Religiekunde past prima in religieus-pluriforme maatschappij

Caravaggio
Volgens priester Anton ten Klooster spreekt in de wereld van de 21ste eeuw het merendeel van de bevolking geen neutrale taal als het om religie gaat: het is een diepgeworteld vertrouwen, een innerlijke overtuiging en een moreel richtsnoer. Hij is dan ook wars van het invoeren van een strikt neutrale beschouwing van religie: dat leidt volgens hem tot wereldvreemde burgers. Het omgekeerde is waar.

Ten Klooster reageert op vijf religiewetenschappers die onlangs in de NRC pleitten voor religieonderwijs omdat kennis van religie essentieel is om de wereld van de 21ste eeuw te begrijpen. Zij willen een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs omdat er nu te weinig aandacht is voor religie in het onderwijs: zo leren we de wereld en onszelf niet kennen.

Het helpt natuurlijk niet wanneer scholieren nauwelijks iets meekrijgen over religie. Inzicht in de verschillende vormen van de islam, jodendom en christendom is onontbeerlijk in een religieus-pluriforme maatschappij als Nederland.’ (NRC)

Volgens de vijf religiewetenschappers is het niet de vraag of je de toekomst van religie een warm hart toedraagt. Kennis van religie, net als kennis van Engels en economie, vinden zij noodzakelijk om de uitdagingen van de 21ste eeuw aan te gaan.

We kunnen ons hoofd niet in het zand steken en hopen dat religie als vanzelf verdwijnt. Daarom pleiten wij voor een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs.’ (NRC)

Promovendus aan Tilburg University Ten Klooster geeft een voorbeeld van waartoe een ‘vermeend neutrale beschouwing van religie kan leiden’ op de site NieuwWij. Hij noemt Dimitri Verhulst en zijn Bloedboek. Ten Klooster zag Verhulst bij Pauw.

De presentator en schrijver Dimitri Verhulst gingen, ongehinderd door kennis van zaken, in gesprek over de Bijbel. Los van de taal van de Bijbel, de cultuur waarin ze ontstaan is, en de geschiedenis van haar interpretatie, gingen ze los op het ‘Bloedboek’.’ (Ten Klooster)

Het voorbeeld van Verhulst geeft te denken, maar anders dan gesteld door Ten Klooster. Verhulst was heel (katholiek) gelovig tot zijn dertiende levensjaar, was ook ter communie gegaan en besloot op een avond niet meer te bidden. Hij is dus allesbehalve religieus neutraal opgevoed en toch komt hij tot een boek als Bloedboek. Zou hij religiekunde hebben gehad op school, dan zou hij wellicht juist veel meer begrepen hebben van religies en goden die er op de wereld zijn. Misschien is juist het indoctrineren van subjectieve religies fout: kinderen kunnen heel fanatiek worden voor dat ene geloof: want dat is ‘het ware’, dat hebben ze meegekregen als waarheid.

Religiekunde kan juist voorkomen dat er fanatisme opstaat omdat je dan veel meer begrijpt van religies en mensen die in God geloven. Verhulst zou het Bloedboek dan nooit geschreven hebben, omdat hij nuances zou hebben leren kennen. Maar ik kan me voorstellen dat een priester geen voorstander is van religiekunde; hij heeft natuurlijk liever dat het katholicisme gedoceerd wordt. Verhulst laat zien waartoe dat kan leiden. Tot wereldvreemde burgers.

Parijs afgelopen weekend laat meedogenloos zien hoe doodlopend fanatisme is. Ook binnen de islam kunnen gelovigen vervreemden indien zij  als enig ware religie de islam met de paplepel ingegoten krijgen: voor de moslim geldt eveneens dat als hij meer over andere levensbeschouwingen, religies en goden had geleerd, hij een genuanceerder beeld hiervan had gekregen. Religiekunde zou alle gelovigen minder wereldvreemd kunnen maken: de balken in eigen ogen eindelijk kunnen ontwaren in plaats van de splinter in die van de ander. Moeilijker te bestrijden zijn schijnheilige terreurorganisaties als IS, die de islam en Allah misbruiken om hun eigen barbaarse en goddeloze heerschappij te vestigen.

Zie:

Illustr: Het offer van Izak’ door Caravaggio. Olieverf op doek (204 × 135 cm) – ca. 1603 – Galleria degli Uffizi, Florence (statenvertaling.net)

Via de historische Jezus toch weer terug naar de ‘echte’

realjesus
Onderzoeker Annette Merz besprak in haar inauguratierede dinsdag verschillende invalshoeken die leidend zijn of waren in ruim een eeuw historisch Jezusonderzoek, onder andere het onlangs nog veel besproken werk van ds. Edward van der Kaaij waarin hij stelt dat Jezus nooit bestaan zou hebben. Ook oudhistoricus Fik Meijer krijgt ervan langs.

Wie het over de ‘echte Jezus’ heeft, geeft daarmee in eerste instantie een theologisch, vaak emotioneel getint waardeoordeel. Waaruit de waarde of waarheid bestaat hangt af van de retorische context waarin de uitspraak gedaan wordt. Zij die ontkennen dat er überhaupt ooit een historische persoon met de naam Jezus van Nazareth heeft geleefd beschouwen de ‘mythische Jezus’ als de ‘echte’, deze afspiegeling van Osiris die volgens hen aan het begin van het christelijke geloof stond.’

Onkritisch
I
n haar rede bekritiseert Merz, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit Groningen, de te vlakke Jezusbeelden van Meijer en ook die van Van der Kaaij. Ze noemt dat een gevolg van gebrekkige of eenzijdige kennis van het Jodendom in zijn antieke context. Bij Meijer ontbreekt het volgens Merz aan kennis van het apocalyptische Jodendom en van halachische vraagstukken, waardoor centrale aspecten van Jezus’ boodschap zwaar onderbelicht blijven. Over Van der Kaaij zegt Merz hetzelfde, plaatst hem op dezelfde lijn als Meijer.

Ik vind het zorgwekkend en kenmerkend voor de tegenwoordige culturele situatie in Nederland dat boeken als die van Van der Kaaij en Meijer door het publiek vaak onkritisch omarmd worden.’

Wat Van der Kaaij betreft, verwijst Merz verder naar Bert Jan Lithart Peerbolte, die in Het geding om de historiciteit van Jezus Edward van der Kaaij in perspectief zet. Merz wijst op historische principes die op de achtergrond meespelen bij het debat en waarmee helaas vaak te weinig rekening wordt gehouden door Jezusonderzoekers.

Er wordt wel eens beweerd dat Jezus eerst een mythische figuur geweest zou zijn die later gehistoriseerd werd en van fictieve levensverhalen werd voorzien, maar die bewering heeft geen poot om op te staan. Dit is door bekwame collega’s afdoende beargumenteerd, onlangs nog weer door Bert Jan Lithaert Peerbolte in het NTT, en dat hoef ik hier niet nog eens over te doen.’

Concurrerende Jezusbeelden
V
oor Merz is onderzoek naar de historische Jezus een boeiend, zinvol en relevant onderzoeksveld, daarentegen is voor haar de ‘echte Jezus’ geen zinvol object van wetenschappelijk historisch of theologisch onderzoek.

Er zwerven zo veel verschillende Jezusbeelden rond in onze tijd. Ook wie niet christelijk opgevoed is en er geen studie van gemaakt heeft, kan makkelijk een dozijn vol concurrerende Jezusbeelden uit het algemene culturele geheugen naar boven halen en wie enigszins betrokken is bij het christendom heeft nog veel meer keuze.’

Merz laat dus de ‘echte Jezus’ voor wat hij is en houdt zich verder alleen bezig met de ‘historische Jezus’. Hierover is uitgebreid te lezen in haar rede, een voorlopige digitale versie.

Onder de historische Jezus versta ik het beeld van Jezus zoals dat ge(re)construeerd kan worden met methoden uit de geschiedwetenschap. Deze benadering is voortgekomen uit de kritische benadering van de religie en haar bronnen in de tijd van de Verlichting. Jezus wordt daarbij in principe benaderd als iedere andere historische figuur van betekenis. Als iemand die geen eigenschappen en vaardigheden had die buiten het bereik van een mens van toen lagen en die met de mensen van alle tijden menselijke basisbehoeftes en beperkingen deelt. Deze beschrijving omvat ook het hebben van een menselijk genoom en het delen in het lot van de sterfelijkheid.’

De ‘echte Jezus’
O
pmerkelijk vind ik dat aan het einde van haar rede toch weer de ‘echte Jezus’ verschijnt: de historische Jezus blijkt voor Merz onmisbaar voor het spreken over Jezus in onze tijd binnen en buiten de kerk. Voor haar staat in het centrum van het christelijke geloof de overtuiging dat de God van Israël in de mens Jezus van Nazareth opnieuw kenbaar werd, in zijn daden, zijn boodschap, zijn dood en zijn opwekking en via deze mens Jezus krijgen mensen toegang tot God.

Via de historische Jezus heeft de echte Jezus sommigen vandaag iets te zeggen. En dat is wat mij betreft goed zo.’

Zie: Wil de echte Jezus opstaan? (PThU)

Illustr: Ron Cobb – democraticunderground.com

‘Ik heb een natuurlijke verklaring dus daarom bestaat God niet’

just_confusing_evolution_god_417335
‘Heeft Roberts er bij stilgestaan dat een universum welke uit louter toeval is ontstaan, zonder reden, zonder doel, zonder aanleiding, waaruit vervolgens toevallig leven is ontstaan, met als bijproduct wezens die kunnen denken, dat dit denken ook doelloos, redeloos en toevallig zou moeten zijn?’ Dit zegt auteur en uitgever Erwin de Ruiter naar aanleiding van een interview met paleoantropoloog Alice Roberts over haar vorige maand verschenen boek Het ongelooflijke toeval van ons bestaan.

Indien het redeneren echter toch zinvol en redelijk wordt geacht is het alleszins redelijk te veronderstellen dat dit niet toevallig kan zijn.’ (De Ruiter)

De Ruiter noemt het boek wetenschappelijk met een filosofische lading. Volgens de auteur wil ‘toeval’ zeggen: ‘zonder bedoeling, terwijl die er wel lijkt te zijn’. En of het allemaal wetenschappelijk is wat zij schrijft? Roberts noemt bijvoorbeeld de menselijke dooierzak nutteloos: het is nog een restant van voorouders van ons die eieren legden. Maar volgens biologen is de dooierzak juist van vitaal belang bij de ontwikkeling van het embryo.


Alice Roberts: ‘Ontwerp door god onwaarschijnlijk’

Het oog wordt ook vaak gezien als een bijzonder aspect van de mens. ‘Creationisten gebruiken het wel eens als voorbeeld dat er wel een god moet zijn: zoiets ingewikkelds moet wel vanuit het niets ontworpen zijn’, zegt Roberts. Maar toch is het oog niet perfect: de bedrading komt uit de voorkant van het netvlies, wat resulteert in een blinde vlek. ‘Als ik almachtig zou zijn, had ik ervoor gezorgd dat de bedrading uit de achterkant kwam. Het feit dat dat niet zo is, maakt het wat mij betreft zeer onwaarschijnlijk dat het menselijk lichaam door een god is ontworpen.’ (NewScientist)

Bioloog dr. George Marshall, lector Oogwetenschap aan de universiteit van Glasgow, stelt echter: ‘Het idee dat het oog aan de verkeerde kant is bedraad, komt voort uit een gebrek aan kennis van de oogfunctie en de anatomie van het oog.’ Zie: Is het oog verkeerd ontworpen?


Volgens Roberts zijn lichaamsdelen ontworpen voor een bepaalde functie. De Ruiter vindt dat Roberts de ontwerper probeert te omzeilen door te zeggen dat ontwerp geen ontwerper impliceert, net zomin als evolueren een evolueerder.

Even de definities erbij pakken (van Dale): ontwerp: een omschreven plan, evolutie: geleidelijke ontwikkeling. Oké, nu haar zin nog een keer gebruiken: een omschreven plan heeft geen bedenker nodig, net zo min als geleidelijke groei een ‘groeier’ nodig heeft. Het is zoiets als zeggen dat een welgemikte gooi geen werper nodig heeft, net zomin als dat een opgroeiend kind een groeier nodig heeft. Uhhh huh? Ik zou zeggen dat Roberts de Ontwerper niet zo goed omzeild heeft: ze wijst recht in Zijn richting.’ (De Ruiter)

hetongelooflijketoevalvanonsbestaanVolgens De Ruiter speelt de naturalistische opvatting van Roberts haar vermoedelijk parten als ze zegt

Zou je evolutie opnieuw afdraaien vanaf het begin dan zouden er geen mensen zijn. En de mens als zodanig evolueert nog steeds.’

Dit is echter, aldus De Ruiter, niet uit het bestuderen van de natuur op te maken en verwart Roberts haar wetenschappelijke conclusies met filosofische beginselen, heeft ze zich misrekend en veronderstelt dat een bestuderen van de natuur uitsluitsel kan geven over de boven-natuur (het bovennatuurlijke/metafysische.)

Het is alsof iemand een televisie van binnenuit bestudeert en aangeeft dat er inderdaad sprake is van elektronica, bedrading, energie, led, maar dat dit zichzelf volkomen verklaart en dat de uitkomst – dat wat er wordt uitgezonden – berust op bijzonder toeval. Niets wijst op een bedenker van programma’s of een maker van een televisie. Echter, hoewel de studie van de televisie je duidelijk kan maken dat er sprake kan zijn van een ontwerp zal een gedetailleerde studie van de processor je niet verder helpen bij dit vraagstuk. Gek genoeg lijkt Roberts dit echter te impliceren. Roberts heeft een omgekeerde ‘God of the gaps’ verklaring: ik heb een natuurlijke verklaring dus daarom bestaat God niet.’

Alice RobertsHet ongelooflijke toeval van ons bestaanUitgeverij Lannoo | 392 pagina’s | september 2015 | 24,99 euro

Zie: Op zoek naar de evolutionaire wortels van het menselijk lichaam

Zie: Het ongelooflijke toeval van ons bestaan

Illustr: Baloocartoons.com

Update: 30102015 17.37 uur.

Zijn de goden nu aan de humanisten overgeleverd?

fallofthegiants
Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten. – Dit staat in het tijdschrift Radix, waarin theoloog en religiewetenschapper Martijn Stoutjesdijk en theologe Roshnee Ossewaarde stellen dat het misleidend is om het humanisme met het atheïsme gelijk te stellen, en om het christendom en het humanisme tegen elkaar uit te spelen.

Als ik het redactioneel lees, dan lijkt er wel sprake van een nieuwe verlichting binnen het humanisme, waarin onderkend wordt dat religie gelovigen en ongelovigen bezighoudt: want anders dan de beruchte secularisatiethese voorspelde, is religie niet van zins te verdwijnen uit deze door en door rationalistische en sciëntistische maatschappij.

Nog niet zo lang geleden was dat nog anders. De radiospotjes van 2008 klinken nog altijd door. Toentertijd stelde het Humanistisch Verbond al dat ze niet kwetsend waren bedoeld. Het wilde benadrukken niet godsdienstig te zijn en achtte de vrijheid van godsdienst, van levensbeschouwing, een groot goed.

De antigodsdienstige tendens binnen het Humanistisch Verbond leidde in 2008 tot een veelbesproken radioreclame waarin verkondigd werd dat het geluid van religies steeds harder klinkt en het humanisme zonder de financiële steun van de luisteraars ‘aan de goden is overgeleverd’.

In het christelijke, multidisciplinair wetenschappelijk kwartaaltijdschrift Radix betogen Stoutjesdijk en Ossewaarde nu dat het humanisme geenszins het geloof in God uitsluit.

Het moderne humanisme is immers mogelijk gemaakt door het christelijke beamen van de mens en van het sterfelijke leven. Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten.’

Het blad stelt in het redactioneel dat religie wordt betwist, naar nieuwe manieren zoekt om zich te uiten en op onverwachte plaatsen opduikt. Het schrijft over het ‘losmakingsproces’ van religie in de jaren zestig en heeft het over post-religieuze identificatiefiguren als Jan Wolkers, Gerard Reve en Maarten ’t Hart (foto: Universiteit Utrecht). In Radix schrijft ook promovendus Jesseka Batteau, die in 2014 in haar proefschrift het werk van genoemde auteurs onderzocht.

De schrijvers leverden verhalen en beelden waarmee het publiek zich kon identificeren en waarmee ze hun eigen post-religieuze identiteit konden uitdrukken,’ aldus Batteau. Volgens haar zijn de boeken en performances van de auteurs belangrijke referentiepunten geworden in de secularisatiegeschiedenis van Nederland en de collectieve herinnering aan een religieus verleden.’

schrijvers
B
atteau concludeert dat post-religiositeit geen kwestie is van het verzwijgen van het religieuze verleden, maar juist datzelfde verleden positioneren tegenover een bevrijd heden. Een soortgelijke beweging is de laatste decennia zichtbaar geworden bij het Humanistisch Verbond.

Het gaat in Radix vooral over de plaats van religie in de samenleving van de 21e eeuw. Over  ‘neo-pentecostale evangelicale’ kerken; het sociale gedrag van diverse religieuze stromingen in Nederland, en het feit dat mede dankzij de voortgaande globalisering zich vandaag de dag een veelheid aan culturen en religies aan ons opdringt. Maar, zo stelt het blad:

Gelukkig is het denkpotentieel van het neocalvinisme van Abraham Kuyper en de zijnen ook wat deze vraagstukken betreft nog niet uitgeput. Volgens Richard Mouw (filosoof en theoloog, PD) zijn met name Herman Bavincks theologische verkenningen van grote waarde bij de uitdagingen waar de wereldkerk in de 21e eeuw voor staat.’

Zie:
Aan de goden overgeleverd (Geloof & Wetenschap)
Redactioneel (Radix)

Illustr: Fall of the Giants from Mount Olympus, from the Sala dei Giganti; Giulio Romano; 1530-32; fresco

Humanistische lessen uit levensverhaal profeet Mohammed

Mohammed

Kan een levensverhaal dat gewelddadigheden en misstanden bevat eigenlijk wel inspireren tot goed, gelijkwaardig en vredelievend handelen in onze huidige samenleving? Het antwoord is: Ja, dat kan. Volgens de humanistische denktraditie is het geïnspireerd worden door het levensverhaal van anderen nooit hetzelfde als het imiteren van dat levensverhaal: het is je taak als mens om de waarden en lessen die je uit een levensverhaal haalt, te vertalen en toe te passen in je eigen leven. 

Dit zegt masterstudente aan de Universiteit voor Humanistiek, Dieuwke van der Wal, in de glossy Mohammed die sinds 10 oktober in de winkels ligt. In de (langere) versie op haar eigen site zegt Van der Wal dat de profeet voor miljarden mensen de belangrijkste mens is die ooit geleefd heeft. Tegelijk vraagt ze zich af om wie we nou eigenlijk niet heen kunnen, als we zeggen dat we niet om Mohammed heen kunnen?

Het leven van Mohammed geldt als leidraad voor moslims over de hele wereld. Dat maakt het levensverhaal van Mohammed interessant om te analyseren met de focus op de menselijke aspecten uit zijn leven.’

Een van de lessen, zo zegt Van der Wal, die we kunnen leren uit zijn levensverhaal, is dat het goed is om vast te houden aan je eigen idealen zonder dat je mensen die anders denken geweld aandoet.

Toen Mohammed zijn openbaringen van de engel Djebriel (Gabriel) ontving, werd hij niet met open armen ontvangen door zijn stamgenoten. Hij werd uitgescholden en mensen maakten zijn geloof belachelijk. Maar in plaats van terug te schelden, bleef Mohammed rustig. Toen Aboe Djahl de profeet een keer tegenkwam bij Safa, begon hij hem uit te schelden en te vernederen. Mohammed liet het gebeuren en zei niets. Ook de tweede man die uit de Koran reciteerde, Mohammed’s gezel Abdallah, werd door de Koerasjieten in zijn gezicht geslagen, maar hij las rustig verder.’

Volgens de docent en journalist, die Van der Wal ook is, is de les van dit verhaal dat als een ander naar je schreeuwt dat je ongelijk hebt en je slaat, je niet direct hoeft terug te gillen dat je het wel bij het goede eind hebt en terug te slaan. Je eigen mening is belangrijk, maar de menswaardigheid van de ander ook. Ook leren we volgens haar van het levensverhaal van Mohammed dat we kritisch mogen zijn op de dingen die we meemaken en niet alles zomaar voor waar moeten aannemen.

Van der Wal vertelt ook – met een verhaal over een Ethiopische koning – over de gelijkwaardigheid van mensen en het feit dat mensen vreedzaam kunnen samenleven zonder dat zij hetzelfde geloven. In die tijd konden christenen en moslims dan ook vreedzaam samenleven.

Mohammed en zijn volgelingen zochten hun toevlucht in Ethiopië toen het leven hen onmogelijk werd gemaakt in hun eigen Mekka. De Koeraisjieten probeerden de koning van Ethiopië met geschenken te verleiden de moslims aan hen uit te leveren, nog voordat de koning met hen gesproken had. De koning werd boos en zei: ‘Nee, ik lever ze niet uit. Mensen die bescherming zoeken in mijn land worden niet verraden.’ Hij liet de moslims komen en hen uitleggen wat hun nieuwe godsdienst inhoudt. Dja’far, een van de moslims, reciteerde een stuk uit een soera. De koning barstte in tranen uit en zei: ‘Dit komt uit dezelfde hoek als de boodschap van Iesa (Jezus). Ik lever jullie niet uit en jullie zullen niet verraden worden’.’ 

De profeet liet ook anderen vrij in hun mening, zo vertelt Van der Wal verder, en zij verhaalt ook over de levenslessen kritisch te zijn, om elkaar te geven, elkaar nodig te hebben en vreedzaam samen te leven met anderen op basis van hun mens-zijn.

Het levensverhaal kan je leren je verbonden te voelen met andere mensen. In de islam wordt gezegd dat het verbindende dat wij allemaal hebben, is dat we onder een god leven. Je kunt ook zeggen: ik voel me verbonden met andere mensen omdat zij ook mensen zijn, van vlees en bloed, zoals ik, zoals vluchtelingen en illegalen in Nederland, en zoals Mohammed.’

De schrijfster gaat ook niet voorbij aan de gewelddadigheden in die tijd en het niet ongewone gebruik van slaven. Ze vindt dat je de daden die Mohammed heeft begaan dus nooit letterlijk kan kopiëren en dan zeggen dat je het goede doet. Je moet interpreteren wat je leest en dat correct toepassen in je eigen situatie, waarbij je je laat leiden door de gelijkwaardigheid van alle mensen.

Van de gewelddadigheden uit het levensverhaal van Mohammed kun je bijvoorbeeld leren dat je voor jezelf op mag komen en om uitleg mag vragen als afspraken worden geschonden, maar vanuit het beginsel van de gelijkwaardigheid van alle mensen is het met geen mogelijkheid goed te keuren de gewelddadigheden uit het leven van de Profeet letterlijk te imiteren en uit te voeren.’

Zie: De mens Mohammed

Creationistische bezwaren tegen de evolutietheorie

creationist.darwin.fish
Met creationisme wordt eigenlijk scheppingsmodel bedoeld, omdat het gaat om schepping. Of Bijbels model. Maar creationisme is zo ingeburgerd dat ‘scheppingmodellers’ zichzelf ook al creationisten noemen. Dat valt af te leiden als je de Dutch Creation Science (DCS) bestudeert. Net als het evolutiemodel, zo stelt DCS, als uitgangspunt heeft dat alles verklaarbaar moet zijn in dat evolutieraamwerk, is het uitgangspunt dat in het creatiemodel alles verklaarbaar moet zijn.

Dutch Creation Science is een organisatie die zich bezig houdt met het Bijbelse ontstaansmodel en een Bijbels geschiedenismodel. We zullen ons vooral richten op de vraag hoe het Bijbels ontstaansmodel kan functioneren in de wetenschap en hoe de wetenschap in overeenstemming gebracht kan worden met het ontstaans- en geschiedenismodel die ons beschreven wordt in de Bijbel. Omdat wij geloven in de onfeilbaarheid van Gods Woord, dat is ons uitgangspunt.’

Heel in het kort komt volgens DCS het creationisme neer op het volgende: de Bijbel is de betrouwbare bron, zowel historisch als spiritueel. De wereld is geschapen door de Schepper: God. De Schepper heeft Zijn daad verricht in 6 dagen. Dit gebeurde ongeveer 6000 jaar geleden. Een wereldwijde zondvloed heeft 4400 jaar geleden de beschaving na de schepping vernietigd. Na de vloed was er één taal. De spraak werd verward na de torenbouw van Babel. Vervolgens vond er verspreiding van de volkeren over de gehele aarde plaats.

Masterstudent wijsbegeerte Dirk van der Wulp schreef over het fundament en faillissement (je kan merken dat hij ook advocaat is) van het creationisme, en somde bij Geloof  & Wetenschap vijf kenmerken op van creationistische bezwaren tegen de evolutietheorie. De eerste luidt dat je aan de opvatting dat de Bijbel een onfeilbare openbaringsbron is niet mag tornen

omdat dit leidt tot een hellend vlak: wie de schepping in zes dagen uit Genesis niet als feitelijke dagen leest, zal onherroepelijk ook de opstanding van Jezus niet meer ‘letterlijk’ nemen, aldus vrijwel iedere creationist.’

Creationist_car
C
reationisten verschillen – als tweede kenmerk – over de vraag of creationisme als wetenschappelijk model voor de evolutietheorie is bedoeld of niet.  Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, zo stelt Van der Wulp, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme, dat het uitgangspunt is in de (natuur)wetenschappen.

Ook is het dan de vraag of creationisme, gezien haar Bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde Bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Als derde punt blijken creationisten (bewust of onbewust) niet altijd in staat de evolutietheorie goed weer te geven, hetgeen de discussie nogal eens vertroebelt. Zij brengen de oerknal en het ontstaan van het leven zelf ook in discussie.

De oerknal heeft echter niets te maken met de evolutietheorie, die immers de ontwikkeling van het leven verklaart. Ook het ontstaan van het leven zelf valt strikt genomen buiten de evolutietheorie en is het terrein van de abiogenese, de chemie en de aardwetenschappen.’

Editorial_cartoon_depicting_Charles_Darwin_as_an_ape_(1871)Creationisten  formuleren – als vierde punt – regelmatig specifieke kritiek op onderdelen van de evolutietheorie, zoals dateringsvraagstukken.

Deze kritiek is vaak sterk specialistisch, zonder dat het duidelijk is waarom zij mag gelden als wetenschappelijk aanvaardbare kennis, nu de kritiek vrijwel altijd is opgesteld door creationisten zonder wetenschappelijke scholing op het betreffende gebied én de gegeven antwoorden door de betreffende vakwetenschappers vrijwel altijd wordt betwist.’

Ten slotte, creationisten hebben de neiging retorische kunstgrepen in hun bijdragen toe te passen door valse tegenstellingen te creëren.

‘(‘Bijbelgetrouw óf niet-Bijbelgetrouw’, ‘christen óf evolutionist’, ‘christelijke wetenschap óf seculiere wetenschap’, etc.), relativistische of determinerende zinsneden in te voeren zonder deze los te laten op hun eigen claims (‘onze gedachten bepalen wat we zien’), of complotdenken (‘de evolutietheorie is een complot van atheïstische wetenschappers om het christendom te vernietigen’.) Hiermee kan een inhoudelijk debat retorisch omzeild worden, hetgeen niet de bedoeling is.’

Het artikel van Van der Wulp gaat verder in op de evolutietheorie en Bijbelvisie, en is zowel in korte vorm hier te lezen als in de volledige versie als pdf: Het fundament en faillissement van het creationisme.

Stef Heerema, een jonge aarde creationist, gespecialiseerd in zoutlagen en zoutpijlers die zich verspreid over de aarde op verscheidene plaatsen onder- of aan het aardoppervlak bevinden, zal binnenkort bij Geloof & Wetenschap reageren op Van der Wulp. De medewerker van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine wil de Bijbel graag weer terugbrengen in onderwijs en wetenschap.

Cartoon: atheistcards.com

Auto: © Amy Watts Flickr.com

Darwin: “A Venerable Orang-outang”, a caricature of Charles Darwin as an ape published in The Hornet, a satirical magazine, 1871

‘Politieke, sociale of economische factoren bepalen of religies tot agressie leiden’

Dossier: God en Geweld – Religies en rituelen zijn sociaal gezien een oerkracht die een habitat scheppen, een wereld, waarin we als groep kunnen samenleven. Een leefwereld van gewoonten waarin we ons thuis voelen. Zodat wie opgegroeid is met het geluid van klokken nostalgie kan voelen telkens als hij klokken hoort luiden. De door de eeuwen heen ontwikkelde rituelen worden een mentaal huis voor het volk dat ze beleeft.

Aldus Dossier: God en Geweld van Mondiaal Nieuws in het artikel De mens, zijn (af)goden en zijn geweld. Hierin wordt gesteld dat godsdienst helemaal terug lijkt als politieke factor, waarbij soms erg gewelddadige actoren zich beroepen op hun variant van hun geloof voor hun acties. John Vandaele sprak daarover met Johan Braeckman, moraalfilosoof, en Jakob De Roover, van de afdeling vergelijkende cultuurwetenschap van de Universiteit van Gent.

Hoe moeten wij Europeanen, wonend in het minst religieuze continent van de wereld, dat begrijpen? Is de mens van nature een religieus wezen? Waarom vertonen zoveel mensen ritueel gedrag? We dachten dat de wetenschap hierin helderheid kon brengen, maar stootten al snel op onenigheden. Zo bleek het nog niet zo eenvoudig een definitie te geven van religie.’

Volgens Braeckman lenigen religies en rituelen allerlei noden en kunnen zij angst verkleinen, troost geven en zorgen voor sociale samenhang, al leiden ze soms ook tot conflicten, maar is dat onvoldoende als verklaring waarom mensen religieus zijn. Braeckman heeft begrip voor wat religies en rituelen te bieden hebben, maar dat belet hem niet wetenschappelijk proberen te begrijpen waarom mensen aan rituelen doen en waarom er tienduizenden religies zijn.

god_en_geweld


V
olgens de schrijver van het artikel in Dossier: God en Geweld (illustr: MN), John Vandaele, zijn religies een enorme sociale kracht: ze maken deel uit van de identiteit van mensen en liggen mee aan de basis van gemeenschappen: als je erin slaagt ze te politiseren, kun je een conflict, en zelfs een botsing der beschavingen in het leven roepen – temeer omdat er vaak al een verleden van conflicten is. In een vijandige wereld kan religie een identiteit zijn waarop mensen terugvallen.

Wat er ook van zij: duidelijk is dat andere factoren, van politieke, sociale of economische aard, bepalen of religies tot agressie leiden. Religie is geen voldoende of noodzakelijke voorwaarde voor geweld, maar ze kan wel de verbetenheid vergroten als de strijd eenmaal begint – wordt men dan immers niet gesteund door de enige echte Almachtige?’

In het Dossier: God en Geweld wordt uitgebreider dan ik hier summier weergeef, geschreven over geweld en godsdienst, in verschillende artikelen, waaronder onder meer ook: Het geweld ligt niet aan de godsdienst, maar aan de menselijke natuur.

‘John Locke meende dat de scheiding van kerk en staat de sleutel tot vrede was, maar de natiestaat is zeker niet afkerig van oorlog gebleken. Het probleem ligt dan ook niet in de veelzijdige activiteit die we religie noemen, maar in het geweld dat besloten ligt in onze menselijke aard en in de aard van de staat, die vanaf het allereerste begin de gewelddadige onderwerping van minstens negentig procent van de bevolking vereiste.’

Zie: De mens, zijn (af)goden en zijn geweld

Illustr: © Fatinha Ramos – Mondiaal Nieuws
Update: 23-10-2024

Geloof als kosmologische visie

dyn003_original_1032_1024_pjpeg_2621310_f274dfa08b8d822c744bcd0b49527896
De God van de Amerikaanse filosoof John Dewey heeft niets met geloof in iets bovennatuurlijks te maken, noch met zoiets als aanbidding of verering. Het heeft alles te maken met een kosmologische visie, waarin de mens een diep existentieel besef heeft van haar ingeweven-zijn in het tapijt van het universum. – Aldus godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes in Bezieling, in een recensie van Het religieuze bevrijd van religie. Onlangs weer vertaald en heruitgegeven.

images.jpeDe werkelijk areligieuze houding schrijft prestaties en doelen toe aan de mens als losstaand van de fysieke werkelijkheid en van zijn medemens. Onze successen zijn afhankelijk van de medewerking van die werkelijkheid. Het gevoel van menselijke waardigheid is even religieus als ontzag en eerbied, als het berust op een opvatting van de mens als samenwerkend deel van een groter geheel.’

Volgens  Carel Peeters, in VN, is het boek Het religieuze bevrijd van religie (A Common Faith) een geschrift dat om misverstanden vraagt. John Dewey (foto: bibliofilosofiamilano.wordpress.com) is volgens Peeters geen gelovig filosoof, heeft geen religieuze of mystieke neigingen, heeft niets met wonderen of met bovennatuurlijke zaken. Dewey gebruikt het woord ‘religie’ omdat het oorspronkelijk ‘gebonden zijn’ betekende.

COVER.DEWEYDewey wil die gebondenheid uitbreiden naar alle seculiere houdingen die staan voor gebondenheid aan een ideaal, aan geloof in mogelijkheden, aan iets wat nog onzichtbaar is, maar dat met inspanning zichtbaar gemaakt, gerealiseerd, kan worden: ‘Kunstenaars, wetenschappers, burgers, ouders, allemaal laten ze zich, in zoverre ze gedreven worden door de geest van hun roeping, leiden door het onzichtbare.’

Volgens Smedes had  Dewey ooit een religieuze ervaring waardoor hij religie niet vaarwel wil zeggen. – We hebben het hier trouwens wel over een geschrift van Dewey uit 1934(!) Dr. Alma Lanser-van der Velde & prof. dr. Siebren Miedema schreven in Filosofie ook over A Common Faith:

johndeweyDewey  spreekt in ‘A Common Faith’ over het geloof van mensen, over de ervaring. Hij laat zien hoe gevaarlijk en tot stilstand leidend het is als sommigen op geloofsgebied over anderen heersen en doet een poging ruimte te scheppen voor geïnspireerd en creatief, ethisch juist handelen in deze wereld.’

Lanser–van der velde en Miedema stellen dat Dewey (design: jbarker) vond dat praten over een transcendente God mensen er kan van weerhouden dat te doen waarvoor zij verantwoordelijk zijn: het Goede na te streven, in afhankelijkheid van elkaar en op elkaar aangewezen.


Is this the end?
A past with a closing door
Thru which I hardly grasp
From out of time’s jealous clasp
A scant fleeting store
Of memories retreating:

A future all hope defeating
Closing in with tight shut door.
Twixt the two the present penned.

Great God, I thee implore
A little help to lend:-
I do not ask for much,
A little space in which to move,
To reach, perchance to touch;
A little time in which to love;
A little hope that things which were
Again may living stir
A future with an op’ning door:
Dear God, I ask no more
Than that these bonds may rend,
And leave me free as before.

John Dewey


acommonfaithBoeiend allemaal. Het komt mij voor dat het diep existentieel besef van de mens ingeweven te zijn in het ‘tapijt van het universum’ en de kosmologische visie: de mens als samenwerkend deel van een ‘groter geheel’, heel religieus klinkt. Sommigen noemen dat ‘God’.
Het religieuze atheïsme van John Dewey
De godsdienstfilosofische visie van John Dewey
God, een beetje nietszeggend begrip

John Dewey | Het religieuze bevrijd van religie | Vertaald en ingeleid door Kees Hellingman | ISVW Uitgevers | 128 pag | ISBN 978-94-91693-29-8Euro 22,50 

Foto: cosmology.skynetblogs.be

Vier atheïstische ‘ruiters van de non-apocalyps’

newatheistthreat-324x193
Godsdienst is een plaag, een irrationeel virus dat mensen van jongs af aan indoctrineert om in sprookjes en bijgeloof te geloven, hen inprent dat wetenschap en vooruitgang maar gevaarlijk zijn, en hun vermogen fnuikt om zelf kritisch na te denken over moraliteit. Zo ongeveer luidt de gemeenschappelijk stelling van Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett en Sam Harris.

Volgens Sargasso is atheïsme zich aan het ontwikkelen als missionaire beweging, met internationale beroemdheden die wereldwijd het evangelie van het ongeloof aan de man proberen te brengen, compleet met conferenties, lezingen, podcasts en navolgelingen.

Critici vragen zich echter af in hoeverre deze missionaire vorm van atheïsme zelf niet net zo intolerant en bevooroordeeld is als de religieuze orthodoxie die zij zegt te bestrijden.’

Filosoof dr. Jeffrey Nall zegt over het ‘fundamentalistisch atheïsme’ dat ze door haar apocalyptische kijk op godsdienst zelf in de valkuil van fanatisme trapt. Sargasso schreef een vierluik over het atheïsme met de vraag hoe intolerant het neo-atheïsme is.

Met name ten aanzien van de islam hebben neo-atheïsten er een handje van te generaliseren, alsof de meest fanatieke, wrede en bloeddorstige elementen onder de gelovigen eenvoudigweg de ware doctrine uitvoeren, alsof Al Qaida of de Taliban of ISIS geen mutaties op mutaties op mutaties zijn in een lange keten van evoluerende tradities.’

41h1DI2oouL._SX322_BO1,204,203,200_Sargasso haalt vooral journalist en ex-new-atheist CJ Werleman (foto: Twitter) aan. Hij schreef het op 1 september verschenen boek The New Atheist Threat: The Dangerous Rise of Secular Extremists, over de intolerante achterkant van de missionaire atheïstische beweging die de afgelopen vijftien jaar is ontstaan.

cjwerlemanAtheïsten zoals Harris, beschouwen zichzelf als de voorhoede, net zoals christelijke fundamentalisten zichzelf zien. Zij zijn de uitverkoren enkelingen. Zij zien en kennen de waarheid. Zij claimen, zoals alle uitverkorenen door de geschiedenis heen, de wil van God uit te kunnen voeren of ons de middelen in handen te geven die de menselijke bestemming vooruit zal brengen. Hen is het recht gegeven, door hun eigen superioriteit en inzicht, om hun visie aan de rest van ons op te leggen. Deze visie is even verleidelijk als absurd. En de absurditeit ervan is deel van haar aantrekkingskracht,’ aldus Hedges.

four-horsemen-of-atheism-300x225
In het derde deel stelt Sargasso dat het atheïsme zich de afgelopen vijftien jaar in reactie op de invloed van christelijk rechts in de VS en de dreiging van wereldwijd jihadisme heeft ontwikkeld tot een missionaire beweging, met een polemische, fel antigodsdienstige inslag. Volgens Sargasso schept een en ander ook vruchtbare grond voor een luidkeelse sekte. ‘Harris zou wel eens de eerste persoon kunnen zijn die een religie uit het atheïsme heeft gemaakt,’ citeert Prediker Reza Aslan die Harris interviewde voor zijn podcast Foreign Object.

Alle sekten koesteren een klasse van hogepriesters die over menselijke mogelijkheden en vooruitgang spreken in obscuur, gespecialiseerd jargon,’ merkt Chris Hedges op. ‘Ze beloven een gezond, lang en geweldig leven, een waar menselijk lijden overwonnen zal zijn en vrede en geluk zullen zegevieren. Jezus maakt dit mogelijk voor fundamentalisten; wetenschap maakt dit mogelijk voor de neo-atheïsten.’

Zie:

Hoe intolerant is het neo-atheïsme? (1)
Hoe intolerant is het neo-atheïsme? (2)
Hoe intolerant is het neo-atheïsme? (3)
Hoe intolerant is het neo-atheïsme? (4)

The New Atheist Threat: The Dangerous Rise of Secular Extremists Paperback – September 1, 2015 | by CJ Werleman (Author)

Adieu Geloof en Wetenschap, hallo Spiritualiteit

mondriaan15
De academici hebben volgens godsdienstfilosoof Taede A. Smedes geloof en wetenschap uit handen gegeven en ten prooi overgelaten voor de meningen van de hoi polloi: geloof en wetenschap is opnieuw het terrein van hobbyisten geworden. Hierover mijmert Smedes, die ook theoloog is, in zijn nieuwste blog Langzaam afscheid van ‘geloof en wetenschap’? Maar zijn boeken over geloof en wetenschap doet hij nog niet weg. Ergens hoopt hij dat ze op zekere dag toch nog van nut zullen zijn.

Men wist waarover het ging wanneer het over God ging. Die vanzelfsprekendheid is weg. Daarmee is ‘God’ een vaag begrip geworden dat zich voor vele invullingen leent. De theologie is niet in staat gebleken de erosie van het godsbegrip het hoofd te bieden en is dan ook in rap tempo bezig haar bestaansgrond en academische legitimering te verliezen.’ (Smedes)

Taede A. Smedes (foto: TAS) vindt dat het niet echt goed gaat met geloof en wetenschap. Hij noemt een viertal factoren, zoals de outreach en groei van het vakgebied geloof en wetenschap: die is minimaal, om nog maar te zwijgen van het banenperspectief. De weinig inhoudelijke vernieuwing: veel recycling en zelfcitatie. De verdamping van de plausibiliteitsstructuur van het christelijk geloof: het theïstisch godsidee erodeert; en de invloed van extremistische en fundamentalistische denkrichtingen in het publieke domein: het creationisme staat ineens weer op de kaart.

taedeasmedesDe academici hebben geloof en wetenschap uit handen gegeven en ten prooi overgelaten voor de meningen van de hoi polloi (gepeupel, PD). Geloof en wetenschap is opnieuw het terrein van hobbyisten geworden.’ (Smedes)

Volgens mij spelen nog meer factoren een rol. De hoi polloi gelooft niet altijd meer op gezag. God wordt zo inderdaad een vaag begrip. Mensen verwachten meer van de wetenschap. Kort door de bocht gezegd: men hoopt op een godsbewijs. Maar dat blijft steken bij argumenten die het brein bezighouden, maar het hart leeg laten. De wetenschap heeft dus ook geen antwoorden. Mensen zoeken verder en (her)ontdekken meer en meer de spiritualiteit. ‘Ken uzelve’ is het adagium. Weg van het collectief: de individualiteit hervonden. De hoi polloi gaat zelf nadenken en bij het eigen hart te rade.

Het lijkt erop dat we dan misschien weer uitkomen bij iets van lang geleden, bij de Spiltijd bijvoorbeeld, waarin filosofen geen belangstelling hadden voor doctrines of metafysica. Over theologie praten leidde maar af en werd zelfs schadelijk gevonden.

degrotetransformatieAnderen voerden aan dat het onvolwassen, onrealistisch en pervers was om te zoeken naar het soort absolute zekerheid dat veel mensen van religie verwachten.’ (uit: De grote transformatie)

Of  van de (religie)wetenschap verwachten… In de Spiltijd (tussen 900 en 200 v. C.) verschoven alle tradities die toen ontwikkeld werden de grenzen van het menselijk bewustzijn en legden een transcendente dimensie in de kern van ons wezen bloot, maar ze beschouwden dat niet noodzakelijkerwijs als iets bovennatuurlijks en weigerden meestal erover te praten.

De wijzen waren er in elk geval niet op uit hun eigen visie op deze ultieme werkelijkheid aan anderen op te dringen. Integendeel, niemand mocht ooit religieuze leerstellingen in goed vertrouwen of uit de tweede hand aanvaarden, vonden zij.(Uit: De grote transformatie)

karenarmstrongDe grote transformatie vertelt dat het er niet om ging wat je geloofde, maar hoe je je gedroeg. Religie betekende dingen doen die je diepgaand veranderde.

De wijzen predikten een spiritualiteit van empathie en mededogen; ze stonden erop dat de mensen hun egoïsme en hebzucht, hun gewelddadigheid en liefdeloosheid lieten varen. (…) Elke traditie ontwikkelde haar eigen formulering van de Gulden Regel: wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Voor de wijzen uit de Spiltijd draaide religie om respect voor de heilige rechten van anderen en niet om orthodox geloof. Als mensen zich vriendelijk en grootmoedig gedroegen tegenover anderen, konden ze de wereld redden.’ (uit: De grote transformatie)

Wij moeten dit ethos uit de Spiltijd herontdekken, stelt Karen Armstrong (foto: ncrv), de schrijfster van De grote transformatie, door de Volkskrant indertijd beschreven als ‘een monumentaal epos van de geest, een intrigerende speurtocht’. Misschien is er toch nog genoeg werk voor theologen en (religie)wetenschappers? Nadenken over een Tweede Spiltijd?

Zie: Langzaam afscheid van ‘geloof en wetenschap’? (Taede A. Smedes)

Boek: De grote transformatie, Karen Armstrong 

Foto: Evolutie (1911), Piet Mondriaan. Het drieluik verbeeldt het spirituele ontwaken van de mens in drie stadia. (rudedo.be) – Arend Landman: ‘Dit drieluik symboliseert de reis die de ziel moet maken om los te komen van het materiële aardse bestaan (linker-paneel), via innerlijke contemplatie (rechter paneel) naar het ervaren van het goddelijk licht (midden-paneel).’