Godspot geen hotspot in het brein

godspot

Volgens filosoof en auteur Désanne van Brederode zijn religieuze ervaringen vaak pijnlijk en transformeren ze iemands leven radicaal. Tijdens het Nationaal Religiedebat De Godspot gaf zij commentaar op vragen rond brein en geloof, opgeworpen door breinwetenschappers Michiel van Elk en André Aleman. Van religieuze ervaringen word je helemaal niet gelukkiger, maar het móet omdat je wil dienen, stelde zij. ForumC doet verslag over het debat – met de mogelijkheid terug te luisteren via een podcast.

In 1997 berichtte de LA Times al dat de wetenschap een Godspot in het brein heeft gevonden. Tegenwoordig doen breinwetenschappers Van Elk en Aleman soortgelijk onderzoek, meldt ForumC, een forum over geloof, wetenschap en samenleving, voor iedereen die geïnteresseerd is in grote vragen rond wetenschap, cultuur en het christelijk geloof. De Godspot als hotspot – een plaats die volgens de Van Dale erg ín is, en waar iedereen wil zijn – in het brein?

Van Elk stelde dat neurowetenschappelijke verklaringen van religie plausibel zijn en deze verklaringen maken het bestaan van God onwaarschijnlijk.

Tegelijk bekijkt Van Elk de zaak pragmatisch. De focus moet niet zozeer liggen op de oorzaak van religie, maar op de gevolgen ervan. Neurowetenschappelijke verklaringen maken bestaan God onwaarschijnlijk, maar toch raakt ze niet de kern van religieuze ervaringen,’ aldus Michiel van Elk. ‘De effecten van spirituele ervaringen zijn namelijk erg positief.’

De menselijke geest is volgens Aleman niet los te maken van hersenactiviteit, evenals religieuze overtuigingen.

Maar dit betekent volgens Aleman niet dat religie per definitie een product van ons brein is. ‘Het zijn geen verklaringen maar correlaten,’ reageert Aleman op de stelling dat er neuroverklaringen zijn. Aleman zoekt de verklaring op een ander niveau. Hij stelt dat een mens meer is dan zijn brein.’

Er daarmee bleken de breinen te botsen. Geen breinbrekers, want het leidde niet tot hersen- of breinschuddingen, die in de ogen van Van Brederode waarschijnlijk niet eens hinderlijk zouden zijn geweest, immers de Godspot is in het brein toch niet te vinden, zo zou je kunnen concluderen uit het verslag. Breinen dan slechts als sportieve hersenkrakers in De Nieuwe Liefde, wellicht als Game for the Brain? ForumC vond het in ieder geval een mooie debatavond over God en hersenen.

Van Elks bewering dat wetenschappelijke verklaringen het bestaan van God onaannemelijk maken, staat haaks op Alemans overtuiging dat de wetenschap niets kan zeggen over het bestaan van God. God gaat boven de menselijke pet.’

Van Brederode lichtte haar standpunt over religieuze ervaringen en de Godspot toe met het bekeringsverhaal van Sint Paulus.

Op weg naar Damascus werd hij overvallen door goddelijk licht. Had hij hiervoor zelf gekozen? Of nog sterker, dit zelf bewust veroorzaakt? En wat heeft hij allemaal niet moeten doorstaan om aan zijn goddelijke roeping te gehoorzamen?
Is er dan toch geen Godspot? Van Brederode reageert; ‘Ja, de Godspot bestaat wel. Maar niet in je brein maar in je hart.’

Het Nationaal Religiedebat kan je terugluisteren als je je inschrijft voor de nieuwsbrief van ForumC. Je ontvangt dan een podcast in je mailbox.

Bron: Terugblik debat: de Godspot

Beeld: Scan on left is not contemplating God while scan on right is in prayer. Red areas show activity in language center of brain. (Source: Huffington Post, Huff Post Religion)

Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

‘Mijn bestaan is voor Maarten Boudry overbodig geworden’

just_confusing_evolution_god

God heeft vandaag zo veel terrein aan de wetenschap prijsgegeven dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, stelt wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de NRC. – Een bizarre these. ‘Ooit in gesprek met Boudry vertelde ik van alles over mijn leven, over mijn studie en wat ik allemaal daardoor voor de wereld betekende,’ vertelde een beroemde wetenschapper: ‘Boudry nam toen direct afscheid van mij. Ik bestond niet meer voor hem, ik was volkomen overbodig geworden nadat hij mijn kennis en kunde tot zich had genomen. Blijkbaar was ik voor hem verworden tot een soort illusie voor gevorderden, zo veel terrein had ik blijkbaar prijsgegeven.’


Nader onderzoek wees uit dat de bewegingswetten van Newton vanzelf leiden tot een stabiel zonnestelsel, zonder noodzaak voor goddelijke bijsturing. Maar dan heeft God toch zeker eerst de boel in gang gezet, om te zorgen dat alle planeten in dezelfde richting draaien? Niet nodig. Dat gaat vanzelf bij de natuurlijke vorming van een zonnestelsel uit verdwaald sterrenstof. De oorsprong van de kosmos dan? Gewoon een kwestie van zelfontsteking, weten we inmiddels. Ruimte en tijd ontstaan uit kwantumfluctuaties in een vacuüm. Onbevattelijk voor de menselijke geest, maar de fysica klopt als een bus. (…) Als je God nergens nog voor nodig hebt in de wereld, dan kan hij net zo goed niet bestaan.* (Maarten Boudry)


In De sluipmoord op God* reageert Boudry op het prijswinnend NRC-essay God bestaat, er is bewijs** door hoogleraar Geesteswetenschappen René van Woudenberg. Boudry zegt dat God zo veel terrein prijsgegeven aan de wetenschap dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, en weinig meer is dan een vergezochte logische mogelijkheid. Dat geldt zeer zeker voor deze uitspraak van Boudry. ‘Een denkfout van jewelste’, zoals de wetenschapper dacht toen hij de weglopende Boudry peinzend nakeek en uit het verhaal verdween.


Zijn er verschijnselen die verklaard kunnen worden door het bestaan van een God te postuleren, en zou die verklaring ook de beste verklaring van die verschijnselen kunnen zijn? Ik denk dat dat kan. Neem bijvoorbeeld het verschijnsel dat de fysische werkelijkheid grote orde vertoont, dat er wetmatigheden en patronen zijn, op micro-, macro- en mesoniveau. Deze wetmatigheden en patronen laten zich wiskundig en rationeel beschrijven. Maar nu kan men, nog steeds gedreven door een geest van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, de vraag stellen of er een verklaring is voor deze ordelijkheid van de fysische wereld. Waarom is de wereld ordelijk? Waarom heeft ze deze orde? De ordelijkheid van de wereld lijkt echter zelf niet wetenschappelijk verklaard te kunnen worden. Waarom niet? Omdat wetenschappelijke verklaringen die orde wel eerst moeten veronderstellen om überhaupt iets te kunnen verklaren.** (René van Woudenberg)


De Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat een beetje filosofie tot atheïsme leidt, maar grote hoeveelheden ons terug naar God brengen. Dat geldt zeker ook voor wetenschap. Boudry heeft dus nog heel wat uit te diepen. Bacon vond trouwens dat men beter helemaal geen mening over God kan hebben dan een mening die Hem onwaardig is.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Peter Russell)

De wetenschap heeft nog zeer veel te ontdekken, en weet nog weinig raad met het bewustzijn, zo stelde de Britse natuurkundige Peter Russell, die in 1996 zag dat er voor God al helemaal geen plaats was in de natuurwetenschappen. Hij dacht wel dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen bij God zal brengen.

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ (Russell)

Boudry stelt dat de mysteriën van vandaag de wetenschappelijke doorbraken van morgen zijn. Wie weet wat er ons allemaal nog voor doorbraken te wachten staan. Dat betekent niet dat wetenschap allerlei gaten zal vullen waarin God nog zit, maar dat God door diezelfde wetenschap laat zien wat Hij allemaal voor elkaar gekregen heeft. Iets zo verbazingwekkend groots, dat geen wetenschapper dat zal kunnen vatten, laat staan evenaren. Dat gat waar God in zit, is een opening, en kosmisch groot. Hij laat zich niet verjagen. God heeft nog onmeetbaar veel terrein, nog zò vol hiaten voor wetenschappers, dat Zijn bestaan noodzakelijk is, en een logische mogelijkheid.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

** ‘In het essay ‘God bestaat, er is bewijs’, dat op 13/10 in NRC stond, schrijft filosoof René van Woudenberg dat hij de hand van God ziet in de ‘grote orde’ in de natuur, met name de talloze ‘wetmatigheden en patronen’. (NRC)

Bronnen o.a.:
* De sluipmoord op God
** God bestaat, er is bewijs

Illustr: Baloocartoons.com

Hawking was dankbaar voor ‘groots ontwerp universum’

Universum

Stephen Hawking zegt in zijn boek De antwoorden op de grote vragen dat we dit ene leven hebben om het grootse ontwerp van het universum te kunnen waarderen en dat hij daar bijzonder dankbaar voor is. Opmerkelijk dat hij het over ‘ontwerp’ heeft. Iets of iemand moet dat dan ontworpen hebben, maar daar wil Hawking niet aan. Niemand heeft het heelal geschapen, zegt hij en niemand bepaalt ons lot. Als dat waar zou zijn, zou Hawking zelf niet eens bestaan, want als het heelal niet ontworpen is, dan hij ook niet. Dan was er niets. Fascinerend is het wel om zijn visie te volgen, zijn antwoorden op de grote vragen.

Was Hawking zo eigenwijs dat hij zelfs na zijn dood op 14 maart 2018 nog het bestaan van God ontkende? God zelf maakte dit wereldkundig via zijn Twitteraccount: ’It’s only been a few hours and Stephen Hawking already mathematically proved, to My face, that I don’t exist’. Eigenlijk had de geleerde God toen juist kunnen bedanken voor dat ‘grootse ontwerp van het universum’. 🙂

Geloof ik? Ieder van ons staat het vrij te geloven wat hij of zij wil en naar mijn mening is de eenvoudigste verklaring dat er geen god is. Niemand heeft het heelal geschapen en niemand bepaalt ons lot. Dat leidt me tot een diepgaand inzicht: er is dan vermoedelijk ook geen hemel en hiernamaals. Volgens mij is geloven in een hiernamaals slechts wishful thinking. Er is geen enkel bewijs voor en het gaat in tegen alle wetenschappelijke kennis. Ik denk dat we na onze dood terugkeren tot stof. In één opzicht leven we echter door, en dat is door onze invloed en in onze genen die we aan onze kinderen doorgeven. We hebben dit ene leven om het grootse ontwerp van het universum te kunnen waarderen en ik ben daar bijzonder dankbaar voor.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

De kosmoloog en natuur- en wiskundige uit zijn dankbaarheid al in het eerste hoofdstuk: Bestaat er een God?, van zijn laatste – door zijn dochter Lucy voltooide – werk. In dit, deze maand verschenen De antwoorden op de grote vragen, stelt hij dat de wetenschap steeds vaker antwoorden geeft op vragen die altijd op het terrein van de godsdienst hebben gelegen. Dan is het ook niet zo gek dat hoogleraar Geesteswetenschappen, René van Woudenberg, in zijn prijswinnend essay in de NRC, stelt dat rationele wetenschappers die nieuwsgierig zijn, bewijs kunnen zoeken voor het bestaan van God. Op een gegeven moment komt dat antwoord, geen bewijs weliswaar, maar een cumulatie van argumenten dat je er eigenlijk niet meer onderuit kan. Zie bijvoorbeeld de artikelen van wiskundige en filosoof Emanuel Rutten.

Tegenwoordig geeft de wetenschap betere en samenhangender antwoorden, maar mensen zullen zich altijd aan een godsdienst vasthouden omdat die troost biedt, terwijl ze wetenschap niet vertrouwen of niet begrijpen.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking vertelt dat een paar jaar geleden er een kop op de voorpagina van The Times stond die luidde: ‘God heeft het universum niet geschapen,’ aldus Hawking.’ Er stond een illustratie bij het artikel – een tekening van Michelangelo – van een kwaad kijkende God. En een foto van hemzelf met zelfvoldane blik.

Het leek wel een duel tussen ons. Maar ik heb helemaal niets tegen God. Ik wil niet de indruk wekken dat ik met mijn werk het bestaan van God wil bewijzen of ontkrachten. Mijn werk gaat om het vinden van een rationeel kader om het heelal te begrijpen.’ ’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking verklaart alles met natuurwetten. Die komen dan blijkbaar ook zomaar uit het niets. Volgens hem is de ontdekking van deze wetten de grootste prestatie van de mensheid, want het zijn deze wetenschappelijke of natuurwetten die ons zullen vertellen of we een god nodig hebben om het heelal te verklaren.

Als je aanvaardt, zoals ik, dat de natuurwetten vastliggen, dan duurt het niet lang voordat je de vraag stelt: welke rol speelt God hierin? Dit maakt een groot deel uit van de tegenstelling tussen wetenschap en godsdienst, en hoewel mijn visie daarop de krantenkoppen heeft gehaald, is het feitelijk een eeuwenoud conflict.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Men kan God definiëren als de belichaming van de natuurwetten, zegt hij in zijn boek.

Dit is echter niet zoals de meeste mensen denken over God. Zij denken aan een mensachtig wezen, met wie je een persoonlijke band kunt hebben. Als je naar de enorme omvang van het heelal kijkt en in ogenschouw neemt hoe onbetekenend en toevallig het menselijk leven is, dan lijkt dat hoogst onwaarschijnlijk.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

StephenHawking thedrum.com

Ook zegt Hawking dat hij het woord ‘God’ in onpersoonlijke zin gebruikt, net als Einstein deed voor de natuurwetten, dus het kennen van Gods denken is het kennen van de natuurwetten. Hij voorspelt dat we tegen het einde van deze eeuw Gods denkwijze kennen.

De vraag of God bestaat voor de wetenschap vindt Hawking een geldige vraag omdat het per slot van rekening niet meevalt om een belangrijker, of fundamenteler mysterie te bedenken dan wat of wie het heelal heeft geschapen en nu beheerst.

We kunnen de natuurwetten gebruiken om op zoek te gaan naar de oorsprong van het heelal en erachter komen of het bestaan van God de enige manier is om die te verklaren.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking vertelt op een manier alsof het maken van het universum een fluitje van een cent is. Zo zegt hij, is – ondanks de complexiteit en de verscheidenheid binnen het heelal of het universum of de kosmos, wat je wilt – gebleken dat je voor het maken ervan slechts drie ingrediënten nodig hebt. Hij noemt dan massa, energie en ruimte. En zelfs niet eens drie, want massa is energie en andersom. Alsof we die ingrediënten, als een God(!),  zomaar even uit het niets uit de lucht plukken…

deantwoordenopdegrotevragen
M
aar ook dat legt Hawking helder uit, en dan gaat het vervolgens over een kuil die ontstaat als je een bergje maakt. Dat bergje staat voor het heelal. Om het bergje op te kunnen werpen, graaft hij een gat in de grond. Hij maakt dus niet alleen een berg, hij maakt ook een kuil, en dat is eigenlijk een negatieve uitvoering van die berg. De grond die lag waar nu de kuil is, is berg geworden, dus alles is in evenwicht. Dit is het principe achter wat er aan het begin van het heelal gebeurde.

Het betekent dat, als de som van het heelal nul is, God niet nodig is geweest om het te scheppen. Het heelal hebben we helemaal gratis gekregen.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Het is spannend en fascinerend, dit hoofdstuk. Hawking blijft een en ander helder uitleggen. Hij komt uiteindelijk zelfs tot de conclusie dat het heelal zichzelf heeft geschapen. Dat is toch wel heel opmerkelijk. Zo zou God zichzelf toch ook geschapen kunnen hebben, denk ik dan. Het heelal, dat is God. Hoe Hawking dit zelf precies bedoelt, legt hij verder uit in Bestaat er een God? en nog negen andere hoofdstukken.

Bron: De antwoorden op de grote vragen | Stephen Hawking | Spectrum | € 19,99

Foto Stephen Hawking: thedrum.com

Beeld: Ocean

Het kosmisch religieuze gevoel

UITGELICHT – Panpsychisme of Albezielingsleer is de opvatting dat aan alle, ook aan de levenloze natuur, een bezieling of bewustzijn wordt toebedacht. Volgens Gregory L. Matloff, natuurkundige aan het New York City College of Technology, zouden mensen als het universum kunnen zijn, in essentie en in geest. Corey S. Powell (American Scientist, Aeon, Discover) schreef in 2017 bij NBC News dat een ‘proto-bewustzijnsveld’ zich door de hele ruimte kon uitstrekken. In principe zou de hele kosmos zelfbewust kunnen zijn.

‘Zelfs als het niet bewezen kan worden, breidt het participatieve antropische principe de bindende agenda van de moderne wetenschap uit, en roept krachtig het gevoel van verbondenheid op
dat Albert Einstein het kosmisch religieuze gevoel noemde’
(Corey S. Powell)

‘Het idee van een bewust universum klinkt meer als de rommel van ’s avonds-laat-tv dan academische tijdschriften. Het ‘panpsychisme’ blijkt echter op verschillende gebieden prominente supporters te hebben. New York University-filosoof en cognitief wetenschapper David Chalmers is een voorstander.
Zo ook, op verschillende manieren, neurowetenschapper Christof Koch van het Allen Institute for Brain Science, en de Britse fysicus Sir Roger Penrose, bekend om zijn werk over zwaartekracht en zwarte gaten. Waar het op neerkomt, meent Matloff, is dat panpsychisme te belangrijk is om te negeren.’
(Powell)

Alomtegenwoordig bewustzijn
Matloff zegt dat het allemaal erg speculatief is, maar het is iets dat we kunnen controleren, valideren of falsificeren. Powell zegt dat Penrose drie decennia geleden met zijn theorie een sleutelelement van het panpsychisme introduceerde. Het bewustzijn zou zijn geworteld in de statistische regels van de kwantumfysica zoals die gelden in de microscopische ruimten tussen neuronen in de hersenen.
In tegenstelling tot Matloff, die naar de sterren kijkt om panpsychisme te verifiëren, kijkt Koch naar mensen, stelt dezelfde site.

‘Volgens hem is het bestaan van een wijdverspreid alomtegenwoordig bewustzijn sterk verbonden met het huidige inzicht van wetenschappers in de neurologische oorsprong van de geest.’
(Powell)

Geestesstof
Enkele van ’s werelds meest gerenommeerde wetenschappers vragen zich dus af of de kosmos een innerlijk leven heeft dat lijkt op het onze, ook al worden ‘ontdekkingsreizigers’ zoals Matloff routinematig afgedaan als pseudo-denkers. John Searle, filosoof en hoogleraar aan de universiteit van Californie in Berkeley, wijst in Waarom bestaat de wereld? panpsychisme zonder verdere uitleg van de hand als ‘geschift’.


Een denker die het panpsychisme serieus neemt, is Australische filosoof David Chalmers. Hij voelt zich aangetrokken tot het panpsychisme omdat je er twee metafysische problemen voor de prijs van één mee kunt oplossen: het probleem van de stof en het probleem van het bewustzijn.
Het panpsychisme levert niet alleen de grondstof (geestesstof) die de zuiver structurele wereld uit de natuurkunde vlees op de botten bezorgt. Het is ook meteen een verklaring voor het feit waarom de verder zo grauwe fysieke wereld uit haar voegen barst van het veelkleurige bewustzijn.


‘Journey to the edge of the known’ (Corey S. Powell)

Bewustzijn is niet zo maar op raadselachtige wijze opgedoken in het heelal toen bepaalde deeltjes materie toevallig in de juiste rangschikking terechtkwamen; het is er vanaf het begin geweest, omdat die deeltjes zelf stukjes bewustzijn zijn.
Kortom, er ligt één enkele ontologie ten grondslag aan de subjectieve-informatietoestand in onze geest en de objectieve-informatietoestand in de fysieke wereld, en vandaar het motto van Chambers: ‘Ervaring is informatie van binnenuit, natuurkunde is informatie van buitenaf’.
(Uit: Waarom bestaat de wereld?)


Gevoel van verbondenheid
Het is moeilijk, zegt Powell, om niet door te gaan met de vraag of onze menselijke geest slechts een klein onderdeel is van een veel groter kosmisch brein.


Corey S. Powell

‘Er zijn geen sterren om te monitoren en geen hersens om te meten, om te begrijpen of de realiteit afhangt van de aanwezigheid van bewustzijn. Zelfs als het niet bewezen kan worden, breidt het participatieve antropische principe de bindende agenda van de moderne wetenschap uit, en roept krachtig het gevoel van verbondenheid op dat Albert Einstein het kosmisch religieuze gevoel noemde.’
(Powell)


Bij het zien van zo’n harmonie in de kosmos die ik met mijn beperkte mensenverstand kan herkennen, zijn er toch mensen die zeggen dat er geen God is. (…) Ik geloof in Spinoza’s God die zich openbaart in de ordelijke harmonie van wat bestaat, niet in een God die zich bekommert om de lotgevallen en de handelingen van menselijke wezens. (…) Mijn godsbegrip komt voort uit een diepgevoelde overtuiging dat er een superieure intelligentie bestaat die zich openbaart in de kenbare wereld.
(Einstein)


Brahman
Het woord ‘panpsychisme’ werd in de zestiende eeuw bedacht door de Italiaanse filosoof Francesco Patrizi en is afgeleid van de twee Griekse woorden pan (alles) en psyche (ziel of geest). De panpsychisme-theorie lijkt volgens sommigen veel op wat hindoes en boeddhisten Brahman noemen. Het weerspiegelt veel spirituele gedachten.

‘Voorstanders van de panpsychisme-theorie zeggen dat bewustzijn een fundamenteel onderdeel van de materie is. Dit betekent dat het hele universum wordt bevolkt door bewustzijn. Panpsychisme is geen nieuwe uitvinding. Oude denkers zoals Plato, Thales van Miletus, Leibnitz, Spinoza en het genie Gottfried Wilhelm Leibniz, die de intellectuele basis legden van het tijdperk van de Verlichting, pleitten voor panpsychisme.
Het is pas recent dat moderne wetenschappers deze fascinerende theorie hebben herontdekt en proberen het te vatten. Dit is niet gemakkelijk, omdat we het nog steeds niet eens kunnen worden over een gemeenschappelijke definitie van bewustzijn.’
(Cynthia McKanzie)


Wijzer worden
Toch zit er ook voor mij een positief aspect aan de toegenomen belangstelling voor panpsychisme binnen de westerse filosofie. Het geeft in ieder geval aan dat het absurde en deprimerende materialisme terrein aan het verliezen is. Men is dus hoe dan ook wat wijzer aan het worden volgens mij.
(Psycholoog en filosoof Titus Rivas – in: Alles is bezield: de opkomst van het panpsychisme)


Bronnen:
* Could the Universe Be Conscious? (Corey S. Powell)
Our Universe Is Conscious – Panpsychism Theory Suggests  (Cynthia McKanzie)

Beeld: NASA via Reuter – Natuurkundige Gregory Matloff betoogt dat een ‘proto-bewustzijnsveld’ zich door de hele ruimte zou kunnen uitstrekken.
Beeld Matloff: YouTube
Beeld ‘journey to the edge of the known’: Science Communicator Explorer of  the Invisible Corey S. Powell
Foto Powell : Powell
(2018) Update: november 2025 (Lay-out, links)

‘Godsdienst inherent aan menselijke natuur’

AlhambraFotoPD

Godsdienst, in welke variant dan ook, is inherent aan de menselijke natuur, zo stelde rechtsgeleerde Gerard Noodt al in 1706, in een invloedrijke rede over ‘religie, vrij van heerschappij’. Daarom mag een bepaalde gezindheid niet door een overheid of samenleving worden afgedwongen of verboden. Noodt maakte zich hard voor de godsdienstvrijheid, schrijft historicus Geerten Waling. ‘Toentertijd behelsde godsdienstvrijheid veel meer dan alleen religie: het ging over wat wij tegenwoordig noemen de vrijheid van vereniging, van geweten en ja, ook van meningsuiting. Kortom, de zuurstof voor de open samenleving’.

We moeten dus vooral niet met wetten of wapens proberen om de gedachten van mensen te beheersen. Ook hun meningsuiting en hun recht om zich te verenigen moeten we beschermen, alleen al omdat we zelf nooit de waarheid in pacht hebben. Dat geldt voor religie, maar in bredere zin voor alle opvattingen die mensen kunnen koesteren.’

De vrijheid van meningsuiting staat continu onder druk. Het is goed om af en toe uit te zoomen en te beseffen dat die vrijheid al eeuwenlang wordt bevochten, schrijft Waling in Elsevier Weekblad. Rond 1706 mogen in de Nederlandse Republiek joden hun religie in sommige steden hooguit beleven in eigen kring of buurt, katholieken mogen op veel plekken niet eens kerken bouwen.

Het land is diepgelovig en overgevoelig voor alles wat het gereformeerde wereldbeeld kan aantasten. Des te dapperder was het dat iemand als de rechtsgeleerde Gerard Noodt, bij zijn afscheid als rector magnificus van de Universiteit Leiden in 1706, tegen een aantal heilige huisjes durfde te schoppen.’

Alhambra2

De islam roept oude vragen op over godsdienstvrijheid, stelt het weekblad: ‘Wat te doen met de islam?’ en refereert aan de moeizame positie van de islam in Nederland.

Volgens Geert Wilders is de islam een vijandige politieke ideologie die moet worden bestreden. En inderdaad, salafisme en jihadisme zijn levensgevaarlijk, maar het valt niet te ontkennen dat veel moslims de islam belijden als een vreedzame, zingevende levensbeschouwing. Hoe gaan we daar mee om? Hoe beschermen we de godsdienstvrijheid van vreedzame medeburgers, zonder een vrijbrief te geven voor gewelddadige elementen? Dat is in Nederland een betrekkelijk nieuwe en zware uitdaging, waarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.’

Alhambra3

Hij die een bepaalde religie verplicht stelt, en met straf afdwingt, maakt inbreuk op andermans soevereiniteit. Hij doet hierbij niets ten goede, maar kan zich niet vrijpleiten van het verwijt een tiran te zijn. (Gerard Noodt)

Noodts toespraak, die hij in het Latijn hield in 1706, is als paperback uitgegeven: Over de vrijheid van godsdienst. Het is in hedendaags Nederlands vertaald door Hans van Cuijlenborg, en prof. dr. Joris van Eijnatten, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, heeft de tekst voorzien van een uitvoerige wetenschappelijke inleiding.

Een mijlpaal in de Europese ideeëngeschiedenis. Zo kenschetst historicus Joris van Eijnatten de rede over de vrijheid van godsdienst die Gerard Noodt in 1706 hield bij zijn afscheid als rector van de Leidse universiteit. Noodt besefte terdege dat hij sprak over een heikel thema, een onderwerp ‘vol nijd, haat en laster’. Maar dat belette hem niet om een hartstochtelijk pleidooi te houden voor een vrije keuze van geloof of juist voor afvalligheid.’

Foto’s: La Alhambra, Granada, september 2018 (PD)

Zie: De islam roept oude vragen op over godsdienstvrijheid

Historische Jezus niet de ‘echte’

bergrede

In Gegrammena, een blog van theoloog en onderzoeker Cor Hoogerwerf over de Bijbel en het vroege christendom, vraagt hij zich af – aan de hand van het boek The Historical Christ and the Theological Jesus – hoe je met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan. ‘De ‘historische Jezus’ is een door historici geconstrueerde hypothese die op historisch-kritisch verantwoorde wijze het leven van Jezus van Nazaret wil beschrijven.’ Geloven op zich draait volgens Hoogerwerf echter niet om het bestaan van Jezus.

‘Wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus
anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

De kerk vereert Christus als de Zoon van God, God uit God, Licht uit Licht. Wat heeft die Christus nog te maken met de mens Jezus uit het begin van onze jaartelling? En wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

Volgens Gegrammena draait het hele geloof zelfs niet om de vraag of het beeld van de bovenmenselijke Jezus zoals dat in de christelijke bronnen en/of de cultuur bestaat, overeenkomt met de historische werkelijkheid.

De historische Jezus is dus iets anders dan de ‘echte’ Jezus. Zoals bij zoveel mensen uit de oudheid — van de meesten weten we (vrijwel) niets — is het slechts mogelijk een aantal aspecten van zijn leven met enige mate van zekerheid te belichten. De hoop en de claim van historici is uiteraard dat hun historische Jezus iets zegt over de ‘echte’ Jezus.’

Hoogerwerf stelt dat het een gegeven is dat er historisch onderzoek gedaan wordt naar Jezus van Nazaret en dat dit vaak (niet altijd) ingebed is in een bredere theologische setting, en als je het nog breder trekt het natuurlijk zo is dat historisch onderzoek nooit ‘neutraal’ is.

Dit tekent het spanningsveld: enerzijds gaat het om historisch onderzoek met historische methoden, anderzijds staan er ook (anti-)theologische belangen op het spel, zeker als het om Jezus Christus gaat. Dit valt nooit helemaal los van elkaar te zien.’

TheHistoricalJesusandtheTheological Jesus

In een aantal artikelen gaat Hoogerwerf aan de hand van The Historical Christ and the Theological Jesus van Dale C. Allison Jr. na hoe je vanuit het christelijk geloof met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan: Wat nut ons de historische Jezus?. Vanuit de christelijk theologie, zo stelt hij, zijn er grosso modo drie reacties op het onderzoek naar de historische Jezus. Volgens de theoloog zit in al deze reacties wel ‘iets’.

Sommige onderzoekers hebben beweerd dat hun historische Jezus aantoont dat de traditionele geloofs­­­overtuigingen over Jezus Christus obsoleet zijn.
Traditionelere theologen hebben gezegd dat de menswording van God christenen verplicht te vragen naar het historische leven van Jezus met behulp van historische methoden.
Andere theologen hebben juist gezegd dat het evangelie niet kan rusten op de voorlopige oordelen van het historische onderzoek, met als gevolg dat zij dit grotendeels negeren.’

Hoogerwerf zegt dat wie kennisgenomen heeft van het onderzoek naar de historische Jezus en niet hardnekkig wil volharden in oude waarheden — terug naar onwetendheid kan niet meer — moet dit onderzoek ook theologisch, vanuit (on)gelovig perspectief, een plek geven. Want het is uiteindelijk een verrijking, al is het niet altijd een comfortabele verrijking.

The unexamined Christ is not worth having’.’ (Allison)

In een volgend artikel zegt Hoogerwerf dat naast het feit dat het historisch onderzoek naar Jezus geen kant-en-klaarpakket aan theologie en geloof aflevert, bovendien de vraag aan de orde is in hoeverre historisch onderzoek daarop invloed kan hebben.

Jezus, zo stelt Allison, kunnen we leren kennen door de oude teksten, de kerkelijke traditie, de cultuur, en ontmoetingen met de (volgens christenen) levende Jezus zelf. Is het daarbij een probleem dat we zo kennismaken met verschillende Jezussen?’

De theoloog gaat in op de vragen die Allison stelt, zoals: hoeveel geschiedenis heeft de theologie of het geloof nodig en of historisch onderzoek de enige manier is om Jezus ‘echt’ te leren kennen. Voordat hij – voorlopig, want waarschijnlijk volgen meer artikelen – afsluit met de vraag hoe Allison verder gaat, stelt hij dat

vanuit christelijk perspectief de goddelijke werkelijkheid in Jezus niet kan worden beperkt tot zijn aardse leven: die kan zelfs actief zijn bij mensen die geen notie van Jezus hebben.’

Zie:
Wat nut ons de historische Jezus? (1)
Wat nut ons de historische Jezus? (2) 
(Gegrammena)

Beeld: Fra Angelico (1387 – 1455)De bergrede – fresco, 1436 – 1443 – Museo di San Marco, Florence – schriftlink: Mattheus 5:2 (holyhome.nl)

Cor Hoogerwerf studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur en Godgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en voltooide daarna aan dezelfde universiteit de onderzoeksmaster Classics and Ancient Near Eastern Civilizations (cum laude) met als specialisatie New Testament and Early Christian Studies. Na aan de Universteit Leiden Exegese Nieuwe Testament gedoceerd te hebben, is hij momenteel werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar patristisch commentaar op de Bijbel. Daarnaast is hij projectmedewerker als nieuwtestamenticus voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.

Update 18-10-2024 (Lay-out)

Tot 2024 zoeken naar de Hoogste Moraal

data

‘Is er zoiets als een hoogste norm waar ons bestaan aan moet voldoen? Kunnen we die kennen, of moeten we de standaard waaraan ons leven moet voldoen helemaal zelf bepalen? Is de norm voor goed en kwaad in elke tijd en cultuur weer anders?’ Een anonieme geldschieter heeft de Protestantse Theologische Universiteit 1,5 miljoen euro toegekend om deze vragen te onderzoeken. Zes jaar wordt ervoor uitgetrokken om antwoorden te vinden. ‘Het wordt oppassen voor reflexen van gelovigen en ongelovigen,’ zegt projectleider van het Moral Compass Project, Maarten Wisse, hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). ‘We zitten vast in een denken uit de Verlichting dat het goede algemeen geldig moet zijn, anders is het subjectief en daarmee verdacht.’

Het hachelijke schuilt hierin dat een gelovige snel in de reflex schiet dat, als hij denkt te weten wat goed is en wat Gods gebod is, hij vindt dat iedereen zich daaraan moet houden. De reflex van de ongelovige daarop is even rigide, maar in spiegelbeeld: hij zal deze opvatting afdoen als een privémening die hij niet serieus hoeft te nemen, omdat ze teruggaat op diens geloof. Het toetsen op redelijkheid of goede argumenten blijft achterwege.’ (ND)

Veel mensen vinden – volgens de PThU – dat mensen het met elkaar eens moeten zijn over een universele norm voor goed en kwaad, maar omdat dat duidelijk niet het geval is, kan er dus ook geen universele of goddelijke wet zijn.

Toch roept dat ontbreken van een universele standaard voor het goede leven ook onzekerheid op: hoe weet ik dat het goed is wat ik doe? Wanneer ben ik goed genoeg? Tegelijkertijd is er bezorgdheid over mensen die een hoogste norm menen te kennen: die mensen lijken per definitie intolerant. Enerzijds hebben mensen behoefte aan een norm waaraan hun leven moet voldoen, maar anderzijds lijkt zo’n norm altijd op gespannen voet te staan met hun belangen.’ (PThU)

moralcompassproject

Het Moral  Compass Project wil bijdragen aan het versterken van een ‘moreel kompas’, gericht op het goede zonder mensen klem te zetten.

Anderzijds verkennen we in het project vanuit drie toegepaste velden wat een ‘moreel kompas’ zou kunnen bijdragen aan concrete ethische vragen op het terrein van vrijheid van meningsuiting, de notie van de familie en de vragen rondom het levenseinde.’ (PThU)

In het ND zegt Wisse dat we in onze tijd nieuwe manieren moeten vinden om over moraal te spreken, zonder in reflexen terecht te komen die elkaar uitsluiten.

Kunnen we een manier vinden om het spreken over de hoogste norm of om Gods geboden in verband te brengen met een breder maatschappelijk debat over goed en kwaad? Ook mensen die niet geloven, hebben inzicht in het goede, wat weer niet betekent dat iedereen het over moraal eens kan worden. Juist vanuit de deugdentraditie weten we dat moraal geen rigide criterium kent dat je overal op kunt toepassen, maar dat er verstand en wijsheid bij horen om te bepalen wat in een situatie rechtvaardig is.’

Hoogleraar Theo Boer, Universitair docent ethiek, medische ethiek (PThU) en een van de onderzoekers van het project, twittert dat hij het het een prachtig project vindt waarin de ethiek van het levenseinde een postdoc krijgt.

Met in de traditie van dit op Spinoza geïnspireerde project specifieke aandacht voor godsdienstige en niet-godsdienstige argumenten bij een zelfgekozen levenseinde.’

Moral Compass Project – Bij dit project zijn vijf onderzoekers van de PThU betrokken: Maarten Wisse (projectleider), Theo Boer, Petruschka Schaafsma, Pieter Vos en Klaas-Willem de Jong en er worden zes postdocs en promovendi aangesteld die delen van het project uitvoeren.

Beeld Good Evil Wishy Washy: slantedright2.blogspot.com

Geloof en denken kunnen prima samengaan

religionscience

‘Hoe weet je dat nou? Het is misschien wel dé vraag die je als gelovige het meest te horen krijgt van mensen die niks met geloven te maken willen hebben. Want om te geloven zou je eerst je verstand moeten uitschakelen. Maar is dit echt zo? Hoe naïef moet je zijn om je toe te vertrouwen aan de werkelijkheid van begrippen als Geloof, Hoop en Liefde? Negeer je dan voor het gemak wat de wetenschap zegt over leven en dood, ruimte en tijd? En als je dat allemaal wel tot je door laat dringen, wat voor Godsbeeld houd je dan over? Heb je contact met die God? In wat voor taal spreek je erover en wat heeft Jezus ermee te maken?’

Want Hoe weet je dat nou? is de vraag die je als gelovige het meest te horen krijgt als je geloof verbindt met wetenschap. Om te geloven zou je eerst je verstand moeten uitschakelen.  Maar is dit echt zo?’ (EO)  

Vanaf vanavond krijg je wellicht antwoord op deze vragen of kan je je in ieder geval op de hoogte stellen hoe hedendaagse filosofen en theologen zien dat geloof en denken prima samen kunnen gaan. In een serie, getiteld Hoe weet je dat nou?, ontwikkeld door de EO. In deze serie kom je – als regelmatige lezer van dit blog – een bekende tegen: godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes (foto: EO)  Hij schrijft hierover op zijn blog:

Een paar maanden terug ben ik namelijk als één van een aantal gasten uitgebreid door Stevo Akkerman geïnterviewd voor een nieuw EO-programma. Het ging niet alleen over mijn ideeën over geloof, ongeloof, en wetenschap. Maar ook over mijn persoonlijke ontwikkeling, van kind tot volwassene, en de manier waarop mijn geloof in de loop van mijn leven is veranderd. Centraal in de serie staat de verhouding tussen geloven en denken.’ (Smedes)

Taede Smedes

Vanavond 9 september is het thema Meekrijgen: We horen de verhalen en ontwikkelen een gevoel voor het hogere. Wat is de kracht van het verhaal dat ons in zoveel vormen wordt verteld? En hoe leren we het onderscheid tussen wat waar is en wat niet?

Hoe weet je dat nou? is een combinatie van interviews met denkers en schrijvers, afgewisseld met gedramatiseerde scenes waaruit blijkt dat denken en geloof prima samen kunnen gaan. De experts in de serie zijn theoloog des vaderlands Claartje Kruijff, hoogleraar theologie Mechteld Janssen, hoogleraar filosofie en levenskunst-kenner Paul van Tongeren, schrijfster Esther Gerritsen, godsdienstfilosoof Taede Smedes, filosoof, psychiater en hoogleraar Gerrit Glas en publicist Stephan Sanders.’ (EO)

16 september gaat het over Toe-eigenen of afwijzen: Ergens komt er een moment dat we gaan geloven. Dat een verhaal ons niet meer loslaat en het ideaal ons voortjaagt. We weten het zeker of we wijzen het af. Wat brengt die houding ons?

In elke aflevering staat een aspect van geloofsontwikkeling centraal. In de eerste aflevering ‘meekrijgen’ gaat het over de vraag hoe je aan geloof komt. Aflevering twee ‘toe-eigenen of afwijzen’ gaat over de keuze om te geloven. In de derde aflevering wordt de geloofstwijfel van alle kanten belicht. De laatste uitzending behandelt het vertrouwen. Want als je het met je verstand dan niet altijd kunt beredeneren. Waar haal je dan het vertrouwen vandaan om toch te geloven?’(EO)

23 september: Twijfel: Geloof bewijzen is ingewikkeld en de wetenschap met al zijn onweerlegbaarheid dringt ons al snel in een hoek. Accepteren we twijfel en leren we ermee omgaan?

Hoe weet je dat nou? laat zien dat zelfs onze kenniseconomie gelovigen kent die het denken niet verleerd zijn en wetenschap zelfs niet zonder geloof kan.’ 

30 september: Vertrouwen: Maar als het antwoord op die vraag ‘Hoe weet je dat nou?’ is: ‘Ik weet het niet’, waar haal je dan het vertrouwen vandaan om toch te geloven? Is dat domheid, wereldvreemdheid, mildheid of koppigheid?

Hoe weet je dat nou? wordt uitgezonden op alle zondagavonden om, 23.40 uur, NPO 2. Andere gasten zijn:  Gerrit Glas, Claartje Kruijff, Mechteld Jansen, Stephan Sanders, Paul van Tongeren, Esther Gerritsen. Regie: Dio van Maaren, presentatie: Stevo Akkerman.

Beeld: katholiekforum.net

Bevrijd van de bezetting door het godsidee

Godsidee

‘Het mysterie van bewustzijn en kosmos wordt bevrijd van de bezetting door het godsidee. Het mysterie komt vrij in de oorspronkelijke, want onherleidbare dimensies van ons bestaan: ruimte, tijd en bewustzijn en in mijzelf en in de medemens als mededrager van dat mysterie. Deze dimensies bevatten, omvatten en constitueren mijn bestaan en zijn het ultieme dat past bij het hedendaagse denken over de werkelijkheid.’

Aan het woord is filosoof Arnold Ziegelaar in het artikel Het wonder van de werkelijkheid. Hij houdt een pleidooi voor een derde weg tussen godsgeloof en natuurwetenschappelijke reductie: een non-theïstische, aardse mystiek, die openstaat voor het wonder van de werkelijkheid.

Je kunt feeling hebben voor het wonder van de natuur zonder in God te geloven. Religieuze gevoeligheid en atheïsme sluiten elkaar niet uit. Voor de atheïst staan meer opties open dan een koud nihilisme. De natuur is grootser dan de natuurwetenschap. Natuurwetenschap verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar put haar volheid daarmee niet uit. En bovenal: de natuurwetenschap verklaart niet waarom er überhaupt natuur is.’

Ziegelaar herdefinieert eigenlijk de schijnbare tegenstelling van atheïsme en religiositeit, waarbij religiositeit verlangen en streven naar zingevende innigheid met het ultieme is. Het ultieme is dan het meest diepe of oorspronkelijke niveau van de werkelijkheid. Het hangt van de specifieke inhoud van dit ultieme af of men atheïstisch is of niet. Atheïsme is de stelling dat er geen God als transcendente, persoonlijke schepper van de kosmos, bestaat.

Maar als het ultieme gedefinieerd wordt als (Bewust-)zijn, Leegte, Tao, Natuur of het Idee, dan kan een atheïst religieus zijn. Elke conceptie van het ultieme definieert een eigen soort religiositeit. De crisis van het theïsme is dus niet noodzakelijk een crisis van de religiositeit als zodanig. De levensbeschouwelijke vraag van vandaag is of er een ultieme gedacht en ervaren kan worden dat eigen is aan de levensbeschouwelijke situatie van nu.’

De filosoof heeft het over de crisis van het theïsme. De wegen naar God zijn onbegaanbaar; godsargumenten hebben geen bewijskracht; het godsidee is geen waarborg voor het bestaan van God buiten dat idee; God wordt vervangen door natuurwetenschappelijke verklaringen. En het zinloos lijden in de wereld is in tegenspraak met het bestaan van een liefdevolle, morele God. Hiermee verklaart Ziegelaar de opkomst en groei van het atheïsme.

Blijven echter de grondvragen waarom ‘er iets is en niet eerder niets’ en waarom ‘er iets voor mij aanwezig is en niet eerder niets’. Op het eerste waarom is het antwoord: dit is het bestaansmysterie: waarom er überhaupt een natuur is. Het tweede verwijst naar bewustzijn: dat er iets voor mij aanwezig is.

De fysica verklaart verschijnselen binnen de natuur, maar verklaart niet waarom er überhaupt een natuur is. Dit is het bestaansmysterie. De fysica verklaart ook niet waarom er openheid voor die natuur er is, waarom er iets voor mij aanwezig is. Bewustzijn verzet zich tegen inlijving in het begrippenstelsel van de fysica. Dit is het zijnsmysterie.’

Bewustzijn creëert de natuurlijke werkelijkheid niet, stelt Ziegelaar, maar is dat waaraan zij zich openbaart. Verder lijkt de fysische werkelijkheid noodzakelijk voor bewustzijn, want een bewustzijn dat zich nergens van bewust is, is geen bewustzijn. Ook kunnen we volgens de filosoof niet uitsluiten dat specifiek fysisch bestaan een noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn is, zonder er een voldoende voorwaarde voor te zijn.

Bewustzijn, zo stelt de filosoof, is door sommige denkers opgevat als een argument voor het bestaan van God: het zijnsmysterie wordt dan ingezet voor het theïsme.

Bewustzijn is echter geen bewijs dat God bestaat. Als God bestaat, dan is er bewustzijn, maar niet andersom. Bewustzijn kan immers een oorspronkelijke dimensie zijn die niet afleidbaar is uit iets anders. Bewustzijn is eigen aan God als hij bestaat, maar we kunnen bewustzijn niet uit God verklaren voor zover God nog iets anders is dan bewustzijn. Het zijnsmysterie kan niet met een Godsidee worden doorgrond.’

We weten niet zeker of het bewustzijn inderdaad een noodzakelijke voorwaarde heeft in fysische processen, stelt Ziegelaar ten slotte.

Het bewustzijn als openheid voor ruimte, tijd, medemens en als voorwaarde voor de dood, geeft zijn gronden niet aan ons mee. We zijn een voorwaardelijke openheid die haar voorwaarden niet (volledig) kent. In die openheid kunnen we echter wel contemplatief worden en ons verwonderen, verbijsteren en gelukkig prijzen dat we delen in het mysterie van bestaan en zijn.’

Zie: Het wonder van de werkelijkheid (Bron: Tijdschrift voor geestelijke leven,  4, 2018, Nabije vreemden. Themanummer over gelovigen en ongelovigen in gesprek.) (De Bezieling)

Beeld: thedayofthelord.hatenablog.com

Arnold Ziegelaar studeerde theoretische fysica en wijsbegeerte aan de universiteit van Leiden. Thema’s die de filosoof in het bijzonder interesseren, zijn: natuur, religie, kunst, goed en kwaad, zingeving en bewustzijn. In 2015 kwam zijn boek Aardse mystiek, een inleiding in de filosofie verwondering uit bij ISVW uitgevers. In 2016 verscheen Oorspronkelijk bewustzijn. Zie zijn pagina ‘Publicaties’.