God zelf veroorzaker kwantumgebeurtenissen?

De NBV21, ‘de nieuwe Bijbel voor de 21e eeuw’, is alweer oud. Nu is er de Wetenschapsbijbel: de NBV21 inclusief 300 bijdragen van 60 wetenschappers over geloof, cultuur en wetenschap. Hierin staan onder meer artikelen over hoe kwantumtoeval past in het Bijbelse wereldbeeld. En of God ook maar moet afwachten hoe de kwantumwereld zich ontwikkelt. Maar ook of Prediker met het refrein ‘lucht en leegte’ aangeeft dat het leven zinloos, leeg en absurd is. Toch roept hij regelmatig op om van het leven te genieten. Ook gaat het over de vraag of er een heel diepe verbintenis is tussen lichaam en geest. En is de ziel niet-materieel?

‘Het Bijbelse wereldbeeld is dat God voortdurend
de wereld in stand houdt en daarin werkt’

(Wetenschapsbijbel)

Wat heb je aan de Bijbel bij ingewikkelde vragen uit deze tijd? Bij onderwerpen als gender, duurzaamheid of religieus geweld? Op internet worden Bijbelteksten voor allerlei meningen gebruikt. Waar vind je dan houvast? In deze Bijbeluitgave is de tekst van de Bijbel, in de vertaling van de NBV21, samengebracht met betrouwbare inzichten, geschreven door 60 wetenschappers met liefde voor de Bijbel. Zo kun je als lezer zelf je mening vormen en vol vertrouwen in gesprek gaan over thema’s die ons allemaal raken.’

Templeton Foundation
De Wetenschapsbijbel, waaraan vijf jaar gewerkt is, zegt in ieder geval zelf geen standpunten in te nemen, maar laat verschillende perspectieven zien, ‘betrouwbare inzichten’, maar ‘zonder kant-en-klare antwoorden’. Op de vraag van het RD hoe is voorkomen dat de theologie door de wetenschap zou ondersneeuwen, antwoordde prof. Gijsbert van den Brink dat ‘de meeste bijdragen door theologen zijn geschreven’. Je kunt, aldus deze Bijbel, ‘zelf een visie vormen en met zelfvertrouwen gesprekken voeren over ingewikkelde vragen’. Met dank aan – en geld van – de Amerikaanse Templeton Foundation.

Kwantumgebeurtenissen
O
ver toeval bijvoorbeeld. ‘Toeval’ is geen concept – aldus een van de artikelen – dat vaak voorkomt in de Bijbel (wel in onder andere Pred. 9:11; Ruth 2:3; 1 Kon. 22:34; Luc. 10:31), maar wel een term die we geregeld gebruiken in het dagelijks leven en ook in de wetenschap. Het Bijbelse beeld van de wereld is, ruwweg, dat God die geschapen heeft en van dag tot dag draagt (onderhoudt, in het bestaan houdt).


‘Toeval’ is geen concept?

In de kwantummechanica wordt gesteld dat bepaalde gebeurtenissen, de zogenoemde ‘kwantumsprongen’, toevallig zijn. Dat betekent (volgens een interpretatie) dat ze ‘niet gedetermineerd’ zijn, dat ze niet veroorzaakt zijn. Vooraf kunnen we nooit weten of en wanneer ze zich zullen voordoen – zelfs niet als de beperkingen van ons kennen konden worden opgeheven’.’

Natuurkundigen denken over het algemeen dat kwantumgebeurtenissen op macroniveau geen verschil maken. Als dat zo is, dan zou het kunnen dat God in zijn beleid over de wereld gebruik kan maken van deze ‘diepe’ toevalsprocessen. Maar je kunt ook denken dat God zelf de veroorzaker is van de kwantumgebeurtenissen op microniveau. Immers, het Bijbelse wereldbeeld is dat God voortdurend de wereld in stand houdt en daarin werkt. En daar valt ook de subatomaire wereld onder.’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Lichaam en geest – en ziel?
I
n de Bijbel, zo luidt een andere overweging, komt de lichaam-geest-thematiek regelmatig aan de orde. Denk bijvoorbeeld hieraan: ‘Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens [letterlijk: ‘in het vlees’, dat wil zeggen in lichamelijke gestalte] gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God’ (1 Joh. 4:2-3).

De Bijbel kent dus niet een losse ziel die het wezen van de mens is; het lichaam is geen wegwerpverpakking. Je lichaam hoort er echt bij, het is de ‘afbeelding’ van de ziel. Het lichaam als spiegel van de ziel – denk aan ogen als spiegel van de ziel. Als er dus vol vreugde klinkt dat God zag dat het zeer goed was (Gen. 1:31), geldt dat ook voor het lichaam. Deze liefdevolle joods-christelijke houding naar het aardse is trouwens een van de (weinig erkende) belangrijke voorwaarden voor het ontstaan van empirische wetenschap in het Westen.’

‘(…)We zijn drie filosofische hoofdrolspelers tegengekomen: 1) materialisten (in allerlei soorten): de geest als iets irreëels; 2) dualisten: de ziel als zuiver geestelijke piloot in de cockpit van het lichaam; en 3) compositie-denkers: lichaam en ziel als twee-eenheid. Al die denkers zoeken naar een metafoor voor hun denkbeeld. Want hoe leg je het uit? Welk leidend beeld heb je voor ogen?

Toch is er veel voor te zeggen dat de ziel niet-materieel is. Een probleem van materialisme is bijvoorbeeld dat het onze vrijheid maar moeilijk een plekje kan geven. Het maakt ons tot automaten. We zijn dan niet meer ‘heer over onze eigen daad’, zoals ze dat in de middeleeuwen noemden.’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Predikers ‘you only live once’
W
elk mens verzucht niet van tijd tot tijd: waar doe ik het allemaal voor, is de vraag in weer een andere overweging. Wat voor zin heeft het als er zoveel misgaat? Wat leveren mijn inspanningen uiteindelijk op? Sommige Bijbeluitleggers benadrukken dat Prediker met het refrein ‘lucht en leegte’ (hevel) aangeeft dat het leven zinloos is, leeg en absurd.

Toch roept hij regelmatig op om van het leven te genieten (wij zouden het misschien YOLO noemen: ‘you only live once’). Hevel zinspeelt op de naam Abel (Gen. 4), de eerste mens die stierf, en omschrijft daarmee het vluchtige karakter van het leven: een ademtocht (vgl. Ps. 39:6; 62:10) of een schaduw die voorbijgaat (vgl. Pred. 6:12; Ps. 39:7; 144:4). De kosmos duurt oneindig voort (1:4-11), maar wij stervelingen zijn slechts een vluchtige ademtocht en het leven vliegt voorbij (vergelijk de hedendaagse kreet FOMO: ‘fear of missing out’).’

In de joodse traditie wordt zijn [Prediker] geschrift dan ook gelezen tijdens het Loofhuttenfeest, het seizoen van de vreugde. Deze dringende oproep heeft zijn wortels in de Tora, waar de levensvreugde ook wordt geroemd (Deut. 26:11) en een vreugdeloos leven wordt vervloekt (Deut. 28:47). Vandaar dat Prediker een dringende oproep doet om vreugde en genoegen te beleven op het moment dat je daarvoor de kans krijgt (11:9).’
(Uit: Wetenschapsbijbel)

Overbodig, die NBV21 in de Wetenschapsbijbel
De vorig jaar uitgebrachte NBV21 zit ook volledig in de Wetenschapsbijbel. Het was slimmer – en minder kostbaar – geweest als de bijdragen als supplement naast de reeds bestaande NBV21 werd gepresenteerd, als apart boek. Iedere lezer – geïnteresseerden hebben de NBV21 natuurlijk al – kan dan de ongetwijfeld boeiende artikelen over geloof, cultuur en wetenschap naast zijn NBV21 leggen. Overbodig, die NBV21 in de Wetenschapsbijbel.

Wetenschapsbijbel | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap samen met de VU Amsterdam | 1680 pagina’s + 84 themapagina’s | Gebonden | €58,00

Beeld: Lucepedia (Tilburg School of Catholic TheologyTilburg University)
Beeld kwantumgebeurtenissen: bijzonderewereld.nl
Cartoon: Stefan Verwey

Plato en de bolletjesmensen

De mythen van Plato, een bundel met alle vertellingen van Plato, werd op 8 juni in het Rijksmuseum voor Oudheden gepresenteerd door Bert van den Berg en Hugo Koning. Met veel passie vertelden zij in de volgeboekte Leemanszaal over hun project. Het boek bevat nieuwe vertalingen van de mythen, aangevuld met essays die ‘de kracht van het voorstellingsvermogen van de Griekse filosoof in bredere context plaatsen’.

Ondanks dat Plato het deed voorkomen dat zijn vertellingen oeroud zijn, bedacht hij zijn mythen allemaal zelf. De filosoof zette zijn mythen vooral in als ‘denkmiddel’. Van den Berg en Koning verwezen hierbij naar antropoloog Lévi-Strauss, die mythen bon à penser noemde: tot op de dag van vandaag ‘goed zijn om mee te denken’.

Na afloop van de boekpresentatie, tijdens het signeren van hun boek, vertelde Koning over het verhaal van de bolletjesmensen. Elk bolletjesmens bestond uit twee identiteiten: twee mannen, twee vrouwen of een man en vrouw. Plato schreef een ‘tragische geschiedenis over doorgesneden bolletjesmensen’: De kracht van liefde – Het verlangen naar de wederhelft. Intrigerend genoeg om het boek daar nu open te slaan. Dan lees je eigenlijk een verhaal over seksuele identiteit en gender.

In een toespraak op Plato’s Symposium vertelt Aristophanes over de bolletjesmensen. Een illustratie bij die mythe is te vinden op de omslag van De mythen van Plato. Bolletjesmensen? Ja, vroeger zat de mens dus niet hetzelfde in elkaar als nu, maar heel anders, zeggen de auteurs.

Ten eerste waren er drie geslachten en niet maar twee, mannelijk en vrouwelijk, zoals nu het geval is. Er was ook nog een derde geslacht dat een deel van beiden had. De naam daarvan is nog over, terwijl de soort zelf verdwenen is. De ene soort van toen was de androgyn, zowel in vorm als in naam samengesteld uit beide anderen, de man en de vrouw.’
(Plato)

Om hun teugelloze gedrag in te perken, zo vertelt de mythe, werden de bolletjesmensen in tweeën gesneden. Want die oermensen kregen het ‘hoog in de bol’ waardoor ze zelfs de hemel probeerden te bestrijden om de goden aan te vallen. Doordat ze in tweeën waren gesneden, werden ze zwakker, en een tragisch ander gevolg werd dat iedere helft, uit verlangen naar de ander, steeds daarmee samen wilde komen.

Ze sloegen hun armen om elkaar heen en omhelsden elkaar omdat ze zo graag weer samen wilden groeien. Zo kwamen ze langzamerhand om door honger en algehele lethargie, want gescheiden van elkaar wilden ze niets doen. En als een van de helften stierf, ging de overgebleven helft op zoek naar een ander deel dat was overgebleven en omhelsde die, of het nu de helft betrof van iemand die ooit een hele vrouw was (wat wij dus nu vrouw noemen) of een hele man was. En zo kwijnden ze weg.’
(Plato)

Gelukkig kreeg een van de goden, Zeus, medelijden. Hij wilde de eindeloze zoektocht van de helften stopzetten en zorgde ervoor dat ze kinderen konden verwekken. Seks als oplossing voor de dodelijke lethargie.

Zo ver terug gaat dus het aangeboren verlangen naar elkaar bij mensen; het is een kracht die onze vroegere toestand samenbrengt, probeert om één uit twee te creëren en om de menselijke aard te genezen’.
(Plato)

Die mythe blijkt eveneens voor alle tijden: ook actueel in ons lhbtiq+-tijdperk. Bij Plato lees je dat een mannelijke helft ook een andere mannelijke helft kon tegenkomen. Hierover zei Plato dat

als het om een man met een man ging, er in ieder geval bevrediging ontstond door het samenzijn’.
(Plato)

Dat geldt ook voor twee vrouwelijke helften: ‘zo konden ze stoppen met hun eindeloze zoektocht en zich weer richten op hun alledaagse zorgen en bezigheden’. Plato is in zijn mythe, waarin hij dichter Aristophanes over de bolletjesmensen laat vertellen, van mening dat de androgyne soort ‘nu niet meer bestaat’. Toch komt androgynie voor: er zijn mensen die zich niet mannelijk en niet vrouwelijk voelen, of juist mannelijk én vrouwelijk, of gevoelsmatig tussen beide seksen.

Plato zegt in ieder geval dat de menselijke soort gelukkig kan worden als we de liefde in vervulling laten komen en iedereen zijn eigen liefje vindt en zo terugkeert naar zijn toestand van vroeger.

Als dat inderdaad het beste is, dan volgt daaruit dat de beste van alle bestaande mogelijkheden datgene is wat hier het dichtst bij komt: een partner vinden die aan jou als individu verwant is.’
(Plato)

De mythen van Plato | Bert van den Berg en Hugo Koning | 8 juni 2022 | Uitgeverij Damon | 208 pagina’s | hardcover | € 24,90 | Bert van den Berg is universitair docent Griekse en Romeinse filosofie aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert onder meer over Plato en de Platoonse traditie. Hugo Koning is docent klassieke talen aan de Universiteit Leiden en het Stanislascollege in Delft. Hij doceert en publiceert onder andere over mythologie.

Beeld: Imke Chatrou (Illustrator bij Babel, het magazine voor de Faculteit der Geesteswetenschappen (FGw) van de Universiteit van Amsterdam.)

Binnenkort verschijnt op dit blog mijn boekrecensie van De mythen van Plato.

Lees – in De mythen van Plato – meer over de bolletjesmensen:
* 5. De kracht van de liefde – Het verlangen naar de wederhelft (blz.97)
* Plato zoekt ware (de/het) (blz. 117) | Dit is het toelichtend essay, waarin je onder veel meer komt te weten dat deze mythe van Plato een rol speelt in de film (2001) en musical Hedwig and the angry inch op Broadway (2014).

TIP! Op 4 en 5 oktober 2022 speelt in het Amsterdamse muziektheater DeLaMar de rockmusical Hedwig and the angry inch. Vervolgens ook in andere theaters in Nederland. ‘Best rockmusical ever’ (Rolling Stone Magazine)

Zin. Zoeken. Vinden. De weg.

Boekrecensie: Geestkracht – Frans Croonen. Geestkracht is een inzichtelijke en aantrekkelijk geschreven geschiedenis van zingeving en spiritualiteit in de afgelopen decennia in Nederland. Maar dat niet alleen. Het gaat diep in op zin zoeken en de weg vinden. In vier hoofdstukken onderzoekt cultuurfilosoof en geestelijk begeleider Croonen zingeving en spiritualiteit: Zin. Zoeken. Vinden. De weg.

De filosoof ziet in ons spirituele landschap een ‘boeiend transitieproces dat zich nog volop aan het voltrekken is’. Daarnaast vertelt hij inspirerend over hoe hij gestalte geeft aan zijn werk als geestelijk begeleider. Een boeiende reisgids die veel wegen bewandeld, met als toegift zeven wegwijzers voor op je eigen levensweg.

Betekenis en bestemming
De auteur beschrijft zingeving als ‘zoeken naar betekenis en bestemming’. Het is vooral een proces van bewustwording. Inmiddels een belangrijk thema binnen de positieve psychologie en op het werk. Maar eveneens binnen de marketing, waar een managementgoeroe leiders en bestuurders oproept zingeving en betekenis centraal te stellen en groei en winst secundair. De nadruk in onze maatschappij op perfectie is al te groot. Het leven moet steeds maar ‘mooier, sneller en beter’ gaan. Met de ‘mindere en moeilijke kanten van ons bestaan’ kunnen veel mensen echter slecht omgaan.

Idealen, visioenen en dromen
IGeestkracht vertelt Croonen dat de grote, richtinggevende verhalen niet meer voldoen. Het zijn allemaal kleine verhalen geworden die voor ieder individu een eigen waarheid bevat en ‘iedere waarheid is evenveel waard als de andere’. In de menselijke geschiedenis is een einde gekomen aan de ideologische vooruitgang. Oude levensbeschouwelijke beschouwingen en idealen vervagen. De meritocratie komt opzetten: de mens wordt nog slechts gewaardeerd om zijn prestaties.

In dit boek zoekt hij – en vindt – interessante antwoorden op de vraag hoe zingeving en spiritualiteit kunnen bijdragen aan een nieuw leven inblazen van geestkracht. Idealen zijn ervoor nodig, visioenen en dromen. Die kunnen immers leiden tot een nieuw groot verhaal dat mensen met elkaar verbindt en richting geeft aan de toekomst.

Het nieuwe geloven
H
et gat dat de ontkerstening heeft geslagen is niet gedicht, zegt de auteur. We willen weer zin zoeken, zowel in ‘het kleine en alledaagse’ als naar ‘wat ons ten diepste beweegt of draagt’. Er ontstaat een zoektocht in alle richtingen naar ‘het nieuwe geloven’. Van alles wordt hierbij gehaald: astrologie, boeddhisme, sjamanisme en esoterie; dromen, edelstenen en energie op bijzondere plekken. De zoektocht wordt ook door de commercie omarmd die dat vormgeven door een scala aan business- en vele andere coaches. Nieuwe, seculiere, rituelen ontstaan, zoals stille tochten en het klappen voor passerende rouwauto’s. Het zoeken naar het ‘zelf’ staat centraal, maar vergeten we intussen niet het gemeenschappelijke hoger doel?

Bronnen van geestkracht
W
e hebben spiritualiteit nodig, ‘het zusje van zingeving’. ‘Spiritus’ betekent ‘geest’ of ‘ziel’, de kern van wie je bent. Spiritualiteit helpt je diepste kern ontdekken en verkennen. Het brengt beweging, daagt uit en werkt verbindend. Traditionele vormen van spiritualiteit veranderen, worden anders-religieus, of seculier. Progressieve katholieken beginnen de Acht Mei Beweging, gelovigen worden meervoudig religieus, er ontstaat een lappendeken aan christelijke spiritualiteiten. Seculiere bronnen van geestkracht worden actief. Stadskloosters ontstaan, in meer of mindere mate christelijk of kerkelijk. Kerkelijke en niet-kerkelijke zinzoekers kan je overal vinden. Op zoek naar rust en stilte, naar structuur en balans vanwege de drukte in het leven, naar betekenisvolle inhoud.

Sacrale ruimten
S
ommigen worden ‘heel seculier’ en zoeken andere woorden voor God, genade en voorzienigheid. Toch doet de ‘ogenschijnlijke ongodsdienstigheid niets af aan de zingevingsvragen en het religieus verlangen waar een steeds grotere groep mensen mee rondloopt’. Daar zijn ook letterlijk ruimten voor nodig. Plaatsen voor verbinding en verdieping. Voor bezielende bijeenkomsten. Die plekken worden ‘genereuze ruimten’ genoemd: een ruimte die mensen stil laat staan, maar ook in beweging brengt.

Tweeduizend jaar christendom
D
e auteur deelt zijn eigen levenslijn en al gauw wordt duidelijk dat zijn vindplaats van geestkracht het ‘Rijke Roomsche Leven’ blijkt te zijn. Het is het vertrekpunt van zijn spirituele ontwikkeling dat er uiteindelijk toe leidt dat hij van zingeving zijn werk maakt. De joods-christelijke traditie is de bedding waarin hij staat en rijk genoeg als referentiekader voor zijn innerlijke ontwikkeling.

Hoe ook wij dit kunnen ‘herwaarderen en op een positieve manier kunnen inzetten in onze zoektocht naar geestkracht’ en dus ‘niet voorbijgaan aan de expertise, ervaring en infrastructuur die we in tweeduizend jaar christendom wereldwijd voor elkaar gebracht hebben’, laat Croonen ook zien. De traditie reikt hem iets aan dat onmiddellijk bruikbaar is en dat laat hij vooral in het hoofdstuk Vinden zien. Hierin staat zijn eigen werk als geestelijk begeleider en hoe hij dat praktisch vormgeeft centraal.

Als het leven een reis is
Ga op reis! Geestkracht is ook een aantrekkelijke reisgids voor op je levensweg. Als goede raad geeft de auteur als toegift zeven ‘wegwijzers’ mee om op weg te gaan. Op ‘je levensweg als een voortdurend op weg zijn’. Je kunt ermee op reis gaan, zonder doel, bestemming of finish. Je gaat gewoon op weg. Want, zo zegt de auteur, ‘als het leven een reis is, is het zonde om thuis te blijven of langs de weg te gaan zitten’.

Geestkracht – Zingeving en spiritualiteit in het Nederland van nu | Frans Croonen | Uitgeverij Zilt | Paperback |  9789493198142 | Druk: 1 | oktober 2021 | 192 pagina’s | € 20,99 | E-book € 12,50

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Een duurzame en ‘dierzame’ samenleving     

De grootsheid van een natie kan worden beoordeeld naar de manier waarop haar dieren worden behandeld, zei Mahatma Gandhi vele jaren geleden. ‘In het besef van hoe we tegenwoordig met dieren en de natuur omgaan, confronteert deze uitspraak ons op een ontnuchterende wijze met onszelf.’ – Dit zegt hoogleraar Duurzame Ontwikkeling Pim Martens in De heilige natuur dat hij samenstelde met Marloes van de Goor (International Institute for Animal Ethics).

In De heilige natuur interviewen Martens en Van de Goor twaalf inheemse en religieuze leiders uit verschillende werelddelen over de heiligheid van de natuur. Hun eeuwenoude wijsheden inspireren ons om anders te gaan denken over onze omgang met alles wat leeft.

Aan het woord komen de Groenlandse sjamaan Angakkorsuaq, de Amerikaanse indianenleider Chief Lane Jr., masaileider Mwarabu, de boeddhistische geestelijke Shih, de dichtende islamgeleerde Ur Rehman Chishti, orthodox rabbijn Slifkin, Maya-priester Sac Coyoy, hindoe-prins Jhala, Aztekenleider Sanchez, leider van de Canadese Bear Clan Wawatie, bisschop Smeets van Roermond en theoloog Valerio van Rochester Cathedral. Oeroude natuurwijsheden uit alle streken!’

Religie speelt een belangrijke rol als het gaat om de houding van de mens ten opzichte van de dieren waarmee hij de wereld deelt, stelt Martens.

Aan de ene kant kan het geloof in een goddelijke identiteit of de identificatie met een bepaalde religie leiden tot een positieve waardering voor de natuur, aan de andere kant kan religie ons minder met de natuur verbonden laten voelen. Dit hangt samen met de geloofsovertuiging die men aanhangt.’


De twaalf inheemse en religieuze leiders

Martens noemt bijvoorbeeld het confucianisme, een vertegenwoordiger van de traditionele cultuur en heersende filosofie van veel Aziatische landen. Het beïnvloedt zowel Chinese als Japanse sociale waarden, inclusief de houding van het publiek tegenover dieren.

In het confucianisme worden mensen beschouwd als de heer van de schepping en kunnen dieren worden opgeofferd voor het voortbestaan van de mens.’

Naast het confucianisme dragen ook het boeddhisme en het traditionele shintoïsme bij aan de Japanse sociale waarden, zegt Martens.

De leerstellingen van het boeddhisme en het shintoïsme benadrukken de wederzijdse zorg en compassie in relaties tussen mensen en niet-menselijke dieren. Maar hoe we uiteindelijk met dieren omgaan is sterk afhankelijk van de diersoort en de situatie. Een ding is duidelijk: onze dominante huidige sociaaleconomische en politieke systemen raken losgekoppeld van de ecologie van het leven.’

Er lijkt geen sprake te zijn van een ‘dierzame’ ontwikkeling in de evolutie van de westerse mens.

De scheiding tussen mens en natuur leidde tot een afnemende betrokkenheid bij dierenwelzijn, en tot de wereldwijde milieuproblemen die we vandaag de dag zien. De ‘dierzaamheid’ verdween en we gingen dierenleed moreel aanvaardbaar vinden.’

Gandhi had natuurlijk gelijk toen hij zei dat de grootsheid van een natie kan worden beoordeeld naar de manier waarop haar dieren worden behandeld, zegt Martens.

Daarom hebben we een vorm van duurzaamheid nodig die ook voor het dier en de natuur geldt: dierzaamheid dus. Dit boek laat zien hoe verschillende religieuze en inheemse leiders onze rol ten opzichte van dieren en de natuur zien.’

Veel traditionele wereld- en mensbeelden zijn – in tegenstelling tot het modern-westerse wereld- en mensbeeld – gebaseerd op een diep begrip en doorleefde ervaring van de aard van het leven als een onderling afhankelijk, onderling verbonden en wederkerig geheel, vertelt Martens.

In traditionele culturen wordt de mens als onderdeel van de natuur gezien. Gelijkwaardigheid, wederkerigheid en co-evolutie worden beschouwd als leidende principes voor de evolutie en ontwikkeling van de samenleving.’

Zo kunnen we bijvoorbeeld leren van veel oude inheemse culturen op onze planeet, en krijgen we via hen ook meer inzicht in wat een duurzame en dierzame samenleving nu zou kunnen inhouden. Aangezien we midden in onze grootste duurzaamheidsuitdaging zitten, is zulke reflectie noodzakelijk.’

Citaten uit: De heilige natuur – Niet-westerse stemmen over dier, mens en klimaat | Pim Martens, Marloes van de Goor | Uitgeverij Noordboek | 144 blz. | Paperback | € 19.90 | Komt uit in juni 2022 | ‘De tekst is gebaseerd op interviews die we met ze [de inheemse en religieuze leiders] hebben gehouden. We hebben ze in spreektaal weergegeven. Ze bevatten soms filosofische bespiegelingen, maar zijn vaak ook luchtig van toon. Zie het alsof de geïnterviewde religieuze en inheemse leiders bij je op de koffie komen.’ (Uit: De heilige natuur)

Foto: Charolais runderen (Lage Vuursche, Zomer 2021, PD)
Foto twaalf leiders: pimmartens.com