‘Het valt niet te ontkennen dat zich in ons hoofd een godvormige leegte bevindt. Maar wat als deze gevuld werd? Zou de mensheid zich plotseling massaal bekeren? Misschien wel, al is niet duidelijk waartoe mensen zich dan zouden bekeren.’ Dit vraagt wetenschapsjournalist Joshua Howgego zich af in het februarinummer van New Scientist. ‘Of misschien duikt god simpelweg zelf in volle bovennatuurlijke glorie op aarde op. De schok zou niet groter kunnen zijn.’
‘Georganiseerde religies zouden waarschijnlijk flink in beroering worden gebracht. Want een god die zich in willekeurige gedaante aan ons kan tonen, gaat onze beperkte huidige ideeën ver te boven.’
Howgego is, in zijn artikel Wat als… we god ontdekken?, van mening dat als een dergelijk wezen zich aan ons zou presenteren, atheïsten er misschien een revolutie tegen zouden beginnen.
‘Uiteindelijk zal onze reactie afhangen van de aard van het bewijs, zegt religie-gespecialiseerd antropoloog Joel Robbins van de universiteit van Cambridge. Alleen als dat bewijs dramatisch is zal dat grote veranderingen veroorzaken, zegt hij. ‘Het zou zoiets moeten zijn als Jezus zelf, of buitenaardse wezens die op aarde opduiken met de mededeling: hallo, wij zijn jullie scheppers.’
Een godsbewijs kan ook leiden tot fatalisme, stelt Joshua Howgego(foto: Twitter). Als bewezen wordt dat God daadwerkelijk bestaat, kunnen mensen hun interesse in de medische oorzaken van hun ziektes verliezen, en als een fysische identiteit de oerknal in gang heeft gezet, zou dat voor eeuwig en altijd bewijzen dat het universum niet eeuwig is.
‘Toch denkt kosmoloog en theoloog Alexei Nesteruk dat een bewijs dat god bestaat uiteindelijk onmogelijk is omdat dat het bestaan zou bewijzen van een wezen dat niet geschapen is. Wanneer we met een dergelijke entiteit geconfronteerd zouden worden, zouden we hem altijd de vraag kunnen stellen: ‘En wie is jouw schepper dan?’
Het artikel maakt deel uit van het hoofdartikel De realiteit aan diggelen: Onwaarschijnlijke ideeën die de wereld op zijn kop zetten. Hierin staan een tiental ‘wat als’-vragen die de potentie hebben om onze kijk op de wereld blijvend te veranderen, zoals: ‘Wat als… het grootste deel van de werkelijkheid onzichtbaar is? En: ‘Wat als… we niet alleen zijn? En: ‘Wat als… we uit de ruimte komen?’ En: ‘Wat als het universum een illusie is?’
‘Hoewel de religies in zwaar weer terecht zouden komen, kunnen we een hausse verwachten in het theologische debat. Boven aan de agenda zullen moraliteit, lijden en de dood prijken. Dat zijn onderwerpen die er in het academische debat vaak bekaaid afkomen, zegt Stephen Bullivant van St Mary’s University in Londen. Als er lijden bestaat terwijl god almachtig is, betekent dat dan dat lijden noodzakelijk is voor het bestaan van het universum? Of zegt het eerder iets over de aard van deze god?’
Het nieuwe Logos Instituut, dat de Bijbel uitdraagt als ‘bron van kennis over ons verleden, ons heden en onze toekomst’, promoot momenteel het boek Evolutie. Het nieuwe studieboek, als alternatief voor evolutie. De stichting De Oude Wereld blijkt opgegaan te zijn in het instituut, en om ‘plaats te willen maken in het magazijn’ is het boek in de aanbieding… Bioloog Hans Degens lijkt vol lof.
‘De auteurs bediscussiëren uitgebreid mechanismen en aanwijzingen voor evolutie en sluiten elk onderwerp af met conclusies die de beperking van de huidige theorieën aangeven, zonder evolutie overboord te gooien of meteen als alternatief schepping te poneren. Pas in het laatste hoofdstuk worden alle gegevens in een scheppingsmodel gepast en wordt vermeld dat er ook in dat model onopgeloste vragen overblijven.’ (Degens)
Organisch chemicus Herman Bos schreef gisteren ook een recensie op Logos Instituut, al bleek dat al in 2010 in Ellips te hebben gestaan. Het boek zelf blijkt bovendien al uit 1998 te stammen, waarna diverse herziene uitgaven verschenen om aan te sluiten bij de actualiteit.
‘Voor het eerst is dit grandioze werk nu ook in het Nederlands vertaald, vanuit de Duitse 6e druk. Een gebonden boek op A4-formaat, uitermate rijk en fraai geïllustreerd met veel verhelderende schema’s. De biologen Junker en Scherer staan als bijbelgetrouwe wetenschappers kritisch ten opzichte van het neodarwinisme, maar hun toonzetting is die van de professionele wetenschapper.’ (Bos)
Het woord ‘toonzetting’ valt op in de recensie. Dat klinkt toch anders dan dat je dit boek als een doorwrocht wetenschappelijk werk betiteld. Gezien de vele kritiek die je her en der tegenkomt, is het wetenschappelijk gehalte twijfelachtig. Bionieuws, van het Nederlands Instituut voor Biologie, noemde in 2010 het al een ‘misleidend evolutieboek vol vooroordelen’. Zelf noemt De Oude Wereld het ‘een internationaal standaardwerk over evolutiebiologie’, dat een ‘diepgaande analyse geeft van de laatste stand van de evolutiebiologie’.
Biologe Gerdien de Jong schreef destijds die recensie in Bionieuws en vond het geen studieboek, noch een standaardwerk over evolutiebiologie. Volgens De Jong heeft het geen weet van de laatste stand van de evolutiebiologie. De titel alleen al, Evolutie, noemde ze destijds misleidend.
‘Het is een gedetailleerde bestrijding van evolutie door schrijvers die toegang hebben tot de wetenschappelijke literatuur en in een wetenschappelijke stijl schrijven. Ondanks de wetenschappelijke verpakking bestaat het boek uit vooroordeel, misleiden, weglaten en verdraaien.’ (De Jong)
‘Auteurs Junker en Scherer geven toe dat methodisch naturalisme leidt tot een evolutionaire interpretatie van de geschiedenis van het leven. J&S beweren echter dat evolutie van niet-wetenschappelijke vooronderstellingen uitgaat, zoals ‘eenvoud aan het begin’; zulke vooronderstellingen zijn er niet. Deze draai is nodig voor hun poging ‘het Bijbels ontstaansmodel’ op gelijke voet met evolutie te stellen.’ (De Jong)
Ook bioloog René Fransen vond het indertijd feitelijk een anti-evolutieboek omdat het overgrote deel van de tekst erop gericht is aan te tonen dat de evolutietheorie onvolledig en onjuist is. Hij noemt het een behoorlijk moeilijk boek, niet heel toegankelijk geschreven, met veel vaktermen en soms gedetailleerde uitweidingen. Als studieboek over evolutie vindt hij dit werk niet voldoen, omdat het een onvolledig en soms onjuist beeld van de stand van zaken in het dit vak geeft. Als verdediging van een Bijbels scheppingsmodel voldoet het evenmin, omdat dit deel nauwelijks is uitgewerkt.
‘In het boek gebruiken de auteurs veelal redeneringen die afkomstig zijn uit de traditie van ‘intelligent ontwerp’: bepaalde structuren kúnnen niet via een stapsgewijs evolutieproces zijn ontstaan. Ze vertonen sporen van ontwerp dus moet er een ontwerper zijn. Op die manier van redeneren is de laatste jaren veelvuldig kritiek geweest, omdat het uiteindelijk een redenering vanuit onwetendheid is: we snappen het niet, dus het kán niet.’ (Fransen)
Conclusie: Zeer oude wijn in oude zakken en eigenlijk is het nog geen wijn ook. Het wetenschappelijk gehalte van het boek blijkt een veel te laag promillage te hebben. Geen beste aanbieding.
Evolutie. Het nieuwe studieboek | door Reinhard Junker en Siegfried Scherer | Uitgeverij De Oude Wereld | Urk | 2010 | ISBN 978 90 5798 267 5 | 336 blz. | € 39,95 | Nu voor € 13,50 via Logos.
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.
‘Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)
De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.
‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)
Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.
‘En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)
Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.
‘Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl)
De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.
Er was eens… in het TijdRuimteloze, God, die besloot samen met miljarden engelen de kosmos te scheppen. Een hemelruim waarin wezens gelijk aan Hem zouden leven en geleidelijk aan zouden ontdekken hoe die kosmos uiteindelijk in elkaar steekt. Het kostte zeven dagen voorbereidingstijd om de concepten te ontwikkelen, al hadden de engelen geen besef van tijd, want die zou pas ontstaan na de Oerknal, net als ruimte.
‘In het begin is het Woord, en het Woord is bij Mij, en het Woord is van Mij. Het is in het begin bij Mij. Alles is door Mij ontstaan, en buiten Mij om is er niets ontstaan. Wat ontstaan is, heeft leven in Mij, en het leven is het licht van de mensen.’ (God)
De almachtige God wist dat de wezens die zichzelf mensen zouden noemen, het woord Oerknal zouden geven aan Zijn Schepping, ook al zouden ze nooit alle ins en outs begrijpen van deze enorm krachtige scheppingsdaad. Ze zouden denken dat de Oerknal uiteenspatte in de ruimte, maar die ruimte was er helemaal niet. De Oerknal zou zijn eigen ruimte scheppen en daarmee ook tijd introduceren. Vol liefde hield God de komende Oerknal, zo groot als een sappige grapefruit, in Zijn handen.
Het woord mens vond God heel goed gevonden, want afgeleid van het Latijnse woord – God spreekt alle talen – betekent ‘mens’ geest. Daar God zelf geest is vond Hij dat wel passend. Hij zou de menselijke geesten Zijn adem inblazen, opdat zij een lichaam zouden krijgen, want mensen moesten zich wel voort kunnen planten, wil God Zijn doel bereiken. Daarom had hij liefde en seks mee geschapen. Zijn uiteindelijke doel was eindeloos mensen scheppen(illustr: prentencathechismus.org) en met hen de kosmos te bevolken. Voor dat doel had Hij ook miljarden hemellichamen geschapen, die nu nog in de Oerknal zaten. De Oerknal naderde het punt van ontsteking.
Al het voorbereidende scheppingswerk was af. Dat bestond vooral uit ideeën, geestelijke scheppingen die heilige woorden meekregen zodat ze na de Oerknal gematerialiseerd konden worden. De ideeën kwamen van God en de engelen, wezens die volkomen zuiver zijn en slechts zuiver kunnen denken en handelen, zuivere woorden kunnen uitspreken die zich vasthechten aan de ideeën. Alleen dan was een goede, zuivere schepping mogelijk. Dat alles zou dan gematerialiseerd worden in de 14 miljard jaren die volgden op de Oerknal en ook nog lang daarna. Het aftellen begon.
De Oerknal knalde. God sprak hiervoor de magische woorden uit die enigszins geparafraseerd later in het Johannesevangelie in de Bijbel zouden komen:
‘In het begin is het Woord, en het Woord is bij Mij, en het Woord is van Mij. Het is in het begin bij Mij. Alles is door Mij ontstaan, en buiten Mij om is er niets ontstaan. Wat ontstaan is, heeft leven in Mij, en het leven is het licht van de mensen.’
Die Woorden hadden een ongelooflijk effect. De Oerknal was daar. Het universum begon te ontstaan, en breidt zich alleen maar uit. Eerder had God aan de engelen laten zien hoe dat eruit zag. Hij had een blauwe ballon opgeblazen die groter en groter werd. Op de ballon(foto: astroblogs.nl) waren sterren getekend, hele melkwegstelsels, die zich steeds verder van hun oorsprong en van elkaar verwijderden. De ballon werd groter en groter. Vol ontzag hadden de engelen ernaar gekeken en God had hen in eeuwige dankbaarheid geprezen in zijn Oerknalspeech: ‘Jullie hebben er allemaal fantastisch aan meegewerkt!’
‘De mensen zullen dit moment terugvinden,’ zo vervolgde God zijn speech, ‘en het ‘sporen van kosmische inflatie’ (illustr: space.com) noemen. Ze zullen het signaal vinden dat het gevolg is van de ultra snelle inflatie van het heelal, fracties van seconden nadat ik Mijn Woorden uitspreek.’
Donderend applaus van miljarden engelen viel God ten deel, waarmee de Oerknal het geluid van zijn beginmoment kreeg. De engelen hadden hun geestelijk handgeklap gematerialiseerd, anders zou Gods Schepping nooit Oerknal genoemd kunnen worden. Ze hadden aan alles gedacht.
In het jaar van deze geschiedschrijving, 2015, weten de wetenschappers op aarde nog altijd niet waardoor de Oerknal uiteindelijk uiteen knalde. Een beroemde professor zei dat degene die dat te weten zou komen tweemaal de Nobelprijs zou winnen. God glimlachte, Hij wilde die prijs wel eens in ontvangst komen nemen.‘Big Bang needs Me.’
UITGELICHT Wat we nodig hebben is een mystiek manifest. Volgens theoloog Karl Rahner zal de christen van de toekomst een mysticus zijn, of hij zal niet zijn. – De Verlichting heeft de wereld vooralsnog onttoverd. Dit kan veranderen wanneer we (ons) realiseren wie we zijn. Voor de tempel van Delphi stond de spreuk Ken jezelf. Wij zijn complexe, geconditioneerde, wezens. We kunnen kiezen: blijven we ronddraaien in oude bekende patronen? Of zoeken we steeds meer contact met de stilte in ons?’
‘Mensen gaan ontdekken dat er een kracht is die groter is dan je zelf bent. De boeddhist noemt het anders dan de christen en de jood, maar de kern is hetzelfde. Het gaat om de oermomenten van het geloof. Wat Jezus in de woestijn meemaakte was een mystieke ervaring’ (Rinus van Warven)
Mensen weten niet meer wie ze zijn Psycholoog Vincent Duindam zegt dit in zijn onlangs verschenen artikel Begroet het goddelijke in jezelf. Daarin stelt hij dat we in een tijd leven van wantrouwen en we niet meer weten wie we ten diepste zijn. Hij houdt een pleidooi voor een meer mystieke benadering van onszelf en onze wereld.
‘Mensen weten niet meer wie ze zijn. We moeten haast wel geloven dat we niet meer zijn dan een speelbal van blinde krachten. De grote religies gaan uit van een goddelijke kern in de mens. Dit kunnen we eigenlijk niet meer geloven. En wat houd je dan over?’
TheoloogKarl Rahner(1904-1984)
Onwaken tot wie je al bent Volgens Duindam brengen alle grote religies, en vooral hun mystieke ‘binnenkant’ goed nieuws (evangelie). God is geen man met een baard achter de draaitafel van het heelal, maar je eigen diepste kern. Je hoeft dus ‘alleen maar’ te ontwaken tot wie je al bent. Iets ‘wakkerder’ (verlichter) door het leven te gaan. Daar zijn veel concrete oefeningen en praktijken voor (stilte, meditatie, gebed, rechtvaardigheid, belangeloosheid, vrijgevigheid, mantra’s, mindfulness, etc.)
‘Wanneer je hier enkele stappen in zet, begint de wereld om je heen langzaam mee te veranderen. Je wordt niet naïever. Je kunt nog steeds zien wat er niet klopt. Maar achter dubbele lagen, dubbele agenda’s en dubbele bodems weet je de bestaansgrond.’
Dan verandert ook de wereld om ons heen God bestaat wel degelijk: in onszelf, zegt Duindam, en we hoeven geen ruzie te maken met Galileo, Darwin of Freud, want er zit nog iets diepers in ons.
‘Als we kunnen geloven dat we meer zijn dan hersenen, lichaam, gedachten, beelden en emoties, ons verhaal, dan veranderen we zelf – en dan verandert ook de wereld om ons heen. Dan kun je de diepe goddelijke kern waarnemen, en je ook anders gaan gedragen. De premie op achterdocht corrumpeert de sociale cohesie. Het wordt tijd dat we het goddelijke in onszelf en (dus) in de ander herkennen en begroeten.’
Dr. Vincent Duindam (1958) studeerde in 1984 cum laude af in de psychologie. Sinds die tijd is hij aan de Universiteit van Utrecht verbonden. En geeft ook gastcolleges aan de H.U. (Minor Filosofie, wereldreligies en spiritualiteit), aan de Academie voor Geesteswetenschappen, aan de Vrije Hogeschool en aan de Academie Integrale Menswetenschappen. Zijn vroege werk ging over gender, ouderschap, echtscheiding en het overstijgen van vaste rolpatronen. De laatste decennia houdt hij zich bezig met psychologie en spiritualiteit. En schrijft voor Opzij, Happinez, Psychologie Magazine, Zinweb, VolZin, De Bezieling, etc. Daarnaast publiceerde hij elf boeken waaronder een (bekroond) proefschrift over ouderschap, een haikubundel over zijn dochters en boeken over relaties, ouderschap, opvoeding, onderwijs en spiritualiteit. Zijn tot dusver laatste boek Spiritueel Zakboekje voor Professionalsverscheen in oktober 2021 bij Uitgeverij SWP (Amsterdam). Verder verzorg ik presentaties en workshops in het hele land. Ook een theatercollege met mijn broer Jan (singer-songwriter). Bij Sociale Wetenschappen was ik tweemaal docent van het jaar.
Elke religie begint met mystiek Van Warven verwijst met onderstaande citaten naar Angelus Silesius: Leven zonder waarom(De mystieke erfenis van een hemelse zwerver).
‘Mystiek is de poëzie van de religie. Het is hemelse muziek gezet op aardse tonen. Het begeleidt de religie. Ze voedt de religie met haar ervaring. Maar wordt de mystiek te machtig, dan dreigen de structuren en de theologie te vervagen. Worden daarentegen de structuren te machtig, dan komt de levende stroom van de mystiek in de verdrukking.
Mystiek begint met ervaring, elke religie begint met mystiek. ‘Mensen gaan ontdekken dat er een kracht is die groter is dan je zelf bent. De boeddhist noemt het anders dan de christen en de jood, maar de kern is hetzelfde. Het gaat om de oermomenten van het geloof. Wat Jezus in de woestijn meemaakte was een mystieke ervaring.
Volgens Van Zijll Langhout is de grote waarde van de mystiek dat de grenzen tussen de geloofssystemen verdwijnen. ‘De namen zijn verschillend – God, Allah, Jezus, Boeddha – maar de termen waarin de weg beschreven wordt, zijn frappant gelijkluidend.’ Mystiek heeft vele kwaliteiten. Ze is in staat om in menselijke taal, die de geloofssystemen te boven gaat, te verwoorden wat leven tot zinvol leven maakt.
Volgens (de boeddhistische monnik, PD) Sogyal Rinpoche heeft de mystiek een transformerende kracht en dat is wat zo broodnodig is om engagement te doen ‘slagen’. ‘Het onderricht van alle mystieke tradities in de wereld,’ zo schrijft hij, ‘maakt duidelijk dat zich in ons een enorm reservoir aan kracht bevindt, de kracht van wijsheid en mededogen, de kracht van wat Christus het Koninkrijk des Hemels noemde.
Wanneer wij leren hoe wij deze kracht kunnen gebruiken – en dat is waar het om gaat in de zoektocht naar verlichting – kan dit niet alleen onszelf transformeren, maar ook de wereld om ons heen. Nooit eerder was er een tijd waarin het zo urgent was deze heilige kracht in te zetten, en nooit eerder was er een tijd waarin het van vitaal belang was de natuur van deze zuivere kracht te begrijpen, haar te leren kanaliseren en aan te wenden voor het welzijn van de wereld.’
Drs. Rinus van Warven (1956) studeerde theologie met een specialisatie cultuurfilosofie en massacommunicatie. Na zijn studie werkzaam geweest voor tal van organisaties op het gebied van zingeving en spiritualiteit. Duurzaamheid, ontwikkelingssamenwerking en het raakvlak tussen media en cultuur hebben zijn speciale belangstelling. Sinds eind jaren zeventig schrijft en publiceert Van Warven met grote regelmaat teksten: spirituele essays, poëzie, levensbeschouwelijke artikelen, teksten voor rouw- en trouwrituelen, artikelen voor kranten en tijdschriften. En presenteerde radioprogramma’s op het gebied van zingeving, levensbeschouwing en spiritualiteit. Vele, vele duizenden teksten ontspringen aan zijn pen. Het aantal radioprogramma’s overstijgt de 2500. Rinus’ grote passie is het ontwikkelen en doorgeven van de kennis over de verschillende culturen en levensbeschouwingen die de wereld rijk is. En als het effe kan wil hij ook een bijdrage leveren aan het versterken van de verstandhouding tussen de levensbeschouwingen om zo een harmonieuzere samenleving te bereiken.