Een maatschappij waar veroudering er niet mag zijn

Dat is een dubbel probleem voor ‘de grijze duiven met dementie’, zegt psycholoog Ad Bergsma. Hoewel volgens Alzheimerverenigingen geestelijk verval geen onderdeel mag zijn van veroudering, werpt dit zijn schaduw vooruit. The European Journal of Aging stelt dat 40% van de mensen van middelbare leeftijd bang is straks de controle te verliezen. Het zenboeddhisme klinkt hoopvol en gaat ervan uit dat we niet minder menselijk worden, en evenmin worden onze subjectieve ervaringen minder belangrijk.

‘Als we een gelukkig moment beleven, is het emotioneel net zo rijk als eerder in ons leven toen we nog ‘gewoon’ waren’
(Psychogerontoloog Huub Buijssen)

‘Het hart wordt niet dement’
De wetenschappelijke beschrijving van dementie stelt verliezen centraal. Dat beïnvloedt onze beleving: een wetenschappelijke definitie kan iets ondraaglijk maken wat in zichzelf al erg is’. Het mooie idee dat hier tegenover wordt gesteld, dat ‘het hart niet dement wordt’, komt van de Nederlandse psychogerontoloog Huub Buijssen.

‘Bij dementie verslechteren de denkende delen van de hersenen veel erger dan de emotionele delen. Als we een gelukkig moment beleven, is het emotioneel net zo rijk als eerder in ons leven toen we nog ‘gewoon’ waren.’
(Huub Buijssen)

Zenboeddhisme
De filosofie van het zenboeddhisme laat zo meer ruimte voor het goede dat behouden blijft, stelt Bergsma. De Dalai Lama schreef er zelfhulpboeken over. ‘Waar wetenschappers zich richten op het oplossen van wat er niet zou moeten zijn’, stellen boeddhisten het lijden echter voor als iets dat onvermijdelijk op je pad komt: ‘Leer leven met ellende’, zo klinkt hun motto.’

‘De “nobele waarheid” is dat het “leven lijden is”.’
(De Dalai Lama)

Terugkeren tot de kern
Bergsma stelt dat het streven naar perfecte gezondheid voort kan komen uit een preoccupatie met ziekte en verval. Bij het denken over dementie is het daarom zaak de verliezen te bezien in relatie met wat behouden blijft. Hij vertelt over de Amerikaanse meditatieleraar Doug McGill die de langzame aftakeling van zijn moeder beschrijft. Niet de verliezen staan centraal, maar het terugkeren tot de kern.

‘Terwijl zij de ene na de andere lichamelijke en mentale vaardigheid verloor, werd ze voor mij meer en meer de persoon die zij in essentie altijd al was. Haar glimlach is in de loop van vijftien jaar meer spontaan en oprecht geworden. Haar lach – en ze lacht nog vaak – is zachter geworden en lichthartig, zonder een spoor van ironie, nostalgie of spijt. Haar blik is meer open en verlangend en haar liefde pijnlijk puur en direct.’
(Doug McGill)

Verbondenheid in liefde
In Onze laatste jaren van vreugde en verdriet vertelt de boeddhistische lerares Olivia Ames Hoblitzelle de laatste levensjaren van haar dementerende partner Hob. Dementie beschrijft ze onomwonden als een wreed proces. Toch ziet zij het ziekteproces van haar man ook als een mogelijkheid om te ervaren wat er het meest toe doet in het leven: de verbondenheid in liefde en momenten van geluk. Wakker worden is voor Hob wel heel moeilijk.

‘Toen ik vijf minuten geleden wakker werd, wist ik niet waar ik was… waar iedereen was… waar jij was… Ik wist niet wie ik was… Ik ben uit de gewone tijd gevallen… Het kan best zijn dat ik tweehonderd jaar heb geslapen… Ik heb helemaal geen besef van kloktijd als ik zo gedesoriënteerd ben als nu…’.’
(Uit: Onze laatste jaren van vreugde en verdriet, Olivia Ames Hoblitzelle)

Positievere benadering
In het voorwoord van Onze laatste jaren van vreugde en verdriet concludeert de Dalai Lama:

‘We kunnen weinig veranderen aan het ouder-worden of Alzheimer, maar zoals Hoblitzelle laat zien, kan het accepteren van onze toestand op de lange duur een veel positievere benadering zijn.’
(De Dalai Lama)

Paniek
Psychogerontoloog Buijssen bezocht begin deze eeuw een opera, vertelt Bergsma, toen hij plotseling besefte dat hij zich twee namen niet meer kon herinneren. ‘Paniek maakte zich van hem meester. Hij hoorde niets meer van de muziek, maar kon alleen maar denken dat hij op het punt stond dementie te krijgen, net als zijn beide ouders. Bijna twintig jaar later functioneert Buijssen nog steeds op hoog niveau, maar de gedachte aan een toekomst met dementie maakt hem minder bang dan vroeger.’

‘Als deze ziekte mij inhaalt, hoop ik zo snel mogelijk weer te worden wie ik was in mijn vroegste jeugd. Volgens haar vaak herhaalde verhalen was ik de kleuter die elke moeder zich wenst: zelden humeurig, lastig of opstandig en in het piepkleine wereldje van de box helemaal tevreden met zichzelf. Als ik deze periode nog een keer mag overdoen, dan zal het staartje van mijn leven toch een heel gelukkige tijd zijn.’
(Huub Buijssen)

Bronnen:
Zen in het aangezicht van dementie
(Volzin, 21 oktober 2025, Ad Bergsma)

Onze laatste jaren van verdriet – mindful omgaan met Alzheimer | VBK Media | Broese boekverkopers Utrecht
Alzheimer Nederland

Beeld: Le courrier des maires / Adobe
Foto vergeetmijnietje sleutel: Alzheimer Nederland
Foto: Magazine Kijk / Unsplash/Pixabay

Het humanisme heeft ook iets transcendents

Het is niet verbazend dat ieder totalitair systeem als kern heeft het opheffen van het transcendente. Het communisme en fascisme waren ten diepst materialistisch. Zij beseften dat als je de mens zijn vrijheid wilt ontnemen, je het transcendente moet laten verdwijnen.Openstaan voor transcendentie vergt een bepaalde houding en oefening. Leren het geestelijke ‘licht’ te zien. Dat licht is in zekere zin nergens en dus overal, en straalt een mens als het ware toe in en vanuit alle dingen, terwijl de bron van dat licht verborgen en duister blijft.

‘Midden in de wereld heb ik jou geplaatst, zodat je van daaruit alles wat er om je heen in de wereld is gemakkelijker kunt bekijken. Ik heb je niet hemels en niet aards, niet sterfelijk en niet onsterfelijk gemaakt’
(God tegen Adam)

Van God tot het AL
D
e term transcendentie is een goed alternatief voor het nogal beladen en daardoor conflictueuze begrip ‘God’ waarbij iedereen andere gedachten (dogma’s) heeft, variërend van God op een wolkje tot het AL. Zo is er ook geen sprake van een christelijke God, islamitische of vrijgemaakte gereformeerde God, maar noemen we het transcendentie. Bij het zenboeddhisme is eveneens het transcendente te vinden:

‘Net zoals de oceaan zich in de golven toont, openbaart het Wonder zich in het subject. Zoals de golf de zee in zich draagt, kan de mens het goddelijke in zich terugvinden, zonder er ooit de vinger op te kunnen leggen. We zouden het, met een knipoog naar Levinas, de paradox van de immanentie van de transcendentie kunnen noemen.’
(Sophie Veulemans, KU Leuven)

‘Hemelse dimensies’
D
e idee van transcendentie duidt ook aan dat mensen denken dat er in de religieuze beleving van de werkelijkheid een grond van alle dingen wordt ervaren die de dingen die we gewoonlijk ervaren te buiten gaat.

Het humanisme heeft ook iets transcendents. Hoewel een seculiere levensbeschouwing gespeend is van transcendentie, heeft het toch een transcendent aspect, want er wordt iets aangenomen buiten de gerealiseerde werkelijkheid. De marxistische verwachting van de heilsstaat bijvoorbeeld, kan dan quasireligieus genoemd worden, daar die heilsstaat ‘hemelse dimensies’ heeft.

Het humanisme heeft als opdracht de mythe van de menswording tot leven te brengen, niet in de zin van een vlucht uit een weerbarstige werkelijkheid, maar als de hoop op vervulling van menselijke mogelijkheden.‘
(Geestelijk vader van de humanistiek Jaap van Praag in Menswording van de mens.) 

Verantwoordelijkheid
H
umanisten gaan ervan uit dat mensen zelf zin en vorm aan hun leven geven. Zij hechten bijzonder aan zelfbeschikking: de vrijheid om op een manier te leven waar je zelf achterstaat. Deze individuele vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid voor en betrokkenheid bij anderen en je omgeving. Menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en vrijheid staan centraal. Humanisten hechten veel belang aan zelfontplooiing, vorming en cultuur.

Jij bent aan geen enkele beperking onderworpen. Jij zult voor jezelf je natuur bepalen naar je eigen vrije wil waaraan ik je heb toevertrouwd. Midden in de wereld heb ik jou geplaatst, zodat je van daaruit alles wat er om je heen in de wereld is gemakkelijker kunt bekijken. Ik heb je niet hemels en niet aards, niet sterfelijk en niet onsterfelijk gemaakt. Als vrij en soeverein kunstenaar moet jij als het ware je eigen beeldhouwer zijn en jezelf uitbeelden in de vorm die je verkiest.’
(Pico in Rede van de menselijke waardigheid, ook wel de ‘onafhankelijkheidsverklaring van de mens’ genoemd. In dit citaat laat humanist en filosoof Pico della Mirandola God tegen Adam spreken.)

Dialoog, geen dogmatiek
H
umanisten zien de aardse werkelijkheid en het leven in het licht van de mens zelf. Hun levensbeschouwing gaat over een manier van leven, het omvat inzichten in mens-zijn, in mens, wereld en het geheel der dingen. Het gaat om inzichten die iemands leven richting geven, inzicht in het leven en idealen van goed-mens-zijn. Ze geven de voorkeur aan dialoog in plaats van dogmatiek. Er is sprake van de Gulden Regel: Wat gij niet wilt wat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’.

Gulden Regel is overal
B
innen religies is die regel ook te vinden. Zoals Hillel, een joodse leraar onderwees: ‘Doe anderen niet aan wat je zelf hatelijk vindt’. En uit de Mahabaratha, een hindoe-epos: ‘Dit vat alle plichten samen: doe anderen niets aan dat je kwetsend vindt als het jou wordt aangedaan’. En Jezus: ‘Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jou behandelen’.
Een duizenden jaren oude regel van Confucius luidt: ‘Wat wij niet willen dat anderen ons aandoen, moeten wij ook anderen niet aandoen’. Ook de Boeddha was die mening toegedaan: ‘Kwets anderen niet met wat jou kwetst’. ‘Niemand van jullie is een gelovige tenzij hij zijn naaste toewenst wat hij zichzelf toewenst,’ zei profeet Mohammed.

Poetin: religie als wapen
D
ictator en zakenman Vladimir Poetin, die natuurlijk niets op heeft met het transcendente, komt het niet uit de Gulden Regel te kennen.

Poetin presenteert zich als een orthodoxe gelovige, maar hij heeft het nooit over het liefhebben van je naasten.’
(Russisch-orthodoxe geestelijke Cyril Hovorun, hoogleraar ecclesiologie en oecumene aan het University College Stockholm, in Trouw, 4 maart 2022) 

Tot de speech van Poetin van vorige week – daar was hij zelf de vertolker van deze ideeën. Stoeckl: ‘Hierna durf ik met recht te zeggen: Poetin zet religie in als wapen.’
(Sociologe Kristina Stoeckl, van de Universiteit van Innsbruck, gespecialiseerd in de relaties tussen de kerk en staat in Rusland, in Trouw, 4 maart 2022)


Beeld: Quand sciences et religions se rencontrent dans la classe (La Ligue)
Beeld Vitruviusman van Leonardo da Vinci: ca. 1490, Gallerie dell’Accademia, Venetië. (Wiki Commons) De Vitruviusman wordt gezien als een symbool van het humanisme, met de mens als het middelpunt van het heelal. (detail)
Cartoon: KU Leuven – hetdorp.pauljansen.eu
Update 22 04 2025 (Lay-out)

De boeddhistische robotincarnatie van Kannon

Mindar – de robotincarnatie van Kannon, de godheid van genade en mededogen in het Japanse boeddhisme – staat tegenover Tensho Goto, een monnik in de Kodaiji-tempel in Kyoto, Japan. Mindar, gemaakt door een team onder leiding van roboticus Hiroshi Ishiguro van de Universiteit van Osaka, kan boeddhistische leringen reciteren. In het septembernummer (2020) van National Geographic staat het artikel De robots komen eraan, waarin ingegaan wordt op de vraag hoe de robotrevolutie onze manier van leven verandert. Het laatste dat je verwacht is in een boeddhistisch klooster iets levenloos aan te treffen als een monnikrobot die religieuze vragen beantwoordt.

H
et lijkt me erg wennen oog in oog te staan met een ‘onverlichte’ android-versie van een monnik; de eerste indruk is toch dat je tegenover iets doods staat, iets leegs, metalen en siliconen geüpload met nullen en enen door computerprogrammeurs met daarmee voorgeprogrammeerde antwoorden op religieuze vragen. En boeddhistische teksten om te reciteren.
Mijn voorkeur gaat uit naar een echte monnik en niet een veredeld soort mechanisch toestel op pootjes dat ‘opleeft’ als je in de buurt komt. Helemaal niet om aan te zien is dat een groep monniken zelfs voor Mindar eerbiedig buigt, voor een niet voelend ‘brein’, een apparaat zonder enige vorm van begrip, beleving, bewustzijn, inlevingsvermogen en inzicht.

Mindar doet me denken aan roboticus Masahiro Mori die in het NG-artikel van David Berreby zegt dat als een robot er te menselijk uitziet, dat we dan belanden in ‘de griezelvallei’ (Uncanny Valley): dat is de term die bedacht is voor onze gevoelens wanneer een robot er niet meer uitziet als een geavanceerde machine, maar als een griezelig mens of een lijk.

Tensho Goto is een monnik in de Rinzai-school van het Japanse zenboeddhisme. Goto, van de Kodai-ji, de 17e-eeuwse tempel in Kyoto waar hij de belangrijkste rentmeester is. Hij droomt al jaren van robots.

Hij leek het beeld van traditie. Toch droomt hij al jaren van robots. Het begon decennia geleden, toen hij las over kunstmatige geesten en erover nadacht om de Boeddha zelf te reproduceren in siliconen, plastic en metaal. Met Android-versies van de wijzen, zei hij, konden boeddhisten ‘hun woorden rechtstreeks horen’.’
(National Geographic, september 2020, update november 2020)

Goto ontdekte dat ‘aangezien AI-technologie tegenwoordig bestaat, het onmogelijk is om menselijke intelligentie te creëren, laat staan ​​de personages van degenen die verlichting hebben bereikt.’ Maar zoals veel robotici gaf hij niet op, maar nam hij genoegen met wat vandaag mogelijk is.
Mindar staat aan het ene uiteinde van een kamer met witte muren op het tempelterrein: een incarnatie van metaal en siliconen van Kannon, de godheid die in het Japanse boeddhisme mededogen en genade belichaamt. 

Eeuwenlang hebben tempels en heiligdommen beelden gebruikt om mensen aan te trekken en hen te laten focussen op boeddhistische leerstellingen. ‘Nu beweegt voor het eerst een standbeeld,’ zei Goto.
(National Geographic)

Mindar houdt vooraf opgenomen preken met een krachtige, niet helemaal menselijke vrouwenstem, zachtjes gebarend met haar armen en haar hoofd heen en weer draaien om het publiek te overzien. 

Als haar ogen op je vallen, voel je iets – maar het is niet haar intelligentie. Er is geen AI in Mindar. Goto hoopt dat dit in de loop van de tijd zal veranderen en dat zijn bewegende beeld in staat zal worden om gesprekken met mensen te voeren en hun religieuze vragen te beantwoorden.’
(National Geographic)

Liever een monnik. Stel je voor dat we mensen gaan vervangen door robots. Berreby zegt in NG dat het – door COVID-19 – plotseling medisch verstandig lijkt en misschien zelfs noodzakelijk om mensen te vervangen door robots, al is over de hele wereld een meerderheid van de mensen ertegen.
De menselijke evolutie neemt dan wel een snelle sprong bergafwaarts. Laten we met mens en macht liever het virus bestrijden totdat het zo dood is als een robot.

Bron: De robots komen eraan (National Geographic)

Foto van Spencer Lowell: ‘Mindar is een robotincarnatie van Kannon, de godin van genade en compassie in het Japanse boeddhisme. Hier zien we haar met Tensho Goto, monnik in de Kodai-jitempel in Kyoto. Mindar is geproduceerd aan de Universiteit van Osaka en reciteert boeddhistische teksten.
(National Geographic, 092020)

‘Theeïsme’, een esthetische en ethische religie

JapanseTheeStefanieDeGraef

Over de kunst van in de wereld zijn. – Als je Het boek van de thee, van Kakuzo Okakura*, leest, valt direct op dat er vooral over schoonheid (in de ziel) wordt gesproken. Over levenskunst, de kunst van het denken en de kunst van hoe in het leven te staan. Het gaat over thee – dat oorspronkelijk als medicijn werd toegepast en later pas geleidelijk een drank werd – en de theeceremonie in relatie met esthetiek: zuiverheid en harmonie, respect. Maar ook over wederzijdse liefdadigheid en de romantiek van de sociale orde. In een andere vertaling wordt gesproken over de kunst van thee, in de 15e eeuw in Japan verheven tot een esthetische religie, het ‘theeïsme’.**

Leerstellingen van zen
D
e kamer waarin thee gedronken wordt, de theekamer – Okakura weidt er een apart hoofdstuk aan – dient een verfijnde schoonheid uit te stralen. Bloemen en schilderijen spelen er een belangrijke rol, maar mogen elkaar niet in weg staan. Alleen als het passend is, esthetisch verantwoord, kan een schilderij samengaan met een kunstzinnig geschikte bloemenpracht of één bloem. Ook een beeldhouwwerk kan passend zijn. De theekamer weerspiegelt veel van de leerstellingen van zen: de maat ervan bijvoorbeeld is vastgesteld op basis van een passage uit de soetra van Vikramadytia, een allegorie waarin echter gezegd wordt dat voor de ware verlichte ruimte niet bestaat. Elders stelt Okakura dat de theekamer

bij zen – net als in de boeddhistische theorie van vergankelijkheid en haar eis dat de geest over de materie heerst – alleen als tijdelijk onderdak voor het lichaam heerst’.

Daarom ook werden de theekamers heel broos gebouwd. Behalve theekamers waren er de theescholen. Waarschijnlijk noodzakelijk, want de dichter Li-Chilai had het over

de totale verspilling van fijne thee door onbevoegde knoeiers’.

Er waren perioden en scholen: onderverdeeld in die van de gekookte thee, de geslagen thee en de getrokken thee, al naar de geest van de tijd. De verschillende manieren van thee zetten, kenmerken volgens Okakura de verschillende emotionele drijfveren van de Chinese Tang-, Sung- en de Ming-dynastieën.

Theeceremonie
O
kakura schrijft over de theemeesters. Zij stelden hoge eisen aan de theekamer. Belangrijk voor hen was dat onder alle omstandigheden de gemoedsrust moest worden bewaard en gesprekken zo gevoerd dienden te worden dat zij de harmonie van de omgeving niet bedierven. Ze hebben bijgedragen aan de kunst, niet alleen door hun interieurdecoraties en architectuur, de fabricage van gebruiksvoorwerpen (keramiek) voor de theeceremonie, schilder- en lakkunst, maar ook beroemde tuinen in Japan zijn door hen vormgegeven. De theemeesters bleken ook meesters te zijn op andere gebieden, zoals het regelen van huishoudelijke zaakjes, het verfijnen en opdienen van gerechten, het dragen van de juiste gewaden, onderwijs in de juiste geest om bloemen te benaderen. Vooral ook hebben zij

de nadruk gelegd op onze aangeboren liefde voor het eenvoudige en ons de schoonheid van de nederigheid laten zien’.

Cha-King
E
r is zelfs een apostel – en beschermgod van de Chinese theehandelaren – van de thee: Luwuh (8e eeuw). Hij werd volgens Okakura geboren in een tijd dat boeddhisme, taoïsme en confucianisme naar een gemeenschappelijke verbinding zochten. Luwuh ziet in de theeceremonie dezelfde harmonie en orde die over alle dingen regeren. Hij schreef de Cha-King, een uitgebreide verhandeling over thee: over het wezen van de thee, het gereedschap, het sorteren van de bladeren, beschrijvingen over de thee-uitrusting, de manier waarop thee gezet moet worden en de kookfases. Maar ook schrijft hij over de theeplantages en geeft hij een opsomming van beroemde theedrinkers.

Filosofie van het boeddhisme
O
ver kunst(waardering) is in Het boek van de thee ook een apart hoofdstuk, evenals over bloemen. De thee(kamer), bloemen en kunst, lijken ondergeschikt aan de filosofie van het boeddhisme, de Chinese en Japanse vorm van zenboeddhisme en het taoïsme. Maar niets blijkt minder waar – deze filosofieën blijken nauw verweven met thee, bloemen en kunst. Over dat laatste zegt Okakura dat de kijker de juiste geesteshouding moet ontwikkelen om de boodschap te ontvangen en de kunstenaar moet weten hoe die over te brengen. En dat geldt ook voor andere kunstuitingen, zoals muziek, literatuur en toneel.

‘Taoïsme in vermomming’
M
et Het boek van de thee wil Okakura een brug leggen tussen het Oosten en het Westen en doet dat via de thee die in het Westen een symbool werd voor de Aziatische cultuur. Al meer dan een eeuw vormt dit boek een uiterst fijnzinnige introductie tot het Aziatische leven en de filosofie. Volgens hem vertoont het ritueel van het serveren van thee nauwe banden met het taoïsme en zen, een theeceremonie was ‘taoïsme in vermomming’. Okakura hoopt dat de westerling zich gaat verdiepen ‘in het taoïsme, zenboeddhisme, de kunst van het bloemschikken en het waarderen van esthetische zaken’. De theeceremonie schildert hij af als een

eredienst voor het Onvolmaakte, een liefdevolle poging het mogelijke tot stand te brengen in het onmogelijk iets dat wij als leven kennen’.

Okakura formuleert het fraai als hij schrijft dat

via de vloeibare amber in het ivoren porselein de ingewijde in aanraking zal komen met de zoete terughoudendheid van Confucius, het opwekkende van Lao Tsu en het hemelse aroma van Sakyamuni (Boeddha)’.

Hetboekvandethee

Confucianisme
Z
o leren we dat Tao het Pad betekent, en ook wel de Weg, het Absolute, de Natuur, de Opperste Rede en de Manier. Naar Lao Tsu (6e eeuw v.Ch., grondlegger van het taoïsme) wordt verwezen, die over Tao sprak als ‘een ding dat alomvattend is, dat was geboren voor hemel en aarde bestonden. (…) Het staat alleen en verandert niet’. Volgens Okakura kan het taoïsme niet begrepen worden zonder enige kennis van het confucianisme en andersom. Maar de belangrijkste verdienste ligt volgens hem op het gebied van de schoonheidsleer, over de ‘kunst van in de wereld zijn’.

Het taoïsme aanvaardt de wereld zoals die is en probeert, dit in tegenstelling tot het confucianisme en boeddhisme, schoonheid in onze wereld van smart en zorgen te vinden.’  

De kunst van in de wereld zijn
D
e kunst van in de wereld zijn vind je ook weer terug bij zen, waarover Okakura zegt dat in zen erkend wordt dat het aardse van even groot belang was als het spirituele, en dat Tao de basis levert voor de esthetische idealen, die praktisch worden dankzij zen. Een mooie uitspraak is die over de Leegte:

Wie van zichzelf een leegte weet te maken waarin anderen vrij binnen kunnen treden, kan meester over iedere situatie worden. Het geheel weet altijd over het deel te heersen.’

Het boek van de thee geurt fijntjes naar ‘theeïsme’, een esthetische maar ook ethische religie.

Bron:

* Het boek van de thee | Kakuzo Okakura | 1906 | uit het Engels vertaald door Hans Dütting | 2012 | uitgeverij Aspekt | Kakuzo Okakura (1862-1913) was de zoon van een ex-samoerai en wordt aangeduid als een van de boeiendste figuren uit de Japanse intellectuele geschiedenis van het negentiende-eeuwse Japan. Zijn boek is een essay over de culturele waarde van de theeceremonie en over Japanse kunstvormen. Hij probeert filosofisch een brug te slaan tussen het Oosten en het Westen.

** Er bestaat ook een vertaling van Het boek van de thee, met als ondertitel Geschiedenis & ceremonie – theeïsme, de kunst van de thee (2015). Dit is uit het Engels vertaald door Alfred Scheepers & Daniël Mok, van uitgeverij Abraxas Zuider-Æmstel.

Beeld: Japanse thee – Stefanie De Graef (geboren 1980 in Gent, woont en werkt in Drongen) gaat liefst op reis om inspiratie op te doen voor haar illustraties. Haar schetsboek reist overal met haar mee. Ze houdt van de tastbaarheid van materialen en probeert die te verwerken tot een andere realiteit. De verwondering om het leven vormt een belangrijke inspiratiebron waarbij de drang naar schoonheid steeds weer de bovenhand neemt.

Het transcendente van het humanisme

Hoogleraar godsdienstwijsbegeerte, H.M. Vroom, geeft in zijn boek Een waaier van visies de voorkeur aan de term transcendentie boven een begrip ‘God’. De idee van transcendentie laat open en oningevuld hoe een specifieke religieuze traditie deze transcendentie ziet. Dat lijkt mij een hoop ruimte te geven in het gesteggel over de vraag wie ‘God’ is. Die term is beladen en (daardoor) ook nietszeggend geworden dat er slechts gesteggel van komt en duizenden goden door hun gelovigen strijden om de waarheid, eveneens een beladen begrip.

‘Het goddelijke lijkt duisternis, en vanuit ons ‘uitwendige zelf’ gezien is het dat ook.
Toch is de echte kennis van het goddelijke geen uitwendige maar innerlijke kennis.’
(H.M. Vroom)

De idee van transcendentie duidt aan dat er in de religieuze beleving van de werkelijkheid een grond van alle dingen wordt ervaren die de dingen die we ‘gewoonlijk’ ervaren, te buiten gaat.’

De seculiere levensbeschouwing erkent geen transcendentie buiten deze werkelijkheid. Vroom stelt dat dit opgaat voor een agnost die als humanist meent dat alle mensen gelijkwaardig zijn. Als hij daarmee meer wil zeggen dan dat ieder mens recht op voedsel en dergelijke heeft, zal iemand toch het ideaal van menselijkheid huldigen dat niet concreet is gerealiseerd.

Het humanum krijgt dan een transcendent aspect, want er wordt iets aangenomen buiten de gerealiseerde werkelijkheid.’

Maar niet alleen bij het humanisme. Vroom noemt ook het marxisme. De marxistische verwachting van de heilsstaat werd wel quasi-religieus genoemd, omdat de heilsstaat weliswaar binnen deze werkelijkheid zou liggen, maar intussen wel hemelse dimensies kreeg. Bij het zenboeddhisme is eveneens het transcendente te vinden.

Zenboeddhisme kent geen andere werkelijkheid dan deze, maar wil de werkelijkheid op een volstrekt andere manier ervaren; transcendent is hier: deze werkelijkheid anders (ervaren).’

De godsdienstfilosoof verwijst naar The Cloud Unknowing, een geschrift van een onbekende mysticus uit de veertiende eeuw. Daarin vindt Vroom een van de mooiste uitdrukkingen voor transcendentie: ‘this nothing in its nowhere’, waarin de schrijver zich tot een gespreksgenoot richt:

Hij schrijft dat men het transcendente niet buiten zichzelf moet zoeken: niet boven of achter of terzijde van zichzelf. Maar waar dan wel?, is de vraag: volgens jou is het dus nergens?! Dat heeft hij goed begrepen: ‘ ”Nowhere” is where I want you!’, en de reden daarvoor is dat wie fysiek gesproken ‘nergens’ is, ‘geestelijk’ gesproken overal is. Daar om moet men het ‘overal’ en ‘alles’ uitwisselen voor dit ‘nergens’ en dit ‘niets’.

Volgens Vroom vergt openstaan voor transcendentie een bepaalde houding en oefening. Men moet leren het geestelijke ‘licht’ te zien dat in zekere zin nergens en dus in zekere zin overal oplicht en een mens, als het ware, in en vanuit alle dingen toestraalt terwijl de bron van dat licht verborgen en duister blijft.

Het goddelijke lijkt duisternis, en vanuit ons ‘uitwendige zelf’ gezien is het dat ook. Toch is de echte kennis van het goddelijke geen uitwendige maar innerlijke kennis.’

Voor wie meer wil weten over het transcendente, is het boek Een waaier van visies erg boeiend. Transcendentie (akosmisch, kosmisch en theïstisch) wordt uitvoerig behandeld. Het is een boek dat de lezer helpt om wegwijs te worden in het veld van levensbeschouwingen en religies, om meer begrip te krijgen voor andersdenkenden en meer mogelijkheden voor reflectie en gesprek.

Verschil in visie op het leven is één van de kenmerken van de mondiale samenleving. Maar kan men de inzichten van anderen ook begrijpen en beoordelen? In dit boek worden de verschillende levensbeschouwingen geordend zodat er ruimte kan ontstaan voor begrip, inzicht en dialoog.’ (Agora)

Een waaier van visies | Prof. dr. H.M. Vroom | AGORA | ISBN 90 391 0885 | 299 blz.)

Foto: The Cloud of Unknowing (detail) – © Evan Mann 2016 – Referencing a mystic text (The Cloud of Unknowing) written by an anonymous monk in the 14th century, this exhibition is the product of Evan Mann’s explorations of faith in a post-modern world, where knowledge abounds and the reverence for mystery shrivels away in the corner. 
Update 05 12 2024 (Lay-out, links)