Zeg maar je, glimlacht de Hij-God

Doe toch niet zo afstandelijk, maant God mij vriendelijk als ik hem weer eens met U aanspreek in de bossen van Lage Vuursche. Hij moet lachen en geeft me vriendschappelijk een paar stompen tegen de schouders. Niet letterlijk, want God is geest, maar toch voel ik hem om me heen, vooral als hij stompt. Dan weet ik dat Hij… eh… hij het is, en geen fantasievriendje.

Ik ben geen U of Gij of Hij, zeg maar je tegen U, sprak God. ‘Al die eerbiedskapitalen, dat schept maar afstand, terwijl ik juist zo dichtbij ben. Dat hijgerige ge-Hij. Waarom moet het beeld van mij zo patriarchaal zijn? Ik ben niet eens een hij. En ook geen zij zoals sommigen dat liever zien. Ik ben geen mens, dus geen man, en ook geen vrouw.’
‘Godzijdank.’
‘Ook geen vrouw, zei ik.’ Weer een stomp tegen mijn schouder.
‘Sommigen willen natuurlijk Godhijdank horen.’
Matthijs de Jong bijvoorbeeld, projectleider – ook weer een man – van de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, zal eisen dat je GodHijdank zegt. ‘De hoofdletter laat Gods ‘andersheid’ zien,’ vindt De Jong… Zo lust ik er nog wel een. Er zijn mensen die wijzer zijn, die zeggen al jaren goddank, altijd goed,’ lacht God, zo uitbundig dat de dennenbomen ervan ruisen.

In de bronteksten zijn helemaal geen eerbiedskapitalen te vinden,’ zeg ik. ‘Het Hebreeuws kent zelfs geen hoofdletters. En nu moet je ineens weer U en Hij worden.’
‘Ken je nagaan! Wat is er mis met de bronteksten?’ Pats! God slaat met een hand keihard op een boomstronk. Ik zie tenminste zand en bladeren overal van de stronk afstuiven. ‘Heremetijd. Stelletje eerbiedskapitalisten!’
‘Hij staat voor mannelijk, patriarchaal, zeker als hij in kapitaal wordt geschreven. Die hoofdletter schijnt voor veel mannen extra belangrijk. Er is een studie (al in 1994) verschenen, en er zijn er meer, die de trieste en schadelijke gevolgen van een patriarchaal Godsbeeld en het doorgeven daarvan voor voornamelijk vrouwen in kerk en samenleving heeft aangetoond,’ vertel ik God. Overbodig natuurlijk, want Hij, eh… hij weet alles.
‘Ik weet het, te triest voor woorden. Daarom zien veel vrouwen mij liever als zij. Dat komt omdat mannen ervoor gezorgd hebben dat ik een patriarchale God ben. Zo konden zij hun ‘man-zijn’ kracht bijzetten. Zonde. Doodzonde. Als God ben ik voor gelijkwaardigheid. Zij is van net zo veel waarde als hij, en dat geldt ook voor iedereen die zich hij of zij voelt en alle gradaties daaromheen.’

De nieuwe Bijbel ligt al bij de drukker, dus het wordt Hij,’ zucht ik. ‘En na het drukken mag een groep vrouwelijke religiewetenschappers en theologen erover komen praten. Voor spek en bonen dus. Het boek is al drukklaar!’
‘Ineens moet de Bijbel snel klaar zijn, terwijl deze al eeuwen oud is. Dan kan je toch wel even wachten en goed overleggen of het Hij of hij moet worden? Maar eigenlijk kan het allebei niet. Zoals ik zei, ik ben geen mens, dus geen man en geen vrouw.’
Die vrouwen willen ook dat je niet mannelijk of vrouwelijk bent, maar ‘boven onze beelden uitgaat’.’
‘Beeldig! Maar wat voor beeld? Wie ben ik? Ik raak potverdrie helemaal in een identiteitscrisis.’
‘Je bent toch die je bent?’, knipoog ik.
God knipoogt terug door de zon in een flits tussen de wolken te laten schijnen. ‘O ja, natuurlijk, ik ben die ik ben. Dat zei ik nog tegen Mozes. Dat moet genoeg zijn.’
Met een high five nemen we afscheid. Mijn arm slaat door de windstoot achterover.
‘Adieu,’ zeg ik. ‘Voor mij ben je hem altijd.’
‘Hem?’ God moet zo hard lachen, dat een fikse storm opsteekt.
 

Beeld: Genesis 2:1-3 in de Statenvertaling (druk: Kampen, S. van Velzen Jr, 1868) – ‘De Statenbijbel uit de familie van mijn grootvader (gedrukt in 1868) is mij dierbaar en ademt grote eerbied voor God. Toch heeft die Bijbel op veel plaatsen geen eerbiedshoofdletters. Wat opvalt is dat die oude Statenbijbel eerbiedshoofdletters vooral gebruikt in teksten waar verwarring mogelijk is. Zoals bijvoorbeeld in Genesis 22:1, waar niet meteen duidelijk is of Abraham of God spreekt. Maar in Genesis 1 en 2, waar God de enige is die spreekt, staat ‘hy’ zonder hoofdletter. Hoofdlettergebruik dus in die gevallen waar dat behulpzaam is.’ (Universitair Hoofddocent Oude Testament Marjo Korpel)

‘Atheïsten hebben een signaalfunctie’

Atheïsten houden je volgens theoloog Rikko Voorberg een spiegel voor of de kerk nog impact heeft. ‘Als de kerk een zelfbevestigend cirkeltje is geworden, waarin de woorden alleen betekenis hebben voor de gelovigen zelf, dan is dat de dood in de pot.’ Voorberg, een predikant die zich daadwerkelijk vrijgemaakt heeft uit de vrijgemaakt gereformeerde bubble, houdt ook van het perspectief van een vrijgemaakte theologie. AdRem plaatste een interview met Voorberg, bekend van de PopUpKerk in Amsterdam, ‘We gaan ze halen’ en het boek De dominee leert vloeken: over woede, onmacht en daadkracht.

Dit boek is het verslag van een persoonlijke reis met aanknopingspunten voor constructieve actie. Het is voor cynici die hun cynisme zat zijn. Voor kerkelijken die hun kerkelijkheid zat zijn. Voor geëngageerden die verbaasd een dominee aan hun zijde vinden. Voor gelovigen die weten dat het niet om een hemel gaat. Voor ouderen die verlangen naar nieuw elan. Het is voor iedereen die meent dat alles wat we kunnen doen te weinig is, maar dat niets doen echt niet kan. Het is voor iedereen die zich afvraagt waar de moti­vatie en de energie te vinden zijn om steeds hoopvol opnieuw te beginnen.
(Uit: De dominee leert vloeken)

Voorberg zat, als zoon van de dominee, volledig in de vrijgemaakt gereformeerde bubble, zegt hij. Bij Karl Barth las hij over de ongrijpbaarheid van de eeuwige en het idee van God als gebeuren. Barth opende zijn ogen voor het perspectief van een minder vastgelegde theologie, en sindsdien wil Voorberg liefst zo dicht mogelijk op het ‘geleefde en publieke leven theologiseren’.

Het was met name de ongrijpbaarheid van God die me bij Barth raakte, die werd een ‘vreemde’, een verheven entiteit. Alles wat je over God zei moest ook weer ontkend worden, niemand had hem in the pocket. Ik kon weer ademhalen.’
(Uit: De dominee leert vloeken)

En ook de luthers predikant en theoloog Bonhoeffer.

Dietrich Bonhoeffers theologie die direct voortkwam uit de grote, existentiële vragen van zijn tijd zijn zo veel interessanter dan algemene dogmatische discussies…’ 
(Voorberg in AdRem)

De predikant vindt dat het verhaal van het christendom niet alleen betekenis kan hebben binnen de muren van de kerk. In zijn boek zegt Voorberg dat het kunstenaars en activisten waren die hem het idee gaven dat het mogelijk was om goede woede in constructieve actie om te zetten; hij trof ze toen hij de wereld buiten zijn gereformeerde subcultuur ging verkennen.

Mijn zoektocht werd het te ontdekken wat het geloof, wat het Evangelie voor betekenis heeft in de gewone wereld. Ik zeg soms tegen de kunstenaars en niet-gelovigen met wie ik werk, dat het eigenlijk een wat egoïstisch projectje is. Ik wil niet hen bekeren, maar zoek hun inzicht om zelf opnieuw bekeerd te worden tot een relevanter vorm van christendom. Of het christendom iets te zeggen heeft, moet je onderzoeken tussen niet-gelovigen.’
(Voorberg in AdRem)

Atheïsten hebben een signaalfunctie als kanaries in een kolenmijn, is een uitspraak van Voorberg. In de PopUpKerk in Amsterdam die hij initieerde, was een werkregel dat ‘als er geen atheïsten in een PopUpKerk meer aanwezig zijn, die per direct wordt opgeheven’.

Het is zo helend om niet- of andersgelovigen te betrekken bij wat je doet. Zij houden je een spiegel voor of de kerk nog impact heeft.’
(Voorberg in AdRem)

Mensen zoeken rust en comfort in de kerk, maar… zegt Voorberg, religie hoort altijd ook in zekere zin oncomfortabel te zijn.

Als je het licht wilt vinden, dan moet je in het duister zijn, want daar schijnt het. Ik herken dat heel sterk uit het pastoraat en uit levens van vrienden. Of ik doe wat het evangelie vraagt? Ik doe wat ik soms dénk dat het Evangelie van me vraagt in de hoop om te ontdekken wat het Evangelie werkelijk van me vraagt. Zeker weten, dogmatisme is dan de dood in de pot’.’
(Voorberg in AdRem)

Bronnen:
* Zoek je het licht, ga dan naar het duister (AdRem, februari 2021) | ‘In 1807 werd door Westerlingen een bijbel voor slaven gemaakt, maar ze moesten niet op het idee komen om in opstand te komen. Dus werd 90% van het Oude Testament uit hun bijbel geschrapt.(Voorberg in AdRem)

* De dominee leert vloekenRikko Voorberg | De Arbeiderspers | 25-10-2016 | € 20,99 | E-book: € 10,99 | ‘Rikko Voorberg gelooft in lotsverbondenheid met anderen, dichtbij en ver weg, en laat zien wat dat in de praktijk betekent.’ – Petra Stienen, publiciste en arabiste | ‘Eindelijk een alternatief voor volwassen idealisten. Een boek dat ieders aandacht verdient.’ – Karel Smouter, De Correspondent.

Beeld: VISIE-EO

God, zingeving en verbondenheid

‘Er is een besef dat alles anders moet. Er leeft een ongelooflijk gevoel van urgentie, dat er een opeenstapeling is van gigantische problemen, van het klimaat tot de verharding van de samenleving en kapitaalongelijkheid. Maar voor we het anders gaan doen, hebben mensen tijd nodig. We gaan eerst door een soort rouwproces, de toon verandert echt met de week. Maar ik heb nog niemand gesproken die terug wil naar hoe het voor de coronacrisis was.’ Politicoloog Mounir Samuel zegt dit vol passie in de Volkskrant. Deze passie is ook gloedvol te horen in De Ongelooflijke Podcast bij NPORadio1.

S
amuel maakt zich daarin zorgen over maatschappij, waarin mensen zich steeds verder terug trekken in bubbels. Zelf probeert hij met iedereen échte gesprekken te voeren, ook over zingeving en geloof. Podcast 44 gaat over geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken. ‘De grootste crisis is de geestelijke armoede’.

De publicist ergert zich aan identiteitspolitiek, omdat het afleid van belangrijkere discussies, vindt hij. ‘Zo lang we met elkaar aan het soebatten zijn over gender, kleur en andere zaken – hoe belangrijk ook – staan we niet samen collectief te vechten tegen de echte, grote problemen, zoals het klimaat en Big Tech die ons hele leven infiltreren.

In zijn boek Noodzakelijke gesprekken praat hij vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is.

Ik wilde naar een dieper gesprek over God, zingeving en verbondenheid. Het coronavirus werkt als een soort snelkookpan voor de grote thema’s van deze tijd. Het legt bloot wat we al jaren doen. De gesprekken gaan over de vragen die we onszelf moeten stellen op weg naar een nieuwe wereld, zodat we niet teruggaan naar business as usual.’
(de Volkskrant)

Mounir Samuel omschrijft zichzelf als een ‘Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde, transgender man van kleur’. Hij is politicoloog, publicist, theatermaker, Midden-Oostencorrespondent en presentator van het tv-programma De Nieuwe Wereld. Naast schrijver en journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer, is hij ook adviseur ‘diversvaardigheid’, en beweegt zich in zijn werk en leven soepel over de scheidslijnen van politiek, geografie, media, cultuur, taal, religie en gender.

De begrippen buitelen over elkaar heen als je Mounir goed wil omschrijven, mede daarom noemt hij zichzelf ‘het failliet van het identiteitsdenken’. Wat bedoelt hij daarmee? En wat voor rol spelen God en geloof in zijn tumultueuze leven?
Mounir schreef middenin de coronacrisis het boek
Noodzakelijke Gesprekken, waarin hij 15 mensen interviewt over de grote vragen van deze tijd. Maar dit keer is hij zelf aan de beurt. Journalist David Boogerd en theoloog Stefan Paas praten met Mounir Samuel over geloof, twijfels, geestelijke armoede en één identiteit die alles overstijgt.’
(De Ongelooflijke Podcast)

Noodzakelijke gesprekken – reflecties op een nieuwe wereld | Mounir Samuel | Essaybundel | Uitgeverij Jurgen Maas | December 2020 | €19.95 | 240 blz. |
Noodzakelijke gesprekken bevat vijftien spraakmakende interviews over de grote vragen van deze tijd. Daarin gaat Mounir geen ongemakkelijk thema of maatschappelijke uitdaging uit de weg. Of het nu leven in quarantaine, de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, de zorg, het onderwijs, God en religie, politieke representatie, feminisme, intimiteit, depressie, het ouderschap of de verwerking van verlies betreft. Met een scherpe pen destilleert Mounir samen met zijn gesprekspartners een nieuwe wereld.’ (Cover)

Luister: #44 – Geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken met Mounir Samuel en Stefan Paas (De Ongelooflijke Podcast – NPORadio1) ‘Geestelijke armoede is de grootste pandemie.’
‘Nederlandse christenen moeten niet zo verlegen doen over hun geloof. Het verbaast schrijver en journalist Mounir Samuel regelmatig dat veel gelovigen nauwelijks durven te praten over hun religie, terwijl er juist veel behoefte is aan zingeving, denkt hij. Zelf heeft hij er geen last van: “Ik kan niet niét over God praten”, zegt hij in De Ongelooflijke Podcast.’

Beeld: wp.johannescentrum.nl

‘God keert terug dankzij de quantummechanica’

Volgens Maarten van Buuren keert God dankzij de quantummechanica terug als alomvattende kiemkracht in de Natuur. Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens hem worden herzien. Over zijn boek Quantum, de oerknal en God dat 2 februari verschijnt, interviewden Hans Rutten en Jacques Poot, van Academie op Kreta, de auteur. ‘Er gaapt een kloof tussen onze waarneming en de dynamiek waar alles uit voortkomt. Over die grens en over de oorsprong van de dingen gaat het in Quantum, de oerknal en God.

God is Natuur’ stelde Baruch de Spinoza in de 17e eeuw. Met de opkomst van de moderne natuurkunde in de 18e en 19e eeuw raakte de natuur haar goddelijke status kwijt. Wetenschappers dachten dat alles meetbaar was en het leek een kwestie van tijd voordat de mens de natuur geheel en al zou hebben doorgrond.

Aan dit optimisme kwam een abrupt einde toen de jonge Duitse natuurkundige Werner Heisenberg in 1925 ontdekte dat het gedrag van elementaire deeltjes per definitie onbepaalbaar is. Heisenberg legde de grondslag voor de quantumfysica. Hij ontketende een wetenschappelijke revolutie die het moderne wereldbeeld op zijn kop zette. In Quantum, de oerknal en God onderneemt Maarten van Buuren een filosofische verkenning van de consequenties van deze revolutie.
Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien. Aan afkoeling en verval gaat een dynamische impuls vooraf waaruit alle dingen ontstaan en die de energie levert voor alles wat groeit en bloeit. ‘Vormkracht’ is de motor van het universum. Daarmee keert God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terug.’
(Akademie op Kreta)

Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien.’ Dit klinkt voor Rutten en Poot als een geniaal inzicht, goed voor een Nobelprijs. ‘Is dit een omwenteling in denken die door anderen bekritiseerd wordt, of zal worden,’ vragen zij Van Buuren. Zijn antwoord luidt dat de herziening van wat bekend staat als de tweede wet van de thermodynamica (de wet van de entropie) eigenlijk een onontkoombare consequentie was van zijn langdurig kauwen op de ontdekkingen van Max Planck, Niels Bohr en Werner Heisenberg.

Natuurkundigen die ik mijn boek heb voorgelegd (bijvoorbeeld hoogleraar quantumfysica Dennis Dieks,) accepteren mijn ‘vormkracht’ principe niet, maar ze kunnen me niet uitleggen waarom ze dat niet doen en geven me ook geen argumenten die zouden weerleggen wat mijns inziens onweerlegbaar is, namelijk dat als je uitgaat van de wet dat alle natuurkundige processen berusten op entropie (afkoeling en ontbinding), dit een complementair principe veronderstelt dat verklaart waarom lichamen (in de ruimste zin van het woord) überhaupt tot ontstaan, groei en bloei hebben kunnen komen.
‘Rijzen, blinken en verzinken’ zei mijn grootmoeder. Als je benadrukt dat alle natuurkundige processen bepaald worden door ‘verzinken’, vergeet je dat aan dit ‘verzinken’ een ‘rijzen’ en ‘blinken’ vooraf moet gaan, en zelfs dat dit ‘rijzen’ en ‘blinken’ het primaire proces is ten opzichte waarvan de entropie (het ‘verzinken’) de secundaire keerzijde is.

(Akademie op Kreta)

Vormkracht’ is de motor van het universum, waarmee God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terugkeert, stelt Van Buuren. Voor Rutten en Poot klinkt dit in een tijd van doemdenken als een blijde boodschap: ‘Het wordt niet allemaal ‘minder’. Het wordt steeds mooier en beter. Dit is een indrukwekkende ommekeer in het denken. Althans voor ons.’ Zij vragen of Van Buuren het zelf ook als een ‘onverwachte hoop op een betere toekomst’ ziet.

Je toont me consequenties waarvan ik me nauwelijks bewust was. Maar je hebt gelijk. Eén van de blij-makende effecten van het schrijven van dit boek was dat de standaardtheorie over het wezen van natuurkundige processen, over de evolutie van het heelal en dus over de toekomst van het universum in het algemeen en van de aarde in het bijzonder zich aftekent als een vorm van doemdenken die hoognodig correctie behoeft.
Ik kan niet zeggen dat ik iemand ben van ‘de blijde boodschap’, maar het verzet dat ik moest aantekenen tegen de klakkeloos aanvaarde theorie van de entropie maakt dat ik de dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie, kortom de goddelijk oorsprong en beschutting moet benadrukken van een kosmos die al te lang is afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal.’
(Akademie op Kreta)

Zie: Cursussen filosofie op Kreta in 2021 en 2022

Quantum, de oerknal en God | Filosofische perspectieven van de quantummechanica | ISBN: 9789047712084 | Uitvoering: Paperback | Prijs: € 19,99
‘Maarten van Buuren is hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit Utrecht en vertaler. In 2008 verscheen zijn bestseller Kikker gaat fietsen!, een verslag van zijn worsteling met depressies. Daarna schreef hij in 2012 De afrekening, een kritische beschouwing over het gewapend verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samen met Joep Dohmen publiceerde hij twee boeken, De prijs van de vrijheid (2011) en Van oude en nieuwe deugden (2013).
In Spinoza – vijf wegen naar de vrijheid (2016) werpt van Buuren een verhelderend licht op Spinoza’s moeilijk doordringbare filosofie, en met Spinoza – Ethica (2017) maakt hij een vertaling die het Latijnse origineel dichter dan ooit benadert en tevens een nieuw en verhelderend licht werpt op de sleutelbegrippen van Spinoza’s denken.’ (Akademie op Kreta)