‘De onsterfelijke ziel bestaat niet’


Theoloog Huib Godding zegt dat in de nieuwe catechismus wordt gezegd dat de hele mens sterft, maar in Gods hand blijft. ‘De Bijbel is een geloofsboek en zegt volgens hem niets over een onsterfelijke ziel, wel over een levenswind die ingeblazen wordt. Van oudsher denken mensen dat het lichaam sterft en dat de ziel blijft bestaan. Een lichaam functioneert niet zonder ziel. Lichaam en ziel vormen een eenheid.’

‘Van het Oudnederlands Woordenboek van voor 1200 tot in onze tijd staat bij het woord ziel dat die onsterfelijk is. Pas in het handwoordenboek Nederlands van Van Dale uit 1996 komt een kentering. Het laatste woord is nog niet gezegd over dit onderwerp.’ (Leids Nieuwsblad)

Wat voor kentering? Dat de ziel niet langer onsterfelijk is? Dan heb ik blijkbaar een bijzondere uitgave van de Dikke Van Dale, de dertiende druk uit 1999. Die omschrijft de ziel onder meer als:

‘In bespiegelende of godsdienstige zin opgevat als een hoger beginsel, van goddelijke oorsprong en onsterfelijk geacht, rechtstreeks door God geschapen.’

Volgens de dominicaan André Lascaris, gepromoveerd in de theologie in Oxford, is de oorsprong van dit beeld van een te scheiden lichaam en ziel vooral te vinden in het erfgoed van de Griekse wijsbegeerte waarin gedacht werd dat heel de werke­lijkheid uit een hoger en uit een lager element bestaat. ‘De mens had een hoger element in zich, de ziel, die on­sterfelijk was, en een lager element, het sterfelij­ke lichaam.’ Het lijkt de dominicaan beter niet het bestaan van een onsterfelijke ziel aan te nemen.

‘Als er een toe­komst is voor de mens na zijn dood bij God, betekent dit in mijn ogen dat bij de dood de relatie met God blijft bestaan. God houdt deze relatie in stand en vanuit die relatie ontspringen dan opnieuw de relaties met anderen. Met andere woorden; de verrijzenis vindt plaats op het moment van onze dood. Want de verrijzenis is geen reanimatie van een lijk, maar een nieuw bestaan met God.’

Volgens de site erstaatgeschreven.nl wordt in de Bijbel het woord onsterfelijk maar één keer gebruikt. Het woord onsterfelijkheid wordt vijf keer gebruikt. Geen enkele keer wordt één van deze woorden gebruikt om een onderdeel van de mens te beschrijven dat altijd blijft leven.
Teksten, die verwijzen naar onvergankelijkheid/onsterfelijkheid, zijn óf omschrijvingen voor God, óf ze beschrijven een geschenk van God aan de mens. Onsterfelijkheid is geen eigenschap, die de mens uit zichzelf heeft.

Huib Godding
(foto: Flickr – Jan Slotboom)

Huib Godding houdt een lezing met discussie over de ziel op maandagavond 26 november in de derde lezing van de lezingenserie van de Leidse Studenten Ekklesia
Burggravenlaan 2, 20 uur
Leiden

Informatie is te vinden bij de Leidse Studenten Ekklesia. Eén avond is al geweest, over de ziel in de filosofie. De tweede lezing vindt plaats op 12 november, door prof. dr. Matthias Smalbrugge, over de ziel in de literatuur.

Zie: Is de ziel ter ziele?

en: Lichaam en ziel. Een on-Bijbels beeld

Gerelateerd: Gaat de deur naar het hiernamaals een stukje open?

Alle ideologieën zijn ingestort


UITGELICHT – De dogmatische religie die ons één waarheid zou brengen; het sciëntisme dat geloofde dat de wetenschap de wereld kon redden; het nationalisme waarvoor men zijn leven gaf; het communisme dat iedereen gelijk zou maken… Nu beleven we de grenzen van de laatste ideologie: het economisch liberalisme. We merken dat ook geld de mens niet gelukkig maakt. – Lenoir zegt dit in gesprek met Margot Dijkgraaf in haar blogartikel Filosoof Frédéric Lenoir over geluk, levenskunst en religie.

‘Ons levenspad bestaat uit de overgang van onwetendheid naar kennis, van angst naar liefde’
(Frédéric Lenoir)

Volgens filosoof en onderzoeker Frédéric Lenoir (Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales, Paris) komen we ook bij onze ziel terecht. ‘De ziel is iets in de mens dat je niet kunt zien of aanraken, maar dat wel ons diepste innerlijke leven bestuurt. Daar komt ons vermogen vandaan liefde te ervaren, ons te verwonderen over de schoonheid van de wereld, ontroerd te zijn door iets wat ons verstand te boven gaat.’ 

‘Daarom komen we terug bij de filosofie, een filosofie die wezenlijke vragen stelt en die zich bezig houdt met het individu. We hebben begrepen dat we de wereld niet kunnen veranderen, tenzij we zelf veranderen.’
(Frédéric Lenoir)


Frédéric Lenoir geeft in 2026 diverse lezingen in Frankrijk, België en Zwitserland in het kader van de Boekenbeurs van Genève. De data en praktische informatie om uw tickets te reserveren vindt u op deze pagina in de kalender.

Een prachtige ziel
De Franse filosoof en religiewetenschapper Frédéric Lenoir (nu 63) was 13 jaar geleden in Nederland ter gelegenheid van de vertaling van zijn meest recente boek Petit traité de vie intérieure, dat hier de titel heeft gekregen: Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed

Volgens Lenoir komt van de ziel ons vermogen vandaan liefde te ervaren, ons te verwonderen over de schoonheid van de wereld, ontroerd te zijn door iets wat ons verstand te boven gaat.

‘Wat ons écht karakteriseert komt voort uit de ziel en niet uit het lichaam. Er zijn mensen wier lichaam gehandicapt is en toch is er iets stralends in hun blik. Je ziet dat ze een prachtige ziel hebben.
Anderzijds zijn er mensen met een goede opvoeding, geluk in het leven en een gezond lichaam, die nauwelijks een innerlijk leven hebben, die zich geen vragen stellen over de zin van het leven.’
(Frédéric Lenoir)

Zie: Filosoof Frédéric Lenoir over geluk, levenskunst en religie – Margot Dijkgraaf
Illustratie: Stichting Beroepseer – werken met moed en vertrouwen

Frédéric Lenoir: filosoof en socioloog. Doctor aan L’École des Hautes Études En Sciences Sociales (EHESS)
Auteur van zo’n vijftig werken (essays, romans, verhalen, encyclopedieën), vertaald in ongeveer twintig talen en wereldwijd tien miljoen keer verkocht. Lenoir schrijft ook voor het theater, televisie (documentaires) en stripverhalen.
In 2016 was Lenoir medeoprichter van de SEVE Foundation en vereniging Savoir Être et Vivre Ensemble (onder auspiciën van de Fondation de France) en in 2017 richtte hij de vereniging Ensemble pour les Animaux.
In november 2024 richtte Lenoir La Maison des sagesses om filosofische kennis te verspreiden in de zin van een levenskunst, zoals de Grieken die begrepen.


‘Bestaan is een feit, leven een kunst.’

Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed | Frédéric Lenoir | Uitgeverij Ten Have | 30-3-2012 | ISBN 9789079001286
‘Van al mijn filosofische en spirituele boeken is dit het meest toegankelijke, maar waarschijnlijk ook het nuttigste’, aldus Frédéric Lenoir. Hij laat niet alleen de levenslessen van grote denkers als Confucius, Aristoteles, Spinoza en Montaigne de revue passeren. Hij beschrijft ook hoe hij zelf geworsteld heeft met het ware, het goede en het schone.’ (Ten Have) – Lenoir: “Ons levenspad bestaat uit de overgang van onwetendheid naar kennis, van angst naar liefde.”

‘Duizenden jaren heeft religie de rol van opvoeder van het innerlijk leven vervuld. We kunnen alleen maar vaststellen dat ze deze rol steeds minder vervult. Niet alleen omdat ze veel minder invloed op het bewustzijn heeft, althans in Europa, maar ook omdat ze is verstard.

Meestal biedt ze dogma’s en normen, waar mensen op zoek zijn naar zingeving. Ze vaardigt geloofsbelijdenissen en regels uit die nog slechts een kleine minderheid van gelovigen aanspreken. Zij slaagt er echter niet in haar visie, taalgebruik en methoden te vernieuwen en onze tijdgenoten in hun ziel te raken, hoewel zij zich blijven afvragen wat het raadsel van hun bestaan is en hoe ze een goed leven kunnen leiden.

Ingeklemd tussen een ontmenselijkende consumptie-ideologie en een verstikkende, dogmatische religie, richten we ons op de filosofie en de grote spirituele tradities.’

(Gedeelte uit de Handleiding)

Update februari 2026, lay-out, links, illustraties, kleine actuele tekstaanpassingen)

Onsterfelijkheid en de ziel


De ziel. Trending topic. Ilja Maso bespreekt in zijn boek ‘Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid’ filosofische argumenten tegen en voor een leven na de dood. Hij eindigt met een zoektocht naar zekerheid en het verwerven van zekerheid over een leven na de dood. Voor Maso is het leven na de dood een zekerheid geworden, hoewel de twijfel bij hem soms nog knaagt.

‘Als we overlijden zou dat alleen ons lichaam betreffen. Wat blijft voortbestaan is wat we ‘geest’, ‘ziel’ of ‘bewustzijn’ noemen.’

Met ‘leven na de dood’ bedoel ik in het vervolg dan ook het voortleven als persoon. Of dat eeuwig door zal gaan, vind ik van minder belang, evenmin of we vorige levens hebben gehad. Waar het mij om gaat, is de vraag of we na ons overlijden nog een behoorlijke tijd doorleven. Daarna zien we wel verder.

Het boek van Ilja Maso is weer actueel in deze Maand van de Filosofie die om de ziel draait. Maso bespreekt filosoof Paul Edwards’ theorie dat er drie mogelijkheden zijn om onze dood te overleven: met behulp van onze onstoffelijke geest, door wederopstanding, of via ons astrale lichaam. Volgens Edward is dat allemaal onmogelijk. Maso komt tot de conclusie dat geen van de aangevoerde argumenten tot de zekerheid leidt dat de dood een definitief einde aan ons persoonlijk bestaan maakt.

Substantiedualisme
Maso verwijst naar het substantiedualisme: dat is de door filosoof René Descartes in de zeventiende eeuw geformuleerde opvatting dat de mens uit twee substanties bestaat, een stoffelijk lichaam en een, de persoonlijkheid herbergende, onstoffelijke geest, waarbij een substantie wordt opgevat als ‘de, als blijvend, onvernietigbaar en onveranderlijke gedachte drager van wisselende eigenschappen en verschijnselen’. Dat idee heeft het, volgens Maso, niet gehaald.

Maso laat in het hoofdstuk ‘Filosofische argumenten voor een leven na de dood’ zien dat er echter geen reden is het substantiedualisme af te wijzen en dat er goede gronden zijn om ons bewustzijn als een substantie te zien. Maar zekerheid kunnen ook goede filosofische argumenten Maso niet geven: ‘Hopelijk lukt dat met onderzoek wel.’ En hiermee start Maso het hoofdstuk: ‘Wetenschappelijk onderzoek naar een leven na de dood.’

Wetenschappelijk onderzoek
Dat onderzoek bestaat voor een belangrijk deel uit ‘gevalsstudies’, waarvan hij er vier beschrijft. Dan gaat het over onderzoek met behulp van het oujabord en een vorm van automatisch spreken. En twee gevallen waarin het lijkt dat iemand zich een vorig leven herinnert. In het hoofdstuk daarop laat Maso echter de ontoereikendheid zien van wetenschappelijk onderzoek naar een leven na de dood. Maar, zoekend naar aannemelijke verklaringen, zegt Maso:

Onze geest is kennelijk op de een of andere manier in staat dan wel zich zodanig in te stellen dat hij de op een bepaald moment relevante signalen buiten deze dimensies kan ontvangen, dan wel daar zelf buiten te treden. De eerste mogelijkheid houdt misschien in wat bij de laatste zeker is, namelijk dat de geest onafhankelijk van ruimte en tijd kan opereren. Als dat zo is, is hij ook niet afhankelijk van de plaatselijkheid en tijdelijkheid van het aardse leven en blijft hij dus na onze dood voortbestaan.

Maar weer, zekerheid over leven na de dood kunnen we hieraan niet ontlenen, zegt Maso en vervolgens gaat hij weer op zoek naar andere mogelijke verklaringen. Dan bespreekt hij onder meer bedrog, dissociatie, genetisch geheugen, en het collectief onbewuste en raciaal geheugen. Dat brengt Maso weer terug naar de mogelijkheid van een leven na de dood: ‘Maar een mogelijkheid is nog geen zekerheid.’ Maso vervolgt zijn zoektocht naar zekerheid en laat zich nog altijd niet uit het veld slaan:

Waar we in filosofie en wetenschap aan twijfelen, daar zijn we in ons dagelijks leven vaak zeker van.

Kierkegaard
Maso zoekt dan zekerheid door vanzelfsprekendheden, spontane gevoelens, waarschijnlijkheden, of herhaald handelen, en zekerheid door gevoel van werkelijkheid. Hij komt onder meer uit bij Kierkegaard die zegt dat ons gepassioneerd zoeken naar onsterfelijkheid alleen maar mogelijk is omdat we een onsterfelijke geest hebben: ‘Slechts daardoor zijn we in staat te menen dat we sterfelijk zijn.’

Tot slot spreekt Maso over het verwerven van zekerheid over een leven na de dood. Hij heeft het dan over het ervaren van de onsterfelijkheid van onze geest en het tot werkelijkheid maken van een leven na de dood.

Stel dat we ervan uitgaan dat er geen leven na de dood of reïncarnatie is. Dan weten we dat we nooit zullen bereiken waarnaar we streven, terwijl we uiteindelijk niets zullen hebben aan hetgeen we toch nog voor elkaar weten te krijgen. Toch blijven we maar doorgaan alsof we het eeuwige leven hebben. Het zou kunnen dat dit komt doordat we binnen ons de mogelijkheid van eindeloze groei voelen en onbewust weten ‘dat de dood daarover geen macht kan uitoefenen’. Als dat zo is, kunnen we proberen ons dit weten bewust te maken en op die manier de onsterfelijkheid van onze geest ervaren.

Zekerheid?
Er valt wat af te dingen op dit boek, want echte zekerheid zal je in dit boek niet vinden. Dat onderkent Maso ook. Hij neemt er echter geen genoegen mee. Zijn zoektocht is spannend, geeft veel te denken. Het is zeker de moeite waard te zien welke onderzoeken zijn gedaan in het kader van de zoektocht naar leven na de dood. Ook de filosofen waaraan Maso refereert zijn boeiend genoeg om kennis van te nemen. Maso krijgt kritiek en die kan je vinden als je googelt, maar dat is logisch als je, zoals uitgeverij Ten Have zegt, positie kiest tégen de intellectuele mainstream.

Ilja Maso (Wageningen, 3 oktober 1943 – 4 mei 2011) was hoogleraar wetenschapstheorie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Hij was gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek, empirisch fenomenologisch onderzoek, toeval, parapsychologie en de demarcatie tussen wetenschap en pseudo-wetenschap. 

Ilja Maso: Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid. Ten Have Kampen, 160 pag., €19,90, ISBN 9789025957933. (2007)

Zie: Filosofie Nacht: De Ziel

Gerelateerd: Nee, Dick Swaab, wij zijn onze ziel

‘Maar weet je dan niet dat onze ziel onsterfelijk is?’

De Filosofie Nacht: wat is de ziel?

‘Nee, Dick Swaab, wij zijn onze ziel’


Het is aan de filosofie, de kunst en de religie om de ziel te herwinnen op de wetenschappers die haar als een hersenspinsel afdoen. Dat zegt filosoof Gerard Visser in het tijdschrift Volzin. Visser vindt dat de oude metafysische denkers die de ziel erkennen en de moderne rationalisten die haar ontkennen dezelfde denkfout maken: namelijk dat de ziel een soort ‘ding’ zou zijn dat je überhaupt kunt kennen – erkennen dan wel ontkennen.

Hoezeer wetenschappers haar ook proberen te ontkennen, de ziel is hardnekkig. In ons dagelijkse taalgebruik hanteren we voortdurend woorden als bezield, bezieling, zielloos, zielsveel, op de ziel trappen…

Visser ziet zich, volgens Volzin, als een vertegenwoordiger van een derde, meer subtiele positie van ‘spirituele terughoudendheid’, die er vanuit gaat dat de menselijke ziel uiteindelijk een ondoorgrondelijk fenomeen is.

Visser citeert met instemming de Griekse filosoof Heraclitus, die al zo’n 2500 jaar geleden schreef: ‘Van de ziel zul je de grenzen op je speurtocht niet vinden, al bewandel je elke weg: zo’n diepe samenhang heeft zij.’

Gerard Visser is hoofddocent cultuurfilosofie aan Universiteit Leiden en voorzitter van het Gezelschap voor Fenomenologische Wijsbegeerte. Recente boeken van zijn hand zijn Niets cadeau. Een filosofisch essay over de ziel (Valkhofpers, 2009), Water dat zich laat oversteken (Sjibolet, 2011) en In gesprek met Nietzsche (Van Tilt, 2012).

Al gaat het concept van de ziel ons boven de pet, of geloven we er simpelweg niet in, we begrijpen allemaal wat met dergelijke woorden bedoeld wordt. (…) Ziel staat voor het onaantastbare mysterie van het zelf.

Verder in nr. 23 (30 maart 2012) van Volzin: : Arts-filosoof Bert Keizer:  wij zijn onze ziel II: ‘De neuro-filosofie denkt niet’ – Stiltegoeroe Miek Pot: ‘Het klooster maakte me bijna kapot’Niet doen!: Pasen vieren in de Heilig Grafkerk – Emile Roemer bezingt Herman Gorter: ‘Een nieuwe lente…’

VolZin is een tweewekelijks opinieblad dat inspiratie biedt voor bewust en zinvol leven. VolZin schrijft over eigentijdse vormen van levensbeschouwing en spirituele manieren van leven in de moderne wereld – genuanceerd, diepzinnig, kritisch, optimistisch en geëngageerd.