Rick & Morty en de eeuwige zingevingsstrijd

Filosoof Simon Gusman van de Radboud Universiteit buigt zich over de serie Rick & Morty en vraagt zich af op welke manier zingeving daarin een rol speelt en hoe de personages omgaan met de eeuwige zingevingsstrijd. Zingeving speelt volgens Gusman een centrale rol in Rick & Morty. Terugkerende thema’s zijn de filosofische stromingen absurdisme, existentialisme en nihilisme. Volgende maand, op 8 december, is hierover online een – gratis te volgen – filosofische livestream van Radboud Reflects. Tom Usher, journalist bij Vice, de ‘definitieve gids voor een onzekere wereld’, vraagt zich intussen af of de serie echt zo intelligent is, zoals de fans beweren.

In Rick & Morty neemt de gestoorde wetenschapper Rick zijn onzekere neefje Morty mee op de meest absurde intergalactische avonturen. Er gaat continue van alles mis. Zo vergaat al in het eerste seizoen de mensheid omdat een liefdesdrank zich verspreidt als een virus en er van alles misgaat met het tegengif. De oplossing is snel gevonden: Rick & Morty verhuizen naar een parallel universum waar ze de plek innemen van hun parallelle zelf.’
(Radboud Reflects)

Usher ging bij Vice in gesprek over wetenschapper Rick en zijn kleinzoon Morty met een wetenschapper, een filosoof en een scriptschrijver. Om uit te zoeken of de fans echt zo slim zijn als ze zeggen, en of je Rick & Morty inderdaad niet kunt begrijpen als je geen verstand hebt van wetenschap. Hij sprak drie kijkers van de show die toevallig ook expert zijn in relevante vakgebieden.

Wetenschapper Pragya Agarwal denkt niet dat iemand superveel wetenschappelijke kennis nodig heeft. De show heeft veel lagen. Voor iemand die niet-wetenschappelijk is, is het vooral grappig bedoeld en wordt er meer gebruik gemaakt van de bekende sciencefictionreferenties.

Aan de andere kant begrijpt een wetenschapper de context van bepaalde humor en wetenschappelijke referenties waarschijnlijk wel wat beter, hoewel de meeste ideeën juist erg overdreven zijn of compleet zijn verzonnen.’
(Agarwal)

Filosoof Peg O Connor vindt het leuk dat filosofische vraagstukken en wetenschappelijke referenties centraal staan. Als de vraagstukken in deze show – zoals: ‘Welke betekenis en waarde heeft deze wereld?’ of: ‘Is onze wereld slechts een klein onderdeel van meerdere werelden?’ – mensen bezighouden, dan is dat geweldig.

Maar als vrouwelijke filosoof zie ik vooral een bevestiging dat zowel filosofie als de wetenschap twee van de meest door mannen gedomineerde sectoren zijn, met een lange historie van vijandigheid tegen vrouwen. Daar kun je als kijker moeilijk omheen. Ricks slechte en onverantwoordelijke gedrag is daar een voorbeeld van; als man komt hij ermee weg, een vrouw zou aan de schandpaal zijn genageld.’
(O Connor)

Scriptschrijver Jack Warner denkt dat een groot deel van de humor afgeleid is van de dagelijkse sleur, en vervolgens is omgezet naar gekke sciencefiction.

Je lacht bijvoorbeeld het hardst wanneer ze Justin Roiland laten ‘riffen’ in zijn rol, zonder script. Ik weet dat er veel domme mensen zijn die de show leuk vinden, en ik weet ook dat er hele intelligente mensen zijn die de show leuk vinden.’
(Warner)

Bij Radboud Reflects vertelt Gusman vertelt hoe Rick, Morty en zijn zus Summer zin geven aan hun leven en daarbij continue in strijd zijn met zichzelf en de wereld. Daarnaast vertelt hij welke verhaalstructuur schrijver Dan Harmon gebruikt en hoe hij deze absurde serie daarmee een menselijk kant geeft. Daarna gaat Simon Gusman in gesprek over onze wereld. Kent die misschien wel een soortgelijke vorm van betekenisloosheid als de wereld van Rick & Morty?
Kijk en lees je vast in bij Superguide. ‘Nobody exists on purpose. Nobody belongs anywhere. Everybody’s gonna die. Come watch TV.’

De lezing kun je online via een livestream bijwonen. Deelname aan de livestream is gratis. Schrijf je hier in en ontvang de reminder en de link naar de lezing in je mailbox.

Zie: Rick & Morty en de zin van het leven (Radboud Universiteit)

Vice: Is Rick & Morty echt zo’n intelligente serie als fans beweren?

Illustratie: superguide.nl

‘Het gaat niet om wat je gelooft, maar hóé je dat doet’

‘Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen,’ zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Hij kreeg vorig jaar 1,5 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad voor een onderzoek naar fundamentalisme. Inmiddels heeft hij daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten. Filosofen, theologen, religiewetenschappers, historici, juristen, sociale wetenschappers, economen, criminologen, psychologen en psychiaters worden erbij betrokken.

Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap.’ 

Een team van zes onderzoekers staan klaar, maar evenveel buitenpromovendi werken mee in hun eigen tijd en doen op eigen kosten promotieonderzoek, zei Peels afgelopen woensdag in Ad Valvas in een interview met Peter Breedveld. Veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, draaien in het project mee. In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen.

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet.’
(Rik Peels)

Peels sluit niet uit dat enkele teamleden, verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen van de VU Amsterdam, in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen, maar dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt.

Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.’

Peels onderzoeksgroep kijkt ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed.

‘Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.’

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. 

Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.’ 

Wat zou er uit het onderzoek komen als Peels zijn licht erop heeft laten schijnen? Het onderzoek duurt vijf jaar. In Trouw zei Peels een jaar geleden dat ‘het doel is om ideeën en concepten te ontwikkelen die precies dit doen: onderzoekers dichter bij de geest van een fundamentalist brengen’.

Filosofie Magazine vroeg vorig jaar aan Peels hoe zijn onderzoek uiteindelijk zal uitmonden in een beleidsstuk dat de wetenschappelijke resultaten vertaalt naar de praktijk; hoe dat er uit zal zien.

Als je radicalisering wilt aanpakken door die te voorkomen of te genezen, moet je eerst begrijpen hoe radicalisering in het hoofd van een fundamentalist werkt. Daar ligt mijn taak als wetenschapper. Het is mijn expertise om onderzoek te doen, de literatuur te kennen, en hierdoor mensen die een wending hebben gemaakt naar het fundamentalisme beter te begrijpen. Naarmate mijn onderzoek vordert, zal ik veel gaan praten met mensen die aanzienlijk dichter op de praktijk zitten, zoals de veiligheidsdiensten. Bij de vertaling van de resultaten naar de concrete praktijk heb ik hen hard nodig.’

Zie:
* ‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’ (Ad Valvas, onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam)
* Wat is eigenlijk een fundamentalist? (filosofie.nl)
* Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten (Trouw)

Collage: Paul Delfgaauw
, maart 2017.

De poorten tot het oerbewustzijn

‘Als we blijven doen alsof de fysieke werkelijkheid de enige is die bestaat, dan zal dat geloof ons uiteindelijk de das omdoen. Het is de sombere en schamele gedachte die materialisme heet. Gelukkig zijn er steeds meer boeken die de oude ‘waarheden’ ontkrachten en ontmantelen.’ Dit zegt Eben Alexander in een interview met Rinus van Warven in het nieuwe boek Het geheim van Elysion. 

Het allergrootste inzicht dat me ten deel is gevallen, is dat het bewustzijn niet in de hersenen wordt gecreëerd.’ Het is volgens hersenchirurg Alexander de hoogste tijd dat deze wereld wakker wordt als het gaat om het ‘waar zijn’ van een nabij-de-dood-ervaring (NDE).’

Het geheim van Elysion
Het is een van de vele interessante artikelen in Het geheim van Elysion. ‘Elysion was in de Griekse mythologie de aanduiding voor de verblijfsplaats van de gelukzaligen. Dat idee ontstond in de Minoïsche cultuur, waar het idee is ontstaan. Je kon alleen maar in Elysion terechtkomen na een levensbedreigende ervaring van bijvoorbeeld vuur of bliksem.’ Van Warven zegt hierover dat de verwantschap met de NDE zich laat raden. Al direct biedt dit boek veel meer dan verhalen over nabij-de-doodervaringen. Zo veel verdieping en achtergrond is er te vinden, zoals bijvoorbeeld een van de eerste hoofdstukken een heldere Vedische visie geeft op de NDE.

Carl Gustav Jung
Het boek gaat ook – onder veel meer – over ons bestaan als zuiver bewustzijn; over Carl Gustav Jung die bij de ‘uiterste grens’ is geweest toen hij, na eigen zeggen, de dood nabij was. Een uiterst boeiend artikel van Pey de Vries-Ek, redacteur en vertaler voor het werk van C. G. Jung. Net als het artikel van Hans Gerding: Weten in plaats van geloven. Maar nu naar De poorten tot het oerbewustzijn. Oerbewustzijn is dan een bewustzijn dat we allemaal delen. Onze hersenen dienen hierbij als een filter dat ons toegang geeft tot dat oerbewustzijn. Alexander zegt hierover:

Het brein dient als een schuilplaats die dit oerbewustzijn toestaat zich te uiten in een zeer beperkte en lokale vorm. Veel mensen denken dat ons bewustzijn beperkt is tot het brein. Maar weet je, er zit hier – gevangen tussen mijn oren – een gelatineachtige massa van 1,5 kilo die in warme, donkere baden zweeft.’

Als het hindoeïsme en het boeddhisme het hebben over Brahman en Atman, over bewustzijn en oerbewustzijn, dan moge toch duidelijk zijn dat deze kennis al zo’n 5.000 tot 10.000 jaar oud is? Fascinerend, toch? Er is niets nieuws onder de zon. We zijn in onze tijd de manier waarop we naar de realiteit – en onze relatie met het universum – kijken, blijven herschikken. Wat er nu naar voren komt, is een zeer positieve ontwikkeling. Dat weerspiegelen de diepe wijsheid en waarheid van spirituele tradities, zowel in het Oosten als in het Westen.’

De spirituele aard van het universum
Alexander zegt dat onze grote religieuze systemen allemaal afkomstig zijn van een mens wiens verandering in zijn bewustzijn hem de bredere aard van het universum liet zien: de spirituele aard van het universum.

Dat is wat ze met de mensen gingen delen. Dus was ons religieuze systeem gedurende 5.000 jaar gevormd door profeten en mystici die een NDE hebben gehad en terugkwamen op deze wereld om hun verhaal te delen. Maar in de jaren zestig van de vorige eeuw werd het universum ‘moe van die regeling’. Het universum besloot artsen technieken te geven waarmee ook ‘gewone’ patiënten met een hartstilstand konden worden gereanimeerd. En zo bevolkten we sinds de late jaren zestig de wereld met tientallen miljoenen zielen die naar ‘de andere kant’ waren geweest en terugkwamen. Dat is geen toeval.’

Het geheim van Elysion | Nieuw Nederlands boek over NDE | 3 september 2020 | 432 pg. | Gebonden | Hardcover | € 32,50 | Omslag: Peter Slager

Beeld: karoliendeman.com

‘Datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg’

‘Met het woord ‘ziel’ bedoel ik: datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg.’ Promovenda Martine Oldhoff schrijft momenteel haar proefschrift over de ziel. Voor haar is het geen uitgemaakte zaak dat de mens louter lichaam is. Er zou geen ruimte meer zijn voor de ziel. Voor haar is de mens echter meer dan een fascinerende klomp cellen, zoals ‘de wetenschap’, waaronder de hersenwetenschappen, ons leren. ‘Dat is een filosofische stellingname, geen uitgemaakte zaak.’

Oldhoff schreef Kijk op de ziel, de uitgewerkte lezing die Oldhoff vorig jaar hield op de generale synode van de PKN. Voor Oldhoff is het woord ziel ‘een barst in een volledig gesloten wereldbeeld’.

De Ziel moet altijd op een kier
Zodat wanneer de Hemel zoekt
Hij niet te wachten hoeft
Of bang is dat hij stoort
(Emily Dickinson, in Kijk op de ziel)

Zieltjes winnen’ roept bij de meeste mensen geen goede associaties op, schrijft Oldhoff, want wie wil er nou een zieltje zijn?

Maar als het over de ziel gaat, lijken de zaken er anders voor te staan. Er zijn tegenwoordig meer mensen in Nederland die geloven in een leven na de dood dan mensen die in God geloven. Het geloof dat ‘ik’ op de een of andere wijze voortleef, is volop aanwezig.’
(Uit: Kijk op de ziel)

In haar proefschrift beschrijft Oldhoff Plato en Aristoteles kort als historische achtergrond. Duidelijk wordt dat haar visie verschilt van die van Plato. Bij de Bezieling vertelt ze hierover in een interview met Cees Veltman.

Door Plato en zijn verwerking in filosofische en theologische tradities is het woord ziel blijven leven. Ik zie de ziel echter als geschapen door God en niet als al bestaand voorafgaand aan ons leven, zoals Plato. We zijn als mens geschapen, onderscheiden van God.’

Oldhoff, promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, zegt dat de ziel een mooie aanleiding kan zijn om het te hebben over wie en wat God is. Het woord God is immers voor heel veel mensen betekenisloos geworden.

Ik denk niet dat mensen in God gaan geloven als ze het woord ziel belangrijk vinden, maar het is een mooi aanknopingspunt om het over geloof en God te hebben. Als het gaat over wie de mens is aan de hand van het woord ziel, dan kom je misschien ook wel op interessante vragen: heb ik een goddelijke kern, ben ik geschapen, is er meer dan we kunnen zien en voelen?’

Kijk op de ziel | Martine Oldhoff | ISBN: 9789043534819 | 56 pp. | 16-06-2020 | € 6,99
‘De ziel duikt overal op. Van seizoenen lang Kijken in de ziel op televisie tot in het spirituele tijdschrift Happinez. Eeuwenlang was de ziel bekende taal in kerk en theologie. Tegenwoordig nemen veel gelovigen het woord minder makkelijk in de mond. In haar boek Kijk op de ziel zoekt Oldhoff naar de betekenis van de ziel in het christelijk geloof in onze context. Zo gaat ze onder andere in op de vraag wat er vanuit de Bijbel over de ziel te zeggen is. Het is een beknopt boek met theologische verdieping, een actualisering naar deze tijd en een aanzet tot het geloofsgesprek.’ (PThU)

Zie: Martine Oldhoff: “Het woord ziel is een barst in een volledig gesloten wereldbeeld” (de Bezieling)

Beeld: Beate Bachmann (Pixabay)