Charlie Hebdo heeft pesten tot kunst verheven

zoekdeheldjanbontje.large
En dan is alles toegestaan. De profeet wordt vandaag weer prominent – lekker pûh! – afgebeeld op de voorpagina van Charlie Hebdo. Het komt mij voor dat Charlie vroeger als kind toch wel vreselijk gepest moet zijn en neemt sindsdien voortdurend wraak op alles en iedereen door – onder het mom van satire – hevig terug te pesten. Maakt niet uit wie. Vanuit anarchistisch standpunt is alles en iedereen een dankbaar object: christendom en islam voorop. Pesten is blijkbaar onuitroeibaar en vele toekijkers genieten volop van hun helden. Pesten tot kunst verheven.

Op veel scholen worden tegenwoordig talloze antipestprogramma’s ingezet om (komende) slachtoffers te behoeden voor hun pestkoppen. De gepesten gaan of van school af, of worden depressief, plegen soms zelfmoord of – tot het uiterste getergd – vermoorden de pesters. Andere gepesten beginnen een satirisch blad en slaan pestend en kwetsend om zich heen. Dat moet kunnen, vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Coûte que coûte… Altijd?

Toen een islamitische cartoonist een grove spotprent van de profeet Mohammed en een negenjarige Aisha beantwoordde met een spotprent van Hitler met Anne Frank in bed, was de wereld te klein. Juridisch gezien zit er tussen de twee geen verschil: ze zijn allebei grof en smakeloos, en zeer beledigend voor een groep mensen. Maar aangezien ze geen van beide een specifieke groep mensen tot onderwerp van spot hebben, is het niet strafbaar.’  (Maurits Berger – RD)

vincentkemmeHoofdredacteur Vincent Kemme (foto: myspace.com) van Rorate staat ook stil bij het gebeuren en schrijft in zijn artikel Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk:

Char­lie Hebdo is — hoezeer ik ook afwijs en betreur wat hen is aangedaan — een typisch voor­beeld van een blad dat zon­der enig respect voor per­so­nen en hun gevoe­lens om het even wat de wereld in meent te mogen slin­geren, vanuit een wereld­beeld dat zelf niet veel meer lijkt in te houden dan het willen breken van elke vorm van ‘macht’.’  (VK)

Kemme vraagt zich af of enige vorm van zelfcensuur wenselijk is of zelfs moet. Hoe afkeurenswaardig de moord­par­tij op de redac­tiele­den ook is — Kemme zegt dat niet genoeg te kunnen benadrukken — een dergelijke gebeurte­nis was natuurlijk te verwachten. Moeten we daarom uit angst voor aansla­gen onszelf censureren? 

Nee, zelf­cen­suur — voor zover we ons die moeten opleggen en ik denk dat dat soms moet — moet op diepere motieven berusten: de wens om met onze humor, onze ‘spot­prenten’ nie­mand te kwet­sen of te beledi­gen. Er bestaan ook andere manieren om de islam ter sprake te bren­gen en ik zie niet waarom dat per se op een voor moslims beledi­gende manier zou moeten.’ (VK) 

Kemme stelt, naast het feit dat hij zich tegelijk aansluit bij de woor­den van de aartsbisschop van Parijs, Mgr. Vingt-Trois: ‘Een car­toon, hoe smakeloos ook, kan niet op gelijk niveau geplaatst wor­den met moord,’ en ‘Persvrijheid, wat het ook kost, is een teken van een vol­wassen samen­lev­ing’: 

We hebben hier te maken met een doorge­dreven verabsolutering van de persvrijheid in onze samenleving, waar respect en eerlijkheid het moeten afleggen tegen het zo nodig willen kun­nen maken van om het even welk state­ment. Dat draagt onnodig bij aan span­nin­gen in de samen­lev­ing en daar zijn we deze week op een gruwelijke manier mee gecon­fron­teerd.’ (VK) 

Zie ook: Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk

Cartoon: Jan Bontje (twitter.com)

In naam van God – weer een nederlaag voor het geloof

innaamvangod

Als mensen religie eenmaal beginnen te gebruiken ter rechtvaardiging van haat en het moorden, en zo de meedogende ethiek van alle belangrijke wereldreligies loslaten, zijn zij een koers ingeslagen die staat voor een nederlaag van het geloof.’ Dat zegt Karen Armstrong in haar boek De strijd om God. (The Battle for God, 2000) Nu is de vertaling van Fields of Blood, Religion and the History of Violence verschenen: In naam van God, Religie en geweld

In Frankrijk vond wederom een nederlaag voor het geloof plaats. En nu komt juist de vertaling van Armstrongs boek uit. In 2000 schreef Karen Armstrong (foto: uua.org) in De Strijd om God dat als fundamentalisten radicalere en meer nihilistische geloofsovertuigingen beginnen aan te hangen, dat dit een waarlijk gevaarlijke ontwikkeling vormt voor ons allen. In het nieuwe boek In naam van God wordt gesteld dat religies en hun volgelingen altijd gewelddadig zijn – althans dat een populaire atheïstische claim zo luidt.

karenarmstrong

Karen Armstrong, prominent deskundige op het gebied van wereldreligies, laat echter zien dat de ware redenen voor oorlog en geweld in onze historie meestal weinig met religie van doen hadden, maar veelal sociaal, economisch of politiek van aard waren.’ (Uitgever De Bezige Bij – In naam van God) 

In een reis van de prehistorie tot het heden maakt Armstrong duidelijk dat er naast de kruisvaarder die in de middeleeuwen dood en verderf zaaide en de hedendaagse jihadist, ook altijd een Jezus of Boeddha is geweest, pleitend voor een rechtvaardige en vredige samenleving. Daarmee corrigeert ze het wijdverbreide beeld dat religies schuldig zijn aan het grote bloedvergieten in de geschiedenis. Aan de hand van gedegen onderzoek en in de vorm van een bevlogen betoog maakt de auteur zich sterk voor religieuze ideeën en bewegingen die oorlog en agressie afwijzen en zich inzetten voor gelijkheid, vrede en verzoening.’ (DBB) 

Hendrik Spiering gaf gisteren in de NRC (illustr.) een recensie van het nieuwe boek van Armstrong.  Ongewild komt het volgens hem precies op het juiste moment, de vertaling van het nieuwste boek van godsdiensthistorica Karen Armstrong, over godsdienst en geweld.

geefreligiemaarweerdeschuld

De wereld is nog steeds in shock over twaalf brute moorden in Parijs: ‘om de profeet te wreken’ – een evident religieus motief. Toch? Nee. Het hele boek van Armstrong, dat begint bij de Sumeriërs en eindigt bij Afghanistan, Irak en Osama bin Laden, is één lang pleidooi om genuanceerder te denken over religie en politiek. En om verder te kijken dan de eigen tijd.’ (Henk Spiering) 

Een onverwacht mooi boek, noemt Spiering In naam van God. Armstrong zegt hierin dat het doden van burgers als taboe geldt in de islam.

Ze legt uit wat ook elders in verstandige analyses is te lezen: de huidige terroristen hangen een uitgeklede, fundamentalistische islam aan waarin de overgrote meerderheid van moslims in heden en verleden zich niet kan herkennen. Het doden van burgers geldt als een taboe in de islam. Niet dat islamitische staten zich daar aan hielden, verre van dat, maar als er tegen geprotesteerd werd, was dat altijd met religieuze argumenten.’  (HS)

In het nawoord van In naam van God schrijft Armstrong dat als we worden geconfronteerd met het geweld van onze tijd, het een natuurlijke reactie is om ons innerlijk hard te maken tegen het leed en de ontberingen in de wereld, die ons een ongemakkelijk, depressief en gefrustreerd gevoel geven.

‘Maar we moeten een methode vinden om over de verontrustende feiten van het moderne leven na te denken, of we zullen het beste deel van ons mens-zijn verliezen. Op de een of andere manier moeten we een methode vinden om te doen wat religie – in haar beste vorm – eeuwenlang heeft gedaan: een mondiaal saamhorigheidsgevoel opbouwen, een gevoel van eerbied en ‘gelijkmoedigheid’ voor iedereen cultiveren, en de verantwoordelijkheid nemen voor het leed dat we in de wereld zien. Geen enkele staat in de geschiedenis, hoe imposant de prestaties ook zijn geweest, is gevrijwaard gebleven van de smet van de krijger. We zijn allemaal, zowel religieuzen als seculieren, verantwoordelijk voor de huidige toestand van de wereld.’ (Uit: In naam van God)

Karen Armstrong | In naam van God. Religie en geweld | Vertaling Albert Witteveen | De Bezige Bij | 548 blz. € 29,90 | Amazon.nl e-book: € 19,90

Zie ook: Geef religie maar weer de schuld 
Update 20 11 2024 (Lay-out / links)

Moet God bevrijd worden van wetenschap en filosofie?

Geloven doe je in de kerk, zeiden we vroeger. Dat kan niet meer, want de kerken verdwijnen. Nu doen we dat vooral in de wetenschap en filosofie. Daarin wordt Gods bestaan bewezen (beargumenteerd) maar je kunt er ook terecht voor argumenten tegen het bestaan van God en die laatste schijnen zich zelfs op te stapelen. De discussie woedt momenteel in de Volkskrant en omstreken. Wat opvalt is dat het niet meer over God gaat maar vooral over hoe vaak Hij al of niet voorkomt in wetenschap en filosofie.

Aan het begin van de vorige eeuw dachten de meeste filosofen dat godsargumenten definitief ten grave waren gedragen door denkers als Immanuel Kant en David Hume. Maar dat beeld is inmiddels volledig achterhaald. Amerikaanse en Britse filosofen als Alvin Plantinga, Richard Swinburne, Robert Koons en Alexander Pruss ontwikkelden nieuwe argumenten voor het bestaan van God, die niet vatbaar zijn voor de traditionele bezwaren ertegen.’ (Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder) 

Beide docenten aan de afdeling Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit zijn van mening dat de kentering die zich ongeveer de laatste veertig jaar heeft voltrokken, buiten de ivoren toren nauwelijks doordringt. Maar volgens Maarten Boudry, postdoctoraal onderzoeker wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent, is het sterk overdreven dat God springlevend zou zijn in de ijle abstracties van de hedendaagse filosofie.

Godsdienstfilosofen zoals Alvin Plantinga en Richard Swinburne worden door een kleine schare gelovigen op handen gedragen, maar door de meeste filosofen nauwelijks ernstig genomen. Theologie is de grootste intellectuele verliespost van de westerse geschiedenis: nergens is zoveel breinkracht verspild aan zo weinig inhoud. Filosofen houden zich er beter ver van.’ (Maarten Boudry) 

Volgens Pouwel Slurink, freelancedocent filosofie, stapelen argumenten tegen het bestaan van God zelfs op. Hij komt met ‘drie nieuwe bewijzen’ tegen Zijn bestaan, al noemt hij ze in zijn artikel ‘argumenten’. De goede schepper blijkt een misplaatste hypothese; er is sprake van een ‘geest-zelden’-filosofie en Slurink geeft een argument tegen het bestaan van God dat gebaseerd is op een soort weegschaal voor theorieën.

De beide VU-filosofen winkelen selectief in zowel wetenschap als filosofie. Zoals ik in mijn boek Aap zoekt zin heb proberen aan te tonen, moet een filosofie die zich modern noemt vooral rekening houden met onze enorm gegroeide kennis van de evolutie. Die kennis heeft sterke filosofische implicaties, ook voor vragen over het bestaan van God, de aard van geest en bewustzijn, en de vraag naar religie en zingeving.’ (Pouwel Slurink) 

stefanpaas
maartenkeulemans

OTwitter was zaterdag en zondag een levendige, zij het beperkte, discussie tussen onder anderen Stefan Paas (foto li: Twitter), Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder (en waaraan Maarten Keulemans, chef wetenschap de Volkskrant, ook actief deelnam met zijn blog) over hoeveel God al of niet voorkomt in het filosofendebat of elders in de wetenschap, gebaseerd op steekwoorden als ‘God proof’, ‘God evidence’, ‘miracles’ en ‘teleological’. (Grafiek MK)

UPDATE 04/01/2015 23:38 uur: De laatste ontwikkeling is dat Stefan Paas rectificaties verzoekt op het blog van Maarten Keulemans (foto re: Twitter). Zijn antwoord: ‘Rectificatie? Kom zeg, het is een blog.’

godproof

Huh? ‘Levendige discussie’ over het wel of niet bestaan van God? Ook al raar. Meer dan één filosoof liet weten zich daar helemaal niet in te herkennen. Wie moeten we nou geloven, de meneren van de VU, of de rest? ‘Het is natuurlijk niet hét hot topic voor iedereen’, aldus De Ridder. ‘Maar zie bijvoorbeeld de aantallen artikelen per deelgebied.’ (Maarten Keulemans) 

God zelf lijkt zo wel uit het beeld te verdwijnen. Hoewel het boeiende discussies zijn over argumenten en bewijzen – wellicht opgekomen als tegenhanger van de ‘bewijzen’ van gelovigen die hun ‘bewijs’ vaak stoelen op onbewezen zaken uit de Bijbel. Misschien moeten we God weghalen van bewijzen en argumenten, bevrijden van wetenschap en filosofie. Misschien moet we weer ‘gewoon geloven’? Zonder meer! Mysticus Meister Eckhart wilde over God zelfs zwijgen. (Hoe wel hij er een dik boek vol over schreef: Over God wil ik zwijgen.) Eckhart wilde echter God wel begrijpen en dat willen wetenschap en filosofie natuurlijk ook.

De godheid omschrijft hij (Meister Eckhart, PD) als ‘niet-zijn boven alle zijn’. Wil je tot haar geraken, dan zul je je moeten losmaken uit elke aardse gebondenheid en je moeten ontworstelen aan al je gedachten en gewoonten, zo ook van al je gewone gedachten over God.’ (Jan Oegema

Wetenschap en filosofie moeten dus ophouden met denken en polemiseren… als zij tenminste echt tot de Godheid willen raken. 

meistereckhart

‘Je moet niet verwachten dat jouw intellect zo kan groeien dat je God zou kunnen kennen. Integendeel, zal God goddelijk in jou lichten, dan draagt het natuurlijke licht daartoe helemaal niets bij; sterker nog: dat moet tot een louter niets worden en zich van zichzelf ontdoen.’ (Meister Eckhart)

Heb je God lief als God, als persoon en als beeld – dat moet alles weg! Hoe moet ik haar dan liefhebben? – Je moet haar liefhebben zoals zij is: een niet-god, een niet-geest, een niet-persoon, een niet-beeld, verder: zoals zij is een puur, rein, louter Een, afgezonderd van alle tweeheid, en in dat Ene moeten wij verzinken van iets tot niets. Daartoe helpe ons God, amen.’ (Meister Eckhart)

Zie:
* God is springlevend in de moderne filosofie
Oorlog tussen God en moderniteit allang afgelopen
Argumenten tegen God stapelen zich op
* Het onderzoek naar God is springlevend! (zegt de VU)

Schilderij: Godenbijeenkomst op de wolken | Cornelis van Poelenburch 1630 | Olieverf op koper | Mauritshuis Den Haag
Update 19 03 2024: lay-out

God bestaat, maar is hij ook een goede God?

isgodgoed

God wordt in de traditie van het monotheïsme begrepen als een goed wezen. En hoe zit het dan met het kwaad dat mensen elkaar aandoen, ook in een tijd van vrede op aarde? Volgens filosoof Emanuel Rutten overvalt en ontmoedigt ons het lijden van vele mensen in deze wereld. Hij vertelde hierover in de lezing Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?

Woorden schieten vaak tekort bij de afschuwelijke berichten die ons bijna dagelijks in de media bereiken. Hoe kunnen we dit redelijk verenigen met een geloof in een goede God? Als God goed is, waarom is er dan zoveel lijden in de wereld?’ 

De lezing hield Rutten eind november in Theater Brinkhuis in Laren. Hierin vertelde hij onder meer dat atheïsten het argument van het kwaad gebruiken tegen het bestaan van God. Tegen het bestaan van een goede God dan. Hij vindt dit niet geheel ten onrechte, want slechts weinig gelovigen zullen beweren nooit te worstelen met de vraag hoe een goede God al dat lijden in de wereld kan laten voortduren.

Volgens Rutten is het enorme lijden in de wereld geen overtuigende reden om te denken dat God niet goed is. Hij argumenteert voor de goedheid van God, ondanks alles. Het blijkt dan dat de mens naar zichzelf moet kijken: we keerden ons van Hem af en kozen voor het kwaad, met onze vrije wil. Maar God is toch de grond en oorsprong van de mensheid? Het is het vraagstuk van de theodicee.

Het is dus de mens zelf geweest die het kwaad in de wereld heeft gebracht. God gaf ons vrijheid en liet ons zo de keus. En wij kozen in volle vrijheid het kwaad. We zijn daarom zelf verantwoordelijk, aldus het antwoord van Genesis.’

De filosoof haalt Gijsbert van den Brink aan, die de zondeval erbij betrekt. Volgens Van den Brink werd daardoor iets in gang gebracht dat uiteindelijk ontaardde in het radicale kwaad in de wereld.

Maar de vraag blijft waarom God het enorme lijden van de mensheid hier op aarde dan laat voortduren. Is dat te rijmen met zijn goedheid? Juist het christendom is toch een geloof waarin Gods liefde voor de mensheid centraal staat?’ 

emanuelrutten

Een wereld met bewuste wezens zonder lijden lijkt dus inderdaad, los van de vraag of ze vrij zijn, onmogelijk, stelt Emanuel Rutten (foto: PD). Het lijden kan deel hebben aan het in vervulling laten gaan van het goede zelf, en ook geestelijke groei kent vaak lijden. Bovendien is een wereld als schepping van God onvermijdelijk minder volmaakt dan God zelf.

Omdat het goed is dat er zelfbewuste autonome vrije wezens zijn die beschikken over rede en gevoel, omdat het goed is dat deze wezens in vrijheid kunnen kiezen voor het goede, omdat het goed is dat er in vrijheid voor het goede kan worden gekozen.’

In zijn artikel speurt Rutten verder naar antwoorden, onder meer met de film Tree of Life van Terrence Malick uit 2011 en het Bijbelverhaal van Job. Maar ook benadert hij het kwaad dialectisch, vanuit het oogpunt van de Duitse filosoof Hegel en de Franse filosoof Alain Badiou. George Bataille en Rudolf Otto komend eveneens aan bod.

peanuts2

Dan vraagt Rutten zich af waarom God dan niet af en toe ingrijpt om het lijden van iemand te verzachten of zelfs op te heffen. Dit zou leiden tot een wereldbeeld waarin God voortdurend overal aan het ingrijpen is om ons lijden te verzachten of op te heffen. Een dergelijke wereld is existentieel echter niet leefbaar.

Wij zouden niet werkelijk vrij zijn. We zouden niet echt moreel significante keuzes kunnen maken. We zouden in een soort toy universe leven. God zou zich alleen maar bezighouden met het creëren van een comfortabele omgeving voor ons, net zoals wij dat doen voor onze huisdieren.’ 

Volgens Rutten is dit in tegenspraak met de idee dat God de mens juist vrijheid wilde geven om autonoom moreel significante keuzes te maken. En onze vrije morele keuzes kunnen alléén significant zijn indien ze ertoe doen, wat in een wereld waarin onze handelingen nooit ernstige consequenties kunnen hebben niet zo is.

Merk hierbij op dat het in vrijheid kunnen kiezen voor het goede inderdaad een zeer groot goed is. Want als God zelf noodzakelijk bestaat en maximaal goed is, dan heeft God zelf deze vrijheid niet. Het ligt daarom voor de hand om te denken dat God juist deze mogelijkheid zal willen realiseren en precies daarom geen toy universe tot stand brengt. Wij kregen dus werkelijke verantwoordelijkheid. De zorg voor elkaar werd ons echt toevertrouwd. Maar dit in ons gestelde vertrouwen is alleen oprecht als God niet voortdurend overal ingrijpt zodra er gevaar is. Wij zijn niet Gods huisdieren.’ 

Dit blog behandelt summier het thema. In de pdf van de lezing gaat Rutten hier uitgebreid op in; het lezen ervan is de moeite waard. Het komt er op neer dat de filosoof acht argumenten voor Gods goedheid voortbouwt op de argumenten voor Gods bestaan. Rutten geeft ook aan wat het krachtige antwoord is op het lijden van de mens, dat ons vanuit de christelijke traditie wordt aangereikt: het kruis als het finale antwoord op de vraag naar het lijden. Hij hoopt dat de lezing aanzet tot verder denken en vragen.

Zie: Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?

Illustr: metgezelinzingeving.com

Cartoon: Schulz

Gerelateerd: Hoe God het lijden van de mensheid kan laten voortduren

De mythe van de mythische Jezus

Jezus
De mythische Jezus is het denkbeeld dat Jezus geen historisch persoon is maar – net als Osiris, Dumuzi of Mithra – een mythisch figuur. Historicus Jona Lendering, schrijver van het boek Israël verdeeld, schreef hierover op historiek.net onder de titel Jezus, mythen en voorlichting. ‘Toen het christendom eenmaal vorm had gekregen, heeft het inderdaad leentjebuur gespeeld bij andere godsdiensten.’ Maar volgens Lendering is het mythicisme toch een dood spoor.


Isis-en-Horus-Allard-Piersonmuseum-Amsterdam
‘Toen het christendom eenmaal vorm had gekregen, heeft het inderdaad leentjebuur gespeeld bij andere godsdiensten. Dat geldt met name voor de beeldentaal. Het plaatje dat ik hierbij plaats is een voorbeeld: de Egyptische godin Isis die haar zoontje Horus de borst geeft. (Het reliëf is te zien in het Allard Piersonmuseum). Dit is het model geweest voor de traditionele christelijke Madonna’s. Deze artistieke ontlening is een feit.’ (JL)


In zijn artikelen legt Lendering uit wat er niet aan klopt en vraagt zich vervolgens af wat er is misgegaan in de oudheidkunde dat negentiende-eeuwse ideeën terugkeren. Hij zegt er wel nadrukkelijk bij dat zijn artikelen niet zozeer gaan over de mythische Jezus, maar dat het eigenlijke onderwerp de toekomst van de oudheidkundige disciplines is.

Mythicisten stellen dat geen rationeel mens bronnen gelooft waarin wonderen staan vermeld; de evangeliën zijn laat geschreven, want de handschriften van het Nieuwe Testament zijn laat; elkaar tegensprekende bronnen zijn onbetrouwbaar; Jezus wordt vooral in christelijke bronnen genoemd; de vroegste christelijke literatuur beschrijft Jezus’ leven niet; Jezus’ daden lijken op die van heidense godheden.’ (JL)

Paulus-volgens-RembrandtLendering stelt aan de hand van de historisch-kritische methode – in tien artikelen – dat er sprake is van feitelijk onjuiste beweringen, onvolledige kennis van de oude wereld en tekortschietend begrip van wat oudheidkunde eigenlijk is. Als een van de voorbeelden verwijst hij naar Paulus.
(Illustr: historiek.net).

Paulus schrijft heel weinig over het leven van Jezus,’ observeren mythicisten, om te concluderen dat in Paulus’ tijd Jezus nog niet werd herkend als historisch figuur en dus een mythologisch personage was. Paulus’ zwijgen is echter normaal in een orale cultuur. Wat hij op papier zet, zijn alleen meningen die niet iedereen kende. Los daarvan waren er vóór pakweg 60 nog volop mensen in leven die Jezus hadden gekend. De evangeliën werden pas geschreven omdat die generatie uitstierf: pas toen was het nodig eens wat over Jezus’ leven aan het papier toe te vertrouwen.’  (JL)

Volgens Lendering weten mythicisten niet alleen onvoldoende over de recente oudheidkunde, maar ook over de Oudheid zelf. De vraag die hem interesseert is niet of ze gelijk of ongelijk hebben, maar waarom hun visie zo afwijkt van de wetenschappelijke. Jezussceptici blijken niet echt vertrouwd met wat oudhistorici precies doen.

Een ander mythicistisch argument is dat de manuscripten van het Nieuwe Testament betrekkelijk jong zijn en dus wel vervalsingen zullen zijn uit bijvoorbeeld de late tweede eeuw. Dit verraadt gebrekkige kennis van het filologische handwerk. De handschriften dateren weliswaar niet uit de tijd van de evangelisten zelf, maar dat geldt voor geen enkele antieke historische tekst. Het oudste handschrift van Tacitus’ Historiën dateert uit de elfde eeuw en niemand heeft ooit geopperd dat de auteur een middeleeuwer was of dat Julius Civilis niet heeft bestaan.’ (JL)

Ook is het volgens Lendering niet waar dat Jezus in de Oudheid uitsluitend in christelijke bronnen zou zijn genoemd. Mythicisten redeneren vaak dat als de bronnen elkaar tegenspreken, dit een ongunstig licht werpt op hun betrouwbaarheid. Dat is geen onredelijke observatie, maar er moet bij worden gezegd dat antieke bronnen elkaar voortdurend tegenspreken. Lendering concludeert ten slotte dat het enerzijds niet valt vol te houden dat er geen niet-christelijke bronnen zouden zijn en anderzijds dat er met de gangbare historische methoden voldoende bewijs is voor Jezus’ bestaan.

jonaIn zijn verdere artikelen geeft Jona Lendering (foto: deondernemer.nl) aan hoe Jezusmythicisten anders denken dan wetenschappers; dat mythicisten zich baseren op veronderstelde feiten die door wetenschappers niet meer als feit worden erkend en dat mythicisten de antieke context niet goed kennen. Hun kritiek is bovendien selectief.

Welke methode je ook gebruikt, je moet haar consistent toepassen. Als je het te weinig vindt dat vier niet-christelijke bronnen Jezus presenteren als historisch personage, moet je ook andere, minder goed geattesteerde historische figuren afdoen als mythologisch. Dat doen mythicisten echter niet en dat maakt hun scepsis even selectief als ongeloofwaardig. Dat is jammer.’  (JL)

Mythicisten, zo hoop ik te hebben aangetoond, denken anders dan oudheidkundigen. Sceptischer. Daar is niets mis mee, mits je consistent bent. Je kunt niet enerzijds sceptisch zeggen dat er onvoldoende bewijs is voor de historiciteit van Jezus en vervolgens anderzijds voor het ontstaan van het christendom een verklaring bieden die niet bestand is tegen diezelfde scepsis. Dat is selectief winkelen.’ (JL)

In zijn artikelen stelt Lendering uiteindelijk dat Jezusmythicistische ideeën zich kunnen verspreiden doordat er online weinig actuele en wel veel verouderde informatie is te vinden, doordat het prestige van de universiteiten aan slijtage onderhavig is en doordat het de geesteswetenschappen aan strategie ontbreekt om het publiek te bereiken.

Zie: Jezus, mythen en voorlichting

Illustr: Muurschildering in Londen van een moderne Jezus (nrc.nl) 

Israël-Verdeeld-Jona-LenderingIsraël verdeeld | Jona Lendering | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 2014 | 240 pagina’s | ISBN 9789025303907
Volgens de NRC zijn er veel boeken geschreven over Jezus en zijn tijd, maar toch zijn er weinig die zo helder zijn als het nieuwe boek van Jona Lendering.
Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken en verzorgt een nieuwsbrief over de Oudheid. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Multiversum als verklaring waarom God bestaan van het kwaad tolereert

multiversum

God koestert normen en waarden’, zegt theoretisch natuurkundige Don Page van de Universiteit van Alberta in het Canadese Edmonton. ‘Hij wil dat wij van het leven genieten, maar streeft ook naar een elegant universum.’ Page zegt dit in de NewScientist, in het artikel Multiversum. Page gelooft niet dat we over een vrije wil beschikken, omdat hij het gevoel heeft dat we in een realiteit leven waarin God allesbepalend is.

We leven in een tijd als die van Copernicus en Darwin, toen respectievelijk het besef doorbrak dat de aarde niet het middelpunt vormt van het heelal en dat de mens niet los is geschapen van de dieren. Beide inzichten veranderden ons beeld van onze plaats in het universum, en daarmee ons denken en onze ethiek. Het multiversum lijkt de mensheid op een vergelijkbare manier tot nederigheid te dwingen.’

Max Tegmark, hoogleraar in de natuurkunde aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), gelooft eveneens in een multiversum. Vroeger zou hem dat buiten de gevestigde orde hebben geplaatst. Toen Hugh Everett, destijds promovendus aan Princeton University, de veelwerelden-interpretatie voor het eerst naar voren bracht, was hoongelach zijn deel.

Everett kreeg zijn idee slechts met moeite gepubliceerd, en hij zou de wetenschappelijke wereld al snel vol walging de rug toekeren. Maar de afgelopen halve eeuw zijn steeds meer natuurkundigen onder de indruk geraakt van de elegante verklaringen die de theorie biedt voor sommige raadselachtige quantumverschijnselen. 

Toegewijd christen en fanatiek ‘Everettiaan’ Page stelt dat voor God elegantie boven lijden gaat. Daarom gebeuren er naast goede ook slechte dingen.

God zal nooit de golffunctie laten instorten om aardbevingen te voorkomen of mensen van kanker te genezen. Dat zou het universum namelijk minder elegant maken.’ 

Voor Page vormt een multiversum een intellectueel bevredigende verklaring van het probleem van het kwaad en hij veronderstelt dat de veelwereldeninterpretatie tevens het vraagstuk van de vrije wil oplost.

Page gelooft eigenlijk niet dat we over zo’n vrije wil beschikken, omdat hij het gevoel heeft dat we in een realiteit leven waarin God allesbepalend is. In zo’n wereld is geen plaats voor onafhankelijk menselijk handelen. Maar in de veelwereldeninterpretatie wordt elke mogelijke daad ook daadwerkelijk verricht. ‘Dat betekent niet dat vooraf wordt bepaald welke handeling ik verricht’, zegt Page. ‘In een multiversum verricht ik ze simpelweg allemaal.’ 

Zie: Multiversum (NewScientist)

Illustr: rooschristoph.blogspot.com
Update: 29042024: lay-out / link

De hemel in kaart of de mysteries van het hiernamaals onderzocht

hemelinkaart
De zeventiende-eeuwse wetenschapper Emanuel Swedenborg was de eerste moderne wetenschapper die de hemel als een bestaande plek beschouwde, en de eerste die hem in kaart probeerde te brengen. Eben Alexander verwijst onder meer naar hem in zijn boek De hemel in kaart, dat afgelopen oktober verscheen. ‘Swedenborg was bijzonder geïnteresseerd in de hersenen en heeft jaren besteed aan het zoeken van de locatie van het bewustzijn; de fysieke locatie van wat in zijn tijd nog ziel werd genoemd.’

Na het verschijnen van Na dit leven door dezelfde schrijver, waren er volgens de uitgever mensen die de bijna-doodervaringen waarover hij schreef, afdeden als onmogelijk. Maar er waren nog veel meer lezers die hem schreven dat zijn verhaal hen diep raakte, op allerlei vlakken. In De hemel in kaart deelt Alexander enkele van de verhalen die hem zijn verteld, en linkt deze aan wat de grote spirituele tradities, wereldreligies en filosofen op de wereld ons vertellen over de reis van de ziel. Alexander over de hemel:

De plek is zo echt als de kamer, het vliegtuig, het strand of de bibliotheek waar je nu bent. Er zijn objecten in aanwezig. Bomen, velden, mensen, dieren. Zelfs (als we de Openbaringen uit de Bijbel of de twaalfde-eeuwse Perzische visionair Suhrawardi of de twaalfde-eeuwse Arabische filosoof en mysticus Ibn ‘Arabi moeten geloven) hele steden. 

De Perzische mysticus Najmoddin Kobra schreef, in een taal die schitterend is door zijn onverschrokken directheid, dat de hemel niet de ‘zichtbare lucht daarboven’ is. ‘Er zijn,’ zo zei hij, ‘andere hemelen, die dieper, subtieler, blauwer, puurder, helderder, ontelbaar en onbegrensd zijn.’ Bedoelde hij echt andere hemelen?  Ja, dat bedoelde Kobra.’ (Uit: De hemel in kaart) 

taedeasmedes


Godsdienstfilosoof, theoloog en schrijver Taede A. Smedes (foto: TAS) schreef er op zijn blog een recensie over De hemel in kaart. Hij bleef sceptisch in zijn recensie maar zei open te staan voor de mogelijkheid dat er werkelijk meer is, dat de werkelijkheid groter en dieper is dan ons denkvermogen – dat immers altijd van onze materiële hersenen gebruik maakt – kan vatten.

Een bijna-doodervaring wordt door Alexander in dit boek beschreven analoog aan een inwijdingsritueel uit de oude mysteriegodsdiensten, die ook in het teken van de eigen dood en de opstanding stonden. Volgens Alexander hadden die mysteriegodsdiensten al een idee dat de werkelijkheid groter en dieper is dan het oog kan waarnemen, de hand kan voelen of het oor kan horen.

Dat steeds meer mensen ervoor uitkomen dat ze soortgelijke ervaringen hebben gehad, betekent voor Alexander dat er een soort van bewustwordingsproces gaande is, een transformatie van het menselijk bewustzijn, die echter heel langzaam en met veel tegenwerking verloopt. Dit zijn uiteraard ideeën die verder niet te verifiëren zijn. Toch vond ik de analogie met mysteriegodsdiensten prikkelend en interessant.’ (TAS)

dehemelinkaartVolgens Smedes brengt dit boek vooral troost voor mensen die hier en nu met pijn en in verdrukking leven, die rouwen om een overleden naaste, en houdt dit boek vooral lessen voor levenden in, wil het vooral zin geven aan wat er hier en nu gebeurt, het idee dat wie en hoe wij zijn opgenomen is in een groter, alomvattend en zinvol geheel dat onze individuele levens overstijgt en waar we via het denken of door wetenschappelijk onderzoek geen grip op kunnen krijgen.


Een diepgaander begrip en verdere interpretatie zullen een grondige herziening vereisen van onze ideeën over bewustzijn, causaliteit, ruimte en tijd. Sterker nog, een aanzienlijke versterking van de natuurkunde, die de realiteit van het bewustzijn (ziel of geest) volledig omarmt als de basis van alles, is nodig om het diepe mysterie in de kern van de kwantumfysica te overstijgen.’ (Uit: De hemel in kaart)

Zodra de wetenschap niet-fysieke verschijnselen gaat onderzoeken, zal zij in tien jaar meer vooruitgang boeken dan in alle voorgaande jaren van haar bestaan samen. – Nikola Tesla (1856–1943)’ (Uit: De hemel in kaart)

De hemel in kaart – Een neurochirurg onderzoekt de mysteries van het hiernamaals | Eben Alexander met Ptolemy Tompkins | Oorspronkelijke titel The Map of Heaven | © 2014 by Eben Alexander MD | Vertaling Fabe Bosboom | Omslagontwerp: Pinta Grafische Producties | © 2014 | A.W. Bruna Uitgevers B.V. | Amsterdam | ISBN 978 94 005 0408 0 | nur 728 

EbenAlexanderDr. Eben Alexander (foto: ebenalexander.com) werkt al meer dan vijfentwintig jaar als universitair neurochirurg, waarvan vijftien jaar aan Harvard Medical School in Boston. Hij schreef De hemel in kaart in samenwerking met Ptolemy Tompkins, redacteur voor de tijdschriften Guideposts en Angels on Earth en auteur van vier boeken. Zijn artikelen verschenen onder meer in Harper’s, The New York Times en The Los Angeles Times. Eben Alexanders eerste boek Na dit leven was een internationale bestseller. Het boek is vertaald in bijna veertig talen en wereldwijd werden er meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.

Gerelateerd: Een wetenschappelijk argument voor de eeuwigdurende ziel

Zie ook: Neurochirurg Eben Alexander biedt troostrijke boodschap voor de levenden. (boekbespreking)

Illustr:
ad.nl

Het heelal, ontstaan uit intelligentie of chaos

557741187_5_6dpT

Henk Keilman heeft allerlei argumenten gevonden, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, waaruit hij concludeert dat God bestaat. Hij zegt dat wat er de laatste dertig jaar ontdekt is door de wetenschap over de structuur en het ontstaan van het heelal er duidelijk op wijst dat het universum niet bij toeval is ontstaan. Hij vindt dat geen kwestie van waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid, maar een kwestie van een mathematische zekerheid.

Het heelal is niet bij toeval ontstaan.’ Tot die conclusie kwam ondernemer Henk Keilman, die een jarenlange zoektocht ondernam naar het ontstaan van de wereld en het bestaan van God. Zijn boek ‘Intelligentie of chaos’ is een verslag van die zoektocht. Hij noemt zichzelf geen christen. ‘Ik geloof in een universele religie.’ Van sektarische vormen van religie ‘als mensen hun religie beschouwen als de enige, absolute waarheid’, moet hij niets hebben. Hij vertelt erover in Dit is de Dag.’ 

Op dertienjarige leeftijd kwam hij in contact met de Oosterse wijsbegeerte. Ook raakte hij erg geïnteresseerd in de natuurkunde, in de relativiteitstheorie van Einstein, en werd nieuwsgierig naar hoe het universum in elkaar zat.

Hij las over de Vedanta, dat sprak hem aan. Het was in de tijd dat de Beatles mediteerden in India. India werd hot en veel Oosterse, Indiase, goeroes kwamen naar het Westen om hier hun visie over de werkelijkheid te verkondigen.

Keilman vond dat allemaal erg boeiend omdat het een religieuze, spirituele benadering betrof, die vooral ook intellectueel erg interessant en bevredigend was. Niet een bepaald geloof of dogma dat hij kon accepteren of niet, nee, hij werd juist aangezet om zelf te denken en kritisch te redeneren en te analyseren.

Hoewel christelijk opgevoed, kon hij het christelijk dogmatische toch niet erg plaatsen in zijn wereldbeeld, voor hem intellectueel en filosofisch niet erg verheffend. Fundamenteel vindt hij het christendom wel een goede religie, maar het filosofische, intellectuele ontbreekt. Dat vond hij wel in de Vedanta, in de Indiase wijsbegeerte. Die is ongeveer zesduizend jaar oud en later kwam daar het hindoeïsme uit voort, en nog later indirect het boeddhisme. Hij vond daarin een wetenschappelijke benadering van het bestaan van een hogere energie in het universum en hoe dat uitgelegd werd in de Vedanta. Dat vond hij adembenemend, ongelooflijk boeiend en inspirerend.

Henk Keilman

Later is Henk Keilman (foto: cityroermond.nl) filosofie en natuurwetenschappen gaan studeren. Leerde over deeltjesfysica, kwantumleer en relativiteitsleer. En zo leerde hij over het antropische principe: het universum dat in zijn diepste kern vanaf zijn eerste milliseconde van zijn bestaan gefinetuned is: het universum wordt geregeerd door vier basiskrachten: de zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kracht. Die vier krachten zijn constanten en opereren onafhankelijk van elkaar. Ze zijn precies met elkaar in evenwicht waardoor het bestaan van materie op zijn meest fundamentele niveau mogelijk werd gemaakt. (Over finetuning verwees ik eerder naar Emanuel Rutten.)

Over wat voor God hebben we het dan vroeg de interviewer. Daarop antwoordde Keilman dat of het heelal is uit chaos ontstaan, of uit intelligentie. Statistisch, wiskundig, vindt hij het onmogelijk dat het universum bij toeval heeft kunnen ontstaan. Chaos en toeval zijn volgens Keilman geen opties, het enige alternatief dat dan overblijft – bij eliminatie – moet dan ook intelligentie zijn.

God vindt hij een ongelooflijk moeilijk te definiëren begrip. Het is oneindig, bovennatuurlijk, het ligt buiten ons gezichtsveld en ervaringswereld. De energie waarin wij zitten, de schepping, het heelal en de aarde, en wij allemaal als wezens zijn een deel daarvan. Eigenschappen van God kunnen we wel gedeeltelijk kennen, omdat we er zelf een deel van zijn, net zoals een druppel in de oceaan. Aan de hand van een druppel water kan je de chemische samenstelling van de oceaan begrijpen, ook al is die oceaan oneindig en die druppel water beperkt.

God vindt hij persoonlijk, noemt hem bewust en oneindig, een bron van intelligentie, schepper van het stoffelijk universum. Alles wordt bestuurd door God. Keilman zegt dat de wet van karma door God is ingesteld om het universum te reguleren. God helpt degene die zichzelf helpt. Niets is toevallig in je leven. Het leven heeft een doel, je groeit ergens naartoe. Hij gelooft in een universele religie, gelooft in de persoon Jezus, maar noemt God universeel, sektarische religie overstijgend.

Bovenstaande is een enigszins geparafraseerde en gedeeltelijke weergave van een interview dat DIDD 29 november met Henk Keilman hield. Het is hier te vinden. Binnenkort verschijnt als e-book via iTunes zijn boek Intelligentie of chaos.

Beluister: ‘Wetenschappelijk bewijs voor bestaan van God’

Illustr: diamental.nl

Spiritualiteit als een vergeten dimensie van religie

DeZanderij (1)
‘Ontmoeting met God of afgestemd zijn op het goddelijke, wat dus bij wijze van spreken op het Centraal Station kan plaatsvinden, maar ook op een stil moment in ons binnenste. Het heet ook wel een zich verbinden met je ziel, om je van daaruit krachtiger te manifesteren in de buitenwereld, dit omdat de ziel zoals we innerlijk weten er juist naar verlangt c.q. (via zijn keuze voor incarnatie) de missie voelt zich te manifesteren op aarde.’

Zo omschrijft antropoloog Hans Feddema religiositeit of spiritualiteit in zijn artikel Religie zonder God lijkt een achterhoedegevecht bij de IKON. Er wordt regelmatig geschreven over religie zonder God, dat net zo onmogelijk klinkt als een vierkante cirkel. Feddema zegt dan ook terecht dat het steeds meer doordringt dat de religiositeit, mystiek en de sterk opkomende postmoderne spiritualiteit, de kern van het menselijk bestaan raakt, namelijk de verhouding met de Oerwerkelijkheid of de relatie met het Absolute.

Er is kortom vandaag sprake van heel ander godsbesef, zoiets van ‘alles in God’ of ‘God in alles’, dus ook in ons als mens. Het ‘heilige’ gebeurt in de wereld, waardoor Godzoekers als Nietzsche niet langer in problemen zijn, maar veeleer een groot deel van de kerken, dat vast blijft houden aan bovengenoemd vrij autoritair godsbeeld ‘op afstand’ en tegelijk aan het beeld van de mens, als in principe ‘zich schuldig en dus klein moetende voelen’.’ 

hansfeddemaHans Feddema (foto: HF) heeft dan ook kritiek op het boek Religie zonder God, van Theo de Boer en Ger Groot (niet te verwarren met het boek met dezelfde titel van Ronald Dworkin) die religiositeit of spiritualiteit vergeten als een dimensie van religie. Liever ziet hij dat we dat we als magiër van ons eigen leven ja zeggen tegen het leven en tegelijk ons gedragen weten door een Dimensie die het aardse overstijgt.

De Boer en Groot hebben het echter niet over beleven, dus over religiositeit, maar vooral of alleen over religie, dat ze zien als een godsdienst met riten en sacramenten, maar waarbij geloof in of stellingen c.q. visies over een bovennatuurlijke realiteit ontbreekt. Het essentiële fenomeen religiositeit, spiritualiteit resp. mystiek/soefisme kom ik bij hen niet tegen.’ 

Volgens Feddema, antropoloog, oud-universitair docent, publicist en initiatiefnemer van het Filosofisch Cafe Leiden, willen de schrijvers van Religie zonder God aan religie blijven doen, maar dan zonder God. Hij doet daar niet aan mee, want hij denkt dat velen met hem juist blij zijn dat ze zich weer verbonden kunnen voelen met ‘het Mysterie in onszelf en in de wereld’.

Een Oerwerkelijkheid, die ik zie als universele Liefde. Blij dat ik door die verbondenheid met de Bron nu van binnenuit aan levenskunst en compassie kan doen zonder het vroegere ‘moeten’ van bovenaf en ook zonder de (te sterke) fixatie op de ‘ik’-individualiteit, waar we vaak mee kampen.’  

Feddema stelt dat mystici wijzen voor het weer contact krijgen met je Bron op de weg naar binnen, dus het afgestemd proberen te raken op het Centrum binnen in ons, ook wel het spirituele hart genoemd.

Gaat het ook bij de al of niet boeddhistische meditatie daar niet om en bij de grote ziener Jezus, wiens geboorte we straks weer gaan herdenken, in wezen eveneens, als hij ons bij voortduring voorhoudt dat Gods koningschap niet ergens ver weg, maar ‘in ons’ is als kracht? Religiositeit of spiritualiteit noem ik dit.’ 

Zie: Religie zonder God lijkt achterhoedegevecht

Foto: PD (SpiritPhoto) Natuurgebied De Zanderij in Crailo in het Gooi tussen Hilversum en Bussum

ReligieZonderGodReligie zonder God | 120 pagina’s | Paperback | ISBN: 9789491110054 |
Wat moeten we vandaag de dag aan met God en het hardnekkige verschijnsel ‘godsdienst’? Valt er nu nog iets redelijks te zeggen over transcendentie, het hart van de religie? Theo de Boer en Ger Groot – ooit leermeester en student – gaan hierover een gesprek aan vanuit een verschillende achtergrond (protestant en katholiek). De god van de rationele, natuurlijke theologie is gestorven, aldus De Boer, maar dat was maar één gestalte waarin mensen diens mysterie kunnen ondergaan. God is voor de religie helemaal niet zo belangrijk, voert Groot aan. Het leven krijgt allereerst betekenis door de ervaring van het ritueel.

De zandlezer: een psychologische roman die leest als een spirituele thriller

De zandlezer

Morgen vindt in Leiden de boekpresentatie plaats van De zandlezer van Margaret van Mierlo. Het is haar tweede roman bij uitgeverij Palmslag, waarin op een niet alledaagse manier geprobeerd wordt antwoord te geven op de vraag waarom bepaalde gebeurtenissen je overkomen. De psychologische roman leest als een spirituele thriller.

De zandlezer verwoordt op realistische en herkenbare wijze de belevingswereld van personen die bij een auto-ongeluk betrokken raken: een vrouw die ernstig gewond raakt, een echtgenoot met schuldgevoelens, kinderen in een ongewone gezinssituatie, een journaliste die de oorzaak van het ongeluk wil achterhalen en een vader die vanuit de spirituele wereld zijn dochter wil bijstaan.


Ze denkt nog aan Ciska’s grote klantenkring. Iedereen komt uit vrije wil  naar haar toe. Er is dus een grote behoefte vanuit de maatschappij. Waarom? De paranormale wereld is en blijft en grijs gebied zonder regels en grenzen.  Mensen gaan al sinds mensenheugenis naar toekomstvoorspellers. Dat vindt ze op zich al een interessant gegeven.  Maar wat is de onderliggende reden?  Een zoektocht naar hoop? Misschien moet ze daarom die roman schrijven. Haar eigen visie kan ze erin verwerken. Misschien lukt het haar om een nuchterder beeld over de spirituele wereld uit te dragen. (Uit: De zandlezer)


Het mysterie rond het ongeluk wordt langzaam ontrafeld, maar de bewijzen liggen niet voor het oprapen. Toch zullen de betrokken personen het drama een plek in hun leven moeten geven.
De roman is gebaseerd op waargebeurde feiten. Het geeft een indringend beeld hoe hoofdpersoon Ciska haar veranderde leven beleeft en hoe ze op een spirituele manier inzicht krijgt over het waarom van heftige gebeurtenissen.


Bij het zien van haar grote jeugdliefde bonst haar hart in haar keel. Ze wil naar hem toe rennen, maar haar benen voelen als lood.
‘Martijn! Kom nou!’
Hij werpt haar een kushand toe en zet een stap achteruit.
Ciska wendt zich tot haar vader.
‘Waarom loopt hij van me weg?’
‘Het is je tijd nog niet. Deze lieve mensen begroeten je, maar nemen tegelijkertijd ook afscheid. Je gaat weer terug.’
‘Waarom ben ik dan hier als ik niet mag blijven?’
‘Er is hevig in je leven ingegrepen, ook in dat van anderen. Oorzaak en gevolg zitten ingewikkeld in elkaar. Op dit moment voert het te ver om daar dieper op in te gaan. Wel willen we jou met deze ervaring hier hoop en moed geven. Je gaat een moeilijke tijd tegemoet. En toch, hoe vreemd het ook klinkt, het ongeluk kan jullie allen ook veel goeds brengen.’
(Uit: De zandlezer)


Hemelse koffie

Hoewel De zandlezer een op zichzelf staand verhaal is, kan het ook gezien worden als een vervolg op de roman Hemelse koffie, ook gebaseerd op ware feiten. Het bijzondere en ontroerende van dat boek vind ik vooral dat je mee mag lopen in het leven van een klein meisje (Ciska) dat opgroeit met haar paranormale gaven: hoe ze deze gewaar wordt, eerst denkt dat iedereen ze heeft, maar uiteindelijk beseft dat ze meer ziet en ‘weet’ dan andere kinderen, hoe ze er met vallen en opstaan mee leert omgaan en hoe dit haar verdere leven bepaalt. Ciska beleeft bijvoorbeeld het volgende als haar juf een spannend verhaaltje vertelt over kabouters die op reis zijn en verdwalen. Ze ziet opeens dat er in de buik van juffrouw Dinie ook een kaboutertje zit.


Na het verhaaltje gaan de andere kinderen naar de speelplaats en ik stap naar de juffrouw toe en zeg zachtjes: ‘Ik zie een klein kaboutertje in jouw buik.’
De juffrouw krijgt grote ogen en haar wangen worden rood. Het blijft even stil, maar dan vraagt ze, ook heel zachtjes: ‘Hoe weet jij dat?’
‘Dat zie ik, maar ik vind het zo raar, wat doet die daar?’
‘Hm, dat leer je nog wel. Kinderen hebben nog heel veel te leren. Het is net als met verhaaltjes vertellen. Je krijgt eerst klein stukjes te horen en als het hele verhaal uit is, dan begrijp je pas alles, toch?’
Ik knik.
‘Maar Ciska, uh… misschien kun jij ook iets aan dat kaboutertje zien? Is het een meisjeskabouter of een jongetjeskabouter?’
‘Het is een meisjeskabouter.’


1069907_145666092299586_849962553_n.000

Margaret van Mierlo (Weert, 1949) besefte al tijdens haar jeugd dat het geschreven woord haar naar andere werelden brengt. Na haar opleiding tot verpleegkundige werkte Margaret in huisartsenpraktijken. Haar belevenissen werden gepubliceerd in verschillende medische tijdschriften. Daarnaast schreef ze diverse medische studieboeken. In 2006 verscheen haar debuut Hemelse koffie, dat in 2014 opnieuw is uitgegeven bij Uitgeverij Palmslag. (foto: PD)

De zandlezer | Margaret van Mierlo | Uitgeverij Palmslag | ISBN 978 94 917 7324 2 | € 17,95 | In de boekhandel en online verkrijgbaar, o.a. bij Palmslag (gratis verzending als het door de brievenbus kan!)bol.com en amazon.co.uk. (Ook Hemelse koffie)
UPDATE 18092024 (Lay-out) / 11 11 2025 Uitverkocht.