‘De mens is nog niet volledig mens’

TEDxsquare

Filosoof Helmuth Plessner stelt dat de mens nog niet af is, maar zich nog moet verwerkelijken. Feitelijk gezien is er nog geen sprake van volledig mens-zijn. Plessner stelt dat de mens door zijn constitutieve thuisloosheid* daartoe aangewezen is op techniek en cultuur. Annalin van Putten, dramaturg en student aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht, schreef in Koorddanser het artikel Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk?

De humanoid of mens-robot / robot-mens wordt gezien als een ‘stap voorwaarts’ in de menselijke evolutie maar roept tegelijkertijd angst en afgrijzen op. Wat leert de confrontatie met een humanoid ons over de paradigma’s met betrekking tot mens-zijn, menselijk bewustzijn en het zelf? Stuiten we bij deze ‘hernieuwde’ vaststelling op grenzen van mens-zijn en menselijk bewustzijn? Of worden ons nieuwe mogelijkheden getoond?’ (Koorddanser)

* Volgens Rolf Viervant, promovendus aan de Erasmus School of Philosophy, wordt de mens wel getypeerd als het ‘constitutief thuisloze wezen’: altijd in een tussenstadium tussen wat we nu zijn en wat we worden.

Naakt geboren, maar niet zonder huis kunnend, moet hij zich altijd een huis verwerven. Daardoor blijft het altijd een keuze, een noodzakelijke keuze dat wel, maar een keuze die anders had kunnen zijn en die anders kan zijn. Ons thuis is nooit definitief, hoe zeer we daar ook naar verlangen. Dat maakt ons in zekere zin onaf, altijd fundamenteel open om iets of ergens anders te zijn, altijd in een tussenstadium tussen we nu zijn en wat we worden.’ (Rolf Viervant)

Van Putten begint haar artikel met humanoid George, in 2018 te gast in de talkshow van Jeroen Pauw. Een menselijke indruk, vind ik, geeft hij alleen door zijn stem, en het lijkt wel alsof George naast een buikspreker, in dit geval André Kuipers, zit. George’ ogen knipperen, hij kan zingen en hartjes in zijn ogen toveren. Verder ziet hij eruit als een levenloos ding, harde materie. Van Putten zegt dat het voor veel mensen nog niet natuurlijk is om in contact te treden met een humanoid. – Nee, inderdaad, omdat het op niets natuurlijks lijkt.

Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot.’ (Van Putten)

Dat klopt. Mijn onrust komt omdat ik me met iets zielloos niet kan of wil verbinden. Ik heb geen last van mijn bloempotten. Met iets doods als George wil ik me niet verbinden, een ding dat geprogrammeerd is om woorden te produceren en met ‘ogen’ te knipperen. Dan vraag ik liever aan mijn planten of ze water willen. Dan bloeien ze helemaal op. Volgens van Putten lijkt veel van de menselijke angst voor humanoids gestoeld te zijn op de bewuste gelijkschakeling van robots en mensen:

Ze worden geacht in veel opzichten gelijk te zijn aan de mens, en dienen zelfs over een eigen (zelf)bewustzijn te beschikken.’ (Van Putten)

Van dat (zelf)bewustzijn van humanoids zal natuurlijk nooit sprake zijn. Ik schakel ze niet gelijk met mensen. Daarom ben ik ook niet angstig. Dat zogenaamde bewustzijn is immers materieel: fake, nullen en enen. De humanoid blijft een ding, ook al noem je hem George. – Interessant is evenwel Van Puttens stelling dat…

‘… ik ‘dus’ wel mens móét zijn. Met deze vaststelling ga ik voorbij aan alle zichtbare ‘menselijke kenmerken’ die George vertegenwoordigt. Vanuit het niet herkennen van mijzelf in George besluit ik dat George geen mens is. Ik heb iets in mijn zelf daarvoor als uitgangspunt genomen, vermoedelijk dat wat ik als het persoonlijke zelf ervaar, kan verstaan en begrijpen.’ (Van Putten)

Een uitermate boeiend artikel van Van Putten, dat je direct aan het denken zet. Zij verwijst in haar verdere artikel naar het authentieke zelf van historicus Yuval Harari (Homo Deus). En naar De trooster van Esther Gerritsen. Ook vertelt zij uitgebreid over de theatervoorstelling Ergens anders van Micha Wertheim. De voorstelling wordt gespeeld wordt door… een humanoid. Van Putten zegt hierover dat zij deze voorstelling ironisch genoeg altijd de meest persoonlijke voorstelling van Wertheim heeft gevonden.

Een mooi slot van Van Puttens artikel luidt: ‘De (nieuwe) mens: het wit tussen de regels’. George kan volgens haar hiervoor bij uitstek symbool staan.

Ben ik menselijk, of is de mens (nog) ergens anders? De vraag wordt dankzij humanoid George opnieuw gesteld, zodat ik mij als mens mag blijven begeven in het wit tussen de regels.’ (Van Putten)

Zie: Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk? (Koorddanser)

Beeld:
“Ik ben de originele robotacteur. Vloeiende bewegingen, geweldig uiterlijk en meeslepende interactie. Ik ben al meer dan 14 jaar ontwikkeld en gebruikt in het veld. Daarom ben ik verfijnd, betrouwbaar en uniek vermakelijk. Ik kan praten over een product, gravitas toevoegen aan je evenement, verschijnen in je film of tv-productie, acteren in je theaterstuk, zelfs een manchetpersconferentie houden.” (Engineered Arts)

 

Klimaatverandering en de zondvloed

Gericault-deluge

Student Religiewetenschappen Justin Spoor schreef het ‘ontbrekende hoofdstuk van onze prehistorie’ in Spijt van de Goden (2019). In de laatste jaren van het gymnasium puzzelde hij aan de theorie achter een kunstmatige schepping. In de inleiding vertelt hij erover. De theorie werkte hij verder uit bij zijn studie van geschiedenis en religie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ook al bestaan er theorieën zoals die van de Oerknal, deze geeft bij lange na geen antwoord op de vraag hoe of waarom alles precies begon.’

Zulke zaken zijn te groot om te onderzoeken in een mensenleven in het begin van de 21e eeuw, dus ik moest dichter bij huis beginnen. Het ontstaan van de mensheid leek een goed beginpunt. In dit korte werk zal blijken dat niet alles bekend is over het ontstaan van de mensheid. Natuurlijk spreek ik hierbij de evolutietheorie niet tegen, maar ik neem hem ook niet voor lief. Het geloof in de wetenschap zal aan de kaak worden gesteld.’

Spoor vertelt dat het doel van Spijt van de Goden is meer onderzoek te doen in de richting van de Zondvloed, verloren beschavingen en kunstmatige schepping. Hij vindt dat de lezer het natuurlijk ook kan gebruiken om zijn eigen kijk op de realiteit te verbreden. Voor de religieuze lezer wil hij sterk benadrukken dat dit werk geen aanval is op religie. Het zou religie en wetenschap juist dichter bij elkaar kunnen brengen. Zelf is Spoor niet religieus opgevoed, maar onder meer via berichten in de nieuwsmedia is hij zich gaan afvragen wat de betekenis is van ‘God’.

Ik heb religie nooit gezien als willekeurige onzin of iets irrationeels, maar ik had nooit de behoefte me volledig toe te wijden aan zoiets. Net zoals de doorsnee Nederlander hield ik het op afstand, maar waardeerde het. Maar toen ik merkte dat veel tijdgenoten in mijn omgeving religie zagen als verouderd en als iets irrelevants ging bij mij een alarmbel rinkelen. Zijn oude religieuze teksten dan niet langer relevant?’

Hoe kan het anders zo zijn dat wij mensen zo knap gebouwd zijn en het universum zo ingewikkeld in elkaar zit, vraagt de student zich af. ‘Wat zijn antwoorden op vragen zoals hoe dit alles is ontstaan?’ Hij kan geen antwoord geven op die vraag, maar het feit dat wij deze realiteit kunnen observeren met alle natuurwetten van dien betekent voor hem dat er een mysterie bestaat dat groter is dan de mensheid.

Spijtvandegoden

God had spijt van de creatie van de mens, zo beseft Spoor als hij in Genesis leest dat de mens zal worden weggevaagd door de Zondvloed. Spijt van de Goden wil een nieuw licht laten schijnen op die weggevaagde beschaving.

Voor de benadering van dit werk bestaat een vergelijkbare, maar niet dezelfde, theorie. Deze theorie is in verschillende landen bekend onder de naam ‘ancient aliens,’ ‘Prä-Astronautik,’ ‘antiguos astronautas,’ of ‘anciens astronautes.’ De zogenaamde ‘aliens’ of ‘astronauten’ worden hierbij gezien als een technologisch geavanceerde beschaving die beter bekend staat als de ‘goden’.’

Dit laatste klinkt alsof Spoor oeroude boeken zoals Waren de Goden astronauten? heeft ontdekt. Nogal controversieel, maar voor een jonge student schijnbaar gloednieuw. De andere vraag die Spoort stelt, komt me boeiender voor: is een van de oorzaken van die watersnoodramp misschien klimaatverandering? Hij wijst op verschillende bewijzen voor deze ramp, zo’n 12.800 jaar geleden. Als die ramp zich toen voordeed vindt hij één ding zeker: er ‘ontbreekt een hoofdstuk van onze prehistorie’. En dat is tevens de ondertitel van Spijt van de Goden.

Niet alleen de schepping van de mens en het wegvagen van diens eerste beschaving worden in dit werk behandeld, maar ook de problemen die daaruit voortvloeien voor de huidige modellen. Immers zijn de huidige historische modellen niet langer voldoende als de mens vanaf het begin van zijn bestaan al in contact stond met een technologisch geavanceerde beschaving. Als er daadwerkelijk een ‘goddelijke’ beschaving aanwezig was op aarde, klopt ook het psychologische model niet, waarbij ervan uit wordt gegaan dat goden voortkomen uit menselijke emotie.’

Spijt van de Goden | Justin Spoor | 9789402189339 | maart 2019 | Uitgever: Brave New Books | € 15,79 | E-book € 5,-

Schilderij: Zondvloedscène (Scène de déluge) van Jean Louis Théodore Géricault (1791–1824) – De naam is niet van het woord ‘zonde’ afgeleid, maar van het Middelnederlandse ‘sintvloet’, grote vloed. De zondvloed (Eng. deluge; Fr. déluge) is de wereldwijde overstroming die in het derde millennium voor Christus als Godsgericht de aarde trof en al het menselijke en dierlijke leven op het land verdelgde. In de ark van Noach was er echter ontkoming.’ (Christipedia)