mensen die ook vrij kunnen geloven, ook op hun eigen manier.

‘Lezen uit niet-christelijke bronnen is geen degeneratie van het christendom. Noch is het een teken van disrespect naar de andere religie toe. Lezen uit deze bronnen is een methode om het eigen, christelijke geloof te verrijken. In andere tradities zijn namelijk manieren gevonden om over God te spreken die de christelijke theologen niet hebben gevonden. Wat zou het zonde zijn als we die manieren van spreken dan zouden negeren.’ (Tillema in: Vrijzinnig spreken over God)

De vrijzinnigheid heeft nog een lange weg te gaan: die van christelijke naar mondiale vrijzinnigheid, op basis van liefde voor elkaar, we hebben immers aan elkaar genoeg, of we ons nu christen, jood, moslim of vrijdenker noemen. En ergens in de vrije kosmos is er dan voor alle mensen die ene, (boven)mondiale, echt vrijzinnige God.

logo_vvp_d33e1165abb868bcc2b7870c9f3bfcca_de06e16e3583c3ce0077824356c1dd74Wat is vrijzinnig geloven? Is dat iets wat verschilt van persoon tot persoon of is het mogelijk om er algemene uitspraken over te doen? Deze vragen staan centraal tijdens een speciaal symposium in De Kapel in Hilversum, ’s Gravelandseweg 144, rondom het boek Dé vrijzinnigheid van Erik Jan Tillema. Het symposium vindt plaats op zaterdag 2 november (vanaf 14:00 uur) en wordt geleid door Erik Jan Tillema die als Kerkelijk Inspirator is verbonden aan de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum (VGH). Opgave is gewenst en kan door middel van het sturen van een e-mail naar erikjantillema@gmail.com onder vermelding van ‘boeksymposium’. De kosten voor de dag bedragen € 5,- en kunnen bij de ingang worden betaald.

boek_vrijzinnigheidDé vrijzinnigheid
Hoe staan vrijzinnigen tegenover verschillende geloofsopvattingen? Hoe denken ze over God, over de Hemel of over bidden?
Erik Jan Tillema deed onderzoek onder vrijzinnigen om een antwoord op deze vragen te formuleren. Het resultaat heeft hij verwerkt in het boek Dé vrijzinnigheid.
Het
 is vanaf 14 oktober voor € 15,- te bestellen via Bureaudeus.nl of via Bol.com. Tijdens het symposium is het boek ook verkrijgbaar.

Zie: Boek en symposium: Dé vrijzinnigheid

Religie als maakbaarheidsgeloof

Magritte.Intermission...De.maakbare.mens
‘Het linkse idee dat de samenleving maakbaar was, is op niets uitgedraaid. En nu blijkt sinds de kredietcrisis ook de rechtse maakbaarheidsideologie failliet.’ Dat schreef Trouw al eind 2008. Hoogleraar publieke theologie Erik Borgman zegt nu dat het stuklopen van de maakbaarheidsideologie de religie terug op de kaart heeft gezet, in De geloofsbelijdenis van Erik Borgman.

De Verlichting bracht het idee van de maakbaarheid. In de woorden van historicus, ethicus en publicist Gie van den Berghe, de schrijver van het boek De mens voorbij:

mens_voorbij‘Geen door God gegeven wetten, macht of moraal. Wij mensen staan er alleen voor, moeten zelf een betere staatsvorm en moraal ontwerpen, wereld en mens maken, moeten onze eigen schepper worden. Dat is het inzicht dat Verlichting heet. Goddelijk licht, openbaring, ingeruild voor dat van rede en wetenschap.’ 

‘Het grenzeloze optimisme werd bekrachtigd door politieke en industriële revoluties; triomfen van wetenschap en technologie, geneeskunde en biologie; ideologieën die hemelen op aarde beloofden. De negentiende eeuw werkte de verlichtingsideeën uit, reikte instrumenten aan voor hun realisatie. Daar stonden we dan, leerling-tovenaars met een achterophinkende moraal.’ 

Het vooruitgangsgeloof en de maakbaarheid van de voorzienigheid, Verlichting genaamd, blijken uiteindelijk erg tegen te vallen. Volgens Borgman – ‘we zijn extreem bezig met risicobeheersing’ – in een artikel van Theo van de Kerkhof, dringen de grenzen van de maakbaarheid tegenwoordig steeds hinderlijker ons blikveld binnen en heeft de terugkeer van de religie in onze samenleving hiermee te maken.

‘Religies kunnen omgaan met precies dit punt, de onbeheersbaarheid en kwetsbaarheid van het leven. In religieuze tradities leeft het besef dat het leven niet in onze hand ligt, dat het ons gegeven is. Met andere woorden: het stuklopen van de maakbaarheidsideologie heeft de religie terug op de agenda gezet.’ 

erikborgmanDe valkuil van de religie zelf als maakbaarheidsideologie is echter dat het ook – zoals Borgman stelt – te gebruiken is ‘als een set van tools waarmee je jouw geestelijk welzijn voor elkaar kunt boksen, want dan wend je de religie instrumenteel aan en dat gebeurt veel’. Volgens de theoloog maakt een overspannen maakbaarheidsgeloof ons leven er echt niet beter op.
Erik Borgman (foto: TU) is dan ook erg huiverig om religie als oplossing aan te dragen, maar onze cultuur zou wel gebaat zijn bij een meer religieuze grondhouding.

‘Religie zegt niet: ‘Geef je nou maar over, dan wordt alles oké.’ Het is omgekeerd: ‘Op een bepaalde manier is alles al oké en daarom is het reëel en verantwoord om je over te geven.’ Het christendom is in dit opzicht dubbel tegendraads: zelfs als je aan die overgave ten onder gaat dan nog is de situatie niet reddeloos verloren, dan nog is er die laag in de werkelijkheid waar je niet uit kunt vallen. ‘Niemand valt, of hij valt in uw handen’, dicht Huub Oosterhuis. Zo is het, geloof ik.’ 

‘Het geloof zegt: zelfs als er helemaal niets meer is, dan moeten we bij dat niets blijven. En in dat niks gebeurt iets. Dat is het wonder waar het in het geloof om draait. En dat wonder is geen toevalligheid, maar dat is de grondstructuur van onze werkelijkheid: de God uit wie alles voortkomt, is betrokken liefde. Dát is de christelijke belijdenis’ 

Zie: De geloofsbelijdenis van Erik Borgman

logo-de-bezieling-web
Het artikel van Van de Kerkhof staat op de gloednieuwe site De bezieling, waar ‘hedendaags leven de christelijke spiritualiteit ontmoet’.

Erik Borgman (1957, Amsterdam) is hoogleraar publieke theologie. Hij bekleedt de Cobbenhagen-leerstoel van Tilburg University.

Illustr. Intermission, 1928, Rene Magritte 

Een zielloos tweede leven in een computer

535d5bca2bbf9dabc08bb36df4ec5c14_medium
Stephen Hawking beweerde 20 september jl. dat onze hersens mogelijk een tweede leven kunnen krijgen via een computer. Hij zei dat zijn idee momenteel theoretisch is, maar dat ons brein op soortgelijke wijze als een computer functioneert en daarom theoretisch na de dood op een computer zou kunnen worden overgebracht, en daarop blijven functioneren ‘zonder het lichaam om het aan te drijven’.

‘Een aparte onderzoeksgroep genaamd de ‘Brain Preservation Foundation‘, werkt aan de ontwikkeling van een proces om het brein te preserveren samen met zijn herinneringen, gevoelens en bewustzijn. Het proces, chemische fixatie en plastic verankering genaamd, omvat het omzetten van het brein naar plastic, waarna dit in dunne plakjes wordt gesneden, om het dan in een synapsedriedimensionale structuur in een computer te laden.’ (Illustr: brainpreservation.org)

Een bizarre ontwikkeling. Als je niet in God gelooft, moet je het eeuwig leven wel zelf fabriceren, zal Hawking gedacht hebben. Als zijn idee in de praktijk wordt gebracht, zal het brein echter weinig doen. De ziel van de mens verhuist immers niet mee naar de computer. De (geest van de) mens zelf is dood, alleen de hersenen doen het nog, misschien. Niet meer dan een machientje zonder bewustzijn. Gelukkig maar, want een mens in een computer lijkt me een helse marteling; een eeuwigdurende gevangenis.

Stephen Hawking in Gocompare.com ad
Stephen Hawking (foto: PA) denkt dat het brein als een programma in de geest is, dat als een computer werkt, meldde The Telegraph.

‘Dus is het theoretisch mogelijk het brein naar een computer te kopiëren en zo in een vorm van leven na de dood te voorzien.’ Hij bevestigde dat een dergelijke prestatie ‘buiten onze huidige capaciteiten’ ligt.

Niet dus, geen tweede leven, want er is geen persoon of ziel die het brein aanstuurt. Het brein zal zielloos zijn, hooguit met behulp van techniek een robotarm omhoog krijgen, of iemand schoppen met een robotvoet. Een puur technisch gebeuren dus, de mens zit niet meer in het brein. Er is dus geen sprake van een tweede leven. Hooguit zal het bewijs geleverd worden dat hersenen helemaal niets zijn zonder ziel. Een levenloze machine, gevangen in techniek.

paultiesingaVolgens Paul Tiesinga (foto: RU), hoogleraar Neuroinformatica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, zelf werkend aan een computermodel van het menselijke brein als een van de hoofdonderzoekers binnen het Human Brain Project (HBP), zullen waarschijnlijk alleen basale functies van het brein tot in detail kunnen gesimuleerd kunnen worden. In het artikel Je brein in een computer, zegt hij:

‘We zullen geen ‘geest’ creëren. Onder andere omdat we geen ervaringen in het model zullen stoppen.’

pimhaselagerNeurofilosoof Pim Haselager (foto: RU) stelt in hetzelfde artikel dat het brein niet compleet is zonder lichaam.

‘Het is opvallend dat alle wezens die een cognitieve beleving hebben – zoals pijn en honger – afhankelijk zijn van een hele nauwe samenwerking tussen hersenen en lichaam. Van die wederzijdse verknoping hangt onze overleving af, en het is mijns inziens ook een vereiste voor bewustzijn.’

‘Om te beginnen met de meest filosofische vraag van allemaal: hoe weet je zeker of een computer of robot bewust is? Een computer kan daar van alles over beweren, want je kunt hem programmeren om dit te doen. Koud kunstje om hem te laten zeggen: ‘Ik besta’, of ‘Ik denk dus ik ben’. Maar qua beleving kan hij dan nog steeds als een ijskast zijn: hij voelt niets.’

Zie: Stephen Hawking says it maybe possible for our brains to have an afterlife via computers 

en: Je brein in een computer (Kennislink)

Bron: Knipsels (30 september 2013) 

Illustr: plazilla.com (Het Human Brain Project)