Thomas More en de utopische geest

Utopia 1516 2016

In een stampvol maar muisstil filosofisch cafĂ© vergeleek filosoof Han van Ruler afgelopen dinsdag op gloedvolle wijze Utopia, het werk van de 16e-eeuwse filosoof Thomas More, met Lof der zotheid van tijdgenoot filosoof en theoloog Desiderius Erasmus. Niet zo vreemd, Van Ruler schreef Utopia 1516 – 2016, waarin Erasmus ook te vinden is. De spreker heeft iets met ‘het effect van de utopische geest’. Opvallend is dat vrijwel niemand in CafĂ© Hofman in Utrecht de beide werken heeft gelezen.

Van Ruler noemt Utopia (Leuven, 1516) een spiegelbeeld van Lof der Zotheid (Parijs, 1512*). Erasmus draagt zijn satirische werk, vol spitsvondigheden en ironie, op aan More. Ze zijn de beste vrienden. In Lof der Zotheid is behalve veel te lachen ook serieuze kritiek te vinden. Het handelt over menselijke dwaasheden, ook over filosofen die bijna niet leven, maar dag en nacht filosoferen. Over de dwaasheden van officiële autoriteiten, zoals kerkvorsten, edellieden en officieren. Erasmus heeft kritiek op de politieke situatie in zijn tijd, waarin oorlogen worden gevoerd om absurde redenen: vooral om het veiligstellen van familiale aangelegenheden, om successierechten van adellijke families. Oorlogen dus om erfenissen. Erasmus schrijft over rijkdom, roem, macht en corruptie.

VanRuler12022019UtrechtHofman3_520

Erasmus beschrijft zorgelijke zotheid. Hij veracht dwaasheid. Ook die van religie en filosofie: de bronnen van dwaasheid, en onnatuurlijk. Tegenwoordig zou Erasmus, met Van Ruler, zeggen: ‘We programmeren ons met niet-natuurlijke software’. Eigenlijk vindt Erasmus, dat je – verwijzend naar Jezus – gewoon een beschaafd mens moet worden. Religie en filosofie maakt niet uit: iedereen denkt toch anders. Mensen moeten zich vormen en dat kan het beste in de omgang met andere mensen.

Erasmus legt religie positief uit in de zin van dat je jezelf moet vergeestelijken, en in het hier-en-nu leven. De wereld zou een klooster moeten zijn, vindt Erasmus. Een ideale vorm van samenleven, ook al is dat niet voor iedereen geschikt, maar wel goed voor de maatschappij: iedereen draagt bij aan de samenleving. Je kan jezelf veranderen, hoffelijk worden vooral – en dat leren in contact met anderen. Erasmus schrijft daarom ook werken over etiquette. Dat je jezelf schoon dient te houden, ondergoed moet dragen. Een reformatie van de binnenkant is eveneens nodig. Het gaat om je innerlijk: rechtvaardig worden naar anderen en zo een rechtvaardige samenleving scheppen.

Lofderzotheid

Lof der Zotheid beschrijft maatschappelijke problemen, morele idealen. Erasmus wil opleidingen voor de onderdanen, rechtvaardige belastingen, rechtsorde, milde straffen, vrije meningsuiting en algemeen welzijn. Verandering van mentaliteit is nodig, zowel die van de onderdanen als van de vorst. Zijn ‘programma’ zou volgens Van Ruler zo passen in de Grondwet van de Europese Unie.

utopiaillustratie uit Utopia

Utopia, eveneens een boek vol satire en ironie. Utopia kan ‘de goede plek’ (eutopia) betekenen of ‘niet-bestaande plek’ (outopia) of ‘nergensland’. Een zeeman vertelt aan Moore over het eiland Utopia. Dat zou een ideale staat zijn, zonder privĂ©bezit en alle mensen gelukkig. Utopia kan een parodie zijn op Lof der Zotheid, zo denkt men nu, of is dat al te gemakkelijk gedacht? Het lijkt niet op De Republiek van Plato of De stad van God van Augustinus. Utopia is geen utopie maar een dystopie, een akelige plek waar je misschien juist niet wil leven. Een strikt gereguleerde samenleving, zonder privacy, waar zelfs nergens een bar of cafĂ© te vinden is. Waar je niet kan reizen zonder toestemming. En als je iets verkeerds doet, is verder leven als slaaf je lot, of je kop gaat eraf. En toch
 kan dat mensen een gevoel van veiligheid geven, want je weet waar je aan toe bent. Er is geen vrijheid in Utopia, of het zou moeten zijn dat vrijheid betekent meedoen aan het goede, en niet je eigen voorkeuren najagen.

More’s denken staat haaks op dat van Erasmus. More vindt religie een tranendal, gericht op een leven in het hiernamaals. Is Utopia bedoeld als alternatief voor de visie in Lof der Zotheid? More vindt de visie van Erasmus te optimistisch, niet levensvatbaar. De omstandigheden waarin mensen leven, moeten veranderen. Er moet genoeg voedsel zijn. De auteur van Utopia wil een blauwdruk voor een ideale maatschappij. De tegenstelling tussen beide werken zou je marxistisch versus liberaal kunnen noemen. More heeft een pessimistisch mensbeeld, Erasmus denkt positiever over de mens.

UtopiaCover

Is Utopia en Lof der Zotheid indertijd grappig bedoeld, in deze tijd wordt vooral Utopia ernstiger opgevat. – Op beide boeken vind ik uiteenlopende visies. Utopia wordt soms geschetst als socialistische heilstaat (Karl Marx zou zich erdoor hebben laten inspireren), strikt georganiseerd omdat mensen toch niet te verbeteren zijn, en dat laatste gelooft Erasmus nu juist wel. Over Lof der Zotheid wordt wel gezegd dat dit de weg vrijmaakte voor de Reformatie. De kracht van satire…

* Vrienden van Erasmus gaven Lof der Zotheid al uit in 1511. Omdat die uitgave vol fouten en vergissingen zat, publiceerde Erasmus zelf in 1512 een geautoriseerde uitgave. 


‘De tijd is rijp voor een nieuwe generatie utopisten die een stip aan de horizon kunnen plaatsen, ons een spiegel voorhouden en al dan niet met satire in beweging zetten.’ (Gary Sheikkarim, 14 02 2019, Studium Generale Utrecht)


Lezen dus, More en Erasmus. Juist nu.

Lof der Zotheid | Desiderius Erasmus | Uitgever: Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025302788 | 17e druk | € 16,99 

Utopia | Thomas More | Uitgeverij Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025304263 | 6e druk september 2016 | € 20,00  

Utopia-1516-2016

Utopia 1516 – 2016 | Han van Ruler, Giulia Sissa | Amsterdam University Press | 2017 | ISBN 9789462982956 | 244 pag. | € 89,00 | Han van Ruler is hoogleraar Intellectuele geschiedenis van de Renaissance en de barok aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en hoofdredacteur van Brill’s Studies in Intellectual History en wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Filosofie. Van Ruler co-redigeerde de Dictionary of Seventeenth and Eighteenth Century Dutch Philosophers (Thoemmes, 2003) en maakte talrijke moderne edities van zeventiende-eeuwse filosofische bronnen. Hij bereidt momenteel een boek voor over de impact van Erasmus op de moraalfilosofie. (AUP)

Filosofisch Café:  Filosofen beklimmen het podium van Hofman Café Utrecht en vertellen over de aannames en argumenten die schuilgaan achter de realiteit van alledag. (foto: pd, 12-02-2019)

‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’

girl-holding-key-to-heaven-stewartblackburn

Over het taboe van de grens tussen leven en dood. ‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’ Dat is de vraag die filosoof en theoloog Paul van Tongeren uitvoerig uitdiept in Willen sterven. Met dit essay, over autonomie en het voltooide leven, staat de auteur op de shortlist voor De Socratesbeker 2019 die in april wordt uitgereikt. In 2013 won Van Tongeren met Leven is een kunst. De Socratesbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het ‘meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek’.  

Willen sterven
‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’ vraagt Van Tongeren in Willen sterven. In het essay houdt hij consequent vast aan deze vraag en hoopt dat de lezer het geduld kan opbrengen om zijn verbazing over de vraag niet onmiddellijk te laten leiden tot een afwijzing van zijn verwondering over die wens. De auteur wil duidelijk proberen iets meer te begrijpen van wat iemand wil, als hij zegt dat hij dood wil.

‘Alleen al het stellen van de vraag lijkt een belediging voor degene die deze wens of wil kenbaar maakt. Het antwoord is toch met de vraag gegeven? Iemand die dood wil, wil immers gewoon dat: dood!’

De uiteindelijke vraag van Willen sterven is de vraag naar wat het betekent als iemand zegt dat hij dood wil. De eerdere vraag is echter die naar de redenen om die uiteindelijke vraag te blijven stellen: met welk recht kan ik denken dat iemand die dood wil, niet alleen maar en gewoonweg dat wil wat hij zelf aangeeft, namelijk er niet meer zijn, de dood? Van Tongeren is evenwel van mening dat evenmin als een mens tegen zijn zin gedood mag worden, hij gedwongen mag worden om tegen zijn zin voort te leven.

‘Als het leven zelf een last wordt, mag niemand ons verbieden die last van ons af te werpen. Als we willen voorkomen dat we op een onwaardig geachte manier wegkwijnen, moeten we het recht hebben het heft in eigen hand te nemen. Wie anders dan elke mens zelf zou mogen beslissen over het eigen leven en sterven – uiteraard binnen de condities waarmee de wet de rechten van andere mensen beschermt. En het eigenlijke punt bij dat alles is natuurlijk, dat wie zijn leven wil beĂ«indigen daarbij de hulp moet kunnen krijgen die hij nodig acht. Want, met de woorden van een Zuid-Afrikaanse ethicus: ‘een verbod op hulp bij zelfdoding is een finale aanslag op mijn zelfbeschikking’.’ (Van Tongeren verwijst naar de woorden naar Willem Landman, als geciteerd in Van Niekerk, 2017, p. 239)

Wat is eigenlijk ‘willen’?
M
aar de auteur  – die zich met dit essay richt op een breder publiek dan zijn collega’s in de filosofie – vraagt zich vooral af wat dat eigenlijk is, die wil van ons, dat we die zelf kunnen bepalen? Wat is eigenlijk ‘willen’? En wat betekent dat in het geval van ‘dood willen’. De vraag ‘Waar komt toch die vraag vandaan naar wat dat willen betekent?’ tekent de zoektocht van Van Tongeren: ‘Waarom kunnen we niet simpelweg aannemen dat iemand die zegt dat hij dood wil, gewoon niets anders wil dan dat: dood-zijn, niet meer leven? Klaar!’  

‘Wie anders dan ik zelf zou het recht hebben om zelf te beslissen over mijn leven? In dit essay ‘Willen sterven’ van Paul van Tongeren wordt die notie autonomie nader onderzocht, evenals het begrip van de wil, dat immers een centrale rol speelt in die veronderstelde autonomie. In existentiĂ«le keuzesituaties stuit de autonomie op haar grenzen. Paul van Tongeren zet de filosofie in voor een verheldering van de problemen die schuilgaan achter de vanzelfsprekendheden van de eigen tijd.’ (Uitgeverij Kok)

Kan dat wel: dood willen
V
an Tongeren heeft het vermoeden dat er iets niet klopt als iemand zegt dat hij dood wil, als hij tenminste denkt dat dit niets anders betekent dan dat wat hij zegt. Anders en misschien nog vreemder gezegd: de auteur wil nagaan of dat wel kan: dood willen.

De vraag wat ‘willen’ eigenlijk betekent is veel te groot voor een essay, zegt Van Tongeren. Hij richt zich daarom vooral op wat er aan het licht komt omtrent de wil op het moment dat hij ‘ontdekt’ wordt. Filosofe Hannah Arendt (van de trilogie: Het leven van de geest, waarvan Willen deel 2 is) neemt hij daarbij mee als gids. Van Tongeren gaat op zoek naar de ‘voorgeschiedenis’ van de wil – en de autonomie – en komt bij zijn speurtocht onder meer terecht bij de Grieken en de Romeinen; bij Aristoteles (de Ethica); bij de filosofen van de Stoa; Sophokles met zijn Antigone; Paulus; Augustinus (Belijdenissen); Immanuel Kant; Friedrich Nietzsche. In het vijfde hoofdstuk diept Van Tongeren het begrip ‘dood willen’ verder uit. (‘De wil kruipt waar hij niet kan gaan’)

‘Laten we luisteren naar mensen van nu die uitdrukking geven aan hun wens om te sterven en vragen naar wat die wens ons leert over de wil, zijn autonomie, zijn vastbeslotenheid en zijn rechten. Enerzijds met het ‘theoretische’ doel om te zien of er een verband is tussen die stervenswens en wat we over de wil gezien hebben. Maar anderzijds natuurlijk ook met een praktisch doel. Want om te weten hoe we moeten antwoorden op een vraag, moeten we op de eerste plaats proberen die vraag zo goed mogelijk te verstaan.’

Willensterven

Voltooid leven
D
e auteur gaat in op het promotieonderzoek (Universiteit voor Humanistiek) van Els van Wijngaarden Voltooid Leven – over leven en willen sterven, naar mensen die hun leven willen beĂ«indigen, omdat zij het als ‘voltooid’ beschouwen. Ze zijn er ‘helemaal klaar mee’. Dat laatste klinkt voor Van Tongeren als een negatieve connotatie bij de ‘montere en bijna rooskleurige term ‘voltooid leven’.’ Bij hem blijft het vermoeden doorwerken dat er iets niet klopt in de wil om te sterven.

‘Die wil wordt geprikkeld door elke grens die aan hem wordt opgelegd, elke macht die zich aan hem opdringt, bijvoorbeeld de macht van de realiteit van ziekte en aftakeling. Maar is juist die wil niet problematisch in geval van de dood? Kan die wil, de wil om zelf het heft in handen te houden, zichzelf willen opheffen?’

Van Tongeren bespreekt het ambivalente en de paradoxen in de interviews die Van Wijngaarden hield. En ook hier betrekt hij het denken van Augustinus erbij. Mensen lijken soms gevangenen te worden van hun eigen autonome beslissing. Van Wijngaarden komt volgens de auteur tot dezelfde conclusie als die wij zouden verwachten op basis van het introspectieve onderzoek van Augustinus: dat het waarschijnlijk veel te simpel is om deze keuze te zien als een vrije zelfbeschikking. (Een nieuw onderzoeksrapport van Van Wijngaarden wordt eind 2019 verwacht.)

‘Ik wil het wel, doodgaan, maar in mijn gevoel, in mijn ziel, zal ik maar zeggen, kan ik het niet aanvaarden. Daar wringt het.’ (Een uitspraak van een man in genoemd onderzoek.)

In het laatste hoofdstuk En nu? denkt Van Tongeren verder door over ‘een problematisch willen’, over ‘leven doe je niet alléén’ en ‘leven dĂłe je niet alleen’. En over ‘de wet en het taboe’, waarbij hij duidelijk stelt dat de afsluiting van zijn betoog niet de ‘conclusie’ ervan betekent. Het gaat hem in dit essay vooral om wat er aan vooraf gaat. Wel geeft hij een paar suggesties voor wat ons te doen staat.

‘Het taboe-karakter van die grens tussen leven en dood betekent niet zonder meer dat er nooit gedood kan worden; het verplicht alleen tot de grootst mogelijke voorzichtigheid, en kan niet eenvoudigweg door onze eigen willekeur worden overstemd.’


‘Zou het geheim van begin en einde niet draaglijker worden, wanneer we erkennen dat we ge­dragen werden voordat we geboren waren, en dat we door anderen gedragen zullen worden nadat we gestorven zijn?’ (Uit: Mens-zijn doe je niet alleen, Paul van Tongeren)


Een opmerkelijk en bijzonder boek dat aanzet tot doordenken. Oppervlakkig gedacht kan je snel een idee hebben over dood ‘willen’, maar bij dit boek gaan je gedachten zeker mee de diepte in en verblijf je langer bij het ‘willen’. ‘Hoe ver reikt de wil?’

Willen sterven | Paul van Tongeren | ISBN 9789043529457 | Uitgeverij Kok | 1e Druk | 12-04-2018 | 80 pag. | Paperback | Filosofie | € 11,99 | E-book € 6,99| | Paul van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven (BelgiĂ«) en geassocieerd onderzoeker van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika). Zijn boek Leven is een kunst (Klement 2012) won in 2013 de Socratesprijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Beeld: nuvolanevicata (It.)

De nabij-de-doodervaring

BDEStudiumGeneraleTUDelft

Theoloog Rinus van Warven van Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen, spreekt niet van de ‘bijna-doodervaring’ maar geeft de voorkeur aan de term ‘nabij-de-doodervaring’ (NDE), omdat de dood een heel lastig begrip is. ‘De mensen om wie het gaat zijn wel in de buurt van de dood, nabij de dood, maar niet bijna dood’. Het betreft inderdaad niet de bijna-doodervaring, maar de ervaring nabij-de-dood.

‘Die ervaringen waar we het over hebben, waren de hele mensgeschiedenis al bekend. Dan heet het verlichtende ervaring of mystieke ervaring, eenheidservaring. Er was een grote diversiteit aan namen voor. De term BDE is nu zo ingeburgerd, dat ik hem ook maar handhaaf. En als je de afkorting BDE dan toch wil uitleggen, doe dat dan met de woorden Bewustwording Door Ervaring.’ (Rinus van Warven)

De stichting Netwerk Nabij-de-Doodervaringen (sinds 1988) gebruikt de afkorting NDE, daar steeds meer mensen voorkeur hebben voor de term ‘nabij-de-dood’ in plaats van ‘bijna-dood’. Een nabij-de-doodervaring wordt door het netwerk omschreven als een geheel van indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand die het gevolg is van een periode van klinisch dood zijn, een ernstige ziekte, een bijna fatale situatie of een stervensproces. Een NDE/BDE kan ook voorkomen bij hoge stress of diepe meditatie, of zelfs heel spontaan zonder enige aanleiding.

Mensen betrekken bij de NDE vaak het geloof of de gedachte dat er meer is dan dit leven. Blijkbaar is de dood een overgang naar iets anders; het leven gaat dóór. Zeker als mensen zoiets ervaren als ontmoetingen met overleden familieleden of zelfs met het Hogere. Dan kom je inderdaad al gauw bij God terecht, of bij het ‘Al’ zoals Eben Alexander het formuleert in Na dit leven. ‘Al’ staat dan voor God, Allah, Jehovah, Brahman, Vishnu, Schepper of Bron. Pim van Lommel heeft het woord ‘God’ in Eindeloos bewustzijn bewust niet gebruikt omdat iedereen er in onze cultuur zijn eigen concept erbij heeft.

Netwerk NDE organiseert landelijk en regionaal bijeenkomsten waar NDE’ers elkaar kunnen ontmoeten en hun ervaringen uitwisselen, en tracht door middel van tal van activiteiten de opgebouwde kennis van NDE’s en hun implicaties uit te dragen. Het Netwerk NDE schept en verbetert de mogelijkheden tot begeleiding van NDE’rs met hulpvragen. Ook bevordert en steunt deze stichting het wetenschappelijk onderzoek naar de nabij-de-doodervaring.

de_bijna-dood_ontrafeld

Het onderzoek gaat verder
Drs. Maureen Venselaar begon in 2000 een langdurige detailstudie naar BDE met als doel om meer inzicht te krijgen in het fenomeen – inclusief de neurologische en bovennatuurlijke verklaring – om een non-dualistisch verklaringsmodel te ontwikkelen in relatie tot de (astro)fysica en de levensbeschouwingen. Haar theorie zou voor het eerst in de geschiedenis alle BDE-kenmerken kunnen verklaren. Zij ontving lovende (inter)nationale recensies en publiceerde haar studie o.a. in 2014 bij Studium Generale van de TU Delft. Venselaar wil – net als Netwerk NDE – een handreiking bieden aan de optimalisering van de zorg voor BDE’ers, zowel intramuraal als extramuraal.


‘Zo’n 15 jaar geleden is Venselaar met de detailstudie naar de BDE begonnen, vanuit een integratie van het domein van de empirie van de BDE, de natuurwetenschap en ten dele de levensbeschouwing. Zij bestudeerde honderden bijna-doodervaringen en ontwikkelde uiteindelijk een geheel nieuwe BDE-verklaring. Deze duidt voor het eerst – op een consistente en coherente wijze – zowel de oude als nieuwe kenmerken. Tevens legt de nieuwe BDE-verklaring een absolute link met het naderen van het levenseinde en een mogelijk leven na de (bijna)dood. Daarnaast bepaalt de ernst van het trauma eveneens de diepte en volledigheid van de BDE. Ook onderscheidt Venselaar fasen in de BDE. Dit is – in grote lijnen – in overeenstemming met de visie van wereldwijd gerenommeerd BDE-deskundige dr. Moody, maar in tegenstelling tot de visie van drs. Van Lommel en prof. dr. Swaab. (2014 – Studium Generale TU Delft)


De (bijna-)dood ontrafeld (2011) geeft volgens uitgever Akasha een geheel nieuwe, samenhangende visie op de (bijna-)dood, en neemt uniek stelling in de (controversiële) discussie in hoeverre de BDE neurologisch of bovennatuurlijk te verklaren is. De BDE is uitgangspunt voor de ontrafeling van het leven na de dood en licht een tipje van de sluier op van wat ieder van ons te wachten staat op het moment dat wij heengaan. Het stelt dat we geleidelijk de grenzen van ruimte en tijd achter ons zullen laten en ervaren dat we een verruimd bewustzijn hebben.

‘De Fibonacci-code geeft hierbij spectaculaire inzichten en draagt bij aan de verklaring van bekende kenmerken van de bijna-doodervaring zoals het zien van kleuren en van licht aan het einde van de tunnel, en van onbekende kenmerken zoals het zien van een immense zandloper. In totaal worden er tien kenmerken van de bijna-doodervaring voor het eerst beschreven. Deze zijn gebaseerd op de bestudering van honderden ervaringsverhalen.’ (Uit: De (bijna-)dood ontrafeld)

Venselaar is achttien jaar geestelijk verzorgster geweest. In haar werk kwam zij in aanraking met vragen rondom leven en dood en met bijzondere ervaringen zoals de (bijna-)dood. Vanuit deze praktijk is zij haar tienjarige literatuurstudie naar de (bijna-)dood begonnen.

‘Haar boek De (bijna-)dood ontrafeld bevat een geheel nieuwe en non-dualistische verklaring van de bijna-doodervaring via (astro)fysica, aan de hand van ervaringsverhalen en prachtige kleurenfoto’s. Het geeft ook aanbevelingen in relatie tot het persoonlijke en relationele leven, tot het (para)medisch (ethisch) domein (waaronder eerstelijnszorg, crisishulpverlening, de reikwijdte van bewustzijn, orgaandonatie), en tot het spirituele leven.’ (Uitgeverij Akasha)

Hoe alfa- en bĂštawetenschappen samenkomen
I
n een review wordt gezegd dat deze studie ook wordt gedragen door het Institute Of Noetic Sciences (IONS) en The Near Death Research Foundation (NDERF). Deze noemen het indrukwekkend, boeiend en enerverend. (Westbrook University, Virginia (USA). Bres vindt dat de nieuwe (astro)fysische verklaring van de bijna-doodervaring heel wat meer nieuws brengt ten opzichte van de oude bekende neurologische en bovennatuurlijke BDE-verklaring. Emeritus bijzonder hoogleraar prof. dr. P. Heydendael, Radboud Universiteit Nijmegen zegt: ‘Geweldig. Met ontzag. Krachtig hoe alfa- en bùtawetenschappen samenkomen’.

Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen – Over nabij-de-doodervaringen (NDE), dood en sterven, het hiernamaals en reĂŻncarnatie, hulptelefoon, hulpverlening, adviezen, lezingen, onderzoek, publicaties, het Netwerk NDE zelf en zijn activiteiten. (Vernieuwde website – 2019)

Drs. Rinus van Warven (1956) studeerde theologie met een specialisatie cultuurfilosofie en massacommunicatie. Na zijn studie is hij werkzaam geweest  voor tal van organisaties op het gebied van zingeving en spiritualiteit. Duurzaamheid, ontwikkelingssamenwerking en het raakvlak tussen media en cultuur hebben zijn speciale belangstelling.

Zie ook: Jacobine – NPO-televisie: Jacobine Geel in gesprek met cardioloog Pim van Lommel en met ervaringsdeskundigen Lucia Prinsen en Rinus van Warven.

De (bijna-)dood ontrafeld | Maureen Venselaar | Uitgeverij Akasha | 2011 | ISBN 9789460150425 | € 26,50 | ‘Het boek geeft een spectaculaire nieuwe visie op de bijna-doodervaring en unieke antwoorden. Het bevat een samenhangende visie met zeer treffende overeenkomsten tussen de empirie van de BDE, de natuurwetenschap en wereldbeschouwingen.’ (Uit een van de reviews)

Foto: Studium Generale TU Delft

‘Als het leven onzinnig is, hoe zullen wij leven?’

sannekedehaanrikkovoorberg

Religiewerkgroep De Linker Wang – van GroenLinks, ‘politiek met compassie’ – organiseerde gisteren in Utrecht een debat over de zin van het leven. Voor filosoof Sanneke de Haan eigenlijk on-zin, want ‘ons bestaan heeft geen zin, bergt geen hoger doel in zich’. Voor theoloog Rikko Voorberg is de vraag naar het nut van het leven misschien zin-loos, maar de vraag naar de hoop en de deugd essentieel. De Haan vraagt zich af wat ons houvast geeft, en hoe je bepaalt wat een goede manier van leven is. Beiden hadden iets moois en zinvols te vertellen, de filosoof (1980) en de theoloog (1980), en dat zette zich daarna voort met zo’n 80 belangstellenden.

Job de Haan, van De Linker Wang, blijkt naast theoloog en journalist ook een uitstekend gespreksleider en maakte één keer gebruik van ‘Abstract Alert’: als iemand vervalt in vaagheid, krijgt iemand anders het woord. Wel zo goed bij dit thema.

Sanneke vertelde uit een ‘gemengd nest’ te komen: katholiek en Nederlands Hervormd. School ervoer zij wat religie betreft als ‘heftig’ en toen ze rond haar twaalfde jaar hoorde dat God zelfs in ‘je hoofd kan kijken’, vond ze dat niet te geloven. Op dat moment hield God voor haar op te bestaan: ‘God kwam tot hier en niet verder’.

Toch verdiepte zij zich in levensbeschouwingen en ontdekte de filosofie en via zenboeddhisme de meditatie. Als filosoof doet zij nu onderzoek op het grensvlak van filosofie en psychiatrie. Meditatie vindt zij een vorm van ‘moreel superieur escapisme’. Iets met een tefallaag waarvan je alles kan laten afglijden. En leven is lijden, hoorde ze. Maar Sanneke vindt het leven leuk. Sartre spreekt haar aan, vooral zijn idee dat alle keuzes in je leven je eigen keuzes zijn; je kiest ook bij wie je te rade gaat. Maar ook Sartres idee over dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je doet, past bij haar.

Geconfronteerd werd Sanneke met de dood van de vader van een vriendin. Dat zette haar sterk aan het denken. Dient het leven een doel? Heb je het goed gedaan? Er is geen Hogere Instantie die goedkeuring geeft. Leven en dan dood. Dit is het, hier moeten we het mee doen, was haar reactie op die ervaring. Meer is het niet. Sanneke ging wel vol voor het leven. Op een dag liep zij bij de buren binnen toen ze letterlijk hoorde dat de man zijn vrouw mishandelde. Sanneke greep in. Ze maakte het verschil. Ze snapte ook wat er aan de hand was: er speelde psychiatrische problematiek mee. En zij hielp. Het was niet zin-loos wat ze deed.

Rikko vertelde over een pastorie op een heuvel waar hij zoon van een dominee was, waar gebeden werd voor het eten en als toetje de Bijbel, en dat betekende iets. Trots op de zuil waarop hij zat. Geen televisie, maar dat kwam voort uit een verantwoordelijk idee over hoe gezinsleven in elkaar dient te zitten. Alles werd doordacht. Dan tien jaar later. Theologische universiteit. Zijn religieus fundament werd ‘verpulverd door een postmodern sloopplan’.

Zeer geboeid werd hij door zowel protestants theoloog Karl Barth als filosoof Friedrich Nietzsche. Barth gaf ruimte, geen catechismus waarin alles vast stond. Rikko kwam uit zijn bubbel. Door theater, radio en vrienden. Zijn bunker – de Kathedraal van Zeker Weten – stortte in, verdween in zee. Daar stond hij, moederziel alleen, nog wel met zijn medestudenten. Rikko ging op zoek, ook bij de studentenpastor, en vroeg hem te helpen met het doel in zijn leven. Doen, handelen was het antwoord. Ga het doen, de vorm komt vanzelf. Hij organiseerde een burennetwerk, richtte in Amsterdam de PopUpKerk op. Maar ondertussen bleef de vraag spoken hoe om te gaan met zijn geschiedenis, zijn achtergrond. En: ‘Wat Wil Ik Echt?’

Hij maakte een speciale Facebookpagina toen hij hoorde dat een pedoseksueel nergens meer welkom was. De pagina heette ‘Benno L. welkom in onze straat’. Overtuigd als hij is dat de meeste recidieven voortkomen uit sociale uitsluiting. Bovendien, niemand kent het strafblad van je buren in de straat
 Rikko vindt dat je moet belichamen waar je voor staat. Je kunt van alles roepen, maar je moet iets doen. En zo nam de mede-oprichter van de ‘Vluchtkerk’ ook het initiatief: ‘We Gaan Ze Halen’. Rikko geeft op uiteenlopende manieren concreet vorm aan geloven. Hij blijft niet op zijn handen zitten, maakt van geloven positieve actie.

Rikko kan zich kwaad maken over de vluchtelingenproblematiek. Hoe dat systeem werkt. Niet werkt, beter gezegd. Hij noemt dat systeem kwaadaardig. Gaf er een voorbeeld van. Doe je als vluchteling je verhaal, je eerste gesprek voor de asielprocedure, waarbij je je van je beste kant laat zien: wel vluchteling, maar gezond, sterk, kan en wil werken. Dan word je afgewezen. De vluchteling had over zijn martelingen moeten vertellen en ander leed, dan was hij geaccepteerd. Zo word je door het systeem kwetsbaar gemaakt. Je verdwijnt in een vicieuze cirkel. Rikko schreef het boek De dominee leert vloeken. Heel begrijpelijk, als je vecht voor een rechtvaardige wereld. Een wereld waar je kwaad van wordt. Hij wil juist bijdragen aan een rechtvaardiger wereld. Zijn boek roept dan ook op tot actie. Hij put onder meer moed uit Augustinus. Die zei: ‘Hoop heeft twee prachtige dochters. De een heet woede, de ander heet moed; woede over hoe de dingen zijn: en moed om te zien dat ze niet zullen blijven zoals ze zijn’.

Foto: Â© PD – Sanneke de Haan en Rikko Voorberg. Op speelse manier werden bingoballen ingezet waarvan de getallen verwezen naar vragen die Rikko en Sanneke beantwoordden. Het leidde ertoe dat ze spontaan persoonlijk, vanuit eigen idee en gevoel open over zichzelf vertelden. 

God en Ganesha in de Abdij van Berne

thomasenpaul2

Dialogen tussen Oost en West. ‘Zinzoekers zijn mensen die existentiĂ«le vragen durven te stellen,’ zeggen monnik Thomas Quartier en kunstenaar Paul van der Velde. En dat laten ze horen ook, gisteren in de Abdij van Berne in Heeswijk. Niet alleen in woord en vertelling, maar ook met ‘Sacred chants’, Gregoriaanse en oud-Hindi gezangen, samen met Geertruid Steenbakkers en Henry Vesseur. In de Dialoog tussen Oost en West raken Thomas en Paul gedreven met elkaar in gesprek onder leiding van Christoph LĂŒthy. De complete dialoog vind je terug op zo’n 200 bladzijden in hun – ook deze dag – gepresenteerde boek Zinzoekers, waarin voor beiden geldt dat er ‘binnen hun eigen fascinatie voor het vakgebied sprake is van een diep esthetische en existentiĂ«le bevlogenheid, zeker ook waar het de vorm van beleving betreft’.

‘U heeft één slagtand, een groot lichaam, u bent ontstaan uit puur goud. U heeft een grote buik, grote ogen, ik prijs u, Ganesha. Uw rijdier is een muis, snoepjes eet u telkens uit uw hand. Uw oren zijn als waaiers, de heilige draad hangt naar beneden. U heeft de gestalte van een dwerg, u bent de zoon van de grote Shiva. U neemt al mijn problemen weg. Ik prijs u, liggend aan uw voeten.’ (Ekadantam – hymne op Ganesha in Sanskriet)

En die beleving wordt gedeeld. In de kerk van de abdij klinken de hymnen en de psalmen door de goede akoestiek extra mooi. Vooral de oud-Hindi hymnen en traditionele hymnen in het Sanskriet, door Paul melodieus gereciteerd, ervaar ik als van een ontroerende schoonheid. Voor mij nieuw, naast het voor mij bekendere Gregoriaans, dat minstens zo prachtig klinkt. Ik vind het een vorm van ‘lived religion’, geleefde religie, zoals de auteurs praktijken en ervaringen van religie verwoorden in Zinzoekers.

‘Domus mea, domus orationis vocabitur, dicit Dominus: in ea omnis, qui petit accipit: et qui quaerit, invenit et pulsanti aperietur. (GR 402)  ‘Er staat geschreven: ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn.’ Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.’ (Mt. 21,13; 7,8)

In Zinzoekers zijn de benedictijner monnik, theoloog, religiewetenschapper, schrijver, spreker en musicus Thomas, en hoogleraar Aziatische religies en kunstenaar Paul, in een voortdurende dialoog. Ze leggen elkaars betrokkenheid – zo schrijven zij op de cover – bij christelijke en oosterse spiritualiteit naast elkaar en wisselen hun ervaringen uit met pelgrimages, rituelen, kunst en cultuur. ‘Het is een soort laboratoriumexperiment waar hopelijk veel lezers zich in herkennen en hun eigen verhalen in teruglezen.’ Voor elke zinzoeker – zoals ik – zouden het ‘bronnen van inspiratie kunnen zijn door zowel de verschillen als de verrassende parallellen’.

In Zinzoekers (met opvallend mooie zwart-wit illustraties van fotograaf Ted van Aanholt), schrijft Thomas er voor mij als opdracht in: ‘Voor Paul, verbonden in zinzoeken. Pax!’ – en Paul pent iets in het Sanskriet dat ik nog moet vertalen of het moet: ‘Veel succes!!’ betekenen, dat staat eronder. Thomas en Paul leggen de nadruk niet zozeer op zin, maar op het zoeken. Alleen de Inleiding al geeft inspiratie genoeg om van de dialoog in zeven hoofdstukken te zullen genieten. Wat wil je ook met titels als De kunst van het zinzoeken; Wegen van zinzoekers; Geregeld zinzoeken; BiografieĂ«n van zinzoekers; Ruimte voor het zinzoeken; Zinzoeken ritualiseren en Reflecteren op het zinzoeken. In een van mijn volgende blogs kom ik hier zeker op terug.

De bijeenkomst zelf is inspirerend genoeg voor de bijna honderd bezoekers. De vrolijke uitbundigheid van Thomas werkt aanstekelijk, hij praat met heel zijn lijf, hij komt handen te kort om zijn woorden kracht bij te zetten. Het valt niet eens meer op dat hij een ingetogen monnikengewaad draagt, plus capuchon. En dan Paul, die een prachtig goudkleurig Indiaas jasje draagt – een waarop David Bowie jaloers geweest zou zijn. Ook bij hem uitbundigheid, wel wat ingetogener dan Thomas, maar hij is, net als Thomas, zeer gevat, en ook niet wars van een grapje. En dan zijn prachtige Sanskriet recitatie
 Dit valt trouwens op: de vrolijkheid en de hartelijkheid waarop de monniken – en een zuster – en Paul – met elkaar omgaan. En allen stralen passie uit.

Thomas pakt ineens zijn mondharmonica erbij om twee wel heel andere ‘chants’ te begeleiden. Iedereen, ook de bezoekers – zij het zachtjes en voorzichtig – zingen aan het einde van de bijeenkomst mee met Where have all the flowers gone, long time passing? en: How many roads must a man walk down.

zinzoekers


N
a afloop is het vol in boekhandel annex cafĂ© Berne bij de abdij. Spirituele boeken te over natuurlijk, maar Zinzoekers gaat als warme broodjes – of als koude Berne biertjes – over de toonbank. Thomas en Paul hebben schik in het signeren van hun boek. Dat doen ze ook al met vrolijke geestdrift. Als een mens nu nog niet geĂŻnspireerd raakt
 Ik zoek mijn weg terug naar huis, met extra zin in zoeken. Maar, zoals een van de monniken zei: ‘Zoeken is ook gevonden worden.’ En Paul zegt: ‘Zoek nooit. Zet een stap en ga verder…’

Zinzoekers | Paul van der Velde en Thomas Quartier | Â© Berne Media | 2018 | uitgeverij abdij van berne | bernemedia.com | Fotografie: Ted van Aanholt | Vormgeving Garage BNO | €17, 90

Foto:
Thomas en Paul vertellen door, ook aan de signeertafel… (
© PD)

‘De filosofen blazen God nieuw leven in’

ongeneeslijkreligieus

‘God is dood? De filosofen lijken ‘M nieuw leven in te blazen
’ En een van hen is Gerko Tempelman van Ongeneeslijk religieus (nov. 2018), waarin de filosoof (en theoloog) verslag doet over hoe God verdween uit onze wereld – en zijn leven – en waarom steeds meer filosofen zeggen dat ‘ie terug is. Volgens Wouter Nieuwenhuizen, vriend van de Remonstrantse groep  ‘De Leven Utrecht’, lijken de filosofen ‘M nieuw leven in te blazen. ‘De Leven’ haalde 15 januari Tempelman in huis om zijn verhaal te horen over een verwarrende comeback van God in de hedendaagse filosofie.

De Leven is voor iedereen die iets met (de christelijke) religie heeft en daar graag over in gesprek gaat. Dat kunnen trouwe kerkgangers zijn, maar ook twijfelaars, randkerkelijken, agnosten, atheĂŻsten, ketters en afvalligen. En iedereen die niet in een van die hokjes past. En zo ontmoet ik die avond, als ‘breed georiĂ«nteerde zinzoeker’, naast Nieuwenhuizen en Tempelman, ook een Bijbelvaste man voor wie de wereld pas zo’n 6000 jaar bestaat, een dogmavrij-gelovige, en een zoekende. De spreker is op dreef als hij zijn verhaal vertelt en met zo’n veertig mensen het gesprek aangaat, vragen stelt en luistert. Een filosoof die ongeneeslijk religieus ‘M nieuw leven inblaast? God verdween dan wel uit zijn leven, maar hij denkt niet dat hij echt weg is.

Volgens Blossom, dat de avond met De Leven organiseerde, zou je dit boek het eerste ‘radicale-theologieboek’ in het Nederlands taalgebied kunnen noemen, waarin de auteur vertelt over zijn eigen geloofsdeconstructie als kapstok over God na de dood van God.  Vooral in de laatste twee hoofdstukken gaat het over ‘radical theology’. Dat blijkt voor de theoloog en filosoof een ‘fascinerende denkstroom’, een vrij nieuwe, onvoltooide denkstroom, die een ‘zeer filosofische blik op het christendom’ biedt, ‘prikkelend, onorthodox, soms blasfemisch en opvallend theologisch’.

‘Hallo, ik ben Gerko en ik ben ongeneeslijk religieus,’ zo begint de auteur zijn boek. Hij lijkt het geloof van zijn jeugd maar niet te kunnen loslaten, ondanks dat zijn boek begint met de verklaring hoe God uit zijn leven verdween.

‘Daarom vroeg ik me af: heb je ĂŒberhaupt een keuze als het over geloven gaat? Ik denk het niet. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dat gold in ieder geval voor mij. Precies zo is het, denk ik, ook gegaan met het verdwijnen van God in het westerse denken. Is ongeloof daarmee onherroepelijk ons lot? Of is de rol van het christendom nog niet uitgespeeld?’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Vervolgens vraagt Gerko zich af, in opeenvolgende hoofdstukken, wat we eigenlijk geloven, en vertelt hij hoe God uit onze wereld verdween. Maar ook waarom ‘christelijk atheĂŻst’ Slavoj ĆœiĆŸek en ‘postmoderne pelgrim’ John Caputo zeggen dat God terug is. Deze filosofen filosoferen regelmatig over de uitspraak dat ‘we niet weten wat we geloven’. ĆœiĆŸek stelt zelfs dat mensen tegenwoordig meer dan vroeger blind zijn voor hun overtuigingen. Caputo ziet,  net als filosoof Jacques Derrida, een opleving van God.

‘Mijn eerste conclusie was deze: misschien is dat geloof gewoon onzin. Ik hield niet zoveel meer over. Mijn vroegere religieuze overtuigingen waren weg geanalyseerd. Kapot-gedeconstrueerd. En daar had het gemakkelijk kunnen eindigen. Maar dat gebeurde niet. Geheel conform Derrida’s filosofie.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Gerko’s boek vind ik erg oorspronkelijk in zijn opzet. Al lezend word je op een prettige manier meegenomen in zijn leven en denkwereld, en spreekt hij je rechtstreeks aan, zonder ook maar een moment belerend te zijn. In zijn boek vertrekt hij vanuit de filosofie, en speelt op heldere manier met argumenten, schemaatjes, en eenvoudige premissen en conclusies. Voorbeeldje: ‘1. Opgegroeid in een gereformeerde zuil. 2. Studeren in Amsterdam. 3. Dus: geloof verliezen.’ Ook zegt hij dat zijn boek ‘een beetje theologisch’ wordt, maar Gerko blijft goed te volgen.

‘Als ik vertel over m’n persoonlijke zoektocht in het christendom krijg ik vaak de vraag: ‘Gerko, je gelooft toch niet echt in God?’ (of in die andere variant: ‘maar Gerko, je gelooft toch wel in God?’). Eh tja, dat weet ik niet zo goed. Daar ben ik dus naar op zoek. Het is die zoektocht die je het beste meemaakt als je je normale standpunten en neigingen af en toe tussen haakjes kunt zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Ook neemt Gerko je mee naar de ‘profeet van het modernisme’, Nietzsche. Die spreekt hem nogal aan, deze filosoof kom je vaak tegen in zijn boek. ‘Als zzp-filosoof sta ik regelmatig op allerlei plekken een verhaal over de filosoof Nietzsche te houden’, zegt hij. Hij deelt dan ook ‘De dolle mens’ uit aan zijn luisterend publiek. Voor hem betekent de uitspraak ‘God is dood’ in ieder geval dat God minder belangrijk is dan dat hij vroeger was. En God is niet dood zoals de meeste doden uit ver vervlogen tijden dood zijn: dood en vergeten.

‘God is dood – maar het wordt er niet eenvoudiger op, zegt ook Nietzsche. Als God dood is, dan gaan we daar de gevolgen van merken. Als God verdwijnt, verdwijnt de zin. Dan verdwijnt de reden, de bedoeling, en het antwoord op de echte waaromvraag. Ledige ruimte. Voortdurend nacht. Vallen.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

Als je echt christen wilt zijn, vind Gerko, dan moet je door het verhaal van Nietzsche heen: de volledige beleving van de dood van God.

‘God is dood!’ zegt de postmoderne filosofie. Maar dat wil niet zeggen dat mensen niet in beweging komen van dat woord. Ook als God dood is, of als we vermoeden dat hij dood is, dan nog insisteert hij wel. Datgene wat verscholen zit achter het woord ‘God’, kan ons roepen. Kan ons doen verlangen. Kan ons in beweging zetten.’ (Uit: Ongeneeslijk religieus)

P.S. Voor de nerds onder ons heeft Gerko nog een apart hoofdstuk: Meer informatie (voor nerds), want elk boek moet in een elevator pitch kunnen worden samengevat. Daarin gaat het vooral over radical theology, de achtergrond bij de hoofdstukken 4 en 5, en Level-up geek stuff. – Ik raad lezers aan dat als eerste te lezen. Plus de Bibliografie, dan weet je welke boeken Gerko heeft gebruikt, met per titel het hoofdstuk waarin het boek genoemd wordt. – Veel inspirerend leesplezier gewenst! Echt een prettig leesbaar, toegankelijk, filosofisch/theologisch boek.

Remonstranten en filosofie? Zie: Filosofie

Ongeneeslijk religieus | Gerko Tempelman | Uitgever: KokBoekencentrum | 1e druk | 9789043529921 | november 2018 | Paperback | 176 pagina’s | € 17,99 | E-book € 9,99  | ‘In dit boek doe ik een uiterste poging om mezelf zo ver mogelijk op te rekken. Aan de ene kant trekt mijn christelijke opvoeding – aan de andere kant het postmoderne denken. Dit boek is een ultieme poging om te kijken hoe ver Nietzsche, atheĂŻsme, postmodernisme en post-religiositeit enerzijds en het christelijk geloof anderzijds werkelijk uit elkaar liggen.’ (GT)

Zelf de weg gaan naar zin en geloof

ede2015

‘Reiziger, er is geen weg, de weg maak je door zelf te gaan.’ Dit is het credo van het televisieprogramma ‘Het Vermoeden’. Vandaag, 13 januari, maakt reiziger Edy Korthals Altes zijn weg door zelf naar NPO 2 te gaan, waar hij om 11.30 uur vertrekt en de kijkers mee laat reizen. Korthals Altes: ‘We moeten elkaar blijven ondersteunen en stimuleren, lichtpuntjes blijven zien. We hebben hele grote uitdagingen, en hoe komen we daaruit? Daarvoor is het belangrijk om op zoek te gaan naar bronnen van inspiratie en altijd weer terug te grijpen op de diepe waarden die we allemaal delen. Spiritualiteit is de sleutel voor onze plek in de wereld.’

‘Edy Korthals Altes is geboren in 1924 en was ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog. Dat vormde zijn wereldbeeld. Lang marcheerde hij als diplomaat mee in het koudeoorlogsdenken. Tot een droom hem de waanzin van een wapenwedloop deed inzien en Jezus aan hem vroeg: En jij, wat heb jij gedaan?’ (EO)

Korthals Altes publiceerde in 2017 Sprokkelhout als ‘een zoektocht naar zin en geloof’. Als motto koos hij een citaat van Dag Hammarskjöld, de voormalige secretaris-generaal van de VN: ­‘De langste reis van het leven is de reis naar binnen.’

‘Deze bundel bevat gedachten over een reeks van jaren, door de auteur bijeengesprokkeld, over zin en geloof in deze tijd. Het gaat om persoonlijke ervaringen en inzichten. Met een voor een diplomaat ongebruikelijke openhartigheid spreekt hij over wat hem ten diepste beweegt. Als oecumenisch christen voert hij een sterk pleidooi voor samenwerking met andere levensovertuigingen bij de aanpak van grote wereldproblemen.’ (Discovery Books)

Eind vorig jaar zei Korthals Altes op de vraag van de Volkskrant: ‘Wat is de zin van ons leven?’ dat dit een grote vraag is die vooral gaat woelen naarmate we ouder worden.

‘Omdat hij verband houdt met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden? Ik zou nuchter willen beginnen: de zin is wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God, maar mensen die zich van religie hebben afgekeerd, kunnen zich er ook in herkennen. Omdat ze weet hebben van een grotere werkelijkheid dan wij ons kunnen voorstellen, het transcendente.’ (de Volkskrant)

korthalsaltes

Een ‘nieuwe mens’ hebben we nodig, stelt Korthals Altes, een nieuwe mens die gedreven wordt door liefde voor de ­medemens en de natuur; en die dat weet te vertalen in een ander economisch ­model en een ander veiligheidsmodel.

‘Dat vergt een andere vorm van leven: materieel soberder, maar rijker van inhoud, met meer aandacht voor de geest. Met onze knappe koppen hebben we een bulldozer ontwikkeld die tot de vernietiging van alles in staat is – van het menselijk leven door middel van kernwapens tot vernietiging van de natuur, zie onze ecologische crisis. Die bulldozer wordt bestuurd door een klein mannetje met een nog kleiner kopje. In zijn geest wordt niet geïnvesteerd, want nee, we geloven tegenwoordig in algoritmen! Dan zeg ik: juist nu hebben we mensen nodig die weet hebben van mens-zijn, die oog hebben voor de krachten die er gaande zijn en die zich de vraag stellen: hoe kunnen we die verantwoord beheersen?’ (de Volkskrant)

Sprokkelhout | Edy Korthals Altes | Uitgever: Discovery Books | 1e druk | 9789077728482 | december 2017 | Paperback | 152 pagina’s | € 14,95

Foto: © PD

‘Thuis christelijk, in de publieke ruimte humanistisch’

leenmanstrandhagen.netart1grondwet

In deze kille Nashville-tijden krijgt bovenstaand citaat van de Britse theoloog en journalist Theo Hobson plotseling een andere lading. God nu dan echt definitief achter de voordeur? Half februari 2019 verschijnt Hobsons boek Gelovig humanisme, over christelijk geloof en seculier denken. De auteur van God Created Humanism (2017) heeft het in zijn nieuwe boek over de rol van geloof in de huidige samenleving. ‘Vrijzinnigheid moet zich opnieuw uitvinden: overtuigd christelijk zijn in eigen huis en uitgesproken humanistisch in de publieke ruimte.’ Volgens docent Mystagogie*, Jean-Jacques Suurmond, ‘een denker die het humanisme aan zijn christelijke wortels herinnert en daarbij een puntmuts met het woord ‘zondaar’ opzet; het soort apologeet dat het christendom vandaag nodig heeft’.

theohobsonbbc.co.uk

Theo Hobson (foto: bbc.co.uk) vraagt zich af of ‘liberaal christendom gereanimeerd kan worden’. In maart 2019 verschijnt – naast zijn nieuwe boek – Hobson zelf ook. Hij geeft in Amsterdam een masterclass voor predikanten en een publieke lezing in Utrecht: ‘Kan liberaal christendom gereanimeerd worden?’. Opmerkelijk is die vraag, in deze tijd waarin ‘liberaal’ en ‘christendom’ nogal tegenstrijdig klinken. Maar voorbij de Nashville-emotie is het tijd de rede (weer) uit de onderbuik te bevrijden. Zelf vindt Hobson het christendom ‘de enige verstandige variant van utopische hoop’. Dus net als de Bijbels humanist Thomas More (Utopia), nu juist een beroep doen op je koele redeneringsvermogen en je verbeeldingskracht (weer) aanspreken, zal Hobson op doelen. In zijn lezing verdedigt hij de stelling dat het christendom de seculiere samenleving van harte dient te ondersteunen.

‘Christelijk humanisme. We staan in de traditie van Erasmus’, zegt dominee Jan Offringa in Liberaal christendom. – Misschien moet het christelijk humanisme uit die traditie stappen. Erasmus was een toeschouwer, weliswaar kritisch op wereldlijk en kerkelijk gebied, maar dan vooral met zijn pen. Erasmus heeft wel geprobeerd humanisme en christendom tot een synthese te brengen, maar More was voor alles een actor, een geĂ«ngageerd politicus-humanist die tot het uiterste ging als hij geloofde in een zaak. – Humanisme moet een ‘werkwoord’ zijn, net als christendom.

‘Hobson manifesteert zich daarnaast vooral in de publieke ruimte met artikelen in kranten en tijdschriften. Humoristisch en polemisch verduidelijkt hij de rol van geloof in de huidige samenleving. Hij verdedigt dat het christendom de seculiere samenleving van harte moet ondersteunen omdat die waardevol is en hij verwijt het liberale christendom dat het zichzelf in de vingers heeft gesneden door ritueel en viering te verwaarlozen.** Hij bepleit een heruitgevonden vrijzinnigheid, die in eigen huis overtuigend christelijk is en in de publieke ruimte uitgesproken humanistisch.’ (devrijzinnigelezing.nl)

gelovighumanisme

Volgens de vrijzinnige predikant Klaas Douwes (Leiden University) hangt de vrijzinnigheid soms zo aan de rand van het traditionele christendom, dat je je kunt afvragen waarin het nog christelijk is. In het Apeldoornse Regentessekerkblad vraagt hij zich af of vrijzinnigheid dan nog enige meerwaarde heeft. En ook welke boodschap Hobson heeft voor vrijzinnigen. Dat antwoord kan Douwes nu vinden in Hobsons nieuwe boek.

‘Vrijheid en gelijkwaardigheid staan in onze samenleving de laatste jaren steeds meer onder druk. Om die te verdedigen, moeten we ons volgens Hobson herbezinnen op de christelijke basis van deze waarden. Humanisten zouden dus eerder te rade moeten gaan bij christenen, dan dat de beweging andersom wordt gemaakt.’ (Klaas Douwes)

Hobson (artikelen van hem te vinden in The Guardian – tot februari 2014; hij schreef ook voor The Times en The Spectator) geeft in de Vrijzinnige Lezing een overzicht over zijn carriĂšre en bespreekt de religieuze invloeden die hij onderging, zijn overgang van academische theologie naar journalistiek, zijn moeizame verhouding tot de Kerk van Engeland, en zijn recente werk als kunstenaar.

‘Hij zal de drie kernaspecten van zijn denken – geloof, theopolitiek*** en ritueel – toelichten. Die aspecten zijn alle drie verbonden met zijn herziening van ‘liberaal christendom’, een traditie die feitelijk ten onderging aan het eind van de twintigste eeuw en een wederopbouw nodig heeft. Religieuze kunst kan een liberale christelijke cultuur reanimeren en in deze lezing belicht Hobson een aantal lopende projecten.’ (devrijzinnigelezing.nl)

* Mystagogie: pedagogie gericht op inwijding in de geheimen van het leven
** Hobson wil het christendom uitgedrukt zien in cultuur, kunst, feest. Een kerkdienst zou een carnavalachtige viering moeten zijn.
*** Theopolitiek: God zoekt de wereld op en wil opgaan in alle levensterreinen. Het hele leven en de hele werkelijkheid gaan God ter harte. (Marquardt, Martin Buber)

Gelovig humanisme | Theo Hobson, Rick Benjamins | maart 2019 | 160 pagina’s |  ISBN13 9789492183835 | Skandalon Uitgeverij B.V. | € 17,50 | ‘Humoristisch en polemisch verduidelijkt de Britse theoloog Theo Hobson de rol van geloof in de huidige samenleving. Dit boek bevat twintig van zijn allerbeste artikelen, een bespreking van zijn belangrijkste boeken door Rick Benjamins [auteur van Liberaal Christendom, PD], en een interview’. (Skandalon)
Hobson (1972) is een vooraanstaand Brits theoloog en trok brede aandacht met zijn boeken Reinventing Liberal Christianity (2013) en God Created Humanism (2017).

geertekerkvrijzinnigelezing

De Vrijzinnige Lezing | 15 maart 2019 | Geertekerk, Geertekerkhof 23, Utrecht | 20.00 uur| Inloop vanaf 19.30 uur | Voertaal: Engels | Kosten: € 10 – studenten, minima en leden/vrienden van de Geertekerk: € 5 | De organisatie De Vrijzinnige Lezing heeft als doel postmoderne theologie onder de aandacht te brengen bij het grote publiek. (foto Geertekerk: vrijzinnigen.nl)

Beeld: Leenman & Strandhagen Magazine – In 2007 voerde kunstenaar Vincent van Gerven een bijzonder werk uit. Een performance die bestond uit het dicht plamuren van de tekst van Artikel 1 van de Grondwet die gefreesd is in het Monument voor de Grondwet op de Hofplaats in Den Haag. Hierdoor werden de letters beter leesbaar dan ervoor. Vincent heeft het hele artikel kunnen dicht plamuren voordat hij werd ingerekend door politie Haaglanden.
Hoofdstuk 1. Grondrechten. Artikel 1: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan’.

Wetenschappelijk bezielde theologie, kan dat?

science-engagedtheology

Het klinkt interessant, en dat is het ook, als je de onderzoeksvisie leest van de St. Andrews Fellows in Theology & Science. Ze willen de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes werkt sinds 1 januari 2019 als parttime postdoc (onderzoeker) aan de VU in Amsterdam, waar hij bijdraagt aan Science-Engaged Theology. Het project draait, zo vertelt Smedes op zijn blog, om de vraag waarom en hoe een ‘wetenschappelijk geĂŻnformeerde theologie’ mogelijk is. En in zijn ogen zelfs noodzakelijk. – Dan heeft de VU aan Smedes wel een goeie!

rereamora99Ontwerp logo ‘Science-Engaged Theology’:
freelance designer rereamorra99

‘While previous generations have asked methodological questions—sometimes including challenges from scientists that cooperation with religion violates the norms of rationality, and from religious believers that science threatens orthodoxy—we take for granted that serious scholarly study always aspires to interdisciplinary cooperation. To be credible, theology cannot ignore the products of empirical enquiry. To this end, rather than focusing chiefly on methodological questions, we are especially interested in research that brings these disciplines together in productive and creative ways.’
(Science-Engaged Theology)

stefan_paas vuWetenschappelijk-Bezielde Theologie [mijn vertaling, PD], dat zal Bart Klink – gefascineerd als hij is door de leer over God en goddelijke zaken – interessant moeten vinden. Op mijn blog van 6 januari vond de atheĂŻst nog dat ‘theologie kenmerken van gezonde wetenschap’ mist. Hoewel Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas (foto: VU), dat logenstrafte, is Klink van mening dat ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens zijn en ze daar ook niet uit gaan komen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’.

bartklink2013Bart Klink krijgt in komende tijden wellicht nog meer antwoorden op een presenteerblaadje, en meer dan dat, want Science-Engaged Theology wil verder kijken dan naar theologie alleen. Ze wil de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Dat ‘science-engaged’ zal Klink natuurlijk in twijfel trekken, maar wellicht opende de repliek van Paas hem een beetje de ogen. (foto: B.K.)

Empirisch onderzoek
T
och, om geloofwaardig te kunnen zijn, zegt Science-Engaged Theology dat de theologie de resultaten van empirisch onderzoek niet kan negeren. Daarom is ze, in plaats van zich alleen te richten op methodologische vragen, vooral geïnteresseerd in onderzoek dat deze disciplines samenbrengt op een productieve en creatieve manier. Nieuwe wegen wil ze inslaan in theologie en wetenschap: richting integratie en samenwerking.

De Schepper in een Darwinistisch universum
V
oor de Science-Engaged Theology is een theologie die volledig losstaat van de wetenschappen, een onhoudbare positie. Ze wil dan ook theologische kwesties onderzoeken in samenwerking met andere academische disciplines, terwijl ze tegelijkertijd wel een vrij stevig theologisch profiel wil behouden.
Een aantal onderzoekers wil zich bijvoorbeeld bezighouden met evolutionaire biologie; en met de evolutionaire toekomst van soorten; en met de evolutionaire geschiedenis van de mens; en ook met een theĂŻstische interpretatie van biologische teleologie als bewijs van de Schepper in een Darwinistisch universum.

‘Spirituele technologieĂ«n’
Tevens wil men onderzoek doen naar hoe menselijke cognitie wordt beĂŻnvloed door lichaams- en omgevingsfactoren; en hoe de discipline Theodicee middelen kan bieden om mensen te helpen hun denken te heroriĂ«nteren op een manier die het lijden draaglijker maakt; en hoe iemand zijn eigen religieuze overtuiging vorm kan geven door bijvoorbeeld het gebruik van liturgie, religieuze activiteit en andere ‘spirituele technologieĂ«n’.

Kunstmatige Intelligentie
Een fundament verkennen en ontwikkelen, wil een van de onderzoekers, voor een nieuwe integratieve benadering van wetenschap en religie op het snijvlak van theologische antropologie en kunstmatige intelligentie (AI). Een andere onderzoeksagenda ligt op het snijvlak van theologie en agro-ecologie, de wetenschap van duurzame landbouw.

taedeasmedesGeloof in God
S
cience-Engaged Theology vraagt zich ook af of bewezen kan worden dat mensen van nature geneigd zijn tot religiositeit of geloof in God. Of dat sommige mensen die neiging wel hebben, en anderen niet. En indien wel, wat de implicaties ervan dan zijn. De moeite waard lijkt dit alles voor Smedes – en interessant voor vele anderen – om bij de VU als onderzoeker aan de slag te gaan. We zullen Taede A. Smedes (foto: T.A.S.) op zijn blog nauwgezet volgen. Misschien dat het leidt tot een nieuw boek, bv. Theologie, Iets of Niets? 😉

Zie: Onderzoeksvisie voor de St Andrews Fellows in Theology & Science

AtheĂŻst roept de Ă©chte God aan

even-better-than-knowing-god-s-name-hddpdv5i-desiringgod.org

Volgens Bart Klink, van De AtheĂŻst, zijn ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens en gaan ze daar ook niet uitkomen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’. Hij schrijft hierover in zijn blog Wil de Ă©chte God alstublieft opstaan, en verzoekt de Eeuwige eens wat duidelijkheid te verschaffen, ‘omdat de theologen na vele eeuwen nog geen stap verder zijn’. – Curieus, een atheĂŻst, gefascineerd door de Bijbel en theologie, die een beroep doet op iemand die niet bestaat, en dan ook nog roept om de â€˜Ă©chte’.

‘Valt het de Nieuwe Atheïsten dan werkelijk te verwijten dat zij bekritiseren wat miljoenen gewone gelovigen geloven, in plaats van wat een handjevol theologen beweert? Daarnaast heeft dit geloof van het gewone volk veel meer invloed op de wereldse gang van zaken, en die is lang niet altijd positief (godsdienstoorlogen, religieus terrorisme, homo-intolerantie, creationisme enz.).’ (Bart Klink)

Dat het ‘gewone volk’ hiervan de schuld krijgt is nogal een bewering. Onder het ‘gewone volk’ vind je nu net niet de oorlogsstichters, terroristen, homo-‘intoleranten’ en creationisten. De ‘gewone’ gelovige is doorgaans vredelievend en wil samenleven en -wonen met andere gelovigen en ook met niet-gelovigen. Klink ziet extremisten blijkbaar als ‘gewoon volk’ en dan kan ik me indenken dat hij alleen maar in atheĂŻsme gelooft, want overal om hem heen zijn ‘gewone’ gelovigen, miljoenen, miljarden.

‘Theologie is ook wel eens vergeleken met tennissen zonder net, maar volgens mij is het nog erger. Het is niet eens duidelijk of je wel een racket hoeft te gebruiken (rationeel te argumenteren) of zelfs maar binnen de lijnen hoeft te spelen (ĂŒberhaupt dingen kunt zeggen die onwaar zijn). Sommigen menen zelfs dat we niet eens wat over de bal kunnen zeggen. Toch beweren ze allemaal hetzelfde spel te spelen. De criticus die dit schouwspel vanaf een afstand gadeslaat en zich afvraagt of de spelers niet gewoon maar wat in de lucht aan het slaan zijn, wordt verweten dat hij dit gesofisticeerde spel niet begrijpt.’ (Bart Klink)

Theoloog des Vaderlands Stefan Paas – op 30 december 2018 nog bij Het Vermoeden (waarin de ambassadeur van de theologie in Nederland op een heel zuivere manier, als een ‘gewone’ gelovige, over zijn geloof vertelt aan Marleen Stelling) – reageert op de site Geloof & Wetenschap op Klinks artikel. Paas zegt het absurd te vinden dat Klink wetenschappen verdacht maakt door te stellen dat ze ‘gekenmerkt worden door veel debat, of omdat ze met moeilijke vragen bezig zijn’.

‘De fundamentele theologische onenigheid is niet alleen een probleem op zichzelf, ze duidt op een nog groter onderliggend probleem: hoe kunnen we weten welke uitspraken over God of het goddelijke waar zijn? Er is geen toetsingscriterium waarover theologen het eens kunnen worden, geen gedeelde onderzoekmethode. Er is ook geen gedeelde en gevalideerde kenmethode die ons betrouwbare informatie over het goddelijke kan leveren. Theologen doen allerlei uitspraken over God, maar van geen van die uitspraken kan gecontroleerd worden of ze kloppen, met een wildgroei aan speculaties tot gevolg. Hoe kunnen we dan ook maar iets zeggen over God?’ (Bart Klink)

Volgens Klink, ook gefascineerd door atheïstische filosofen zoals Etienne (Over God) Vermeersch en Herman (God in the Age of Science?) Philipse, zijn theologen ‘het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens over God’. Integendeel, zegt Stefan (God bewijzen) Paas, theologen zijn het vaak genoeg eens, ook over God. Het is volgens hem best mogelijk om, in de context van een filosofische of theologische discussie, afspraken te maken over de definities die gehanteerd worden.

‘Zo kunnen we ook prima een zinvol gesprek voeren over God. De geschiedenis laat dat ook zien. Rond grote woorden zoals ‘God’ vormen zich tradities waarin mensen gedeelde opvattingen hebben over de betekenis van die begrippen. De historische realiteit is dat onder theologen en in religieuze tradities wel degelijk vormen van overeenstemming zijn bereikt. In de christelijke traditie zijn die bijvoorbeeld opgeslagen in credo’s, waarvan sommige zelfs oecumenisch ofwel universeel erkend zijn. Kom daar eens om in de filosofie bijvoorbeeld.’ (Stefan Paas)

rightgodsuchanek.name

Klinks claim dat theologen niet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims (over God) getoetst kunnen worden’ wordt door Paas gelogenstraft, want theologen spreken over God op basis van ‘ruwe data’ die ze vinden in geschriften zoals de Bijbel en de Koran, en op basis van wat hierover in een lange traditie is geschreven.

‘Zij verwerken die data, zetten die in een theoretisch kader, brengen dit in relatie tot andere bronnen van kennis, en komen zo tot voorstellen hoe vandaag verantwoord gesproken kan worden over God. Zij doen dat volgens transparante en rationele methoden, doorgaans tekstanalyse en filosofische reflectie. Daarbij zijn zij in gesprek met theorieĂ«n en inzichten uit andere wetenschappen, doorgaans literatuurwetenschap, historiografie, sociale wetenschappen, en filosofie. Maar vaak ook met natuurwetenschappen. Aan dit alles is niets esoterisch of geheimzinnigs.’ (Stefan Paas)

Paas is benieuwd op welke wetenschap Klinks eigen criteria voor wetenschappelijkheid zijn gebaseerd, daar de atheïst in de langere versie van zijn artikel op zijn weblog over filosofie zegt: ‘Voor wie meent dat filosofen zonder een beroep te hoeven doen op de wetenschap kunnen bepalen hoe de wereld in elkaar zit, geldt mijn kritiek inderdaad ook’.

‘Klinks benadering is, zo te zien, van het tweede soort: deductief. Een ‘gezonde’ wetenschap moet leiden tot consensus onder de beoefenaren, en zij moet beschikken over ‘betrouwbare kenmethoden’ en toetsingscriteria. En de ‘betrouwbaarheid’ van die methoden en criteria lijkt weer in hoge mate afhankelijk van de vraag of zij consensus produceren (de cirkelredenering in het betoog is nogal opzichtig.)’ (Stefan Paas)

De universiteit lijkt Paas bij uitstek de plek waar de mensheid haar belangrijkste vragen bespreekt, ook vragen over hoe een bedrijf menswaardig wordt geleid, wat het goede leven is en wat het betekent om ‘God’ te zeggen en in God te geloven.

‘Dat de ene discipline tot meer consensus leidt of tot meer economisch gewin dan de andere, dat zal waar wezen. Sommige vragen zijn nu eenmaal moeilijker dan andere. ‘Het begrijpen van kernfysica is kinderspel vergeleken met het begrijpen van kinderspel’ (Niels Bohr). (Stefan Paas)

Zie:

* Wil de échte God alstublieft opstaan? (Geloof & Wetenschap)
* Wil de Ă©chte God alstublieft opstaan? (Langere versie – De AtheĂŻst)
* Theologie als wetenschap: respons op Bart Klink (Geloof & Wetenschap)

Beeld: desiringgod.org