Radicale Theologie wil bevrijdend niet-zeker-weten

Onzeker weten keert met sprankelende praktijkvoorbeelden traditionele zekerheden binnenstebuiten en ontdekt juist in het christendom ruimte voor een bevrijdend niet-zeker-weten. Onzekerheid als uitgangspunt. Onder de vlag van Radicale Theologie geven religiewetenschapper Bram Kalkman, filosoof Gerko Tempelman en theoloog Rikko Voorberg ‘een rijke mix van postmoderne filosofen, kunstenaars en activisten’ het woord.

‘Het is de radicale theologie die kerk en samenleving erop wijst dat juist christendom voor deze bevrijding goud in handen heeft. Tenminste, als je het christelijke verhaal radicaal onzeker gaat lezen.’
(Uit: Onzeker weten)

Het boek Onzeker weten, dat 1 maart verschijnt, omschrijft zichzelf als bron van creativiteit, authenticiteit en verbinding: verbinding met jezelf, met anderen en met de eeuwenoude christelijke traditie. ‘Een levende theologie van de onzekerheid’. De recente opleving van het radicaal theologisch gedachtegoed komt volgens de auteurs van buiten de kerk, van filosofen die zichzelf atheïst noemen (of ‘christelijke atheïst’). Het is een van de redenen dat zij Onzeker weten laten beginnen met een filosofische geschiedenis om dat filosofisch denken vervolgens toe te passen op theologische thema’s.

‘… een nieuwe vorm van theologisch weten, het onzeker weten. Een weten dat niet wordt bedreigd door twijfel, maar dat de twijfel incorporeert in zichzelf en daardoor alleen maar sterker wordt. Het is voor veel radicale theologen niet moeilijk om zich voor deze (ontwrichtende) praktijk te beroepen op niemand minder dan Jezus zelf. Want was dat niet precies wat Hij deed in de context van zijn tijd?’
(Uit: Onzeker weten)

Radicale Theologie zegt theologische kritiek te willen leveren op maatschappelijke structuren en doet voorstellen voor een radicaal theologische praktijk. Daarbij wil ze met improviserende, theatrale benadering van de christelijke teksten en traditie laten zien dat Jezus beter te begrijpen is als performancekunstenaar dan als dominee.

‘Radicale theologie raakt de onzekerheid aan die onder de oppervlakte schuilt. Het wil verbinding brengen tussen mensen die zich zomaar ‘de enige’ voelen. De enige die twijfelt, de enige die aan het leven lijdt, de enige die niet weet of ze het nog gelooft. Het biedt ook een alternatief voor degenen die dreigen te bezwijken onder de gevoelde verantwoordelijkheid om de ander te ‘verlossen’.
Hoe zwaar kan het vallen om te proberen de depressieve ander op te beuren, de zieke te helpen aan genezing of de twijfelaar te overtuigen dat het toch allemaal waar is. De ervaring leert dat het erkennen van de onzekerheid soms helender is dan het aandragen van een oplossing.’
(Uit: Onzeker weten)

Onzeker weten stelt dat om ons heen mensen van alles zeker lijken te weten en dat voor elk van onze onzekerheden er wel een oplossing wordt aangedragen. Het heeft iets aantrekkelijks, maar werken zulke oplossingen, vraagt het boek zich af.

‘Het is de radicale theologie die kerk en samenleving erop wijst dat juist christendom voor deze bevrijding goud in handen heeft. Tenminste, als je het christelijke verhaal radicaal onzeker gaat lezen.’
(Uit: Onzeker weten)

Dat in de jaren 90 van de vorige eeuw hernieuwde interesse ontstond in radicale theologie, waarbij de Ierse filosoof Peter Rollins degene was die de filosofische ideeën wist te ontsluiten voor een groter publiek, doet volgens Onzeker weten bij mensen weer een belletje rinkelen.

‘Radicale Theologie is echter datgene wat confessioneel theologische ideeën opschudt. Ze is het bij nacht verschijnende knagende gevoel van twijfel dat zelfs de meest overtuigde gelovige kan bevangen. Ze stelt vragen die niet gesteld zouden moeten worden.(…) De radicale theologie bestaat niet op zichzelf – ze schept geen nieuw systeem. Ze krabt aan het bestaande. Ze jaagt op. Ze doet opschrikken. Ze schudt wakker.’
(Uit: Onzeker weten)

Onzeker weten – Een inleiding in de radicale theologie | Rikko Voorberg, Gerko Tempelman, Bram Kalkman | VBK Media / Kok Boekencentrum | 9789043537933 | € 20,00,- | verschijnt 1 maart 2022 | ‘Onzeker weten pakt theologie aan zoals het wat mij betreft bedoeld is. Met flair en zin voor avontuur. Het is de taak van de theologie om de geslotenheid in het denken te doorbreken waarin wij ons leven steeds weer gevangen laten zetten. Dit boek spreekt vrij en opent het gesprek waar velen dachten dat het was afgesloten.’ (Hoogleraar theologie prof. dr. Erik Borgman)

Beeld: Carl Heinrich Bloch 1834 – 1890 – ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (levenindekerk.nl)

Met de filosofen op weg naar Santiago

Boekrecensie Bomen over de weg naar Santiago – ‘Gewone bomen worden ongewone,’ schrijft pelgrim Ignace de Haes, die samen met zijn vrouw op Goede Vrijdag te voet de weg inslaat naar Santiago de Compostella. De Haes boomt over de bomen onderweg. Zij roepen allerlei gedachten bij hem op. Op een wonderlijke manier vertakken platanen, olijfbomen en cipressen zich. En op iedere tak is bij hem wel een filosoof te vinden die denkbeelden meegeeft over liefde, eenzaamheid, gastvrijheid, geloof, lijden, dood en verlossing.

Als lezer van zijn boek loop je mee met de 2500 kilometer filosofische avonturentocht richting eindpunt, de boom van Jesse in Santiago. Het gaat niet om de bestemming, maar om de weg erheen.

Gastvrijheid
Bomen over de weg naar Santiago vertelt over de pelgrimsweg van Den Bosch naar Santiago. De Haes en zijn vrouw ontmoeten veel gastvrijheid, niet alleen in kloosters maar ook bij particulieren. Ze komen veel pelgrims tegen die alleen op stap zijn, en soms ontmoeten ze elkaar weer op slaapplaatsen onderweg. Sommige bomen bieden ook gastvrijheid, aan de maretakken die erop groeien. Een pelgrim lijkt op een maretak: je maakt gebruik van de ander, want je bent te gast.

Als Ignace De Haes verdwaalt in de Ardennen stuit hij op een omgevallen boom waardoor hij een beekje kan oversteken en zo de weg terugvindt. Een wonder of toeval? Het doet de pelgrim aan synchroniciteit denken, aan Carl Jung. Bomen staan voor verbinding, zoals in Saint-Louis-en-l’isle waar twee platanen door aanraking van elkaars bladeren ‘met elkaar in de echt verbonden zijn: twee liefdevolle platanen’. Het is voor mensen ook de kunst de verbinding te blijven zoeken met elkaar, zegt De Haes.

Betekenis
Betekenis vindt De Haes in de bomen, dankzij verhalen. Zijn eigen verhalen en die van andere pelgrims. Het woord mare betekent ook verhaal. Toepasselijk omdat zowel de pelgrims als de gastvrouwen en -heren een verhaal hebben te vertellen. De pelgrim is onderweg van het oude naar het nieuwe, en reflecteert via de bomen zowel op het oude als op het nieuwe. Hij voelt ‘een mengeling van emoties die gepaard gaan met het afscheid van de naasten, het loslaten van het bekende en de nieuwgierigheid naar wat komen gaat’.

De stamboom van Jezus
Na de donkere Ardennen komt het lege Franse land verlaten over en de pelgrim voelt zich teruggeworpen op zijn eigen existentie. Het doet hem denken aan Albert Camus en Jean-Paul Sartre, die vinden dat je in essentie je zinloze bestaan zelf zin moet geven, wat een enorme verantwoordelijkheid met zich meebrengt. In de Dordogne doen de platanen hem denken aan de filosofen in Athene. Die discussieerden met elkaar onder deze bomen die meestal op centrale pleinen stonden. In Frankrijk wordt in hun schaduw nu jeu de boules gespeeld.

Een van de belangrijkste bomen is geen echte boom, maar een gebeeldhouwde. De boom van Jesse. Deze staat in Santiago bij de ingang van de kathedraal en laat de stamboom van Jezus zien. De boom is helemaal uitgesleten vanwege de vele handen die er eeuwenlang op zijn gelegd.

Socrates
Bomen over de weg naar Santiago is mooi vormgegeven. Een fraaie lay-out met veel foto’s en op iedere bladzijde cursiefjes met extra informatie over de route, ook weer met foto’s. In het boek vind je bespiegelingen over ontmoeting, alleen zijn en samenzijn, liefde en verlangen, over ruimte voor niet-weten, zingeving, troost en verzoening, leven en dood. Veelal zijn de beschouwingen gekoppeld aan de bomen op de weg naar Santiago. Dat maakt de weg boeiend.

Jammer is wel dat sommige bespiegelingen van de pelgrim weinig te maken hebben met de pelgrimsweg. Af en toe dwaal je mee af van die weg naar Santiago de Compostella en loop je ineens op zijwegen, weliswaar met (filosofische) herinneringen en gedachten.
Misschien komt dat omdat boven de boomgrens in de Pyreneeën een wolk hing, waarop Socrates naar hem keek, zegt De Haes. ‘Laat los die bomen,’ verzuchtte Socrates, ‘het verengt je blik. De wereld bestaat uit meer dan bomen alleen’.

Bomen over de weg naar Santiago | Ignace de Haes | 2019 | Berne Media | € 19,90
Beeld: cover Plantaardig (detail) – Boom Filosofie
Foto: De boom van Jesse (Leo Jacobs, santiago.nl)
(Oorspronkelijk gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

NASA, 24 theologen en buitenaards leven

Ruimtevaartorganisatie NASA is medefinancier van een onderzoeksprogramma dat als doel had om het raakvlak tussen religie en mogelijk buitenaards leven te bestuderen. Meer dan 20 theologen onderzochten hoe aanhangers van wereldreligies zouden reageren op de ontdekking van buitenaards leven. Resultaten van het onderzoek suggereren dat aanhangers van religies wellicht beter voorbereid zijn op buitenaards gezelschap dan niet-gelovigen.

Andrew Davison, priester en theoloog van Cambridge University met een doctoraat in de biochemie uit Oxford, behoort tot de 24 religieuze experts. NASA wil weten hoe mensen zullen reageren als buitenaards leven wordt gevonden op andere planeten en hoe de ontdekking van invloed kan zijn op onze ideeën over goden en schepping.

Om die reden maakt het deel uit van NASA’s voortdurende doel om het werk aan ‘de maatschappelijke implicaties van astrobiologie’ te ondersteunen, in samenwerking met verschillende partnerorganisaties, waaronder het Center of Theological Inquiry in Princeton.’

Davison brengt dit jaar een boek uit, getiteld Astrobiology and Christian Doctrine, waarin wordt opgemerkt dat hij gelooft dat we dichter bij de ontdekking van leven op andere planeten komen. Religieuze tradities zouden een belangrijk kenmerk zijn van hoe de mensheid zou functioneren door zo’n bevestiging van het leven elders, vertelt hij in een blogpost op de website van de Universiteit van Cambridge. In zijn boek zal hij kijken naar grote vragen als:

Zou God elders in het universum leven hebben kunnen scheppen? Zou hij een verlosser hebben kunnen sturen om te sterven voor de zonden van een uitheemse soort? Zou de ontdekking van buitenaards leven van religies vereisen dat ze hun scheppingsverhalen herschrijven? Of zou het gemakkelijk door religies worden aanvaard? Als je gelooft dat een God of goden alle grote en kleine wezens hebben geschapen, waarom zou je dat dan niet over het hele universum toepassen?

De ontdekking van buitenaards leven zou over een decennium, over honderden jaren of misschien wel helemaal nooit kunnen komen,’ schrijft Davison. ‘Maar als het gebeurt, is het nuttig om van tevoren over de implicaties te hebben nagedacht.’ Een rabbijn, een priester en een imam doen ook mee aan het onderzoeksprogramma om te praten over het raakvlak tussen God en buitenaardse wezens.

Het is niet het begin van een religieuze grap; het is precies wat er gebeurde in het Center for Theological Inquiry van Princeton University. Daar kwamen in 2016 meer dan 20 theologen bijeen om deel te nemen aan een programma dat gedeeltelijk werd gefinancierd door ruimtevaartorganisatie NASA. Gezamenlijk onderzochten ze hoe mensen zouden kunnen reageren op de ontdekking van buitenaards leven.’ 

Carl Pilcher, tot 2016 hoofd van NASA’s Astrobiology Institute, zei dat NASA wilde dat theologen ‘de implicaties overwegen van het toepassen van de instrumenten van de late 20e [en vroege 21e]-eeuwse wetenschap op vragen die al honderden of duizenden jaren in religieuze tradities werden overwogen. Hij zei dat het ‘onvoorstelbaar’ was dat de aarde de enige plek in het universum is waar leven is. Dat is gewoon ondenkbaar als er meer dan 100 miljard sterren in dit sterrenstelsel en meer dan 100 miljard sterrenstelsels in het universum zijn.’

Zie:
* Hoe zouden mensen reageren op de ontdekking van buitenaardse wezens? NASA riep de hulp in van een rabbijn, een priester en een imam
(Business Insider, 30 december 2021)
* British priest to advise NASA on what to do if alien life is discovered on another planet (Mirror, 23 december 2021)
* NASA huurt 24 theologen in om te beoordelen hoe de wereld zou reageren op de ontdekking van buitenaards leven op verre planeten
(Forex Updates NL, 26 december 2021)

* Tip: In de afgelopen maanden heeft Taede A. Smedes een boek geschreven om de omwentelingen te beschrijven die zich in onze tijd voltrekken. In We zijn misschien niet alleen, dat eind februari / begin maart verschijnt, gaat de godsdienstfilosoof en theoloog uitgebreid in op de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten vanaf 2017 en ook op de inhoud en implicaties van het Pentagon-rapport. Om duidelijk te maken hoe revolutionair de ontwikkelingen zijn, laat hij eveneens zien hoe het ufofenomeen al ruim 70 jaar de gemoederen bezighoudt. En… beschrijft ook zijn eigen ufo-waarneming.

Zie ook: “We zijn (misschien) niet alleen: Ufo’s toen en nu” (Taede A. Smedes)

Beeld: NASA

‘Misschien is echte verlossing zoiets als verlichting’

Literatuurcriticus en journalist Tjerk de Reus praat met de cabaretier bij De Nieuwe Koers in het artikel We zijn de taal van het geweten kwijtgeraakt. In Kom verder!, Memoires 1, brengt De Jonge kerkgeschiedenis, vaderlandse geschiedenis en de vorming van een gezin bijeen, op een ernstige en vrolijke toon. De Jonge wil ook een bevrijdend, troostend woord spreken, zij het met een ietwat andere lading dan zijn vader of grootvader.

Bevrijding, dat is essentieel,’ zegt De Jonge. ‘Losraken van wat je gevangenhoudt, wat je vastpint op verkeerde verlangens en behoeftes. Je moet helemaal niet vier keer per jaar op vakantie, met het vliegtuig! Van dergelijke heilloze ideeën moet je je bevrijden, steeds weer.’

Je snapt wel, verlossing is een stap vérder dan bevrijding. Het is iets groters, iets wat we niet voor elkaar krijgen. Bevrijding, dat moet iedereen steeds weer opnieuw doen. Omdat je jezelf er steeds in laat luizen. Maar verlossing… Dan is dat menselijke geworstel dus weg, je bent eraan ontheven. Misschien is echte verlossing zoiets als verlichting.’

Verlossing
M
et verlossing ben je voorbij het menselijk lijden, zegt De Jonge, je hebt geen deel meer aan de narigheid van het hier-en-nu.

Maar kijk er ook mee uit, zou ik zeggen. Het kan pure hoogmoed zijn dat je streeft naar perfectie, naar het volmaakte. In die zin is verlossing voor je het weet een verleiding.’

Toch is het, zuiver menselijk gesproken, verstandiger om de ‘onverloste’ situatie te accepteren, de eerlijkste ook.

We hebben die hunkering naar totale verlossing, maar het gaat mis als we dat rationeel invullen en mikken op maakbaarheid.’

Morele orde
O
ver godsdiensten zegt De Jonge dat die altijd ook kwalijke kanten hebben gehad, maar de evolutie die ons brein gevormd heeft, door de millennia heen, voor negentig procent te danken is aan de theologie of de dogmatiek.

Op dat vlak werden steeds de stappen gezet, werd een morele orde geschapen. Een paar honderd jaar later zei men: nu zien we het anders, nu treden we het leven zó tegemoet. In die ontwikkeling zijn we echter van de natuur steeds meer in het brein terechtgekomen. We zijn gaan redeneren en rationaliseren, totdat men zei: als je echt rationeel bent, dan kun je je niet voorstellen dat er leven na de dood is. Of dat er een God is.’

Geesteswetenschappen
M
aar zijn we erop vooruitgegaan, in geestelijke zin, met de secularisatie, met het idee dat God dood is? Freek zegt niet terug te kunnen naar het idee dat er een God is. Als het gaat om een ‘weg terug’, uit de kaalslag van de secularisatie, denkt hij aan iets anders.

De splitsing tussen geesteswetenschappen en de fysica, die moet ongedaan worden gemaakt. Er moet een brug tussen die twee zijn, tussen gevoel en ratio, tussen technische beheersing en moraal. Ethiek moet simpelweg weer een hoofdrol gaan spelen in de cultuur. Dan gaat het niet om een stel regels, maar om de menselijke maat. Ooit hadden we die discussie met de atoombom. Moesten we daarmee doorgaan? Nee! En nu, een bedrijf als McDonald’s, is dat ethisch verantwoord? Ook niet. Dan moeten we het ook niet willen. Moreel besef, gevoed door de geesteswetenschappen, zou een grote stem moeten krijgen in de samenleving.’

Kom verder! Memoires 1 | Freek de Jonge | Atlas Contact | ISBN 9789025452896 | 336 pagina’s | november 2021 | € 22,99 | E-book € 6,49

Zie: We zijn de taal van het geweten kwijtgeraakt (De Nieuwe Koers) of via Blendle.

Gerelateerd: Gesprekken en gedachten over een nieuwe tijd (godenenmensen.com)

Beeld:
pxhere

‘De samenleving snakt naar betekenis’

De laatste verhalen over de wereld en onze plaats in de wereld hebben we samen met God, Jezus en de Heilige Maagd weggegooid. Nu zoeken mensen hun heil bij de wetenschap. En dat is niet verwonderlijk, want de wetenschap – dezelfde wetenschap die ons tot machines heeft gereduceerd – heeft de grootste bek.  – Voor HP/DE TIJD las journalist Oswin Schneeweisz Leven als een mens van Charles Foster. De natuuronderzoeker ging terug naar het laatpaleolithicum waarin de mens nog onderdeel was van alles om hem heen.

Nu we de wereld om ons heen gereduceerd hebben tot machinale objecten, is de betekenis van alles verloren gegaan. In het laatpaleolithicum had alles betekenis en die betekenissen vertelde men door in verhalen. Maar we hebben geen verhalen meer.’
(Charles Foster)

De samenleving snakt naar betekenis, zegt Charles Foster. Maar wetenschappers zijn slechte verhalenvertellers. Het belangrijkste verhaal van dit moment – het sombere, letterlijk vernederende verhaal van de homo economicus en de vrije markt – is ons in de verste verte niet waardig.

Er zijn veel betere verhalen. Ze zijn allemaal erg oud. En ze gaan over de relatie van de mens met de natuur, over de verbinding tussen alle levende wezens, tussen planten en dieren. Onze opgave is die verhalen te herontdekken. Als we dat niet doen, voorspel ik je dat het afgelopen is met de mensheid. Dan gaan we aan ons eigen reductionisme en rationalisme ten onder.’
(Charles Foster)

Het is volgens Foster fout gegaan toen we onder invloed van het reductionisme de mens zijn gaan zien als een verzameling atomen, DNA en cellen.

Als iets wat je in onderdelen uit elkaar kunt halen en vervolgens kunt analyseren. Een dergelijke wetenschap kan met een fenomeen als bewustzijn niets. Daarom wordt het genegeerd. De wetenschap is slachtoffer geworden van wat ik noem de linguïstische tirannie: alles moet benoembaar zijn. En daarmee ontkent de wetenschap het belangrijkste wat ons mensen tot mens maakt: het onderbewuste, het gevoel, de intuïtie. Het zijn allemaal menselijke eigenschappen die in het laatpaleolithicum tot bloei zijn gekomen.’
(Charles Foster)

De natuuronderzoeker stelt dat door het reductionisme – het gevolg van de verlichting – de ziel uit de niet-menselijke wereld werd gedreven, waarna mensen als de enige bezielde wezens overbleven. Kwade genius in dezen is volgens Foster filosoof René Descartes die de werkelijkheid in twee niet-communicerende rijken verdeelde: dat van de materie en dat van de geest.

Eerst moet dit heel onschuldig geleken hebben. Het was niet meer dan een pedant stukje filosofische taxonomie, maar de gevolgen waren verpletterend. Geest of ziel – noem het zoals je wilt – bestond ineens niet meer in niet-menselijke materie.’
(Charles Foster)

Desgevraagd verduidelijkt de auteur waarom een steen geen ziel zou kunnen hebben, of een boom of een hond. Omdat het materie is, zeggen de discipelen van Descartes.

‘Maar diezelfde negen-tot-vijfwetenschappers komen na het werk op kantoor of in het lab thuis, aaien de hond en zien dat hij vrolijk kwispelt.’
(Charles Foster)

Hoe kun je dan volhouden dat een hond geen bewustzijn heeft? Dat het niet, net als wij, een bezield wezen is? Als alles om je heen op de een of andere manier bezield is, heeft dat ongelofelijke consequenties. Dan ga je, net als de oermensen, respectvol om met je omgeving. Je verzint rituelen om het dier dat je net voor eigen consumptie hebt gevangen te eren, je offert een lam voor de riviergodin of je snijdt mooie Venusbeeldjes van hout.

De honger brengt mij naar de plek waar bewustzijn en onderbewustzijn bij elkaar komen. Waar bomen, stenen en wolken bezield raken en waar ik verschrompel tot een onderdeel van dat alles. Die verbinding met de buitenwereld, met het mystieke, is misschien wel het grootste verlies dat de mens heeft geleden in zijn opmars naar moderniteit.’
(Charles Foster)

Foster spreekt van woke, dat over maatschappelijk bewustzijn gaat, verantwoordelijkheid en waakzaamheid: ‘het is de gebalde vuist van de zwarte protestbeweging, de kritische woorden van klimaatmeisje Greta Thunberg’. Zo gaat Fosters uitstapje gaat naar de oertijd als onderdeel van een groter geheel.

Het gaat over verantwoordelijkheid dragen voor je omgeving en respect voor je medemens en de natuur. Het gaat over het universele in plaats van het individuele.’ 
(Oswin Schneeweisz)

Zie: Handleiding voor een verweesde mensheid (Oswin Schneeweisz, HP/DE TIJD, 30-11-2021) – of via Blendle

Leven als een mens | Charles Foster | A.W. Bruna | € 24,99 | oktober 2021
Charles Foster is rechtsgeleerde, dierenarts, buitengewoon natuuronderzoeker en een Fellow van Green Templeton College aan de Universiteit van Oxford. Hij schreef vele publicaties en boeken. Leven als een beest werd een internationaal succes: het werd genomineerd voor diverse prijzen en wordt verfilmd. Leven als een mens is het briljante en onvermijdelijke vervolg.

Illustratie: Comfreak (Pixabay)

Koninkrijk van God is in u, maar niet in de NBV21

Op de vraag van de farizeeën wanneer het Koninkrijk van God zal komen, antwoordt Jezus volgens de Herziene Statenvertaling: ‘Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.’ Toch zegt Jezus in het Thomasevangelie dat ‘het Koninkrijk van God binnen in jullie’ is. In de BasisBijbel staat eveneens: ‘het Koninkrijk van God is binnenín jullie’. Niet zo gek dat auteur Susan Smit en tekstdichter Jan Rot zich dat ook zo herinneren: ‘Het koninkrijk van God is in u’. Een van de NBV21-vertalers, Cor Hoogerwerf, betitelt dat onterecht als ‘spookcitaat’.

Totaal twaalfduizend correcties en wijzigingen zijn er in de NBV21 te vinden. Sommige commentaren spreken van een vertaling die ‘prekerig, platgeslagen, niet meer poëtisch, en zielloos’ is.

De Farizeeërs vroegen aan Jezus wanneer het Koninkrijk van God zou komen. Jezus antwoordde: (20) “Het Koninkrijk van God komt niet zó, dat je het kan zien. (21) Je zal niet kunnen zeggen: ‘Kijk, hier is het,’ of: ‘Kijk, daar is het!’ Want het Koninkrijk van God is binnenín jullie.” (Lukas 17)
(Basisbijbel)

Entos: ‘binnen in u’
Sommige theologen stellen dat het Griekse woord entos dat in sommige Bijbels vertaald wordt met ‘binnen uw bereik’, ook vertaald kan worden als ‘binnen in u’. Wie er dan beslist tot ‘binnen uw bereik’ in plaats van ‘binnen in u’ blijkt helaas afhankelijk van de toevallige theologen en de tijdgeest. Totaal twaalfduizend correcties en wijzigingen zijn er in de NBV21 te vinden. Sommige commentaren spreken van een vertaling die ‘prekerig, platgeslagen, niet meer poëtisch, en zielloos’ is.

Ziel weggerationaliseerd
Het tienkoppig team van vertalers lijkt de ziel niet echt aantrekkelijk meer te vinden. Die lijkt wel weggerationaliseerd door de brede (wetenschappelijke) basis voor vertaalkeuzes. Ettelijke malen is de Bijbel vertaald en telkens worden er wijzigingen aangebracht.
Voortschrijdend inzicht kan er wellicht ooit toe leiden dat over zeventien jaar de ‘NBV38’ zal spreken van het ‘Koninkrijk van God dat in u’ is. Nieuwe inzichten zijn immers al binnen het bereik van de mens via onder meer de Nag Hammadi-geschriften. Luther schreef trouwens ook al: ‘Das Reich Gottes ist inwendig in euch’ (in de oorspronkelijke Luther-vertaling).

Anders dan de kerkelijke overlevering
In Het Evangelie van Thomas, dat opdook in 1945 in de Nag Hammadi-geschriften, is de rol die aan Jezus wordt toegekend geheel anders dan die van de kerkelijke overlevering. Onder wetenschappers bestaat volgens cultuurfilosoof Bram Moerland de heersende opvatting dat Thomas een onafhankelijke tekst is, en dus niet achteraf uit de nieuwtestamentische evangeliën is samengevat.

Logion 3: ‘Jezus heeft gezegd: Indien zij die u leiden u zeggen: ziet, het Rijk is in de hemel, dan zullen de vogels van de hemel u vóór zijn; indien zij u zeggen: ziet, het is in de zee, dan zullen de vissen u vóór zijn. Maar het Rijk, het is het binnenste en het is het buitenste van u.
Wanneer gij uzelf zult kennen dan zult gij gekend zijn en zult gij weten dat gijzelf de zonen van de levende Vader zijt. Maar indien gij uzelf niet kent, dan zijt gij in armoede en gijzelf zijt armoede.’
(Uit: Het evangelie van Thomas)

‘Jezus-woorden’
De ‘oer-Thomas’, aldus Moerland, zou zijn opgetekend zo’n tien jaar na de dood van Jezus. Het zijn de geheime woorden die Jezus de Levende gesproken heeft, opgeschreven door Didymus Judas Thomas. Deze gegroepeerde ‘Jezus-woorden’ behoren volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg tot de oudste tradities van het christendom.


NBV21

Zielloos
In de oude Bijbel kan je lezen: ‘Wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won maar schade leed aan zijn ziel?’ Echter in de NBV21 staat nogal prozaïsch: ‘Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven?’ Martine Oldhoff, die onlangs cum laude promoveerde op een zoektocht naar de ziel, vindt dat terecht wat platgeslagen, zielloos. Ook in de Bijbel in gewone taal, van NBG de Bijbel, komt de ziel in de Psalmen nauwelijks meer voor, zegt Oldhoff. ‘Dat is wel een gemis, hoor.’

‘Onder gods vleugel’: piano?
De vertalers van de NBV21 houden duidelijk niet van poëzie. In het Nederlands Dagblad zegt theoloog en schrijver Ad van Nieuwpoort dat zij te veel willen uitleggen. Volgens het bijbelblog van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) waren de vertalers bang dat vleugel begrepen zou worden als piano(!):

’Zo zegt Boaz in Ruth 2 vers 12 dat zij onder Gods vleugels is komen schuilen. Verderop, in hoofdstuk 3 vers 9, staat er nu: ‘laat mij bij u schuilen’, want de vertalers vinden het te moeilijk als Ruth zegt ’Spreid uw vleugel over mij uit’. Dat vind ik echt onbegrijpelijk. Datzelfde woord ‘vleugel’ stáát er in het Hebreeuws gewoon. Dat is poëzie! In het dagelijks leven gebruikt iedereen zulke metaforen. Nee, ook deze editie is een prekerige vertaling. Dat vind ik niet wenselijk.’
(Ad van Nieuwpoort)

Spookcitaat: Het spookcitaat van Susan Smit en Jan Rot (NBG de Bijbel, 18 november 2021)
Beeld NBV21 De Bijbel Kunsteditie: Met kunstwerken uit de Lage landenNederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBV)
Cartoon: (Deel uit strip Anton Dingeman van Pieter Geenen, Trouw – 23 november 2021)
Beeld NBV21 De Bijbel – Literaire editie: Omslag, met het schilderij Agnus Dei van de Spaanse kunstenaar Francisco de Zurbarán 1640 – Cover NBV21
Upgrade augustus 2025: (Lay-out, illustr., herstel links, tekstverduidelijking)

Van Tomáš Halík moet een christen soms atheïst zijn

In Theater voor engelen spreekt Tomáš Halík niet alleen overtuigde christenen aan, maar ook atheïsten en mensen die op zoek zijn naar zingeving. Een theologisch-filosofisch boek van Halík, dat dinsdag verscheen, over de zoektocht naar en de ontmoeting met God. Hierin nodigt hij ons uit het geloof als een levensexperiment op te vatten en de openheid van onze geest in te zetten. ‘Ik heb er vaak naar verlangd uit de cirkel van mijn eigen lotsbestemming te breken en de wereld ook met de ogen van anderen te zien, op een of andere manier deel te krijgen aan hun ervaringen.’

‘Als jongetje werd ik me ervan bewust dat het perspectief van waaruit ik de wereld om me heen waarneem uniek en niet-uitwisselbaar is. Wat ik op dit ogenblik waarneem, vanaf de plaats waarop ik sta, en wat ik daarbij ervaar en wat ik denk, wordt door niemand anders gezien, gevoeld of gedacht. Ieder van ons heeft dus een eigen wereld, hoe dicht we fysiek, emotioneel of ideologisch ook bij elkaar staan.’
(Tomáš Halík in: Theater voor engelen)

Volgens theoloog, filosoof en socioloog Tomáš Halík zoekt God de mens vaak op in de stilte en in het verborgene, zonder dat iemand het zelf merkt. De auteur wijdt onder meer een hoofdstuk aan de vraag of je zonder geloof kunt leven, en bespreekt in een volgend hoofdstuk zijn gedachte dat een christen soms een atheïst moet zijn. Hij laat zien dat ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ tegenwoordig om tal van redenen meer gemeen hebben dan ooit tevoren. Deze situatie is voor beide partijen en ook voor onze gemeenschappelijke wereld een kans waarvan het een zonde zou zijn als we die niet zouden zien en gebruiken.

Dat doe ik niet uit een of ander goedkoop ‘irenisme’, want dat zou een verlangen naar ‘verzoening’ tegen elke prijs betekenen, zelfs tegen de prijs van het verkwanselen van je eigen identiteit, van ontrouw aan tradities. Dat zou betekenen dat we naïef en tegelijkertijd arrogant de verschillen negeren.’
(Uit: Theater voor engelen)

Halík huivert bij de arrogantie van het geloof dat de stem van de kritische rede negeert, net als bij de arrogantie van de seculiere rede die de geestelijke en morele roeping van het geloof veracht.

Deze beide waanideeën en eenzijdigheden hebben zich van elkaar losgemaakt en vallen elkaar nu aan en provoceren elkaar, waarbij ze niet zien hoe angstaanjagend veel ze op elkaar lijken. Juist daarin zie ik het werkelijk acute gevaar voor onze wereld. Paus Johannes Paulus II waarschuwde herhaaldelijk voor het gevaar van geloof zonder denken en denken zonder geloof.’
(Uit: Theater voor engelen)

Gelovigen en ongelovigen hebben volgens Halík dus veel meer gemeen dan de meesten van ons denken. Hij bedoelt dat niet als eindpunt om elkaar dan vervolgens de hand te reiken en ongestoord naast elkaar verder te leven. Integendeel.

We moeten juist wederzijds elkaars rust verstoren! Als ik van de vooronderstelling uitga dat zowel geloof als ongeloof een deel van de waarheid bezitten, dan wil ik me niet tevredenstellen met de goedkope postmoderne slogan ‘Iedereen zijn eigen waarheid’. Als mij de ‘waarheid van het ongeloof ’ interesseert, is het mij er niet om te doen dat neerbuigend te ‘erkennen’, maar om door het doordenken en door-lijden van het ongeloof mijn geloof te kunnen verrijken.’
(Uit: Theater voor engelen)

Schrijver Arnon Grunberg lijkt Halík wel te kennen en experimenteerde eind september met het opzetten van een eigen (tijdelijke) geloofscommune. Hij hield dat levensexperiment op een eilandje in de Vinkeveense plassen. Op de vraag of religie zonder god bestaat is zijn antwoord dat hij steeds meer geneigd is om te denken van wel: het humanisme heeft zich ontwikkeld tot een christendom zonder Jezus. 

Religie heeft lange tijd voorzien in zingevende behoeften van mensen. In onze geseculariseerde maatschappij zijn die behoeftes niet verdwenen, integendeel. Zingeving die niet-gelovige mensen in hun leven zoeken wordt onterecht als niet-religieus herkend, terwijl het dat wel ten dele is.’

Bestaande verlangens naar religie worden over het hoofd gezien. Mensen hebben behoefte aan rituelen om op terug te vallen in tijden van feest en nood. Daar gaat dit experiment over. Ik denk dat het bijdraagt aan een debat over waar we heen moeten met de vragen die vroeger binnen een geloofsgemeenschap werden beantwoord. Op die manier kan de samenleving hier wat aan hebben.’
(Grunberg)

Theater voor engelen – Het leven als religieus experiment | Tomáš Halík | Kokboekencentrum | ISBN: 9789043536431 | Pagina’s: 224 | Publicatiedatum: 9-11-2021 | € 22,50

Arnon Grunberg is op zoek naar een religie zonder God (via Trouw, of Blendle of Topics)

Het toneelstuk van het leven leidt naar het mysterie van God (De Nieuwe Koers, Tjerk de Reus ook via
Blendle)

In De theologie podcast gaan Elsbeth Gruteke en Mark de Jager in gesprek met Erik Borgman over de inhoud en de betekenis van het nieuwe boek van Halík.
 
Beeld: Cover Theater voor engelen (detail)

Wonderlijke verhalen van een mysticus

Boekrecensie Merakels – Droomconsulent en hypnotherapeut Jacques Caron heeft een goede, misschien wel een bevoorrechte basis voor zijn merakelse ervaringen. Opgegroeid in een christelijk gezin met Bijbelse verhalen voelde hij op zijn veertiende al een ‘persoonlijke relatie met het goddelijke’. Wonderlijk snel deed hij inzichten en ervaringen op die hoger en dieper gingen dan religie hem leerde. Later ontmoette hij in de vader van zijn Indische vriendin zijn eerste leermeester op het spirituele vlak. Urenlange gesprekken volgden, over filosofie, religie, mystiek, geesten, en veel meer.

‘Dark night of the soul’
Uiteindelijk bracht een vastenweek in een grot hem inzichten die fundamenteel waren voor een nieuwe koers in zijn leven. Hij ervaarde onder meer de ‘dark night of the soul’, een spirituele crisis in de reis naar de vereniging met het goddelijke, en ontwikkelde een relatie met het onbewuste. Dat hij ook zijn licht opstak bij ‘leermeester’ Carl Jung wordt duidelijk als je zijn boek leest.  

Synchroniciteit
I
s het synchroniciteit of niet? Op de ochtend waarop ik het boek Merakels van Jacques Caron opensla, vind ik een grote witte veer. In zijn boek wordt een veer omschreven als ‘een geschenk uit de hemel’, symbolen van hogere gedachten en spirituele groei. Veren op je pad, zegt Caron, betekent dat je op een hoger spiritueel pad bent beland, of dat er een beschermengel bij je is.

Een duale octahedron
C
aron schrijft overvloedig over wonderlijke ‘incubatie’-dromen, die hij zelf ‘aanvraagt’ voor het slapengaan. Tijdens afdalingen in meditaties krijgt hij vreemde beelden en ingevingen, visioenen, fantasieën en trances als poorten naar het onbewuste. Het zijn soms onvoorstelbare dromen, zeker wanneer hij beelden ziet van een ‘lingam in een yoni’ (vereniging van mannelijke en vrouwelijke energie) of van een ‘duale octahedron’ (de vereniging van hemel en aarde). De auteur put uit uiteenlopende bronnen, van het hindoeïsme tot Carl Jung (synchroniciteit, unio mystica, individuatie), van Joseph Campbell tot de Ziggurat (de bovenpersoonlijke reis) en van zielsgesprekken tot beschermengeltjes.

Je droomt wie je bent
D
ie vele bronnen staan ongetwijfeld aan de basis van zijn bijzondere dromen, ingevingen en visioenen. Iemand die zich daar niet of nauwelijks mee bezighoudt, zal dit soort ervaringen waarschijnlijk zelden (bewust) opdoen, want kort door de bocht gezegd, je droomt wie je bent. Zijn vele ervaringen bieden Caron in ieder geval ‘zin in ons schijnbaar zinloze leven’. Hij noemt ze in Merakels ‘een inkijkje in het leven vanuit een ruimer bewustzijn’, en zegt te leven ‘in verbondenheid met het mysterie’.

‘Mystic call’
W
at kan Merakels de ‘gewone man of vrouw’ bieden? Lang niet iedereen verkeert regelmatig in bewustzijnstoestanden als die van Caron. De een wordt geboren met een ruimer bewustzijn, de ander ontwikkelt dat of overkomt het spontaan. ‘Wonderlijke zaken gebeuren iedereen, maar niet iedereen herkent ze’, schrijft hij in de inleiding. ‘Lastig alleen dat ze vaak symbolisch zijn en vertaling nodig hebben.’ Om Carons merakels ook te ervaren moet je toch wel een behoorlijk gevulde spirituele rugzak hebben. Hoe hoor je anders zo luid de ‘mystic call’ die de mysticus in je wakker roept?


Symboliek
T
och kan je spiritueel groeien, dat maakt dit boek wel duidelijk, maar dan dien je vooral bewust met je leven om te gaan. Caron beschrijft in de inleiding over een vriendin die zwaarmoedig in het bos loopt. Ze vindt een leeggelopen, hartvormige ballon aan een touwtje. Ze gaat er niet aan voorbij en beseft de symboliek: ‘ik sleep mijn leeggelopen hart achter me aan’. Volgens Caron onderstreept dit haar situatie en ziet zij plotseling helder in hoe die is, om vervolgens een heldere keuze te kunnen maken.

Lantaarns die je bijlichten
H
et boek blijft merakels, want sommige verhalen lijken wel van heel ver weg of erg diep uit het onbewuste te komen. Het zijn dan ook verhalen van een mysticus. Ze bevestigen wel de gedachte dat er meer is tussen hemel en aarde en dat we daar soms – de een meer dan de ander – een glimp van mogen ontvangen in onze dromen. ‘Om je eigen schatten te ontdekken. Ze zijn er daar voor jou. Ze liggen op je te wachten.’ Als ‘lantaarns die je bijlichten op je pad’. Je moet er wel voor openstaan, het toeval toelaten, niet aan je ingevingen, dromen of visioenen voorbijgaan, ze binnenlaten komen. Ook als je niet droomt, maar ‘gewoon’ in het bos wandelt.

Merakels – wonderlijke verhalen | Jacques Caron | Uitgeverij Van Warven | Verschenen op 6 mei 2020 | 203 blz. | € 16,95

Beeld: Lingam in een yoni –‘De Yoni wordt meestal symbolisch weergegeven in de vorm van een horizontaal geplaatste vierkante, ellips of ronde basis met een rand en een opening in het midden. Meestal zie je een cilindrische Lingam (de mannelijke tegenhanger van de Yoni) in het midden rechtop staan. Men kan Yoni-iconen tegenkomen in de Vedische literatuur, in veel Indiase kunstvormen, heiligdommen en in hindoetempels.’ (traditionalbodywork.com)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel

Boekrecensie Het raadsel van God. In zijn tienertijd is Alister McGrath wars van irrationaliteit. Hij kan niet tegen onzekerheid en ‘verschuilt zich in een stalen kooi van zekerheden’. Wetenschap is voor hem al op jonge leeftijd heilig. Hij roemt de logica en objectiviteit ervan, en het onthult alles. Zo komt hij erachter waar het universum en hijzelf uit bestaan. Echter, iets blijft knagen aan hem: de diepere vragen over doel en zin. Wat zeggen wetenschappelijke theorieën over de betekenis van de kosmos?

1 + 1 + 1 = 1
G
odsdienst is voor McGrath onbegrijpelijk en onnodig. God is als een extra maan die om Saturnus draait: vaag-interessant, maar zonder enige betekenis voor de aarde. Hij wil niet dat er een God is, maar zelf de regie over zijn leven houden. Als hij in aanraking komt met het Marxisme vindt hij dat een instrument om de wereld te zien en te begrijpen. Als ‘weldenkend mens’ komt hij zo tot het atheïsme, voor hem het enig juiste wereldbeeld. Een helder beeld van zijn denken geeft hij in het hoofdstuk over het dogma van de drie-eenheid. Hierin wijst hij als rusteloze intellectuele tiener de drie-eenheid als irrationeel af en stelt dit op één lijn met de wiskundige quatsch 1 + 1 + 1 = 1.   

Wetenschapsgeschiedenis en -filosofie
D
oor in aanraking te komen met wetenschapsgeschiedenis en -filosofie komt hij er achter dat veel wetenschappelijke theorieën steeds weerlegd worden. Hoe betrouwbaar is de menselijke rede? Ook het Marxisme blijkt niet veel meer dan een hypothese. Om het te kunnen blijven omarmen, moet je andere visies op de wereld onderdrukken. Hij vraagt zich af of zijn atheïsme ook een geloof is.

Betekenis en zingeving
M
cGrath blijft zoeken naar een alternatief ‘totaalbeeld’ van de wereld dat hem zal helpen de ‘basale samenhang van dingen te begrijpen en weer te geven’. Hij zoekt voorbij de natuurwetenschappen en menselijke logica. Maar ook zijn aangeboren aversie tegen onzekerheid wil hij uitdiepen. Intussen groeit het besef dat wetenschap aanvulling nodig heeft ‘om toegevoegde waarde te hebben voor de diepste menselijke levensvragen over betekenis en zingeving’. McGrath gaat op jacht naar een ‘achterliggend groots perspectief van de werkelijkheid’.

C.S. Lewis
Alister McGrath verslindt, vanuit zijn voortdurend getwijfel, het ene boek na het andere over wetenschap en geloof, voortdurend op zoek naar het grotere geheel. Vooral wordt hij geboeid door de Britse christelijke apologeet C.S. Lewis die hem structuur biedt in zijn liefde voor wetenschap en geloof. Het leidt er toe dat hij theologie gaat studeren. Uiteindelijk geeft hij zijn liefde voor wetenschap en geloof vorm als docent op zowel het gebied van natuurwetenschappen als van religie.

Het raadsel van God
Het raadsel van God is een indrukwekkend en meeslepend verhaal over de intellectuele en spirituele ontwikkeling van een jonge man die de beperkingen ontdekt van de wetenschap, maar ook die van het Marxisme. McGrath onderzoekt alles, laat zich niets wijsmaken, zoekt steeds achter de dingen en blijft zoeken naar doel en zin. Hij stelt zichzelf voortdurend vragen, ook over zijn resolute verwerping van het christelijke geloof, waar hij een karikatuur van had gemaakt.

Het raadsel van wetenschap en religie
W
ie verwacht dat Het raadsel van God het raadsel van God oplost, komt bedrogen uit. Dit boek gaat niet over wie of wat God is, maar vooral over het zoeken naar houvast, een manier om de werkelijkheid te begrijpen. Kan dat door wetenschap of religie? Of beide? McGrath vindt het in het christendom. ‘Geloof brengt in kaart wat de wereld betekent’. Samen met de wetenschap die in kaart brengt hoe de wereld werkt, verschaft geloof voor McGrath een vollediger begrip van de wereld die ze uitbeelden.

Het raadsel van God – Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel  | Alister McGrath | ISBN: 9789043536035 | 240 pagina’s | Uitgever: Kokboekencentrum Non-fictie | Publicatiedatum: 12-05-2021 | € 24,99

Beeld: Houtsnijwerk van Camille Flammarion – L’Atmosphère: Météorologie Populaire (Parijs, 1888) (Wikimedia Commons)
(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

‘Wetenschap doet niets af aan verwondering’

Natuurwetenschapper en theoloog Rolie Barth schreef in 12 jaar tijd het kloeke boek De kosmos en het leven, een Meesterwerk, waarin hij op zoek gaat naar een natuurlijke verbinding tussen geloof en natuurwetenschap. Hij is tot de overtuiging gekomen dat God de wereld heeft geschapen langs de weg van een bouwproces, waarvan Hij de Bouwmeester is. De basis onder zijn studie ligt in verwondering, waarvan hij zegt dat als iets wetenschappelijk kan worden verklaard de verwondering niet hoeft te verdwijnen. Dat anderen dat soms wel beweren, vind hij een rare gedachte.

Bijzonder is ook dat je ingewikkelde problemen met eenvoudig ogende wiskundige vergelijkingen kunt beschrijven. Hoe meer je weet, hoe meer je verwonderd raakt over Gods schepping.’
(ND)

Het scheppend bezig zijn van God kun je echter niet met een paar wiskundige formules in kaart brengen, zegt Barth: ‘Verdiep je bijvoorbeeld maar eens een maand in de samenstelling van water, dat is zo ingewikkeld en complex, maar ook zo mooi.’

Newton kon verklaren waarom de aarde in een ellipsvormige baan om de zon draait. De verleiding is er dan om God er buiten te laten. Maar wiskunde kan dan wel een voldoende verklaring bieden, maar nooit een volledige verklaring. Denk alleen aan het fenomeen van de tijd. Augustinus zei al dat de tijd in feite niet bestaat.’
(ND)

Als kerntekst voor de gedachte ‘van voortgaande schepping, met het oog op het bewoonbaar maken van de aarde’ noemt de natuurwetenschapper Jesaja 45 vers 18, waar staat dat God de aarde heeft gemaakt, niet als chaos maar om haar te bewonen. Voor de natuurwetenschapper was dat een eyeopener. Die tekst zegt hem veel over hoe de Bijbel Gods scheppingswerk ziet.

Fantastisch vindt Barth het, wat natuurwetenschappers hebben ontdekt over de kosmos, sterren, planeten en het leven op aarde: een waar Meesterwerk, in twee opzichten.

Hoe bijzonder is het niet dat mensen de structuren en natuurwetten van de kosmos zo diepgaand hebben kunnen doorgronden? En hoe meesterlijk is de kosmos met al zijn structuren niet opgebouwd? Daarom is verwondering een belangrijke motivatie geweest om dit boek te schrijven. Ik hoop dat u of jij als lezer een diepe verwondering zult ervaren door mee te kijken naar de geheimen van de kosmos en het leven.’
(Uit: De kosmos en het leven, een Meesterwerk)


In dit boek geeft Barth een zeer compleet overzicht van wat er bekend is over de oorsprong en ontwikkeling van het heelal, het leven op aarde, en de mens.

Dit doet hij vanuit zowel het perspectief van de natuurwetenschap als vanuit een theologisch perspectief, waarbij hij die beide duidelijk ziet als delen van één werkelijkheid, zij het ieder met zijn eigen zeggingskracht en beperkingen.’
Dr. Marnix Medema, universitair docent Bioinformatica aan de Wageningen Universiteit en gasthoogleraar theoretische biologie aan de Universiteit Leiden.)

Heel indringend is zijn bespreking van het lijden in de wereld. Erkennen dat God de wereld als een bewoonbaar ‘huis’ voor mens en dier heeft gemaakt, roept de vraag op: hoe veilig is het huis?

De benadering van Barth is dat God om een leefbare kosmos te krijgen wel de mogelijkheid moest inbouwen dat er ook lijden kan bestaan. Maar het is wel een lijden waarin God zelf meelijdt. Christus die ons lijden doorlijdt als een pijn in Gods hart. Aansprekend en bemoedigend is zijn persoonlijke ervaring aan het slot van de hoofdstukken over het lijden.’
(Drs. Wim G. Rietkerk, theoloog, auteur en opiniemaker. Voorheen directeur van l’Abri internationaal.)

De kosmos en het leven, een Meesterwerk | Rolie Barth | Buijten & Schipperheijn | Paperback |  9789463690737 |  Druk: 1 |  juni 2021 | 544 pagina’s | € 35 | ‘Het is een prachtig boek geworden met veel illustraties, alles full colour. In drie delen schrijft Rolie over de kosmos, het leven en de mens. Daarbij zoekt Rolie de verbinding tussen wetenschappelijke natuurkennis en theologische inzichten. Dit is een diepgravend boek geworden dat moeilijke vragen niet uit de weg gaat.’ (s-gravendeel.net)

YouTube: De kosmos en het leven, een Meesterwerk
Zie ook: ‘De schepping is een bouwproces’ (ND) – of via Blendle.
Beeld: Heelal (filosoferenvoorkinderen.blogspot.com)